﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24400-XIV-55/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1995-1996</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="OPmt1__2.1" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>6K1998</ordernr>
    <vergjaar>1995-1996</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>24 400 XIV</nummer>
      <naam>Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van
het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (XIV) voor het jaar
1996</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>55</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 20 juni 1996</datum>
      <al>De vaste commissies voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> en voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport hebben een aantal vragen
voorgelegd aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de voortgangsrapportage Plan van
Actie Vleeskeuringen<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref>.</al>
      <al>De minister en de staatssecretaris hebben deze vragen beantwoord bij brief
van 18 juni 1996.</al>
      <al>Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>Blauw</naam>
        <functie>De griffier voor dit verslag,</functie>
        <naam>Nava  </naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">1</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan nader worden toegelicht hoe de werkverdeling tussen de Ministeries
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport in het door de Directeuren-Generaal getekende protocol is geregeld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De werkverdeling tussen het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
(LNV) en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vloeit
voort uit de verantwoordelijkheidsverdeling, zoals vermeld in genoemd protocol.
VWS heeft het primaat in het beleid inzake volksgezondheid en consumentenbescherming.
LNV heeft het primaat in het beleid inzake diergezondheid en dierenwelzijn
(met uitzondering van Wet op de dierproeven) en afzet. Voor de volksgezondheidsaspecten
van zoönosen ligt de eerste verantwoordelijkheid bij VWS. VWS heeft een
algemene verantwoordelijkheid om door de hele keten heen wettelijke eisen
te formuleren op het gebied van hygiëne en gezondheidsbescherming van
de consument. Het gaat hierbij om horizontale eisen zoals bijvoorbeeld de
eisen in richtlijn 93/43/EEG inzake levensmiddelenhygiëne. LNV heeft
de primaire verantwoordelijkheid om, ten aanzien van de produktiefase van
vers vlees, de verticale, specifieke, wettelijke eisen te formuleren binnen
het gegeven gezondheidskader. Deze verantwoordelijkheid vloeit voort uit haar
verantwoordelijkheid voor de primaire produktiefase.</al>
      <al>Deze verticale eisen vloeien vrijwel geheel voort uit de Europese richtlijnen
op het gebied van produktie en verwerking van vlees. VWS heeft de primaire
verantwoordelijkheid om, ten aanzien van produktie en handel in vleesprodukten,
specifieke eisen op gebied van volksgezondheid te formuleren. De scheiding
in primaire verantwoordelijkheid ligt direct na de uitsnijderijfase en/of
de koel- en vrieshuisfase. </al>
      <tuskop letat="vet">2</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Is nu in de praktijk verzekerd dat de twee instanties elkaar op de
werkvloer niet voor de voeten lopen en zijn doublures nu uitgesloten? Is er
sprake van een gecoördineerd optreden naar het bedrijfsleven toe?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De diensten van beide departementen hebben onderscheiden taken. Deze vloeien
voort uit de wetgeving. De onderlinge afstemming tussen deze taken geschiedt
zoals in het protocol is afgesproken. Hoofdlijn daarbij is dat diensten gebruik
maken van elkaars bevindingen over geconstateerde tekortkomingen. Wanneer
overigens sprake is van direct gevaar voor de volksgezondheid, zal het Staatstoezicht
direct ingrijpen. In de praktijk is sprake van een duidelijk groeiend vertrouwen
tussen de diensten en een gezamenlijk optreden naar het bedrijfsleven. </al>
      <tuskop letat="vet">3</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke rol speelt de Algemene Inspectie Dienst ten opzichte van de
Commissie van Advies voor de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Algemene Inspectie Dienst is een opsporingsdienst die opereert buiten
de verantwoordelijkheid van de Commissie van Advies. De Commissie van Advies
heeft als taak de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport te adviseren over de uitvoering van
de taken door de RVV. De AID verstrekt vanuit haar opsporingstaak eveneens
informatie over de uitvoering van de taken door de RVV aan de Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.  </al>
      <tuskop letat="vet">4</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zal de meerwaarde zijn van de interne verzelfstandiging van de
RVV vergeleken met de huidige situatie?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De meerwaarde zal zijn een betere bedrijfseconomische bedrijfsvoering
(stelsel van baten en lasten), heldere aansturingsrelaties en flexibel onroerendgoed
beheer. De realisatie daarvan zal moeten blijken gedurende de uitvoering van
het project Verzelfstandiging RVV. </al>
      <tuskop letat="vet">5</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze wordt de landelijke overheid geïnformeerd over
Insport?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Insport is een geautomatiseerd systeem waarin kwartaalrapportages die
door de verantwoordelijke RVV-dierenarts worden opgemaakt, worden verwerkt.</al>
      <al>Het is bedoeld als hulpmiddel voor het vastleggen op een uniforme wijze
van de bevindingen bij de kwartaalrapportages. Dit systeem is momenteel operationeel
voor roodvleesslachterijen, uitsnijderen en koel- en vrieshuizen. Voor de
pluimveesector is dit systeem vrijwel gereed. De gegevens uit Insport zijn
voor de departementsleiding en beleidsdirecties toegankelijk om samen met
de RVV landelijke knelpunten waar te nemen en acties voor te bereiden.</al>
      <al>Knelpunten en acties worden besproken met de verschillende bedrijfssectoren. </al>
      <tuskop letat="vet">6</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe wordt de Gebruikersraad samengesteld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Gebruikersraad wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van bedrijfsleven
en maatschappelijke organisaties. </al>
      <tuskop letat="vet">7</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan een toelichting worden gegeven op de bevoegdheden en de werkwijze
van de op korte termijn in te stellen Gebruikersraad? Wordt in deze raad vooral
informatief overleg gevoerd, of wordt over werkwijze en prijsstelling van
de RVV onderhandeld?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Gebruikersraad is een overlegorgaan van de RVV met het bedrijfsleven.
De Gebruikersraad adviseert de RVV over de taakuitoefening binnen de geldende
wettelijke kaders die voor de RVV gelden. Daarnaast adviseert de Gebruikersraad
binnen de vastgestelde missie van de RVV, het Jaarplan, de begroting en de
beleidskaders, zoals die door mij, in overeenstemming met de Staatssecretaris
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, worden bepaald.</al>
      <al>Binnen deze kaders is sprake van een zinvolle mogelijkheid van samenspraak
over de uitvoering van keuringen, efficiency en klantgerichtheid (openingstijden),
tarieven en dergelijke. </al>
      <tuskop letat="vet">8</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre verloopt de uitbreiding volgens het oorspronkelijk schema,
waarbij binnen 3 jaar voorzien zou zijn in 120 extra plaatsen? Waarom verloopt
het zo moeizaam?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De uitbreiding van het aantal dierenartsen verloopt volgens schema. De
RVV stelt specifieke eisen en gelet op de arbeidsmarkt voor keuringsdierenartsen
vergt de uitbreiding inspanning. Sinds de start van de geïntensiveerde
wervingsactie zijn er al ruim 40 nieuwe dierenartsen aangenomen. </al>
      <tuskop letat="vet">9</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Voldoet Nederland met de 120 extra aan te stellen keuringsdierenartsen
aan de Europese normstelling?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Sinds het Actieplan tot stand is gekomen, zoals in het plan als wenselijk
wordt aangeduid, is de EU-regelgeving deels aangepast.</al>
      <al>Dit betreft het dierenartstoezicht in kleine slachterijen. Er heeft een
verschuiving plaatsgevonden van permanent naar periodiek toezicht. Dit leidt
er toe dat met de uitbreiding van 120 dierenartsen in drie jaar (elk jaar
40 dierenartsen extra) naar verwachting wordt voldaan aan de eisen van de
huidige richtlijnen. </al>
      <tuskop letat="vet">10 en 11</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de stand van zaken in de discussie met de RVV, naar aanleiding
van de opwaartse beïnvloeding van de keuringstarieven als gevolg van
de toename van het aantal keuringsdierenartsen?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de exacte financiële gevolgen van het uitbreiden van
het aantal keuringsdierenartsen? Hoe werkt dit door in tariefstelling en de
kostendekkendheid van de tarieven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door de voorgenomen stijging van het aantal dierenartsen bij de RVV in
de komende jaren zullen de kosten van de RVV stijgen. In 1996 t/m 1998 stijgt
jaarlijks het aantal dierenartsen met 40, hetgeen een kostenstijging van ca.
f 4 miljoen per jaar betekent, in totaal ca. f 12 miljoen. Dit is
ca. 8% van de kosten. Daarnaast wordt een daling met ca. 110 keurmeesters
in de jaren 1996 t/m 1998 geraamd, wat een daling van de kosten met in totaal
ca. f 9 miljoen inhoudt. De kosten en opbrengsten van de RVV (inclusief
het aspect van een stijgend aantal dierenartsen) zijn dit voorjaar onderzocht.
Mede naar aanleiding hiervan wordt op korte termijn een beperkte stijging
van de tarieven voorzien. </al>
      <tuskop letat="vet">12</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Op welke wijze geschiedt de beoordeling van individuele keuringsprestaties?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In vrijwel alle sectoren worden individuele keuringsprestaties geregistreerd.
Momenteel werkt de RVV aan een algemeen model ter beoordeling van deze prestaties.
Dit model zal alle activiteiten van de RVV in de slachterijen afdekken. Het
gaat hierbij niet alleen om de toetsing van de individuele keuringsprestaties,
maar ook om de kwaliteit van het toezicht op de hygiëne, de identificatie
van de dieren etcetera. De feitelijke beoordeling van de individuele keuringsprestaties
zal worden vastgelegd aan de hand van beoordelingslijsten. Deze lijsten worden
momenteel uitgetest in de verschillende slachterij-sectoren. Na zomer 1996
zal de introductie bij alle bedrijven plaatsvinden. </al>
      <tuskop letat="vet">13</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wordt een toename verwacht van illegale slachtingen als gevolg van
de verdere stijging van de keuringstarieven?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het risico van een toename van illegale slachtingen is mij bekend. De
AID heeft diverse illegale slachtingen vastgesteld. Ook werden twee omvangrijke
gerechtelijke vooronderzoeken afgesloten.</al>
      <al>Als oorzaak valt hierbij vooral te denken aan de toegenomen keuringseisen
ten gevolge van Europese richtlijnen, maar ook de tarieven kunnen een rol
hebben gespeeld bij deze toename. Mede om die reden is de tariefstijging bij
kleinere slachterijen en bijzondere slachtplaatsen per oktober 1995 beperkt
gebleven.  </al>
      <tuskop letat="vet">14</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Waaruit blijkt dat het Flits-systeem goed aanslaat en kwaliteitsverhogend
werkt? Kan inzicht worden gegeven in de resultaten van de zogenaamde «Flits-acties»
en de speerpuntenonderzoeken?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het stellen van vragen ten aanzien van kritische items bij keuring en
controle leidt tot het activeren van de medewerkers en geeft stimulansen tot
verbetering. Met algemene en gerichte acties richt de centrale directie van
de RVV zich op de minder goed scorende eenheden.</al>
      <al>Bij verschillende items is aan de hand van herhaalonderzoek na verloop
van enige tijd gebleken dat de scores, met name bij de slechter scorende eenheden,
door de verschillende acties verbeteren.</al>
      <al>Speerpuntonderzoeken (snelle kortlopende onderzoeken van beperkte omvang)
vonden plaats ten aanzien van de bezetting van keurmeesters in de slachterijen,
de controle in uitsnijderijen en het internationale meldsysteem ANIMO. Resultaten
van genoemde onderzoeken geven de centrale directie van de RVV inzicht in
de keurings- en controleprestaties van de organisatie.</al>
      <al>Uit de resultaten van Flits-advies en speerpunten blijkt dat het flitssysteem
kwaliteitsverhogend werkt en aangeeft op welke punten verbeteringen mogelijk
zijn. </al>
      <tuskop letat="vet">15</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat zijn de uitgangspunten en doelstellingen bij de voorgenomen stroomlijning
van de hantering van sanctiemiddelen? Wat voor speciale actie is in voorbereiding?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het uitgangspunt is dat bij iedere vorm van wettelijke overtreding duidelijk
zal moeten zijn welke sanctiemaatregel kan worden genomen en door wie.</al>
      <al>Daarbij is de doelstelling dat de RVV, voldoende sanctiemaatregelen ter
beschikking heeft om daadkrachtig op te kunnen treden bij vastgestelde overtredingen.
Momenteel is het opstellen van een overzicht van sanctiemogelijkheden die
er op basis van de regelgeving zijn, in voorbereiding. Het gaat daarbij om
een overzicht waarbij de zwaarte van geconstateerde overtredingen ten opzichte
van het wettelijk kader wordt afgewogen tegen de zwaarte van de sanctiemaatregelen.
Ook zal in dit overzicht worden aangegeven op welke wijze op dit gebied wordt
samengewerkt met de AID en de Veterinaire Inspectie van de Volksgezondheid. </al>
      <tuskop letat="vet">16</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe is het gesteld met de uitvoering van het beleid inzake de zogenaamde
wrakke dieren (beleid en praktijk lijken niet sluitend te zijn)?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe verloopt het transport van de wrakke dieren sedert de aanpassing
van de voorschriften van oktober 1995? In hoeveel van de gevallen was er sprake
van transport onder bedwelming? Kan worden aangegeven in welke mate wrak vee
nog wordt aangevoerd bij reguliere slachtplaatsen? In hoeveel gevallen leidt
dit tot boetes voor vervoerders?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het beleid is duidelijk en in de praktijk wordt de werkwijze gevolgd die
is voorgeschreven. Wrakke dieren worden steeds afzonderlijk vervoerd, conform
de voorschriften. Indien wrakke dieren niet zonder extra lijden vervoerd kunnen
worden, worden ze bedwelmd en verbloed op de boerderij. Dit betreft thans
reeds 500 à 600 gevallen. Bij de reguliere slachtplaatsen en markten
wordt nog steeds incidenteel wrak vee aangevoerd. De RVV voert daar dagelijks
controle op uit. Bij overtreding schakelt de dierenarts altijd de AID in.
Gedurende de eerste vier maanden van 1996 heeft de RVV 40 gevallen van vermoedelijke
overtredingen aangemeld bij de AID. Hiervan bleek in zestien gevallen daadwerkelijk sprake te zijn van een overtreding. De strafrechtelijke vervolging
van deze overtredingen loopt nog. </al>
      <tuskop letat="vet">17</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">In hoeverre wordt de naleving van regels met betrekking tot het vervoer
van wrakke dieren gefrustreerd door onduidelijkheid over de vraag wat precies
wrak vee is?</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">Hoe beoordeelt de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
het gegeven dat de RVV, hangende een proefproces, terughoudend omgaat met
het uitdelen van processen-verbaal (zie Boerderij, 26 maart 1996)?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het grote scala aan mogelijke verwondingen en ziekteverschijnselen
is het meestal duidelijk of een dier moet worden bestempeld als «wrak»
vee. In een beperkt aantal gevallen is er twijfel. De werkgroep wrakke dieren
van de Raad voor Dieren Aangelegenheden is de aangewezen plaats om deze discussie
over grensgevallen te voeren. Op grond daarvan zal ik te zijner tijd over
twijfelgevallen een beslissing nemen.</al>
      <al>Gezien het feit dat de RVV dagelijks controleert en de AID al zestien
processen-verbaal heeft opgemaakt, is geen sprake van terughoudendheid in
het optreden. </al>
      <tuskop letat="vet">18</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven in hoeverre de saneringsoperatie in de runderslachtsector
succesvol verloopt?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Acht runderslachterijen zijn in 1995 gesloten als gevolg van de saneringsoperatie.
Geen enkele runderslachterij is daarna op diezelfde lokatie gestart. Dit heeft
geleid tot een beduidend hogere bezettingsgraad in andere slachterijen. Overigens
geven recente ontwikkelingen, zoals BSE (gekke koeienziekte) en de toegenomen
spanning op de afzetmarkt, opnieuw aanleiding tot zorg. </al>
      <tuskop letat="vet">19</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden aangegeven hoe het aantal feitelijke slachtingen van het
afgelopen boekjaar zich verhoudt tot de verwachte slachtingen die verwerkt
zijn in de kostendekkende tariefstelling? Zal aan het einde van het boekjaar
van kostendekkende tarieven gesproken kunnen worden?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De RVV heeft in 1995 ongeveer 100 000 runderen en ongeveer 700 000
varkens minder gekeurd dan geraamd. Derhalve werden er minder inkomsten verkregen
dan aanvankelijk geraamd was. In de bedrijven zijn om die reden echter ook
minder keurmeesters en dierenartsen ingezet dan was geraamd.</al>
      <al>Over 1996 is in z'n totaliteit nog geen sprake van volledige kostendekkendheid.
Om die reden zijn momenteel voorstellen voor tariefaanpassingen ontwikkeld,
waarin de effecten van loon- en prijsstijgingen op de kosten zijn verwerkt.
Voor specifieke omstandigheden zoals kleine slachterijen, bijzondere slachtplaatsen
en de invoer van bepaalde produkten uit derde landen, is een geheel kostendekkend
tarief op dit moment nog niet mogelijk of gewenst.</al>
      <al>Tevens bereid ik tariefsvoorstellen voor waarin de effecten van wijzigingen
van EU-Richtlijnen en nationale wetgeving worden vertaald naar de Nederlandse
situatie. </al>
      <tuskop letat="vet">20</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Welke financiële consequenties zijn verbonden aan een eventueel
verschil tussen het verwachte aantal slachtingen en het aantal feitelijk verrichte
slachtingen? </nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De tariefstructuur is gebaseerd op een toekomstverwachting waarin diverse
factoren (bijvoorbeeld aantal dieren en aantal gewerkte uren) worden geschat.
Wanneer deze aantallen achteraf lager zijn dan geraamd, zal er vrijwel zeker
sprake zijn van lagere keuringsontvangsten. Zo hield de daling van het aantal
geslachte dieren in 1995 een daling in van f 3 miljoen aan opbrengsten. </al>
      <tuskop letat="vet">21</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kan worden ingegaan op de vrees die de Algemene Inspectie Dienst
heeft geuit ten aanzien van een mogelijk groeiend aantal illegale slachtplaatsen
in Nederland (zie Agrarisch Dagblad van 3 april 1996)?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zie antwoord op vraag 13. </al>
      <tuskop letat="vet">22</tuskop>
      <al>
        <nadruk type="cur">Wat is de stand van zaken met betrekking tot een nieuwe Vleeskeuringswet?</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het opstellen van een ontwerp van een nieuwe Vleeskeuringswet bevindt
zich nog in de ambtelijke fase.  </al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Van der Linden (CDA), Blauw (VVD), voorzitter, Van
der Vlies (SGP), ondervoorzitter, M. M. H. Kamp (VVD), Esselink (CDA), Smits
(CDA), Reitsma (CDA), Huys (PvdA), Swildens-Rozendaal (PvdA), Ter Veer (D66),
Van Zijl (PvdA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Aiking-van Wageningen (Groep Nijpels),
Woltjer (PvdA), Schuurman (CD), Augusteijn-Esser (D66), Van den Bos (D66),
Van Ardenne-van der Hoeven (CDA), Stellingwerf (RPF), Crone (PvdA), M. B.
Vos (GroenLinks), Van Waning (D66), Keur (VVD), O. P. G. Vos (VVD) en Passtoors
(VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Bukman (CDA), Te Veldhuis (VVD), Van Middelkoop (GPV), Remkes
(VVD), Beinema (CDA), Leers (CDA), Biesheuvel (CDA), Van Gijzel (PvdA), Liemburg
(PvdA), Hoekema (D66), M. M. van der Burg (PvdA), Verspaget (PvdA), Verkerk
(AOV), Dijksma (PvdA), Poppe (SP), vacature D66, Jorritsma-van Oosten (D66),
Gabor (CDA), Leerkes (U55+), De Cloe (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks),
Doelman-Pel (CDA), Cornielje (VVD), Verbugt (VVD) en H. G. J. Kamp (VVD). </al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>