﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24565-10/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1997-1998</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="port1.1__2.4" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST30404</ordernr>
    <vergjaar>1997-1998</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>24 565</nummer>
      <naam>Elektronische snelwegen</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>10</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 10 juni 1998</datum>
      <al>De vaste commissie voor Economische Zaken<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>,
de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref>,
de vaste commissie voor Justitie<voetref refid="v1.3" nr="3"></voetref>, de vaste commissie
voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen<voetref refid="v1.4" nr="4"></voetref>, de
vaste commissie voor Binnenlandse Zaken<voetref refid="v1.5" nr="5"></voetref>
en de vaste commissie voor Financiën<voetref refid="v1.6" nr="6"></voetref> hebben
op 15 april 1998 overleg gevoerd met minister Wijers van Economische Zaken,
minister Jorritsma-Lebbink van Verkeer en Waterstaat, minister Sorgdrager
van Justitie, minister Ritzen van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, staatssecretaris
Kohnstamm van Binnenlandse Zaken en staatssecretaris Vermeend van Financiën
over:</al>
      <al>– <nadruk type="vet">de voortgangsrapportage actieprogramma elektronische snelwegen
(24 565, nr. 6);</nadruk></al>
      <al>– <nadruk type="vet">de brief van 7 april 1998 inzake de notitie «boven
NAP», herijking van het nationaal actieprogramma elektronische snelwegen,
incl. de vier benchmarkstudies: «Zes maal een informatiemaatschappij»,
«De ICT-kennisinfrastructuur in Nederland», «Telecommunicatie-infrastructuur
en diensten» en «Op weg naar de informatiemaatschappij».</nadruk></al>
      <al>Van het gevoerde overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag
uit. </al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissies</tuskop>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Van Zuijlen</nadruk> (PvdA) benadrukte het interim-karakter
van de onderhavige rapportages, waaruit blijkt dat veel nog moet worden uitgewerkt.
De o.a. tijdens een recent congres van de Internet society geuite kritiek,
dat het het kabinet aan visie ontbreekt deelde zij niet. Uit het plan van
aanpak spreekt duidelijk dat moet worden gestreefd naar zo groot mogelijke
toegankelijkheid. In dat verband is het zorgelijk dat KPN-Telecom voornemens
is de abonnementsprijzen te verhogen. Onduidelijk is, hoeveel mensen hiervan
de dupe zullen worden. Hoe worden mensen hierover voorgelicht en hoe wordt
mogelijke onrust rond deze maatregel voorkomen? Zorgelijk is ook de door HMG
aangekondigde prijsverhoging. Consumenten kunnen immers nog niet kiezen voor
betaalde of niet betaalde informatie. Ook zorgelijk zijn rapportages van de
tijdelijke commissie voor het informatiebeleid en de onderwijsraad, die waarschuwen
voor een tweedeling in het onderwijs en het achterblijven van kwetsbare groepen
als allochtonen en langdurig werklozen. Op juiste wijze wordt in de herijking
van het nationaal actieprogramma elektronische snelwegen (NAP) vanuit verschillende
invalshoeken de rol van de overheid bij ICT-ontwikkelingen gedefinieerd. Helaas
worden geen concrete acties geformuleerd en ontbreken een volledig instrumentarium
en voldoende budget.</al>
      <al>In de ICT-ontwikkeling kan de overheid een rol spelen als regelgever en
organisator van het toezicht, als grootgebruiker (launching customer), als
investeerder in infrastructuur, als stimulator, als opleider en als bewaker
van het publieke domein. Als regelgever kan zij een rol spelen bij de formulering
van regels die het liberaliseringsproces begeleiden en rechtszekerheid en
rechtsgelijkheid organiseren. De liberalisering van de Telecommunicatiewet
en de Mediawet is vooralsnog voltooid en het ministerie van Justitie heeft
een uitstekende notitie gepresenteerd over wetgeving voor de elektronische
snelweg. Onduidelijkheid is er nog over de trusted third parties (TTP's) en
de rol die de overheid daarbij wil spelen. Hoe dicht wil de overheid hierop
gaan zitten? Bepaalt de overheid de condities waaronder TTP's opereren en
zo ja, wat houden die in?</al>
      <al>Op zich steunde mevrouw Van Zuijlen het concept van de overheid als launching
customer op de ICT-markt, maar vraagtekens zette zij bij de uitwerking ervan
in de praktijk. Hoe wil de overheid die rol concreet verder uitwerken en welke
belemmeringen doen zich daarbij voor? Het actieplan electronic government
gaat uit van verbetering van de dienstverlening door de overheid, vergroting
van de acceptatie van ICT en stimulering van innovatie. Dit laatste kan worden
bevorderd door strategisch aanbesteden, maar daarbij stuit de overheid al
snel op de grenzen van de Europese regelgeving. De
dreigende mislukking van Edunet is hiervan een voorbeeld.</al>
      <al>Teleurstellend vond mevrouw Van Zuijlen het dat in de praktijk weinig
terecht komt van de mooie woorden die worden gewijd aan de rol van de overheid
als investeerder in infrastructuur. In dit verband herinnerde zij aan de door
haar fractie bij de begrotingsbehandeling ingediende motie over een evenwichtiger
besteding van ICES-gelden. Tegen de achtergrond van de algemene roep om meer
geld voor ICT-ontwikkelingen verbaasde het haar dat, met uitzondering van
het CDA, negatief werd gereageerd op een motie waarin het initiatief van de
IT-sector werd verwoord om de opbrengst van de veiling van frequenties gedeeltelijk
indirect in de sector terug te laten vloeien. Zij vroeg fracties hun eerdere
standpunt te heroverwegen en nam zich voor de motie alsnog in te dienen als
er nu een meerderheid voor zou zijn te behalen. Verheugd was zij over de bereidheid
om te investeren in de ontwikkeling van «Internet 2». In plaats
van hierbij alles te zetten op R&amp;D, moet meer nadruk worden gelegd op
investeringen in de hiervoor benodigde telematica-infrastructuur. Er is grote
behoefte aan investeringen in snelle verbindingen met een grote bandbreedte.
In het NAP wordt die behoefte erkend, maar voldoende budget is er niet voor
beschikbaar. Komt dat budget er en welk tijdschema staat de overheid bij de
«Internet 2-ontwikkeling» voor ogen? Versnippering en tekortschietende
investeringskracht verhinderen dat de kabel zich ontwikkelt tot een concurrerende
vorm van infrastructuur. Vraagtekens zette zij in dit verband bij de ontwikkeling
van WEB-TV. Welke rol kan de overheid hierbij spelen? Van digitalisering van
de ether had zij hogere verwachtingen. Wanneer begint het experiment met digital
video broadcasting (DVB)? Waarom wordt niet geïnvesteerd in digitalisering
van de ether? De middelen daarvoor kunnen worden verkregen uit achtergestelde
leningen, uit de opbrengst van de veiling van etherfrequenties of uit toekomstige
veilingen van nieuwe, gedigitaliseerde frequenties.</al>
      <al>Als stimulator kan de overheid een belangrijke rol vervullen, vooral bij
de ontwikkeling van electronic commerce. In dat verband steunde mevrouw Van
Zuijlen de inzet van de KREDO-regeling en het twinningproject. Zij betreurde
het dat Nederlandse universiteiten op dit gebied minder geneigd zijn om risico's
te nemen dan die in andere landen. Wil de minister van OCW bevorderen dat
het reguliere onderwijs veel meer aandacht schenkt aan de ontwikkeling van
ondernemersvaardigheden? De overheid kan de ontwikkeling van ICT o.a. stimuleren
door een BTW-verlaging. Hoe reageert het ministerie van Financiën op
internationale pleidooien om van het Internet een vrijhandelszone te maken?
Hoe wordt elektronisch factureren praktisch geregeld? Hoe wil de overheid
praktisch bevorderen dat veilige en anonieme betaalsystemen totstandkomen?
Hoe wordt standaardisering bevorderd?</al>
      <al>De overheid moet meer nadruk leggen op haar rol als opleider, zo bepleitte
mevrouw Van Zuijlen. Het beleid moet erop gericht zijn dat alle leerlingen
kunnen beschikken over goede ICT-apparatuur. In het algemeen moet veel meer
aandacht worden besteed aan media-educatie. Zij bepleitte om het BTW-tarief
voor educatieve software (17,5%) te verlagen tot 6%, zijnde het tarief dat
wordt berekend voor studieboeken. Verbaasd was zij erover dat nog wordt onderzocht
hoe middelen en diensten van Arbeidsvoorziening kunnen worden ingezet voor
omscholing van mensen naar ICT-beroepen. Daar wordt toch al veel langer aan
gewerkt? Waaruit bestaat dit actieprogramma?</al>
      <al>Mevrouw Van Zuijlen herinnerde eraan dat haar fractie eerder trachtte
de Kamer bij motie te laten uitspreken dat 15% van de distributie-infrastructuur
gereserveerd moet blijven voor gemeenschapsdiensten. Bij de praktische invulling
hiervan zou kunnen worden aangesloten bij suggesties inzake de oprichting
van community media centres die opleiding en training verzorgen, die de productie
van informatie ter hand nemen en die ondernemers op ICT-gebied stimuleren.
Ook zou in dit verband gedacht kunnen worden aan de vorming van
een gemeenschapsdienstenfonds en een cultureel research- en productiefonds.
Hoe zien bewindslieden dit? Aandacht vroeg zij ten slotte voor een apart ICT-beleid
gericht op kwetsbare groepen in de samenleving. Alleen het bevorderen van
toegankelijkheid is op dit punt niet voldoende. In dit verband wees zij op
voorhanden zijnde plannen van het NCB en de Stichting onderwijs allochtonen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="vet">Mevrouw Voûte-Droste (VVD)</nadruk> herinnerde eraan, van meet
af aan steun te hebben uitgesproken voor het NAP, dat Nederland tot een van
de koplopers op de elektronische snelweg moet maken. De perspectieven hierop
waren goed, omdat Nederland beschikt over een goede infrastructuur en een
hoog opgeleide beroepsbevolking en omdat met het NAP nieuwe werkgelegenheid
kan worden gecreëerd en de communicatie tussen burger en overheid kan
worden verbeterd. Bij dit alles moet een tweedeling in de maatschappij worden
voorkomen. Nu, vier jaar later moet helaas worden geconstateerd dat het NAP
Nederland geen koploper op ICT-gebied heeft gemaakt. Nederland behoort in
Europa tot de middenmoot. Landen als Denemarken, Zweden en de VS zijn veel
verder met vergunningverlening, ontwikkeling van nieuwe diensten, informatievoorziening
en communicatie met burgers. Ook is het teleurstellend aan de vooravond van
de vorming van een nieuw kabinet te moeten constateren dat de herijking van
het NAP eigenlijk geen nieuwe acties bevat en dat een financiële paragraaf
ontbreekt. Wat is hiervan de reden? Bevatten de al voorhanden zijnde plannen
wel een financiële paragraaf en zo ja, kan daar inzicht in worden gegeven?
Hierover moet duidelijkheid komen in verband met de komende kabinetsformatie.
Ook drong zij aan op uitvoering van aanvaarde moties inzake het ICT-beleid.
In dit verband toonde zij zich teleurgesteld over de inhoud die is gegeven
aan de rol van de overheid als launching customer. In de nota Electronic government
zou hier invulling aan kunnen worden gegeven. Waarom heeft de Kamer die nota
nog niet? Bundeling van krachten is nodig om de overheid echt te laten functioneren
als veeleisende launching customer. Dat departementen op nog steeds een eigen
ICT-beleid voeren, is hiermee in tegenspraak. Wat is hiervan de reden? Besparingen
door bundeling van krachten kunnen worden gebruikt voor de bevordering van
nieuwe vormen van dienstverlening aan burgers. Zo kan de overheid een vliegwieleffect
teweeg brengen dat de aanbestedingen bij het Nederlandse bedrijfsleven bevordert.
Teleurstellend is het in dit verband ook dat nog slechts de helft van de departementen
een eigen website heeft. Waarom is het voorbeeld van GEMnet niet gevolgd?
Zij vroeg aandacht voor een door haar partij opgesteld plan dat door middel
van kleine, concrete acties de rol van de overheid als launching customer
wil versterken. De doelmatigheidswinst die hiermee kan worden behaald, kan
worden geherinvesteerd in de verlening van diensten, die de vliegwielwerking
op gang moeten brengen die Nederland uiteindelijk een van de koplopers op
ICT-gebied moeten maken. Zo zou, in combinatie met een betere follow-up van
de zijde van de politie, winkelcriminaliteit kunnen worden bestreden door
het «on line» digitaal doen van aangifte. Communicatie met de
burger kan worden verbeterd door het project Overheidsloket 2000 (OL2000).
Hoe staat het daarmee? Is al een oplossing gevonden voor het probleem dat
overheidsdiensten verschillende standaarden gebruiken? ICT kan ook worden
gebruikt als wapen bij het terugdringen van het fileprobleem. In dat verband
bepleitte zij een grootschalige proef met telewerken. ICT kan ook worden gebruikt
om de zorg toegankelijker te maken en ouderen een groter gevoel van veiligheid
te geven. Ook de administratievelastendruk voor het bedrijfsleven kan worden
teruggedrongen door meer gebruik te maken van ICT. Wanneer komt het kabinet
met concrete voorbeelden op dit gebied? Al dit soort projecten is bedoeld om de burger het nut van ICT te doen inzien en zodoende het draagvlak
voor ICT te verbreden.</al>
      <al>Nadruk legde mevrouw Voûte op het belang van ICT-onderwijs. In dit
verband bepleitte zij om meer te investeren in succesvolle pilotprojecten
van ICT-voorhoedescholen en daarmee verkregen resultaten toe te passen op
andere scholen. Ook vroeg zij bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van
educatieve software. Zo zou iedere scholier een eigen e-mailadres moeten krijgen.
De kosten daarvan kunnen beperkt blijven, omdat Internetproviders hierin een
interessante mogelijkheid voor uitbreiding van hun markt kunnen zien. In Amerika
is er zelfs al een provider die dit soort service gratis verleent. Willen
bewindslieden inhoud geven aan dit idee?</al>
      <al>O.a. door de aanpak van het millenniumprobleem is er een groot tekort
aan informatici. In dit licht verbaasde het mevrouw Voûte dat ICT-bedrijven,
ondanks het onlangs gesloten convenant, nog overcapaciteit hebben omdat overheidsaanbestedingen
achterblijven. Dit is des te vreemder omdat de overheid een automatiseringsstop
heeft ingevoerd om alle aandacht te kunnen geven aan de oplossing van het
millenniumprobleem. Snelle aanbesteding lijkt gewenst deze stop zo snel mogelijk
op te heffen. Waarom is er nog niet meer aanbesteed? Het tekort aan informatici
wordt ook veroorzaakt door de euroconversie. Wat doet de overheid hieraan.
Welke rol kan het telematicatopinstituut spelen bij de opleiding van voldoende
informatici?</al>
      <al>Veiligheid en privacy vond mevrouw Voûte van groot belang voor het
verkrijgen van een voldoende groot draagvlak voor ICT. De mogelijkheid om
via Internet te betalen is van groot belang voor de bevordering van electronic
commerce. De overheid ziet voor zichzelf een rol weggelegd in verband met
de TTP's. Kan dit niet ook aan het bedrijfsleven worden overgelaten? Bijvoorbeeld
voor notarissen zou dit een aantrekkelijk nieuw werkveld zijn. Desgevraagd
erkende zij dat o.a. op het gebied van cryptografie (ook internationaal) nog
veel moet worden uitgewerkt. Zij steunde de voorkeur van het kabinet voor
kaderwetgeving. In dit verband gaf zij aan dat er bij de implementatie van
de databankrichtlijn aandacht moet zijn voor preservering van het Nederlandse
culturele erfgoed (bibliotheken). Dit moet onderdeel van wetgeving zijn. Electronic
commerce vereist dat de traditionele Nederlandse handelskracht wordt verbonden
met de nieuwe kracht van de ICT. Daartoe moeten fiscale en juridische belemmeringen
worden weggenomen. Er moet zekerheid komen over BTW-berekening over betalingen
op Internet. In dit verband zag zij Internet als een afspiegeling van de samenleving:
wat in de samenleving verboden is, is ook verboden op Internet. Er moeten
meldpunten komen waar mensen misstanden kunnen aangeven. Ook zelfregulering
is van groot belang. Het feit dat Internet een afspiegeling is van de samenleving,
houdt ook in dat Internetondernemingen hetzelfde worden belast als normale
ondernemingen. De gedachte van een vrijhandelszone op Internet sprak haar
niet aan. Een nota over belastingheffing op Internet zag zij met belangstelling
tegemoet. Wanneer komt dit? De belastingdienst accepteert thans nog niet dat
nota's via Internet worden verzonden. Is dit aanvaardbaar als verzending van
nota's via Internet wordt gekoppeld aan een digitale handtekening? Ook mevrouw
Voûte vroeg ten slotte aandacht voor plannen van het NCB om ICT-gebruik
door allochtone ondernemers te bevorderen. Komt er binnenkort informatie over
de resultaten van het twinningproject? Ten slotte bepleitte zij een jaarlijkse
evaluatie van de herijking van het NAP.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Roethof</nadruk> (D66) vond het een typerend voorbeeld van verkokering
bij de overheid, dat ministeries hun eigen voorkeursbureaus opdracht gaven
voor een benchmarkstudie. Opvallend is het ook, dat geen benchmarkstudies
zijn verricht op beleidsterreinen waarop voortvarend wordt gewerkt, zoals
de belastingdienst en Justitie. Interessant in de door laatstgenoemd
departement gepresenteerde voortreffelijke nota «Wetgeving voor de elektronische
snelweg» zijn vooral passages over internationale rechtsvragen rond
het gebruik van Internet. De recente WRR-studie «Staat zonder land»
geeft aan dat er niet alleen problemen zijn bij strafvervolging, maar ook
op het gebied van belastingheffing en -fraude. Welke maatregelen heeft de
staatssecretaris van Financiën in petto om belastingfraude via Internet
te bestrijden? Uit de benchmarkstudies maakte zij op dat het kabinet op een
aantal terreinen nog zoekt naar een goede koers. Centraal is de vraag: wat
moet de overheid doen en wat kan aan de markt worden overgelaten? Een gemis
is in dit verband de door haar fractie vaker bepleite notitie over het publieke
domein. Mensen worden in de studies opgevoerd als consument of als burger
in relatie tot de overheid, maar veronachtzaamd wordt dat de kracht van Internet
schuilt in de mogelijkheid om mensen onderling contact te laten hebben. Derhalve
moet de overheid niet alleen electronic commerce stimuleren, maar ook de electronic
civic society. Eventueel gesubsidieerd door de overheid moeten maatschappelijke
organisaties zoveel mogelijk op Internet aanwezig zijn. In een situatie waarin
de omroepbijdrage in zijn huidige vorm onder druk kan komen te staan, zou
ter financiering van een en ander kunnen worden gedacht aan introductie van
een infotax op telefoontikken. Zo kan een groot, interessant publiek domein
worden gecreëerd. Het zonder meer bestemmen van 15% van de infrastructuur
voor publieke programmering wees zij af, omdat dit de effecten van ontbundeling
en liberalisering gedeeltelijk teniet doet.</al>
      <al>Mevrouw Roethof benadrukte dat een goede elektronische communicatie tussen
overheid en burger de aantrekkingskracht van de elektronische snelweg zal
vergroten. Daarom bepleitte zij de instelling van een centrale, interactieve
overheidssite op Internet, ressorterend onder de RVD. Via hyperlinks zou deze
centrale site kunnen verwijzen naar de sites van departementen en andere overheidsinstellingen.
Verbetering van de interne communicatie bij de overheid vereist een cultuurverandering
bij de departementen. Die kan worden gestimuleerd via externe prikkels. Zo
zou burgers de mogelijkheid kunnen worden gegeven om (liefst via de Tweede
Kamer) eenvoudige vragen te stellen aan departementen. Dergelijke vragen kunnen
helpen bij het redigeren en ordenen van de aanwezige informatie. Departementen
worden zo gedwongen om meer vraaggericht te opereren. Uit de notitie «boven
NAP» blijkt, dat departementen de ICT-problemen nog te veel alleen vanuit
de eigen verantwoordelijkheid bezien. Hoewel daar in de kringen van D66 genuanceerd
over wordt gedacht, gaf zij aan persoonlijk van mening te zijn dat afstemming
op ICT-gebied gediend zou zijn met aanstelling van een minister voor communicatie,
media en cultuur. Die zou zich in een volgende regeerperiode uitsluitend moeten
bezighouden met het oplossen van problemen op de elektronische snelweg. Hoe
zien bewindslieden dit?</al>
      <al>In de notitie «boven NAP» miste mevrouw Roethof een duidelijke
visie op de toekomst. Het door haar fractie al jaren geleden bepleite register
van elektronische handtekeningen had er al kunnen zijn als het kabinet op
dit gebied niet zo lang had geaarzeld. Is de TTP-nota inderdaad zeer recent
door de ministerraad aanvaard en zo ja, wanneer komt die naar de Kamer? In
dit verband benadrukte zij, dat haar fractie altijd onderscheid heeft gemaakt
tussen de TTP en het principe van «key escrol» of «key recovery».
Een systeem waarin burger en bedrijf geacht worden ook hun geheime sleutels
aan de overheid bekend te maken, wees zij af als te strijdig met de privacy.
Snelle invoering van een TTP zou de Nederlandse concurrentiepositie kunnen
verbeteren. Ook het beschikbaar hebben van een grotere bandbreedte is hierbij
van belang. Hoever is de ontwikkeling van Eurohub, de digitale «mainport-Europa»?
Welk budget wordt uitgetrokken voor het oprekken van lokale en nationale bandbreedten?
Kan dit geld beschikbaar worden gesteld door het ministerie van Verkeer en
Waterstaat? De ontwikkeling van Eurohub en Internet 2 zal in de volgende
kabinetsperiode ongeveer 400 mln. vergen. Dit soort ontwikkeling kan worden
versneld door Internetproviders toe te staan xDSL-technieken of «Etherloop»
op het PTT-net te gebruiken. Wat vindt de minister van Verkeer en Waterstaat
hiervan? Welk budget is beschikbaar voor aansluiting bij Internet 2?</al>
      <al>Mevrouw Roethof vreesde dat de prioriteit die nu wordt gegeven aan de
oplossing van het millenniumprobleem ten koste gaat van de aandacht voor de
ontwikkeling van de elektronische snelweg. In dit verband was zij benieuwd
naar de opstelling van het kabinet inzake de zeer recent aanvaarde motie-Jeekel
c.s., strekkende tot zo spoedig mogelijke opheffing van de automatiseringsstop.
Wat is de oorzaak van het uitstel van Edunet? Is er bij het ministerie van
OCW niet voldoende knowhow aanwezig om dit goed te realiseren? Hoe zit het
met de aanbesteding? Welke extra maatregelen neemt het kabinet om de nood
op de volstrekt overspannen arbeidsmarkt voor ICT-personeel te lenigen? Moet
het budget voor ICT-onderzoek niet worden verhoogd? Internationale vergelijking
toont aan dat Nederland op dit gebied relatief weinig investeert. Daarbij
tekende zij aan dat de desbetreffende TNO-studie nogal eenzijdig van opzet
was. Duidt de forse doorstroming van ICT-experts naar managementfuncties erop
dat er iets mis is met het imago van ICT-expert (o.a. op het gebied van salariëring)?</al>
      <al>Voor de oplossing van het fileprobleem kan telewerken van groot belang
zijn, zo betoogde mevrouw Roethof. Kan de minister van Verkeer en Waterstaat
aangeven waarom op dit gebied zo weinig vorderingen worden gemaakt? Zij steunde
het telewerk/filebestrijdingsplan dat is gepresenteerd door een van de medewerkers
van Media Plaza. Wat vindt de minister daarvan? Moet de Arbo-wetgeving worden
aangepast in verband met telewerken? Vreest het kabinet voor het weglekken
van administratief werk naar lagelonenlanden als gevolg van de ICT-ontwikkelingen?
Wanneer krijgt de Kamer de reactie van het kabinet op het groenboek convergentie?
In dit verband is het te betreuren dat het in de afgelopen vier jaar niet
is gelukt onderdelen van de communicatie-infrastructuur aan hun traditionele
bejegening te onttrekken. Hoewel convergentie in de praktijk mogelijk was,
volgde geen wettelijke gelijkstelling. Door deze cruciale fout heeft Nederland
haar goede positie op het gebied van infrastructuur niet goed benut. Door
de liberalisering van de Mediawet zou in Nederland volgens het kabinet een
van de meest open mediamarkten zijn ontstaan. Onduidelijk is echter hoe dit
in de praktijk blijkt. Een open mediamarkt veronderstelt dat de toegang tot
de kijker goed is geregeld, maar juist op dat gebied ontbreekt er nog het
nodige doordat niet is gewerkt aan de ontwikkeling van concurrerende infrastructuren.
Mede hierom en om zoveel mogelijk ruimte te bieden aan het publieke domein,
bepleitte ook zij versnelde digitalisering van de ether.</al>
      <al>Gezien het grensoverschrijdend karakter van Internet miste mevrouw Roethof
in de afvaardiging van het kabinet naar dit algemeen overleg een vertegenwoordiger
van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dit ministerie zou een coördinerende
rol moeten vervullen bij de aanpak van internationale vraagstukken die verband
houden met de ontwikkeling van de elektronische snelweg. De volstrekt verschillende
wijze waarop bewindslieden van Verkeer en Waterstaat en van Justitie recent
nog antwoordden op vragen over de internationale aanpak van het vraagstuk
van de encryptie, duidt op de noodzaak van coördinatie op dit gebied.
Wil de minister van Economische Zaken tijdens de komende WTO-vergadering op
28 en 29 mei a.s. de dominantie van Microsoft op de wereldmarkt aan de orde
te stellen? Wil hij, mede naar aanleiding van de ophef die hierover in de
VS is ontstaan, de NMA verzoeken de positie van Microsoft op de Nederlandse
markt te bezien?</al>
      <al>Benieuwd was mevrouw Roethof hoe het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
denkt te kunnen bijdragen aan de toegankelijkheid van de elektronische snelweg.
Het plaatsen van terminals in openbare ruimten is daarvoor niet
genoeg. Hoewel zij er veel baat bij zouden kunnen hebben, zullen vooral ouderen
en langdurig werklozen moeilijk toegang kunnen krijgen tot de elektronische
snelweg, omdat zij zich geen PC kunnen veroorloven. Kan een (fiscale) regeling
worden getroffen om deze mensen tegemoet te komen in de aanschaf van een PC?
Sociale diensten kunnen die regeling uitvoeren. Wil het kabinet dit bestuderen?</al>
      <al>Verwijzend naar hetgeen in de VS reeds aan ICT-regelgeving tot stand is
gekomen of op stapel staat, vroeg mevrouw Roethof aandacht voor regelingen
die anonimiteit ontmoedigen. Iedere website moet ten minste een telefoonnummer
en een e-mailadres van de maker vermelden. Betreft het een bedrijf, dan moet
ook het adres van dat bedrijf worden gemeld. Ook moet er een aparte domeinnaam
(.adult) voor pornografie in het leven worden geroepen. Verder moet er een
verbod komen op niet gevraagde commerciële e-mail. Het downloaden ervan
kost telefoontikken en is dus niet gratis. Er mogen geen restricties komen
voor het aanbrengen van hyperlinks. Verder moeten maatregelen worden genomen
tegen de handel in domeinnamen. Er moet een aparte VN-internetorganisatie
in het leven worden geroepen als platform om grensoverschrijdende internetvraagstukken
ordelijk te bespreken.</al>
      <al>Ten slotte hield mevrouw Roethof vast aan het eerder door haar fractie
verwoorde standpunt inzake de motie betreffende het gedeeltelijk laten terugvloeien
van de opbrengst van de veiling van frequenties naar de IT-sector. Die opbrengst
moet worden gestort in de algemene middelen, waarna de besteding ervan nader
kan worden afgewogen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">De Haan</nadruk> (CDA) waarschuwde voor te overdreven verwachtingen
van de rol van de overheid bij de ontwikkeling van de elektronische snelweg.
Zij moet zich vooral richten op een voorwaardenscheppend en stimulerend beleid.
Immers, door de liberalisering heeft zij haar directe invloed op de infrastructuur
uit handen gegeven en gezien het karakter van de ICT-markt heeft zij ook op
vraag en aanbod van diensten slechts beperkte invloed. Ook waarschuwde hij
gezien het zeer gedecentraliseerde en gedifferentieerde karakter van de overheidsorganisatie
voor grote verwachtingen van de rol van de overheid als «launching customer».
In oplossing van dit probleem door middel van de aanstelling van een coördinerende
bewindsman voor ICT-zaken zag hij niets. De minister van Economische Zaken
heeft tot nu toe goed gefunctioneerd als regievoerder op dit gebied. Hoe ziet
hij deze rol in de toekomst, mede in het licht van de enorme spreiding van
de problematiek? Waardering had hij voor de door het ministerie van Justitie
gepresenteerde nota Wetgeving voor de elektronische snelweg. Uitgangspunt
is dat in Nederland zaken die «off line» strafbaar zijn, ook «on
line» strafbaar zijn. Hoe verhoudt dit zich met de uitgangspunten op
EU-niveau? Nederland is immers geen eiland. Hoe staat het met ontwikkelingen
op het gebied van de elektronische handtekening en de verplichting tot digitale
archivering? Hoe wordt het aftappen van telecommuncatiemiddelen voorkomen,
welke kosten zijn daarmee gemoeid en welke invloed heeft liberalisering hierop?</al>
      <al>Wie is verantwoordelijk voor het project electronic government en hoe
staat het daarmee, zo vroeg de heer De Haan. Heeft beleid op dit gebied zowel
betrekking op de centrale als de decentrale overheid? De ontwikkeling van
dit beleid kan de rol van de overheid als launching customer vergroten. Ook
bepleitte hij een snelle presentatie van de TTP-nota. Vraagtekens zette hij
bij het realiteitsgehalte van de financiering van het door de VVD gepresenteerde
ICT-actieplan. Welke problemen zijn te verwachten rond het verlenen van patent
en octrooi op software? Is het mogelijk om op software octrooi aan te vragen?
Het betreft hier immers niet zozeer een product, maar een proces. Het ministerie
van OCW heeft in haar ICT-beleid gekozen voor een benadering van bovenaf.
In dit verband signaleerde hij dat te weinig aandacht wordt besteed aan scholing
van het onderwijzend personeel. In het algemeen is een gedegen scholing nodig om een voldoende draagvlak te creëren om te verzekeren dat de
introductie van nieuwe technologieën ook echt vruchten kan afwerpen.
Welke mogelijkheden ziet de minister van OCW om in de toekomst het beleid
meer van beneden af te benaderen? Zo'n ombuiging van beleid zou de weerstanden
in het onderwijs tegen toepassing van nieuwe technologieën kunnen verkleinen.
Hij waarschuwde dat introductie van ICT-technologie een tweedeling in de maatschappij
tot stand kan brengen tussen degenen die op dit gebied wel een gedegen opleiding
hebben kunnen volgen en zij die niet dat voorrecht hebben gehad. De overheid
heeft tot taak zo'n tweedeling te voorkomen. Onderwijs speelt hierbij een
grote rol. In dit verband vroeg ook hij aandacht voor het NCB-initiatief.
Welke mogelijkheden ziet de minister van OCW om ICT-kennis juist ook te spreiden
onder mensen aan de «onderkant van de samenleving»? Hij sloot
zich aan bij vragen over het ICT-beleid van het ministerie van Verkeer en
Waterstaat. In dit verband wees hij erop dat in het algemeen geen goede ervaringen
worden opgedaan met telewerken. Veelal heeft het een daling van arbeidsproductiviteit
tot gevolg. Wat verwacht heeft de minister van Economische Zaken hiervan?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Rabbae</nadruk> (GroenLinks) onderschreef dat ICT-technieken
nieuwe kansen bieden, maar tekende hierbij aan dat er ook risico's aan verbonden
zijn. Zo vroeg hij er aandacht voor dat introductie van dit soort technieken
de bestaande mondiale tweedeling verder kan versterken. Welke inspanningen
getroost Nederland zich om dit zoveel mogelijk tegen te gaan? Zowel internationaal
als nationaal is de ontwikkeling van een elektronische civiele maatschappij
van het allergrootste belang. Dat biedt kansen voor communicatie, het verstrekken
van informatie, democratisering en de bestrijding van dictaturen. Ook nationaal
kan de introductie van ICT-technologie leiden tot een tweedeling. Zo dreigt
in het onderwijs al een tweedeling te ontstaan tussen scholen die voorop lopen
met de toepassing van nieuwe technieken en scholen die nog geen apparatuur
hebben. Die kloof moet zo klein mogelijk worden gehouden. In dit verband benadrukte
hij ten sterkste het belang van voldoende budget voor financiering van ICT-toepassingen
in het onderwijs. Aandacht vroeg hij ook voor het wegnemen van achterstanden
die sommige groepen in de samenleving (vrouwen, ouderen, ouders) op ICT-gebied
dreigen op te lopen. In dit verband bepleitte hij om ouders de mogelijkheid
te bieden om in de avonduren gebruik te maken van de apparatuur die aanwezig
is in de scholen van hun kinderen. Hij sloot zich aan bij het pleidooi om
werklozen door middel van een fiscale regeling toegang te bieden tot de elektronische
snelweg. Aandacht vroeg hij ook voor de positie van allochtonen. Vele van
de jongeren zullen in staat zijn om gebruik te maken van de mogelijkheden
die de elektronische snelweg biedt, maar dat geldt niet voor hun ouders en
degenen die om andere redenen in het onderwijs buiten de boot zijn gevallen.
Zij dreigen geconfronteerd te worden met het moeilijk te bestrijden verschijnsel
elektronisch analfabetisme. In dit verband riep hij het kabinet op zich in
te zetten voor uitvoering van het NCB-plan. Het alleen plaatsen van computers
in bibliotheken is geen oplossing voor het grote probleem van de dreigende
tweedeling in de samenleving.</al>
      <al>Benieuwd was de heer Rabbae hoe elektronische facturering en betalingen
worden geregeld. Hij bepleitte om het BTW-tarief voor educatieve software
gelijk te stellen aan dat voor studieboeken. Ten slotte benadrukte hij ten
stelligste het grote belang dat bij de ontwikkeling en het gebruik van de
elektronische snelweg moet worden gehecht aan de bescherming van de privacy.
Welke stappen neemt de minister van Justitie op dit terrein? Zijn binnenkort
desbetreffende voorstellen van haar te verwachten?  </al>
      <tuskop letat="vet">De beantwoording van de bewindslieden</tuskop>
      <al>De <nadruk type="vet">minister van Economische Zaken</nadruk> constateerde dat de NAP-aanpak
in grote lijnen succesvol is geweest en dat het kabinet ook heeft uitgevoerd
wat in het plan werd aangekondigd. De volgens tijdschema gerealiseerde liberalisering
van de telecommunicatiestructuur (actielijn 1) heeft geleid tot een veel grotere
dynamiek. De liberalisering van telecommunicatie- en mediadiensten (actielijn
2) heeft tot nu toe vooral effect op traditionele media. Een versnelling in
de ontwikkeling van abonneetelevisie en andere vormen van betaaltelevisie
is nog niet waarneembaar. Bij de invulling van de publieke zorgtaak (actielijn
3) is gekozen voor een gerichte, pragmatische aanpak. Daarbij ging de aandacht
primair uit naar wetgeving rondom de elektronische snelweg en naar toegankelijkheid
van overheidsinformatie. Op al deze gebieden zijn plannen ontwikkeld. Op het
terrein van de vernieuwing van randvoorwaarden (actielijn 4) heeft het ministerie
van Justitie de gedegen nota Wetgeving voor de elektronische snelweg gepresenteerd.
Ook wordt aandacht geschonken aan zelfregulering. Het programma «IT
en recht» is uitgevoerd. Verder zijn in totaal 23 voorbeeldprojecten
(actielijn 5) in de openbare sector uitgevoerd. Hierin is ongeveer 250 mln.
geïnvesteerd. Geleidelijk is overgeschakeld van een aanpak van onderaf
in kleinschalige projecten, naar een aanpak van bovenaf. In dat kader geeft
de overheid aanzetten in meer grootschalige projecten. Over initiatieven in
de marktsector (actielijn 6) is intensief overlegd met het bedrijfsleven.
Dit heeft geleid tot versnelde investeringen in infrastructuur en diensten.
Via tal van acties wordt het midden- en kleinbedrijf bij ontwikkelingen betrokken.
Ook is voorzien in financiering van actiepunten (in 1998 oplopend tot 90 mln.
per jaar). Alleen op het gebied van de afbakening van het publieke domein
is ondanks alle inspanningen tot nu toe nog niet het beoogde resultaat behaald.</al>
      <al>Uit expertiseoverwegingen en niet op grond van de voorkeur van de diverse
ministeries, is besloten benchmarkstudies door verschillende bureaus te laten
uitvoeren. De studies geven aan dat de doelstelling om Nederland te laten
behoren tot de koplopers op de elektronische snelweg weliswaar nog niet is
gehaald, maar dat het zeker niet zo is dat Nederland is blijven steken in
de grijze middenmoot. Vergeleken met de VS loopt Nederland inderdaad op praktisch
alle gebieden achter, maar in de EU scoort Nederland op een aantal gebieden
goed al zijn zeker nog vorderingen mogelijk. Dat Nederland niet slecht presteert
blijkt uit een recente publicatie van de European IT-observer, die aangeeft
dat Nederland na Zweden de grootste ICT-markt heeft. In Nederland wordt volgens
deze publicatie 5,4% van het BBP besteed aan ICT-achtige toepassingen, wat
zelfs meer is dan Japan. Duidelijk is echter wel dat nog een lange weg is
te gaan. Daarbij waarschuwde de minister dat het dynamieke en soms ook «anarchistische»
karakter van het ICT-proces, alsmede het feit dat het gaat om een leerproces,
het ten enenmale onmogelijk maakt om ontwikkelingen te vatten in een allesomvattend
programma. Gestreefd moet worden naar een aanpak die uitgaat van een balans
tussen enerzijds het aanbrengen van structuren en het invullen van de publieke
rol en anderzijds het in stand houden van het dynamische, «anarchistische»
karakter van ICT-ontwikkelingen. De aard van de overheid legt haar een bescheiden
rol op: soms moet zij condities formuleren, maar soms moet zij alleen volgen.
De overheid is naar haar aard nu eenmaal geen organisatie die snel kan handelen
en dezelfde risico's kan nemen als een particulier bedrijf. Dit betekent dat
van de overheid niet kan worden verwacht dat zij op dit moment precies aangeeft
in welk tempo, welke ontwikkelingen zijn te verwachten. Wel zal de overheid
er zorg voor moeten dragen, bij alle ontwikkelingen betrokken te zijn. Gezien
de vele onzekere factoren van ontwikkelingen moet daarbij de neiging worden vermeden om te trachten duidelijkheid te scheppen door alle kaarten
op één bepaalde ontwikkeling te zetten.</al>
      <al>In de herijkingsnota «boven NAP» is de actuele stand van zaken
geschetst en is voor 1998 een aantal actiepunten geformuleerd. Ook is in de
vorm van diverse programma's de basis gelegd waarop volgende kabinetten kunnen
voortbouwen. Voor de uitvoering daarvan is over een periode van vier jaar
ongeveer een 0,5 mld. à 1 mld. nodig. Het is aan een volgend kabinet
om te beslissen over een precieze financiële invulling. De uit het VVD-actieplan
sprekende suggestie dat het kabinet onvoldoende in ICT-ontwikkeling zou hebben
geïnvesteerd en dat mede daardoor Nederland geen koppositie op dit gebied
zou hebben verworven, wees de minister resoluut van de hand. Het door de VVD
gepresenteerde plan voegt aan de inhoud van de herijkingsnota en de daarbij
behorende financiële paragraaf eigenlijk geen nieuws toe en bovendien
is eenmalige financiering van 250 mln. onvoldoende. Ook zag hij niets in de
uit het VVD-programma sprekende voorkeur voor invulling van de overheidsrol
als launching customer d.m.v. een centrale overheidsaanpak. De eventuele efficiencyvoordelen
die daarmee zouden zijn te behalen, wegen niet op tegen het gevaar voor bureaucratie
en verstarring van de overheidsorganisatie. Op sommige gebieden zijn er mogelijkheden
voor betere afstemming, maar de dynamiek en de diversiteit van de ontwikkeling
van de elektronische snelweg noopt tot een voortdurende afweging tussen voordelen
van differentiatie en standaardisatie. Derhalve zag hij veel meer in voortzetting
van de wijze waarop thans invulling wordt gegeven aan het begrip launching
customer. De resultaten die hiermee zijn behaald door o.a. de belastingdienst
en het CBS, tonen aan dat dit een goede aanpak is.</al>
      <al>Gezien de nauwe verwevenheid van ICT-ontwikkelingen met vrijwel alle beleidsterreinen
wees de minister de introductie van een coördinerende bewindspersoon
voor het ICT-beleid volstrekt af. Dat suggereert grote verantwoordelijkheid,
zonder de daarbij behorende bevoegdheden. Bovendien stimuleert het departementen
niet om op dit gebied een actief beleid te blijven voeren. In de huidige opzet
werken departementen onder lichte regie van het departement van Economische
Zaken goed samen. De ICT-nota's die de departementen hebben gepresenteerd,
tonen aan dat met deze werkwijze uitstekende resultaten kunnen worden behaald.
In die opzet behoudt iedere bewindspersoon ook zijn eigen beheersverantwoordelijkheid
tegenover de Kamer. Daarnaast kan aan de hand van een jaarlijkse voortgangsrapportage
worden gedebatteerd over de algemene stand van zaken en over vraag of er in
het beleid voldoende samenhang is. Het is aan de Kamer om te bepalen welke
bewindspersonen voor zo'n debat worden uitgenodigd.</al>
      <al>Wat de marktactiviteiten betreft, zijn belangrijke inspanningen geleverd
door de groep van 18. In een tweetal notities is neergelegd hoe volgens de
groep de ICT-ontwikkeling in Nederland kan worden versneld en welke afspraken
op dit gebied zijn gemaakt. De kabelexploitanten lopen met hun investeringen
in infrastructuur thans één jaar voor op het afgesproken tijdschema.
Jaarlijks wordt ongeveer 5 mld. in infrastructuur geïnvesteerd. Achterstand
is er nog in de vraag naar en aanbod van diensten. Uit het beroep dat wordt
gedaan op de KREDO-regeling blijkt echter dat in het dienstenaanbod grote
ontwikkelingen zijn te verwachten. Aanvullende actie is echter nodig om de
doelstelling te halen. De achterstand in de dienstverlening wordt niet veroorzaakt
doordat elektronische betalingen nog onvoldoende zijn geregeld. Nederland
loopt zelfs voorop in het denken over en realiseren van betaalmogelijkheden
via Internet. Wel is een hindernis dat Nederlanders in het algemeen minder
geneigd zijn om gebruik te maken van creditcards. Via pilotprojecten (Interpay)
wordt gewerkt aan verhoging van de veiligheid van het elektronisch betalingsverkeer.
In samenwerking met banken wordt ook gewerkt aan een proef met microbetalingen.
Ook elektronische facturering is volop in ontwikkeling. Op dit
gebied kan de overheid volstaan met ervoor te zorgen dat de desbetreffende
platforms goed blijven functioneren.</al>
      <al>Om Nederland ook in de toekomst zijn functie als belangrijk knooppunt
voor Internet te laten behouden, sloot de minister overheidsinvesteringen
in infrastructuur niet op voorhand uit. Bij de ontwikkelingen rond Internet
2 moet Nederland tot de eerste actieve partijen behoren. Voorwaarde daarvoor
is wel dat er op dat gebied een uitgekristalliseerd plan op tafel komt dat
duidelijk aangeeft welke verdeling er is tussen overheid en particuliere partijen
en welke inbreng er te verwachten is in de kennisinfrastructuur. De tot nu
toe gepresenteerde plannen zijn nog te vaag om er een positief oordeel aan
te verbinden. Speerpunten zijn de ontwikkeling van een Europees surfnetknooppunt
en de ontwikkeling van Amsterdam Internet exchange. Omdat onderhandelingen
nog gaande zijn, was hij desgevraagd niet bereid aan te geven welk bedrag
de overheid in dit soort ontwikkelingen zou willen investeren. Wel gaf hij
aan dat het hierbij gaat om «beduidende bedragen». Hij zegde toe
zich ervoor in te spannen, partijen te stimuleren om concrete plannen tijdig
gereed te hebben, opdat er rekening mee kan worden gehouden bij de komende
kabinetsformatie.</al>
      <al>Van negatieve publiciteit rond de KREDO-regeling nam de minister ten stelligste
afstand. Daarbij benadrukte hij dat deze regeling juist bedoeld is voor subsidiëring
van risicovolle projecten. Dat een aantal KREDO-projecten mislukt, zegt derhalve
niets over het succes van de regeling als zodanig. Van de 110 projectvoorstellen
die in 1996 in het kader van de regeling zijn gedaan, zijn er 30 gehonoreerd.
Daarmee was 20 mln. gemoeid. Gezien de belangstelling is het budget voor 1997
en 1998 verhoogd tot 30 mln. Op grond van een gedurende 1998 uit te voeren
evaluatieonderzoek zal eind 1998 bekend zijn welk resultaat met deze regeling
is geboekt.</al>
      <al>Onderzoek naar inzet van arbeidsvoorzieningsmiddelen op ICT-gebied is
niet bedoeld om ontwikkelingen van de grond te tillen, maar om het volume
ervan te vergroten en sectorgewijs (onderwijs) bepaalde activiteiten van de
grond te tillen. Zo resulteert het recent gesloten millenniumconvenant in
de beschikbaarstelling van 17 mln. voor de bemiddeling van zo'n 10 000
personen. Door dit convenant wordt de markt op dit gebied gestimuleerd en
wordt tevens voorzien in opleiding van de deskundigen waaraan thans een tekort
is. Naarmate de inventarisatiefase rond het millenniumprobleem verder vordert,
zal deze markt zeker aantrekken. De ernst en de korte tijd die nog rest voor
de oplossing van dit probleem rechtvaardigt de automatiseringsstop.</al>
      <al>ICT-ontwikkelingen in de zorgsector zijn gericht op de ontwikkeling van
een zorgpas en elektronische patiëntendossiers. Naar verwachting komt
het departement van VWS binnenkort met een desbetreffend plan van aanpak.</al>
      <al>Binnen de overheid worden al vele proeven gedaan met telewerken. Op dit
gebied neemt Nederland een middenpositie in tussen enerzijds de VS en anderzijds
het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland. Omdat telewerken op bedrijfsniveau
wordt georganiseerd en omdat belemmeringen op dit gebied niet technologisch
maar vooral organisatorisch van aard zijn, zag de minister niet veel in een
grootschalige regionale proef met telewerken.</al>
      <al>Gezien de aard van het verschijnsel elektronische snelweg zag de minister
ook niets in een aparte VN-organisatie op dit gebied. In de wereldwijd werkende
Internet society zijn bedrijfsleven en wetenschap reeds vertegenwoordigd en
er worden nauwe contacten onderhouden met overheden. In dit gremium worden
afspraken gemaakt over Internetprotocollen en dergelijke. Op mondiaal niveau
zal wel een oplossing moeten worden gevonden voor mededingingsvraagstukken
die het gevolg kunnen zijn van de te verwachten grote machtsconcentraties
op ICT-gebied. De WTO en de VN leken de minister hiervoor niet de eerstaangewezen gremia. In Nederland kunnen klachten over vermeend misbruik
bij mededinging worden voorgelegd aan de NMA.</al>
      <al>In het licht van de constatering dat er in breder verband sprake is van
problemen rond de toegankelijkheid van de elektronische snelweg, betwijfelde
de minister de noodzaak om maatregelen op dit punt al te zeer toe te spitsen
op de groep allochtonen. Wel zegde hij toe in contact met het NCB te bezien
of op basis van een voldoende financiële onderbouwing uitvoering kan
worden gegeven aan (delen van) hun plan. De Kamer wordt hierover geïnformeerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister van Justitie</nadruk> zegde toe enkele gedetailleerde vragen
schriftelijk te beantwoorden. Zij onderstreepte dat regelgeving op de elektronische
snelweg van belang is voor ordening, rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.
Uitgangspunt van de nota Wetgeving voor de elektronische snelweg is, dat de
juridische normen uit de fysieke wereld volledig toepasbaar moeten zijn in
een elektronische omgeving. Aanpassingen zijn alleen te overwegen bij knelpunten.
Uitgangspunt is ook, dat de wetgever zich in deze materie terughoudend moet
opstellen. Waar mogelijk, moet zelfregulering worden bevorderd. De wetgever
kan daarbij een faciliërende of ondersteunende rol spelen en moet pas
actief worden als fundamentele normen in het geding komen. Tegen deze achtergrond
geeft de nota een toetsingskader voor wetgeving. Het actieplan dat aan de
nota is toegevoegd, biedt een oplossing voor het grootste deel van de tot
nu toe gesignaleerde knelpunten. Hierbij moet worden bedacht dat de problematiek
van de elektronische snelweg een sterk internationaal karakter heeft. In dat
licht zal in internationaal verband een juridische oplossing moeten worden
geboden voor het vraagstuk van de rechtsmacht. Diverse internationale fora
buigen zich over vraagstukken als deze. De VN vond zij niet het juiste forum
om dit soort zaken aan de orde te stellen. Om met enige voortvarendheid te
werk te kunnen gaan, is het beter de aandacht voorlopig te concentreren op
overleg in de forum waarin tot nu toe de meeste vorderingen zijn gemaakt,
te weten de Raad van Europa (vooral strafrecht) en de EU (strafrecht en civiel
recht). Wat betreft regelgeving op de elektronische snelweg behoort Nederland
internationaal tot de koplopers. Die positie opent mogelijkheden om in genoemde
internationale fora invloed uit te oefenen op ontwikkelingen.</al>
      <al>In het kader van het MDW-proces wordt gestudeerd op het vraagstuk van
het elektronisch verrichten van rechtshandelingen. De Kamer wordt daar binnenkort
over geïnformeerd. Overwogen wordt experimenteerbepalingen in het BW
op te nemen op het gebied van het vermogensrecht. De introductie van dit soort
bepalingen in het bestuursrecht moet het mogelijk maken om onder voorwaarden
elektronische documenten gelijk te stellen aan schriftelijke documenten. Het
intellectueel eigendom van software wordt niet beschermd door het octrooirecht,
maar door het in verdragen verankerde auteursrecht. Zo is er een verdrag over
softwarebescherming. Op ideeën als zodanig kan geen octrooi worden verleend.
De minister was zich er zeer bewust van dat de sterk groeiende elektronicamarkt
de handhaving van de bescherming van het intellectuele eigendom steeds moeilijker
maakt. Voor de zomer bereikt de Kamer een aparte nota over auteursrecht en
nieuwe media. In internationaal overleg zullen in het strafrecht bepalingen
worden geïntroduceerd om misstanden te voorkomen. De wet computercriminaliteit
bevat zo een bepaling die inbreken in computersystemen verbiedt. De wet computercriminaliteit
II zal o.a. de aansprakelijkstelling van de provider regelen.</al>
      <al>De minister had er begrip voor dat in het actieplan van de VVD het gebruik
van ICT bij de bestrijding van winkelcriminaliteit wordt genoemd als mogelijkheid
om in de ICT-ontwikkeling een vliegwielfunctie te creëren, maar daarbij
tekende zij aan dat dit soort criminaliteit, hoe ernstig ook, slechts een
klein deel van het gehele criminaliteitsscala vormt. In navolging van ontwikkelingen
bij de belastingdienst wordt een experiment met elektronische
aangifte overwogen. Van groter belang is, dat de rechterlijke organisatie
de grote achterstand inhaalt die zij op ICT-gebied op de politie heeft. Die
achterstand is niet alleen materieel en organisatorisch van karakter, maar
betreft ook de cultuur en de werkhouding. Dit inhaalproces vergt grote investeringen.
Uiteindelijk moeten advocaten elektronisch met de rechtbank kunnen communiceren
over de vordering van zaken.</al>
      <al>Spanning signaleerde de minister tussen de aandrang om fraude op de elektronische
snelweg zo goed mogelijk te verhinderen en de wens om de privacy van het verkeer
op die snelweg te beschermen. Uiteraard is encryptie wenselijk in verband
met de privacy, maar juist omdat een duidelijke scheiding tussen legale en
illegale communicatie niet is te maken, mogen daarbij overwegingen van veiligheid
en openbare orde niet uit het oog worden verloren. Gezocht moet derhalve worden
naar de juiste synthese tussen het mogelijk maken van versleutelde communicatie
en criminaliteitsbestrijding door de overheid. De in voorbereiding zijnde
TTP-notitie gaat in breder kader op dit soort vraagstukken in.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen</nadruk> zegde eveneens
toe schriftelijk terug te komen op detailvragen. Hij was doordrongen van het
belang om in het onderwijs te bewerkstelligen dat Nederland op ICT-gebied
internationaal een voorsprong neemt. Gezien negatieve ervaringen van Scandinavische
landen is in het Nederlandse onderwijs bewust gekozen voor een benadering
van onderaf, waarin scholen op basis van het schoolplan als totaal worden
beschouwd. Doordat deze aanpak het ontstaan van zogenaamde voorhoedescholen
impliceert, moet worden gewaakt voor tweedeling. Ook in de ontwikkeling van
leerlingen moet hiervoor worden gewaakt. Van de leerlingen komt ongeveer 80%
thuis al in aanraking met computers. De 20% waarvoor dit niet geldt, loopt
kans een achterstand op te lopen. Extra probleem hierbij is, dat dit veelal
juist de leerlingen zijn die ook om andere redenen op achterstand dreigen
te geraken. Voor hen is het derhalve van groot belang dat scholen over computers
beschikken. Tegen deze achtergrond heeft het kabinet zich (wettelijk) gebonden
aan een programma dat ertoe moet leiden dat alle scholen in een periode van
vier jaar tot voorhoedescholen uitgroeien. In dit verband meldde de minister
met enige trots dat in Nederland op 14 april jl. als eerste in de wereld een
lerarenopleiding is geopend die geheel werkt met ICT-technologieën. Hij
zegde toe, na te gaan of het (naar Amerikaans voorbeeld) mogelijk is om scholen
bij het gebruik van ICT-middelen vrij te stellen van de betaling van telefoontarieven.
Onderzoek binnen de EU heeft uitgewezen dat het wellicht mogelijk is voor
leermiddelen een uitzondering op het geldende BTW-regime te maken. Hij steunde
het kabinetsbesluit over de opbrengst van de veiling van frequenties, maar
voelde zich desondanks zeer aangesproken door de motie die tot uitdrukking
brengt dat een deel ervan zou moeten terugvloeien naar de ICT-sector.</al>
      <al>Het tekort aan informatici is een gevolg van nog achterblijvende belangstelling
van jongeren voor dit beroep en niet van een gebrek aan opleidingscapaciteit.
Vooral het bedrijfsleven kan een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling
van de belangstelling onder jongeren. Die signalen moeten dan wel consistent
zijn op langere termijn. In het gebrek aan informatici kan mede worden voorzien
door middel van bijscholing. Ook op dit gebied is er voldoende scholingscapaciteit
voorhanden. Van belang is een goede organisatie ervan en een goede, reële
vervulling van de wensen van het bedrijfsleven. In dit verband was de minister
zorgelijk over bedrijven die jongeren tot indiensttreding trachten te verlokken
door ze een opleiding te bieden. Vraag is, of jongeren met zo'n opleiding
op langere termijn nog wel een goede positie op de arbeidsmarkt hebben. In
dit verband zijn duale opleidingen een goede uitkomst. Nederland heeft internationaal een goede positie als het gaat om hoogwaardig ICT-onderzoek.</al>
      <al>In samenwerking met private partijen wordt gewerkt aan de totstandkoming
van een consortium per 1 mei a.s., dat zich zet aan het opstellen van een
op 15 juni a.s. te presenteren plan voor de versteviging van de Nederlandse
positie in de ICT-infrastructuur (knooppuntfunctie, Internet 2, Surfnet).
Over Edunet wordt zeer binnenkort een beslissing genomen. Voorbereidingen
voor de pilotfase zijn afgerond en financiering is beschikbaar.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister van Verkeer en Waterstaat</nadruk> vond de bestaande wet-
en regelgeving op dit moment afdoende, maar onderschreef het oordeel van de
Europese Commissie dat de voortgang van de convergentie op verschillende gebieden
op den duur leidt tot spanningen met bestaande regelgeving. Vandaar het groenboek
convergentie en een door de Europese Commissie eind 1998 te starten evaluatie
van bestaande regelgeving. Ervan uitgaande dat het groenboek in dit stadium
niet meer kan dan contouren aangeven, was zij voornemens er zo snel mogelijk
op te reageren. Zij betreurde het dat het bij nader inzien niet mogelijk bleek
de Kamer over het regeringsstandpunt inzake convergentie voorafgaand aan dit
AO te informeren. Zij zegde toe de Kamer voor eind april nader te informeren
over dit onderwerp. Op grond van ervaringen tot nu toe was de minister gematigd
gestemd over de resultaten van telewerken. Ter bestrijding van de filevorming
was zij voornemens in het nieuwe structuurschema verkeer en vervoer in samenwerking
met het bedrijfsleven een grootschalig project te starten dat het mensen mogelijk
moet maken om buiten de spitsuren te reizen.</al>
      <al>Betrokken partijen zijn uitgenodigd hun belangstelling voor TDAB kenbaar
te maken. Een dertigtal reacties is inmiddels ontvangen. Het ligt in het voornemen
om nog voor de zomer een beleidsvoornemen te publiceren, waarin ook een voorstel
wordt gedaan voor de verdeling van schaarse frequenties. Het is bekend welke
frequenties beschikbaar zijn voor DVB. Het zijn er meer dan verwacht, maar
daarbij dient te worden aangetekend dat per frequentie minder kan worden gedaan
dan gedacht. Bedrijven bezien thans of op commerciële basis infrastructuur
kan worden opgebouwd. Beschikbaarheid van digitale eindapparatuur is daarbij
cruciaal. Gezien de grote risico's is een overheidsbijdrage niet uitgesloten.
Het plan van aanpak voor een DVB-experiment wordt nog in 1998 door het ministerie
voorbereid. Zij onderschreef het grote belang van breedbandige internationale
verbindingen. De suggestie om goedkoop bandbreedte te creëren door internetproviders
directe toegang tot het PTT-telecomnet te verlenen, wenste zij nader te bezien.
De Kamer wordt hierover nog geïnformeerd.</al>
      <al>Als gevolg van de uitspraak van OPTA over de «local loop»
moet KPN kosten en opbrengsten opnieuw balanceren. Dat zal leiden tot hogere
abonnementskosten en lagere «tikkosten». Voor een beperkte groep
abonnees kan dit problemen opleveren. Met KPN wordt overlegd over een pakket
dat voor een beperkte groep gebruikers mogelijke prijsstijgingen moet voorkomen.
De Kamer wordt ook hierover nader geïnformeerd. Desgevraagd was zij bereid
KPN te verzoeken bij de aankondiging van de prijsstijging mensen te informeren
over een andere abonnementskeuze.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">staatssecretaris van Binnenlandse Zaken</nadruk> onderstreepte het
belang van ICT-ontwikkelingen voor de verbetering van het contact tussen overheid
en burger en voor de verbetering van de serviceverlening door de overheid.
Tegen die achtergrond schetste hij aan welke onderwerpen een nieuw kabinet
in de BIOS-4-nota aandacht zou moeten schenken. Zo gaf hij aan dat wordt gestreefd
naar één Internettoegang tot de frontoffice van de totale overheid.
Het project OL2000 is tot nu toe zeer succesvol, al blijven organisatorische
aanpassingen in de backoffice soms lastig. Maar op basis van
de opgedane ervaringen kan worden gewerkt aan de ontwikkeling van OL2000 op
rijksniveau. In het kader van electronic government wordt gewerkt aan de exploitatie
van overheidsbestanden. Ook is er aandacht voor de ontwikkeling van het backoffice
en wordt gewerkt aan het verstrekken van democratische basisinformatie (wetsteksten)
via Internet. In verband met dit laatste wordt eraan gewerkt om het mogelijk
te maken dat de overheid na afloop van het contract met de SDU betreffende
de databank weten regelgeving (met inachtneming van de positie van uitgeverij
Kluwer) de daarin opgenomen gegevens via Internet kan verspreiden. Enthousiast
was hij over de resultaten die tot nu toe zijn behaald met de introductie
van Internet in openbare ruimten als bibliotheken. Mede in dat verband moet
worden bezien hoe de communicatie tussen overheid en burger verder kan worden
bevorderd en hoe tweedeling in de samenleving kan worden voorkomen. Verder
bepleitte hij bijzondere aandacht voor de rol die ICT-technologie kan spelen
bij de democratische besluitvorming. Burgers kunnen met gebruikmaking hiervan
buiten de Tweede Kamer om, direct vragen stellen aan de overheid. De controlerende
rol van de Tweede Kamer vereist wel dat hier afspraken worden gemaakt. Ten
slotte benadrukte hij dat uitzonderingen op de automatiseringsstop alleen
worden toegestaan als kan worden aangetoond dat projecten capacitair en financieel
geen invloed hebben op de aanpak van het millenniumvraagstuk.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">staatssecretaris van Financiën</nadruk> ontkende persberichten
als zouden internetproviders massaal door de belastingdienst worden geconfronteerd
met naheffingsaanslagen. Binnenkort ontvangt de Kamer een interimrapport van
de werkgroep die studeert op vraagstukken rond de belastingheffing op internettransacties.
Gezien de beperkte speelruimte die EU-regelgeving biedt, verdient het voorkeur
om vraagstukken rond de belastingheffing over internettransacties op mondiaal
niveau op te lossen. In OESO-verband wordt hierop gestudeerd. In de interim-rapportage
wordt ook aan dit internationale aspect aandacht geschonken. Het creëren
van een vrijhandelszone op Internet biedt geen oplossing voor problemen rond
belastingheffing. Daarmee zou oneerlijke concurrentie ontstaan ten opzichte
van op andere wijze verrichte dienstverlening. In de rapportage wordt verder
aangegeven met welke fiscale faciliteiten het Internetgebruik en de innovaties
rond Internet kunnen worden bevorderd. Een nieuw kabinet moet zich daarover
uitspreken. </al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken,</functie>
        <naam>H. Vos</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat,</functie>
        <naam>Biesheuvel</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,</functie>
        <naam>V. A. M. van der Burg</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken,</functie>
        <naam>De Cloe</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,</functie>
        <naam>M. M. H. Kamp</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Financiën,</functie>
        <naam>Ybema</naam>
        <functie>De griffier van de vaste commissie voor Economische Zaken,</functie>
        <naam>Tielens-Tripels  </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Mateman (CDA), Blaauw (VVD), Van der Vlies (SGP),
H. Vos (PvdA), voorzitter, Van Gelder (PvdA), Smits (CDA), Ter Veer (D66),
 G. de Jong (CDA), Leers (CDA), Van der Hoeven (CDA), Remkes (VVD), Voûte-Droste
(VVD), ondervoorzitter, Van Wingerden (AOV), Rabbae (GroenLinks), Jorritsma-van
Oosten (D66), De Koning (D66), Hessing (VVD), Crone (PvdA), Van Dijke (RPF),
Van der Ploeg (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), Van Walsem (D66), Hofstra (VVD)
en Wagenaar (PvdA).</al>
    <al>Plv. leden: Ten Hoopen (CDA), Van Rey (VVD), Van Middelkoop (GPV), Woltjer
(PvdA), Sterk (PvdA), De Haan (CDA), Ybema (D66), Wolters (CDA), Lansink (CDA),
Terpstra (CDA), Weisglas (VVD), Verbugt (VVD), Meyer (groep-Nijpels), M. B.
Vos (GroenLinks), Bakker (D66), Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Klein Molekamp
(VVD), Witteveen-Hevinga (PvdA), Leerkes (Unie 55+), Verspaget (PvdA), Adelmund
(PvdA), Roethof (D66), Passtoors (VVD), Feenstra (PvdA) en Poppe (SP).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), ondervoorzitter, Van den Berg (SGP),
Lilipaly (PvdA), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Reitsma (CDA), Versnel-Schmitz
(D66), Van Gijzel (PvdA), Leers (CDA), Van Heemst (PvdA), Feenstra (PvdA),
Verbugt (VVD), Poppe (SP), Van 't Riet (D66),  H. G. J. Kamp (VVD),
Stellingwerf (RPF), Crone (PvdA), Roethof (D66), M. B. Vos (GroenLinks),
Verkerk, Van Zuijlen (PvdA), Van Waning (D66), Keur (VVD), Assen (CDA), Ten
Hoopen (CDA) en Luchtenveld (VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Blauw (VVD), Schutte (GPV), Van Gelder (PvdA), Soutendijk-van
Appeldoorn (CDA), Dankers (CDA), Jeekel (D66), Swildens-Rozendaal (PvdA),
Terpstra (CDA), A. de Jong (PvdA), Duivesteijn (PvdA), Hofstra (VVD), Hillen
(CDA), Remkes (VVD), Leerkes (Unie 55+), Witteveen-Hevinga (PvdA), Augusteijn-Esser
(D66), Rosenmöller (GroenLinks), Nijpels-Hezemans (groep-Nijpels), Valk
(PvdA), Hoekema (D66), Klein Molekamp (VVD), Van der Linden (CDA), Meijer
(CDA) en Te Veldhuis (VVD).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.3" nr="3">
    <al>Samenstelling: Leden: V. A. M. van der Burg (CDA), voorzitter,
Schutte (GPV), Korthals (VVD), Janmaat (CD), Soutendijk-van Appeldoorn (CDA),
Van de Camp (CDA), Swildens-Rozendaal (PvdA), ondervoorzitter, M. M.
van der Burg (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Kalsbeek-Jasperse (PvdA), Zijlstra
(PvdA), Van Heemst (PvdA), Aiking-van Wageningen (groep-Nijpels), Rabbae (GroenLinks),
Koekkoek (CDA),  J. M. de Vries (VVD), Van Oven (PvdA), Van der Stoel
(VVD), Dittrich (D66), Verhagen (CDA), Rouvoet (RPF), B. M. de Vries
(VVD), Van Boxtel (D66), O. P. G. Vos (VVD) en Van Vliet (D66).</al>
    <al>Plv. leden: Smits (CDA), Van den Berg (SGP), Van Blerck-Woerdman (VVD),
Marijnissen (SP), Bremmer (CDA), Doelman-Pel (CDA), Wagenaar (PvdA), Feenstra
(PvdA), Bijleveld-Schouten (CDA), Rehwinkel (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA),
Apostolou (PvdA), Meyer (groep-Nijpels), Sipkes (GroenLinks), Biesheuvel (CDA),
Rijpstra (VVD), Middel (PvdA), Passtoors (VVD), Wessels (D66), Van der Heijden
(CDA), Leerkes (Unie 55+), Van den Doel (VVD), Roethof (D66), Weisglas (VVD)
en De Koning (D66).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.4" nr="4">
    <al>Samenstelling: Leden: Beinema (CDA), Van der Vlies (SGP), Van Nieuwenhoven
(PvdA), M. M. H. Kamp (VVD), voorzitter, De Cloe (PvdA), Janmaat
(CD), Van Gelder (PvdA), ondervoorzitter, Van de Camp (CDA), Mulder-van Dam
(CDA), Hendriks, Rabbae (GroenLinks), Jorritsma-van Oosten (D66), De Koning
(D66), Koekkoek (CDA), J. M. de Vries (VVD), Liemburg (PvdA), Stellingwerf
(RPF), Lambrechts (D66), Rijpstra (VVD), Cornielje (VVD), Cherribi (VVD),
Dijksma (PvdA), Sterk (PvdA), Van Vliet (D66) en Bremmer (CDA).</al>
    <al>Plv. leden: Reitsma (CDA), Schutte (GPV), Lilipaly (PvdA), Klein Molekamp
(VVD), Valk (PvdA), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Ten Hoopen (CDA), Van
der Hoeven (CDA), Verkerk, Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Bakker (D66),
Van 't Riet (D66), De Haan (CDA), Van Heemskerck Pillis-Duvekot (VVD), Rehwinkel
(PvdA), Leerkes (Unie 55+), Versnel-Schmitz (D66), Essers (VVD), Korthals
(VVD), Passtoors (VVD), Huys (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), Verhagen (CDA) en
Lansink (CDA).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.5" nr="5">
    <al>Samenstelling: Leden: V. A. M. van der Burg (CDA), Te Veldhuis
(VVD), Van der Heijden (CDA), De Cloe (PvdA), voorzitter, Janmaat (CD), Van
den Berg (SGP), Scheltema-de Nie (D66), ondervoorzitter, Apostolou (PvdA),
Zijlstra (PvdA), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Remkes (VVD), Gabor
(CDA), Koekkoek (CDA), Nijpels-Hezemans (groep-Nijpels), Oedayraj Singh Varma
(GroenLinks), Hoekema (D66), H. G. J. Kamp (VVD), Essers (VVD),
Dittrich (D66), Cornielje (VVD), Rouvoet (RPF), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar
(PvdA) en Wessels (D66).</al>
    <al>Plv. leden: Dankers (CDA), Van Hoof (VVD), Bijleveld-Schouten (CDA), Liemburg
(PvdA), Poppe (SP), Schutte (GPV), Jeekel (D66), Duivesteijn (PvdA), Feenstra
(PvdA), Verhagen (CDA), M. M. van der Burg (PvdA), Van der Stoel (VVD),
Mateman (CDA), Mulder-van Dam (CDA), Van Wingerden (AOV), Rabbae (GroenLinks),
Van Boxtel (D66), Korthals (VVD), Luchtenveld (VVD), Assen (CDA), Klein Molekamp
(VVD), Leerkes (Unie 55+), Van Oven (PvdA), Noorman-den Uyl (PvdA) en Bakker
(D66).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.6" nr="6">
    <al>Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Van Rey (VVD), Terpstra (CDA), Smits
(CDA), Reitsma (CDA), Vliegenthart (PvdA), Ybema (D66), voorzitter, Schimmel
(D66), Van Gijzel (PvdA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Hillen (CDA), A. de Jong
(PvdA), Hoogervorst (VVD), ondervoorzitter, Van Wingerden (AOV), Rabbae (GroenLinks),
Voûte-Droste (VVD), Adelmund (PvdA), Giskes (D66), H. G. J.
Kamp (VVD), Van Dijke (RPF), Van der Ploeg (PvdA), B. M. de Vries (VVD),
Van Walsem (D66) en Ten Hoopen (CDA).</al>
    <al>Plv. leden: Van der Vlies (SGP), Van Hoof (VVD), Visser-van Doorn (CDA),
Heeringa (CDA), Wolters (CDA), Noorman-den Uyl (PvdA), Bakker (D66), Jeekel
(D66), Van Zijl (PvdA), Van Zuijlen (PvdA), G. de Jong (CDA), Van Nieuwenhoven
(PvdA), Rijpstra (VVD), Verkerk, Rosenmöller (GroenLinks), Hofstra (VVD),
Crone (PvdA), Assen (CDA),  M. M. H. Kamp (VVD), Leerkes (Unie 55+),
Koenders (PvdA), Hessing (VVD), Van Boxtel (D66), De Haan (CDA) en Marijnissen
(SP).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>