﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-25004-34/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1996-1997</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="OPmt1__2.1" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>7K1034</ordernr>
    <vergjaar>1996-1997</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>25 004</nummer>
      <naam>Jaaroverzicht Zorg 1997</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>34</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Rijswijk,  <datum>26 maart 1997</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij het algemeen overleg op 26 februari 1997 over het persoonsgebonden
budget (25 004, nr. 33) heb ik aan de Kamer toegezegd schriftelijk in
te gaan op de navolgende onderwerpen:</al>
      <al>1. de conclusies van de nota die door de budgethoudersvereniging Per Saldo
aan de Tweede Kamer is overgelegd;</al>
      <al>2. de toekomstige positie van de budgethoudersverenigingen;</al>
      <al>3. het gebruik van een persoonsgebonden budget door bewoners van instellingen;</al>
      <al>4. de wijze waarop wordt omgegaan met persoonsgebonden budgetten die de
gemiddelde prijs van zorg in natura aanmerkelijk overschrijden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ad 1.</al>
      <al>In de conclusie van haar nota «Tussenevaluatie en toekomstvisie»
stelt de budgethoudersvereniging Per Saldo voor de toekomstige uitvoering
van het persoonsgebonden budget een variant voor waarbij «een uitkeringssituatie
wordt geschapen voor gebruikers van persoonsgebonden budgetten van minder
dan f 20 000,– per jaar, waarbij de budgethouder zelf de administratie
van het budget voert». Per Saldo tekent daarbij aan dat op dit moment
ruim driekwart van de budgethouders in het kader van de regeling PGB verpleging
en verzorging een budget lager dan die grens ontvangt. Voor budgetten boven
die grens zou ook in de toekomst een verplichte administratieve verwerking
door een derde instantie moeten blijven bestaan.</al>
      <al>De suggestie van Per Saldo kan te zijner tijd bij de evaluatie van het
persoonsgebonden budget worden betrokken. Alvorens te komen tot zo'n vergaande
stap dient eerst meer inzicht in de werking van het persoonsgebonden budget
te bestaan. Bij de invoering van de persoonsgebonden budgetten is voor de
duur van deze kabinetsperiode besloten tot rechtstreekse uitbetaling van een
forfaitair bedrag van f 2400,– op jaarbasis. Alvorens tot inhoudelijke
afwegingen te komen ten aanzien van de PGB-systematiek dient eerst de aandacht
op de totstandkoming van een hechte uitvoeringsorganisatie te worden gericht;
zo'n uitvoeringsorganisatie zal immers ook voor alle budgetten
in de door Per Saldo voorgestane systematiek onontbeerlijk zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ad 2.</al>
      <al>De budgethoudersverenigingen zijn thans belast met het beheer van de trekkingsrechten
die in het kader van het persoonsgebonden budget worden toegekend boven het
forfaitaire bedrag. Beide budgethoudersverenigingen laten zich daartoe bijstaan
door een particulier administratiekantoor. Bij de beoogde wijziging van de
uitvoeringsstructuur komen deze taken te berusten bij de Sociale Verzekeringsbank.</al>
      <al>Consequentie daarvan is dat in de toekomst geen uitvoeringstaak meer bij
de budgethoudersverenigingen ligt, maar dat hun doelstelling zich kan beperken
tot belangenbehartiging, ondersteuning, informatieverstrekking en advisering
ten behoeve van budgethouders. Aan beide budgethoudersverenigingen heb ik
verzocht hun toekomstige doelstelling uiteen te zetten in een beleidsdocument
op grond waarvan besluitvorming over een mogelijke subsidiëring op gang
kan worden gebracht. Daarbij zal aandacht dienen te worden besteed aan de
verhouding met de Federatie van Ouderverenigingen en de sociaalpedagogische
diensten (wat betreft Naar Keuze) en de Gehandicaptenraad (wat betreft Per
Saldo).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ad 3.</al>
      <al>De aanwending van een persoonsgebonden budget voor zorg in het kader van
voorzieningen moet worden beoordeeld tegen de achtergrond van de bedoeling
van het persoonsgebonden budget. Het persoonsgebonden budget is bestemd om
zorgvragers alternatieven te bieden voor zorg die in natura wordt verstrekt.</al>
      <al>Om die reden worden in de regeling PGB verpleging en verzorging budgetten
uitgesloten voor personen in instellingen waar duurzaam verblijf en verzorging
wordt geboden. De verantwoordelijkheid voor de concrete uitleg en toepassing
van deze bepaling berust bij de Ziekenfondsraad.</al>
      <al>In zijn algemeenheid kan een onderscheid worden gemaakt tussen wel en
niet collectief gefinancierde voorzieningen. In het eerste geval is het duidelijk
dat de uitsluiting gerechtvaardigd is doordat reeds collectief gefinancierde
zorg wordt verschaft.</al>
      <al>In het geval van niet collectief gefinancierde voorzieningen moet worden
overwogen dat het persoonsgebonden budget is bedoeld om zorgvragers beslissingsvrijheid
te verschaffen over de wijze waarop zij invulling willen geven aan de door
hen benodigde zorg. De bestedingsvrijheid van het budget door de zorgvrager
dient derhalve niet te worden aangetast. Tegen die achtergrond is het gerechtvaardigd
geen persoonsgebonden budget toe te kennen indien niet door de aanvrager zelf
kan worden bepaald waar en hoe de zorg wordt ingekocht. Dat is aan de orde
indien de betrokkene ten gevolge van zijn verblijf in een voorziening wordt
genoodzaakt de zorg in te kopen bij of via de exploitant van die instelling.</al>
      <al>Van belang is eveneens dat een dergelijke handelwijze leidt tot indirecte
financiering van niet toegelaten instellingen, hetgeen uitholling betekent
van het wettelijke stelsel van planning en bekostiging van voorzieningen.
Het persoonsgebonden budget is daarvoor niet bestemd.</al>
      <al>Het in het kader van de AWBZ aan de verstandelijk gehandicapte verstrekte
verblijf wordt altijd verschaft in ondergeschiktheid aan de verstrekte zorg.
Op die wijze moet ook het verblijf worden gezien dat kan worden betaald met
een PGB-VG.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Om uitholling van het wettelijk financieringsstelsel te voorkomen zijn
de kapitaallasten die aan het verblijf zijn verbonden, niet verdisconteerd
in het categorieënstelsel in de regeling PGB-VG, waardoor het budget
eenvoudigweg ontoereikend moet worden geacht om daarmee ook kapitaallasten
te bekostigen. Overigens heb ik aan het COTG verzocht, ter vermijding van
dubbele bekostiging van plaatsen, de instellingen te verplichten de kosten
en baten van zorg die door middel van een persoonsgebonden budget wordt gerealiseerd,
afzonderlijk in hun exploitatie zichtbaar te maken en te verrekenen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het vorenstaande sluit niet uit dat persoonsgebonden budgetten door twee
of meer zorgvragers in een gezamenlijk project worden aangewend. Van wezenlijk
belang daarbij is dat de beslissings- en bestedingsvrijheid van het budget
voor geen van de betrokken zorgvragers wordt aangetast. In dergelijke gevallen
is het dus essentieel dat het desbetreffende zorgarrangement uit individuele
contracten blijft bestaan die voor elke afzonderlijke budgethouder zonder
bezwaar voor de andere betrokken zorgvragers opzegbaar zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ad 4.</al>
      <al>Mijn opvattingen en voornemens ten aanzien van de toekenning van persoonsgebonden
budgetten die de gemiddelde kosten van zorg in nature aanmerkelijk te boven
gaan heb ik neergelegd in uitvoerige correspondentie aan de voorzitter van
Zorgverzekeraars Nederland en aan de algemeen secretaris van de Ziekenfondsraad.
Kortheidshalve volsta ik met een verwijzing naar de inhoud van de brieven
die ik hierbij overleg.<voetref refid="v3.1" nr="1"></voetref></al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,</functie>
        <naam>E. G. Terpstra </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v3.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlemen- taire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>