Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal1996-199725168 nr. 14

25 168
Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (profielen voortgezet onderwijs)

nr. 14
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 27 mei 1997

In het wetgevingsoverleg van 12 mei 1997 (25 168, nr. 10) is door enkele fracties aangedrongen op uitstel van de invoering van de profielvoorstellen tot 1 augustus 1999. Ik heb mij nader georiënteerd op de voor- en nadelen daarvan, mede in relatie tot de beschikbaarheid van de extra f 50 mln. (brief van 20 mei 1997, 25 168, nr. 13). Alles afwegende lijkt het mij wijsheid een gedifferentieerde invoering mogelijk te maken. Ik houd dus graag vast aan de invoeringsdatum van 1 augustus 1998 van het profielsysteem in de wet, maar wil scholen die meer tijd nodig hebben de gelegenheid geven een jaar extra uit te trekken voor de voorbereiding van de invoering – dat leidt dan tot invoering per 1 augustus 1999. Een scholengemeenschap met vwo én havo kan er ook voor kiezen voor de ene schoolsoort het nieuwe systeem in te voeren per 1 augustus 1998, en voor de andere een jaar later. Separaat zend ik een nota van wijziging die de afwijkingsmogelijkheid regelt (25 168, nr. 15).

De extra middelen (uit het bedrag van f 50 mln.) zullen aan de school beschikbaar worden gesteld in het schooljaar voorafgaande aan de invoering op die school. De middelen zullen ter beschikking worden gesteld als een bedrag per leerling in de bovenbouw vwo/havo. Als een scholengemeenschap ervoor kiest dat de datum van invoering per schoolsoort verschilt, zullen dienovereenkomstig de middelen ter beschikking worden gesteld verdeeld over twee schooljaren (voor vwo en havo afzonderlijk). Als grondslag voor de toekenning van de middelen wordt in alle gevallen genomen het leerlingaantal in de bovenbouw van de desbetreffende schoolsoort per 1 oktober 1996.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

T. Netelenbos