﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="kobo">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24592-1/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1995-1996</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="OPmt1__2.1" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>6K0312</ordernr>
    <vergjaar>1995-1996</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>24 592</nummer>
      <naam>Wijziging van bepalingen van de Mediawet in verband met een herziening
van de reclameregeling voor de publieke lokale en regionale omroep, het bevorderen
van de samenwerking tussen de publieke regionale en landelijke omroep en het
toestaan van commerciële omroep op niet-landelijk niveau</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>1</nummer>
      <titel>KONINKLIJKE BOODSCHAP</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wij bieden U hiernevens ter overweging aan een voorstel van wet tot wijziging
van bepalingen van de Mediawet in verband met een herziening van de reclameregeling
voor de publieke lokale en regionale omroep, het bevorderen van de samenwerking
tussen de publieke regionale en landelijke omroep en het toestaan van commerciële
omroep op niet-landelijk niveau.</al>
      <al>De memorie van toelichting (en bijlagen) die het wetsvoorstel vergezelt,
bevat de gronden waarop het rust.</al>
      <al>En hiermede bevelen Wij U in Godes heilige bescherming.</al>
      <ondtek>
        <plaats>'s-Gravenhage</plaats>
        <datum>30 januari 1996</datum>
        <naam>Beatrix</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
    <wet>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>2</nummer>
      <titel>VOORSTEL VAN WET</titel>
      <al>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:</al>
      <al>Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het voorstel
van wet, houdende wijziging van bepalingen van de Mediawet in verband met
een herziening van de reclameregeling voor de publieke lokale en regionale
omroep, het bevorderen van de samenwerking tussen de publieke regionale en
landelijke omroep en het toestaan van commerciële omroep op niet-landelijk
niveau, te wijzigen in verband met het vervallen van de artikelen 43a tot
en met 43d van de Mediawet met ingang van 1 januari 1996, en dat het voorts
wenselijk is de inwerkingtredingsbepaling van voornoemd voorstel van wet te
wijzigen;</al>
      <al>Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:  </al>
      <tuskop letat="vet">ARTIKEL I</tuskop>
      <al>Indien het bij koninklijke boodschap van 8 september 1995 ingediende voorstel
van wet, houdende wijziging van bepalingen van de Mediawet in verband met
een herziening van de reclameregeling voor de publieke lokale en regionale
omroep, het bevorderen van de samenwerking tussen de publieke regionale en
landelijke omroep en het toestaan van commerciële omroep op niet-landelijk
niveau (Kamerstukken I 1995/96, 24 336), tot wet wordt verheven, wordt
deze wet als volgt gewijzigd: </al>
      <tuskop letat="rom">A</tuskop>
      <al>In artikel I worden de onderdelen D en E vervangen door: </al>
      <tuskop letat="rom">D</tuskop>
      <al>Na artikel 43 worden de volgende artikelen ingevoegd: </al>
      <tuskop letat="vet">Artikel 43a</tuskop>
      <al>Het is een lokale of regionale omroepinstelling waaraan zendtijd is toegewezen,
toegestaan programma-onderdelen te verzorgen die bestaan uit reclameboodschappen
die zijn aangeboden door derden, alsmede een omlijsting daarvan. </al>
      <tuskop letat="vet">Artikel 43b</tuskop>
      <al>1. Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 39b, 41a en 50, achtste
lid, met betrekking tot de zendtijd van de Stichting Etherreclame is van overeenkomstige
toepassing op de verzorging door lokale en regionale omroepinstellingen van
programma-onderdelen als bedoeld in artikel 43a.</al>
      <al>2. Lokale en regionale omroepinstellingen die programma-onderdelen als
bedoeld in artikel 43a verzorgen, dragen er zorg voor dat zij rechtstreeks
of door middel van een belangenorganisatie aangesloten zijn bij de Nederlandse
Reclame Code of een vergelijkbare door de Stichting Reclame Code tot stand
gebrachte regeling en ter zake onderworpen zijn aan het toezicht van de Stichting
Reclame Code. Zij tonen dit aan door middel van een aan het Commissariaat
voor de Media over te leggen schriftelijke verklaring van de Stichting Reclame
Code. </al>
      <tuskop letat="vet">Artikel 43c</tuskop>
      <al>1. De inkomsten die worden verworven door de uitzending van de in artikel
43a bedoelde programma-onderdelen worden, na aftrek van de kosten die verband
houden met de verzorging van die programma-onderdelen en het met toepassing
van artikel 128 vastgestelde bedrag, aangewend voor de verzorging van de overige
programma-onderdelen.</al>
      <al>2. Lokale en regionale omroepinstellingen die programma-onderdelen als
bedoeld in artikel 43a verzorgen, voldoen jaarlijks het met toepassing van
artikel 128 vastgestelde bedrag aan het Commissariaat voor de Media. Het Commissariaat
stelt dit bedrag ter beschikking van Onze Minister.</al>
      <al>3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over
de wijze waarop inzicht moet worden verschaft in de financiën die op
de exploitatie van de verzorging en uitzending van de programma-onderdelen
als bedoeld in artikel 43a betrekking hebben.</al>
      <al>4. Artikel 64, eerste lid, onderdeel d, is van overeenkomstige toepassing
op lokale en regionale omroepinstellingen die programma-onderdelen als bedoeld
in artikel 43a verzorgen, en hun medewerkers.  </al>
      <tuskop letat="rom">E</tuskop>
      <al>In artikel 55, eerste lid, wordt na «26,» ingevoegd: 43a,. </al>
      <tuskop letat="rom">B</tuskop>
      <al>Artikel I, onderdeel F, vervalt. </al>
      <tuskop letat="rom">C</tuskop>
      <al>In artikel I wordt na onderdeel AA een nieuw onderdeel AAa ingevoegd: </al>
      <tuskop letat="rom">AAa</tuskop>
      <al>In artikel 75b, tweede lid, onderdeel c, wordt na «het programma»
ingevoegd: , naast de onderdelen, bedoeld in artikel 43a,. </al>
      <tuskop letat="rom">D</tuskop>
      <al>In artikel I, onderdeel HH, wordt punt 1 vervangen door:</al>
      <al>1. In het eerste lid wordt na «het bepaalde bij of krachtens»
ingevoegd «artikel 41a, artikel 43b, artikel 43c, eerste en derde lid,»,
vervalt «artikel 71,», vervalt «artikel 71h, eerste en tweede
lid,» en wordt «artikel 72, derde en vierde lid,» vervangen
door «artikel 73, vierde en zevende lid,». </al>
      <tuskop letat="rom">E</tuskop>
      <al>Artikel I, onderdeel TT, wordt vervangen door: </al>
      <tuskop letat="rom">TT</tuskop>
      <al>In artikel 175 wordt na «41c, eerste lid, onderdeel a, en tweede
lid,» ingevoegd «43c, derde lid,», vervalt «71, derde
lid,» en wordt «72, derde lid,» vervangen door «73,
vierde lid,». </al>
      <tuskop letat="rom">F</tuskop>
      <al>Artikel II wordt vervangen door: </al>
      <tuskop letat="vet">ARTIKEL II</tuskop>
      <al>In afwijking van de artikelen 51e, 51f en 52 van de Mediawet, is het lokale
en regionale omroepinstellingen die op 31 december 1995 in het bezit waren
van een toestemming als bedoeld in artikel 43a van de Mediawet zoals dat artikel
toen luidde, toegestaan programma-onderdelen als omschreven in het toenmalige
artikel 43a van de Mediawet te verzorgen gedurende het tijdvak van 1 januari
1996 tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, met inachtneming
van de artikelen 43c en 43d van de Mediawet, zoals die artikelen luidden op
31 december 1995. </al>
      <tuskop letat="vet">ARTIKEL III</tuskop>
      <al>1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.</al>
      <al>2. Artikel II van deze wet werkt terug tot en met 1 januari 1996.  </al>
      <tuskop letat="vet">ARTIKEL II</tuskop>
      <al>Indien het bij koninklijke boodschap van 8 september 1995 ingediende voorstel
van wet, houdende wijziging van bepalingen van de Mediawet in verband met
een herziening van de reclameregeling voor de publieke lokale en regionale
omroep, het bevorderen van de samenwerking tussen de publieke regionale en
landelijke omroep en het toestaan van commerciële omroep op niet-landelijk
niveau (Kamerstukken I 1995/96, 24 336), tot wet wordt verheven en in
werking treedt, treedt deze wet op hetzelfde tijdstip in werking.</al>
      <al>Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gegeven</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, </al>
    </wet>
  </body>
</kamerwrk>