﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25839-23/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2000-2001</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.5__2.14" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST51631</ordernr>
    <vergjaar>2000-2001</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>25 839</nummer>
      <naam>Tegoeden Tweede Wereldoorlog</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>23</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 28 februari 2001</datum>
      <al>De vaste commissie voor Financiën<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> en
de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref> hebben op 8 februari 2001 overleg gevoerd met minister Zalm van Financiën
en minister Borst-Eilers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over:</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de voortgang van de werkzaamheden in verband
met de tegoeden Tweede Wereldoorlog (25 839, nr. 17);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de voortgangsrapportage Tegoeden Tweede Wereldoorlog
(25 839, nr. 18), voorzover de stukken betrekking hebben op de Indische
tegoeden;</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– de nadere uitwerking van de regeringsreactie
naar aanleiding van het rapport van de begeleidingscommissie onderzoek Indische
tegoeden (25 839, nr. 21)</nadruk>.</al>
      <al>Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.</al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissies</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Middel</nadruk> (PvdA) stipt aan dat de Kamer
de regering tijdens het vorige overleg heeft gemeld dat er te veel bezwaren
leefden om akkoord te kunnen gaan met het voorstel inzake de Indische tegoeden.
De regering en het Indisch platform hadden geen overeenkomst bereikt over
de hoogte van het bedrag, de keuze voor individuele uitkeringen en het door
het platform ongewenste onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers.
Bovendien zijn er door veel betrokkenen vraagtekens gezet bij de representativiteit
van het Indisch platform.   </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het inmiddels bereikte resultaat is beter, maar roept toch enkele vragen
op. Er is een akkoord bereikt met het Indisch platform over een bedrag van
350 mln. gulden voor individuele uitkeringen en 35 mln. gulden voor collectieve
doelen. De in allerlei organisaties en clubs gefragmenteerde Indische gemeenschap
blijft echter twijfels uiten over het Indisch platform als representatief
orgaan. Het is niet de taak van de Kamer noch van de regering om, zoals hier
en daar is geopperd, alsnog een dergelijk orgaan in te stellen. Vastgesteld
moet worden dat de Indische gemeenschap, in tegenstelling tot de joodse gemeenschap,
blijkbaar niet in staat is om een breed draagvlak te organiseren. Het moge
echter duidelijk zijn dat het overboord zetten van de verschillen ertoe zal
leiden dat de onderhandelingspositie ten opzichte van de overheid sterker
wordt.</al>
      <al>De heer Middel vindt het akkoord redelijk, zeker omdat het onderscheid
tussen binnenkampers en buitenkampers is weggevallen. Enige verdieping in
deze ingewikkelde problematiek maakt immers duidelijk dat het anno 2001 niet
op de weg van het parlement ligt om hierop inhoudelijk in te gaan. Het is
overigens onduidelijk of een deel van het bedrag van 35 mln. gulden ook wordt
of kan worden besteed aan (de problemen rond) het Indisch huis. De regering
blijft toch betrokken bij de besteding van dit geld?</al>
      <al>Meer in het algemeen blijft onduidelijk, ook voor betrokkenen, of met
het bereikte akkoord over «350 plus 35 mln.» de zaak is afgerond.
Het Nederlandse rechtssysteem houdt, zoals bekend, de mogelijkheid van individuele
claims open. Daarnaast bestaat er echter onduidelijkheid over het overigens
zeer te waarderen breed historisch onderzoek, waarin ook aandacht zal worden
besteed aan de financiële aspecten van het rechtsherstel. Volgens het
Indisch platform, dat overigens onder druk van de demografische ontwikkeling
van haar achterban akkoord is gegaan met de 350 mln. gulden, biedt dit een
opening om naar aanleiding van nieuwe gegevens het gesprek met de overheid
voort te zetten. Kan de minister helderheid brengen op dit vlak? De zaak is
nu toch klaar?</al>
      <al>De heer Middel spreekt de hoop uit dat bij de verdeling van het geld over
de Indische gemeenschap en bij de besteding van het geld voor de collectieve
doelen wegen gevolgd kunnen worden analoog aan die bij de joodse gemeenschap.
Gelukkig blijkt er reeds sprake van enige contacten tussen beide groeperingen.
De regering blijft toch ook betrokken bij deze structuren?</al>
      <al>Reeds eerder zijn vier andere groepen van oorlogsgetroffenen naar voren
gebracht, die in dit verband in meer brede zin relevant zijn. Het gaat om
homoseksuelen, kinderen van Jehova's getuigen, reizigers en dwangarbeiders.
Kan de minister enig licht werpen op eventuele vorderingen op dit vlak, ook
in relatie met de stichting Burger oorlogsgetroffenen (SBO)? Hoe staat het
daarnaast met de pensioenen? De bij SBO geregistreerde mensen hebben via de
IOM (Internationale organisatie voor migratie) formulieren ontvangen die hier
en daar de verwachting op een vergoeding oproepen. Is de opstelling van de
overheid niet te formeel? Hier is eveneens enige spoed op zijn plaats, gelet
op de ook hier geldende demografische ontwikkeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Meijer</nadruk> (VVD) maakt duidelijk de vele
berichten en gegevens uit de Indische gemeenschap zeer op prijs te stellen,
daar deze duidelijk geholpen hebben bij het maken van de uiteindelijke afweging.</al>
      <al>Zesenvijftig jaar na het einde van de verschrikkingen in en buiten de
kampen in Nederlands-Indië zal ruim 350 mln. gulden worden verdeeld over
de Indische gemeenschap, als tegemoetkoming voor de kille en afstandelijke
behandeling door de verschillende regeringen na de Tweede Wereldoorlog. Mevrouw
Meijer stemt hiermee in. Veel Indische Nederlanders namen destijds verzwakt,
berooid en bedreigd, noodgedwongen afscheid van Nederlands-Indië. In
Nederland vonden de repatrianten en emigranten geen troost of begrip in een
samenleving die alle aandacht vestigde op de wederopbouw. Opeenvolgende
naoorlogse regeringen hebben vervolgens bij de gehele groep Indische Nederlanders
een nog immer actuele, fundamentele frustratie opgeroepen over onmacht, onrecht
en leegte. Dit onverdraagbare verdriet, het gevoel te kort te zijn gedaan
door de Nederlandse overheid, valt natuurlijk niet weg te nemen of te restitueren
met het door de regering overeengekomen gebaar.</al>
      <al>Mevrouw Meijer heeft kennisgenomen van de brief van 12 december 2000 van
de minister van VWS. Kan de regering toelichten wat verstaan wordt onder «rechtsherstel»
en «gebaar»? De bereidheid van de regering om tot een grondig
historisch onderzoek naar het rechtsherstel te komen is verheugend. Wat is
echter de betekenis van dit onderzoek? Komt het rapport Aspecten van rechtsherstel,
van het Indisch platform, daarbij ter sprake? Kan het onderzoek ook financiële
consequenties hebben? De minister schrijft dat naast het collectieve gebaar
van 350 mln. gulden individuele claims mogelijk blijven. Enige toelichting
is hierbij vereist, opdat hierover duidelijkheid ontstaat binnen de Indische
gemeenschap. Wat is bijvoorbeeld de positie van Indische Nederlanders die
buiten Nederland verblijven? Meer in het algemeen moet helderheid worden geboden
inzake de organisatorische afhandeling. Waar kunnen claimanten terecht die
het niet eens zijn met de afwikkeling van hun claim?</al>
      <al>Mevrouw Meijer roept de Indische gemeenschap op om voortvarend en in het
belang van die gemeenschap tot een voor iedereen aanvaardbare afronding van
dit lastige dossier te komen. Hoe groot de frustraties ook zijn, er moet nu
het nog kan, snel en effectief recht worden gedaan aan wie het toekomt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Giskes</nadruk> (D66) vindt het treurig dat
ruim vijftig jaar na dato nog steeds over dit onderwerp gesproken moet worden.
Daarbij past alleen een vorm van gêne. Ook het parlement immers heeft
in de jaren na de oorlog te weinig oog gehad voor de positie van Indische
Nederlanders. De brief van 12 december brengt echter een heel goede oplossing
nabij, waarbij het vervolgens vooral op de uitvoering aankomt.</al>
      <al>Bij de door de regering gekozen aanpak inzake de Indische gemeenschap
lopen de thema's gebaar en rechtsherstel enigszins door elkaar. Dit komt vooral
omdat de verschillende groepen oorlogsgetroffenen in dit verband niet goed
te vergelijken zijn. Bij de joodse gemeenschap is er sprake van een vrij nauwkeurige
berekening inzake het rechtsherstel. Bij de Sinti en de Roma is er uitsluitend
sprake van een financieel gebaar. Bij de Indische gemeenschap moet vastgesteld
worden, gegeven de huidige kennis, dat deze zaken door elkaar lopen. Primair
lijkt het te gaan om een gebaar, ook hangende het te komen breed historische
onderzoek. Dat onderzoek moet het hele verhaal vertellen, in geschiedkundige
zin en inzake het (financiële) rechtsherstel van de verschillende groepen
die in dit verband onder de noemer van de Indische gemeenschap vallen. Veel
van de betrokkenen waren lange of korte tijd weg uit Nederland of waren er
nog nooit geweest. Ook daarom zal hun terugkeer in de Nederlandse samenleving
anders zijn geweest dan bij de andere gemeenschappen. Meer in het algemeen
moet overigens bedacht worden dat het vrijwel onmogelijk is, na zoveel tijd
de lucht definitief te klaren.</al>
      <al>Mevrouw Giskes acht de 350 mln. gulden, waarop het overleg tussen de regering
en het Indisch platform uit is gekomen, aanvaardbaar. Het is goed om vast
te stellen dat er een vorm van overeenstemming is gevonden en dat er een gevoel
van tevredenheid bestaat bij de vertegenwoordigers van de Indische gemeenschap.
Het onderscheid tussen binnenkampers en buitenkampers is dan ook vervallen
en bovendien is er nu sprake van een individuele uitkering. Vervolgens is
van belang dat er ook snel overgegaan kan worden tot het verstrekking van
de uitkeringen. De overheid heeft op dit vlak immers reeds enige ervaring
opgedaan met de joodse gemeenschap. </al>
      <al>De 350 mln. gulden aan individuele uitkeringen lijkt bestemd te zijn voor
mensen die in de periode 1941–1945 aan dan lijve de oorlogstijd hebben
meegemaakt in Indonesië. Kan de minister dit bevestigen? Als vervolg
op het technische onderzoek naar individuele claims zal er ten dele verder
onderzoek plaatsvinden naar rechtsherstel binnen het breed historisch onderzoek.
Als de uitkomsten hiervan bekend zijn, zullen die naast het bedrag van 350
mln. gulden gelegd moeten worden, opdat het allerlaatste woord over dit dossier
gesproken kan worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Haan</nadruk> (CDA) is van mening dat de
Kamer een zo groot mogelijke vorm van eendrachtigheid moet betonen bij deze
zaak. Een dergelijk indrukwekkend onderwerp behoeft immers een indrukwekkend
optreden. Daarbij moet in het oog worden gehouden dat uiteindelijk geen volstrekte
tevredenheid zal kunnen worden bereikt over de hoogte of de interpretatie
van het bedrag. In alle plezierige en vaak emotionele contacten met de Indische
gemeenschap is immers nooit een eenduidige oplossing naar voren gekomen. De
kern van de zaak lijkt daarbij de vraag of er nu sprake is van rechtsherstel
of van een gebaar. Daarbij ligt ook het onderscheid tussen de oorlogsperiode
en het naoorlogse rechtsherstel gevoelig. Toch is het algemeen gevoelen dat
er een punt achter de zaak gezet moet worden, ook als het gaat om het vraagstuk
van de representativiteit van het Indisch platform.</al>
      <al>Het bedrag van 350 mln. gulden moet «for the time being» worden
geaccepteerd. In dit verband moet de functie van het breed historisch onderzoek
door de regering duidelijk worden gemaakt. Een objectieve historische studie
kan tot herkenning en erkenning leiden van de problemen van de Indische landgenoten.
Wat echter als de resultaten laten zien dat de Nederlandse Staat op geld van
de Indische gemeenschap zit? Hoe zal vervolg worden gegeven aan een dergelijke
conclusie, ook in relatie tot het bedrag van 350 mln. gulden? De regering
zal dan toch (opnieuw) tot een vergoeding over moeten gaan?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van Dijke</nadruk> (RPF/GPV) heeft een gevoel
van gêne als het gaat om de duur van de afwikkeling van de problematiek
van de Indische tegoeden. Het betekent immers onder meer dat vooral de naoorlogse
generatie het woord over dit dossier moet voeren. Daarbij kan onmogelijk hetzelfde
gevoel of dezelfde emotie worden opgeroepen als die bij de betrokkenen leven
over de buitengewoon trieste en treurige gebeurtenissen. Wie zijn ogen sluit
voor het verleden, gaat echter de toekomst blind tegemoet. Het breed historische
onderzoek wordt dan ook zeer gewaardeerd, ook al zijn de financiële consequenties
vooralsnog onduidelijk. Het is belangrijk dat de regering erkent dat de overheid
steken heeft laten vallen in het verleden. In dat verband is het wat wonderlijk
dat in de brief van 12 december sprake is van «vermoedelijke tekortkomingen».
Is er soms ook sprake van «vermoedelijk rechtsherstel»?</al>
      <al>Het is belangrijk dat niet getracht wordt het leed van verschillende groeperingen
met elkaar te vergelijken. Bovendien moet voorkomen worden dat mensen zich
ongelijk behandeld voelen, zeker bij deze gevoelige kwestie. Het verleden
van de Indische gemeenschap is goeddeels niet gedocumenteerd. Uit diezelfde
gemeenschap is echter recentelijk door diverse mensen naar voren gebracht
dat lang niet alle voor de hand liggende bronnen zijn aangeboord. Heeft de
regering een maximale inspanning gepleegd om de beschikbare feiten boven water
te krijgen? De heer Van Dijke sluit zich overigens aan bij de woorden van
de heer Middel over de kwestie van de representativiteit van het Indisch platform.</al>
      <al>Het is de heer Van Dijke nog niet geheel duidelijk wie voor een uitkering
in aanmerking komt. Hoe staat het bijvoorbeeld met de mensen, die na de oorlog
zijn geëmigreerd? Vallen zij buiten de reikwijdte van deze regeling?
Meer in het algemeen zou het buitengewoon betreurenswaardig zijn als bij de
afwikkeling van een en ander zaken een rol gaan spelen die de waardigheid
in het geding brengen. De oproep van mevrouw Meijer in dezen wordt dan ook
door hem onderschreven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van der Staaij</nadruk> (SGP) merkt op dat
bij rechtsherstel in het algemeen en bij de Indische tegoeden in het bijzonder
drie trefwoorden van groot belang zijn: voortvarendheid, zorgvuldigheid en
consensusgericht. Gelet op zowel de tijd dat de gebeurtenissen speelden als
de hoge leeftijd van betrokkenen is voortvarendheid van groot belang. Zorgvuldigheid
en consensusgericht zijn eveneens belangrijk, bijvoorbeeld gelet op veelal
ontbrekende gegevens. De bijzondere gevoeligheid van het gebaar, de erkenning
en de tegemoetkoming van de overigens zeer gevarieerde Indische gemeenschap
maken duidelijk dat het niet kan gaan om een zakelijk debat. Er moet tegemoetgekomen
worden aan de ervaren kilheid, het formalisme en de bureaucratie, het onbegrip
en de slechte ontvangst van de Indische burgeroorlogsslachtoffers in naoorlogs
Nederland. De vele brieven uit de Indische gemeenschap laten immers zien hoe
diep de verbittering is.</al>
      <al>De in de stukken gebruikte term «gebaar» is weinig gelukkig,
omdat deze te veel de sfeer van onverplichte vrijgevigheid uitademt. De term
«tegemoetkoming» doet meer recht aan de gevoelens die bij de betrokkenen
leven, aangezien het om morele aanspraken gaat. Dat maakt overigens een waardering
van de hoogte van het bedrag heel moeilijk. Er lijkt echter zo veel als mogelijk
overeenstemming te zijn bereikt over een bedrag dat, ondanks alle kritiek,
aan het doel beantwoord. Met het bedrag van 350 mln. gulden plus 35 mln. gulden
voor collectieve doeleinden lijkt een balans bereikt, ook aangezien er nu
sprake is van individuele uitkeringen. Gaat bij de invulling van de bedragen
de afbakening van de doelgroep nog problemen opleveren? In het verleden is
immers gesignaleerd dat hier sprake zou zijn van een complicatie. Hoe verhoudt
daarnaast het publiekrechtelijke kader zich met de aangeboden behulpzaamheid
van de regering bij het opstellen en uitvoeren van een uitkeringsreglement?</al>
      <al>De heer Van der Staaij onderschrijft van harte de stelling van de regering
dat voor rechthebbenden de mogelijkheid van individuele claims overeind blijft.
Uit coulanceoverwegingen zal daarbij worden afgezien van een beroep op louter
verjaring. De regering gaat voor het onderzoek naar individuele claims proberen,
toegang tot relevante buitenlandse archieven te krijgen. In hoeverre zal een
dergelijke poging vrucht kunnen hebben?</al>
      <al>Het belang van een breed historisch onderzoek wordt door de heer Van der
Staaij onderschreven. De witte vlekken moeten worden ingevuld, opdat er zo
veel mogelijk helderheid kan worden gebracht. Staat de door de regering bepleitte
breedheid overigens niet de ook gewilde snelheid van het onderzoek in de weg?
Wanneer is dit historisch onderzoek afgerond? Volgens de brief van 12 december
spelen bij het onderzoek ook de morele aspecten een rol. Dit kan suggereren
dat de discussie over de morele aanspraken en de hoogte van het totaalbedrag
heropend kan worden. Dat is toch niet de bedoeling? Bij de Indische gemeenschap
zijn op dit vlak toch geen verwachtingen gewekt?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Vendrik</nadruk> (GroenLinks) wijst erop dat
een gevoel van schaamte past bij de constatering dat vorige politieke generaties
in het parlement de zaak niet eerder tot klaarheid hebben kunnen brengen.
De algemene lijn van de regering bij de joodse tegoeden, het zoeken naar bewijzen
voor het kille en incomplete rechtsherstel na de Tweede Wereldoorlog, is doorgetrokken
naar de Indische tegoeden. Eenzelfde benadering hoeft echter niet tot dezelfde
uitkomsten te leiden, omdat de aard van de geschiedenis van de joodse en de
Indische Nederlanders geheel verschillend is. Al met al is het een wellicht
onbeholpen maar gerechtvaardigde en belangrijke poging om voor de door Indische
Nederlanders opgedane trieste ervaringen, veroorzaakt door Nederlands handelen,
verantwoordelijkheid te (her)nemen. </al>
      <al>Het is goed dat het kabinet heeft besloten om in plaats van 250 mln. gulden
voor collectieve doelen, 350 mln. gulden te reserveren voor individuele uitkeringen.
Een en ander kan dan ook op steun van de Indische gemeenschap rekenen. Een
belangrijke vraag daarbij is of met enige zekerheid op objectieve wijze vast
te stellen valt wie precies tot de kring van gerechtigden behoort. Deze delicate
kwestie speelde ook bij de joodse tegoeden, met name inzake de halfjoden.
Meer in het algemeen past hierbij de stelling dat het beter is, een uitkering
te veel te verstrekken dan een uitkering ten onrechte te onthouden. De brief
van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport spreekt over nader overleg
met het Indisch platform over de kring van gerechtigden. Daarbij moet met
enige «zachtheid» worden geopereerd, om te voorkomen dat mensen
(weer) een gesloten loket vinden.</al>
      <al>De heer Vendrik vraagt zich af wat het bedrag van 350 mln. gulden betekent.
Is het een gebaar of een tegemoetkoming en wat is de relatie met het rechtsherstel
dat voor sommige Indische Nederlanders zo slecht is uitgepakt? Het is daarnaast
in dit verband enigszins onduidelijk wat het breed historische onderzoek,
dat er zeker moet komen, behelst. Er moet een poging worden gedaan om zo breed
mogelijk boven water te halen wat de Indische Nederlanders is overkomen. De
kardinale vraag daarbij is welke consequenties de regering vervolgens uit
de conclusies van dat onderzoek zal trekken ten aanzien van het rechtsherstel.
Het collectieve gebaar van 350 mln. gulden aan individuele uitkeringen kan
immers gezien worden als een poging tot tegemoetkoming in het kader van een
onvolkomen rechtsherstel. Daarnaast moet de overheid echter de vraag open
laten hoe men zal reageren op de uitkomsten van het onderzoek, aangezien die
onbekend zijn. Dit betekent dat er op geen enkele wijze verwachtingen kunnen
worden gewekt, al kan niet uitgesloten worden dat het onderzoek het bedrag
van 350 mln. gulden ter discussie stelt. Deze opstelling is het meest rechtvaardig
ten opzichte van de Indische gemeenschap. Hoe waardeert het kabinet deze opstelling?</al>
      <al>Het is niet aan het parlement om te oordelen over de representativiteit
van het Indisch platform. Dat neemt niet weg dat het Indisch platform en de
regering zich rekenschap moeten geven van de vragen die hieromtrent leven.
Dit kan iets betekenen voor de wijze van werken in de komende tijd, bijvoorbeeld
transparantie bij de toekenning en besteding van gelden. Een dergelijke opstelling
zou zeer te waarderen zijn. De vereniging Oud-cliëntencontact 45 maakt
er overigens gewag van geen plaats te krijgen in het Indisch platform. Kan
de minister iets betekenen voor deze groep?</al>
      <al>De heer Vendrik verwacht nadere voorstellen over de invulling van de 35
mln. gulden aan collectieve doeleinden. Bij de samenstelling van de Indische
gemeenschap is er sprake van een enorme pluriformiteit en diversiteit in ervaringen
en posities. Deze pluriformiteit moet dan ook tot uitdrukking komen bij de
besteding van deze gelden.</al>
      <tuskop letat="vet">Antwoord van de regering</tuskop>
      <al>De <nadruk type="vet">minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport</nadruk>
deelt de trieste gevoelens over het late moment waarop de overheid probeert
te reageren op gevoelens die reeds sinds augustus 1945 leven bij de Indische
gemeenschap. De betrokken groep Nederlanders heeft verschrikkelijke dingen
meegemaakt vanaf december 1941. Het leed van deze landgenoten is op geen enkele
manier te vergoeden. Hier past slechts blijvend begrip en medeleven.</al>
      <al>Gedurende een vrij lange periode is overleg gepleegd over de invulling
door de regering van de tekortkomingen in het rechtsherstel. De aanvankelijk
gekozen oplossing van een collectief gebaar van 250 mln. gulden heeft een
stroom van reacties veroorzaakt. Vervolgens is opnieuw overleg gevoerd, waarbij
de inmiddels bekende oplossing is gekozen. Bij dat vaak plezierige
en soms emotionele overleg heeft het Indisch platform zich ook steeds het
lot aangetrokken van de Indische Nederlanders die geen lid zijn van een van
de achttien clubs van het platform. Het bedrag van 35 mln. gulden voor collectieve
doeleinden gaat overigens gepaard met een verzoek om projecten en ideeën
in te dienen. Het net zal daarbij zo wijd mogelijk uitgegooid worden, zodat
ook voorstellen van buiten het Indisch platform gehonoreerd kunnen worden.</al>
      <al>De minister antwoordt dat met het bedrag van 350 mln. gulden het collectieve
gebaar is afgesloten. Het breed historisch onderzoek is vooral nodig omdat
er veel witte vlekken bestaan. De historische documentatie over de bezettingsperiode
en de periode daarna moet dan ook worden aangevuld om de ontwikkelingen te
reconstrueren. Het Indisch platform heeft uitdrukkelijk gevraagd om de notitie
van oktober 2000, Aspecten van rechtsherstel, mee te nemen bij dit onderzoek.
Een aanvullend onderzoek naar het rechtsherstel zal dan ook een herkenbaar
onderdeel gaan vormen van het breed historisch onderzoek.</al>
      <al>De commissie-Van Galen en de technische commissie haalbaarheidsonderzoek
hebben beide moeten vaststellen dat er teleurstellend weinig archiefmateriaal
beschikbaar is. Na grondige bestudering van een en ander is het de overtuiging
van de regering dat het breed historisch onderzoek weinig nieuwe aanknopingspunten,
inzichten, feiten of claims zal opleveren inzake het rechtsherstel. Er is
een maximale inspanning gepleegd om de feiten te achterhalen. De kans dat
de Nederlandse regering «op Indisch geld zit» is dan ook minimaal
oftewel vrijwel uitgesloten. Wel kunnen wellicht mensen met de conclusies
van het onderzoek een individuele claim ondersteunen. Er is ook in dit verband
contact met de Indonesische regering over het raadplegen van haar archieven.
Honorering van een dergelijk verzoek is onzeker, ook al is duidelijk gemaakt
dat het niet in de bedoeling ligt om claims bij de Indonesische regering neer
te leggen. Als de resultaten van het onderzoek bekend zijn, zal de regering
zich daarin verdiepen en vervolgens geen discussie uit de weg gaan. Het collectieve
gebaar is echter gemaakt met het bedrag van 350 mln. gulden. De minister antwoordde
desgevraagd dat het naar de stellige overtuiging van de regering hierbij zal
blijven. Het indienen van individuele claims blijft overigens te allen tijde
mogelijk, ook als de betrokken mensen in het buitenland wonen. De claim op
wat men in financieel-materiële zin te kort is gekomen, heeft immers
geen verband met de huidige woonplaats.</al>
      <al>De minister erkent dat er sprake blijft van een discrepantie bij de interpretatie
van het totaalbedrag van 385 mln. gulden. Is het een gebaar of een tegemoetkoming
in het rechtsherstel of voor de kille ontvangst? De Indische gemeenschap wil
het graag zien als een gebaar op grond van de kille ontvangst. De regering
ziet het als een poging tot verzachting van de ervaringen bij het toenmalige,
gebrekkige rechtsherstel. In de brief is sprake van «vermoedelijke»
tekortkomingen. Aangezien er weinig harde feiten over het rechtsherstel zijn
en er geen volledig beeld beschikbaar is, gebiedt de zuiverheid een dergelijke
formulering. Naar de overtuiging van de minister is er echter sprake van «waarschijnlijke»
tekortkomingen. Juist de correct-formalistische en bureaucratische opstelling
van destijds, ook inzake de valutakwestie, wil de overheid daarom alsnog pogen
te verzachten. Meer in het algemeen past de term «tegemoetkoming»
daarbij wellicht beter dan de term «gebaar».</al>
      <al>Het Indisch platform is uitgenodigd om een voorstel te doen over de afbakening
van de doelgroep inzake de individuele uitkeringen. Het bedrag zal ten goede
moeten komen aan alle Nederlanders die tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië
verbleven of elders (onvrijwillig) geïnterneerd of tewerkgesteld waren
door de Japanse bezetter. Inmiddels is een ambtelijke werkgroep, onder voorzitterschap
van mevrouw Van Heemskerk, belast met de voorbereiding van de uitvoering.
Die zal ook de uitkeringcriteria nader uitwerken. Aan het NIDI (Nederlands
interdisciplinair demografisch instituut) is bovendien gevraagd de doelgroep
zo goed mogelijk te omschrijven. Bij die doelgroep horen ook mensen
die zijn geëmigreerd. De werkgroep is kwartiermaker voor de in te stellen
stichting die, geheel analoog aan die voor de joodse tegoeden, in twee ronden
zal zorgdragen voor de afwikkeling en beoordeling van de uitkeringen. Met
het oog op de hoge leeftijd van de betrokkenen zullen de eerste bedragen nog
dit jaar worden verstrekt. Het ministerie van VWS blijft overigens te allen
tijde beschikbaar om, ook als de organisatie reeds werkzaam is, de stichting
met raad en daad bij te staan. De verdeling van de gelden is echter een zaak
van de stichting zelf. De Kamer zal te zijner tijd in kennis worden gesteld
van de uiteindelijke doelgroepdefinitie en de voortgang in het algemeen.</al>
      <al>De minister legt uit dat de Kamer tevens nader op de hoogte zal worden
gesteld van de besteding van het bedrag van 35 mln. gulden voor collectieve
doelen. De zaak van het Indisch huis wordt daarbij in principe op de eigen
merites bekeken. Uiteindelijk gaat het echter om de wensen van de Indische
gemeenschap.</al>
      <al>Met de homoseksuele gemeenschap is overigens zeer recent overeenstemming
bereikt over het beschikbaar stellen van 3,5 mln. gulden voor aanvullend onderzoek
en het toegankelijk maken van de resultaten daarvan. Een oproep van de SBO
inzake de kinderen van Jehova's getuigen heeft slechts drie reacties opgeleverd.
Deze drie mensen zijn uitgenodigd voor een gesprek. De reizigers, de woonwagenbewoners,
kennen geen organisatie die als gesprekspartner te gebruiken is. Inmiddels
is SBO bezig om middels een meldpunt de relevante gegevens te verzamelen.
Nog dit jaar zal daarover een rapport aan de Kamer worden toegestuurd.</al>
      <al>Bij de ex-dwangarbeiders is er sprake van een teleurstellende ontwikkeling
rond het in Duitsland opgerichte fonds. Veel bedrijven hebben nog niet gestort.
Ook Oostenrijk kent een fonds, waarvoor overigens SBO de aanvraagbegeleiding
mag verzorgen. Op korte termijn wordt de landelijke aanvraagprocedure bekend
gemaakt. De regering wil daarnaast trachten iets te doen voor deze mensen
via het WUBO-traject (Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945).
De Pensioen enuitkeringsraad (PUR) heeft hierop besloten met een pilot te
starten voor 1% van de bij SBO-geregistreerde ex-dwangarbeiders, zodat gepeild
kan worden hoeveel interesse er is en hoeveel mensen hiervoor in aanmerking
komen.</al>
      <al>Over de kwestie van de pensioenen vallen, in afwezigheid van de staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, geen nieuwe feiten te melden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister van Financiën</nadruk> geeft aan dat
met rechtsherstel niet wordt gedoeld op een vergoeding van de schade die tijdens
de oorlog is geleden. Het gaat om de inzet van de overheid om getraceerde
goederen bij de rechthebbende terug te brengen. Door erop te wijzen dat Nederland
de oorlog aan Japan verklaarde, wordt soms getracht uit te komen op een soort
integrale schadevergoeding. Koningin Wilhelmina zou immers in een radio-oproep
hebben gesteld dat er sprake zou zijn van compensatie van geleden oorlogsschade.
Het is echter onmogelijk om iedere individuele schade als gevolg van verschillende
oorlogshandelingen te vergoeden.</al>
      <al>Bij het rechtsherstel zijn ongetwijfeld fouten gemaakt. De kernvraag daarbij
is of de Nederlandse overheid op Indisch geld zit. Het bedrag van 350 mln.
gulden is een tegemoetkoming voor juist het vermoeden dat het rechtsherstel,
ook wat betreft de Nederlandse staat, niet helemaal perfect is verlopen. Het
is immers naar de stellige overtuiging van de regering onmogelijk te achterhalen
welke fouten zijn gemaakt en welke bedragen daarmee waren gemoeid. Dat laat
de mogelijkheid van een individuele claim onverlet, ook al is er sprake van
verjaring. Daarbij kan het breed historisch onderzoek wellicht aanknopingspunten
bieden. </al>
      <al>De afwikkeling van de joodse tegoeden verloopt voorspoedig. Inmiddels
worden reeds bedragen uitgekeerd. Hopelijk is er snel sprake van een uitkeringsreglement
inzake de Indische tegoeden. Daarbij kan men zijn voordeel doen met de reeds
opgedane ervaringen. Er zal dan ook in dit geval sprake zijn van de tweerondenmethode,
zodat de 350 mln. gulden geheel individueel uitgekeerd zal worden.</al>
      <tuskop letat="vet">Nadere gedachtewisseling</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Middel</nadruk> (PvdA) vindt het van belang
dat de uiteindelijke uitvoering van de regeling inzake de Indische tegoeden
niet wordt opgehouden door eventuele discussies. Mede gezien de kritische
geluiden over representativiteit uit de Indische gemeenschap, is een beroep
op de regering gepast om met extra attentie zorg te dragen voor een goede
organisatie van de uitvoering. De toenmalige minister-president heeft de Indische
gemeenschap immers in 1991 opgeroepen zich te organiseren tot een gesprekspartner
voor de regering.</al>
      <al>Het onderzoek naar de afbakening van de doelgroep is wat wonderlijk, gelet
op de praktijk bij de joodse tegoeden en de uitvoering van met name de WUBO.
De huidige woonplaats of nationaliteit van een oorlogsgetroffene maakt toch
niets uit? De pilot inzake ex-dwangarbeiders is een aardig initiatief, maar
ook hier is enige snelheid geboden met het oog op de hoge leeftijd van de
betrokkenen.</al>
      <al>De heer Middel vindt dat de overheid de schijn moet vermijden dat mensen
aan het lijntje worden gehouden. Het breed historisch onderzoek kan aanleiding
geven tot ondersteuning van individuele claims, die immers overeind blijven.
Het moet echter duidelijk zijn dat er geen behoefte bestaat om in een later
verband op het collectieve bedrag, 385 mln. gulden, terug te komen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Meijer</nadruk> (VVD) heeft eveneens geen behoefte
om op het totaalbedrag van 385 mln. gulden terug te komen. De vraag waar mensen
terecht kunnen die het niet eens zijn met de afwikkeling van hun claim is
onbeantwoord gebleven.</al>
      <al>De wijze van afwikkeling van de joodse tegoeden is, na alle verwikkelingen,
buitengewoon goed en plezierig te noemen. De regering moet dan ook toezeggen,
vooral behulpzaam en inlevend te zullen opereren bij de organisatie van de
afwikkeling van de Indische tegoeden. De Indische gemeenschap op haar beurt
moet de strijdbijl begraven, zodat een snelle en goede afwikkeling binnen
bereik komt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Giskes</nadruk> (D66) constateert dat de ergernis
over het naoorlogse rechtsherstel en de onvrede en frustratie over de kille
ontvangst elkaar hebben versterkt. Erkenning hiervan leidt dan ook tot het
in elkaar grijpen van de termen gebaar en rechtsherstel. Daarbij moet geen
onderscheid worden gemaakt tussen mensen die wel en mensen die niet in Nederland
zijn gebleven. Wellicht hebben immers veel mensen Nederland juist verlaten
omdat de ontvangst zo kil was.</al>
      <al>De stellige overtuiging van de regering over een deel van de conclusies
van het breed historisch onderzoek staat haaks op het idee van onderzoek op
zichzelf. Bij een dergelijke overtuiging kan men het onderzoek immers beter
laten. Is het niet beter te spreken van «verwachting» in plaats
van «overtuiging»? Er kan immers niet uitgesloten worden dat er
als gevolg van het onderzoek enigerlei claims naar voren komen die niet tot
uitdrukking zijn gebracht in het bedrag van 350 mln. gulden.</al>
      <al>Mevrouw Giskes vindt het verheugend en bovendien wezenlijk voor de voortgang
van het uitkeringsproces dat er een onafhankelijk voorzitter is gevonden voor
de werkgroep. Kan de Kamer te zijner tijd kennisnemen van het uitkeringsreglement? </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Haan</nadruk> (CDA) heeft lof voor de stijl
waarmee de regering in de afgelopen periode heeft gehandeld. Mede met het
oog daarop moet het debat een duidelijke afsluiting vinden.</al>
      <al>Het bedrag van 350 mln. gulden is een collectieve tegemoetkoming die individueel
wordt uitgekeerd. Het ligt niet in de bedoeling daarop terug te komen. Uit
het breed historisch onderzoek, dat vooral de documenten moet ordenen en de
gebeurtenissen moet boekstaven, kan echter blijken dat voor bepaalde groepen
of individuen het rechtsherstel nog moet plaatsvinden.</al>
      <al>De heer De Haan vindt het belangrijk dat de afwikkeling van een en ander
goed wordt georganiseerd. Daarbij kan men de vruchten plukken van de ervaringen
en specifieke kennis die zijn opgedaan inzake de joodse tegoeden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van Dijke</nadruk> (RPF/GPV) memoreert dat
onduidelijk is gebleven hoe te oordelen over de gevolgtrekkingen van het historisch
onderzoek. Het accent bij dat onderzoek moet niet liggen op een verdere precisering
van genoegdoening of rechtsherstel. Dat zou een veel te smalle betekenis aan
dit op zichzelf te waarderen onderzoek geven. Men moet het laten bij het bedrag
van 350 mln. gulden, individuele claims uitgezonderd.</al>
      <al>Hoe is de regering overigens van zins om de verschillende rechthebbenden,
bijvoorbeeld zij die verblijven of wonen in het buitenland, te traceren? Worden
er pogingen gedaan om deze mensen te bereiken en zo ja, in welke vorm?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van der Staaij</nadruk> (SGP) stelt vast dat
de materiële en de immateriële aspecten van de tegemoetkoming, ook
gezien de wijze van rechtsherstel, moeilijk te scheiden zijn.</al>
      <al>De vraag wanneer de eerste resultaten van het breed historisch onderzoek
worden verwacht, is onbeantwoord gebleven. Dat onderzoek moet overigens niet
als doel hebben om het bedrag van 385 mln. gulden ter discussie te stellen.
Het kan echter dienstbaar zijn aan individuele claims.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Vendrik</nadruk> (GroenLinks) vindt dat bij
het toekennen van uitkeringen souplesse, snelheid en ruimhartigheid moeten
worden betracht.</al>
      <al>Kan de minister toezeggen zich sterk te zullen maken voor de zaak van
de representativiteit van het Indisch platform, ook in verband met de positie
van het Oud-cliëntencontact '45? Alle initiatieven uit de Indische gemeenschap
moeten immers een plek onder de zon krijgen.</al>
      <al>De heer Vendrik begrijpt van de regering dat de kans dat het breed historisch
onderzoek nieuwe feiten oplevert, die het bedrag van 385 mln. gulden opnieuw
ter discussie stellen, vrijwel nihil is. Het enige dat hier rest, is de resultaten
van het onderzoek af te wachten. Er moet overigens niet vooral of alleen gekeken
worden naar de witte vlekken in het rechtsherstel. Deze onderzoeksvragen moeten
echter ook niet naar de rand van het onderzoek worden geduwd. Afhankelijk
van de conclusies zal er wellicht een debat dienen te ontstaan over het voorliggende
akkoord.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport</nadruk>
heeft breed uitgesproken steun gehoord voor de conclusie dat het bedrag van
385 mln. gulden het laatste woord is inzake het collectieve gebaar. Op dit
vlak mogen er dan ook geen valse verwachtingen worden gewekt.</al>
      <al>De hoofddoelstelling van het breed historisch onderzoek is de witte vlekken
in de geschiedschrijving op te sporen. Het vele materiaal moet zodanig geordend
worden dat de Nederlandse geschiedschrijving een goed hoofdstuk zal bevatten
over deze verschrikkelijke periode. Aan het Indisch platform is toegezegd
de notitie Aspecten van rechtsherstel bij het onderzoek te zullen betrekken.
Naar schatting van de onderzoekers zal het totale onderzoek vier jaar in beslag
nemen. Het is echter goed mogelijk dat bepaalde delen van het onderzoek, naar
tijd of thema, eerder worden gepubliceerd. De regering stelt
daarbij niet reeds te weten wat de resultaten van het onderzoek zullen zijn.</al>
      <al>De minister legt uit dat is overeengekomen dat het bedrag van 350 mln.
gulden ten goede moet komen aan toenmalige Nederlanders die tijdens de Japanse
bezetting in het voormalig Nederlands-Indië verbleven of in opdracht
van de bezetter onvrijwillig elders geïnterneerd of tewerkgesteld waren.
De Kamer zal, nadat het NIDI een en ander heeft bekeken, op korte termijn
een doelgroepdefinitie ontvangen. Nog dit jaar moet immers begonnen worden
met het verstrekken van de uitkeringen.</al>
      <al>De regering zal ook meer in het algemeen betrokken en behulpzaam blijven
bij de organisatie. De inzet is daarbij gericht op het zo snel mogelijk oprichten
van een stichting. De beslissingen van deze stichting staan open voor beroep
en bezwaar, analoog aan de stichting voor de joodse tegoeden. De landsadvocaat
is overigens reeds bezig met het ontwerpen van statuten voor de stichting
en van een uitkeringsreglement. De Kamer zal ook deze beide regelingen toegezonden
krijgen. De minister zegt toe actief betrokken en inlevend te zullen blijven,
ook om eventuele rimpeltjes bij de afwikkeling zo snel mogelijk glad te strijken.</al>
      <al>De minister maakt duidelijk dat bij de besteding van de 35 mln. gulden
voor collectieve doelen alle ideeën en voorstellen van de Indische gemeenschap
welkom zijn. Hierbij wordt vooral gedacht aan projecten in de sfeer van educatie,
welzijn en cultuur. De inspanningen zijn momenteel overigens vooral gericht
op het tot stand brengen van de individuele uitkeringen.</al>
      <al>Het traceren van de mensen uit de doelgroep zal op eenzelfde wijze plaatsvinden
als bij de joodse groepering. Door middel van advertenties in binnen- en buitenlandse
kranten, netwerken en ambassades zal ook de kleine groep mensen die zich buiten
Nederland bevinden bijvoorbeeld in Amerika in de gelegenheid worden gesteld
om te reageren.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,</functie>
        <naam>Van Gijzel</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn
en Sport,</functie>
        <naam>Essers</naam>
        <functie>De griffier van de vaste commissie voor Financiën,</functie>
        <naam>Janssen</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Schutte (RPF/GPV), Reitsma (CDA), Witteveen-Hevinga
(PvdA), Rosenmöller (GroenLinks), Van Gijzel (PvdA), voorzitter, Voûte-Droste
(VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Giskes (D66), Kamp (VVD), Marijnissen (SP),
Crone (PvdA), Van Dijke (RPF/GPV), Bakker (D66), De Vries (VVD), Hofstra (VVD),
De Haan (CDA), ondervoorzitter, Stroeken (CDA), Van Beek (VVD), Balkenende
(CDA), Vendrik (GroenLinks), Remak (VVD), Wijn (CDA), Kuijper (PvdA), Dijsselbloem
(PvdA), Bolhuis (PvdA).</al>
    <al>Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Verburg (CDA), Koenders (PvdA), Harrewijn
(GroenLinks), Duijkers (PvdA), Balemans (VVD), Van Oven (PvdA), Schimmel (D66),
Patijn (VVD), De Wit (SP), Hoekema (D66), Van Walsem (D66), Wilders (VVD),
Blok (VVD), Dankers (CDA), Hillen (CDA), Weekers (VVD), Rabbae (GroenLinks),
Hessing (VVD), Van den Akker (CDA), Timmermans (PvdA), Hindriks (PvdA), Smits
(PvdA).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Swildens-Rozendaal (PvdA),
ondervoorzitter, Middel (PvdA), Essers (VVD), voorzitter, Oedayraj Singh Varma
(GroenLinks), Dankers (CDA), Oudkerk (PvdA), Rijpstra (VVD), Bakker (D66),
Rouvoet (RPF/GPV), Van Vliet (D66), Van Blerck-Woerdman (VVD), Passtoors (VVD),
Eisses-Timmerman (CDA), Gortzak (PvdA), Hermann (GroenLinks), Buijs (CDA),
Atsma (CDA), Arib (PvdA), Spoelman (PvdA), Kant (SP), E. Meijer (VVD),
Van der Hoek (PvdA), Blok (VVD), Mosterd (CDA).</al>
    <al>Plv. leden: Lambrechts (D66), Rehwinkel (PvdA), Apostolou (PvdA), Örgü
(VVD), Van Gent (GroenLinks), Van de Camp (CDA), Noorman-den Uyl (PvdA), Weekers
(VVD), Ravestein (D66), Schutte (RPF/GPV), Schimmel (D66), Terpstra (VVD),
Udo (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Belinfante (PvdA), Harrewijn (GroenLinks),
Ross-van Dorp (CDA), Th. A. M. Meijer (CDA), Duijkers (PvdA), Smits
(PvdA), Marijnissen (SP), O. P. G. Vos (VVD), Hamer (PvdA), Cherribi
(VVD), Eurlings (CDA).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>