﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25910-8/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1998-1999</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="port1.1__2.4" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST35617</ordernr>
    <vergjaar>1998-1999</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>25 910</nummer>
      <naam>Wijziging van de Wet personenvervoer voor het taxivervoer (deregulering
taxivervoer)</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>8</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>9 juni 1999</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierbij doe ik u, in vervolg op mijn brief van 29 april 1999 (Aanhangsel
Handelingen nr. 1299, vergaderjaar 1998–1999) de nadere informatie toekomen
op de vragen van het lid Van Bommel over de <nadruk type="vet">liberalisering van de taxibranche.</nadruk> Ook is de gevraagde samenvatting van het rapport van Dr
Paul Hooper bij deze brief gevoegd.<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Navraag en bestudering van het geciteerde Australische onderzoek leert
dat het rapport van Dr Paul Hooper uit Australië, anders dan in het bewuste
kranteartikel (Telegraaf van 14 april 1999) wordt gesteld, uitgebracht is
aan de taxibranche (Victorian Taxi Association (VTA)), en niet aan de Australische
overheid.</al>
      <al>De voorgeschiedenis en positionering van dit rapport is als volgt: in
een discussiestuk dat door KPMG in opdracht door het Department of Infrastructure
is opgesteld, komt ondermeer de uitspraak uit 1993 van de Trade Practices
Commission voor, dat deregulering van de taximarkt zeker goede kansen biedt.
Het voorstel voor een herziening van de taxiwetgeving van de Australische
overheid is onderdeel van een doorlichting van alle overheidswetgeving met
betrekking tot marktwerking (National Competition Review), een operatie die
vergelijkbaar in met het Nederlandse MDW-traject.</al>
      <al>Het rapport van Hooper is bedoeld als bijdrage van de Koepelorganisatie
VTA binnen de taxibranche in de discussie over de overheidsvoorstellen voor
mogelijke deregulering van de taxibranche.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naast de status van het rapport is ook van belang dat onderlinge vergelijking
tussen ontwikkelingen op de taximarkt, zeker internationaal, zeer lastig zijn
te maken. Nagenoeg nergens zijn de omstandigheden zowel qua oude en nieuwe
regelgeving, marktsituatie en/of -indeling, het bereikte aandeel in modal
split, de wel of niet (al dan niet toegestane) handel in vergunningen of het
bestaande kwaliteitsniveau één op één vergelijkbaar.</al>
      <al>Bij veranderingsprocessen wordt vergelijking nog moeilijker; de wijzigingen
van/in de betreffende regelgeving zijn vaak zeer divers, evenals de motieven
die als uitgangspunt zijn genomen. Ook speelt de welvaartsstandaard en ontwikkeling
daarvan een rol.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hooper gaat in het meer beschouwende deel van zijn rapport uit van vrije
competitie op en vrije toegang tot de markt en stelt dat dit ongewenste gevolgen
heeft, voor de ondernemer en uiteindelijk ook voor de klant.</al>
      <al>Vrij is in dit geval geïnterpreteerd als het grotendeels ontbreken
van regelgeving. Hij stelt dat voor een goede regulering het van groot belang
is dat:</al>
      <al>– er sprake moet zijn van goede consumentenbescherming;</al>
      <al>– regelgeving moet leiden tot eerlijke en effectieve competitie;</al>
      <al>– bedrijven meer op consumentenwensen georiënteerd moeten zijn;</al>
      <al>– de branche innovatief moet zijn en naar goede produktiviteit moet
streven.</al>
      <al>Alleen zo kan worden geconcurreerd met de particuliere auto en groei worden
gerealiseerd, waarbij ook wordt aangegeven dat concurrentie met busdiensten
en huurauto's een rol spelen. Gepleit wordt voor een goede regulering, waardoor
ook minder inspanningen voor controle en handhaving nodig zijn. Zo ontstaat
een goed evenwicht tussen serviceniveau en tarieven.</al>
      <al>De conclusies in het rapport gaan uit van grotendeels vervallen van regelgeving,
waardoor aan voorgenoemde belangrijke vereisten niet (meer) wordt voldaan.</al>
      <al>Het ligt voor de hand dat die conclusies dan niet positief uitvallen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uit contacten met het Ministerie van Transport in Australië over
de voorgenomen liberaliseringsplannen en de nogal negatieve insteek die het
rapport van Hooper uitstraalt is gebleken dan men zich aan overheidszijde
dat men zich niet herkent in de conclusies van dit rapport. Zij wijzen voorts
op de status van het rapport van Hooper, dat in opdracht van de taxibranche
is opgesteld; zij hebben als feitelijk doel het weerleggen van de Australische
overheidsplannen voor liberalisering van de taximarkt.</al>
      <al>Uit die contacten is gebleken dat de officiële Australische voornemens
van overheidswege in beduidende mate lijken op de Nederlandse voorstellen:
een open markt onder een pakket aan samenhangende voorwaarden. Daarover is
ook in internationaal verband al eerder met hen over gesproken. Van overheidszijde
wordt daar in Australië dan ook met vertrouwen naar gekeken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als we voorgaande beschouwingen van Hooper dan ook spiegelen aan de Nederlandse
voorstellen (deregulering waar wenselijk, herregulering waar nodig), waarbij
wél sprake is van goede samenhangende gefaseerd in te voeren regelgeving
op het gebied van consumentenbescherming, kwaliteitseisen (aan zowel ondernemer
als chauffeur en ook op het gebied van administratie en voertuigen) en goede
controle en handhaving zou, uitgaande van de visie van Hooper, dus wél
een positief oordeel moeten bestaan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Andere rapporten pogen ook een internationaal beeld van de ontwikkelingen
op taxigebied te schetsen.</al>
      <al>In een rapport van de universiteit van Leeds, getiteld «Taxi Deregulation:
International Comparision» (Choog-Ho Kang, 1998) waarin ondermeer een
aantal buitenlandse ontwikkelingen worden bezien, worden overigens feitelijk
vergelijkbare conclusies getrokken. Op hoofdlijnen: </al>
      <al>– regulering is/wordt vooral toegepast als de markt blijkt niet
goed te werken (reactief);</al>
      <al>– teveel of slechte regulering heeft tot gevolg inefficiëntie
en onwenselijke bescherming, ook van slechte ondernemers, die er soms juist
bij gebaat zijn de marktvraag te negeren; </al>
      <al>– deregulering op vele plaatsen is ingevoerd vanuit zeer onvergelijkbare
situaties;</al>
      <al>– adequate controle en handhaving is harde noodzaak;</al>
      <al>– over het algemeen liet het resultaat van deregulering te wensen
over doordat maatregelen te snel en met onvoldoende samenhang werden ingevoerd,
met als gevolg dat tarieven nogal eens stegen en de kwaliteit daalde;</al>
      <al>– vaak nam het aantal eenmansbedrijfjes toe en werden veel meer
leaseconstructies toegepast;</al>
      <al>– er moet wel een bepaald niveau van regulering blijven, vooral
om de kwaliteit en veiligheid te garanderen. Een zekere regulering van tarieven
kan wenselijk zijn, waarbij wel sprake dient te zijn van een voldoende bruikbare
bandbreedte;</al>
      <al>– de minimaal benodigde regulering is maatwerk per stad (met name
USA) of land;</al>
      <al>– de handel in vergunningen en leaseconstructies moeten verboden
worden, omdat belangen niet bij goed vervoeraanbod, maar bij winstneming komt
te liggen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Hooper-rapport schetst ook een aantal ontwikkelingen in andere landen.
De vaak moeilijk te maken onderlinge vergelijking is in het voorgaande reeds
genoemd.</al>
      <al>Zonder in detail alle beschouwingen van Hooper te behandelen, kunnen toch
de nodige kanttekeningen worden geplaatst. In een aantal gevallen is te constateren
dat niet of onvoldoende samenhang bestond, het pakket aan maatregelen niet
breed genoeg was of er geen overgangsfase is gehanteerd. De belangrijkste
zijn hierna kort vermeld:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zweden:</al>
      <al>Teveel maatregelen werden tegelijk afgeschaft, bovendien zonder goede
overgangsregeling. Dat heeft enkele jaren na deregulering geleid tot gedeeltelijke
herregulering, waardoor uiteindelijk een situatie is ontstaan die grosso modo
vergelijkbaar is met het Nederlandse voorstel. De negatieve effecten van de
eerste jaren zijn (nog) niet opgeheven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Japan:</al>
      <al>Het aandeel in de modal split is in de steden vele malen hoger dan die
in Nederland (In Japan tot 30%, in Nederland ca. 1,2% aandeel in de totale
landelijke mobiliteit).</al>
      <al>Groeimogelijkheden van de taximarkt zijn bij verruiming van de mogelijkheden
in Japan dan ook niet vergelijkbaar met Nederland. Van grote invloed lijken
te zijn de naar verhouding zware recessie die gelijktijdig met wijzigingen
in de taxiregelgeving optrad, en de naar verhouding grote aandeel van loonkosten
(circa 80%) in de taxibranche. </al>
      <al>De taxibranche is hierbij op zich niet uniek: ook andersoortige bedrijvigheid
wordt door een recessie beïnvloed, maar heeft daar mogelijk wel een groter
effect.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nieuw Zeeland:</al>
      <al>In tegenstelling tot het vrij negatieve beeld in het rapport van Hooper,
schetst het rapport dat is uitgebracht door de Victoria University of Wellington,
New Zealand «Herstructureringseffecten van deregulering: de situatie
binnen de Nieuw Zeelandse Taxibranche» (P.S. Morrison, 1996), een genuanceerder
beeld.</al>
      <al>Hoofdlijn van het rapport van Morrison: in New Zealand was de taxibranche
een van de laatste die door de overheid gedereguleerd werd in het kader van
een drastische herstructurering van de economie in de 80-er jaren.</al>
      <al>Met de «1989-Act» inzake de taxiwetgeving uit 1989 werd het
capaciteitsbeleid afgeschaft (deregulering). Effect was een forse toename </al>
      <al>van het aantal ondernemingen in stedelijke gebieden en van het aantal
taxivoertuigen.</al>
      <al>Er is een veel gevarieerder taxiaanbod ontstaan dat verschillende marktsegmenten
bedient met een grotere geografische spreiding.</al>
      <al>Deze veranderingen gingen gepaard met een daadwerkelijke – zij het
beperkteverlaging van de tarieven. Zoals verwacht mocht worden, heeft de instroom
van nieuwe bedrijven tot gevolg dat meer dan voorzien aanvullende kwaliteitscontroles
noodzakelijk zijn.</al>
      <al>In een publikatie in het blad «Personenvervoer» (juni 1996)
worden door een woordvoerder uit de branche (Reddish, directeur Wellington
Combined Taxi en Vice-voorzitter van de New Zealand Taxi Federation) reacties
uit de branche als volgt verwoord: «... dat de deregulering, misschien
wat minder hard, toch jaren eerder had moeten gebeuren . Vooral van nieuwe
toetreders zijn krachtige impulsen voor de bedrijfstak gekomen». Voorts
wordt gesteld dat te weinig toezicht op de chauffeurs wordt uitgeoefend. Hij
geeft aan dat zelfregulering binnen de branche zelf, kan helpen het kwaliteitsniveau
in de gaten te houden. Ook stelt hij dat: «deregulering zonder twijfel
gunstig is geweest voor de klant en de ondernemer die er tijdig op hebben
ingespeeld». Rationalisatie leidde tot ondermeer fusies van bedrijven.
Wel geeft hij aan dat het feitelijk vervallen van de waarde van de vergunningen
voor sommige bedrijven hard is geweest. Ondernemers uit de hoofdstad Auckland
hebben zich nauwelijks aangepast, en zijn mede daarom ook aanzienlijk minder
positief over de deregulering en mede vanwege de vele nieuwkomers op de markt
die wél lid werden, ook uit de Nieuw-Zeelandse taxifederatie gestapt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aantal steden in de VS:</al>
      <al>Grote variatie bestaat bij de mate en vorm van de toegepaste deregulering.
Verpachtingen en lease van vergunningen speelden een belangrijke rol. Hooper
stelt dat een zekere waarde van vergunningen een minimum standaard kwaliteitsniveau
zou garanderen. Zijn stelling dat de waarde van vergunningen geen opdrijvend
effect op de tarieven zou hebben, wordt in zijn rapport niet onderbouwd en
ligt deels ook niet voor de hand. In ieder geval bij verkoop van de vergunning
of het gebruiksrecht ervan, dient de nieuwe ondernemer een forse bedrijfsinvestering
te doen, die uiteindelijk uit de exploitatie moet worden betaald.</al>
      <al>Pogingen om de capaciteit aan de bevolkingsomvang te relateren hebben
volgens Hooper geen eenduidig resultaat opgeleverd; koppeling aan de daadwerkelijke
vraag zou een beter resultaat opleveren.</al>
      <al>De spreiding in de praktijk laat zien dat ook hiervoor blijkbaar geen
goede formules zijn te geven. Het lijkt meer voor de hand te liggen dat evenwicht –
onder een aantal voorwaarden – door de markt zelf te laten bepalen.</al>
      <al>Hooper stelt voorts dat externe zaken als verkeerscongestie en een goed
werkende centrale een groot effect op de produktiviteit hebben. Zeker In de
Nederlandse situatie kan worden gesteld dat een goed werkende centrale een
bedrijfsinterne aangelegenheid is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Australië:</al>
      <al>Een aantal zaken, die juist ook in Australië zelf van belang zijn,
zijn ook in het rapport van Hooper vermeld: verruiming van de regelgeving
voor het contractvervoer (hire-car industry) en in mindere mate de opkomst
van de huurauto worden als concurrenten gepositioneerd ten opzichte van de
reguliere taxi.</al>
      <al>In Nederland geldt echter reeds een aantal jaren dat het capaciteitsbeleid
en tariefbeleid niet van toepassing is voor het contractvervoer. Deze voor
Australië als negatief ingebrachte punten spelen voor Nederland dus feitelijk
geen rol bij het voorgestelde nieuwe beleid. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mijn conclusie is dan ook buitenlandse ervaringen juist als goed leereffect
hebben gediend bij de formulering van het wetsvoorstel en de daarin genoemde
maatregelen, en dat het rapport van Hooper geen aanleiding is om de beleidsvoorstellen
(op onderdelen) te herzien. </al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</functie>
        <naam>T. Netelenbos </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>