﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25968-3/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1999-2000</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.4__2.13" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST45855</ordernr>
    <vergjaar>1999-2000</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>25 968</nummer>
      <naam>Nigeria</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>3</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag,  <datum>19 april 2000</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onder verwijzing naar de brief van de griffier van de vaste commissie
voor Buitenlandse Zaken d.d. 3 maart jl. (zie bijlage), kan ik u, mede namens
de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, het volgende mededelen over <nadruk type="vet">de actuele situatie in Nigeria</nadruk>.</al>
      <tuskop letat="vet">Inleiding</tuskop>
      <al>De politieke, (macro) economische en mensenrechtensituatie in Nigeria
is sinds het aantreden van President Obasanjo op 29 mei 1999 verbeterd. De
door het volk gekozen burgerpresident lijkt vooralsnog voldoende krediet te
hebben voor zijn beleid, dat is gericht op bestendiging van het democratisch
proces, hervorming van de economie, bestrijding van de corruptie en vervolging
van mensenrechtenschendingen uit het verleden. Tegelijkertijd moet worden
vastgesteld dat de nieuwe regering nog een lange weg te gaan heeft, gezien
de omvang van met name de sociale (etnisch/religieuze) en economische problemen.
Obasanjo heeft tot dusver niet aan geloofwaardigheid ingeboet en ontvangt
uit het buitenland voornamelijk steun, in eerste instantie politiek, maar
ook steeds meer materieel en financieel. Vooral de VS (dat Nigeria tot een
van de vier prioriteitslanden heeft aangemerkt voor hulp), de EU, en in het
bijzonder het VK, maar ook de Wereldbank en UNDP hebben aanzienlijke hulpprogramma's
in voorbereiding of in uitvoering. Een akkoord met het IMF is binnen handbereik.
Nigeria is inmiddels terug in het Gemenebest en alle internationale sancties,
waaronder die van de EU, zijn opgeheven. Nigeria speelde en speelt een internationaal
gewaardeerde rol in de regionale vredeshandhaving, zowel in VN-Nederland als
via de Westafrikaanse vredesmacht ECOMOG.</al>
      <tuskop letat="vet">Bestuur</tuskop>
      <al>President Obasanjo heeft sinds zijn aantreden diverse ingrijpende (internationaal
vertrouwenwekkende) maatregelen genomen. Zo werden in het kader van corruptiebestrijding
ruim 40 dubieuze contracten in de oliesector (erfenis van het
militaire bewind) ongedaan gemaakt en werden verscheidene bestuurders onder
wie de minister van Olie-industrie uit hun functie ontheven. Ook binnen de
legertop vonden zuiveringen plaats: een 100-tal hooggeplaatste officieren
werd ontslag aangezegd. Onlangs kondigde de President aan dat hij het leger
wil terugbrengen van 80 000 naar 50 000 manschappen en omvormen
tot een professioneel apparaat, zonder bestuurlijke ambities en ingebed in
een democratisch bestel. Ook stelde hij inmiddels diverse commissies in om
de problemen van het land aan te pakken, onder meer op het gebied van corruptie,
mensenrechtenschendingen, en de ontwikkeling van de Niger-delta. Gelet op
de omvang van de problemen, het jarenlang gevoerde wanbeleid en de diepgewortelde
corruptie heeft de nieuwe regering nog een lange weg te gaan. De intenties
van president Obasanjo zijn goed, het zal nu moeten gaan om het bereiken van
resultaten. Onzekerheid blijft vooralsnog bestaan of de huidige Nigeriaanse
regering daartoe in staat is.</al>
      <tuskop letat="vet">Etnisch-religieuze problematiek</tuskop>
      <al>Met meer dan 250 verschillende groepen blijft de etnische factor een potentiële
bron van onrust binnen de Nigeriaanse maatschappij. Ook de huidige regering
is er niet in geslaagd om (incidentele) geweldsuitbarstingen te voorkomen.
De oorzaken van de diverse, al dan niet latente conflicten zijn vaak complex
en gaan soms ver terug in de geschiedenis. Het huidige etnisch geweld is niet
nieuw, maar is door de opkomst van etnisch georganiseerde, militante bewegingen
grimmiger geworden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wellicht de belangrijkste etnische tegenstelling in Nigeria is die tussen
de Yoruba in het zuid-westen en de Hausa en Fulani in het noorden van het
land. Verschillende confrontaties vonden plaats in 1999, onder meer naar aanleiding
van conflicten over de beheersing van lokale markten. Het komt voor dat gevechten
in het noorden worden gevolgd door repercussies in het zuiden, en vice-versa.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de Niger-delta, in het zuid-oosten van het land, spelen andere etnische
tegenstellingen een rol. In het recente verleden is het opnieuw tot ernstige
onlusten gekomen, zowel tussen etnische groepen onderling (met name Ijaw,
Itsekeri en Urhobo) als tussen (vaak gewapende) Ijaw jongeren en Nigeriaanse
veiligheidstroepen. Oorzaken van dit geweld zijn dikwijls conflicten om land-
en waterrechten en compensatie voor geleden (milieu-)schade, waarbij overigens
de grens tussen legitiem protest en criminaliteit niet altijd duidelijk is.
Het leger heeft met harde hand opgetreden om de orde te herstellen, waarbij
in een aantal gevallen willekeurig geweld is gebruikt. Naar verluidt in een
poging om de verdachten van de moord op een aantal politie-agenten te arresteren,
werd in november 1999 een heel dorp (Odi) met de grond gelijk gemaakt, waarbij
tientallen doden vielen. Deze actie werd binnen Nigeria, ook op regeringsniveau,
scherp veroordeeld. Er werd een onderzoek ingesteld door de inspecteur-generaal
van de politie, alsook door een delegatie van het parlement. De Nigeriaanse
regering heeft een speciale commissie ingesteld om de problemen in de Niger-delta
aan te pakken. In november 1999 ging de regering akkoord met een besteding
van 50 miljoen dollar voor onmiddellijke hulp aan de regio. Voorts wordt een
dialoog gevoerd met de <nadruk type="cur">Ijaw National Congress</nadruk>,
de gematigde vertegenwoordiging van de Ijaw. Overigens heeft ook de EU –
mede op Nederlandse voorspraak- een bedrag van EURO 21 mln. geoormerkt ten
behoeve van micro-projecten in de Nigerdelta.</al>
      <tuskop letat="cur">Religieuze twisten</tuskop>
      <al>In het noorden van Nigeria zijn Moslims veruit in de meerderheid, in het zuiden Christenen. Het middengedeelte, de zogenaamde <nadruk type="cur">Middle Belt</nadruk>, is gemengd. Om de hieruit voortvloeiende spanning te
beteugelen, werd reeds in de eerste Grondwet (bij Nigeria's onafhankelijkheid
in 1960) opgenomen dat Nigeria een seculiere staat was, zonder staatsgodsdienst.</al>
      <al>Oktober vorig jaar kondigde de op dat moment net gekozen gouverneur van
de noordelijke deelstaat Zamfara, Ahmed Sani, niettemin de invoering van het
islamitische recht (shari'a) aan, kennelijk met brede steun van de overwegend
islamitische bevolking. De shari'a werd er formeel van kracht op 27 januari
2000. Er werden drie shari'a rechtbanken geïnstalleerd, die – naast
gebruikelijke civiele kwesties – ook (straf)zaken inzake alcoholgebruik
en sex voor het huwelijk behandelen. Er werd een speciale politie-eenheid
opgezet die de shari'a moest handhaven. Tegelijkertijd werd in een aantal
andere deelstaten (Kebbi, Jigawa, Kaduna, Borno) invoering van de shari'a
voorbereid dan wel overwogen. In de deelstaten Niger en Sokoto was de noodzakelijke
wetgeving reeds aangenomen maar nog niet van kracht geworden. In reactie op
de (voorgenomen) invoering van de shari'a volgden spanningen tussen Moslims
en Christenen. Eind februari kwamen deze spanningen tot een uitbarsting in
de stad Kaduna. Bij gevechten zouden volgens officieuze berichten honderden
doden zijn gevallen. Het leger werd ingezet om de orde te herstellen. Ook
werden in december van het vorig jaar in de religieus gemengde deelstaat Kwara
20 kerken in brand gestoken door moslim-extremisten. De geestelijk leider
van de moslims in Nigeria, de Sultan van Sokoto, Mohammed Maccido, riep op
tot verzoening en veroordeelde de aanslagen.</al>
      <al>President Obasanjo en de gouverneurs van de deelstaten kwamen februari
jl. overeen, ook naar aanleiding van de gebeurtenissen in Kaduna, de invoering
van de shari'a voorlopig op te schorten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De tendens in bepaalde deelstaten om de shari'a in te voeren is niet nieuw.
Hoewel christenen en moslims in het dagelijks leven meestal vreedzaam cohabiteren,
gaan incidentele gewelddadige confrontaties als een rode draad door de Nigeriaanse
geschiedenis. Radicalisering van de islam in Noord-Nigeria ( en in de noordelijke
delen van andere West-Afrikaanse staten) kan worden geplaatst in de algemene
context van de opkomst van fundamentalisme in de islamitische wereld sinds
de jaren '70. De achtergrond van de radicalisering ligt voor een deel in de
ontevredenheid bij de (overwegend islamitische) bevolking over de geldende
wet- en regelgeving. In de ogen van velen biedt de «koloniale»
wetgeving geen bescherming tegen zedenverval, corruptie, onveiligheid en rechtsonzekerheid;
alleen islamitische wetgeving zou deze problemen kunnen oplossen. Mogelijk
spelen ook politieke beweegredenen een rol. In Nigeria wordt wel gespeculeerd,
dat diegenen die ijveren voor de shari'a politici zijn, die zich verzetten
tegen toenemende invloed vanuit de hoofdstad Abuja op het lokale bestuur.
Aan het verzet zou ook de door President Obasanjo gevoerde strijd tegen corruptie
ten grondslag liggen.</al>
      <tuskop letat="vet">Criminaliteit</tuskop>
      <al>Keerzijde van het terugtreden van de militairen casu quo de afgenomen
repressie is, dat de criminaliteit is gestegen. Vooral in grote steden als
Lagos zijn straatgeweld en gewapende overvallen aan de orde van de dag. Op
het platteland en in kleinere steden speelt dit minder. De politie is vooralsnog
niet in staat om hier effectief tegen op te treden.</al>
      <al>Het probleem van smokkel van jeugdige prostituées is de Commissie
genoegzaam bekend. Recent valt in Nigeria een aanzienlijke toename te constateren
van het aantal oplichtings- en afpersingspogingen met buitenlanders en buitenlandse
instellingen (ook ambassades) als voornaamste doelwit. Regelmatig doen criminelen
zich tegenover buitenlanders, via ondermeer het inbreken op telefoonverkeer,
voor als ambassademedewerkers en beloven visa en legalisaties te «regelen»
voor geld of in ruil voor drugskoeriersdiensten. Nederlanders
zijn inmiddels via een recent gestarte publiekscampagne en een aangepast reisadvies
gewaarschuwd voor deze oplichterspraktijken. De Nigeriaanse regering is overigens
overtuigd van het belang om de toenemende criminaliteit – welke de toch
al gehavende reputatie van het land ernstige schade toebrengt – een
halt toe te roepen. In de context van de veelheid van problemen waarmee Nigeria
te kampen heeft, is de uitvoering van dit beleid echter nog nauwelijks van
de grond gekomen. In samenspraak met de Nigeriaanse regering en in EU-verband
wordt bezien hoe deze problemen aan te pakken. Nederland is er voorstander
van een deel van de beschikbare EU-ontwikkelings-fondsen aan te wenden voor
verbetering van het Nigeriaanse justitiële en politionele apparaat.</al>
      <tuskop letat="vet">Economie</tuskop>
      <al>De Nigeriaanse economie krabbelt (met technische assistentie van het IMF
en de Wereldbank) langzaam uit het diepe dal waar het zich als gevolg van
jarenlang macro-economisch wanbeleid, plundering van de staatskas en corruptie
in bevond. Nigeria komt macro-economisch steeds meer «on-track».
Met een productie van circa 1,8 miljoen vaten ruwe olie per dag heeft het
land een enorm potentieel. Anderzijds is Nigeria geconfronteerd met een internationale
schuld van ongeveer US$ 31 mld, die voor het overgrote deel achterstallig
is. Dat geldt in elk geval dat deel van de schuld dat verschuldigd is aan
overheden. Aan particuliere crediteuren, i.c. commerciële banken is Nigeria
zijn betalingsverplichtingen steeds nagekomen. President Obasanjo is direct
na zijn aantreden een wereldwijd initiatief gestart voor schuldverlichting.
Obasanjo houdt de internationale gemeenschap steeds voor dat de bestendiging
c.q. levensvatbaarheid van de jonge democratie een oplossing van het schuldenvraagstuk
vergt. De strijd tegen de corruptie en de noodzaak van ingrijpende economische
hervormingen kunnen het land destabiliseren, zeker wanneer flankerende maatregelen
in de sfeer van onderwijs en de gezondheidszorg uit zouden blijven. Daarbij
worden de overheidscrediteuren (w.o. Nederland) tot substantiële kwijtschelding
opgeroepen. De President wordt in zijn visie i.c. zijn oproep tot genereuze
schuldverlichting gesteund door het VK en de VS. Mede gezien de grote olierijkdom
komt het land evenwel niet in aanmerking voor kwijtschelding van de buitenlandse
schuld, noch binnen het kader van het HIPC-initiatief noch daarbuiten. Bij
elke dollar olieprijsstijging ontvangt de Nigeriaanse overheid immers zelf
ca. $ 450 000, d.w.z. dat alleen al uit hoofde van de olieprijsstijging
sinds vorig jaar januari de overheid in 2000 ruim $ 6,5 miljard meer ontvangt
dan in 1999. Het is niettemin evident dat Nigeria ook met deze verhoogde inkomsten
de achterstallige schuld niet in een keer kan aflossen. Nederland is zeker
bereid om mee te werken aan een oplossing. Vooropgesteld zij dat het daarbij
in het verleden scheefgegroeide betalingspatroon waarbij een aantal grote
landen beter betaald zijn dan Nederland, gecorrigeerd wordt.</al>
      <al>Eind 1998 bedroegen de vorderingen (zonder achterstalligheidsrente) ruim
1,5 miljard gulden. Sinds 1992 is door Nederland, in tegenstelling tot bijvoorbeeld
de VS en het VK, niets meer ontvangen. De Nederlandse Minister van Financiën
is hierover in contact getreden met zijn Nigeriaanse collega. De Minister
President en ik hebben en marge van de recente EU-Afrika Top te Kaïro
hierover gesproken met de Nigeriaanse President Obasanjo. Met de hoge olieprijzen
van dit moment moet Nigeria bovendien beter in staat worden geacht om aan
zijn verplichtingen terzake te kunnen voldoen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met het IMF wordt gewerkt aan een economisch aanpassingsprogramma. Aanvankelijk
werd verwacht dat dit programma op korte termijn goedgekeurd zou kunnen worden.
Uitstel was echter nodig. Op dit moment is de goedkeuringsdatum
nog niet bekend. In het kader van deze toekomstige overeenkomst met het IMF
zal Nigeria gerechtigd zijn aanzienlijke bedragen op te nemen. Voor zover
bekend is de Nigeriaanse overheid echter niet van zins dat te doen, hetgeen
aangeeft dat de financiële situatie van het land minder ernstig is dan
de Nigeriaanse overheid wil doen geloven. In het kader van de overeenkomst
met het IMF zal een omvangrijke schuldenregeling overeengekomen worden met
de overheidscrediteuren. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat een groot deel
van de «windfall profits» uit hoofde van de olieprijsstijging
in eerste instantie gebruikt worden voor armoedebestrijding en er slechts
een relatief zeer laag bedrag besteed zal worden aan het voldoen van schuldendienstverplichtingen.</al>
      <al>Ook de Wereldbank heeft zich bereid verklaard tot het verstrekken van
nieuwe leningen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>President Obasanjo presenteerde vorige maand zijn langverwachte economische
blauwdruk voor de komende 4 jaar. Het Nigeriaanse beleid is in de eerste plaats
gericht op armoedebestrijding. Uiteindelijk zijn armoede en corruptie de belangrijkste
(onderliggende) oorzaken van maatschappelijke onlusten. Veiligheid en stabiliteit,
een voorwaarde voor duurzame economische ontwikkeling, beginnen ook in Nigeria
met de oplossing van het armoedevraagstuk. Armoede wordt door de Nigeriaanse
regering in de eerste plaats aangepakt door het trachten te genereren van
economische activiteit, c.q. het aanjagen van de particuliere sector. De economische
blauwdruk bevat elementen als privatisering, vrije wisselkoers, het verlagen
van de rente, het verlagen van importtarieven op grondstoffen, verbetering
van de infrastructuur, inkomensverbetering voor ambtenaren, rationalisering
van het overheidsapparaat, nadruk op de ontwikkeling van de landbouw en het
stimuleren van directe buitenlandse investeringen. Het streven is gericht
op een economische groei van 10% BNP in 2003. (1999: 2.4%). Probleem bij de
uitvoering van de voornemens is naast de ondanks alle maatregelen –
nog lang niet uitgeroeide cultuur van corruptie, politieke tegenwerking en
een sterk verwaarloosde infrastructuur, vooral het gebrek aan institutionele
capaciteit. Het is bovendien duidelijk dat, voor het aantrekken van buitenlandse
investeerders, het noodzakelijk is dat het land werkt aan een verbetering
van zijn reputatie als geloofwaardig en kredietwaardige handelspartner.</al>
      <tuskop letat="vet">Nederlands beleid</tuskop>
      <al>De Regering hecht aan een politiek stabiel en krachtig Nigeria in het
belang van vrede en veiligheid in de regio en in Afrika. In het kader van
een actief Afrika-beleid van het kabinet zal de komende jaren, naast onze
inbreng via de EU, worden gestreefd naar het aanhalen van de bilaterale (w.o
economische) betrekkingen, onder meer door uitwisseling van bezoeken op politiek
en economisch niveau. Ik ben voornemens nog in het lopende jaar een bezoek
aan Nigeria te brengen. Een structurele, langjarige, bilaterale ontwikkelingsrelatie
met de overheid van Nigeria wordt niet overwogen. Wel kan Nigeria in aanmerking
komen voor steun uit het bedrijfsleven instrumentarium indien het bilaterale
schuldenprobleem is opgelost. De Nederlandse regering is overigens wel actief
om in de in Europees verband in ruime mate beschikbare fondsen (ca 400 miljoen
Euro) zo spoedig mogelijk beschikbaar te stellen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Buitenlandse Zaken,</functie>
        <naam>J. J. van Aartsen </naam>
      </ondtek>
      <bijlage>
        <titel>BIJLAGE</titel>
        <al> Den Haag, 3 maart 2000</al>
        <witreg></witreg>
        <al>Aan de Minister van Buitenlandse Zaken</al>
        <witreg></witreg>
        <al>Namens de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken verzoek ik U om een
brief met de actuele situatie in Nigeria.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>De griffier van de commissie,</al>
        <al>Hommes</al>
      </bijlage>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>