﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24400-XIII-57/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1995-1996</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="OPmt1__2.1" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>6K2581</ordernr>
    <vergjaar>1995-1996</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>24 400 XIII</nummer>
      <naam>Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van
het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 1996</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>57</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>8 juli 1996</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bijgaand zend ik u, mede namens de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
het verslag van de Nederlandse delegatie naar de negende zitting van de Verenigde
Naties Conferentie inzake Handel en Ontwikkeling (UNCTAD IX), die plaats had
te Midrand (Johannesburg), Zuid-Afrika, van 26 april t/m 11 mei 1996. Als
bijlage bij het verslag is gevoegd het slotdocument van de conferentie, TD/377
«Midrand Declaration and A Partnership for Growth and Development».<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref></al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Economische Zaken,</functie>
        <naam>A. van Dok-van Weele  </naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="cur">Verslag van de delegatie van het Koninkrijk der Nederlanden
naar de negende zitting van de Verenigde Naties Conferentie inzake Handel
en Ontwikkeling (UNCTAD IX), gehouden te Midrand, Johannesburg (Zuid Afrika)
van 26 april–11 mei 1996. </tuskop>
      <tuskop letat="vet">1. Inleiding</tuskop>
      <al>Van 26 april tot en met 11 mei 1996 vond te Midrand, Johannesburg, Zuid-Afrika,
de negende zitting plaats van de Verenigde Naties Conferentie inzake Handel
en Ontwikkeling (UNCTAD IX).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Delegaties van de 187 lidstaten hebben daar overeenstemming bereikt over
de taken van de organisatie voor de komende vier jaar en over de bijbehorende
structuur. Taakafbakening van dit VN-forum op het gebied van Handel en Ontwikkeling
was noodzakelijk, in de eerste plaats vanwege de oprichting van de Wereldhandelsorganisatie
(WTO), daarnaast in het licht van de lopende discussie omtrent de algehele
VN-hervormingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Deze negende Conferentie was een logisch vervolg op UNCTAD VIII (1992,
Cartagena de Indias, Colombia) waar reeds een fundamentele hervorming van
de organisatie in gang was gezet. Daar immers werd besloten tot verandering
van prioriteiten, structuur en werkmethoden. De analytische functie en technische
samenwerking kregen meer nadruk ten koste van de onderhandelingsfunctie, een
structuur van permanente comités en ad hoc expertgroepen werd in het
leven geroepen en tijdens vergaderingen werden informele zittingen gehouden
waarbij het mogelijk werd om in een ontspannener sfeer tot een daadwerkelijke
gedachtenwisseling te komen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>UNCTAD IX had de bedoeling, met de ervaring van de afgelopen vier jaar,
binnen de in Cartagena uitgezette nieuwe koers een nadere prioriteitenstelling
en taakafbakening ten opzichte van andere organisaties en een efficiëntere
structuur en vergadermechanisme overeen te komen en zo een revitalisering
van de organisatie te bewerkstelligen.</al>
      <al>Dat de wens hiertoe bestond bij alle regionale groepen was in het voorbereidende
traject tot de Conferentie reeds duidelijk geworden. In december 1995 was
in een extra zitting van de Raad voor Handel en Ontwikkeling (Trade and Development
Board), een beginselovereenstemming bereikt over de werkwijze van de intergouvernementele
machinerie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voorafgaand aan de Conferentie kwam gedurende enkele weken in Genève
het voorbereidende «Committee of the Whole» van hgg. Raad bijeen
ter voorbespreking van de ontwerp-eindtekst «A partnership for growth
and development». Na een intensief onderhandelingsproces kon uiteindelijk
in de slotfase van de Conferentie over de eindtekst overeenstemming worden
bereikt. Het document gaat met name in op de gevolgen voor ontwikkelingslanden
van de globalisering en liberalisering van de wereldeconomie, de maatregelen
die marginalisatie moeten voorkomen en de taken van UNCTAD daarbinnen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>UNCTAD IX is in die zin een succes geworden dat de Conferentie er in is
geslaagd zichzelf duidelijker te plaatsen in het krachtenveld van internationale
organisaties. Er is besloten tot een prioriteitsstelling die tot uiting komt
in de nieuwe intergouvernementele structuur, door middel van het instellen
van drie commissies inzake (1) handel in goederen en diensten en grondstoffen;
(2) investeringen, technologie en aanverwante financiële onderwerpen;
(3) ondernemingen en «business facilitation» en ontwikkeling. </al>
      <al>Deze commissies zullen eenmaal per jaar bijeen komen. Zij kunnen op hun
respectievelijke deelterreinen expertgroepen instellen; alle echter met een
beperkt, door de lidstaten zelf vast te stellen mandaat, waardoor de controle
op het vergadermechanisme wordt verbeterd. Jaarlijks kunnen maximaal tien
expertgroepen, met een maximale vergaderduur van drie dagen, per groep worden
bijeengeroepen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het navolgende wordt het verloop van de Conferentie geschetst. In hoofdstuk
2 wordt ingegaan op de werkwijze van de Nederlandse delegatie. In hoofdstuk
3 wordt verslag gedaan van de openingszitting die o.m. bestond uit een rondetafel-discussie
tussen staatshoofden en regeringsleiders. Hoofdstuk 4 behandelt de plenaire
zittingen, belangrijke verklaringen en ministeriële rondetafels. Hoofdstuk
5 doet verslag van het verloop van de eindtekst-onderhandelingen en de besprekingen
in het Bureau ten aanzien van de politieke verklaring.</al>
      <al>Als bijlage zijn bijgevoegd de Politieke Verklaring (Midrand Declaration;
doc. TD/L.360) en het slotdocument «A partnership for growth and development»
(doc. TD/L/359). </al>
      <tuskop letat="vet">2. Werkwijze Nederlandse delegatie</tuskop>
      <al>Nederland was gedurende de gehele Conferentie-periode vertegenwoordigd
door een ambtelijke delegatie van de departementen van Economische Zaken/BEB
(ambtelijke delegatieleiding) en van Buitenlandse Zaken/DGIS. Vier leden van
de Staten-Generaal waren alternerend aanwezig. Gedurende de eerste week van
de Conferentie werd de delegatie op politiek niveau geleid door de Staatssecretaris
van Economische Zaken, mevrouw A. van Dok-van Weele, en in de tweede week
door de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, drs J.P. Pronk.</al>
      <al>De Staatssecretaris heeft tijdens het plenaire debat namens de Nederlandse
regering een toespraak gehouden welke inging op de liberalisering van de wereldeconomie,
ontwikkelingen in de handels- en investeringspolitiek, mogelijkheden en risico's.
Ten aanzien van hervorming van de VN en van UNCTAD beklemtoonde Nederland
de noodzaak van vitale organisaties die zich op kerntaken concentreren. Nederland
ziet voor UNCTAD een complementaire rol, nl. platform voor dialoog, ten opzichte
van de WTO op het gebied van handel en ontwikkeling alsmede gerelateerde onderwerpen
als investeringen en ontwikkeling van ondernemingen. In het licht van het
laatste werd in de toespraak de suggestie gedaan om een verbintenis tot stand
te brengen met UNIDO, de VN-organisatie voor industriële ontwikkeling.</al>
      <al>Als bekleder van één van de 32 vice-voorzitterschappen van
de Conferentie nam Nederland deel aan de besprekingen in het Bureau (geleid
door de Zuidafrikaanse Conferentievoorzitter, Minister van Handel en Industrie,
Alec Erwin). </al>
      <tuskop letat="vet">3. Openingszitting; Ronde Tafel Conferentie van Staatshoofden
en Regeringsleiders; Ronde Tafel «Heads of agencies».</tuskop>
      <al>De opening van de Conferentie werd op 27 april 1996 verricht door President
Mandela. In zijn toespraak ging Mandela vooral in op de rol die UNCTAD zou
moeten spelen bij bestrijding van de armoede die in grote delen van de wereld
bestaat, ondanks de economische en technologische vooruitgang. De ledenlanden
van UNCTAD hadden een gedeelde verantwoordelijkheid om de effecten van verkeerd
beleid uit het verleden weg te nemen. Ook in de komende eeuw zou UNCTAD uitvoering
moeten blijven geven aan de doeleinden waarvoor de organisatie is opgericht.</al>
      <al>De redevoering van de Secretaris-Generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali,
lag in het verlengde van die van President Mandela. Boutros-Ghali vergeleek
Zuid Afrika's lange strijd voor sociale rechtvaardigheid met het
streven van UNCTAD om internationale handel tot de motor voor duurzame ontwikkeling
van alle volkeren en naties te maken. Zoals ook vele latere sprekers benadrukte
hij de rol van UNCTAD bij het bevorderen van economische groei van met name
de ontwikkelingslanden in een globaliserende en liberaliserende wereldeconomie.
UNCTAD moet een forum zijn waar landen hun visie op ontwikkelingsaangelegenheden
kunnen formuleren, uitdragen en delen. De organisatie moet technische bijstand
bieden aan de minst ontwikkelde landen en moet voorts dienen als «geweten»
en verdediger van de belangen van deze landen. Als zodanig is UNCTAD onvervangbaar,
aldus de SG.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Na de openingsceremonie vonden twee Ronde Tafel Conferenties plaats; één
van Staatshoofden en Regeringsleiders en één van «Heads
of Agencies».</al>
      <al>Aan de eerste werd deelgenomen door Koning Hoessein van Jordanië
en de Presidenten Mandela (Zuid Afrika), Figueres (Costa Rica), Mkapa (Tanzania)
en Delamuraz (Zwitserland). Centraal stond de achterstelling en armoede van
2 miljard mensen.</al>
      <al>President Mandela wees erop dat de integratie van landen d.m.v. handel
en technologie positieve gevolgen had, maar ook problemen gaf voor de minst
ontwikkelde landen.</al>
      <al>Volgens Koning Hoessein was in zijn regio, ondanks jaren van oorlog, nu
de weg naar een hoopvollere toekomst ingeslagen. President Delamuraz deed
een oproep niet te wachten met investeringen in derde wereld landen tot alle
wenselijk geachte veranderingen zijn doorgevoerd, uit het oogpunt van solidariteit
tussen ontwikkelde en ontwikkelingslanden. President Mkapa ging in op de schuldenproblematiek,
die de MOL's beperkte in hun mogelijkheden op de internationale markt te concurreren.
Om verdere marginalisatie te voorkomen waren maatregelen nodig. Zijn regering
poogde de corruptie te bestrijden en had een Commissie ingesteld om de omvang
daarvan in kaart te brengen.</al>
      <al>President Figueres van Costa Rica maakte indruk door de openhartige en
realistische wijze waarop hij zijn visie ontvouwde. Hij gaf aan dat het nu
van belang is drie dogma's te doorbreken:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>1. Particuliere sector als wondermiddel voor ontwikkeling en groei. </al>
      <al>Volgens Figueres komt de markt niet op voor de armen en achtergestelde
delen van de bevolking.</al>
      <al>2. Van de overheid is niets te verwachten.</al>
      <al>Het is volgens Figueres juist van belang om als overheid in nauw overleg
met de bevolking overeenstemming («consenso nacional») over de
benodigde ontwikkelingsstrategie te bereiken.</al>
      <al>3. Eerst moet de economie op orde gesteld worden, voordat aandacht kan
worden gegeven aan de sociale aspecten («growth, not equity»).</al>
      <al>Ook dit dogma is z.i. onjuist; het is juist van essentieel belang dat
een ontwikkelingsstrategie wordt opgezet, waarbij economische, sociale en
milieu-aspecten volledig geïntegreerd zijn.</al>
      <al>De armsten moeten van ontwikkeling profiteren. In dit verband vroeg Figueres
zich af waarom zoveel ontwikkelingslanden bovenmatig veel aan militaire uitgaven
spendeerden, e.e.a. ten koste van de armen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Onder leiding van SG-VN Boutros Ghali vond een paneldiscussie plaats met
hoofden van VN- en Bretton Woods-organisaties aan wie vragen werden gesteld
door vijf ministers uit Costa Rica, Jordanië, Marokko, Ghana en Noorwegen.</al>
      <al>Aanwezig waren: Camdessus (IMF), Ricupero (UNCTAD), Ruggiero (WTO), Sandström
(Managing Director WB) en Speth (UNDP).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voornaamste conclusie was dat in toenemende mate wordt beseft dat globalisering
zonder internationale begeleidende maatregelen tot een grotere
ongelijkheid tussen en binnen de diverse (groepen van) landen kan leiden,
en dat met het oog op voorkoming en bestrijding van deze effecten het multilaterale
systeem daarom moet werken aan een verbeterde onderlinge coördinatie
op basis van de volgende uitgangspunten:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>1. benadering van ontwikkeling als een geïntegreerd concept van niet
alleen economische, maar ook van sociale, politieke en milieu-aspecten.</al>
      <al>2. aandacht voor verhoogde deelname aan het ontwikkelingsproces voor andere
actoren dan alleen de overheid. Betrokkenheid van de «civil society»
is essentieel.</al>
      <al>3. stimuleren van regionalisering als opstap naar uiteindelijk multilateralisme.</al>
      <al>4. onderkenning van het belang van het incorporeren van morele waarden
bij de formulering en uitvoering van ontwikkelingsstrategieën.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aan de bijdragen van de verschillende sprekers kan het volgende worden
ontleend:</al>
      <al>Op de vraag van Costa Rica hoe IMF denkt de Structurele Aanpassings Programma's
ten bate van de hele bevolking te laten zijn, antwoordde Camdessus dat het
succes van SAP's niet alleen afhangt van «getting the economic fundamentals
right» maar ook en vooral van hervorming van de overheidsstructuur,
«good governance» en een goed sociaal-economisch beleid. Het belang
van een rechtvaardig en goed rechtssysteem benadrukte hij met een citaat van
een Afrikaanse minister volgens wie in Afrika niet de Ministeries van Ontwikkeling
of Planning, maar de Ministeries van Justitie het belangrijkst zijn.</al>
      <al>Camdessus stelde uitdrukkelijk niet in te willen gaan op de discussie
binnen IMF en WB over de schuldenproblematiek, omdat de besprekingen daarover
nog gaande zijn. Speth van UNDP ging zeer uitvoerig in op de vraag van de
Noorse Minister van Ontwikkelingssamenwerking op welke manieren invulling
wordt gegeven aan het Internationale Jaar voor de bestrijding van armoede.
Allereerst maakte hij duidelijk dat er nog steeds een toenemende behoefte
bestaat aan hulp. Weliswaar is er sprake van een verhoogde stroom van particulier
kapitaal naar ontwikkelingslanden, maar deze is geografisch zeer ongelijk
verdeeld. Zo gaat slechts 6% van de directe buitenlandse investeringen naar
Afrika. De hulp zal echter op andere leest geschoeid moeten worden. Zo moet
de «civil society» hierbij betrokken worden, moet hulp niet alleen
aan overheden maar ook aan de particuliere sector verstrekt worden, moet gestreefd
worden naar «growth with equity», «growth with environment»
etc. en moet de hulp niet worden aangewend voor militaire bestedingen. Daarnaast
somde Speth nog de clusters op waarover sinds kort binnen het VN-systeem wordt
overlegd en gecoördineerd:</al>
      <al>– basic social services for all</al>
      <al>– jobs for all</al>
      <al>– sustaining the natural resource base</al>
      <al>– advancement and empowerment of women</al>
      <al>– creating an enabling government (o.m. «good governance»)
(t.a.v. dit laatste punt memoreerde Speth nog dat 1/3 van UNDP's fondsen t.b.v.
«good governance» worden aangewend).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Opvallend genoeg werd in dit verhaal niets gezegd over het 20/20-initiatief,
wel werd het Special Initiative for Africa kort genoemd. Sandström van
de Wereldbank ging vooral in op de noodzaak om bij de uitvoering van liberaliserings-
en aanpassingsprogramma's speciale maatregelen gericht op de armste delen
van de bevolking te treffen, en daarnaast ook op het terrein van de overheid
en het overheidsbeleid maatregelen te nemen: «We must get society right,
before we can get economic growth». In dat verband somde
hij de drie fundamentele basislessen voor elk land op:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>1. investeren in menselijke hulpbronnen</al>
      <al>2. belang van «good governance», bestrijding van corruptie
e.d.</al>
      <al>3. belang van een goed economisch beleid en macro-economische stabiliteit.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ruggiero van WTO pleitte voor een verhoogde toegang voor MOL's tot de
markten van de rijke landen, o.a. door de instelling van een nultarief op
alle export uit MOL's. Hij bestreed de opvatting dat de afsluiting van de
Uruguay Ronde heeft geleid tot verdere marginalisering van de MOL's. In zijn
visie is het liberaliseringsproces pas begonnen (zo moeten de textiel- en
landbouwsector nog verder uitonderhandeld worden) en is het voorbarig om nu
al een eindoordeel over de gevolgen van het liberaliseringsproces uit te spreken.
Ook maakte Ruggiero duidelijk dat er geen sprake van is dat de geïndustrialiseerde
landen te lijden zouden hebben van verhoogde import uit ontwikkelingslanden
als gevolg van de afsluiting van de UR.</al>
      <al>Het aandeel van ontwikkelingslanden in de totale import van de geïndustrialiseerde
landen bedraagt immers slechts 1,5%.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ricupero van UNCTAD stelde dat de armsten tot nog toe weinig hebben geprofiteerd
van de toenemende globalisering, en dat er meer wereldwijde regels en arbiters
nodig zijn om de toenemende wereldwijde concurrentie in goede en meer rechtvaardige
banen te leiden. Hij haalde een rapport van IMF aan: «The logics of
competition has to be balanced by logics of more solidarity». Slechts
op die manier kan invulling worden gegeven aan beide elementen uit de Cartagena
Commitment waartoe tijdens UNCTAD VIII (1992) werd besloten; naast een verbeterde
effectiviteit en efficiëntie van het economische systeem, ook en vooral
een verbeterde «equity». In dat verband benadrukte ook Ricupero
het belang van het opnemen van «equity» als integraal bestanddeel
in Structurele Aanpassings Programma's. </al>
      <tuskop letat="vet">4. Plenaire debat en Ministeriële Ronde Tafels</tuskop>
      <al>Na de Ronde Tafel Conferentie begon de eigenlijke Conferentie, onder voorzitterschap
van de nieuwe Zuidafrikaanse Minister van Handel en Industrie Alec Erwin.</al>
      <al>Hij wees erop dat UNCTAD nu op een beslissend moment verkeert: de organisatie
kan terugvallen of vastberaden voorwaarts gaan. Deze negende Conferentie was
de gelegenheid om UNCTAD de noodzakelijke «duw in de rug» te geven.
Succesvolle organisaties zijn die, waar de leden zorgen voor aanpassing aan
veranderde omstandigheden en ambities. Daarom moest, aldus Erwin, deze Conferentie
absoluut leiden tot concreet resultaat.</al>
      <al>Erwin was onder de indruk van de betrokkenheid waarmee de Staatshoofden
in de Ronde Tafel Conferentie tijdens de openingszitting de enorme omvang
van het armoedeprobleem hadden geschetst. Een rol van UNCTAD op dit terrein
vereist herbezinning op de doelstellingen en positie van de organisatie, in
de veranderde wereldeconomie.</al>
      <al>De term «partnership», die in de Conferentie centraal staat,
moet niet zonder inhoud blijven, zowel in de onderlinge relaties tussen de
lidstaten als in die met andere multilaterale instellingen, de «civil
society», NGO's en het bedrijfsleven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>SG UNCTAD Ricupero typeerde globalisering als een kracht die invloed had
op zowel integratie als marginalisering. In dit kader wees hij, evenals vele
andere delegaties, op het gevaar van uitsluiting van miljoenen burgers
door het proces van globalisering en liberalisering. Hij wees op de problemen
die zich voordoen voor zowel de werklozen in industriële sectoren die
zijn achtergebleven bij het proces van verandering, als de armen in veel ontwikkelingslanden
die nauwelijks van de ontwikkelingen hebben geprofiteerd.</al>
      <al>Hij riep op tot een nieuwe vorm van «partnership» waarbij
eveneens het bedrijfsleven en andere elementen van de «civil society»
betrokken dienen te worden. Deze gedachte werd door velen, m.n. EU-partners,
gedeeld.</al>
      <al>In de SG's visie zou de taak van UNCTAD uit drie elementen dienen te bestaan,
te weten :</al>
      <witreg></witreg>
      <al>1) het verlenen van assistentie aan ontwikkelingslanden en landen die
toe wensen te treden tot de WTO in WTO-onderhandelingen;</al>
      <al>2) het adresseren van de problemen van marginalisering en uitsluiting
op zowel macro- als microniveau;</al>
      <al>3) meer nadruk op investeringen en de ontwikkeling van het midden- en
kleinbedrijf.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het plenaire debat stond geheel in het teken van globalisering, liberalisering,
marginalisering en de rol die UNCTAD in deze context kan vervullen. De nadruk
lag, mede vanwege de locatie, op de problemen die het Afrikaanse continent
teisteren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voorafgaand aan de plenaire zittingen vonden tevens vier informele Ministeriële
Ronde Tafels plaats waarbij eveneens de vier thema's van de Conferentie centraal
stonden, nl. :</al>
      <al>1) Globalisering: ontwikkeling, instabiliteit en marginalisering;</al>
      <al>2) Internationale handel als een instrument voor ontwikkeling in de Post-Uruguay
wereld;</al>
      <al>3) Ontwikkeling van ondernemingen;</al>
      <al>4) Het toekomstige werk van UNCTAD; institutionele implicaties.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van een echt debat was vrijwel geen sprake. Men beperkte zich veelal tot
een herhaling van punten uit de in de plenaire zitting uitgesproken nationale
interventies. Enkele landen, waaronder Pakistan grepen dit forum aan om radicale
voorstellen, zoals afdwingbaarheid van UNCTAD-aanbevelingen en een reductie
van militaire uitgaven in ontwikkelde landen waarbij deze besparingen ten
goede zouden moeten komen aan technische assistentie, te lanceren. Deze opvattingen
werden duidelijk niet door de andere Aziatische landen gedeeld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Alle delegaties ondersteunden de noodzaak tot hervormingen van UNCTAD,
m.n. in het licht van de totstandkoming van de WTO. De relevantie van UNCTAD
werd door niemand ter discussie gesteld. De focus van de interventies was
echter gericht op de implementatie van de Uruguay Ronde (UR) en de Marrakech-overeenkomst,
waarbij door menig ontwikkelingsland de WTO onder vuur werd genomen. Hierbij
benadrukten de ontwikkelingslanden de negatieve gevolgen op korte termijn
en werd vrees geuit voor verdere marginalisering van de MOL's. Implementatie
van de UR zal in hun visie leiden tot erosie van handelspreferenties en hogere
kosten voor voedselimport, farmaceutische artikelen en essentiële kapitaalgoederen.
De noodzaak tot onvoorwaardelijke implementatie van de Marrakech-overeenkomst,
die specifieke bepalingen bevat gericht op ondersteuning van netto-voedselimporterende
landen en mol's werd nogmaals benadrukt. Ook werd gepleit voor instelling
van een «safety net» teneinde ontwikkelingslanden in staat te
stellen de negatieve gevolgen van de implementatie van de UR het hoofd te
bieden en een betere integratie van deze landen in het internationale handelssysteem
te bewerkstelligen. Tijdens de Ministeriële bijeenkomst van
de WTO in Singapore zouden initiatieven in deze richting kunnen worden ontwikkeld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door de meeste ontwikkelingslanden, en enkele ontwikkelde landen waaronder
Nederland, werd gewezen op het gevaar van benutting van milieu- en arbeidsnormen
voor protectionistische doeleinden. Behandeling in WTO-kader van de thema's
handel en arbeidsnormen en investeringen etc. zouden volgens deze ontwikkelingslanden
pas plaats moeten vinden na uitvoerige analyses door UNCTAD.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tevens uitten de ontwikkelingslanden hun bezorgdheid over de dalende ODA-omvang
als percentage van het BNP en wezen zij op de noodzaak te komen tot structurele
oplossingen voor het schuldenprobleem.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De EU, bij monde van het Italiaanse Voorzitterschap, stelde dat UNCTAD
zijn focus zou moeten richten op de minder gefortuneerde landen teneinde hun
integratie te faciliteren en een betere participatie in het internationale
handelssysteem te bewerkstelligen. UNCTAD zou een complementaire rol naast
m.n. de WTO en de Regionale Economische Commissies moeten vervullen. De interventie
van de Europese Commissie was geheel in lijn met de EU-verklaring.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Nederlandse interventie, uitgesproken door de Staatssecretaris van
Economische Zaken, kreeg de nodige aandacht als gevolg van de vragenderwijs
geformuleerde suggestie, een fusie tussen de sterke kanten van UNIDO en UNCTAD
te overwegen. Namens de regering pleitte de Staatssecretaris voor een geïntegreerd
(VN-)platform voor handel, productie, investeringen en bedrijfsontwikkeling.
Hoewel UNIDO in het verleden een nuttige bijdrage heeft geleverd aan zich
ontwikkelende economieën is een zelfstandig bestaan wellicht niet langer
noodzakelijk. Voordat de gehele organisatie onder vuur zou komen te liggen
is continuïteit van het waardevolle werk mogelijk meer gewaarborgd indien
een samenvoeging met UNCTAD zou plaatsvinden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De VS onderstreepten in een opmerkelijk milde interventie het belang dat
zij aan een hervormde UNCTAD zullen blijven hechten. Melding werd gemaakt
van het besluit de contributie aan de VN inzake het jaar 1995 te zullen voldoen,
waardoor de financiële druk enigszins zal worden verlicht.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Japan hechtte aan Afrika de hoogste prioriteit voor de internationale
gemeenschap. Tevens werd het voorstel gelanceerd een deel van de besparingen
voortvloeiend uit de hervormingen binnen UNCTAD te herinvesteren in technische
assistentie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het Verenigd Koninkrijk benadrukte het belang van good governance en gezond
economisch management als basisvoorwaarden voor handel. UNCTAD zou zich meer
toe moeten leggen op analyse, een praktische benadering moeten vinden voor
handel en ontwikkeling, en inkrimping van het Secretariaat door moeten voeren.
Ook Argentinië en Japan benadrukten het belang van good governance, respect
voor mensenrechten en individuele vrijheden als basis voor economische groei.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bangladesh, namens de minst ontwikkelde landen, wees op de specifieke
problemen van «Small Island Developing States» en «land-
locked countries» en toonde zich voorstander van Zuid-Zuid samenwerking
waarbij middels triangulaire samenwerking en joint-ventures ondersteuning
zou kunnen worden verleend.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Filipijnen bleken tegenstander van uitbreiding van de midden- en kleinbedrijf-activiteiten
van UNCTAD; andere organisaties zoals UNIDO waren immers al actief
op dit terrein. Binnen UNCTAD zou de focus zeer duidelijk moeten liggen op
de export-zijde. Deze opvatting werd door Canada ondersteund. Ook werd door
de Filipijnen, als vrijwel enige delegatie, het belang van vrouwen in het
ontwikkelingsproces benadrukt. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Noorwegen en België verwezen naar het 20/20 concept en de positieve
uitkomsten van de onlangs in Oslo gehouden Conferentie. België toonde
zich tevens voorstander van een nader onderzoek naar de mogelijkheid van invoering
van de Tobin-tax.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De vertegenwoordiger van UNIDO wees op een recent uitgebracht Joint Communiqué
waarin versterking van de coördinatie tussen UNCTAD en UNIDO op bepaalde
terreinen wordt toegelicht. De WTO wees op een nieuw programma in samenwerking
met UNCTAD en het International Trade Center (ITC) in het kader van technische
assistentie voor MOL's en Afrika waarbij getracht wordt duplicatie te vermijden
en synergie te maximaliseren. In eerste instantie zijn 8 Afrikaanse landen
geselecteerd, waarvoor lange-termijnprogramma's variërend van Human Resource
Development tot exportpromotie zullen worden opgesteld.</al>
      <al>De uitvoerend directeur van het Gemeenschappelijk Grondstoffenfonds (GFG)
memoreerde het voortkomen van zijn organisatie uit UNCTAD en de veranderde
omstandigheden en rol van het GFG. Hij zette de vernieuwde koers uiteen, gericht
op de minst ontwikkelde landen, op diversificatie van produktie en export
en op de samenwerking, in projectvorm, met andere grondstoffenorganisaties. </al>
      <tuskop letat="vet">5. Onderhandelingsproces eindtekst en politieke verklaring</tuskop>
      <al>De onderhandelingen over de opstelling van het slotdocument vonden plaats
in het Committee of the Whole, onder leiding van de Zwitserse PV Genève,
Ambassadeur Rossier, die ook het voorbereidingsproces in Genève had
voorgezeten. De voorbereidende onderhandelingen hadden geleid tot een document
van circa 70 bladzijden waarvan over het grootste deel nog geen consensus
bestond. Teneinde het proces te versnellen werd in de eerste zitting van het
Committee of the Whole besloten tot de instelling van drie redactiegroepen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voorafgaand aan de onderhandelingen vond een zeer intensief EU-overleg
plaats ter afstemming van een gemeenschappelijke positie. Het overleg verliep
moeizaam, omdat bepaalde delegaties op voorhand elk voorstel tot vernieuwing
afwezen. Niettemin kon uiteindelijk, mede als gevolg van de meer flexibele
opstelling van anderen, inclusief de Europese Commissie, een meer realistische
uitgangspositie m.b.t. het slotdocument worden overeengekomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De eerste redactiegroep, onder Singaporees voorzitterschap, werd belast
met de thema's globalisering, handel en grondstoffen. Tijdens de besprekingen
in deze groep kwamen twee onderwerpen telkens terug:</al>
      <al>– de balans tussen wat ontwikkelingslanden moeten of kunnen doen,
en wat nog van de ontwikkelde landen verwacht kan worden om ontwikkeling en
groei tot stand te brengen</al>
      <al>– de positionering van UNCTAD t.a.v. met name de WTO. Veelvuldig
werd gediscussieerd over de vraag of sommige activiteiten die volgens G-77
op het terrein van UNCTAD lagen, niet tot het mandaat van WTO behoorden, waarover
UNCTAD derhalve volgens vertegenwoordigers van enkele landen beter kan zwijgen.
Hierbij kan worden gedacht aan onderwerpen als «new issues for the international
trade agenda», voorbereiding op toetreding tot WTO, onderhandelingen
over de landbouwsector e.d. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de EU werd het woord vooral gevoerd door de Commissie-vertegenwoordiger,
die vaak – na consultatie met de aanwezige lidstaten – met constructieve
compromisvoorstellen kwam. Deze leidden in veel gevallen tot resultaat. De
discussies waren vaak hard en taai: met name de VS-vertegenwoordiger botste
met zijn harde en onverbloemde stijl met de vertegenwoordigers van met name
de Aziatische groep (Pakistan), en die van de MOL's (Bangladesh). De voorzitter
van de speciaal ingestelde «contactgroep» heeft op een gegeven
moment de vertegenwoordigers van de Aziatische en van de Latijns-Amerikaanse
groep onder vier ogen toegesproken, en een dringend beroep gedaan om niet
door te gaan het geduld van de ontwikkelde landen te beproeven door steeds
maar weer met verdergaande voorstellen te komen, nadat de ontwikkelde landen
al het uiterste hadden gedaan om op diverse punten toe te geven. Waarschijnlijk
onder druk hiervan, en onder de tijdsdruk (de andere twee redactiegroepen
hadden hun werk al gedaan, en de «deadline» was al enkele malen
verzet) werd uiteindelijk op de meeste punten overeenstemming bereikt.</al>
      <al>De laatste heikele punten werden op de voorlaatste dag uitonderhandeld
in het Committee of the Whole (dit betrof onder meer handel en milieu, diensten,
en schulden).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door de EU werd – na vooroverleg met de Filipijnen als vertegenwoordiger
van ASEAN – een paragraaf voorgesteld inzake vrouwen en autonomie. De
discussies hierover waren lastig. Met name vanuit Afrikaanse groep werd aangedrongen
op verwijzing naar nationale wetgeving en culturele omstandigheden. In de
slottekst is uiteindelijk onder verwijzing naar het resultaat van de conferentie
van Beijing een bepaling inzake gender en «empowerment» opgenomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over handel en milieu werd op de laatste dag onderhandeld. De groep van
Latijns-Amerikaanse en Caribische landen wenste een uitgebreide opsommende
paragraaf. De VS wilden oorspronkelijk geen enkele verwijzing, omdat dit onderwerp
volgens VS op het terrein van m.n. de WTO lag en omdat verwijzing naar Agenda
21 voldoende moest zijn.</al>
      <al>De G-77 wilde benadrukken dat milieumaatregelen niet voor protectionistische
doeleinden misbruikt mogen worden. Bij de formulering van de paragraaf wensten
de VS vooral gebruik te maken van een desbetreffende tekst van de Commissie
voor Duurzame Ontwikkeling (CSD). Binnen de EU waren enkele lidstaten (VK,
Duitsl., Zweden) tegen verwijzing naar «ecolabeling» en de zgn.
Multilateral Environmental Agreements, maar ook deze begrippen zijn uiteindelijk
in de desbetreffende paragrafen opgenomen, onder verwijzing naar de taken
die door de CSD tijdens de vierde zitting aan UNCTAD zijn toebedeeld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Lang werd gediscussieerd over de opname van «good governance».
De G-77 verzette zich aanvankelijk tegen enigerlei verwijzing. Japan stelde
het begrip «good management» voor. Voor de «rijke»
landen was opname van dit begrip essentieel. In de slottekst staat nu een
paragraaf waarin staat dat «democracy and transparant and accountable
governance and administration» onmisbaar zijn voor duurzame ontwikkeling.
In dezelfde paragraaf wordt gesteld dat mensenrechten en fundamentele vrijheden
(waaronder het recht op ontwikkeling) voorwaarde zijn voor sociale ontwikkeling.
Terwille van de balans wordt in dezelfde paragraaf verwezen naar de noodzaak
van internationale samenwerking voor het bereiken van duurzame ontwikkeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten aanzien van de schuldenparagrafen werd teruggevallen op de slottekst
van de midterm review van de MOL's (New York, 1995). Hoewel oorspronkelijk
de G-77 (met name de Afrikaanse Groep) daarop aandrong, is geen verwijzing
opgenomen naar een verruiming van de Club van Parijs-voorwaarden.
De multilaterale instituten worden opgeroepen te bezien op welke wijze de
multilaterale schuld verminderd kan worden. Op het gebied van technische assistentie
is UNCTAD's rol beperkt gebleven tot ondersteuning op het terrein van schuldenmanagement.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Over de gevolgen van de Uruguay Ronde is uiteindelijk besloten dat deze
niet alleen negatieve, maar ook zeker positieve gevolgen heeft gehad. UNCTAD
heeft een duidelijke aan WTO gerelateerde taak gekregen: analyse van de gevolgen
van de UR voor ontwikkelingslanden, adviseren aan ontwikkelingslanden die
lid zijn van WTO omtrent hoe het beste te profiteren van de speciale voorzieningen
voor MOL's en netto-voedselimporterende ontwikkelingslanden, zoals die in
het Marrakech besluit staan opgenomen, en verlenen van assistentie aan landen
die tot WTO willen toetreden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>T.a.v. grondstoffen werden uiteindelijk slechts diversificatie en risicomanagement
genoemd. Prijsstabilisatie is (ondanks een poging daartoe door de Aziatische
groep) nergens meer opgenomen. Op aandringen van Colombia is een verwijzing
naar de specifieke problemen van de landen die werken aan «eradicating
illicit narcotic crops» opgenomen. Erkend werd dat een effectief en
efficiënt grondstoffenbeleid niet alleen van internationale prijsontwikkelingen,
maar ook van een zorgvuldig en juist nationaal economisch beleid afhangt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tenslotte blijft UNCTAD belast met de monitoring van het MOL's Actieprogramma
en de «New Agenda for the Development of Africa» (NADAF).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De tweede redactiegroep, onder Tanzaniaanse leiding, kreeg tot taak de
paragrafen over investeringen, ontwikkeling van ondernemingen, diensten, en
technologie uit te werken.</al>
      <al>De onderhandelingen in deze groep verliepen relatief zeer voorspoedig
en in een constructieve sfeer, hoewel m.n. de VS en de Aziatische groep met
moeite tot concessies bereid waren. Een actieve en essentiële faciliterende
rol werd gespeeld door de Zwitserse voorzitter van de ingestelde contactgroep
en de Canadese vertegenwoordiger.</al>
      <al>De knelpunten betroffen de paragrafen over overdracht van technologie,
good governance, fiscale en financiële incentives en de rol van overheden
in ontwikkelde landen m.b.t. sturing van investeringsstromen. Daarnaast wensten
de VS geen enkele verwijzing naar de WTO-verdragen inzake intellectuele eigendom
(TRIPS) en handelsgerelateerde investeringsmaatregelen (TRIMs) en werden op
aandringen van de voornaamste B-groep landen door het secretariaat gewenste
additionele werkzaamheden in het kader van een «Trade Efficiency Review
Mechanism» (TERM) in de kiem gesmoord.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De ontwikkelingslanden wensten een paragraaf over onbelemmerde, preferentiële
toegang tot technologie en een verwijzing naar een expansie van restrictieve
maatregelen in ontwikkelde landen m.b.t. technologie. Dit was onacceptabel
voor de EU, VS en Canada. Het uiteindelijke compromis was in lijn met de wensen
van laatstgenoemden: de erkenning dat technologie een kritische factor is
voor ontwikkelingslanden teneinde te participeren in de wereldhandel en duurzame
ontwikkeling te bewerkstelligen, en dat de technologische vooruitgang van
ontwikkelingslanden, inter alia, bepaald wordt door de beschikbaarheid van
technologie op een gezonde commerciële basis, een geschikte «enabling
environment» en door de ontwikkeling van «human resources».</al>
      <al>Tevens werd de rol die ontwikkelde landen kunnen spelen gereduceerd tot
actieve hulp aan MOL's bij hun acquisitie en versterking van technologiecapaciteiten
d.m.v. technologielicenties en advisering door experts.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Verwijzingen naar good governance en elementen van dit concept, zoals
respect voor eigendomsrechten en rule of law, stuitte op grote weerstand bij
de G-77. Deze landen meenden dat UNCTAD niet de organisatie was waar dit concept
besproken dient te worden, alhoewel good governance wel een integraal onderdeel
was van het Cartagena document. Door vasthoudendheid van de EU, VS en Canada
is in een aantal paragrafen toch gerefereerd aan het belang van democratie
voor ontwikkeling en aantrekking van investeringsstromen, respect voor de
rechten van de mens en fundamentele vrijheden, respect voor eigendomsrechten,
«rule of law» en een transparante en «accountable public
administration» (in de context van de in april jl. tijdens de hervatte
AVVN aangenomen resolutie inzake «public administration and development»
omvat dit laatste de belangrijkste elementen van good governance, inclusief
de strijd tegen corruptie).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De G-77 wenste eveneens een aantal paragrafen over de sturende rol van
ontwikkelde landen die in hun ogen zou moeten bestaan uit het middels financiële
en fiscale stimuli sturing geven aan investeringsstromen naar ontwikkelingslanden.
Dit stuitte op conceptuele bezwaren bij de EU, VS en Canada, die van mening
waren dat het niet tot het werkterrein van overheden behoort particuliere
investeringsstromen naar het buitenland te reguleren. In eerste instantie
dienen ontwikkelingslanden immers hun eigen investeringsklimaat te verbeteren.
Het uiteindelijk bereikte compromis concludeert dat MOL's assistentie nodig
hebben als aanvulling op eigen inspanningen. Deze assistentie zou kunnen bestaan
uit verbetering van de infrastructuur, human resource development en institutionele
capaciteitsopbouw leidend tot verbeteringen in het regulerende en incentives
raamwerk.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De derde redactiegroep, onder Noors voorzitterschap, werd opgedragen de
tekstonderhandelingen over institutionele vraagstukken (de intergouvernementele
machinerie) en technische assistentie te voeren. De besprekingen in de voltallige
groep leverden weinig voortgang op zodat de voorzitter besloot tot instelling
van (min of meer besloten) subgroepjes voor het echte redactionele werk. Door
de gevolgde werkmethode kon vroeger dan verwacht een compromis over de formulering
van de tekst worden bereikt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het belangrijkste probleem bij de paragrafen over technische samenwerking
betrof de bepaling van de voornaamste doelgroep(en). De EU, de MOL's en Afrika
streefden naar een exclusieve prioriteit van de MOL's, hetgeen op bezwaren
stuitte bij de Latijnsamerikaanse en Aziatische landen alsmede de landen in
transitie, die het universele karakter van UNCTAD benadrukten. Terwille van
het compromis toonde de EU zich uiteindelijk bereid tot verwijzing naar de
landen in transitie, alsmede, op hevig aandringen van de Latijnsamerikaanse
landen, naar de «developing countries with structurally weak and vulnerable
economies».</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de paragrafen over technische samenwerking wordt uitgebreid ingegaan
op de rol en plaatsbepaling van technische samenwerking binnen UNCTAD. Voorts
wordt voorzien in een planning en monitoring mechanisme door de TDB. Verder
worden de prioriteiten vermeld. Tenslotte wordt een oproep gedaan tot nauwere
samenwerking met andere organisaties, m.n. met ITC en WTO.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tijdens de speciale zitting van de TDB in december 1995 was reeds besloten
tot een substantiële vermindering van de omvang van de intergouvernementele
machinerie en was m.n. het kader voor de TDB (slechts één jaarlijkse
reguliere zitting van twee weken, drie uitvoerende TDB's per jaar) strak geformuleerd.
De belangrijkste problemen bij de bespreking van de intergouvernementele machinerie
betroffen de vaststelling van het aantal commissies, het vraagstuk van de
reiskostenfinanciering van experts uit ontwikkelingslanden, alsmede de institutionalisering
van bijeenkomsten met de «civil society» (NGO's, bedrijfsleven,
academische wereld).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor wat betreft de commissies werd uiteindelijk een compromis bereikt
over de invulling van drie commissies, nl.:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>– Commissie voor handel in goederen en diensten en grondstoffen</al>
      <al>– Commissie voor investeringen, technologie en aanverwante financiële
onderwerpen</al>
      <al>– Commissie voor ondernemingen, «business facilitation»
en ontwikkeling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ter bepaling van de taakgebieden van hgg. commissies, wordt verwezen naar
de in eerdere hoofdstukken vermelde prioriteiten. Een uitvoerende TDB zal
op korte termijn de agenda's van de eerste zittingen van de commissies vaststellen.</al>
      <al>Een specifiek probleem bij de bepaling van het aantal commissies vormde
de behandeling van de MOL's-problematiek, mede tegen de achtergrond van de
organisatiestructuur van het UNCTAD-secretariaat. De MOL's zelf waren voorstander
van een aparte MOL's-commissie en waren aanvankelijk alleen bereid hiervan
af te zien als de Conferentie zich zou uitspreken ten faveure van een versterking
van de MOL's-divisie.</al>
      <al>Dit stuitte op de principiële bezwaren bij o.a. de EU, die stelde
dat de interne organisatie van het UNCTAD-secretariaat tot de prerogatieven
van SG UNCTAD behoort en die bovendien de SG niet wilde dwarsbomen in zijn
voornemen de MOL's divisie te ontmantelen en te vervangen door een speciale
coördinator. Uiteindelijk werd een compromis bereikt over een formulering
waarin wordt gesteld dat de «responsible entity» voor MOL's in
staat moet zijn om al zijn taken te vervullen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het vraagstuk van reiskostenfinanciering van deelnemers uit ontwikkelingslanden
naar exportbijeenkomsten werd doorgeschoven naar de eerstvolgende reguliere
TDB (najaar 1996). Wel werd besloten dat jaarlijks maximaal 10 expertbijeenkomsten,
met een maximale duur van 3 dagen, door de commissies bijeen kunnen worden
geroepen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De door de SG UNCTAD voorgestelde invulling van een «Development
Senate» die als een adviesorgaan van de «civil society»
de TDB in haar werkzaamheden zou moeten bijstaan, stuitte aanvankelijk op
grote bezwaren bij de EU en bij de meeste G77-lidstaten. Wel was iedereen
voorstander van een grotere betrokkenheid van niet-gouvernementele actoren.
In de slottekst wordt SG UNCTAD verzocht terzake nadere consultaties te houden.</al>
      <al>Verder wordt met waardering kennisgenomen van SG UNCTAD's voornemen om
een bijeenkomst te houden met «niet gouvernementele actoren».
Deze bijeenkomst, die zal worden gefinancierd met extra budgettaire middelen,
zal vermoedelijk in het begin van 1997 plaatsvinden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tenslotte zij vermeld dat de Conferentie de AVVN en ECOSOC oproept de
relatie tussen de Commissie inzake Wetenschap en Technologie voor Ontwikkeling
(CSTD) in UNCTAD te bezien, rekening houdende met de bijzondere verantwoordelijkheden
van UNCTAD op het onderhavige terrein. </al>
      <tuskop letat="cur">De politieke verklaring</tuskop>
      <al>Nederland nam als een van de vice-voorzitters deel aan de besprekingen
in het Bureau, onder voorzitterschap van minister Erwin, die vooral betrekking
hadden op de politieke verklaring als onderdeel van het slotdocument van de
Conferentie. Elk van de regionale groepen had tevoren elementen voor deze
verklaring aangeleverd. De EU-bijdrage omvatte o.a. het beginsel dat de primaire
verantwoordelijkheid voor hun ontwikkeling bij betrokken landen zelf berust.
Via het «partnership for development» is de internationale gemeenschap
echter medebetrokken. UNCTAD zal daarbij een centrale rol spelen, uitgaande
van specifieke kerntaken.</al>
      <al>De voorzitter stond de volgende structuur voor ogen. Erkennend dat het
in Cartagena overeengekomen «partnership for development» niet
volledig uit de verf is gekomen, zou het opnieuw centraal moeten worden gesteld.
Daarna zou worden ingegaan op de effecten van globalisering en de oprichting
van de WTO. Naast de enorme nieuwe mogelijkheden is er het gevaar (in een
overgangsperiode) van verdergaande marginalisatie van de minst ontwikkelde
landen. Daar ligt de rol van UNCTAD, met zijn specifieke taken (o.a. analyse,
technische samenwerking). Wel moest het «partnership» meer inhoud
krijgen en worden verbreed (betrekken van de civil society), terwijl de MOL's
en de overige ontwikkelingslanden met elkaar en met de «rijke»
landen moeten samenwerken. Een omschrijving van de noodzaak voor hervorming
van de intergoevernementele machinerie zou worden gevolgd door een pakkende
slotuitspraak over de met het bovenstaande beoogde vernieuwing van UNCTAD.</al>
      <al>In de daaropvolgende discussie zetten de VS de toon, door zich zeer sceptisch
op te stellen over de kansen op een succesvolle afloop van de Conferentie,
gezien het moeizame verloop, tot dat moment, van het overleg in de redactiegroepen.
Wat was beter, vroeg de VS-woordvoerster zich af: een slecht of in het geheel
geen slotdocument? Ook Italië, sprekend namens de EU, toonde zich ontevreden.
Het slotdocument moest een demonstratie zijn van de wil tot hervorming van
de VN en in het bijzonder van het sociale en economische deel daarvan. Het
Verenigd Koninkrijk benadrukte in aanvulling hierop o.a. dat de hervorming
van UNCTAD het centrale thema van de verklaring moet zijn. Uit de uiteenzetting
van de voorzitter was zulks niet gebleken. Voorts moet bij de taakomschrijving
worden ingegaan op de comparatieve voordelen van UNCTAD boven soortgelijke
organisaties.</al>
      <al>De vervolgens gepresenteerde eerste versie van de Verklaring was teleurstellend,
met name omdat de noodzaak van herziening onvoldoende centraal was geplaatst,
zodat de EU besloot deze versie af te wijzen, ondanks het te verwachten verlies
van «goodwill». Anderzijds bleken ook de ontwikkelingslanden kritiek
te hebben; hun bijdragen waren onvoldoende in de ontwerp-verklaring terug
te vinden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De tweede versie was, wat de EU betrof, aanzienlijk beter, met name wat
betreft de noodzaak voor hervorming en de prioriteit van de belangen van de
MOL's. In het Bureau werd echter vooral door de Aziatische groep stelling
genomen tegen het centraal plaatsen van de hervormingsproblematiek.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aan hieropvolgend EU-delegatieleideroverleg, o.a. ter nadere bespreking
van de Verklaring en bilaterale contacten terzake van het Italiaanse Voorzitterschap
met minister Erwin, werd door minister Pronk deelgenomen. Minister Pronk legde
er de nadruk op dat het politieke karakter van de Verklaring noopte tot een
duidelijke weergave van het resultaat van de Conferentie.</al>
      <al>In een laatste zitting van het Bureau op de avond voor de slotzitting
presenteerde minister Erwin de uiteindelijke versie. Hij maakte duidelijk dat nu een compromistekst op tafel lag, die niet meer kon worden aangepast.
Een binnen de EU geformuleerde tekstwijziging (voorstel Nederland en Duitsland)
kon in deze «take it or leave it»-situatie niet meer worden ingediend.
De conclusie, ook van de EU, was dat in deze versie alle posities goed waren
afgewogen en verwoord. Geen van de regionale groepen gaf dan ook aan zich
te zullen verzetten tegen aanvaarding in de afsluitende Plenaire vergadering.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de afsluitende vergadering werden geen echte zaken meer gedaan. De
Politieke Verklaring, nu genaamd Midrand Declaration (doc. TD/L.360) en het
slotdocument, «A partnership for growth and development» (doc.TD/L/359),
werden formeel goedgekeurd (zie bijlagen).</al>
      <al>Er zal naar worden gestreefd in juli en in een Uitvoerende Zitting van
de TDB te beginnen met de uitwerking van de conclusies, met name wat betreft
organisatie en werkwijze van de drie benoemde Commissies. De SG UNCTAD zal
zorg dragen voor de herstructurering van zijn secretariaat langs de lijnen
zoals eerder in Genève aangegeven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het aanbod van Thailand om in het jaar 2000 als gastheer voor de volgende
Conferentie op te treden werd in dank aanvaard.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierna volgde een lange reeks dankbetuigingen van de woordvoerders van
de regionale groepen en individuele landen. UNCTAD, zo was de mening, was
erin geslaagd ondanks alle problemen en tegengestelde meningen een «blauwdruk
voor zijn overleven» te presenteren. Met respect voor de belangen van
de MOL's had de organisatie zijn kerntaken voor de komende periode kunnen
definiëren, waarbij de noodzakelijke beperking van de intergoevernementele
machinerie volledig was gerealiseerd met het instellen van drie Commissies.  </al>
      <bijlage>
        <titel>BIJLAGE</titel>
        <tuskop letat="vet">Samenstelling van de Koninkrijksdelegatie naar UNCTAD
IX, Midrand, Johannesburg, Zuid-Afrika, 26 april–11 mei 1996 </tuskop>
        <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
          <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu1">
            <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="45mm"></colspec>
            <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="67.5mm"></colspec>
            <tbody valign="bottom">
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" nameend="c2" namest="c1" rotate="0">
                  <nadruk type="cur">Vertegenwoordigers</nadruk>
                </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Mw A. van Dok – van Weele</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Staatssecretaris van Economische
Zaken, </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">hoofd van de delegatie </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Drs J.P. Pronk</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Minister
voor Ontwikkelingssamenwerking </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Drs J.-M. Postma</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">plv. Directeur,
Directoraat-Generaal van de </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Buitenlandse Economische Betrekkingen,</entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">ambtelijk hoofd van de delegatie </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" nameend="c2" namest="c1" rotate="0">
                  <nadruk type="cur">Leden
van de delegatie (alfabetisch)</nadruk>
                </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Drs Th. van Dijk</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Ministerie
van Economische Zaken </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Drs M.C.P. van der Kolk</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">PV Genève</entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Ir J. de Kuiper (plv.)</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Ministerie van Buitenlandse Zaken </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Mr
F.J. van de Laar</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">H.M. Ambassade te Pretoria </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Mr Drs C.D. Noland</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Ministerie
van Buitenlandse Zaken </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Mr G.Chr. Penders (plv.)</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Ministerie van
Economische Zaken </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" nameend="c2" namest="c1" rotate="0">
                  <nadruk type="cur">Adviseurs van de delegatie</nadruk>
                </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Drs J.W.C. Zandvliet</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Gev. Minister H.M. Ambassadeur te </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Pretoria</entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Ir E.L.P. Hessing</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Lid van de Tweede Kamer der S.G. </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Drs G.P.M.
Leers</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Lid van de Tweede Kamer der S.G. </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Prof. dr F. van der Ploeg</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Lid
van de Tweede Kamer der S.G. </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Mw M.A. Zwerver</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Lid van de Eerste
Kamer der S.G. </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" nameend="c2" namest="c1" rotate="0">
                  <nadruk type="cur">Administratieve ondersteuning</nadruk>
                </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
                <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Mw J. Kruider</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Ministerie van Economische Zaken </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0">Dhr
M.F.T. Riemslag Baas</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0">Ministerie van Economische Zaken</entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
      </bijlage>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>