﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25171-25/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1997-1998</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="port1.1__2.4" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST26979</ordernr>
    <vergjaar>1997-1998</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>25 171</nummer>
      <naam>Wijziging van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen in verband
met de invoering van het veilen van schaarse frequenties voor systemen van
digitale mobiele telecommunicatie (veilen frequenties mobiele telecommunicatie)</naam>
    </onderw>
    <onderw>
      <nummer>25 722</nummer>
      <naam>Wijziging van de Wet, houdende wijziging van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen
in verband met de invoering van het veilen van schaarse frequenties voor systemen
van digitale mobiele telecommunicatie (veilen frequenties mobiele telecommunicatie)</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <wet>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>25</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 18 december
1997</datum>
      <al>De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>
heeft op 6 november 1997 overleg gevoerd met minister Jorritsma-Lebbink van
Verkeer en Waterstaat over:</al>
      <al>– haar brief d.d. 6 oktober 1997 inzake de wijziging van de Wet
op de telecommunicatievoorzieningen (veilen frequenties mobiele telecommunicatie
(25 171, nr. 23);</al>
      <al>– haar brief d.d. 27 oktober 1997 houdende een verzoek tot voortvarende
behandeling van de nog bij de Tweede Kamer in te dienen novelle;</al>
      <al>– haar brief d.d. 31 oktober 1997 houdende haar briefwisseling met
de Europese Commissie terzake;</al>
      <al>– wetsvoorstel tot wijziging van de wet veilen frequenties voor
mobiele telecommunicatie d.d. 31 oktober 1997 (novelle);</al>
      <al>– haar brief d.d. 4 november 1997 inzake frequentieverdeling GSM
900 en DCS1800.</al>
      <al>Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit.  </al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissie</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Kamp</nadruk> (VVD) vroeg zich af hoe de minister toch zo'n
verkeerde inschatting heeft kunnen maken van de opvattingen van de Europese
Commissie over de naheffing aan de huidige operators die toch bedoeld was
om een zoveel mogelijk gelijke startpositie te creëren voor de DCS1800-operators
ten opzichte van de bestaande GSM-operators. Nu die naheffing van tafel is,
blijft slechts over dat GSM-operators enige tijd kunnen worden uitgesloten
van het gebruik van de binnenkort te veilen DCS1800-frequenties, terwijl ze
er wel op mogen meebieden. Echter, de Europese Commissie is ook daar niet
zo enthousiast over! Het creëren van die beoogde gelijke startposities
wordt moeilijker naarmate de verleningvan de DCS1800-vergunningen
langer uitblijft. De positie van PTT Telecom en Libertel wordt met de dag
sterker, temeer nu zelfs de uiterste datum van 1 januari 1998 niet meer kan
worden gehaald. Lichtpuntjes daarbij zijn wel dat inmiddels de EGSM-frequenties
beschikbaar zijn gekomen die kunnen worden gekoppeld aan de DCS1800-frequenties,
waardoor de nieuwe operators een technisch betere mogelijkheid krijgen om
een goed netwerk aan te leggen en dat het mogelijk is gebleken om extra DCS1800-frequenties
vrij te maken, waardoor de schaarste minder wordt.</al>
      <al>De novelle is zodanig geformuleerd dat PTT Telecom en Libertel die niet
in aanmerking komen voor de te veilen gecombineerde DCS1800/EGSM-vergunningen,
de resterende DCS1800-frequenties wel mogen kopen, maar niet mogen gebruiken
zolang het totstandkomen van daadwerkelijke mededinging dat vergt, maar in
de wet is daarvoor geen tijdslimiet genoemd. Blijkens de toelichting denkt
de minister aan een termijn van twee jaar, eventueel te verlengen tot drie
jaar. De heer Kamp kon daarmee wel instemmen.</al>
      <al>De GSM-operators beweren dat de marktwerking nu al wordt belemmerd omdat
er onvoldoende frequenties beschikbaar zijn. Of dat waar is, hangt af van
de afweging van de belangen van de ATF3-gebruikers en de vraag of van PTT
Telecom en Libertel redelijkerwijs mag worden verlangd de cellen van hun GSM-netwerken
te verkleinen. De VVD-fractie liet die technische beoordeling aan de minister
over, maar vond het eigenlijk een zaak voor de OPTA.</al>
      <al>Zij hechtte er voorts aan dat de DCS1800-frequenties nu zo snel mogelijk
worden uitgegeven, samen met de EGSM-frequenties. Zij was het met de minister
eens dat dit het beste kan via de voorgestelde novelle, direct gevolgd door
het starten van de veilingprocedure, hetgeen binnen enkele maanden moet kunnen
leiden tot daadwerkelijke vergunningverlening. Een vergelijkende toets, waar
zij op zichzelf al tegen is, zou tot nog meer vertraging leiden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Leers</nadruk> (CDA) merkte op dat ook zijn fractie geen verdere
vertraging wil en er alles aan zal doen om de minister behulpzaam te zijn,
maar dat zij daarbij wel vooropstelt dat de nodige zorgvuldigheid moet worden
betracht.</al>
      <al>De gang van zaken rondom de veilingwet verdiende zijns inziens zeker niet
de schoonheidsprijs. Tijdens de behandeling ervan door de Eerste Kamer werd
de minister door de Europese Commissie verzocht de wet vooralsnog niet uit
te voeren voor de selectie van de DCS1800-aanbieders. De Commissie verwachtte
de nodige klachten van de huidige GSM-aanbieders tegen de naheffing en hun
tijdelijke uitsluiting van het gebruik van de DCS-1800-frequenties en had
enige moeite met de splitsing van de veiling; de Nozema-frequenties zouden
immers pas later worden geveild. EG-commissaris Van Miert herhaalt dat verzoek
op 18 september jl. en vraagt de minister met een alternatief te komen. Op
zich heeft deze reactie van de Europese Commissie de CDA-fractie niet zo verbaasd,
want met name mevrouw Van Rooy heeft daar toch verschillende malen voor gewaarschuwd.
Wel heeft het haar verbaasd dat de minister de Kamer wel informeerde over
de bezwaren van de Commissie tegen de naheffing, maar niet over het verzoek
om de wet vooralsnog niet toe te passen op de DCS1800-frequenties en met een
alternatief te komen. De heer Leers had al via schriftelijke vragen geprobeerd
achter de redenen daarvan te komen, maar de antwoorden daarop vond hij niet
echt bevredigend. Al met al kon hij geen andere conclusie trekken dan dat
of de informatie uit of het contact met Brussel niet goed was. Als die conclusie
onjuist is, waarom heeft de minister dan tot het einde toe vastgehouden aan
het mechanisme van de veiling? Waarom geen alternatieve weg gekozen, bijvoorbeeld
via art. 17 WTV? Als de Kamer eerder op de hoogte was geweest van het verzoek
van de Commissie had zij daar bij de minister ongetwijfeld sterk op aangedrongen. </al>
      <al>Naar aanleiding van het besloten overleg met de Eerste Kamer heeft de
minister de Eerste Kamer op 20 oktober nog een brief geschreven. Kan zij in
het kort nog eens ingaan op de daarin genoemde argumenten om niet via de bestaande
wet de schaarse frequenties te verdelen, bijvoorbeeld via een zogenaamde «beauty
contest»? Op basis van alle informatie waarover de heer Leers beschikte,
kon hij zich niet aan de indruk onttrekken dat art. 17 WTV heel goed gebruikt
had of zou kunnen worden.</al>
      <al>Voorts memoreerde hij de vaak door de minister naar voren gebrachte stellige
opvatting dat ervoor moet worden gezorgd dat nieuwkomers op de toch nog niet
perfecte telecommarkt meer kansen hebben dan de huidige GSM-aanbieders, hetgeen
zoveel wil zeggen als asymmetrie. Daarvoor was ook de naheffing bedoeld. Waarom
er dan toch van afgezien? Was bovendien ook niet te voorzien dat de extra
50 MHz-frequenties eerder beschikbaar zouden zijn? Zo neen, wanneer zijn daarvoor
dan de eerste aanwijzingen gekomen?</al>
      <al>De heer Leers herhaalde dat het geenszins de bedoeling van de CDA-fractie
is om de zaak nodeloos te vertragen. Als de minister persisteert en met de
novelle komt, zal zij aan de totstandkoming ervan meewerken, maar wel onder
enkele voorwaarden. Weet de minister nu wel zeker dat de nu door haar gekozen
weg, veiling zonder naheffing, geen bezwaren oproept? Is zij niet bang dat
er schadeclaims zullen volgen, zeker nu de Commissie zo stellig vasthoudt
aan invoering per 1 januari 1998? Enertel heeft overigens ook een klacht bij
de Commissie ingediend, maar daarover is nog geen oordeel geveld.</al>
      <al>De minister houdt vast aan het verstrekken van twee vergunningen. Wordt
door gebruikmaking van het instrument van veilen niet automatisch een schaarste
gecreëerd? Zou het aantal vergunningen niet moeten worden bepaald door
de frequentieruimte en de behoefte?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Roethof</nadruk> (D66) achtte de kans klein dat er per 1 januari
1998 daadwerkelijk een DCS1800-operator actief is en in dat licht gezien vroeg
zij zich af hoe groot dan wel niet de kans op schadeclaims is. Of is het feit
dat de procedure loopt al voldoende om dergelijke claims te voorkomen?</al>
      <al>Haars inziens hield de minister terecht vast aan het instrument van de
veiling. Aangezien de veiling van de Nozema-frequenties niet langer wordt
uitgesteld, komt er veel meer frequentieruimte vrij, misschien wel meer dan
er behoefte aan is. In dat geval zou haar fractie er geen moeite mee hebben
als frequenties dan werden toegewezen. Als er in de toekomst weer sprake is
van schaarste, kan alsnog het instrument van de veiling worden gehanteerd.</al>
      <al>Zij onderschreef de opmerkingen van de minister in de memorie van toelichting
op de novelle over de frequentie-economie. Als een frequentie wordt opgekocht,
maar ongebruikt blijft, kan die worden teruggenomen.</al>
      <al>Weet de minister heel zeker dat zij pas na aanvaarding van de wet door
de Tweede Kamer en wel op 17 juni 1997 een brief van de heer Van Miert ontving,
zoals zij in de memorie van toelichting op de novelle schrijft?</al>
      <al>De minister zegt inmiddels tegemoet gekomen te zijn aan de drie bezwaren
van de Commissie. Had de Commissie echter geen bezwaren tegen het veilen van
de DCS1800-frequenties omdat de GSM-vergunningen immers via de beauty contest
zijn uitgegeven? Gingen de gesprekken tussen de minister en de heer Van Miert
na 17 juni jl. eigenlijk niet daarover? Waarom anders het verzoek om de beginselen
van de wet vooralsnog niet op de selectie van DCS1800-aanbieders toe te passen?
De D66-fractie juichte het weliswaar toe dat de minister ondanks zware tegenwind
uit Brussel vasthoudt aan het veilen, maar worden daarmee toch geen financiële
risico's genomen? Welke status heeft overigens een dergelijk verzoek van de
EG-commissaris?</al>
      <al>Met de minister zag mevrouw Roethof niet de noodzaak om het tijdelijk
uitsluiten van de huidige GSM-aanbieders KPN en Libertel in de wet op te nemen, zoals de Raad van State stelt, maar zij wilde wel voorkomen
dat die tijdelijke uitsluiting beide partijen op een technologische achterstand
zet.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Stellingwerf</nadruk> (RPF) memoreerde dat ook tijdens de plenaire
behandeling van de veilingwet al enkele kanttekeningen zijn geplaatst bij
de haalbaarheid van enkele onderdelen van de wet. De minister erkende toen
zelf overigens ook dat bijvoorbeeld uitsluiting van drie jaar van de huidige
GSM-houders discutabel was in het licht van de EU-regels. Zelf had hij nog
twijfels geuit over de rechtmatigheid van de naheffing voor bestaande GSM-houders.
Hoe het ook zij, uiteindelijk is de Tweede Kamer toch unaniem met het wetsvoorstel
akkoord gegaan. Het ontstane probleem is dus mede een probleem van de Kamer
dat zo snel mogelijk moet worden opgelost. De novelle op zich is daarvoor
wel een begaanbare weg, maar er moet nu wel heel goed worden bezien wat er
exact in komt te staan. Om dat goed te kunnen beoordelen is de briefwisseling
met de Europese Commissie cruciaal.</al>
      <al>De Commissie spitst het probleem toe op drie aspecten. Vergoedingen, i.c.
de naheffing, dienen bepaald te worden op basis van objectieve, doorzichtige
en niet-discriminerende criteria, maar voldoet de wet daar na de novelle dan
wel aan? Was de minister bij de behandeling in de Tweede Kamer toch niet enigszins
op de hoogte van deze principiële kritiek? Immers, niet alleen de objectiviteit
en de wijze van berekenen van de naheffing trok de Commissie in twijfel, maar
zij wees er ook op dat in de vergunning van Libertel niet duidelijk is opgenomen
dat te zijner tijd een naheffing zou worden opgelegd. Na overleg met het ministerie
was het oordeel van de Commissie ietwat genuanceerder, maar nog vond zij de
voorwaarden op grond waarvan de naheffing werd opgelegd nog steeds niet doorzichtig
genoeg. Is er van dat overleg overigens een verslag gemaakt?</al>
      <al>Een ander aspect waartegen de commissie bezwaar maakte was het feit dat
de wet geen duidelijke motivering bevat van de tijdelijke uitsluiting. In
de derde plaats vond de Commissie haar kritiek op uitstel van de veiling van
de extra 50 MHz onvoldoende weerlegd. Volgens de minister is zij op al deze
drie punten nu aan de kritiek van de Commissie tegemoet gekomen: de naheffing
vervalt, de uitsluitingsperiode wordt in principe ingekort en beter gemotiveerd
en de veiling van de extra 50 MHz wordt naar voren gehaald en tegelijk met
de nu al beschikbare frequenties geveild. De RPF-fractie kon wel met deze
aanpassingen instemmen, maar bleef zich afvragen of de minister niet eerder
op de hoogte had kunnen zijn geweest. Heeft er geen vooroverleg met de Commissie
plaatsgevonden over het aanvankelijke wetsvoorstel? Zo ja, is daarin niet
enige kritiek of twijfel naar voren gekomen? Zo neen, waarom kwamen die ineens
dan wel zo hard drie dagen na stemming over het voorstel in de Tweede Kamer?
Hoeven nu geen schadeclaims van eventuele nieuwe aanbieders worden verwacht?
Zij moeten immers wel een veilprijs betalen, terwijl de huidige GSM-aanbieders
niets meer hoeven te betalen?</al>
      <al>Dat de minister het moeilijk vindt om verkeerde taxaties te erkennen,
ondanks deze novelle, bleek naar de mening van de heer Stellingwerf te veel
uit de memorie van toelichting. De minister stelt daarin dat zij, hoewel zij
van mening is dat het tot nog toe gevoerde beleid zeer wel te verdedigen is,
het met de Commissie eens is dat een dergelijke procedure of andere mogelijke
juridische procedures nog vele jaren onzekerheid in de markt voor de mobiele
telecommunicatie zullen opleveren. Maar, het was toch niet alleen maar een
kwestie van mogelijke procedurele vertraging die tot wetswijziging noopt?
Het gaat toch ook om de erkenning van grote inhoudelijke juridische problemen?
Op grond daarvan behoeft dan weliswaar niet het beginsel van de veiling te
worden teruggenomen, maar iets meer bescheidenheid leek de heer Stellingwerf
toch wel op zijn plaats. Ook was hij van mening dat de memorie van toelichting
niet de plaats is om polemiek te bedrijven, dan wel een feitelijke aftocht
te dekken.</al>
      <al>In haar brief van 18 september jl. uit de Commissie haar grote zorg dat
Nederland niet zou kunnen overgaan tot verlening van de DCS1800-vergunningen
binnen de daartoe bepaalde termijn van richtlijn 96. De minister erkent dat
vergunningverlening waarschijnlijk niet eerder zal kunnen plaatsvinden dan
enkele maanden na 1 januari a.s. De heer Van Miert reageert daarop met de
stelling dat hij niet kan afwijken van de in de richtlijn vermelde termijn
noch Nederland kan vrijwaren van mogelijke schadeclaims. Er is overigens nog
een nieuwe klacht ingediend over de mogelijke strijd van de veiling met de
richtlijn omdat op basis van de vigerende wet de DCS1800-licenties hadden
kunnen worden verleend binnen de door de richtlijn voorgeschreven termijn.
De heer Stellingwerf moest wel de conclusie trekken dat de datum cruciaal
is om de wet in het staatsblad te krijgen en wellicht ook om schadeclaims
te voorkomen. Wat is wijsheid? Het voor 1 januari a.s. via een vergelijkende
selectie tot verdeling komen of te laat via een veiling? Door het vervroegd
beschikbaar komen van de extra 50 MHz dringt zich ook de vraag op in hoeverre
er nog wel sprake is van echte schaarste. De opmerking van de minister tijdens
de behandeling van het wetsvoorstel dat in geval van geen schaarste zal worden
afgezien van een veiling, lijkt temeer van belang nu er meer landelijke vergunningen
kunnen worden uitgegeven. Daarvan wordt bewust afgezien; de resterende frequenties
zullen worden verdeeld over kleinere pakketten waarbij geen verplichting tot
landelijke dekking wordt opgelegd. Hoe moet in dat licht dan art. 13x worden
gezien die landelijke dekking wil voorkomen? Wordt er met andere woorden geen
schaarste gecreëerd dan wel onnodig in stand gehouden?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tot haar spijt heeft mevrouw <nadruk type="vet">Van Zuijlen</nadruk> (PvdA) voor het eerst
moeten constateren dat zij blijkbaar niet over alle informatie heeft beschikt
om in dit telecomdossier bestuurlijk met de minister mee te denken, hetgeen
zij tot op heden heeft gedaan. Ook na de nadere gegevens van de minister had
zij nog de nodige zorgen. Waarom heeft de minister de Kamer niet onmiddellijk
geïnformeerd over de brief van de Europese Commissie van 20 juni jl.
waarin duidelijke bezwaren naar voren werden gebracht tegen de naheffing?
Zij kon eigenlijk niet geloven dat in het ambtelijke vooroverleg met Brussel
niet al eerder die signalen waren afgegeven, maar ook als ze er niet waren
geweest had de minister de Kamer toch direct moeten en kunnen informeren?
Ook houdt de minister vast aan een veiling, terwijl de Commissie haar uitdrukkelijk
verzoekt om de beginselen van de nieuwe wet vooralsnog niet op de selectie
van DCS1800-aanbieders toe te passen. Nu er geen naheffing komt, moet toch
wel voor 100% zeker zijn dat de Europese Commissie straks niet zegt dat er
geen sprake meer is van een level playing field en alsnog de veiling verbiedt,
zoals toch ook wel uit haar brief blijkt. Zijn de signalen overigens juist
dat het ministerie enigszins treuzelt met de beantwoording van vragen van
de Commissie inzake de klacht van Enertel en dat de Commissie daarom ook nog
niet feitelijk kan reageren op de veiling?</al>
      <al>Voorts vroeg mevrouw Van Zuijlen zich af, of er inderdaad sprake is van
een inbreuk op het EG-verdrag als de vergunningen niet op 1 januari a.s. worden
verleend? Zo ja, wat kan de Europese Commissie dan doen en welke instrumenten
heeft de minister dan nog? Kan zij alvorens te veilen tijdelijk vergunningen
geven en kan zij überhaupt nog wel veilen? Hoe kan worden voorkomen dat
gedupeerde marktpartijen schadeclaims indienen? Is het wellicht mogelijk om
in het kader van het level playing field bij veiling in plaats van een naheffing
een frequentieheffing in te voeren?</al>
      <al>De PvdA-fractie bleef hechten aan het instrument van een veiling en was
van mening dat er wel heel goede redenen moeten zijn om daarvan af te zien,
zoals een bezwaar van de Europese Commissie of als het veilen veel meer tijd
zal kosten dan een beauty contest, al was mevrouw Van Zuijlen persoonlijk
van mening dat met een veiling het snelst resultaten kunnen worden bereikt.
Wat dat betreft, was haar fractie dan ook graag bereid mee te werken aan een
snelle afhandeling van de novelle.</al>
      <al>Zij stelde ten slotte het eens te zijn met de heer Leers dat de verdeling
van de 75 MHz het best aan de markt zelf kan worden overgelaten. </al>
      <tuskop letat="vet">Antwoord van de regering</tuskop>
      <al>Ook de <nadruk type="vet">minister</nadruk> betreurde het zeer dat het proces van het onderhavige
wetsvoorstel is bemoeilijkt door gebeurtenissen die zij absoluut niet heeft
kunnen voorzien. Zou zij dat wel hebben gekund, dan had haar verdediging ten
opzichte van de Kamer wel heel anders zijn geweest.</al>
      <al>Rondom het moment van indiening van het wetsvoorstel ging ook de discussie
over de naheffing van start, gebaseerd op hetgeen elders in Europa is gebeurd.
Een van de belangrijkste argumenten voor een naheffing was dat de Europese
Commissie Spanje en Italië met name vanwege het ontbreken van een level
playing field heeft gedwongen een naheffing op de leggen aan de eerste vergunninghouders.
Voor hun vergunning was geen geld gevraagd, maar voor de tweede vergunningverlening
wel. Toen een en ander op ambtelijk niveau in Brussel werd afgetast, leek
die naheffing ook voor Nederland de enige oplossing, ook in de ogen van de
landsadvocaat. Achteraf gezien snijden ook de argumenten van de Commissie
tegen de naheffing echter enig hout, maar ze hebben de bewindsvrouwe wel verbaasd.
Brussel is namelijk van mening dat de Nederlandse situatie niet vergelijkbaar
is met die in Spanje en Italië destijds omdat het daar ging om de oude
monopolist en een nieuwe aanbieder en er in Nederland toch al sprake is van
een zich enigszins ontwikkelende markt. Als er een ruime tijd zit tussen de
eerste en de volgende vergunningverlening is er naar de mening van de Commissie
geen reden om een naheffing op te leggen.</al>
      <al>Dat er klachten zijn ingediend, toonde volgens de bewindsvrouwe het ongelijk
van haar redenering niet aan, want er zullen altijd voor- en tegenstanders
zijn van naheffing en veilen.</al>
      <al>Na behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer kwam op 20 juni
de brief van Van Miert, dus op het moment waarop nog geen bezwaren waren ingediend.
De Commissie had daarvan echter wel enige signalen ontvangen. Toen de minister
de heer Van Miert vlak daarna sprak deed hij daar heel luchtig over en stelde
hij dat daar wel uit moest worden gekomen, dus geen enkele reden voor haar
om te gaan twijfelen aan de ingeslagen weg. Het verzoek om de beginselen van
de wet vooralsnog niet toe te passen slaan op de eerste drie overwegingen
die in de brief van de Commissie naar voren zijn gebracht. Op verzoek van
de Kamer werd al bezien in hoeverre de 50 MHz zoveel mogelijk naar voren kon
worden gehaald. De overweging van de naheffing was bedoeld als signaal en
in gesprekken daarover leek dat een oplosbaar probleem te zijn en dat van
de drie jaar eveneens.</al>
      <al>Over de ingediende klachten zijn verschillende malen ambtelijke gesprekken
gevoerd – een overzichtje daarvan kon de minister desgewenst wel overleggen –
en uiteindelijk verzoekt de heer Van Miert op 18 september om alternatieve
benaderingen voor de vergunningverlening te overwegen gevolgd door zijn brief
van 6 oktober, waarin hij de gekozen oplossingen goedkeurt, maar zegt uiteraard
op een aantal punten geen garanties te kunnen geven en nog wel wijst op de
datum van 1 januari. Naar aanleiding van de brief van 18 september is een
alternatief overwogen, zoals de beauty contest die blijkens allerlei wilde
verhalen heel snel zou kunnen plaatsvinden. Bezien is hoe snel dat tot resultaat
zou kunnen leiden en allereerst is gekeken naar de bij de GSM gevolgde procedure.
Dat is een vrij optimistische inschatting, omdat het nu gaat om een wat ingewikkelder
procedure. Tijdens de behandeling van de voorstellen in de Eerste Kamer kwamen
geruchten dat de contest wel in twee maanden zou kunnen zijn afgerond.
Om te voorkomen dat zo'n contest na afloop door een rechterlijke uitspraak
werd gefrustreerd is de landsadvocaat om advies gevraagd en die heeft uiteindelijk
toch ontraden om snel te werk te gaan en dat de zorgvuldigheid toch zeker
een procedure van een halfjaar vraagt. De minister was vanwege eventuele gerechtelijke
procedures niet bereid dat advies openbaar te maken, maar wilde het de Kamer
wel vertrouwelijk ter inzage geven. De landsadvocaat stelt dat een procedure
die na het uitoefenen van een vergelijkende toets tot verlening van vergunningen
leidt een zeer groot aantal procedurele stappen vereist die heel zorgvuldig
moeten worden genomen. Als de procedure wordt overhaast, is het risico van
gebreken groot. Dergelijke (vermeende) gebreken kunnen aanleiding geven tot
een tussentijdse interventie van de rechter. Ook na afloop van de procedure
kunnen in het ongelijk gestelde partijen in (vermeende) gebrekkige procedures
gronden vinden tot bezwaar- en beroepsprocedures. Juist als sprake is geweest
van overhaaste besluitvorming is dan ingrijpen door de rechter, bijvoorbeeld
voorlopige schorsing van een verleende vergunning in afwachting van nadere
beslissing, niet uitgesloten. De heer Boersma heeft in de Eerste Kamer als
basis art. 17 gesuggereerd, maar dat is een onbegaanbare weg, want daar is
dat artikel niet voor bedoeld. Het is wel van toepassing op alle vormen van
telecommunicatie, maar hoofdstuk IIa kent een specifieke regeling voor toewijzing
van de frequenties voor mobiele telecommunicatiedoeleinden. Hoofdstuk IIa
is met andere woorden toegevoegd en dus is art. 17 niet bedoeld voor dit soort
doeleinden. Bovendien zijn procedures die op basis van dat artikel zijn gevoerd
regelmatig op problemen gestuit bij het CBB, het College voor beroep voor
het bedrijfsleven. Er kan dus niet worden volstaan met de criteria die daarvoor
tot nu toe zijn gehanteerd en zullen de criteria, zoals in hoofdstuk IIa ook
is aangegeven, ook zeer nauwkeurig moeten worden omschreven. Volgens de landsadvocaat
is hoofdstuk IIa van toepassing omdat dit ook de bedoeling van de wetgever
is geweest. Gebruik van dat hoofdstuk is ook niet in afwijking van het eerder
gevolgde regime bij GSM en ERMES. Het gaat overigens ook om bij AMvB aangewezen
systemen en een bepaald aantal vergunningen. De systemen zijn innovatief,
pan-Europees en digitaal en de beschikbare frequenties zijn op grond van de
Europese richtlijnen gereserveerd en beperkt beschikbaar. Art. 17 is niet
toereikend voor frequentiereservering van overheidswege. Hoofdstuk IIa regelt
onderlinge verhoudingen van diverse vergunninghouders, de relatie tot de concessiehouder
en de rechten en de plichten en geeft ook een waarborg dat dienstverlening
snel totstandkomt, dat de selectie plaatsvindt op kwaliteit met een minimum
aantal aan verplichtingen, zoals het daadwerkelijk aanbieden van de betreffende
diensten. Er is toezicht mogelijk op de kwaliteit en het gaat over grote economische
belangen. De rechtszekerheid en de doelmatige verzorging van de telecommunicatie,
aldus de landsadvocaat, rechtvaardigen een zorgvuldige keuze van de vergunninghouders
aan de hand van duidelijke en toetsbare toelatings- en selectiecriteria. In
art. 17 ontbreken bruikbare toetsingscriteria, waardoor in geval van bezwaar
en beroep nauwelijks is aan te geven waarom een bepaalde aanvrage is afgewezen.
Een beperkt aantal toelatingseisen op grond van art. 17 zal aanvragers ertoe
leiden toch aan te geven waarom hun aanvraag de beste is, zoals ook bij de
GSM-procedure is gebleken die overigens was gebaseerd op hoofdstuk IIa. Ten
slotte geeft de landsadvocaat aan dat art. 17 ook nauwelijks een wettelijk
kader biedt voor het opleggen van verplichtingen aan de vergunninghouder.
Dus als al besloten wordt tot een procedure op basis van art. 17 vergt de
gewenste zorgvuldigheid een langdurige procedure waardoor aanzienlijk over
de datum van 1 januari a.s. zal worden heengegaan.</al>
      <al>Voorts stelde de minister dat de door mevrouw Van Zuijlen gememoreerde
vragen van de Europese Commissie over de Enertelklacht op 8 september jl.
zijn beantwoord. Op 16 oktober heeft de Commissie gemeld dat Enertel
een aanvullende klacht heeft ingediend en de antwoorden daarop gaan morgen
de deur uit. Zij hoopte daarmee in ieder geval de schijn te hebben weggenomen
dat haar ministerie traag reageert, maar zorgvuldige beantwoording moet natuurlijk
wel geschieden en dat kost soms enige tijd.</al>
      <al>Het leek haar een misverstand dat nog steeds wordt beweerd dat bewust
wordt geprobeerd om schaarste te creëren. Het gaat om twee pakketten
van elk 15 Mhz DCS1800 en 5 MHz EGSM, en zestien pakketten van elk ca. 2,5
MHz DCS1800. Natuurlijk kunnen belangstellenden met die zestien pakketten
landelijke diensten creëren, maar zij zijn in ieder geval niet verplicht
om landelijke dekking te garanderen. De suggestie om alle frequenties op de
markt te gooien en af te wachten wat de verkrijgers ervoor willen betalen
en ermee willen doen, vond zij op zich wel interessant, maar de belangrijke
vraag daarbij is wel of dat zal leiden tot landelijke DCS1800-aanbiedingen.</al>
      <al>De bedoeling van de veiling en de bepaling dat er twee landelijke aanbieders
zouden moeten komen is toch altijd geweest om ten opzichte van de huidige
GSM-aanbieders verdere mededinging te bewerkstelligen. Als alle beschikbare
frequenties in heel kleine pakketjes worden verdeeld, is het niet zeker dat
die concurrentie ook ontstaat. Het is overigens helemaal niet zeker dat er
daadwerkelijk geveild zal moeten worden. Nadat de wet hopelijk op 1 december
in het staatsblad is gepubliceerd, volgt een inschrijving. Als dat er niet
meer zijn dan het aantal beschikbare frequenties, worden de vergunningen gewoon
afgegeven en in dat geval schatte de bewindsvrouwe de kans groot in dat kort
na 1 januari tot uitgifte van de vergunningen kan worden overgegaan. Is het
aantal aanvragen groter, moet er worden geveild en dan wordt het zo omstreeks
maart. Wordt er voor een beauty contest gekozen, dan kan die pas ver na 1
januari worden gehouden vanwege de langere voorbereidingstijd, maar de eerste
ronde van een veiling of een contest is inderdaad niet verschillend. Volgens
de richtlijn moeten de vergunningen inderdaad per 1 januari 1998 worden verleend.
Wordt die datum niet gehaald, kan er een infractieprocedure worden gestart,
maar de minister verwachtte dat niet als de vertraging slechts enkele maanden
bedraagt. Partijen die zich daardoor benadeeld voelen, kunnen dan wel schadeclaims
indienen, maar het is dan de vraag of zij die vergunning voor 1 januari hadden
kunnen krijgen en dat is niet zo. De landsadvocaat heeft gesteld dat zulke
procedures met vertrouwen tegemoet kunnen worden gezien, mits de procedure
voor vergunningverlening maar voor 1 januari is gestart en zo snel mogelijk
wordt afgerond. Hoe dan ook, 1 januari is sowieso niet haalbaar, zeker niet
met een beauty contest, wellicht voor de inschrijving en heel misschien voor
een veiling, maar die hoeft in ieder geval niet veel later dan 1 januari te
worden gehouden.</al>
      <al>Zijn er te veel aanvragen en moet er derhalve worden geveild, dan moeten
de nieuwe vergunninghouders een prijs betalen, terwijl Libertel en PTT dat
niet hebben hoeven te doen. De Europese Commissie vindt dat geen aantasting
van het level playing field en haar redenering is te volgen net als de redenering
die de bewindsvrouwe hiervoor hanteerde. De Commissie is ervan overtuigd dat
in geval van een naheffing voor de bestaande aanbieders nieuwe aanvragers
hun bod zullen ophogen omdat zij zich dat dan kunnen permitteren. In het geval
dat van naheffing wordt afgezien, zullen nieuwe aanvragers daarmee in hun
bod ook rekening houden en dus een lagere prijs bieden. Een frequentieheffing
is ook niet zo interessant – behalve dan voor de overheid als inkomstenbron –
want die zou non-discriminatoir moeten zijn en dus moeten gelden voor en de
oude en de nieuwe partijen en zal dus ook geen bijdrage leveren aan het level
playing field.</al>
      <al>De bewindsvrouwe stelde vervolgens dat op dit moment volop met PTT en
Libertel wordt overlegd over het vrijmaken van frequenties die thans voor
het ATF3-net worden gebruikt. </al>
      <al>Waarom de Commissie problemen heeft met de lange exclusiviteitsperiode
kon zij niet bevroeden. Drie jaar vindt zij voor KPN en Libertel een onevenredig
nadeel, maar met twee jaar met een mogelijkheid van verlenging tot drie jaar
kan zij wel leven, misschien omdat haar duidelijk is gemaakt dat het uitrollen
nogal wat tijd vraagt. KPN en Libertel kunnen natuurlijk wel ervaring opdoen
als zij een of meer van die kleinere pakketjes kopen. In dat verband stelde
de minister nog dat art. 13x een zogenaamde asymmetriebepaling is, het recht
op roaming van latere landelijke vergunninghouders, en tegenover de verplichting
tot landelijke dekking staat. De verkrijgers van die kleinere pakketjes mogen
landelijk gaan, maar hoeven dat niet.</al>
      <al>Ten slotte merkte zij nog op dat zij in dit dossier geen garanties durft
te geven, maar er wel zeker van is dat er meer risico wordt gelopen als voor
een andere procedure wordt gekozen. </al>
      <tuskop letat="vet">Nadere gedachtewisseling</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Leers</nadruk> (CDA) had van de minister begrepen dat als er
moet worden geveild 1 januari niet kan worden gehaald en dat zal een groot
probleem opleveren, want hij was ervan overtuigd dat Brussel aan die datum
zal vasthouden. Overigens hebben ook al enkele partijen aangekondigd dat als
de frequenties niet op 1 januari zijn verdeeld zij aanzienlijke schadeclaims
zullen indienen. Dan is de vraag van belang aan wie het nu gelegen heeft dat
de datum niet is gehaald. Hij bleef de indruk houden dat er een verkeerde
inschatting is gemaakt van de opvattingen van de Commissie al was hij het
ermee eens dat die niet helemaal helder waren. Vraag is of de minister redelijkerwijs
had kunnen verwachten dat Brussel met bezwaren zou komen. Ondanks de vele
contacten – het lijstje kreeg hij overigens graag – is er sprake
van nogal wat misverstanden en miscommunicatie. Of alle argumenten van de
landsadvocaat tegen toepassing van art. 17 WTV valide zijn, kon hij niet beoordelen
en nam dat maar van de minister aan, maar bleef daar erg sceptisch over. Als
er schadeclaims komen, zal de Kamer de minister daar zijns inziens terecht
op kunnen aanspreken.</al>
      <al>Ten slotte vroeg de heer Leers of de minister bereid is om als er moet
worden geveild de veilingvoorwaarden aan de Kamer voor te leggen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ook mevrouw <nadruk type="vet">Roethof</nadruk> (D66) vond het spijtig dat het nog niet
zeker is dat schadeclaims zullen uitblijven en hoopte dat het contact tussen
de minister en de EG-commissaris inzake de Telecomwet beter zal verlopen in
die zin dat niet meer zulke onaangename verrassingen te verwachten zijn.</al>
      <al>Zij kon zich wel vinden in de argumentatie van de landsadvocaat inzake
art. 17 en hoopte dat achteraf niet zal blijken dat er nu toch weer iets verkeerd
is gegaan. Kan de bewindsvrouwe dat verzekeren, temeer omdat de heer Van Miert
zo zijn twijfels heeft uitgesproken over het handhaven van het instrument
veilen en verzoekt dat niet te hanteren? Wat is de status van zo'n verzoek?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Stellingwerf</nadruk> (RPF) kon niet nalaten te zeggen dat nu
maar weer eens blijkt dat op zo veel punten zo veel nationale autonomie ingeleverd
is moeten worden. Hij kon zich voorstellen dat de minister zich niet direct
na de eerste oprisping vanuit Brussel heeft neergelegd, maar de brief van
20 juni is toch wel erg duidelijk.</al>
      <al>Ten slotte herhaalde hij zijn verzoek om een verslag van de gesprekken
met Brussel tussen 20 juni en eind augustus.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Van Zuijlen</nadruk> (PvdA) wilde haar nadere opmerkingen en
vragen bewaren voor de inbreng op de novelle. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister</nadruk> begreep uit die laatste opmerking dat de Kamer
geen blanco verslag zal uitbrengen, hetgeen de snelheid van de procedure niet
ten goede zal komen.</al>
      <al>Zij was het uiteraard met de heer Leers eens dat de procedure zeker geen
schoonheidsprijs verdient, maar herhaalde dat als voor de beauty contest was
gekozen 1 januari a.s. in ieder geval niet zou kunnen worden gehaald. Er bestaat
nu nog de kans dat die wel kan worden gehaald, nl. dat er niet hoeft te worden
geveild.</al>
      <al>Zij herhaalde in de richting van de heer Stellingwerf dat toen op 20 juni
de brief van de Commissie kwam er nog geen problemen bestonden en merkte vervolgens
op dat er van de ambtelijke gesprekken noch van haar gesprekken met Brussel
verslagen zijn gemaakt. Het is overigens zeer gebruikelijk en terecht dat
over dit soort complexe aangelegenheden veelvuldig overleg wordt gepleegd
met DG4. Die zal nooit direct zeggen dat zij het ermee eens of oneens is,
want die wacht veelal op wat er in de markt gebeurt. In de gesprekken zijn
wel de nodige vraagpunten naar voren gekomen en uiteindelijk bleef DG4 terughoudend
en vond DG13 alles prachtig. In elk geval is er geen enkel signaal gekomen
dat er grote bezwaren bestonden.</al>
      <al>Ten slotte zegde zij toe te zijner tijd het veilingreglement aan de Kamer
te zullen voorleggen. </al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>Biesheuvel</naam>
        <functie>De griffier van de commissie,</functie>
        <naam>Roovers  </naam>
      </ondtek>
    </wet>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), ondervoorzitter, Van den Berg (SGP),
Lilipaly (PvdA), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Reitsma (CDA), Versnel-Schmitz
(D66), Van Gijzel (PvdA), Leers (CDA), Van Heemst (PvdA), Feenstra (PvdA),
Verbugt (VVD), Poppe (SP), Van 't Riet (D66),  H. G. J. Kamp (VVD), Stellingwerf
(RPF), Crone (PvdA), Roethof (D66), M. B. Vos (GroenLinks), Verkerk (AOV),
Van Zuijlen (PvdA), Van Waning (D66), Keur (VVD), Assen (CDA), Ten Hoopen
(CDA) en Luchtenveld (VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Blauw (VVD), Schutte (GPV), Van Gelder (PvdA),
Soutendijk-van Appeldoorn (CDA), Dankers (CDA), Jeekel (D66), Swildens-Rozendaal
(PvdA), Terpstra (CDA), A. de Jong (PvdA), Duivesteijn (PvdA), Hofstra (VVD),
Hillen (CDA), Remkes (VVD), Leerkes (Unie 55+), Witteveen-Hevinga (PvdA),
Augusteijn-Esser (D66), Rosenmöller (GroenLinks), Nijpels-Hezemans (groep-Nijpels),
Valk (PvdA), Hoekema (D66), Klein Molekamp (VVD), Van der Linden (CDA), Meijer
(CDA) en Te Veldhuis (VVD).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>