﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="moti">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25180-98/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1998-1999</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="port1.1__2.4" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST32928</ordernr>
    <vergjaar>1998-1999</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>25 180</nummer>
      <naam>Partiële herziening Planologische Kernbeslissing Nationaal Ruimtelijk
Beleid</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>98</nummer>
      <titel>DEEL 3D: KABINETSSTANDPUNT NA VERWERKING VAN DE OP 15 DECEMBER 1998
DOOR DE TWEEDE KAMER AANGENOMEN MOTIES<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref></titel>
      <tuskop letat="vet">1. Inleiding</tuskop>
      <al>In 1993 is de Planologische Kernbeslissing Nationaal Ruimtelijk Beleid
(PKB-NRB) neergelegd in de Vierde nota ruimtelijke ordening Extra (Vinex).
Hierin zijn de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid uitgezet voor de periode
tot 2015.</al>
      <al>In Vinex zijn voor het onderdeel verstedelijking in de hoofdlijnen uitgewerkt
tot concrete maatregelen voor de eerste helft van die periode, de periode
tot het jaar 2005. Op dit deel van de PKB zijn uitvoeringsconvenanten gebaseerd
die door het rijk zijn gesloten met provincies en kaderwetgebieden.</al>
      <al>De partiële herziening van de PKB, waarvan deel 3b nu voor u ligt,
heeft betrekking op de verstedelijking in de periode 2005–2010. De hoofdlijnen
van het beleid blijven daarbij ongewijzigd, maar worden wel op enkele punten
aangevuld. De Nota van Toelichting, behorende bij de PKB, bevat een weergave
van de achtergronden en de overwegingen die tot de aanvullingen hebben geleid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Voor het jaar 2000 zal door het kabinet een Vijfde Nota over de Ruimtelijke
Ordening worden voorbereid. Deze Nota vormt het ruimtelijk kader voor besluiten
over nieuwe grote investeringsprojecten. De gebiedsuitwerkingen die in de
Actualisering Vinex worden aangekondigd, vormen bouwstenen voor de Vijfde
Nota.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In deze PKB-tekst wordt het kabinetsstandpunt ten aanzien van de partiële
herziening beschreven. Daarbij is rekening gehouden met de resultaten van
het bestuurlijk overleg en inspraak naar aanleiding van het ontwerp zoals
die in deel 2, «Reacties op het ontwerp», zijn beschreven.</al>
      <al>Bovendien zijn in deze PKB de resultaten van het overleg met de Tweede
kamer over de Nota Randstad en Groene Hart verwerkt. Deze betreffen zowel
de versterking van het beleid gericht op het Groene Hart als de nadere gebiedsuitwerkingen
van (de verstedelijking op) de Randstadring. In de PKB zijn daartoe respectievelijk
een aanwijzing van het Groene Hart als Nationaal Landschap en een beschrijving
van de rijksuitgangspunten voor de gebiedsuitwerkingen opgenomen. </al>
      <al>Daarnaast is in deze PKB, mede op basis van reacties op het ontwerp, het
bufferzonebeleid nader bijgesteld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij parlementaire goedkeuring van deze partiële herziening zullen
de daarin opgenomen aanvullingen en wijzigingen tezamen met de ongewijzigde
delen uit de vigerende PKB-NRB worden opgenomen in deel 4. Deel 4 zal daarmee
uit de complete, door de herziening aangepaste, PKB-tekst bestaan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierna worden de wijzigingen op de vigerende PKB weergegeven. De vigerende
tekst zelf wordt niet herhaald, maar ter verduidelijking is de context van
de betreffende passage aangegeven. De (gehandhaafde) context is normaal afgedrukt
en <nadruk type="vet">de aanvullingen zijn vet gedrukt</nadruk>. De aanvullingen in de partiële
herziening betreffen: </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="76mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="95mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" nameend="c2" namest="c1" rotate="0" rowsep="1"> Aanvullingen
op de PKB-NRB: </entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">onderwerp</nadruk>
              </entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">
                <nadruk type="cur">plaats
in PKB-NRB</nadruk>
              </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Open ruimten</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Hoofdstuk II. Uitgangspunten
van beleid, 2. Ruimtelijke Hoofdstructuur </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Bundeling</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Hoofdstuk
II. Uitgangspunten van beleid, 2. Ruimtelijke Hoofdstructuur. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Bufferzones</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Hoofdstuk
II. Uitgangspunten van beleid, Ruimtelijke Hoofdstructuur </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Nieuwe
sleutelprojecten</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Hoofdstuk II. Uitgangspunten van beleid, 3. Doorwerking</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Cultuurhistorische waarden</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Hoofdstuk III. Beleidskeuzen voor
de Dagelijkse Leefomgeving </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Recreatieve groenvoorzieningen</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Hoofdstuk
III. Beleidskeuze voor de Dagelijkse Leefomgeving, 1. Stedelijk gebied. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Multimodale
bereikbaarheid van bedrijfsterreinen</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Hoofdstuk III. Beleidskeuzen voor
de Dagelijkse Leefomgeving, 2. Geleiding van de Mobiliteit </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Infrastructuur
Randstad</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Hoofdstuk IV. Beleidskeuzen voor het Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief,
4. Randstad </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Groene Hart</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Hoofdstuk IV. Beleidskeuzen voor
het Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief, 4. Randstad </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Uitgangspunten
gebiedsuitwerkingen</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Hoofdstuk V: Regionale Beleidsuitspraken: 5.3. De
Randstad </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Verstedelijkingsopgave 2005–2010</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Hoofdstuk
V. Regionale Beleidsuitspraken, bij de verschillende landsdelen onder paragraaf
f/g. </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" nameend="c2" namest="c1" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Teksten van de PKB-NRB die vervallen:</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Verstedelijkingsuitspraken na 2005</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Hoofdstuk V. Regionale Beleidsuitspraken,
landsdeel West, paragraaf f.</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>Sommige beslissingen in deze PKB zijn van zodanig gewicht voor de richting
van het ruimtelijk beleid, dat bij wijziging ervan de PKB-procedure moet worden
doorlopen. Deze beslissingen van wezenlijk belang, als bedoeld in art 3. tweede
lid, van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 zijn in een
geel vlak aangegeven. Ook de op de kaarten in de PKB-herziening aangegeven
beleidsinformatie wordt aangemerkt als beslissing van wezenlijk belang.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De rijksoverheid zal bij haar beleid de beslissingen in deze PKB als uitgangspunt
nemen.</al>
      <al>Provincies en gemeenten wordt gevraagd in hun beleid rekening te houden
met de inhoud van deze PKB; het rijk zal de PKB-herziening gebruiken als basis
voor de beoordeling van het beleid van die andere overheden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De aanwijzing van een aantal bufferzones (op de PKB-Bufferzonekaarten)
is een concrete beleidsbeslissing en wordt derhalve aangemerkt als een besluit
in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor het overige
bevat de PKB-herziening naar het oordeel van het kabinet geen besluiten als
bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. </al>
      <tuskop letat="vet">2. Aanvullingen op «II. Uitgangspunten van Beleid»</tuskop>
      <al>In hoofdstuk II.2 Ruimtelijke Hoofdstructuur wordt onder d. de tekst over
de open ruimten aangevuld met de vetgedrukte tekst. Met inbegrip van de vetgedrukte
aanvulling luidt de tekst onder d. als volgt:</al>
      <al>«d. In deze open ruimten geldt een restrictief beleid. Dit betekent
het volgende.</al>
      <al>d. </al>
      <al>1. In de op de Regiokaarten (als «restrictief beleid rijk»)
aangegeven en in Hoofdstuk V omschreven gedeelten van de open ruimten mag
in beginsel geen uitbreiding van ruimtebeslag door verstedelijking plaatsvinden <nadruk type="vet">buiten in streekplannen rond kernen aan te geven bebouwingscontouren.</nadruk></al>
      <al>d. </al>
      <al>2. Voor de overige gebieden binnen de open ruimten vraagt het kabinet
de provinciale besturen in hun streekplannen een zodanige invulling te geven
aan het restrictief beleid dat de toename van het ruimtebeslag in deze gebieden
wordt geconcentreerd op de stadsgewesten en zo nodig op regionale opvangkernen.
Ook deze gebieden zijn (als «restrictief beleid provincie») op
de Regiokaart aangegeven en in Hoofdstuk V omschreven. <nadruk type="vet">De vormgeving
van het «restrictief beleid provincie» is vrij. Als daarvoor anders
dan d.m.v. bebouwingscontouren in streekplannen wordt gekozen, dient deze
op dezelfde wijze als bij de contourbenadering, duidelijk toetsbaar en handhaafbaar
te worden gemotiveerd en vastgelegd.</nadruk></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door middel van deze stringente invulling van het bundelingsbeleid moet
worden gestreefd naar beperking van de aantasting van de ecologische en landschappelijke
waarden, naar vermijding van onnodige mobiliteit en naar versterking van het
stedelijk draagvlak.»</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In hoofdstuk II.2 Ruimtelijke Hoofdstructuur wordt onder f. de tekst van
het derde gedachtenstreepje aangevuld met de vetgedrukte tekst. Met inbegrip
van de vetgedrukte aanvulling luidt de tekst onder f. als volgt:</al>
      <al>«f. Het kabinet streeft naar een zodanige ruimtelijke ontwikkeling
dat de (dagelijkse) functionele relaties op het gebied van wonen, werken en
verzorging zich op de schaal van het stadsgewest kunnen afspelen. Door middel
van bundeling wordt beoogd:</al>
      <al></al>
      <al>– het stedelijk draagvlak te ondersteunen; </al>
      <al>– de groei van de mobiliteit te beperken;</al>
      <al>– woningen, werkgelegenheid en voorzieningen op zodanige afstand
van elkaar te situeren <nadruk type="vet">en met een zodanige inrichting van locaties</nadruk> dat
de bereikbaarheid met fiets en openbaar vervoer optimaal is;</al>
      <al>– verdere verstedelijking van het landelijk gebied te beperken.»</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In hoofdstuk II.2 Ruimtelijke Hoofdstructuur wordt onder i. de tekst over
de bufferzones aangevuld met de vetgedrukte tekst. Met inbegrip van de vetgedrukte
aanvulling luidt de tekst onder i. als volgt:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>«Om te voorkomen dat stadsgewesten aaneengroeien <nadruk type="vet">en om open
ruimten tussen de stadsgewesten te handhaven c.q. te ontwikkelen</nadruk>, zijn
en worden bufferzones aangewezen. <nadruk type="vet">Bufferzones zijn</nadruk> goed ingerichte
open ruimten tussen stadsgewesten waarin <nadruk type="vet">enerzijds</nadruk> door zorgvuldige
bestemming, inrichting en beheer en door <nadruk type="vet">strategische</nadruk> grondaankopen
door de <nadruk type="vet">rijks</nadruk>overheid een duurzaam agrarisch grondgebruik en in
delen een inrichting voor dagrecreatie, bos en natuur wordt nagestreefd <nadruk type="vet">en anderzijds geen verder ruimtebeslag voor verstedelijking mag plaatsvinden,
anders dan binnen de bebouwingscontouren van stedelijke enclaves, en geen
nieuwvestiging van glastuinbouw mag plaatsvinden, buiten de in vigerende bestemmingsplannen
opgenomen planologische capaciteit. Niet-substantiële bebouwing die gekoppeld
is aan het gebruik van de genoemde landelijke gebiedsfuncties is toegestaan.
Ook de realisering van «nieuwe landgoederen» is toegestaan, mits
deze eenaantoonbareverbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied
tot gevolg hebbenof de bestaande hoge kwaliteit aantoonbaar handhaven.</nadruk></al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">De aanwijzing van de bufferzones Blaricum-Huizen-Oostermeent, Utrecht-Hilversum,
Amstelland-Vechtstreek, Amsterdam-Haarlem, Amsterdam-Purmerend, Den Haag-Leiden-Zoetermeer,
Midden-Delfland en Oost-IJsselmonde is een concrete beleidsbeslissing, en
is daarmee een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht</nadruk>.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">De grenzen zijn op de PKB-Bufferzonekaarten aangegeven. Binnen deze
in overleg met de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht bepaalde
grenzen is het rijksbufferzonebeleid van toepassing.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Bij de vaststelling van streek-, structuur- en bestemmingsplannen
dient dit rijksbufferzonebeleid, inclusief de aangegeven grenzen, in acht
genomen te worden. Binnen de bufferzones bevindt zich een aantal verstedelijkte
enclaves. Aan genoemde provincies wordt verzocht de grenzen van deze enclaves
voor 2005 in hun streekplannen aan te geven.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">De grenzen van de bufferzones Maastricht-Sittard/Geleen, en Sittard/Geleen-Heerlen
zijn indicatief op de PKB-Regiokaarten aangegeven. In het najaar van 1998
zal de provincie Limburg een begrenzingsvoorstel doen. De aanwijzing (inclusief
de definitieve begrenzing) vindt plaats in het kader van een partiële
herziening van deze PKB.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aan hoofdstuk II.3 Doorwerking wordt onder k. een tekst toegevoegd die
betrekking heeft op de stimuleringsregeling meervoudig intensief ruimtegebruik
en de nieuwe sleutelprojecten. Deze tekst luidt als volgt: </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">«Het rijk ondersteunt de haalbaarheidsonderzoeken die gericht
zijn op een versterking van de stedelijke vitaliteit door het opvoeren van
de intensiteit en verscheidenheid van het stedelijk ruimtegebruik en verbetering
van de kwaliteit van de stedelijke ruimte door bevordering van stedelijke
groenstructuren en herontwikkeling van slecht gebruikte ruimte, meervoudig
grondgebruik, ondergrondse oplossingen, en overbouwen van zware infrastructuur.
Speerpunt in deze benadering zijn Stad en Groen, de nieuwe sleutelprojecten
en het Stimuleringsprogramma Intensief Ruimtegebruik en Stad en Milieu.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Door de vier grote steden, Arnhem en Breda zijn plannen voorgedragen
om de internationale halteplaatsen van de Hoge snelheidstrein te benutten
als nieuwe sleutelprojecten voor een impuls aan de stad. De regering neemt
zich voor om in samenspraak met de betrokken gemeenten en met behoud van hun
autonome verantwoordelijkheid, te onderzoeken of op zo'n manier de positie
van Nederland in internationaal verband wordt versterkt, nieuwe vormen van
intensief ruimtegebruik worden ontwikkeld en de mobiliteit gunstig wordt beïnvloed.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Voor de overig aangemelde nieuwe sleutelprojecten zal het rijk nagaan
of in bestaande sectorale programma's elementen zijn opgenomen die een bijdrage
kunnen vormen aan de uitvoering. Voorzover daarbij meerdere departementen
zijn betrokken zorgt het rijk voor een gecoördineerde werkwijze».</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Door middel van een door het rijk op te zetten stimuleringsprogramma,
in samenwerking met vertegenwoordigers van de andere overheden, het bedrijfsleven,
de woonconsumenten en de corporaties wordt nader onderzoek gestart naar vernieuwende
verstedelijkingsvormen en de rol van de woonconsument als opdrachtgever daarbij.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Het rijk bevordert dat in de huidige Vinex-periode een groter aandeel
van de nieuwbouw door middel van eigen opdrachtgeverschap kan worden gerealiseerd.
Er wordt naar gestreefd dat, voor de periode van de Actualisering Vinex, het
aandeel via individueel opdrachtgeverschap te realiseren woningen een substantieel
deel, circa een derde, van de te realiseren bouwopgave bedraagt.</nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="vet">3. Aanvullingen op «III. Beleidskeuzen voor de Dagelijkse
Leefomgeving»</tuskop>
      <al>In hoofdstuk III Beleidskeuzen voor de Dagelijkse Leefomgeving wordt onder
c. de tekst bij het vijfde gedachtenstreepje aangevuld en een tekst als zesde
gedachtenstreepje toegevoegd. Met inbegrip van de aanvullende vetgedrukte
teksten luidt de tekst onder c. als volgt:</al>
      <al>«c. Bij het veiligstellen van basiswaarden moeten burgers en overheid
voor zowel het stedelijk als het landelijk gebied er zorg voor dragen dat:</al>
      <al>– de gebouwde omgeving en de openbare ruimte niet in verval raken</al>
      <al>– steden, dorpen en landelijk gebied niet vervuilen</al>
      <al>– bepaalde groepen in de steden en op het platteland niet onvrijwillig
ruimtelijk geïsoleerd raken</al>
      <al>– steden, dorpen en landschappen niet eenvormig worden en dat de
historisch gegroeide situatie, inclusief archeologische waarden, niet onherkenbaar
wordt en dat deze in geval van verstoring ten minste gedocumenteerd wordt. <nadruk type="vet">Daarom dient vanaf het begin van het ruimtelijk planproces de cultuurhistorische kwaliteit, in de vorm van historische (stede)bouwkunde,
archeologie en historisch-landschappelijke elementen en structuren, integraal
en herkenbaar in de planontwikkeling en besluitvorming te worden betrokken.
In het algemeen dient architectonische, stedenbouwkundige en landschappelijke
kwaliteit te worden nagestreefd. Dit geldt evenzeer voor de geleidelijke overgang
van stedelijk naar landelijk gebied in de stadsranden.</nadruk></al>
      <al>– er voldoende recreatieve groenvoorzieningen beschikbaar en bereikbaar
zijn.</al>
      <al>– locaties voor zendmasten, vooralsnog met een hoger Effectief Uitgestraald
Vermogen dan de drempelwaarde van 100 kW, met de daarbij behorende ruimtelijke
effecten op de omgeving worden opgenomen in streekplannen».</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In hoofdstuk III.1 Stedelijk Gebied wordt de tekst over de openbare ruimte
achter de laatste zin «Het gaat bij dat laatste om groene longen vanuit
het landelijk gebied de stad in en recreatieve verbindingszones vanuit de
stad het landelijk gebied in», aangevuld met:</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">«–De stedelijke structuur en de groene structuur dienen
in samenhang te worden gepland en ontwikkeld.»</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In hoofdstuk III.2 Geleiding van de Mobiliteit wordt een beleidsuitspraak
2.9 toegevoegd. De aanvulling betreft de multimodale bereikbaarheid van bedrijfsterreinen,
/en is vetgedrukt weergegeven. De tekst is dan als volgt:</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">«2.</nadruk>
      </al>
      <al>9. Het regeringsbeleid is er op gericht het goederenvervoer milieuvriendelijker
te laten verlopen en congestie van het vrachtvervoer over de weg te verminderen.
Nieuwe locaties met een zogenaamd C-profiel dienen in verband daarmee, afhankelijk
van het soort bedrijven, multimodaal ontsloten te zijn. Voor de locatie van
deze terreinen geldt het bundelingsprincipe van deze PKB. Nieuwe bedrijfsvestigingen
langs achterlandverbindingen worden toegestaan, mits beperkt tot knooppunten,
grenzend aan stedelijke gebieden en zo mogelijk ontsloten door openbaar vervoer
of bedrijfsvervoer. Deze bedrijfsterreinen worden bij voorkeur gesitueerd
bij terminals die vanuit ruimtelijk oogpunt goed liggen en die goed via de
weg, vaar- of spoorweg ontsloten zijn.  Bestaande bedrijfsterreinen worden
waar nodig voorzien van een goede aansluiting op overslagpunten.»</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In hoofdstuk III.4 Landelijk Gebied (onderdeel Natuur en landschap) wordt
een beleidsuitspraak 4.16 toegevoegd. Deze aanvulling betreft de ondersteuning
en effectuering van natuuren landschapsontwikkeling. De tekst is als volgt:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">«Het rijk geeft prioriteit aan projecten ter ondersteuning
van natuur- en landschapsontwikkeling, in het bijzonder in gebieden met restrictief
beleid. Indien noodzakelijk om de gewenste natuur- en landschapsontwikkeling
in een gebied daadwerkelijk te effectueren kan per geval, in het kader van
de gebruikelijke WRO-procedures, worden afgewogen of en onder welke condities
medewerking wordt verleend aan particuliere initiatieven voor de realisering
van niet direct aan het landelijk gebied gebonden functies.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Dit laat onverlet het gestelde onder II.2.i. over toegestane ontwikkelingen
in aangewezen bufferzones en het gestelde onder IV.4.4. over de invulling
van het restrictief beleid in het Groene Hart».</nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="vet">4. Aanvullingen op «IV. Beleidskeuzen voor het Ruimtelijk
Ontwikkelingsperspectief»</tuskop>
      <al>Het ontwikkelingsperspectief en de beleidsuitspraken voor de Randstad
(IV.4) worden uitgebreid met teksten over het Groene Hart. Deze aanvullingen
zijn vetgedrukt aangegeven. In het tekstblok «Het perspectief is gericht
op: ..», is bij het tweede gedachtenstreepje de zinsnede «ten
behoeve van de internationale zakelijke dienstverlening» komen te vervallen.</al>
      <al>Tevens is een aanvullende tekst opgenomen over de bereikbaarheid van en
in de Randstad.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De complete tekst voor het ontwikkelingsperspectief wordt: </al>
      <tuskop letat="vet">«Randstad en Nationaal Landschap Groene Hart </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Ontwikkelingsperspectief</tuskop>
      <al>Op Europese en wereldschaal is er sprake van een toenemende concurrentie
tussen steden. De Randstad heeft de mogelijkheden om die concurrentie aan
te gaan. Voor een internationaal concurrerend grootstedelijk vestigingsmilieu
liggen de beste aanknopingspunten in de stedelijke gebieden van Amsterdam,
Rotterdam, Den Haag <nadruk type="vet">en Utrecht.</nadruk> De Randstad is een combinatie van
grote en middelgrote stadsgewesten <nadruk type="vet">in een ring, met bufferzones tussen
de stadsgewesten</nadruk>, gesitueerd rond een groen en relatief open middengebied
dat de Randstad haar unieke karakter geeft. Verdere verstedelijking bedreigt
de geledingsfunctie van dit Groene Hart. De landschappelijke, toeristisch-recreatieve
en agrarische mogelijkheden van dit gebied kunnen een bijdrage leveren aan
de vergroting van de concurrentiekracht van het internationale grootstedelijke
vestigingsmilieu van de Randstad en aan de kwaliteit van het daarbij behorende
Groene Hart.</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">De combinatie van Randstadring en Groene Hart is uniek en van grote
betekenis voor het ruimtelijk-economisch functioneren van de Randstad. De
structuur van een stedelijke concentratie op de ring en een open landelijk
middengebied met agrarische, natuur, toeristisch-recreatieve, cultuurhistorische
en landschappelijke functies en waarden vormen samen een structuur die resulteert
in een grootstedelijk vestigingsklimaat met rust, ruimte en groen op korte
afstand.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Overeenkomstig zijn unieke karakter, zoals hiervoor beschreven wordt
het Groene Hart beschermd, beheerd en verder ontwikkeld, rekening houdend
met de relaties met de andere grootschalige open gebieden. Hiertoe wordt het
gebied aangewezen als Nationaal Landschap.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Daartoe wordt een samenhangend ontwikkelingsbeeld in een ontwerp
gegoten. De uitvoering van het plan zal vóór 2010 gereed zijn.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het perspectief is gericht op <nadruk type="cur">(uitspraken van «wezenlijk belang»)</nadruk>:</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• het behouden en verder ontwikkelen van de hierboven beschreven
structuur van de Randstadring, bufferzones en het Groene Hart;</nadruk>
      </al>
      <al>• het verbeteren van het internationaal concurrerend grootstedelijk vestigingsmilieu in de Randstad met een sterk accent op Amsterdam,
Rotterdam, Den Haag <nadruk type="vet">en Utrecht;</nadruk></al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• het scheppen van voldoende ruimte voor bedrijvigheid, zowel
kwantitatief als kwalitatief;</nadruk>
      </al>
      <al>• het in aansluiting op de Randstadgroenstructuur benutten van de
ontwikkelingsmogelijkheden van het Groene Hart voor landbouw, natuur, cultuurhistorie,
toerisme en openluchtrecreatie, mede ten dienste van het internationale vestigingsmilieu
in de Randstad;</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• het handhaven en verder ontwikkelen van het Groene Hart als
een open, schoon en groen middengebied in de Randstad, teneinde te zorgen
voor voldoende aantrekkelijke mogelijkheden voor natuur en recreatie op korte
afstand van de grote steden;</nadruk>
      </al>
      <al>• behoud en versterking van de relaties tussen Groene Hart en de
bufferzones tussen de stadsgewesten en andere grootschalige open gebieden
zoals het Rivierengebied, de Zeeuwse Delta, en het IJsselmeer (w.o. het Markermeer)
en groene gebieden zoals het duingebied en de Utrechtse Heuvelrug;</al>
      <al>• bevordering van de recreatieve bereikbaarheid van de bufferzones
en het Groene Hart;</al>
      <al>• het veiligstellen van de bereikbaarheid <nadruk type="vet">en de leefbaarheid
van de stadsgewesten, in het bijzonder</nadruk> van de vier grote steden, de
beide mainports Schiphol en Rotterdamse haven en de andere grote bedrijfsconcentraties. <nadruk type="vet">Dit is een essentiële voorwaarde voor de economische ontwikkeling en
het welslagen van het stedelijk concentratiebeleid. Het gaat hierbij om het
beheersen van de mobiliteit onder meer door de verbetering van openbaar vervoerstelsels
binnen en tussen stadsgewesten;</nadruk></al>
      <al>• het voortzetten van een arbeidsmarkt- en huisvestigingsbeleid voor
sociaal-economisch zwakke groepen in de grote steden.»</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Beleidsuitspraak 4.4. wordt toegevoegd:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">«Voor het Nationaal Landschap Groene Hart, zoals aangegeven
op de beleidskaart Nationaal Landschap Groene Hart, gelden de volgende beleidsuitspraken</nadruk>
        <nadruk type="cur">(uitspraken van «wezenlijk belang»)</nadruk>:</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• bundeling van stedelijke functies in de Randstadring en Groene
Hart is het uitgangspunt voor rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid ten
einde het open karakter van het Groene Hart te behouden en compartimentering
te voorkomen;</nadruk>
      </al>
      <al>• voor de beoogde ruimtelijke samenhang, bij de uitvoering van projecten,
voor het Groene Hart in zijn totaliteit, wordt een ruimtelijke visie (kaart
+ toelichting) opgenomen, worden investeringsprioriteiten voor de overheid
gesteld en richtinggevende uitspraken voor de uitvoering in deelprojecten
en -gebieden geformuleerd;</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• voor het Groene Hart wordt een stimuleringsbeleid gevoerd
om de agrarische, natuur, recreatieve, toeristische en cultuurhistorische
functies en -waarden van het Groene Hart duurzaam te versterken.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• een duurzame agrarische productie en een duurzaam beheer van
de functies van het landelijke gebied, in samenhang met een verbetering van
de milieukwaliteit wordt nagestreefd;</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• het in de PKB in de onderdelen II.2 onder c. en d.1. beschreven
restrictieve beleid voor de open ruimte wordt in dit gebied zodanig ingevuld
dat uitbreiding van ruimtebeslag door het bouwen van gebouwen in beginsel
alleen mag plaatsvinden binnen in het streekplan aangegeven bebouwingscontouren.
Een uitzondering geldt voor niet-substantiële bebouwing die gekoppeld
is aan het gebruik van de genoemde landelijke gebiedsfuncties. Ook de realisering
van «nieuwe landgoederen» is toegestaan, mits deze een duidelijke
verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied tot gevolg hebben.
Nieuwvestiging van glastuinbouw is, buiten de vigerende planologische capaciteit,
uitgesloten, tenzij het gaat om een concentratie van het bestaande glastuinbouwareaal
, dus waarbij de bestaande hoeveelheid glastuinbouw per saldo niet toeneemt
en de concentratie bijdraagt aan een sterkere ruimtelijke en landschappelijke
kwaliteit van het Groene Hart en een sterkere economische structuur van de
glastuinbouw;</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• de bebouwingscontouren mogen via een streekplanwijzigingsprocedure
worden verlegd, indien dit planologisch beter inpasbaar is en de totale oppervlakte
van het gebied binnen de contour gelijk blijft; bij de invulling van het gebied
binnen de contouren dient door gemeenten rekening te worden gehouden met openheid
en kwaliteit van het aangrenzend landelijke gebied;</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• binnen de bebouwingscontouren dienen gemeenten te zorgen voor
een voldoende en voldoende gevarieerd aanbod van duurzame bedrijfsterreinen;</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• Een substantieel deel van de verstedelijkingsbehoefte binnen
het Groene Hart moet worden opgevangen op de Randstadring. Voorzover het rijk
verantwoordelijk is voor de nadere invulling van het beleid, zal het erop
toezien dat, binnen de kaders van het restrictief beleid, de leefbaarheid
voor de bewoners van het Groene Hart niet in negatieve zin wordt beïnvloed.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Tevens wordt gewezen op het gestelde onder V.3.m. over het voorkomen
van nieuwe doorsnijdingen van het Groene Hart met infrastructuur.</nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="cur">Stimuleringsbeleid</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="vet">Naast het restrictieve beleid wordt ook een stimuleringsbeleid gevoerd
in het Groene Hart. Het huidige stimuleringsbeleid voor het Groene Hart is
vastgelegd in het Structuurschema Groene Ruimte, het rijksbufferzonebeleid
en de Nadere Uitwerking/ROM voor het Groene Hart. De projecten uit dit stimuleringsbeleid
zijn gericht op het realiseren van grote groengebieden en uitloopgebieden,
op het verbeteren van de samenhang tussen gebieden, het verbeteren van de
toegankelijkheid van het Groene Hart en het verbeteren van de milieukwaliteit.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Dit stimuleringsbeleid wordt voortvarend voortgezet en versterkt
met een kwaliteitsimpuls (extra investeringsimpuls) voor het Groene Hart.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Het Bestuurlijk Platform Groene Hart draagt zorg voor coördinatie
en afstemming van de uitvoering van het Groene Hart beleid.</nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="cur">Ontwikkelingsprogramma Nationaal Landschap Groene Hart
(uitspraken van «wezenlijk belang»)</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="vet">Om alle beleidsvoornemens en projecten efficiënt te kunnen uitvoeren
en af te stemmen is een ontwikkelingsprogramma voor het Nationaal Landschap
Groene Hart gewenst. Een dergelijk programma zal in overleg met
de partijen verenigd in het Platform worden opgesteld.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Voor het ontwikkelingsprogramma geldt het volgende:</nadruk>
      </al>
      <al>• De uitvoering van het bestaande Groene Hart beleid is de basis;
hieronder is in elk geval begrepen het beleid zoals afgesproken in vigerende
beleidsnota's, het Plan van Aanpak NU/ROM Groene Hart uit 1992 en nieuwe projecten
die sindsdien door de Platformpartijen zijn gestart;</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• De kwaliteitsimpuls voor het Groene Hart wordt in het ontwikkelingsprogramma
geregeld en heeft in ieder geval betrekking op de bescherming van de landschappelijke
waarden, verbetering van de toegankelijkheid van het gebied als geheel en
versterking van de positie van de grondgebonden milieuvriendelijke landbouw,
een en ander in samenhang met de verbetering van de milieukwaliteit;</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• De leefbaarheid van de kernen wordt gewaarborgd en nieuwe
(economische) dragers worden ontwikkeld die dienstbaar zijn aan versterking
van het landschappelijk karakter; het flankerend beleid voor wonen, werken
en leefbaarheid wordt nader geconcretiseerd;</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• Voor die gebieden in het Groene Hart waar de ruimtelijke kwaliteit
onder druk staat, nodigt het rijk de provincies uit ruimtelijke ontwerpen
op te stellen, waarbij ook milieu-aspecten aandacht zullen krijgen.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">• Over de voortgang van de uitvoering van het ontwikkelingsprogramma
zal elke vier jaar een evaluatie en elke twee jaar een voortgangsrapportage
worden opgesteld, die beiden aan de Tweede Kamer zullen worden uitgebracht.»</nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="vet">5. Aanvullingen op «V. Regionale Beleidsuitspraken» </tuskop>
      <tuskop letat="cur">5.1. Het Noorden</tuskop>
      <al>In hoofdstuk V.1. Groningen, Friesland, en Drenthe wordt een nieuwe paragraaf
«n. verstedelijkingsopgave 2005–2010» toegevoegd. De tekst
van deze nieuwe paragraaf is als volgt:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">«De verstedelijkingsopgave voor de noordelijke provincies in
de periode 2005–2010 is weergegeven in de hierna volgende tabel.</nadruk>
      </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="6" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="35mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="35mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="center" morerows="0" nameend="c3" namest="c2" rotate="0" valign="top">woningen (x 1 000)</entry>
              <entry align="center" morerows="0" nameend="c5" namest="c4" rotate="0" valign="top">bedrijfsterrein
(ha)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">kantoren (10 000 m<sup>2</sup> b.v.o.) </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">opgave</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">bandbreedte</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">opgave</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">bandbreedte</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">opgave</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Groningen</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">5</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">0–8</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 98</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 98–158</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">15</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Friesland</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">7</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">3–11</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 98</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 98–210</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">15</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Drenthe</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">6</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">4–8</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">110</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">110–182</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">10</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Het rijk zal de voor dat doel ter beschikking staande instrumenten
inzetten om de uitvoering van de hierboven aangegeven verstedelijkingsopgave
te ondersteunen. De opgave is de basis voor de uitvoeringsafspraken. Daar
de bevolkings- en economische prognoses in de loop der tijd kunnen veranderen,
zal in het jaar 2000 een herijking van de uitvoeringsafspraken plaatsvinden.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Deze herijking wordt een onderdeel van de voorbereiding van een integrale
Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening. Bij deze herijking zullen ook de
nieuwe beleidsinzichten uit de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening worden
verwerkt. Bij een noodzakelijke neerwaartse bijstelling van de opgavecijfers
worden, in overleg met de Tweede Kamer, de uitvoeringsafspraken
2005 – 2010 in gelijke mate bijgesteld. Hierbij worden tevens de afspraken
met de provincies over de inperking van woningbouw in niet-Vinexgebieden geëvalueerd
en betrokken. Verder zal bij de herijking de kwaliteit van de Vinex-locaties
worden meegewogen. De aldus herijkte uitvoeringsafspraken zullen worden opgenomen
in PKB deel 3 van de Vijfde Nota.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">De bouw wordt mogelijk gemaakt van ca. 30% woningen in de sociale
sector van de op de uitleglocaties en binnen de herstructurering van de woningvoorraad
te bouwen woningen.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">De provinciale en gemeentelijke overheden dienen in hun plannen tenminste
voldoende ruimte op te nemen om de opgave voor wonen respectievelijk werken
te accommoderen, en binnen de uitgangspunten van het nationaal ruimtelijk
beleid voldoende ruimte te reserveren voor ontwikkelingen in de verstedelijkingsvraag
zoals aangegeven in de bandbreedte.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Vanuit de doelstelling zuinig ruimtegebruik mag de maximale ruimtereservering
niet uitgaan boven de aangegeven bandbreedte. In het geval de verstedelijkingsvraag
voor het wonen zich ontwikkelt onder het niveau van de opgave, is de basis
voor (onderdelen van) de plannen niet meer aanwezig. In dat geval dienen provincies
en gemeenten bij de bepaling van de prioriteitsvolgorde van (de onderdelen
van) de plannen die wel aan de orde blijven, uit te gaan van de uitgangspunten
van het nationaal ruimtelijk beleid.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Kansrijke Euregionale ontwikkelingen worden door het rijk gestimuleerd.»</nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="cur">5.2. Het Oosten</tuskop>
      <al>In hoofdstuk V.2. Overijssel en Gelderland wordt een nieuwe paragraaf
«k. verstedelijkingsopgave 2005–2010» toegevoegd. De tekst
van deze paragraaf is als volgt:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">«De verstedelijkingsopgave voor de provincies Overijssel, Gelderland
en de kaderwetgebieden Arnhem-Nijmegen en Twente in de periode 2005–2010
is weergegeven in de hierna volgende tabel.</nadruk>
      </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="6" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="35mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="35mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="center" morerows="0" nameend="c3" namest="c2" rotate="0" valign="top">woningen
(x 1 000)</entry>
              <entry align="center" morerows="0" nameend="c5" namest="c4" rotate="0" valign="top">bedrijfsterrein (ha)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">kantoren (10 000
m<sup>2</sup> b.v.o.) </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">opgave</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">bandbreedte</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">opgave</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">bandbreedte</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">opgave</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Twente</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 6</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 3–10</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">166</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">166–223</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">15</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Arnhem-Nijmegen</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">10</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 6–13</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">153<sup>1</sup></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">153–190<sup>1</sup></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">23</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Overijssel (zonder Twente)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 9</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 6–11</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">110</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">110–163</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">10</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Gelderland
(zonder KAN)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">17</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">11–22</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">207</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">207–280</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">22</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>
        <sup>1</sup> Exclusief multimodaal transportcentrum Valburg</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Het rijk zal de voor dat doel ter beschikking staande instrumenten
inzetten om de uitvoering van de hierboven aangegeven verstedelijkingsopgave
te ondersteunen, De opgave is de basis voor de uitvoeringsafspraken. Daar
de bevolkings- en economische prognoses in de loop der tijd kunnen veranderen,
zal in het jaar 2000 een herijking van de uitvoeringsafspraken plaatsvinden.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Deze herijking wordt een onderdeel van de voorbereiding van een integrale
Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening. Bij deze herijking
zullen ook de nieuwe beleidsinzichten uit de Vijfde Nota over de Ruimtelijke
Ordening worden verwerkt. Bij een noodzakelijke neerwaartse bijstelling van
de opgavecijfers worden, in overleg met de Tweede Kamer, de uitvoeringsafspraken
2005 – 2010 in gelijke mate bijgesteld. Hierbij worden tevens de afspraken
met de provincies over de inperking van woningbouw in niet-Vinexgebieden geëvalueerd
en betrokken. Verder zal bij deze herijking de kwaliteit van de Vinex-locaties
worden meegewogen. De aldus herijkte uitvoeringsafspraken zullen worden opgenomen
in PKB deel 3 van de Vijfde Nota.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">De bouw wordt mogelijk gemaakt van ca. 30% woningen in de sociale
sector van de op de uitleglocaties en binnen de herstructurering van de woningvoorraad
te bouwen woningen.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">De provincies, kaderwetgebieden en gemeenten dienen in hun plannen
tenminste voldoende ruimte op te nemen om de opgave voor wonen respectievelijk
werken te accommoderen, en binnen de uitgangspunten van het nationaal ruimtelijk
beleid voldoende ruimte te reserveren voor ontwikkelingen in de verstedelijkingsvraag
zoals aangegeven in de bandbreedte.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Vanuit de doelstelling zuinig ruimtegebruik is het rijk van oordeel
dat de maximale ruimtereservering niet mag uitgaan boven de aangegeven bandbreedte.
In het geval de verstedelijkingsvraag voor het wonen zich ontwikkelt onder
het niveau van de opgave, is de basis voor (onderdelen van) de plannen niet
meer aanwezig. In dat geval dienen provincies en gemeenten bij de bepaling
van de prioriteitsvolgorde van (de onderdelen van) de plannen die wel aan
de orde blijven, uit te gaan van de uitgangspunten van het nationaal ruimtelijk
beleid.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Het rijk constateert dat voor het kaderwetgebied Arnhem-Nijmegen
470 ha bij het groenproject Over-Betuwe voldoet aan de criteria van Strategische
Groenprojecten (grootschalig met geledende werking en structurerende werking
op nationaal of zelfs bovennationaal niveau, ruimtelijk gekoppeld aan de verstedelijkingsopgave
2005–2010). Hierbij hoort ca 70 ha verbindingen.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Kansrijke Euregionale ontwikkelingen worden door het rijk gestimuleerd.»</nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="cur">5.3. De Randstad</tuskop>
      <al>In hoofdstuk V.3. Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland wordt
een nieuwe paragraaf «q. verstedelijkingsopgave 2005–2010»
toegevoegd.</al>
      <al>De uitspraken over de verstedelijkingsrichtingen na 2005 in paragraaf
f. stadsgewesten vervallen. Op de PKB-kaart vervallen de aanduidingen voor
de alternatieve ontwikkelingsrichtingen na 2005.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De tekst van de nieuwe paragraaf q. is als volgt:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">«De verstedelijkingsopgave voor de provincies en kaderwetgebieden
in de Randstad in de periode 2005–2010 is weergegeven in de hierna volgende
tabel. Voor het Groene Hart wordt de beschikbare uitbreidingsruimte binnen
de bebouwingscontouren 2005 geschat op ca. 4 000 woningen en ca. 95 ha
bedrijfsterreinen.</nadruk>
      </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="6" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="35mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="35mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
              <entry align="center" morerows="0" nameend="c3" namest="c2" rotate="0" valign="top">woningen
(x 1 000)</entry>
              <entry align="center" morerows="0" nameend="c5" namest="c4" rotate="0" valign="top">bedrijfsterrein (ha)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">kantoren (10 000
m<sup>2</sup> b.v.o.) </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">opgave</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">bandbreedte</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">opgave</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">bandbreedte</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">opgave</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Regio Amsterdam</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">23</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">11–38</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">251</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">251–368</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">86</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Regio Rotterdam</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">21</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">11–29</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">210</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">210–327</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">61</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Haaglanden</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">15*</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 0–17</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">135</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">135–209</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">51</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Regio
Utrecht</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">15</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 7–17</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">168</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">168–246</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">45</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Noord-Holland
zonder ROA</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">11</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 5–19</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">128</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">128–187</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">22</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Zuid-Holland
zonder SRR en Haaglanden</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">12*</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 9–24</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">153</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">153–223</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">22</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Utrecht
zonder BRU</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 5</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 5–9</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 65</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 65– 95</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">13</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Flevoland</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">17</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">10–20</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">100</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">100–155</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">10</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>
        <nadruk type="vet">* Dubbeltelling met betrekking tot overloop Leidse Regio</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Het rijk zal de voor dat doel ter beschikking staande instrumenten
inzetten om de uitvoering van de hierboven aangegeven verstedelijkingsopgave
te ondersteunen, De opgave is de basis voor de uitvoeringsafspraken. Daar
de bevolkings- en economische prognoses in de loop der tijd kunnen veranderen,
zal in het jaar 2000 een herijking van de uitvoeringsafspraken plaatsvinden.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Deze herijking wordt een onderdeel van de voorbereiding van een integrale
Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening. Bij deze herijking zullen ook de
nieuwe beleidsinzichten uit de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening worden
verwerkt. Bij een noodzakelijke neerwaartse bijstelling van de opgavecijfers
worden, in overleg met de Tweede Kamer, de uitvoeringsafspraken 2005–2010
in gelijke mate bijgesteld. Hierbij worden tevens de afspraken met de provincies
over de inperking van woningbouw in niet-Vinexgebieden geëvalueerd en
betrokken. Verder zal bij deze herijking de kwaliteit van de Vinex-locaties
worden meegewogen. De aldus herijkte uitvoeringsafspraken zullen worden opgenomen
in PKB deel 3 van de Vijfde Nota.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">De bouw wordt mogelijk gemaakt van ca. 30% woningen in de sociale
sector van de op de uitleglocaties en binnen de herstructurering van de woningvoorraad
te bouwen woningen.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">De provincies, kaderwetgebieden en gemeenten dienen in hun plannen
tenminste voldoende ruimte op te nemen om de opgave voor wonen respectievelijk
werken te accommoderen, en binnen de uitgangspunten van het nationaal ruimtelijk
beleid voldoende ruimte te reserveren voor ontwikkelingen in de verstedelijkingsvraag
zoals aangegeven in de bandbreedte.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Vanuit de doelstelling zuinig ruimtegebruik is het rijk van oordeel
dat de maximale ruimtereservering niet mag uitgaan boven de aangegeven bandbreedte.
In het geval de verstedelijkingsvraag voor het wonen zich ontwikkelt onder
het niveau van de opgave, is de basis voor (onderdelen van) de plannen niet
meer aanwezig. In dat geval dienen provincies en gemeenten bij de bepaling
van de prioriteitsvolgorde van (de onderdelen van) de plannen die wel aan
de orde blijven, uit te gaan van de uitgangspunten van het nationaal ruimtelijk
beleid.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">In het kader van de gebiedsuitwerking Leiden-Amsterdam-Haarlem zullen
de consequenties van de ontwikkeling van Valkerhout als bouwlocatie voor de
periode 2005–2010 worden onderzocht. Tegelijkertijd zal in het kader
van de voorbereiding van de herziening van de PKB Structuurschema Militaire
Terreinen onderzoek worden verricht naar alternatieven voor deze lokatie van
de Marineluchtvaartdienst.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Het rijk concludeert dat voor het realiseren van de opgave voor bedrijfsterreinen
in de Regio Rotterdam, bedrijfsterreinontwikkeling in de Hoeksche Waard noodzakelijk
kan zijn. In samenhang met de gebiedsuitwerking Hoeksche Waard zal nu onderzoek
plaatsvinden in zake de noodzaak van situering en ontsluiting van havenafgeleide
bedrijfsterreinen in de Hoeksche Waard en de situering van een nieuw centrumgebied
voor de glastuinbouw en de mogelijkheden voor gebruik van restwarmte van industriegebied
Moerdijk. Dan kan, in het licht van de dan ter beschikking staande nadere
inzichten en genoemde onderzoeken, definitieve besluitvorming plaatsvinden
over de Hoeksche Waard.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Het rijk concludeert tevens dat 1990 ha voldoet aan de criteria van
Strategische Groenprojecten (grootschalig met geledende en structurerende
werking op nationaal of zelfs bovennationaal niveau, ruimtelijk gekoppeld
aan de verstedelijkingsopgave 2005–2010). Hierbij hoort circa 275 ha
verbindingen.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">De verdeling hiervan is alsvolgt: ( zie zoekgebieden regiokaart West)</nadruk>
      </al>
      <al>– <nadruk type="vet">ten westen van Utrecht 275 ha</nadruk></al>
      <al>– bij Bergen-Schoorl 290 ha</al>
      <al>– bij de Zaanstreek/Beverwijk 310 ha</al>
      <al>– tussen Den Haag en Rotterdam 595 ha</al>
      <al>– ten NO van Rotterdam 245 ha</al>
      <al>– ten zuiden van Amsterdam 550 ha</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Voor zover deze mogelijke Strategische Groenprojecten zijn gelegen
binnen de grenzen van de gebiedsuitwerkingen, zal de precieze locatie worden
bezien in samenhang met deze gebiedsuitwerkingen.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Voor drie gebieden in de Randstad zal, vanwege de complexiteit van
de ruimtelijke vraagstukken voor zowel de middellange als de lange termijn,
een integrale gebiedsuitwerking worden opgesteld. Het gaat om:</nadruk>
      </al>
      <al>– het gebied tussen Den Haag en Rotterdam</al>
      <al>– het gebied van de driehoek Leiden – Haarlem – Amsterdam</al>
      <al>– de Hoeksche Waard</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Verder zal een studie worden ondernomen naar de ontwikkelingsmogelijkheden
van Almere op langere termijn (na 2010), waarbij ook de ontsluitingsproblematiek
van Zuidelijk Flevoland wordt betrokken.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">De Randstadprovincies zijn bereid om voor de drie gebiedsuitwerkingen
en de gebiedsstudie met betrekking tot Almere het initiatief te nemen en deze
op te stellen in intensieve samenwerking met het rijk en andere betrokken
partijen.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Rijk, provincies en kaderwetgebieden zijn het erover eens dat daarbij
de volgende uitgangspunten en keuzevraagstukken worden gehanteerd.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Gemeenschappelijke uitgangspunten voor alle gebiedsuitwerkingen:</nadruk>
      </al>
      <al>• zijn gericht op het identificeren van keuzevraagstukken die vóór
2010 om een beslissing vragen alsook van de kaders waarin deze beslissingen
genomen moeten worden;</al>
      <al>• verkennen alternatieve structuurbeelden voor de lange termijn (na
2010); </al>
      <al>• hanteren bij het bepalen van «de opgave» «de
bandbreedtes van de CBS-prognoses en de CPB-scenario's als referentiekader;</al>
      <al>• gaan uit van de Vinex-afspraken over de verstedelijking tot 2010
alsook van de Vinex-beleidsuitgangspunten; voor de periode na 2010 kan als
dit zinvol geacht wordt hiervan gemotiveerd afgeweken worden;</al>
      <al>• hanteren de uitkomsten van voortschrijdende beleidsvorming ten
aanzien van de toekomst van de Nederlandse luchtvaartinfrastructuur;</al>
      <al>• vormen een bouwsteen voor de Vijfde Nota alsook voor de relevante
sectornota's, structuur- en streekplannen;</al>
      <al>• resulteren medio 1998 in een eindrapportage.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gebiedsuitwerking Den Haag-Rotterdam</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Uitgangspunten:</nadruk>
      </al>
      <al>– aanleg van de HSL volgens het vastgestelde tracé en een
HST-gebruik van de intercity-verbinding Rotterdam-Den Haag;</al>
      <al>– aanvulling van de hoofdinfrastructuur met een doortrekking van
de A4 tussen Den Haag en Schiedam en verbetering van de verbinding tussen
de A16 en de A13 (conform resultaat van de lopende tracé/mer-studie);</al>
      <al>– uitvoering van de eerste fase van Randstadrail (lightrail exploitatie
van de Hofplein-lijn en de Zoetermeerlijn en vervoersintegratie met het stadsgewestelijk
ov-net van de Haagse en de Rotterdamse regio) en een HOV-verbinding Zoetermeer-Rotterdam;</al>
      <al>– ontwikkeling van een groenstructuur die past bij een hoogwaardig
leefmilieu en waarin opgenomen ecologische en recreatieve verbindingszones
tussen de bufferzones (Midden Delfland en Den Haag Leiden-Zoetermeer) en het
Groene Hart (m.n. Groenblauwe Slinger);</al>
      <al>– handhaving van het beleid voor het Groene Hart en de bufferzone
Midden- Delfland; ontwikkelen van een groene impuls in de randzone van het
Groene Hart;</al>
      <al>– instandhouding/reconstructie van het Zuidhollands Glasdistrict
als centrumgebied voor de glastuinbouw met een verbeterde milieukwaliteit.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Keuzevraagstukken voor de periode na 2010:</nadruk>
      </al>
      <al>– opstellen van alternatieve inrichtingsmodellen waarbij een sterk
geconcentreerde verstedelijking (compacte stad- principe) wordt vergeleken
met het vormen van een nieuwe stedelijke kern en met een meer gespreide ontwikkeling.
Deze modellen al dan niet geïntegreerd met glastuinbouw.</al>
      <al>  Daarbij worden de consequenties aangegeven voor:</al>
      <al>* het draagvlak voor de centrumvoorzieningen in Den Haag, Rotterdam, Zoetermeer
en Delft naast die van de VINEX-locaties;</al>
      <al>* de wijze van verknoping van het OV- systeem op de verschillende schaalniveaus
en eventuele verdere uitbouw van Randstadrail;</al>
      <al>* de tracering en dimensionering van de Groenblauwe Slinger;</al>
      <al>* de mogelijkheden voor handhaving/ontwikkeling van de glastuinbouw rondom
Pijnacker;</al>
      <al>* het al dan niet aanleggen van een kustlocatie tussen Scheveningen en
Hoek van Holland;</al>
      <al>* ontwikkeling van de A4 corridor op Randstadniveau; </al>
      <al>* de begrenzing, functies en inrichting van de bufferzones.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Keuzevraagstukken voor de periode vóór 2010:</nadruk>
      </al>
      <al>– eventuele verdere uitbouw van Randstadrail c.q. andere vormen
van hoogwaardig openbaar vervoer, waaronder tangentiële verbindingen,
dit t.o.v. het geformuleerde uitgangspunt en in het licht van de lange termijn
ontwikkelingen;</al>
      <al>– de tracering en dimensionering van de Groenblauwe Slinger;</al>
      <al>– aard en omvang van de reconstructie van het Westland en de B-driehoek;</al>
      <al>– onderzoek naar een zodanige uitvoering van de doortrekking van
de A4 tussen Den Haag en Schiedam dat daardoor de ruimtelijke kwaliteit van
de bufferzone en het stedelijk gebied tenminste gelijk kan blijven en nieuwe
bij de functie van het gebied behorende ontwikkelingen mogelijk kunnen worden
gemaakt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gebiedsuitwerking Hoeksche Waard</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Uitgangspunten:</nadruk>
      </al>
      <al>– aanleg van de HSL volgens het vastgestelde tracé;</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– aanleg van havenafgeleide bedrijfsterreinen te plaatsen in
een breder afwegingskader, waarbij primair gekeken wordt naar mogelijkheden
van intensieve benutting en herstructurering van de bestaande bedrijfsterreinen
in het Rijnmondgebied.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Keuzevraagstukken voor de periode na 2010:</nadruk>
      </al>
      <al>– opstellen van alternatieve inrichtingsmodellen waarbij een breed
spectrum aan verstedelijkingsmogelijkheden wordt verkend die variëren
in mate, type en situering van de verstedelijking en ook in de wijze van omgaan
met de landschappelijke karakteristiek van het gebied.</al>
      <al>  Daarbij worden de consequenties aangegeven voor:</al>
      <al>* de kwaliteit van de open ruimte van de Delta als geheel en de randzone
met de Zuidvleugel van de Randstad in het bijzonder;</al>
      <al>* de kwaliteit en diversiteit van de woonmilieus in de Zuidvleugel;</al>
      <al>* het draagvlak voor de centrumvoorzieningen in Rotterdam, Dordrecht naast
die van de kernen binnen het gebied;</al>
      <al>* de doortrekking van de A4 en aansluiting op de A29;</al>
      <al>* de bedrijfsontwikkeling in relatie tot de Rotterdamse haven en het achterland
(HTA's);</al>
      <al>* de aansluiting op het OV-net van de Rotterdamse en de Dordtse regio;</al>
      <al>* de mogelijkheden voor versterking van de ecologische hoofdstructuur
langs de grote wateren (m.n. Biesbosch-Haringvliet);</al>
      <al>* de ontwikkeling van een strategisch groenproject in samenhang met (omvangrijke)
verstedelijking.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Keuzevraagstukken voor de periode vóór 2010:</nadruk>
      </al>
      <al>– de vormgeving van het open-ruimte-beleid voor de Delta;</al>
      <al>– de situering en ontsluiting van havenafgeleide bedrijfsterreinen
in de Hoeksche Waard voor het geval het blijkt dat hieraan, na herstructurering
en intensieve benutting van de bestaande bedrijfsterreinen in
het Rijnmondgebied, behoefte bestaat;</al>
      <al>– voor het geval dat blijkt dat hieraan behoefte bestaat, de situering
van een nieuw centrumgebied voor de glastuinbouw en de mogelijkheden voor
gebruik van afvalwarmte van industriegebied Moerdijk.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gebiedsuitwerking Leiden-Haarlem-Amsterdam</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Uitgangspunten:</nadruk>
      </al>
      <al>– aanleg van de HSL volgens het vastgestelde tracé;</al>
      <al>– aanvulling van de hoofdinfrastructuur met de Verlengde Westrandweg,
en de aanleg van de zgn. Zuidtangent (OV-lijn);</al>
      <al>– ontwikkelen van een groene geledingszone tussen de Amsterdamse
en de Leidse regio, tevens verbindingszone GH-kuststrook;</al>
      <al>– de vrijwaringszone van de luchthaven Schiphol (met 5<sup>e</sup>
baan);</al>
      <al>– behoefte aan extra ruimte voor bedrijfsterreinen met name t.b.v.
aan Schiphol gebonden bedrijven;</al>
      <al>– de zgn. Zuidas van Amsterdam als A-locatie;</al>
      <al>– aanleg van het strategisch groenproject Haarlemmermeer-West (incl.
de uitbreiding die in deze PKB-herziening is opgenomen) en veiligstelling
van de ecologische hoofdstructuur;</al>
      <al>– instandhouding van de centrumfunctie voor de glastuinbouw (Aalsmeer)
en de bollenteelt in West-Nederland; handhaving van het beleid voor het Groene
Hart en de bufferzone Amsterdam-Haarlem;</al>
      <al>– ontwikkelen van een groene impuls in de randzone van het Groene
Hart.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Keuzevraagstukken voor de periode na 2010:</nadruk>
      </al>
      <al>– opstellen van alternatieve inrichtingsmodellen waarbij de mogelijkheden
voor verdere verstedelijking in de Haarlemmermeer, de Bollenstreek en de Leidse
regio worden verkend.</al>
      <al>  Daarbij worden de consequenties aangegeven voor:</al>
      <al>* de structuur en de doelmatigheid van zowel het OV-net als het hoofdwegennet;</al>
      <al>* een ontwikkeling van de A4-corridor op Randstad niveau;</al>
      <al>* het draagvlak van de centrumvoorzieningen in Amsterdam, Haarlem en Leiden
alsook de kernen in het gebied zelf;</al>
      <al>* de recreatieve bereikbaarheid van zowel de duinstrook als het Groene
Hart;</al>
      <al>* begrenzing, functies en inrichting van de bufferzone.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Keuzevraagstukken voor de periode vóór 2010:</nadruk>
      </al>
      <al>– extra verstedelijkingslocaties (ca 2000 woningen) voor de Amsterdamse
regio met daarbij benodigde OV-voorzieningen;</al>
      <al>– situering van extra bedrijfsterreinen (ca 300 ha) in de omgeving
van Schiphol;</al>
      <al>– de recreatieve bereikbaarheid van zowel de duinstrook als het
Groene Hart;</al>
      <al>– verkenning van de eventuele aanleg van een ondergronds logistiek
systeem (OLS) tussen Aalsmeer en Schiphol;</al>
      <al>– ontwikkeling van de stimuleringsprojecten in de binnenflank van
het Groene Hart (impuls). </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gebiedsstudie Almere/Flevoland</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Uitgangspunten:</nadruk>
      </al>
      <al>– aanleg van IJburg (18 000 won.) en Almere Poort;</al>
      <al>– bevorderen van de werkgelegenheidsontwikkeling in Flevoland;</al>
      <al>– verbeteren van de bereikbaarheid van Flevoland via weg en rail.
Tot 2010 door:</al>
      <al>* verbetering van de hoofdinfrastructuur tussen de A6 en de A9 via de
A1 conform resultaten strategische verkeerskundige verkenning CRAAG-studie;</al>
      <al>* aanvulling van de railinfrastructuur met de zgn. Gooiboog;</al>
      <al>– handhaving van het beleid voor het Groene Hart en de bufferzones
(Blaricum-Huizen-Oostermeent en Utrecht-Hilversum);</al>
      <al>– operationalisering van de ecologische en recreatieve verbinding
Waddenzee-IJsselmeer – Groene Hart (Blauwe pijl).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Keuzevraagstukken voor de periode na 2010:</nadruk>
      </al>
      <al>– selectie en verdieping van de ontwikkelingsmodellen uit de Oostflankstudie
(fase 2) opgesteld onder verantwoordelijkheid van het Randstad Overleg Ruimtelijke
Ordening. Daaraan dient een model te worden toegevoegd waarin het bestaand
stedelijk gebied van Almere verder wordt geïntensiveerd. Tevens is het
nodig een fasering aan te brengen voor de verstedelijking in de periode direct
na 2010.</al>
      <al>  Daarbij worden de consequenties aangegeven voor:</al>
      <al>* de structuur en de doelmatigheid van zowel het hoofdwegennet als het
OV-net;</al>
      <al>* de centrumvoorzieningen van Amsterdam, Almere, Hilversum, Amersfoort
en Utrecht;</al>
      <al>* het evenwicht in de ontwikkeling van woon- en werklocaties;</al>
      <al>* de landschappelijke waarden van m.n. de Utrechtse Heuvelrug en het Vechtplassengebied;</al>
      <al>* de begrenzing, functies en inrichting van de bufferzones.»</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">De Randstadprovincies treden op als uitvoerder van de drie gebiedsuitwerkingen
en de studie met betrekking tot Almere. Vanuit het nationale ruimtelijke beleid
worden aan de uitwerkingen en de studie uitgangspunten meegegeven waarin op
rijksniveau reeds genomen beslissingen van wezenlijk belang tot uitdrukking
komen. Ook worden keuzevraagstukken geformuleerd waarover de uitwerkingen
en de studie conclusies moeten bereiken.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">De conclusies met betrekking tot de keuzevraagstukken zullen primair
doorwerken in streekplannen. Waar nodig zullen ze ook aansluitend tot nadere
besluitvorming bij het rijk leiden (verwerking in 5<sup>e</sup> Nota RO),
Structuurschema's, uitvoeringsbeslissingen met bijbehorende dekking, etc.).
In deze nadere besluitvorming zal moeten blijken of de conclusies passen in
het rijksbeleid en bijgevolg door het rijk worden overgenomen.</nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="cur">5.4. Het Zuiden</tuskop>
      <al>In hoofdstuk V.4. Noord-Brabant, Zeeland en Limburg wordt een nieuwe paragraaf
p. verstedelijkingsopgave 2005–2010 toegevoegd. De tekst van deze paragraaf
is als volgt: </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">«De verstedelijkingsopgave voor de provincies Noord-Brabant,
Zeeland en Limburg en het kaderwetgebied Regio Eindhoven in de periode 2005–2010
is weergegeven in de hierna volgende tabel.</nadruk>
      </al>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="6" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="35mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="25.25mm"></colspec>
          <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="35mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry align="center" morerows="0" nameend="c3" namest="c2" rotate="0">woningen (x 1 000)</entry>
              <entry morerows="0" nameend="c5" namest="c4" rotate="0">bedrijfsterrein (ha)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">kantoren
(10 000 m<sup>2</sup> b.v.o.) </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">opgave</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">bandbreedte</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">opgave</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">bandbreedte</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">opgave</entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Regio Eindhoven-Helmond</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">10</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 6–14</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">187</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">187–250</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">21</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Noord-Brabant (zonder Eindhoven-Helmond)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">27</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">16–37</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">413</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">413–561</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">43</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Zeeland</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 3</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 0– 6</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 61</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 61– 81</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 7</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Limburg</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">11</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0"> 4–19</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">306<sup>1</sup>)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">306–411<sup>1</sup>)</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">27</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>
        <sup>1</sup> Exclusief additionele ruimtevraag t.g.v. logistieke spin-off
in Venlo en Born</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Het rijk zal de voor dat doel ter beschikking staande instrumenten
inzetten om de uitvoering van de hierboven aangegeven verstedelijkingsopgave
te ondersteunen. De opgave is de basis voor de uitvoeringsafspraken. Daar
de bevolkings- en economische prognoses in de loop der tijd kunnen veranderen,
zal in het jaar 2000 een herijking van de uitvoeringsafspraken plaatsvinden.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Deze herijking wordt een onderdeel van de voorbereiding van een integrale
Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening. Bij deze herijking zullen ook de
nieuwe beleidsinzichten uit de Vijfde Nota over de Ruimtelijke Ordening worden
verwerkt. Bij een noodzakelijke neerwaartse bijstelling van de opgavecijfers
worden, in overleg met de Tweede Kamer, de uitvoeringsafspraken 2005 –
2010 in gelijke mate bijgesteld. Hierbij worden tevens de afspraken met de
provincies over de inperking van woningbouw in niet-Vinexgebieden geëvalueerd
en betrokken. Verder zal bij deze herijking de kwaliteit van de Vinex-locaties
worden meegewogen. De aldus herijkte uitvoeringsafspraken zullen worden opgenomen
in PKB deel 3 van de Vijfde Nota.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">De bouw wordt mogelijk gemaakt van ca. 30% woningen in de sociale
sector van de op de uitleglocaties en binnen de herstructurering van de woningvoorraad
te bouwen woningen.</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">De provincies, kaderwetgebied en gemeenten dienen in hun plannen
tenminste voldoende ruimte op te nemen om de opgave voor wonen respectievelijk
werken te accommoderen, en binnen de uitgangspunten van het nationaal ruimtelijk
beleid voldoende ruimte te reserveren voor ontwikkelingen in de verstedelijkingsvraag
zoals aangegeven in de bandbreedte.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Vanuit de doelstelling zuinig ruimtegebruik is het rijk van oordeel
dat de maximale ruimtereservering niet mag uitgaan boven de aangegeven bandbreedte.
In het geval de verstedelijkingsvraag voor het wonen zich ontwikkelt onder
het niveau van de opgave, is de basis voor (onderdelen van) de plannen niet
meer aanwezig. In dat geval dienen provincies en gemeenten bij de bepaling
van de prioriteitsvolgorde van (de onderdelen van) de plannen die wel aan
de orde blijven, uit te gaan van de uitgangspunten van het nationaal ruimtelijk
beleid.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">Kansrijke Euregionale ontwikkelingen worden door het rijk gestimuleerd.» </nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="vet">6. Vervallen teksten in «V. Regionale Beleidsuitspraken»</tuskop>
      <al>In hoofdstuk V.3. Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland vervallen
de teksten over de alternatieve ontwikkelingsrichtingen na 2005. Het betreft
de volgende teksten:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>«Voor de periode na 2005 blijven voor de opvang van de woningbehoefte
in het Amsterdamse stadsgewest, naast verdere herstructurering en verdichting,
de volgende alternatieve ontwikkelingsrichtingen open:</al>
      <al>– verdere ontwikkeling Almere</al>
      <al>– Nieuw-Oost II</al>
      <al>– Haarlemmermeer</al>
      <al>Bij de afweging van verstedelijkingsalternatieven voor de periode na 2005
wordt een zwaar gewicht toegekend aan behoud van ontwikkeling van de ecologische
verbindingszones in en rond het IJmeer.»</al>
      <witreg></witreg>
      <al>«Voor de periode na 2005 blijven voor de opvang van de woningbehoefte
in het Rotterdamse stadsgewest de volgende ontwikkelingsrichtingen open:</al>
      <al>– Barendrecht/Smitshoek</al>
      <al>– Pijnacker-West in het Tussengebied Den Haag-Rotterdam.</al>
      <al>Locaties binnen deze ontwikkelingsrichtingen zullen in een later stadium
moeten worden afgewogen, mede gelet op de werkgelegenheid en in samenhang
met de lange termijn keuzen voor het stadsgewest Den Haag. De aanduiding van
Pijnacker-West als een alternatieve ontwikkelingsrichting voor de verstedelijking
na 2005 betekent dat tot het moment van definitieve besluitvorming over verstedelijking
de glastuinbouw in dit gebied zich volwaardig moet kunnen blijven ontwikkelen,
zowel door nieuwvestiging als door uitbreiding, zulks binnen de ruimte op
grond van het vigerende streekplan.»</al>
      <witreg></witreg>
      <al>«Voor de periode na 2005 blijven voor de opvang van de woningbehoefte
in het Haagse stadsgewest naast de doorloop van Ypenburg de volgende alternatieve
ontwikkelingsmogelijkheden open:</al>
      <al>– Kustlocatie</al>
      <al>– Pijnacker-Oost in het Tussengebied Den Haag-Rotterdam</al>
      <al>– Zoetermeer-Oost</al>
      <al>Locaties binnen deze ontwikkelingsrichtingen zullen in een later stadium
moeten worden afgewogen, mede gelet op de werkgelegenheid en in samenhang
met de lange termijn keuzen voor het stadsgewest Rotterdam. De aanduiding
van Pijnacker-Oost als een alternatieve ontwikkelingsrichting voor de verstedelijking
na 2005 betekent dat tot het moment van definitieve besluitvorming over verstedelijking
de glastuinbouw in dit gebied zich volwaardig moet kunnen blijven ontwikkelen
zowel door nieuwvestiging als door uitbreiding, zulks binnen de ruimte op
grond van het vigerende streekplan.»</al>
      <witreg></witreg>
      <al>«Voor de periode na 2005 blijven voor de opvang van de woningbehoefte
in het Utrechtse stadsgewest – naast een verdere doorgroei van Utrecht/Vleuten-De
Meern tot 25 000 à 30 000 woningen, afhankelijk van de uiteindelijke
omvang van glas en groenstructuur – de volgende alternatieve ontwikkelingrichtingen
open: </al>
      <al>– Houten (waaronder Schalkwijk)</al>
      <al>– Nieuwegein (waaronder Rijnenburg).»  </al>
      <bijlage>
        <titel>BIJLAGE 1</titel>
        <al>
          <nadruk type="vet">Gewijzigde Uitvoeringsafspraken (voorbeeld Noord-Holland)</nadruk>
        </al>
        <tuskop letat="vet">Toelichting:  De wijzigingen zijn vetgedrukt in cursieve
letter weergegeven. </tuskop>
        <tuskop letat="vet">UITVOERINGSAFSPRAKEN VERSTEDELIJKINGSBELEID 2005–2010
PROVINCIE NOORD-HOLLAND EXCL. REGIONAAL ORGAAN AMSTERDAM </tuskop>
        <tuskop letat="vet">A ALGEMEEN</tuskop>
        <al>De provincie Noord-Holland en het rijk, bijeen in Bestuurlijk overleg
op 23 september 1997, constateren het volgende:</al>
        <al>– de verstedelijkingsopgave voor de periode 2005–2010 is neergelegd
en beleidsmatig ingekaderd in concept-deel 3 van de Partiële Herziening
Planologische Kernbeslissing Nationaal Ruimtelijk Beleid (hierna: concept-deel
3 PKB)</al>
        <al>– dit concept-deel 3 wordt naar verwachting door de Ministerraad
behandeld in november 1997; vervolgens wordt het vastgestelde deel 3 aangeboden
aan het Parlement; na Parlementaire behandeling zijn opgave en beleidsmatige
inkadering definitief</al>
        <al>– ten behoeve van de uitvoering van de opgave voor de periode 2005–2010,
in een soepele aansluiting op de lopende uitvoering voor de periode 1995–2005,
zijn afspraken nodig over financiële voorwaarden waaronder deze uitvoering
kan geschieden; daarbij horen ook afspraken over budgethouderschap</al>
        <al>– in 2000 zal een herijking plaatsvinden van de elementen genoemd
in de Nota van Toelichting op concept-deel 3 PKB (zie ook Nota van Toelichting
deel 1 PKB; blz 88/89); de uitkomst van de herijking vindt zijn neerslag in
de daarna te bepalen rijksbijdragen en de daaraan per locatie gekoppelde infrastructuurprojecten</al>
        <al>– het herijkingsmoment valt na de evaluatie van de eerste deelperiode
van de lopende Vinex-uitvoeringsafspraken voor de periode 1995–2005;
de consequenties van de evaluatie met betrekking tot de realisering van de
woningbouwopgave 1995–2000 in het licht van de daarover gemaakte afspraken,
zullen bij de herijking worden betrokken en aldus waar nodig hun doorwerking
vinden in de afspraken voor de periode 2005–2010</al>
        <al>– bij de herijking in 2000 bezien beide partijen of, en zo ja gericht
op welke elementen, in 2004 opnieuw een herijking nodig is</al>
        <witreg></witreg>
        <al>De provincie Noord-Holland en het rijk hebben op basis van de hierboven
genoemde verstedelijkingsopgave en van de beleidsmatige inkadering daarvan,
onder voorbehoud van de herijking(en), overeenstemming over het volgende: </al>
        <tuskop letat="vet">B SPECIFIEKE AFSPRAKEN </tuskop>
        <tuskop letat="vet">B1 Grondkosten woningbouw (budgethouder provincie Noord-Holland)</tuskop>
        <al>– onder verwijzing naar de bouwopgave en bandbreedte als vastgelegd
in concept-deel 3 PKB, zal de provincie Noord-Holland zich inspannen om 11 000
woningen ten behoeve van de uitbreiding van de woningvoorraad te realiseren
in de periode 2005–2010</al>
        <al>– bij de realisatie van de in de periode 2005–2010 te bouwen
woningen als uitbreiding van de voorraad wordt bevorderd dat in de huidige
Vinex-periode een groter aandeel van de nieuwbouw door middel
van eigen opdrachtgeverschap kan worden gerealiseerd, en wordt ernaar gestreefd
dat, voor de periode van de Actualisering Vinex, het aandeel via individueel
opdrachtgeverschap te realiseren woningen circa eenderde van de te realiseren
bouwopgave bedraagt</al>
        <al>– voor deze opgave heeft de provincie Noord-Holland aangegeven dat
8 500 woningen in stadsgewestelijk verband zullen worden gerealiseerd;
deze stadsgewestelijke woningen zullen als volgt nader worden verdeeld:</al>
        <al>  binnenstedelijke verdichting (incl. functieverandering 1971–1995)
2 500 woningen</al>
        <al>  functieverandering binnen grens 1971 (gemeenten</al>
        <al>  &gt; 100 000 inw.) 1 500 woningen</al>
        <al>  idem (gemeenten &lt; 100 000 inw.) 2 500 woningen</al>
        <al>  doorlooplocaties stadsuitleg (Broekpolder) 1 000 woningen </al>
        <al>  nieuwe stadsuitleg (HAL) 1 000 woningen</al>
        <al>– het rijk zegt op basis van deze inspanning aan de hand van een
bijdrageberekening per locatiecategorie het totaalbedrag van f 64,29
mln (pp 1995) aan bijdrage grondkosten woningbouw toe; bij de herijking zal
dit totaalbedrag indien noodzakelijk worden aangepast </al>
        <tuskop letat="vet">B2 Bodemsanering ten behoeve van woningbouw (budgethouder
provincie Noord-Holland)</tuskop>
        <al>– voor het deel van de woningbouwopgave dat wordt gerealiseerd in
binnenstedelijk gebied (verdichting en functieverandering) zegt het rijk een
bijdrage toe van in totaal f 29,25 mln voor sanering van gevallen van
ernstige bodemverontreiniging; ook dit bedrag zal bij de herijking indien
noodzakelijk worden aangepast; het bedrag wordt bij uitbetaling samengevoegd
met de grondkostenbijdrage</al>
        <al>– bovengenoemde bijdrage geldt alleen voor locaties waar de saneringskosten
per woning niet hoger zijn dan f 50 000; voor saneringen met kosten
tussen f 50 000 en f 100 000 per woning wordt een afzonderlijke
beoordeling van nut en noodzaak uitgevoerd bij de herijking in 2000; onderzoeksresultaten
waarop deze beoordeling kan worden gebaseerd zullen tijdig door de provincie
Noord-Holland worden geleverd </al>
        <tuskop letat="vet">B3 Ruimtereservering voor werken</tuskop>
        <al>– onder verwijzing naar de opgave en bandbreedte als vastgelegd
in concept-deel 3 PKB, te weten minimaal 128 en maximaal 187 ha bedrijfsterrein,
alsook 220 000 m<sup>2</sup> bruto kantoorvloeroppervlak, draagt de provincie
Noord-Holland er zorg voor dat – met inachtneming van bundeling in stadsgewestelijk
verband – in de periode 2005–2010 op regionaal niveau wordt voorzien
in de daadwerkelijke kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan bedrijfsterreinen
en kantoren volgens de opgave en in een voldoende ruimtereservering volgens
de bandbreedte; indicatie daarvoor zijn opgave- respectievelijk bandbreedtecijfers
op COROP-niveau </al>
        <tuskop letat="vet">B4 Infrastructuur</tuskop>
        <al>– het project openbaar vervoerontsluiting Broekpolder, dat direct
aan de verstedelijkingsopgave 2005–2010 is te koppelen, wordt opgenomen
in de verkenningsfase van het MIT 1999–2003  </al>
        <tuskop letat="vet">B5 Groen</tuskop>
        <al>– voor de periode 2005–2010 is in het zoekgebied dat op de
regiokaart West is aangegeven bij Zaanstreek/Beverwijk 310 ha strategisch
groen aangewezen; het gaat hierbij om 250 ha vlakgroen en 60 ha verbindingen;
tevens is in het zoekgebied dat op de regiokaart West is aangegeven bij Bergen-Schoorl
290 ha aangewezen; het gaat hierbij om 250 ha vlakgroen en 40 ha verbindingen;
uitvoering is conform de aanpak van strategische groenprojetcen uit het Structuurschema
Groene Ruimte. De provincie Noord-Holland overlegt met het Regionaal Orgaan
Amsterdam over locatie, vormgeving en planning van het strategisch groen in
het bovenbedoeld zoekgebied Zaanstreek/Beverwijk; daarbij zorgen deze partijen
ervoor dat lokaal, regionaal en strategisch groen goed op elkaar en op de
bevolkingsconcentraties aansluiten</al>
        <al>– het rijk stelt een bijdrageregeling in voor de aanleg van 35 m<sup>2</sup> regionaal groen per te realiseren woning in stadsgewestelijk verband;
voor heel Nederland is daarvoor in de periode 2005–2010 f 45 mln
beschikbaar; hieruit wordt een bijdrage van maximaal 50% verleend aan regionale
groenprojecten waarbij financieel/bestuurlijke knelpunten optreden; de minimumbijdrage
is gekoppeld aan een projectomvang van 25 ha, hetgeen overeenkomt met een
woningbouwopgave van 7000 woningen in stadsgewesten. Voorwaarde is verder
een zodanige inrichting dat voldoende opvangcapaciteit voor recreanten wordt
geboden, een ruimtelijke relatie met de woningbouwopgave 2005–2010,
en uitvoering in de periode 2004–2010; projecten waarvoor daadwerkelijk
financieel/bestuurlijke knelpunten optreden en die voldoen aan bovengenoemde
voorwaarden kunnen bij het rijk worden ingediend; over een te verlenen bijdrage
wordt beslist bij de herijking (budgethouder: provincie Noord-Holland) </al>
        <tuskop letat="vet">B6 Groene Hart</tuskop>
        <al>– het rijk stelt voor de periode 1998-<nadruk type="cur">2016</nadruk> in het totaal
ca <nadruk type="cur">f 390 mln</nadruk> beschikbaar voor aanvullende investeringen in
het Groene Hart, gericht op verbetering van de kwaliteit van het Groene Hart.
Dit bedrag geldt voor het totaal van het Groene Hart </al>
        <tuskop letat="vet">B7 Nieuwe sleutelprojecten</tuskop>
        <al>– voor nieuwe sleutelprojecten (c.q. strategische interventies)
die zijn aangemeld zal het rijk nagaan of in bestaande sectorale programma's
elementen zijn opgenomen die een bijdrage kunnen vormen aan de uitvoering;
voorzover daarbij meerdere sectoren zijn betrokken zorgt het rijk voor een
gecoördineerde werkwijze </al>
        <tuskop letat="vet">C INSTRUMENTARIUM</tuskop>
        <al>– voor toegekende bijdragen voor grondkosten woningbouw en bodemsanering
woningbouw geldt bestedingsvrijheid, op voorwaarde dat overeengekomen prestaties
(het realiseren van de verschillende onderdelen van de opgave, inclusief de
bijbehorende verdeling over categorieën, als weergegeven in deel B) worden
geleverd; bij niet nakomen van de prestaties kunnen als voorschot verleende
bijdragen naar rato worden teruggevorderd (voor details zie de betreffende
wettelijke regelingen)</al>
        <al>– toegekende bijdragen worden herberekend bij de herijking, op basis van de dan na overleg vastgestelde opgave, en van de dan geldende
werkelijke kosten en opbrengsten (zie verder onderdeel D hieronder); de herberekende
bedragen verschijnen vanaf dat moment in de rijksbegroting, zodat, eveneens
vanaf dat moment daarop de gangbare prijsbijstellingsmethodiek kan worden
toegepast; het rijk behoudt zich de mogelijkheid voor in uitzonderlijke gevallen
de prijsbijstelling achterwege te laten</al>
        <al>– de bijdrage in de grondkosten van woningbouw is gebaseerd op minimaal
70% marktsector in uitleglocaties en 100% marktsector in binnenstedelijke
locaties</al>
        <al>– grondkostenbijdragen en bodemsaneringsbijdragen worden bij uitbetaling
samengevoegd; de mogelijkheid bestaat dat beide zullen opgaan in een Volkshuisvestingsfonds;
daarover zal bij de herijking nadere mededeling worden gedaan</al>
        <al>– voor wat betreft de aanpak en uitvoering van bodemsanering blijven
de regels van de Wet bodemsanering en de daarop gebaseerde circulaires van
kracht; het betreft hier in het bijzonder de controle op de realisatie van
de eisen van sanering.</al>
        <al>– infrastructuurprojecten volgen de systematiek van het MIT;</al>
        <al>– strategische groenprojecten volgt de aanpak van de strategische
groenprojecten uit het Structuurschema Groene Ruimte; voor het regionaal groen
wordt een regeling ingesteld</al>
        <al>– afspraken worden gemaakt in overeenstemming met geldende weten
regelgeving en bestuurlijke organisatie; uitgangspunt is dat deze afspraken
in materiële zin zullen worden nagekomen; in geval van wijzigingen in
wet- en regelgeving en/of bestuurlijke organisatie, optredend na het maken
van deze afspraken (te denken valt aan een Volkshuisvestingsfonds waarin het
BLS opgaat, een verhoging van de GDU-drempel voor infrastructuurprojecten,
etc.) zal, voor het eerst bij de herijking, worden bezien of:</al>
        <al>1. gemaakte afspraken onverkort gehandhaafd kunnen blijven</al>
        <al>2. danwel vervallen omdat nieuwe wet- en regelgeving deze ondervangen</al>
        <al>3. knelpunten die ontstaan als gevolg van vervallen afspraken tot nieuwe
afspraken moeten leiden </al>
        <tuskop letat="vet">D HERIJKING IN 2000</tuskop>
        <al>zoals in de PKB is aangegeven, vindt herijking in 2000 plaats op basis
van nieuwe beleidsinzichten uit de Vijfde Nota én van de dan beschikbare
nadere inzichten in precieze omvang van de opgave</al>
        <witreg></witreg>
        <al>Overeenkomstig de PKB heeft de herijking betrekking op de volgende elementen:</al>
        <al>– de kwaliteit van Vinex-lokaties zal onderdeel zijn van de herijking.
Bij de uitwerking van het thema kwaliteit van Vinex-lokaties zullen de meest
belanghebbende partijen worden betrokken</al>
        <al>– in geval van gewenste aanpassing van de opgave en de bandbreedte
voeren de provincie Noord-Holland en het rijk hierover overleg; het rijk
stelt na het overleg opgave en bandbreedte opnieuw vast; eventuele aanpassing
geschiedt:</al>
        <al>1. voor het wonen op basis van de voortgang woningbouw 1995–1999
volgens de Vinex-convenanten; verder op basis van de uitbreidingsbehoefte
2000–2010 volgens de trendbrief Volkshuisvesting 1999 en de resterende
Vinex-capaciteiten 2000–2005, eveneens volgens de Vinex-convenanten
(d.w.z. de doorloopruimte daarin na 2004)</al>
        <al>2. voor het werken op basis van de bedrijfslocatie-monitor zoals aangekondigd
in de nota Ruimte voor Regio's</al>
        <al>– over eventuele wijzigingen die de provincie Noord-Holland wenst
aan te brengen in de verdeling over de onderscheiden woningbouwcategorieën
(al dan niet als gevolg van aanpassing van de opgave) wordt met het rijk overlegd</al>
        <al>– het rijk kan het noodzakelijk achten de differentiatie sociaal/marktsector
voor de uitbreiding van de woningvoorraad aan te passen; indien dit het geval
is zal dat doorwerken in de bepaling van de rijksbijdrage grondkosten woningbouw</al>
        <al>– in het geval de verstedelijkingsvraag voor het wonen zich ontwikkelt
onder het niveau van de opgave, is de basis voor (onderdelen van) de plannen
niet meer aanwezig; in dat geval dienen provincies en gemeenten bij de bepaling
van de prioriteitsvolgorde van (de onderdelen van) plannen die wel aan de
orde blijven, uit te gaan van de uitgangspunten van het nationaal ruimtelijk
beleid zoals verwoord in concept-deel 3 PKB</al>
        <al>– herijking van de rijksbijdrage voor woningbouw vindt mede plaats
op basis van geactualiseerde normbedragen voor de onderscheiden categorieën</al>
        <al>– voor infrastructuur wordt van de genoemde projecten (onderdeel
B4 van deze afspraken) bij de herijking bezien of de koppeling aan de verstedelijkingsopgave
nog onverkort geldt en of de ratio van deze projecten in de MIT-procedure
nog dezelfde is, danwel voldoende is in het licht van de locatiekeuze of locatie-omvang</al>
        <al>– in 2000 zullen partijen in onderling overleg bezien of in 2004,
direct voorafgaand aan het begin van de periode waarop de afspraken betrekking
hebben, opnieuw herijking dient plaats te vinden </al>
        <tuskop letat="vet">E BESTUURLIJKE COMMISSIE RANDSTAD</tuskop>
        <al>De volgende punten worden gezamenlijk uitgewerkt in het kader van de BCR:</al>
        <al>• de afronding van de gebiedsuitwerkingen</al>
        <al>• de aanpak van de onderwerpen infrastructuur, herstructurering bedrijfsterreinen
en nieuwe sleutelprojecten</al>
        <al>• de herijking </al>
        <tuskop letat="vet">Gebiedsuitwerkingen</tuskop>
        <al>Rijk en provincies zijn het eens over het opstellen van een gebiedsuitwerking
voor drie gebieden: het gebied tussen Den Haag en Roterdam, het gebied van
de driehoek Leiden–Haarlem–Amsterdam en de Hoeksche Waard. Verder
is overeengekomen dat een gebiedsstudie zal worden uitgevoerd met betrekking
tot Almere/Zuidelijk Flevoland. De Randstadoverheden hebben het voortouw bij
de drie gebeidsuitwerkingen en de gebiedsstudie. </al>
        <al>De in de PKB genoemde uitgangspunten en keuzevraagstukken voor de gebiedsuitwerkingen
en de gebiedsstudie worden onderschreven. </al>
        <tuskop letat="vet">Infrastructuur</tuskop>
        <al>De BCR zal worden benut om op strategisch niveau verder te werken aan
de bereikbaarheid van en in de Randstad. In het bijzonder kan de BCR een rol
spelen bij het aangeven van samenhangende beelden met betrekking tot de diverse
infrastructuurplannen en bij het prioriteren en faseren van infrastructuurprojecten.
Belangrijk onderdeel daarvan betreft de verbetering van het OV-stelsel waar
dat – uiteraard rekening houdend met marktpotenties – nodig en
mogelijk is. </al>
        <tuskop letat="vet">Herstructurering bedrijfsterreinen</tuskop>
        <al>Er wordt gezamenlijk een inventarisatie gemaakt van de mogelijkheden voor
herstructurering van bestaande bedrijfsterreinen en van de kansen en bedreigingen
daarbij. Daarbij worden ook de knelpunten in het beschikbare instrumentarium
en de bestaande regelgeving ten aanzien van herstructurering onderzocht. Op
basis daarvan worden de mogelijkheden voor de ontwikkeling van een integraal
beleidsprogramma voor de aanpak van deze herstructurering bezien. </al>
        <tuskop letat="vet">Nieuwe sleutelprojecten</tuskop>
        <al>Voor de vitaliteit van de steden is verdere beleidsontwikkeling nodig
ten aanzien van functionele intensivering en ruimtelijke kwaliteitsverbetering.
De door de Randstad aangemelde strategische interventies spelen daarbij een
belangrijke rol. De verdere uitwerking van die rol kan gestalte krijgen in
BCR-kader.</al>
        <al>Daarin kan worden nagegaan, op basis van de resultaten van de reeds afgesproken
haalbaarheidsonderzoeken naar nieuwe sleutelprojecten gekoppeld aan stations
van de hogesnelheidstrein, of en op welke wijze een ontwikkelingsprogramma
voor deze projecten gestalte kan krijgen. daarin kan tevens worden nagegaan
of en op welke wijze met gebruikmaking van bestaande middelen en programma's
(waaronder «Stad en Milieu» en het programma intensief, meervoudig
ruimtegebruik) en met een goed gecoördineerde werkwijze bij rijk en andere
overheden de overige projecten verder kunnen worden gebracht. </al>
      </bijlage>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>
      <nadruk type="vet">Toelichting:  Deel 3d bevat de wijzigingen die zijn  aangebracht
in deel 3b naar aanleiding van het op 25 november jl. gevoerde  overleg met
de Vaste Kamercommissie  VROM én de wijzigingen ten gevolge van  de
op 15 december 1998 door de Tweede Kamer aangenomen moties. De wijzi- gingen
zijn vet gedrukt, in grote cur- sieve letter weergegeven.</nadruk>
    </al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>