﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24400-XIII-53/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1995-1996</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="OPmt1__2.1" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>6K2455</ordernr>
    <vergjaar>1995-1996</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>24 400 XIII</nummer>
      <naam>Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van
het Ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 1996</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>53</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>13 augustus 1996</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede namens mijn ambtgenoten van Financiën, Verkeer en Waterstaat,
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en Defensie doe ik u hierbij toekomen
het Regeringsstandpunt met betrekking tot de structurering van de stimulering
van het maritiem-gericht onderzoek (Regeringsstandpunt inzake het MARIN).</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Economische Zaken,</functie>
        <naam>G. J. Wijers  </naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">REGERINGSSTANDPUNT MET BETREKKING TOT DE STRUCTURERING
VAN DE STIMULERING VAN HET MARITIEM-GERICHT ONDERZOEK </tuskop>
      <tuskop letat="vet">1. Inleiding</tuskop>
      <al>Zoals ik u in mijn brief van 23 februari 1995 (23 900 XIII, nr. 34)
reeds heb gemeld is, door mijn ambtsvoorganger, in overeenstemming met zijn
toenmalige ambtgenoten van Onderwijs en Wetenschappen, Financiën, Defensie
en Verkeer en Waterstaat, op 5 april 1993 de Adviescommissie Maritieme Onderzoekinfrastructuur
(Commissie Zandbergen) ingesteld. Deze Commissie had de opdracht voorstellen
te doen ten aanzien van de structuur en de strategie van het Nederlandse maritiem-gericht
onderzoek, alsmede daarvoor een implementatieplan en een draagvlak te ontwikkelen,
in overleg met het bedrijfsleven, met de overheid en met onderzoekinstellingen.</al>
      <al>Het eerste deel van het advies, handelend over de structurering van de
overheidsstimulering van de vraag naar maritiem-gericht onderzoek, werd u
door mijn ambtsvoorganger op 24 februari 1994 toegezonden. In mijn bovengenoemde
brief van 23 februari 1995 legde ik u het overheidsstandpunt ten aanzien van
dat eerste deel van het advies voor. Tevens zond ik u daarbij het tweede deel
van het advies, handelend over de aanbodzijde van het maritieme onderzoek.
Dat ging met name over de positie van het MARIN.</al>
      <al>Inmiddels is het, in genoemde brief, door mij aangekondigde nadere onderzoek
met betrekking tot de technisch-wetenschappelijke en de financieel-economische
aspecten van de door de Commissie Zandbergen aanbevolen investeringen in MARIN,
voltooid.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In dit schrijven leg ik u, in overeenstemming met mijn ambtgenoten van
Verkeer en Waterstaat, Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Defensie en Financiën,
het overheidsstandpunt voor ten aanzien van het tweede deel van het advies.
Het hierna te beschrijven beleid voor stimulering van het aanbod van maritiemgericht
onderzoek, en voor de ontwikkeling van de kennisinfrastructuur daarvoor, is
te beschouwen als complement daarop. </al>
      <tuskop letat="vet">2. Beleidskader </tuskop>
      <tuskop letat="cur">2.1. Aanleidingen en uitgangspunten voor nieuw beleid </tuskop>
      <tuskop letat="rom">2.1.1. Problemen</tuskop>
      <al>Aan het eind van de jaren '80 en begin van de jaren '90 ontstond voor
de overheid aanleiding voor de ontwikkeling van nieuw beleid voor stimulering
van de bedrijvigheid in de maritieme sector en voor vraag en aanbod van maritiemgericht
onderzoek. Bedrijfsmatige activiteiten op het gebied van scheepvaart en scheepsbouw
verdwenen geleidelijk uit ons land of leden onder sterk groeiende buitenlandse
concurrentie. De vraag naar maritiem-gericht onderzoek uit de sector was versplinterd
en vaak op de korte termijn en weinig marktstrategisch gericht. Het aanbod
van maritiem-gericht onderzoek en vooral de situatie van MARIN was zorgwekkend.
Het MARIN heeft namelijk sinds 1972 niet meer kunnen investeren in dringend
noodzakelijke modernisering van facilitaire voorzieningen. Dat komt onder
meer door concurrentievervalsing en prijsbederf uit het buitenland, doordat
buitenlandse overheden hun maritieme researchinstituten volledig of in hoge
mate subsidiëren of ondersteunen met maatregelen op nationale schaal
voor gedwongen winkelnering van werven en rederijen.</al>
      <al>De hoogte van de (huidige) jaarlijkse overheidsbijdrage is ontoereikend
geweest om reserves op te bouwen voor de investeringen. </al>
      <al>MARIN heeft bij de verzelfstandiging van het instituut in 1987 van de
overheid de toezegging ontvangen dat voor majeure investeringen bij de overheid
zou kunnen worden aangeklopt. Ervaringen met MARIN hebben namelijk uitgewezen
dat het niveau van de tarieven ontoereikend is om reserveringen voor investeringen
te kunnen plegen. Het MARIN heeft dan ook bij de overheid krachtig aangedrongen
op verschaffen van aanzienlijke investeringsimpulsen. </al>
      <tuskop letat="rom">2.1.2. Belang van kennis</tuskop>
      <al>Het bieden van een goed vestigings- en omgevingsklimaat voor bedrijven
wordt steeds belangrijker voor het economisch overleven van ons land in de
internationale landenconcurrentie.</al>
      <al>Naast fiscale, personele, ruimtelijke en logistieke aspecten speelt het
aanbod van goed en marktgericht onderzoek en onderwijs daarbij een belangrijke
rol.</al>
      <al>In de nota «Kennis in Beweging» wordt daarom beleid uitgezet
voor stimulering van de wisselwerking tussen de kennisinfrastructuur en het
bedrijfsleven. </al>
      <tuskop letat="rom">2.1.3. Stimulering van de maritieme bedrijvigheid</tuskop>
      <al>Het beleid van de overheid voor de maritieme sector is, zoals verwoord
in de nota Zeescheepvaartbeleid, gericht op behoud en uitbouw van de maritieme
«bedrijvigheid» in ons land. Ook voor bedrijven in die sector
geldt, dat een toenemende kennisintensiteit van processen, produkten en diensten
absoluut noodzakelijk is voor concurrerend aanbod van prijs en kwaliteit,
binnen steeds strengere regels voor milieubescherming en veiligheid. Duidelijk
is dat voor de maritieme sector aansluiting moet worden gezocht bij bovengenoemd
generiek beleid voor versterking van de wisselwerking tussen kennisinfrastructuur
en het bedrijfsleven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de overheid is de overtuiging ontstaan dat nieuw beleid moet worden
ontwikkeld voor:</al>
      <al>– intensivering van de marktstrategisch gerichte kennisvraag van
het maritieme bedrijfsleven;</al>
      <al>– modernisering en vitalisering van de kennisinfrastructuur (het
netwerk van instellingen voor maritiem-gericht onderzoek en onderwijs); </al>
      <al>– versnelling en intensivering van de circulatie van kennis en ervaring
tussen kennisinfrastructuur en de maritieme bedrijven, zodanig dat de markt
bereid is voor de kennis bij te dragen waardoor de overheid in de toekomst
uitsluitend de onrendabele top behoeft te financieren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naast versterking van de kennisinfrastructuur voor het maritieme bedrijfsleven
dient het overheidsbeleid voor maritiem-gericht onderzoek ook in te spelen
op ander beleid van de overheid, zoals het beleid voor verkeer, vervoer en
infrastructuur en voor het milieu. </al>
      <tuskop letat="cur">2.2. Belang van de maritieme sector</tuskop>
      <al>De breedte van de maritieme sector is in het eerste deel van het advies
van de commissie Zandbergen gedefinieerd. Die definitie vormt de grondslag
voor opdracht, structuur en werkwijze van het inmiddels operationele «Nederlands
Instituut voor Maritiem Onderzoek», het NIM: versterking van de strategische
programmering van vraag en aanbod van maritiem onderzoek. De opdracht voor
het NIM is omschreven in mijn bovengenoemde brief van 23 februari 1995.</al>
      <al>Segmenten van de maritieme sector zijn, naast de zeescheepvaart, de binnenvaart,
de scheepsbouw en de toeleveringsindustrie, bijvoorbeeld ook de baggerindustrie,
de offshore-industrie en de Koninklijke Marine. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de studie «De toekomst van de Nederlandse Zeevaartsector»
van prof. dr. C. Peeters e.a. (1992) is een nadere kwantificering gegeven
van het belang van de maritieme sector voor Nederland. Zo is de totale omzet
voor de maritieme sector berekend op f 22 mrd. met een toegevoegde waarde
van f 13,8 mrd. De werkgelegenheid beloopt thans circa 120.600 arbeidsplaatsen
(direct en indirect). Verwacht wordt, dat met het nieuwe zeescheepvaartbeleid
deze cijfers in de komende jaren zullen stijgen.</al>
      <al>Hierbij moet nog opgeteld worden de moeilijk te berekenen bijdrage aan
het BNP van alle bedrijvigheid, die waarde toevoegt aan de goederenstromen
in en door ons land en die in aanzienlijke mate afhankelijk zijn van onze
maritieme bedrijvigheid. De positie van ons land in het maritieme goederenvervoer
is ook van grote betekenis voor de rol van Nederlandse bedrijven in het Europese
goederenvervoer. </al>
      <tuskop letat="cur">2.3. Belang van de kennisinfrastructuur voor de maritieme
sector</tuskop>
      <al>Onder de publieke kennisinfrastructuur worden alle instellingen verstaan
voor onderzoek en het betreffende maritiem relevante onderwijs die structureel
door de overheid worden (mede)gefinancierd. Onder de maritieme kennisinfrastructuur
worden de instellingen verstaan, die aan deze karakteristiek voldoen en voor
de maritieme sector in zijn volle breedte een bijzondere betekenis hebben
of kunnen krijgen. Het MARIN is veruit het belangrijkste onderzoekinstituut
voor de maritieme sector als in 2.2. omschreven in ons land. MARIN voert onderzoek
uit op het gebied van hydromechanica, bedoeld voor het optimaliseren van ontwerp,
bouw en gebruik van schepen en offshore-constructies. Toepassing van maritieme
kennis en technologie in het algemeen en hydromechanische technologie in het
bijzonder voor het bedrijfsleven staat hierbij centraal. Voor de Koninklijke
Marine vormt hoogwaardige kennis op het hydromechanicagebied een essentieel
onderdeel van de totale kennis en technologie benodigd voor de realisatie
van up to date marinebouw in Nederland. De intensieve samenwerking met het
MARIN verschaft de Koninklijke Marine deze input. Het MARIN wordt daarom als
technologiecentrum door de Koninklijke Marine van groot belang geacht. Staat
dit in Nederland niet meer ter beschikking, dan is de Koninklijke Marine genoodzaakt
voor deze kennis naar het buitenland uit te wijken. Een zelfde mate van ondersteuning
kan middels buitenlandse instituten niet worden gerealiseerd.</al>
      <al>Belangrijk voor de maritieme sector zijn verder ondermeer een aantal TNO-instituten,
het Waterloopkundig Laboratorium, het Maritieme Simulatie Centrum Nederland,
het Energie Centrum Nederland, de Technische Universiteiten, het Centrum voor
Wiskunde en Informatica, de Landbouw Universiteit Wageningen en andere instellingen
op het gebied van economisch en sociaal-wetenschappelijk onderzoek. In lijn
met het witboek-Delors is het concurrerend vermogen van de Nederlandse maritieme
sector mede afhankelijk van de intensiteit en snelheid van de circulatie van
de kennis tussen kennisinstituten en bedrijven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een sterke maritiem-gerichte kennisinfrastructuur is vooral van betekenis
voor behoud en ontwikkeling van die maritieme clusters in ons land die opereren
op specialistische en kennisintensieve terreinen van de wereldmarkt, bijv.
in zeescheepvaart, koel- en vriestransport, gevaarlijke stoffen en zware lading
vervoer. Voorwaarde voor vorming van sterk competitieve en innoverende Nederlandse
maritiem-industriële clusters is optimaal gebundelde inzet van relevante
onderzoekcapaciteiten in wisselwerking met het maritieme bedrijfsleven in
het kader van strategisch gerichte programma's en projecten.</al>
      <al>MARIN speelt hierbij een essentiële rol als een hoogwaardig kenniscentrum
op de wereldmarkt voor maritiem gericht onderzoek en als grootste instituut
voor de Nederlandse markt. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Nederlandse kennisinfrastructuur is echter minstens even belangrijk
voor de nu nog minder-kennisintensieve en niet sterk gespecialiseerde segmenten
van het maritieme bedrijfsleven. Daarbij is te denken aan de kleine bedrijven
in de kust- en binnenvaart en de kleine werven. Zij zien zich immers voortdurend
gesteld voor de vraag hoe men in een hoogwaardige en uiterst competitieve
markt kan overleven in de context van steeds zwaardere eisen op het gebied
van transportketenvorming en de zorg voor milieu en veiligheid. Zonder kennisintensivering
van ondernemingen en aanpassingen van hun kennis- en informatienetwerken aan
veranderende omstandigheden kunnen dergelijke segmenten hun bestaansmogelijkheid
in Nederland verliezen. MARIN staat voor de opdracht om voor overwegend kleine
partijen vele vormen te ontwikkelen van dienstverlening en kennisoverdracht
tegen lage kosten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ook voor de rol van ons land in het internationale defensie stelsel en
met name voor maritieme platformen is een vitale kennisinfrastructuur voor
maritiem onderzoek en onderwijs van grote betekenis. Als internationaal toonaangevend
instituut wordt MARIN door de Koninklijke Marine en een groot aantal buitenlandse
marines (o.m. VS, Canada, VK, Australië, Frankrijk, Duitsland en Spanje)
betrokken bij onderzoeksprogramma's voor maritieme technologie ontwikkeling
op defensie gebied. De Koninklijke Marine ondersteunt MARIN daarbij in hoge
mate. Daardoor is MARIN bij uitstek in de positie om als intermediair tussen
defensie- en civiel-onderzoek te fungeren, de wisselwerking daartussen te
versterken (dual use of technology) en de hoogwaardigheid van de Nederlandse
maritieme sector mede uit te stralen. </al>
      <tuskop letat="cur">2.4. Vraag en aanbod van maritiem-gericht onderzoek </tuskop>
      <tuskop letat="rom">2.4.1. Professionalisering van de kennisvraag</tuskop>
      <al>Versterking van de strategische programmering van vraag en aanbod van
maritiem onderzoek werd en wordt, in gevolge het advies van de commissie Zandbergen,
nagestreefd met de vervanging van het CMO door het NIM met het bijbehorende
consulenten-mechanisme en de denktanks van alle deelsectoren van de maritieme
sector. Vanuit de ontwikkeling van de vraag naar onderzoek moet NIM volgens
de commissie Zandbergen bijdragen aan de ontwikkeling van een hoogwaardige
en strategisch gerichte aanbodstructuur. Er zal dus verband gebracht moeten
worden tussen de activiteiten en visie van NIM en de ontwikkeling en activiteiten
van de hele maritiem-relevante kennisinfrastructuur, inclusief het MARIN.</al>
      <al>Professionalisering en intensivering van de vraag naar maritiem onderzoek
eist van de overheid het zorgdragen voor een onderzoekinfrastructuur, die
ook in de jaren 2000 aan de veranderende kennisvraag kan voldoen.</al>
      <al>Die kennisinfrastructuur zal door samenwerking tussen de instituten beter
in staat zijn toekomstige kennisvragen te beantwoorden. </al>
      <tuskop letat="rom">2.4.2. Ontwikkelingen van de kennisvraag</tuskop>
      <al>Ontwikkelingen in de zeescheepvaart, die om onderzoek vragen, worden,
naast steeds zwaardere eisen op het gebied van veiligheid en milieu, aangejaagd
door marktdwang tot verlaging van operationele kosten en verhoging van de
betrouwbaarheid van dienstverlening. Verlaging van operationele kosten van
schepen vergt ook ontwikkelingen voor het versnellen van laad- en losprocessen
en voor de preventie van schade aan lading. Dergelijke thema's figureren nu
reeds in het achtergrondresearch-programma van MARIN.</al>
      <al>De scheepsbouw zal in de komende decennia moeten inspelen op eisen met betrekking tot verdere specialisatie en vernieuwing van scheepstypen
en installaties en verlaging van bouw- en onderhoudskosten. Het gebruik van
nieuwe materialen en de invoering van nieuwe ontwerp- en produktiemiddelen
en -methoden vergt veel onderzoek en stimulering van kennisoverdracht.</al>
      <al>Ontwikkelingen in de offshore en baggerindustrie zullen in de komende
decennia onder meer worden gekenmerkt door operaties in steeds dieper water
en onder steeds extremere weersomstandigheden, met alle constructieve en operationele
problemen en risico's daarvan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het nationale en Europese beleid is gericht op het vergroten van de rol
van de kust- en binnenvaart in het goederenvervoer. Daarvoor zijn ontwikkelingen
nodig van systemen en structuren voor kosten-effectief en veilig transport
en overslag onder de bijzondere omstandigheden van kustwateren en rivieren.
De Koninklijke Marine staat voor de opdracht om in de komende decennia technologie
en systemen te ontwikkelen voor kostenverlaging en voor het uitvoeren van
nieuwe taken die voortvloeien uit veranderende geo-politieke omstandigheden
en uit ontwikkelingen op het gebied van de wapentechnologie.</al>
      <al>Ontwikkeling van nieuwe voortstuwingssystemen voor verhoging van vaarsnelheden,
verlaging van energiegebruik en verbetering van comfort zijn van belang voor
een aantal segmenten van scheepvaart en scheepsbouw.</al>
      <al>Al deze ontwikkelingen vergen een multidisciplinaire inzet van de kennisinfrastructuur
en sluiten aan bij de visie van het inmiddels operationele instituut NIM op
lange termijn ontwikkelingen in de maritieme sector. </al>
      <tuskop letat="cur">2.5. MARIN als Groot Technologisch Instituut (GTI) </tuskop>
      <tuskop letat="rom">2.5.1. MARIN</tuskop>
      <al>Het MARIN speelt een centrale rol in het maritieme onderzoek en moet volgens
de hierboven gegeven argumenten en volgens de commissie Zandbergen blijvend
van belang worden geacht voor de maritieme sector. De kennis en expertise
van MARIN op het terrein van de hydromechanica heeft ertoe geleid dat dit
instituut – nationaal en internationaal gezien – kan worden beschouwd
als een voortrekker op het gebied van maritiem onderzoek in het algemeen en
hydromechanica in het bijzonder.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De grote betekenis van MARIN voor de maritieme sector wordt mede geïllustreerd
door het hierna volgende overzicht van de bestedingen in het decennium 1986–1995
en de geprognostiseerde besteding van de Nederlandse maritieme sector voor
het decennium 1996–2005. De weergegeven cijfers volgen uit retrospectieve
analyse van de opdrachtenportefeuille van MARIN en berusten (voor een deel)
onder meer op prognoses opgesteld door het bureau KPMG.  </al>
      <tuskop letat="vet">Tabel 1. Bestedingen bij MARIN door Nederlandse en buitenlandse
partijen. </tuskop>
      <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
        <tgroup align="left" charoff="75" cols="5" tgroupstyle="sdu1">
          <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="22.56mm"></colspec>
          <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="22.56mm"></colspec>
          <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="22.56mm"></colspec>
          <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="22.56mm"></colspec>
          <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="22.56mm"></colspec>
          <thead valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Periode</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Omzet
Nederland</entry>
              <entry align="left" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Omzet Buitenland</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Totaal </entry>
            </row>
          </thead>
          <tbody valign="bottom">
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Scheepvaart</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">86–95</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">16,9</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">8.4</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">25,3</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">96–05</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">23.0</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">12.0</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">35,0 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Scheepvaart,
Jachtbouw,</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">86–95</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">76.7</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">43.2</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">119,9 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Binnenvaart,
Zeevisserij,</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">96–05</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">86</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">48</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">134 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Toeleveranciers</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Offshore,
Baggerindustrie</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">86–95</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">65,7</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">29,2</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">94,9 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">96–05</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">93</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">31</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">124</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Marine</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">86–95</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">34,8</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">18,8</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">53,6 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">96–05</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">38</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">19</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">57</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Kennisoverdracht</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">86–95</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">15,6</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">15,6</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">31,2 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">96–05</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">18</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">17</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">35</entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0">Totaal</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">86–95</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">209,7</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">115,2</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">324,9 </entry>
            </row>
            <row valign="top">
              <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">96–05</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">258</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">127</entry>
              <entry morerows="0" rotate="0">385</entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </table>
      <al>Bedragen in f  mln.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>MARIN is te beschouwen als een onmisbaar Centre of Excellence. Geraadpleegde
adviseurs geven aan dat MARIN binnen de maritieme onderzoekwereld als een
spin in clusterwebben ten dienste moet staan van de gehele maritieme sector
en op die wijze de maritieme kennisinfrastructuur, met behoud van haar zelfstandigheid,
moet versterken. De overige genoemde kennisinstituten zijn, anders dan MARIN,
slechts partieel bij het maritiem onderzoek betrokken en zijn derhalve minder
geschikt deze integrale rol te vervullen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De betekenis van MARIN voor de maritieme sector wordt belangrijker naarmate:</al>
      <al>1. MARIN de banden met grote en kleine Nederlandse marktpartijen intensiveert;</al>
      <al>2. MARIN zich nog verder ontwikkelt tot een uiterst kosten-effectief en
hoogwaardig marktgericht kennisinstituut;</al>
      <al>3. MARIN voor de Nederlandse kennisinfrastructuur meer en meer de betekenis
krijgt van integrator ten behoeve van de maritieme sector.</al>
      <al>Het vervullen van deze integrator-functie houdt in dat MARIN het aanbod
van multi-disciplinaire kenniscombinatie faciliteert en daarvoor een makelaarsfunctie
vervult tussen binnen- en buitenlandse onderzoekinstellingen en bedrijven.
Het vervullen van een dergelijke functie is een karakteristieke rol voor een
Groot Technologisch Instituut. De ontwikkeling van de integrator-functie blijft
daarbij scharnieren om de primaire eigen kennissterkte op het gebied van de
scheepshydromechanica. </al>
      <tuskop letat="rom">2.5.2. Commissie Zandbergen over MARIN</tuskop>
      <al>In het tweede deel van het advies van de commissie Zandbergen over de
ontwikkeling van de infrastructuur voor maritiem-gericht onderzoek in het
algemeen en MARIN in het bijzonder, stelt de commissie dat de ontwikkeling
van de aanbodzijde vooral moet worden benaderd als afgeleide van de ontwikkeling
van de vraagzijde. Daarom is de commissie van mening dat het NIM een taak
dient te krijgen bij de structurering van de aanbodzijde, in nauwe samenhang
met de al eerder toegemeten taak van ontwikkeling van de vraagzijde.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op aanwijzing van de commissie heeft MARIN met hulp van een aantal advies-
en ingenieursbureaus een strategisch ontwikkelingsplan opgesteld.
Dit plan omvat enkele alternatieve investeringsscenario's. De commissie erkent
MARIN als een Groot Technologisch Instituut (GTI) dat zoals alle andere GTI's
publieke middelen nodig heeft voor de kennisopbouw en voor dringend noodzakelijke
investeringen in de facilitaire infrastructuur. De commissie beveelt daarom
aan om met publieke middelen de investeringsachterstand te verhelpen en zo
nodig de verdere instandhouding van MARIN te waarborgen. De commissie is namelijk
van mening dat MARIN alleen kan voortbestaan als het zijn internationaal erkende
positie van Centre of Excellence weet te behouden.</al>
      <al>Overigens was de commissie van oordeel dat de investeringsscenario's zoals
in bovengenoemd strategisch plan omschreven, nadere uitwerking en differentiatie
behoefden. Tot slot dringt de commissie aan op versterking en uitbreiding
van de directie van MARIN voordat investeringen worden gerealiseerd. </al>
      <tuskop letat="vet">3. Achtergronden van het besluit </tuskop>
      <tuskop letat="cur">3.1. Inleiding</tuskop>
      <al>De gegeven problemen, beleidskaders en uitgangspunten en het advies van
de commissie Zandbergen hebben geleid tot een aantal activiteiten, waaronder
de ontwikkeling van het NIM, het opstellen van alternatieve investeringsplannen
door MARIN op verzoek van de overheid en het inwinnen van een aantal adviezen
betreffende die plannen. Het Kabinet komt, gelet op de positie van MARIN als
aangeduid in par. 2.1.1, op grond van de ontvangen adviezen en binnen de aangegeven
kaders tot de hierna volgende overwegingen en besluiten ten aanzien van MARIN
in het bijzonder en de maritieme kennisinfrastructuur meer in het algemeen. </al>
      <tuskop letat="cur">3.2. Adviezen </tuskop>
      <tuskop letat="rom">3.2.1. Investeringsscenario's voor MARIN</tuskop>
      <al>De overheid heeft MARIN, op grond van het advies van de commissie Zandbergen,
gevraagd een aantal alternatieve investeringsscenario's te ontwikkelen. Door
MARIN zijn in antwoord hierop vier scenario's ontwikkeld, waarbij onder meer
advies werd ingewonnen van de bureaus Grabowsky en Poort en KPMG. Elke scenario
omvat een investeringsplan en ramingen van de markteffecten daarvan.</al>
      <al>De vier scenario's komen respectievelijk neer op investeringen van f 0
mln, f 88 mln, f 100 mln en f 128 mln in 4 à 5 jaren.
Een korte omschrijving van deze scenario's en hun effecten is gegeven in bijlage
1.<voetref refid="v8.1" nr="1"></voetref></al>
      <tuskop letat="rom">3.2.2. Adviezen over de scenario 's en subsidies voor
MARIN</tuskop>
      <al>De overheid heeft voor evaluatie van, en keuze uit, de ontvangen scenario's
een zestal onafhankelijke deskundigen om advies gevraagd. Hun oordeel over
de kwaliteit van MARIN is eensluidend positief. Voortbestaan van het instituut
wordt door alle deskundigen en door branche-organisaties uit de maritieme
sector krachtig bepleit. Unaniem wordt door de adviseurs, in lijn met het
tweede advies van de commissie Zandbergen, de noodzaak tot investeren en tot
verhoging van de missiesubsidie aangegeven. Ontwikkeling van de plaats en
rol van MARIN, als Groot Technologisch Instituut, binnen de Nederlandse kennisinfrastructuur,
wordt door alle gehoorde partijen als essentieel voor de Nederlandse maritieme
sector aangegeven. Alle adviseurs hebben de keuze aanbevolen van het derde
scenario, dat investeringen vergt van circa f 100 mln.</al>
      <al>Met dat scenario kunnen naar verwachting de beste verhouding tussen investeringen
en resultaten worden bereikt. Scenario I leidt tot verlies van MARIN
als GTI met het gevolg dat de hoogwaardige bedrijven in ons land op het gebied
van off-shore, scheepsbouw en scheepvaart voor hun onderzoekbehoeften zullen
moeten uitwijken naar het buitenland. Scenario II laat financieel ontoereikende
resultaten zien en zal al op korte termijn leiden tot nieuwe behoeften aan
vernieuwingsinvesteringen. Volgens de adviseurs leveren slechts de scenario's
III en IV de facilitaire vernieuwingen nodig voor een technologisch en markt-strategisch
langdurig levensvatbare positie. Voor scenario IV geldt echter dat de meerkosten
van f 28 mln ten opzichte van scenario III, voor overplaatsing, van de
vacuümtank vanuit Ede naar Wageningen niet binnen afzienbare tijd kunnen
worden terugverdiend. De beoogde verplaatsing voegt te weinig technische en
commerciële potenties aan MARIN toe.</al>
      <al>De geraadpleegde deskundigen hebben echter wel aanbevolen de voorwaarden
te scheppen voor toekomstige concentratie van alle facilitaire voorzieningen
in Wageningen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Verder hebben alle deskundigen een verhoging aanbevolen van de missiesubsidie
voor MARIN tot een waarde van circa 30% van de bruto omzet van MARIN, ad circa
f 35 mln per jaar.</al>
      <al>Grosso modo wordt door de deskundigen aangegeven dat voor achtergrond-onderzoek
f 7,5 tot f 10 mln subsidie per jaar nodig is, terwijl voor de medefinanciering
van kleine investeringen een jaarlijkse subsidie van circa f 3 mln nodig
wordt geacht. </al>
      <tuskop letat="cur">3.3. Overheidsstandpunten </tuskop>
      <tuskop letat="rom">3.3.1. Overwegingen betreffende de benodigde investeringen</tuskop>
      <al>Op grond van alle achtergronden en uitgangspunten zoals beschreven in
hoofdstuk 2 waarbij de bij de verzelfstandiging van MARIN in 1987 gedane toezegging
van de overheid een belangrijke rol speelt en gelet op alle ontvangen adviezen
en reacties uit de maritieme sector, concludeert het Kabinet dat:</al>
      <al>1. de betekenis van de maritieme sector voor de Nederlandse economie en
voor de rol van ons land in het internationale goederenvervoer en handelsverkeer
groot is;</al>
      <al>2. brede erkenning in de markt en bij de overheid bestaat van de betekenis
van MARIN in het bijzonder en van een sterke en marktgerichte kennisinfrastructuur
meer in het algemeen voor het innoverend en concurrerend vermogen van de Nederlandse
maritieme sector en voor de Nederlandse positie in de internationale defensie-arena;</al>
      <al>3. de zware beleidsconcurrentie uit het buitenland in combinatie met de
financieel-economische en markt-strategische noodzaak voor MARIN om op de
wereldmarkt met vele andere nationale onderzoekinstellingen te concurreren,
nationale ondersteuning behoeft;</al>
      <al>4. geraadpleegde adviseurs allen bevestigen dat MARIN als GTI de afschrijvingen
van omvangrijke investeringen, overigens evenmin als andere GTI's, niet uit
zijn opdrachtenstroom kan financieren;</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naar het oordeel van het Kabinet dient de rol van een GTI in de nationale
kennisinfrastructuur gekenmerkt te worden door de potentie van het instituut
voor ontwikkeling en overdracht van nieuwe toepassingsgerichte kennis en techniek,
voor aanpak van vraagstukken, die op langere termijn zullen spelen. Vervullen
van die functie vereist voortdurende vernieuwing van onderzoekfaciliteiten
en aanpassing van de eigen uitrusting aan de ontwikkelingen in wetenschap,
technologie en markt. </al>
      <tuskop letat="rom">3.3.2 Instelling Technisch Wetenschappelijke adviesraad</tuskop>
      <al>Zowel voor het bevorderen van kwaliteit en innoverend vermogen van het achtergrondonderzoek van het MARIN, als voor het versterken van
het opnamevermogen van kennis uit andere groepen en disciplines door MARIN
en voor het bevorderen van de overdracht van MARIN-kennis aan andere instituten
en groepen acht de overheid het noodzakelijk dat een technisch-wetenschappelijke
adviesraad wordt ingesteld, die de directie van MARIN gevraagd en ongevraagd
adviseert.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Taken van de adviesraad zijn:</al>
      <al>1. adviseren bij het richting geven aan maritiem-gericht technisch-wetenschappelijk
onderzoek, rekening houdend met de trends in wetenschap, technologie en markt,
daarbij onder meer gebruik makend van de adviezen van de bestaande adviescommissies
van MARIN;</al>
      <al>2. in het kader van de onder 1 genoemde taak, het adviseren bij de besteding
van de missiesubsidie;</al>
      <al>3. het bevorderen van hefboomwerking van middelen van MARIN, ondermeer
uit de missiesubsidie, voor achtergrondonderzoek en vervangingsinvesteringen,
door gecombineerde inzet te stimuleren van die middelen met andere overheidsmiddelen
voor (mede)financiering van onderzoek en technologie-ontwikkeling bij MARIN
en bij andere instellingen;</al>
      <al>4. het initiëren van sterk innoverende clusterprojecten, rekening
houdend met de strategische visie van het NIM, ter bevordering van de gewenste
actieve rol van MARIN als integrator in de kennis-infrastructuur voor de ontwikkeling
van Technologie-Produkt-Markt-Combinaties;</al>
      <al>5. het voor zulke projecten mobiliseren van onderzoekinstellingen en bedrijven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>MARIN zal bij zijn rapportage aan de overheid over de besteding van de
missiesubsidiemiddelen aangeven op welke wijze MARIN de adviezen van de technisch
wetenschappelijke Adviesraad heeft verwerkt en zicht bieden op de gerealiseerde
hefboomwerking. </al>
      <tuskop letat="rom">3.3.3. Positionering van de technisch-wetenschappelijke
adviesraad </tuskop>
      <al>De voorzitter van de adviesraad zal deel uitmaken van de Raad van Toezicht.
Rekening houdend met taken en werkwijze van NIM wordt een hecht verband aangebracht
tussen de bestaande adviescommissies «schepen» en «offshore»
van MARIN en de denktanks van NIM, bijvoorbeeld door middel van personele
unies.</al>
      <al>In de figuren van bijlage 2<voetref refid="v10.1" nr="1"></voetref> is de relatie
geschetst tussen MARIN en betrokken adviesorganen en de NIM-structuur. In
overleg tussen MARIN, NIM en overheid zal de communicatie tussen MARIN en
NIM nader worden uitgewerkt. </al>
      <tuskop letat="rom">3.3.4. Intra- en inter-institutionele organisatie ontwikkeling</tuskop>
      <al>In overeenstemming met de aanbevelingen van de geraadpleegde adviseurs
stelt het Kabinet als voorwaarden dat:</al>
      <al>1. de organisatie van MARIN zal wijzigen voor rationalisatie van de bedrijfsprocessen,
voor aanpassing van de bedrijfsorganisatie aan de nieuwe configuraties van
de facilitaire voorzieningen en voor het verkrijgen van optimale synergie
tussen de achtergrond kennis- en technologie-ontwikkeling en de toepassing
daarvan;</al>
      <al>2. de directie van MARIN zal worden aangepast ter versterking van het
algemeen strategisch management, het bedrijfseconomisch en commercieel management
en het inhoudelijk technisch wetenschappelijk onderzoekmanagement;</al>
      <al>3. voor het midden- en topniveau managers worden aangesteld met een grondige
bekendheid met Nederlandse maritieme clusters en met een grote kennisreputatie; </al>
      <al>4. de betrokkenheid van de Raad van Toezicht bij de gang van zaken bij
MARIN en de verantwoordelijkheid daarvoor dient te worden geïntensiveerd
en geprofessionaliseerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Raad van Toezicht heeft inmiddels n.a.v. een door Ressenaar en Patners
uitgebracht advies over de organisatie en het management van MARIN de hierboven
genoemde wijzigingsvoorstellen in gang gezet. </al>
      <tuskop letat="rom">3.3.5. Internationale samenwerking</tuskop>
      <al>Met het oog op haar ontwikkeling als maritiem centre of excellence moet
MARIN, zowel nu als na de realisatie en ingebruikname van de nieuwe faciliteiten
en instrumentatie, internationale samenwerking nastreven.</al>
      <al>Een zo sterk mogelijke positie op de wereldmarkt voor maritiem onderzoek
moet de betekenis van MARIN voor de Nederlandse maritieme sector verstevigen.
De Nederlandse maritieme sector kan namelijk profiteren van de door MARIN
langs deze weg opgebouwde kennis.</al>
      <al>De internationale samenwerking, die MARIN reeds met kracht nastreeft,
dient in het perspectief van de ontwikkeling van de Nederlandse maritieme
sector beoordeeld te worden, onder meer bij de vaststelling van de jaarlijkse
missiesubsidie. Belangrijke toetspunten hierbij zijn in hoeverre MARIN door
internationale samenwerking technologische ontwikkelingen in andere landen
op de voet volgt en hierdoor de uitgangspositie van de Nederlandse maritieme
sector in andere landen helpt verbeteren, alsmede of bij voorgenomen internationale
samenwerking sprake is van ongewenst te achten weglekken van kennis zonder
strategische voordeel voor ons land.</al>
      <al>Vanzelfsprekend dient bij elke voorgenomen internationale samenwerking
de onafhankelijkheid van MARIN als Nederlands GTI gewaarborgd te blijven. </al>
      <tuskop letat="vet">4. Besluit t.a.v. de investeringen</tuskop>
      <al>Op grond van bovenstaande overwegingen is het Kabinet van oordeel dat
MARIN de functie van GTI voor de maritieme sector in de komende decennia kan
en moet blijven vervullen. Investeringsachterstanden dienen daartoe zodanig
te worden weggewerkt, dat faciliteiten en instrumentatie niet slechts voor
de korte termijn gemoderniseerd worden, maar kunnen voldoen aan de eisen die
de toekomstige vragen naar onderzoek en technische dienstverlening aan het
instituut en zijn voorzieningen naar verwachting zullen stellen. Derhalve
besluit het Kabinet f 100 mln in 4 à 5 jaar te besteden aan vernieuwing
van facilitaire voorzieningen en aan aanpassingen van bedrijfsprocessen en
bedrijfsorganisatie van MARIN.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De technische levensduur van de beoogde investeringen wordt geschat op
circa 25 jaar. De afschrijving van de beoogde investeringen kan afgezet worden
tegen een ruw geraamd omzet-totaal in die periode van circa 1 miljard gulden.
De huidige omzet van MARIN van f 30 à f 35 mln per jaar laat
in het geheel geen investeringen, noch afschrijving van circa f 4 mln
per jaar toe. De prognoses van KPMG geven aan dat de gemiddelde jaarlijkse
omzet van MARIN zal stijgen, terwijl MARIN efficiënter zal kunnen werken.
Het Kabinet verwacht enerzijds dat MARIN zich hierdoor concurrerender zal
kunnen opstellen en mede daardoor zijn rol voor het MKB kan uitbouwen en anderzijds
in staat zal blijven aan de meest geavanceerde vraag naar onderzoek te voldoen.  </al>
      <tuskop letat="vet">5. Missiesubsidie </tuskop>
      <tuskop letat="cur">5.1. Bewegingen met betrekking tot de missiesubsidie</tuskop>
      <al>MARIN heeft de overheid verzocht de jaarlijkse missiesubsidie te verhogen.
Deze subsidie is sinds 1986 nominaal constant gebleven en heeft tot vermindering
van achtergrond onderzoek geleid. De geraadpleegde adviseurs zijn van mening
dat verhoging van de missiesubsidie een noodzakelijke voorwaarde is om het
achtergrondonderzoek van MARIN een voldoende omvang te geven. De overheid
ziet MARIN meer nadrukkelijk als kern van de maritieme kennisinfrastructuur
met de daarbij behorende netwerk- en extramurale onderzoekkosten.</al>
      <al>Voor de missiesubsidie voor MARIN ziet het Kabinet drie bestedingscategorieën:</al>
      <al>a. strategisch, (middel)lange termijn onderzoek ten behoeve van de toepassing
ervan voor haar doelgroepen;</al>
      <al>b. ten behoeve van optimalisering v.an de eigen bedrijfsprocessen (meten,
registreren, analyseren, interpreteren, simuleren e.d.)</al>
      <al>c. reserveringen voor kleine en continue vervangings- en vernieuwings-
 investeringen van apparatuur.</al>
      <al>MARIN rapporteert aan de overheid over de besteding van de missie-subsidiemiddelen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Waar mogelijk dient MARIN te streven naar uitbesteding van onderzoek,
ondermeer om de inter-disciplinaire kennisontwikkeling, kennisinname en procesinnovatie
te bevorderen en om de institutionele basis voor maritiem onderzoek zo breed,
samenhangend en sterk mogelijk te maken.</al>
      <al>De ontwikkeling van de integrator-functie van MARIN vereist een bewust
gestimuleerd en gestaag groeiproces. Om relaties en bundeling van kennis met
andere instituten adequaat in te vullen, dient uiteraard bij MARIN zelf eveneens
kennis-ontwikkeling plaats te vinden. </al>
      <tuskop letat="cur">5.2. Besluit t.a. v. missiesubsidieverhoging</tuskop>
      <al>Met de voorgenomen investeringen en de onlosmakelijk daarmee verbonden
invulling van de integrator-rol van MARIN als maritiem centre of excellence
acht het Kabinet besluitvorming over de gevraagde missiesubsidieverhoging
pas mogelijk, zodra deze invulling meer gestalte krijgt. Tevens wil het Kabinet
de structurele financiering van MARIN bezien in samenhang met de financiering
van andere onderzoeksinstituten, waarvan in een aantal gevallen de missiesubsidie
als een hefboom blijkt te werken daar waar het gaat om het verwerven van opdrachten
uit de markt. Het Kabinet zal hierover binnenkort een adviesaanvraag aan de
Adviesraad voor Wetenschap en Technologie richten.</al>
      <al>Een eventueel besluit over de gevraagde missie subsidieverhoging zal naar
verwachting in 1997 genomen kunnen worden. </al>
      <tuskop letat="vet">6. Financiering</tuskop>
      <al>De regering heeft mede op basis van het advies van de Interdepartementale
Commissie voor Economische Structuurversterking besloten om de MARIN-investeringen
te financieren uit het Fonds Economische Structuurversterking.</al>
      <al>De financiering van de MARIN-investeringen via FES zal worden verwerkt
in de 1e suppletoire begroting 1996 van het FES naar aanleiding van de Voorjaarsnota
1996.  </al>
      <tuskop letat="vet">7. Uitvoering van het investeringsbeleid </tuskop>
      <tuskop letat="cur">7.1. Nadere toetsing</tuskop>
      <al>In de bovenomschreven hoofdlijn van beleid komt het vertrouwen tot uiting
dat met de voorgenomen investeringen en de gevraagde aanpassingen MARIN zich
zal ontwikkelen tot het beoogde maritieme centre of excellence. Dit neemt
niet weg dat deze voornemens op onderdelen nadere uitwerking behoeven. De
feitelijke besteding van de investeringen in MARIN kan, mede op grond van
talrijke opmerkingen van de geraadpleegde deskundigen, pas plaats vinden na
dat de nader uit te werken plannen getoetst zijn op praktische bruikbaarheid,
flexibele aanpasbaarheid aan veranderingen in technologie en markt, modulaire
uitbreidbaarheid en toereikende technisch wetenschappelijke toekomstgerichtheid
van de voorzieningen die te realiseren zijn. Zo zal het advies van de geraadpleegde
deskundigen worden overgenomen om de Golf- en Zeegangstank voor de Off-shore-industrie
te verdiepen tot ca. 10 m, omdat in de toekomst vraag zal ontstaan naar stromingsmetingen
op grote diepten. De toetsing is uit te voeren door nader aan te wijzen personen
uit wetenschap en industrie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij de toetsing zal de exploratie van mogelijkheden voor (grensoverschrijdende)
samenwerking tussen MARIN en instellingen in binnen- en buitenland een rol
spelen, voor zover die mogelijkheden afhangen van de inrichting van de facilitaire
en instrumentele voorzieningen. </al>
      <tuskop letat="cur">7.2. Projectmanagement</tuskop>
      <al>De bouw van de nieuwe facilitaire infrastructuur van MARIN en de ontwikkelingen
en aanpassingen van alle overige voorzieningen zullen worden begeleid door
een commissie, in te stellen door de Raad van Toezicht, van onafhankelijke,
op de praktijk georiënteerde en technisch wetenschappelijk vooraanstaande
specialisten voor kwaliteitsbewaking en project-kostenbeheersing. Bijzondere
zorg zal moeten worden besteed aan het instellen van een effectief projectmanagement
voor de realisatie van de nieuwe voorzieningen. Maatregelen zullen moeten
worden gedefinieerd voor doelmatige afstemming tussen voortgaande bedrijfsactiviteiten
van MARIN, de realisatie van de nieuwe voorzieningen, de beproeving en de
ingebruikname daarvan.</al>
      <al>MARIN zal, in overeenstemming met het projectmanagement, aan de overheid
verantwoording afleggen voor een kosteneffectieve en doelmatige besteding
van de investeringsmiddelen. </al>
      <tuskop letat="cur">7.3. Van MARIN nu tot clusterinstituut straks</tuskop>
      <al>Te onderzoeken is de wenselijkheid en mogelijkheid om een hecht programmatisch
samenwerkingsverband van MARIN met enkele andere onderzoekgroepen of instellingen
en ondernemingen te laten uitgroeien tot een sterk clusterinstituut op het
gebied van de maritieme techniek. De commissie Zandbergen stelt dat het slechts
zin heeft om in het MARIN te investeren als daarbij nadrukkelijk de ambitie
aanwezig is om er een hecht geïnstitutionaliseerd en hoogwaardig samenwerkingsverband
van te maken. In de ontwikkelingsstrategie voor de groei naar een dergelijk
samenwerkingsverband kunnen ook de mogelijkheden voor structurele, of op ad
hoc basis, samenwerking met vergelijkbare of implementeer instellingen in
het buitenland verder worden geëntameerd.</al>
      <al>MARIN heeft hiertoe reeds in overeenstemming met eerder genoemde voorwaarden,
de eerste stappen gezet.  </al>
      <tuskop letat="cur">7.4. MARIN en het onderwijs</tuskop>
      <al>Nader te onderzoeken is de vraag hoe de betekenis van MARIN voor het technisch
en nautisch beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs kan worden
gemaximaliseerd, rekening houdend met de operationele eisen waaraan MARIN
voor zijn markt moet voldoen en met de operationele en financiële omstandigheden
van te betrekken onderwijsinstellingen.  </al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v8.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v10.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>