﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24400-XIII-56/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1995-1996</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="OPmt1__2.1" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>6K2585</ordernr>
    <vergjaar>1995-1996</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>24 400 XIII</nummer>
      <naam>Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van
het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 1996</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>56</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>8 juli 1996 </datum></al>
      <tuskop letat="vet">Inleiding</tuskop>
      <al>Ter voorbereiding van de behandeling van de ontwerp-begroting 1996 van
het Ministerie van Economische Zaken vond op 4 oktober 1995 het zogenaamde
Begrotingsonderzoek plaats. In dit overleg stond centraal het onderzoeksrapport
«Kwaliteit en relevantie van outputgegevens en andere kengetallen in
de Rijksbegroting» van de heren Haselbekke en Ros. Het betreft het onderzoek
dat, in opdracht van de Commissie voor de Rijksuitgaven, is uitgevoerd naar
de mate waarin outputgegevens en andere kengetallen in de Rijksbegroting een
rol (kunnen) spelen. Tijdens het Begrotingsonderzoek heb ik de Commissie voor
Economische Zaken toegezegd om haar, ter voorbereiding van de begroting 1997,
uiteen te zetten in welke mate de aanbevelingen uit genoemd onderzoeksrapport
toepasbaar zijn voor de begroting van Economische Zaken. Met deze brief wil
ik u op dit punt op hoofdlijnen informeren. De concrete uitwerking zal plaatsvinden
in de ontwerp-begroting 1997.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Alvorens ik in ga op de toepasbaarheid van de aanbevelingen van het onderzoeksrapport
voor de begroting van Economische Zaken wil ik memoreren dat de kwaliteit
en relevantie van outputgegevens en andere kengetallen in de Rijksbegroting
op 3 april jl. onderwerp geweest zijn van overleg tussen de Commissie voor
de Rijksuitgaven en de Minister van Financiën (Kamerstukken II 1995/96,
24 400, nr. 46). De conclusies van dit overleg zullen uiteraard ook voor
mij leidraad zijn bij de verdere ontwikkeling van kengetallen en outputgegevens
ten aanzien van mijn begroting. </al>
      <tuskop letat="cur">Kengetallen in de begroting 1997 van Economische Zaken</tuskop>
      <al>Mede naar aanleiding van onze gedachtenwisseling tijdens het Begrotingsonderzoek
in het najaar 1995 heb ik laten bezien welke mogelijkheden er zijn om in de
ontwerp-begroting 1997 een stap voorwaarts te zetten bij de toepassing van
kengetallen. Hierbij dient bedacht te worden dat met de onlangs aangescherpte
Rijksbegrotingsvoorschriften reeds in aanzienlijke mate invulling
wordt gegeven aan de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport van de heren
Haselbekke en Ros. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De voorbereiding van mijn ontwerp-begroting 1997 is inmiddels zo ver gevorderd
dat ik u op hoofdlijn kan informeren over de daarin op te nemen kengetallen.</al>
      <al>a. In lijn met de aanbevelingen van de onderzoekers Haselbekke en Ros
en de aangescherpte Rijksbegrotingsvoorschriften zullen de kengetallen zoveel
mogelijk op een uniforme wijze gepresenteerd worden in een standaardtabel
(zie hiervoor de brief van de Minister van Financiën d.d. 26 februari
1996 aan de Commissie voor de Rijksuitgaven, Kamerstukken II 1995/96, 24 400,
nr. 44, blz. 12). Van deze standaardtabel zal incidenteel afgeweken worden,
wanneer een andere presentatiewijze een beduidende meerwaarde heeft.</al>
      <al>b. Vanaf de ontwerp-begroting 1997 zal, voorzover nu mogelijk en zinvol,
een koppeling gelegd worden tussen programma- en apparaatsuitgaven van Economische
Zaken, zoals aanbevolen door de onderzoekers Haselbekke en Ros. De onderzoekers
beschouwen deze koppeling als één van de voornaamste verbeteringsmogelijkheden,
omdat het op deze wijze mogelijk wordt de processen binnen het departement
meer bedrijfsmatig te beoordelen.</al>
      <al>Binnen mijn departement is reeds enkele jaren geleden met het instellen
van het Agentschap Senter en via Novem een scheiding aangebracht tussen «beleid»
en «uitvoering». Hierdoor is, voor het grootste deel van de subsidieregelingen
van Economische Zaken, bekend welke apparaatsuitgaven gemoeid zijn met de
uitvoering. In de begrotingsstukken werden de uitvoeringskosten van Senter
met betrekking tot deze regelingen dan ook vermeld, maar bleef de koppeling
tussen programma- en apparaatsuitgaven tot nu toe veelal achterwege.</al>
      <al>De scheiding tussen «beleid» en «uitvoering» is
een belangrijk gegeven bij het operationaliseren van doelmatigheidskengetallen.
Gezien de grote mate van heterogeniteit en de moeizame meetbaarheid van «beleidsproducten»
is de ontwikkeling van doelmatigheidskengetallen op dit terrein een complexe
aangelegenheid. Zo zou het integraal in kaart brengen van de apparaatsuitgaven
die verbonden zijn aan individuele beleidsproducten grote eisen stellen aan
de organisatie, waarbij het de vraag is of de meerwaarde van dergelijke kengetallen
opweegt tegen de daarmee gemoeide kosten.</al>
      <al>Om deze redenen worden in de ontwerp-begroting 1997 nog alleen doelmatigheidskengetallen
op het gebied van de «uitvoering» opgenomen. Naar de huidige inzichten
zullen bij circa 15 begrotingsartikelen de apparaatsuitgaven worden toegerekend
aan programma-uitgaven. Daarbij wil ik de aanbeveling van Haselbekke en Ros
volgen door per programma-uitgave zowel het aantal daarmee gemoeide fte's
als de totale apparaatsuitgave te presenteren.</al>
      <al>c. De mate waarin de ramingen worden toegelicht met ramingskengetallen
zal nagenoeg gelijk blijven. De Miljoenennota 1996 vermeldt dat bij Economische
Zaken ruim 95% van de potentieel met ramingskengetallen toe te lichten ramingen
in de ontwerp-begroting 1996 reeds met kengetallen is toegelicht. De ruimte
voor verdere verbetering is op dìt terrein dus marginaal.</al>
      <al>d. De toepassingsmogelijkheid van doeltreffendheidskengetallen en ratio's
voor het in kaart brengen van beleidseffecten zijn naar mijn mening beperkt.
Op dit punt sluit ik mij aan bij de visie van de Minister van Financiën
die opmerkt dat het evaluatie-onderzoek een meer geschikt instrument is voor
het verstrekken van informatie over de effecten van beleid (Kamerstukken II
1995/96, 24 400, nr. 44, blz. 11). Ik onderken evenwel dat het presenteren
van deze onderzoeksresultaten in de begrotingsstukken aandacht verdient. Tot
nu toe werd in een aparte bijlage bij de ontwerp-begroting verslag
gedaan van de onderzoeksresultaten en bevatte de artikelsgewijze toelichting
op dit punt weinig informatie. Ten einde een meer integraal beeld te presenteren
van alle aspecten van het beleidsinstrumentarium zal in de ontwerp-begroting
1997 ook in de artikelsgewijze toelichting ingegaan worden op recent uitgevoerde
beleidsevaluaties.</al>
      <al>e. In een «methodologische paragraaf» bij de artikelsgewijze
toelichting van de ontwerp-begroting zal uiteengezet worden vanuit welke invalshoek
en op welke wijze de per begrotingspost gepresenteerde kengetallen tot stand
gekomen zijn en wat hun betekenis is.</al>
      <al>f. Bij deze aanpak voor de ontwerp-begroting 1997 wordt bewust gezocht
naar de balans tussen het verschaffen van extra informatie en een overzichtelijke
begrotingspresentatie, omdat de – toch al niet onaanzienlijke –
omvang van de begroting onder invloed van dit soort impulsen verder toeneemt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met bovengenoemde verbeteringen is niet de laatste stap gezet met het
opnemen van kengetallen in de begroting van Economische Zaken. Niettemin beschouw
ik deze verbeteringen als een belangrijke stap voorwaarts in het transparant
maken van de doelmatigheid waarmee het EZ-beleid wordt vormgegeven en uitgevoerd.
Ik vertrouw er op dat de ontwerp-begroting 1997 een goede basis zal vormen
voor een nadere gedachtenwisseling met u over de verdere ontwikkelingen op
dit terrein. </al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Economische Zaken,</functie>
        <naam>G. J. Wijers </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>