﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24565-8/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1997-1998</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="port1.1__2.4" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST29143</ordernr>
    <vergjaar>1997-1998</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>24 565</nummer>
      <naam>Elektronische snelwegen</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>8</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoetermeer,  <datum>8 april 1998</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede namens de ministers van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van
Economische Zaken en van Verkeer en Waterstaat en de staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken doe ik u hierbij het kabinetsstandpunt toekomen over het
advies en de evaluatie van de Tijdelijke Commissie Informatiebeleid (TCI).
Het advies van de TCI en de externe evaluatie van de TCI zijn hier eveneens
bijgevoegd.<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Overeenkomstig de wens van de Tweede Kamer is bij KB voor een periode
van twee jaar de Tijdelijke Commissie Informatiebeleid ingesteld voor de advisering
over vraagstukken op het gebied van het informatiebeleid, voorzover die het
adviesterrein van de betrokken raden – de Adviesraad voor Wetenschaps-
en Technologiebeleid, de Raad voor Cultuur en de Raad voor verkeer en waterstaat –
overstijgen. De instelling had plaats tegen de achtergrond van de wens van
de Kamer de advisering op dit terrein na die periode te evalueren.</al>
      <al>De TCI heeft op verzoek van de betrokken ministers advies uitgebracht
over het onderwerp Algemeen bereik van informatiediensten. In opdracht van
de betrokken ministers is begin 1998 een externe evaluatie van de TCI verricht
door de hoogleraren Franken en Zegveld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het kabinetsstandpunt gaat in op het advies van de TCI en de evaluatie,
en geeft vervolgens aan hoe de toekomstige wijze van adviseren over het informatiebeleid
eruit ziet.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het advies van de TCI is meegenomen bij de invulling van de programmaclusters
van de Herijking van het Actieprogramma Elektronische Snelwegen. Gezien de
samenhang van beide onderwerpen stel ik voor de bespreking van de toekomstige
advisering over het informatiebeleid mee te nemen in de behandeling van dit
actieprogramma. </al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,</functie>
        <naam>A. Nuis </naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">ADVISERING OVER HET INFORMATIEBELEID </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Inleiding</tuskop>
      <al>Op verzoek van de Tweede Kamer is in 1996 bij Koninklijk Besluit voor
een periode van twee jaar de Tijdelijke Commissie Informatiebeleid (TCI) ingesteld
voor de advisering over vraagstukken op het terrein van het informatiebeleid,
voorzover die vraagstukken het adviesterrein van de betrokken raden –
de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid, de Raad voor Cultuur
en de Raad voor Verkeer en Waterstaat – overstijgen. De commissie is
ingesteld op voordracht van de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en
Wetenschappen, in overeenstemming met de bewindslieden van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschappen, van Economische Zaken, van Verkeer en Waterstaat en van
Binnenlandse Zaken. De instelling had plaats tegen de achtergrond van de wens
van de Tweede Kamer de advisering op dit terrein na die periode te evalueren,
waarbij op voorhand de mogelijkheid van instelling van een afzonderlijke raad
op dit terrein niet werd uitgesloten, indien de uitkomst van de evaluatie
daartoe aanleiding zou geven.</al>
      <al>Overeenkomstig haar instellingsbeschikking heeft de TCI zelf eind 1997
een evaluatie over haar functioneren in de gekozen constructie verricht en
daarover aan de betrokken ministers gerapporteerd. Deze ministers hebben de
TCI één adviesaanvrage gezonden, over het onderwerp Algemeen
bereik van informatiediensten. De TCI heeft eind december 1997 haar advies
uitgebracht. Een reactie op dit advies is gegeven door de Raad voor Cultuur.</al>
      <al>Eveneens overeenkomstig de instellingsbeschikking van de TCI is in opdracht
van de betrokken ministers begin 1998 een externe evaluatie verricht door
de prof.dr. H. Franken en prof.ing. W. Zegveld.</al>
      <al>Tenslotte hebben de bij de TCI en het informatiebeleid betrokken adviesraden
met hun reacties en voorstellen een bijdrage geleverd aan besluitvorming over
de toekomstige adviesstructuur.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het navolgende ga ik, mede namens mijn betrokken ambtgenoten, in op
de volgende punten:</al>
      <al>1. het advies van de TCI</al>
      <al>Hierin geef ik een samenvatting van en een oordeel over het advies van
de TCI</al>
      <al>2. de evaluatie van de TCI</al>
      <al>Hierin komen de interne en de externe evaluatie aan bod, alsmede de reacties
en voorstellen van de diverse adviesraden</al>
      <al>3. de toekomstige advisering over het informatiebeleid</al>
      <al>Hierin kom ik tot een oordeel over de wijze van adviseren over het informatiebeleid
in de toekomst. </al>
      <tuskop letat="vet">1. Het advies van de TCI </tuskop>
      <tuskop letat="cur">1.1 samenvatting van het advies</tuskop>
      <al>Het TCI-advies beschrijft welke inspanningen van overheid, bedrijfsleven
en samenleving zijn vereist als de ambitie van de regering om koploper te
worden op de elektronische snelweg wordt waargemaakt, en hoe eventuele negatieve
maatschappelijke consequenties kunnen worden vermeden. Conform de adviesaanvraag
ligt daarbij het accent op het toegankelijkheidsvraagstuk. Daarnaast is er
aandacht voor de mogelijkheden om met behulp van toepassingen als het Internet
het democratisch gehalte van de samenleving te vergroten.  </al>
      <tuskop letat="rom">Toegankelijkheid</tuskop>
      <al>De commissie ziet vooral een rol voor de overheid bij het toerusten van
burgers met de vereiste kennis en vaardigheden. Zij steunt in dit verband
het project ICT in het onderwijs «Investeren in voorsprong», maar
plaatst wel enkele kanttekeningen bij de tot nog toe gevolgde aanpak. Ook
buiten het regulier onderwijs moet de overheid zorgen voor voldoende om- en
bijscholingsmogelijkheden op het gebied van ICT. Projecten die zich richten
op zogenaamde «kwetsbare groepen» – ouderen, langdurig werklozen,
gehandicapten, kleine zelfstandigen, allochtonen en zij die vrijwillig (tijdelijk)
buiten het arbeidsproces verblijven – verdienen volgens de commissie
steun en een meer gecoördineerde aanpak.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten aanzien van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van nieuwe informatiediensten
ziet de commissie vooralsnog geen reden voor specifieke overheidsmaatregelen.
Deels omdat zij de kans op volledige of gedeeltelijke verdringing van oude
door nieuwe media klein acht. Deels omdat zij veel verwacht van (het bevorderen
van) onderlinge concurrentie tussen beheerders van infrastructuur, leveranciers
van apparatuur en exploitanten van informatiediensten. Tegelijkertijd stelt
de commissie dat de ontwikkeling van nieuwe informatiediensten omvangrijke
en risicovolle investeringen vergt van het bedrijfsleven, waardoor nieuwe
informatiediensten in het begin waarschijnlijk duur zullen zijn voor de consument.
De commissie adviseert daarom om in openbare gelegenheden «informatiecellen»
op te stellen waar mensen die zelf (nog) geen toegang hebben tot de elektronische
snelweg terecht kunnen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met name voor de openbare bibliotheken ziet de commissie hier een taak
in bredere zin. Naast het bieden van fysieke toegang, zouden openbare bibliotheken
ook informatie toegankelijk kunnen maken en gebruikers kunnen ondersteunen. </al>
      <tuskop letat="rom">Kwaliteit en diversiteit</tuskop>
      <al>Onderlinge concurrentie zal volgens de commissie waarschijnlijk ook zorgen
voor voldoende kwaliteit en diversiteit in de elektronische informatievoorziening.
Niettemin moet de overheid de ontwikkelingen voortdurend volgen, om eventuele
on- gewenste maatschappelijke en culturele consequenties op tijd te kunnen
signaleren («waakhondfunctie»). Concrete maatregelen acht de commissie
vooralsnog onnodig, maar op termijn zou een uitbreiding van het Bedrijfsfonds
van de Pers tot een bedrijfsfonds voor alle media overwogen kunnen worden. </al>
      <tuskop letat="rom">Democratisch potentieel</tuskop>
      <al>De commissie constateert dat ICT kan bijdragen aan betere informatieverschaffing
van de overheid aan de burger. In dit verband heeft zij met genoegen kennis
genomen van de nota «Naar toegankelijkheid van overheidsinformatie»
van Binnenlandse Zaken. Tegenover meer tweerichtingsverkeer tussen overheid
enerzijds en burgers, volksvertegenwoordigers en journalisten anderzijds,
en tegenover elektronische discussies, -opiniepeilingen en -referenda staat
de commissie niet zonder meer positief. Niettemin bepleit zij (gecoördineerde)
experimenten om burgers via ICT meer te betrekken bij de democratische besluitvorming. </al>
      <tuskop letat="cur">1.2 beoordeling van het TCI-advies</tuskop>
      <al>Het advies biedt een handzaam overzicht van enkele maatschappelijke aspecten
van nieuwe elektronische informatiediensten. Tevens bevat het een aantal concrete
voorstellen die overweging verdienen, zoals het instellen van
openbare «informatiecellen» en het toekennen van een brede taak
(toegang en educatie) aan openbare bibliotheken.</al>
      <al>In de adviesaanvraag wordt gesproken van het algemeen bereik van «nieuwe
informatiediensten». De commissie heeft dit begrip niet nader toegespitst.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hoewel soms kritisch, ondersteunt het advies in hoofdlijnen staand regeringsbeleid.
In feite onderstreept het advies het belang van een aantal aandachtspunten
van overheidsbeleid. De verwachte meerwaarde van een interdisciplinaire, de
verschillende adviesraden overstijgende aanpak komt in dit advies niet onmiddellijk
naar voren.</al>
      <al>De voorstellen van het advies worden betrokken bij de Herijking van het
Nationaal Actieprogramma Elektronische Snelwegen. </al>
      <tuskop letat="vet">2. De evaluatie van de TCI </tuskop>
      <tuskop letat="cur">2.1 evaluatie van de TCI zelf</tuskop>
      <al>De commissie is van mening dat de gekozen constructie van een bij KB ingestelde
tijdelijke commissie niet voor herhaling vatbaar is. Zij acht gezien de complexiteit
en de maatschappelijke implicaties van ICT-toepassingen argumenten aanwezig
voor een aparte raad, maar wijst deze oplossing af omdat die niet past in
de departementsgewijze radenstructuur en vanwege te verwachten competentieproblemen
met de meest betrokken raden. De commissie kiest onder een aantal voorwaarden
voor een commissie ex artikel 23 van de Kaderwet Adviescolleges, een adhoc
samenwerkingsvorm van bij de problematiek betrokken raden. </al>
      <tuskop letat="cur">2.2 externe evaluatie</tuskop>
      <al>Ook de hoogleraren Franken en Zegveld wijzen een aparte adviesraad voor
informatiebeleid af, omdat die op gespannen voet staat met de departementale
radenstructuur en vanwege het probleem van afbakening van taken ten opzichte
van de bestaande raden. Adhoc samenwerkingsvormen wijzen zij af vanwege de
complexe werkwijze, waarbij zij wijzen op de ervaringen bij de TCI. Zij menen
dat het feit dat bij het informatiebeleid in feite alle departementen en dus
alle adviesraden zijn betrokken de constructie ex artikel 23 voor het informatiebeleid
onwerkbaar maakt.</al>
      <al>In plaats daarvan pleiten ze voor een permanente kleine werkgroep met
deskundigheid op het brede terrein van informatiebeleid, die met behulp van
inschakeling van externe deskundigen ook in adviserende zin een bijdrage kan
leveren aan het informatiebeleid. Voor vaste bureauondersteuning van deze
werkgroep denken zij aan het Rathenau Instituut, een onafhankelijk instituut
dat tot taak heeft bij te dragen aan het maatschappelijk debat en de politieke
oordeelsvorming over vraagstukken die een gevolg zijn van of samenhangen met
wetenschappelijke en/of technologische ontwikkelingen. </al>
      <tuskop letat="cur">2.3 reacties van adviesraden</tuskop>
      <al>De Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT) kan zich
goed vinden in het pleidooi van de TCI voor een commissie ex artikel 23 van
de Kaderwet Adviescolleges, in de vorm van een adhoc commissie als een concreet
adviesonderwerp zich aandient. Hij ziet hier een belangrijke rol voor het
reeds in gang gezette periodieke overleg tussen de voorzitters van de meest
betrokken raden op informatiegebied. In dit periodieke overleg zou advisering
over het informatiebeleid een vast agendapunt moeten zijn.</al>
      <al>De Raad voor Cultuur opteert evenmin voor een aparte raad voor het informatiebeleid, maar acht het ook gezien de complexe problematiek
een te simpele oplossing om te volstaan met adhoc samenwerkingsvormen ingevolge
de Kaderwet Adviescolleges. In plaats daarvan pleit hij ervoor de mogelijkheid
te onderzoeken van een «standing committee», een permanente overlegcommissie
van vertegenwoordigers van de meest betrokken adviesraden met een vast secretarieel
aanspreekpunt. Voor dit laatste biedt de raad zijn hulp aan.</al>
      <al>De Raad voor verkeer en waterstaat is eveneens van mening dat een aparte
raad voor het informatiebeleid niet past binnen de departementale radenstructuur.
Hij wijst op het bestaan van diverse vormen van overleg tussen de bij het
informatiebeleid betrokken adviesraden, waarmee naar zijn mening met gebruikmaking
van de mogelijkheden van de Kaderwet Adviescolleges een solide basis is gecreëerd
om tot een samenhangende advisering op dit terrein te komen.</al>
      <al>De Raad voor de Volksgezondheid &amp; Zorg vraagt aandacht voor de rol
van de raad bij de toekomstige advisering over informatiebeleid, voorzover
dit relevant is voor volksgezondheid en zorg. </al>
      <tuskop letat="vet">3. Toekomstige advisering over informatiebeleid</tuskop>
      <al>Alles overwegende kom ik tot het volgende oordeel over de wijze van vormgeving
van de toekomstige advisering over het informatiebeleid:</al>
      <al>– Geconstateerd kan worden dat er geen behoefte bestaat aan integrale
advisering op continue basis. Dat betekent dat er geen permanente organisatie
in het leven zou moeten worden geroepen. Het instellen van een afzonderlijke
raad is bovendien niet goed te verenigen met de nieuwe departementale radenstructuur.
De mogelijkheid van een permanente werkgroep of van een permanente overlegcommissie
van alle betrokken raden lijkt mij daarom eveneens niet de aangewezen weg.
Waar het gaat om brede vraagstellingen met een lange-termijnperspectief kan
de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid een rol spelen.</al>
      <al>– Wel dient de mogelijkheid te worden opengehouden om op tijdelijke
basis te laten adviseren. Op grond van de ervaringen is de met de TCI gekozen
vorm niet voor herhaling vatbaar. De Kaderwet Adviescolleges biedt voldoende
mogelijkheden voor advisering over onderwerpen die het terrein van een raad
overstijgen. Te denken valt aan artikel 23. Voorts is het uiteraard mogelijk
om per adviesaanvraag adhoc commissies samen te stellen. Ook zijn er diverse
vormen van overleg in gang gezet door de betrokken raden.</al>
      <al>– Ik acht het van belang dat er ten behoeve van de advisering beleidsmatig
wordt voorzien in monitoring van het brede terrein van informatiebeleid. Voor
een deel wordt hierin reeds voorzien binnen de reguliere activiteiten van
het Rathenau Instituut. Ook kunnen de betrokken raden deze taak vervullen,
al dan niet gezamenlijk.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De slotconclusie is dan ook dat op het brede terrein van het informatiebeleid
de thans bestaande mogelijkheden voldoende ruimte bieden voor een bij onderwerp
en situatie passende beleidsadvisering. </al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>