﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25004-36/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1996-1997</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="OPmt1__2.1" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>7K2236</ordernr>
    <vergjaar>1996-1997</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>25 004</nummer>
      <naam>Jaaroverzicht Zorg 1997</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>36</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Rijswijk,  <datum>23 juni 1997</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met uw brief van 4 juni jl. heeft u mij gevraagd, de vragen te beantwoorden
die de heer Marijnissen heeft gesteld tijdens het ordedebat van diezelfde
dag<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>. Bij deze voldoe ik graag aan dat verzoek.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Alvorens op de specifieke vragen van de heer Marijnissen in te gaan wil
ik graag kort het bredere kader schetsen waarbinnen ik de ontwikkelingen zie
die nu bij de <nadruk type="vet">intensive care</nadruk> zo nadrukkelijk in de belangstelling
staan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De ziekenhuizen vormen een beweeglijke sector. Veranderingen zijn er aan
de orde van de dag. Maatschappelijke en demografische ontwikkelingen hebben
hun uitwerking op de ziekenhuisorganisatie. De ontwikkelingen in de medische
technologie hebben zo mogelijk nog meer invloed. Dit alles tezamen stelt nieuwe
eisen aan de ziekenhuisorganisatie en aan de infrastructuur. Het «gewone»
ziekenhuisbed zal binnen de instelling steeds minder centraal staan. Daarentegen
zal steeds meer plaats opgeëist worden door de poliklinische zorg en
zorg in dagbehandeling. Daarnaast zal binnen de klinische setting de high
tech een meer prominente plaats in gaan nemen. Aan dit laatste dragen ook
de ontwikkelingen op het gebied van de intensive care stevig bij. Dergelijke
ontwikkelingen hebben hun effect op de infrastructuur. Stukje bij beetje zal
sprake zijn van andere accenten in het bouwen en, daaraan gekoppeld andere
accenten in de besteding van middelen. Met het oog hierop heb ik onlangs aan
het College voor ziekenhuisvoorzieningen een brief geschreven met het verzoek
om op dit punt mee te denken. Een afschrift van die brief voeg ik bij.<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref></al>
      <witreg></witreg>
      <al>De bovengenoemde accentverschuivingen hebben natuurlijk ook hun gevolgen
voor de exploitatie, de inzet van budgetten en van personeel. Ziekenhuizen
moeten bij de keuzes die daaraan vast zitten binnen de gegeven kaders maximaal
autonoom zijn. Zij stellen de prioriteiten en beslissen over de plussen en
minnen in hun eigen bedrijfsvoering. Lijkt men er zelf niet uit te komen,
dan wil ik graag in overleg met de ziekenhuizen bezien wat daarvan
de oorzaken zijn en of we gezamenlijk tot oplossingen kunnen komen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In dit verband heb ik op 13 juni jl. brieven gestuurd aan de Nederlandse
Vereniging van Ziekenhuizen en de Orde van Medisch Specialisten. U heeft deze
brieven in afschrift ontvangen. Ik stel daarin voor, op korte termijn van
gedachten te wisselen over de werkelijke oorzaken van het voortduren van de
IC-problematiek. In de brieven heb ik onder meer een beoordeling gevraagd
van het gevoelde plaatsgebrek op de IC-afdelingen. Daarnaast heb ik het belang
onderstreept van goede logistieke samenwerking en communicatie. Uit diverse
onderzoeken is immers naar voren gekomen dat ook dit meespeelt bij de ervaren
opnameproblematiek.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het overleg zal ik aandacht vragen voor de registratie en gestructureerde
informatievoorziening rondom de intensive care. Hiervoor bestaan internationaal
vastgelegde en onderschreven normen: het Therapeutic Intervention Score System
(TISS) en de Acute Physiologic and Chronic Health Evaluation (APACHE). Uit
het recente onderzoek van het Julius Centrum van de Universiteit van Utrecht
naar plaatstekort op intensive care afdelingen komt naar voren dat deze systemen
bij niet meer dan 40% (TISS) respectievelijk 25% (APACHE) van de onderzochte
afdelingen gebruikt wordt. Bij de academische centra liggen de percentages
hoger. Ook vastgelegde opname- en ontslagcriteria ontbreken vaak: bij circa
eenderde van de afdelingen zijn deze in beleid vastgelegd.</al>
      <al>Het betreffende onderzoek zend ik mee met deze brief.<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref></al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Vereniging Academische Ziekenhuizen heeft mij naar aanleiding van het
vragenuurtje op 3 juni jl. een reactie gestuurd. Deze is tevens in afschrift
gezonden aan de vaste Kamercommissie. Ook met de VAZ zal ik binnenkort overleggen
over hun opvatting dat het systeem niet meer berekend is op tijdelijke piekbelasting
en er derhalve sprake is van een structureel tekort. In haar brief kondigt
de VAZ aan met concrete voorstellen te komen om de afstemming van behoefte
aan intensive care op de capaciteit te verbeteren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals ik u 3 juni jl. al toezegde zal ik u van het resultaat van de bespreking
met de betrokken partijen verslag doen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het ordedebat van 4 juni jl. is een aantal vervolgvragen opgenomen
naar aanleiding van het vragenuurtje de dag daarvoor. Op die vragen ga ik
hieronder in.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer Marijnissen stelt dat ik een aanvraag van het AMC voor twee extra
IC bedden heb afgewezen. In het overleg op 3 juni jl. heb ik u gemeld dat
ik bijzonder weinig verzoeken krijg voor toestemming voor bouw voor uitbreiding
van de IC-capaciteit. Ik gaf toen aan dat er twee initiatieven aanhangig zijn
die zich specifiek richten op verbeteringen in het OK- en IC-blok. Dit betreffen
bouwprojecten in Zwolle voor het ziekenhuis de Weezenlanden en het Sofiaziekenhuis.
Daarnaast zijn er diverse meer algemene nieuwbouw- en renovatieprojecten waarin
afdelingen voor intensive care worden meegenomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De suggestie van de heer Marijnissen dat het AMC juist een aanvrage voor
twee extra bedden heeft ingediend en dat die door mij zijn afgewezen, berust
naar mijn idee op een misverstand. Wat er op dit punt speelt bij het AMC zet
ik hieronder op een rijtje.</al>
      <al>Het AMC heeft voor 1996 in het Lokaal Overleg met de ziektekostenverzekeraars
voorstellen tot budgetuitbreiding gedaan om de bestaande infrastructuur van
de volwassenen IC volledig te kunnen gaan benutten. Zonder ingrijpende verbouwing
of nieuwbouw is het in gebruik nemen van 6 extra bedden daar het
maximaal haalbare. De ziektekostenverzekeraars onderschreven de noodzaak en
de wenselijkheid van de daartoe noodzakelijke budgetuitbreiding.</al>
      <al>In het landelijke overleg in het kader van het hoofdlijnenakkoord tussen
de VAZ, Zorgverzekeraars Nederland en ondergetekende, bleken de beschikbare
middelen echter onvoldoende om de door partijen als noodzakelijk aangemerkte
zorg te kunnen financieren, hetgeen een nadere prioriteitenafweging noodzakelijk
maakte.</al>
      <al>In dat kader bleek het mogelijk om voor het AMC een budgetuitbreiding
te realiseren voor het in gebruik nemen van 4 extra IC bedden. De financiering
daarvan is overigens deels naar 1997 doorgeschoven en in 1996 door het AMC
uit eigen middelen voorgefinancierd.</al>
      <al>In het Lokaal Overleg voor 1997 is het budget voor het in gebruik nemen
van de 2 resterende extra bedden als noodzakelijke zorg gekwalificeerd. Ook
voor dit jaar bleken op landelijk niveau de beschikbaar gestelde middelen
niet toereikend om het gehele pakket te financieren. In het structurele voor-
en najaarsoverleg waarin wij spreken over de ontwikkeling van de zorgvraag
en de invulling van de beschikbare groeiruimte in het JOZ, is tot een andere
prioriteitenstelling gekomen, met name ten gunste van de wachtlijsten, de
open hartchirurgie en PTCA. </al>
      <al>Hierdoor is te verklaren dat hoewel het AMC op zich budgetuitbreiding
voor 2 extra IC bedden had aangevraagd, dit niet als een expliciet voorstel
bij mij op tafel heeft gelegen, en ik dit dus ook niet expliciet heb afgewezen.</al>
      <al>Het AMC heeft ondertussen voorbereidingen getroffen om na de veronderstelde
ingebruikname van de 6 extra bedden (binnen de bestaande infrastructuur) tot
verdere uitbreiding van de IC-capaciteit te komen. Daartoe is dus bouw noodzakelijk.
In dat verband heeft het AMC in brieven d.d. 15 juli 1996 aan de Ministeries
van OCW en VWS aangegeven dat verdere additionele uitbreiding van de IC-capaciteit
niet meer kan plaats vinden op de huidige locatie en deze op een andere plaats
gecreëerd moet worden.</al>
      <al>In geval van een verdere uitbreiding zal dus gebouwd moeten worden. Het
AMC voorziet dit voor 1998. Een aantal IC bedden heeft het ziekenhuis in de
betreffende brief niet genoemd. Ik heb in mijn reactie aan het AMC van 10
september 1996 laten weten hun uitgewerkte initiatief met betrekking tot de
IC met belangstelling tegemoet te zien. De aanvraag is tot nu toe niet bij
mij ingediend maar desgevraagd is mij gebleken dat de voorbereidingen vergevorderd
zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer Marijnissen reageert tevens op de rol die ik bij het opnameprobleem
bij het AMC had toegekend aan de resistente bacterie. Om over deze kwestie
maximale helderheid te krijgen heb ik de inspectie verzocht, onderzoek te
doen naar het incident bij het AMC. Uit dat onderzoek komt de complexiteit
van de materie naar voren.</al>
      <al>Primair had de opnamestop te maken met het tekort aan IC-verpleegkundigen.
Volgens de Inspectie wordt in de gehele Amsterdamse regio een tekort aan IC-personeel
ervaren, met name op de «niveau I IC's» van het AMC, OLVG en het
VU ziekenhuis. Inmiddels wordt door het AMC hard gewerkt aan het opleiden
van extra verpleegkundigen voor de IC. De betreffende ziekenhuizen hebben
gezamenlijk plannen gemaakt om een pool van IC-verpleegkundigen te formeren.
Op dit moment heeft men echter nog steeds last van krapte.</al>
      <al>Naast het bovenstaande heeft de aanwezigheid van enkele besmette patiënten
op de IC-afdeling in meer indirecte zin een rol gespeeld. Deze patiënten
konden weliswaar voldoende worden geïsoleerd, maar brachten een toename
van de zorgintensiteit met zich mee, wat weer in enige mate bijdroeg aan het
tekort aan IC verpleegkundigen.</al>
      <al>Het aspect van het tekort aan IC-verpleegkundigen zal ik in het overleg
met de koepels aan de orde stellen. </al>
      <al>De heer Marijnissen heeft inderdaad gelijk als hij stelt dat er in de
Amsterdamse regio goed samengewerkt wordt. Het bovenstaande initiatief om
te komen tot een pool illustreert dat ook.</al>
      <al>De inspectie buigt zich nog over het aspect van de aansprakelijkheid.
De inspectie spreekt daarbij van verantwoordelijkheid. Op dit punt zal ik
u nader berichten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over het calamiteitenhospitaal stelt de heer Marijnissen dat mijn opmerkingen
terzake niet opportuun zijn omdat deze capaciteit alleen beschikbaar is voor
slachtoffers bij rampen. Ik ben het in zoverre met hem eens dat dit hospitaal
natuurlijk niet steeds in werking gebracht kan worden als er een probleem
is om een individuele patiënt onder te brengen. Waar ik met mijn opmerking
op doelde was echter dat het ook beschikbaar zou moeten zijn in bijzondere
omstandigheden wanneer een OK-complex of IC acuut moet sluiten. Het gaat dan
niet om situaties van rampen met slachtoffers maar om calamiteiten in het
betreffende ziekenhuis zelf, waarvoor elders een noodoplossing gevonden moet
worden. Met het Academisch Ziekenhuis Utrecht/Centraal Militair Hospitaal
(AZU/CMH) zal ik overleggen om de mogelijkheden van het calamiteitenhospitaal
beter in beeld te brengen. Ik wil daarbij ook nagaan inhoeverre het mogelijk
is dat het AZU/CMH voorziet in een zekere bufferfunctie voor tijdelijk plaatsgebrek.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als laatste ga ik in op de intensivisten. De heer Marijnissen merkt op
dat ik aanvragen voor intensivisten slechts sporadisch heb gehonoreerd en
deels ook heb afgewezen. Hij doelt daarmee op de planning van specialistenplaatsen,
een systeem dat tot en met 1995 gehanteerd is. Daarbij werd de planningsruimte
per regio vastgelegd in provinciale ziekenhuisplannen in het kader van de
Wet ziekenhuisvoorzieningen. Vervolgens werden aanvragen voor plaatsen bij
het Ministerie ingediend. Deze werden getoetst aan de vastgestelde plannen
per regio. In dat systeem werden intensivisten niet als apart omschreven specialisme
onderscheiden. Het betreft een subspecialisatie vanuit de interne geneeskunde,
de anaesthesiologie en de heelkunde. Aanvragen die zo nu en dan gedaan werden
voor intensivisten werden ook in dat kader bezien. Voor een deel van de regio's –
waaronder de Amsterdamse – lag het aantal erkende specialistenplaatsen
boven dat waar normatief ruimte voor was. In dat kader zijn ook aanvragen
voor extra functieplaatsen afgewezen. Een en ander neemt niet weg dat in de
betreffende regio's steeds wel mogelijkheden voor substitutie bestaan hebben.
Datzelfde is ook nu nog het geval. Het planningsinstrument is, zoals ook aangekondigd
in het Kabinetsstandpunt «Modernisering Curatieve Zorg» (TK 1994–1995,
23 619, nrs. 3–4), inmiddels afgeschaft. De band tussen het aantal
erkende specialistenplaatsen (alsmede het aantal bedden) en de hoogte van
het budget is daarmee doorbroken. Met de lokale initiatieven voor specialistenhonoraria
en de mogelijkheid van aanneemsommen bij ziekenhuizen zijn we op weg naar
een systeem waarbij de overheid op het punt van capaciteitsbepaling per ziekenhuis
teruggetreden is.</al>
      <al>Overigens heb ik begrepen dat binnenkort de eerste intensivistencurus
in Nederland afgesloten wordt, georganiseerd door de gemeenschappelijke intensivistencommissie
die door de wetenschappelijke verenigingen van de internisten, de anaesthesiologie
en de heelkunde in het leven geroepen is. De genoemde commissie organiseert,
ter afsluiting van de eerste cyclus van de cursus, in september een symposium
dat aan deze specialisatie gewijd wordt. Dat lijkt me een prima initiatief.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik hoop u hiermee voor dit moment voldoende geïnformeerd te hebben.
Van de uitkomsten van mijn overleg met de betrokken partijen zal ik u op de
hoogte brengen. </al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,</functie>
        <naam>E. Borst-Eilers </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Zie Handelingen nr. 31, vergaderjaar 1996–1997.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>