﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24400-XIII-52/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1995-1996</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="OPmt1__2.1" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>6K2118</ordernr>
    <vergjaar>1995-1996</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>24 400 XIII</nummer>
      <naam>Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van
het ministerie van Economische Zaken (XIII) voor het jaar 1996</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>52</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>25 juni 1996</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bijgaand doe ik u voor uw informatie toekomen het <nadruk type="vet">verslag</nadruk> van
de Nederlandse delegatie naar de 20e Zitting van de Raad en de 18e Zitting
van de Permanente Comités van de Internationale Tropisch Hout Organisatie
(ITHO), Manilla (Filipijnen), 15–23 mei 1996.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Economische Zaken,</functie>
        <naam>A. van Dok-van Weele  </naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">VERSLAG VAN DE NEDERLANDSE DELEGATIE NAAR DE 20E ZITTING
VAN DE RAAD EN DE 18E ZITTING VAN DE PERMANENTE COMITÉS VAN DE INTERNATIONALE
TROPISCH HOUT ORGANISATIE (ITHO), MANILLA (FILIPIJNEN), 15–23 MEI 1996 </tuskop>
      <tuskop letat="vet">0. Inleiding</tuskop>
      <al>De Raad komt iedere zes maanden bijeen om zich te buigen over een reeks
van onderwerpen die verband houden met de internationale handel in tropisch
hout en het beheer van tropische bossen.</al>
      <al>De zitting werd geopend door de President van de Repubiek Filipijnen Fidel
V. Ramos. President Ramos ging in zijn toespraak in op het Filipijnse streven
om de ITHO Jaar-2000-Doelstelling te realiseren en op de inspanningen om het
land duurzaam te ontwikkelen. Voorts werden toespraken gehouden door de Ghanese
Minister van Land- en Bosbouw Dr. K. Adjei, de Vice-Minister van Bosbouw van
Papua Nieuw-Guinea en de Uitvoerend Directeur (UD) van de ITHO Dr. B.C.Y.
Freezailah.</al>
      <al>De zitting werd geïnspireerd door een binnen de organisatie nog niet
eerder vertoond streven naar efficiency en transparantie van de zijde van
de nieuwe voorzitter, de heer Don Wijewardana (Nieuw-Zeeland). De nieuwe werkwijze
(vergaderschema, informele sessies, transparantie in het besluitvormingsproces)
was met name een handreiking naar de consumentenlanden die aanstoot hebben
genomen aan de inefficiency en ineffectiviteit van de laatste zittingen.</al>
      <al>Als afsluiting van een open onderhandelingsproces nam de Raad een achttal
besluiten. De belangrijkste besluiten hebben betrekking op de evaluatie van
de voortgang terzake van de Jaar-2000-Doelstelling van de organisatie, verbetering
van de samenwerking tussen ITHO en CITES, de inwerkingtreding van de Internationale
Tropisch Hout Overeenkomst (ITTA, 1994) en certificering.</al>
      <al>Daarnaast werd via bespreking in informele sessies voortgang geboekt met
betrekking tot gevoelig liggende onderwerpen met brede implicaties als vergroting
van de efficiency en effectiviteit van de organisatie alsmede unilaterale
handelsmaatregelen en verbetering van de markttoegang voor tropisch hout.
Tijdens de volgende zitting zal over deze onderwerpen verder worden gesproken
en wellicht ook besluitvorming plaatsvinden.</al>
      <al>Voorts werden twee studies op het gebied van certificering van bos en
hout(producten) gepresenteerd en werd mondeling verslag gedaan van de voortgang
inzake de ITHO-missie naar Bolivia.</al>
      <al>Tenslotte vond de jaarlijkse marktdiscussie plaats tussen vertegenwoordigers
van handel en industrie over een actueel thema.</al>
      <al>Nederland heeft constructief kunnen bijdragen aan het voorspoedige verloop
van de zitting. Ondanks deze positieve ontwikkelingen toonde een groot aantal
consumentenlanden zich niettemin wederom ontevreden over de efficiency en
effectiviteit van de organisatie en stelden zij vragen bij de rol en positie
van de organisatie in het licht van de zich voltrekkende verbreding van de
internationale discussie van hout naar bos en van tropische bossen naar alle
bossen.</al>
      <al>De zitting werd bijgewoond door 43 van de 53 ledenlanden, de Europese
Unie en 20 waarnemers, waaronder enkele niet-ledenlanden, VN-organisaties
en NGO's. </al>
      <tuskop letat="vet">1. Raadsbesluiten<voetref refid="v2.1" nr="1"></voetref></tuskop>
      <al>De Raad nam de volgende besluiten:</al>
      <al>– Decision 1(XX) Projects and Pre-Projects (zie bijlage 1);</al>
      <al>– Decision 2(XX) Entry into Force of the International Tropical
Timber Agreement, 1994 (zie bijlage 2);</al>
      <al>– Decision 3(XX) Strengthening the Project Cycle (zie bijlage 3); </al>
      <al>– Decision 4(XX) Update of Study on Certification of all internationally
traded Timber and Timber Products (zie bijlage 4);</al>
      <al>– Decision 5(XX) ITTO Participation in Country sponsored Initiatives
related to the Inter-governmental Panel on Forests (IPF) (zie bijlage 5);</al>
      <al>– Decision 6(XX) Management of the Administrative Budget for 1996
(zie bijlage 6);</al>
      <al>– Decision 7(XX) Cooperation between ITTO and CITES (zie bijlage
7);</al>
      <al>– Decision 8(XX) Mid-Term Review of Progress towards the Achievement
of the Year 2000 Objective (zie bijlage 8). </al>
      <tuskop letat="vet">2. Mid-Term Review</tuskop>
      <al>De evaluatie («mid-term review») van voortgang door ledenlanden
richting de Jaar-2000-Doelstelling (d.w.z. het streven naar de realisering
van de internationale handel in tropisch hout uit duurzaam beheerde bronnen
per het jaar 2000) die de vorige zitting een aanvang had genomen, was ditmaal
wederom een belangrijk aandachtspunt.</al>
      <al>De evaluatie resulteerde na een intensief onderhandelingsproces in de
voorzittersgroep in een besluit van de Raad (8 (XX)) met de volgende belangrijkste
elementen:</al>
      <al>– de producentenlanden worden aangemoedigd om in aanvulling op bestaand(e)
nationa(a)l(e) wet- en regelgeving en beleid, voort te gaan met de ontwikkeling
van nationale strategiën ter realisering van de Jaar-2000-Doelstelling;</al>
      <al>– de producentenlanden worden verzocht eind september dit jaar schattingen
aan de Raad voor te leggen van de behoeften en kosten in verband met de realisering
van de Jaar-2000-Doelstelling;</al>
      <al>– een expert panel zal deze schattingen beoordelen, aanbevelingen
doen voor het mobiliseren van de benodigde middelen en rapporteren aan de
volgende zitting van de Raad;</al>
      <al>– de Raad zal het rapport van het expert panel tijdens de volgende
zitting bespreken en eventueel noodzakelijk geachte aanvullende maatregelen
overwegen teneinde de Jaar-2000-Doelstelling te bevorderen. </al>
      <al>De Raad heeft besloten een bespreking en mogelijk besluit over de eventuele
noodzaak tot het verder ontwikkelen van voorbeelden van indicatoren van duurzaam
bosbeheer zoals vervat in de «Criteria for the Measurement of Sustainable
Tropical Forest Management» tot de volgende zitting uit te stellen.
Met de verdere ontwikkeling wordt beoogd de indicatoren bruikbaarder te maken
en ze facilitair te maken voor het meten en monitoren van voortgang richting
de realisering van de Jaar-2000-Doelstelling alsook voor het schatten van
de benodigde middelen. In zijn openingsspeech had de UD voorgesteld om de
criteria en indicatoren via een uitgewerkte, gefaseerde aanpak aan te passen
teneinde een brug te slaan tussen hoge aspiraties enerzijds en practische
ervaring met wat haalbaar is anderzijds. </al>
      <tuskop letat="vet">3. Internationale Overeenkomst inzake Tropisch Hout, 1994 </tuskop>
      <tuskop letat="cur">3.1 Inwerkingtreding</tuskop>
      <al>In januari 1994 is de tekst van de Internationale Overeenkomst inzake
Tropisch Hout (ITTA, 1994) met bijlagen als opvolger van het verdrag uit 1983
vastgesteld. Deze zitting heeft de Raad de UD gemachtigd om de SG UNCTAD te
verzoeken tot het bijeenroepen van een conferentie op enigerlei tijdstip gedurende
de derde zitting van het Intergoevernementeel Bossenpanel (IPF) van de VN
Commissie voor Duurzame Ontwikkeling (CSD) (Genève, 9–20 september
1996), teneinde te bevorderen dat de ITTA, 1994 op 1 januari 1997 in werking
zal treden (Besluit 2(XX)). Deze datum is gekozen vanwege het
10-jarig bestaan van de organisatie in 1997 en de aanvang van het nieuwe fiscale
jaar per 1 januari 1997.</al>
      <al>Nederland en Duitsland zijn medio 1995 reeds tot ondertekening en voorlopige
toepassing van het nieuwe verdrag overgegaan. De EU en de overige Lid-Staten
hebben dit voorbeeld begin mei 1996 gevolgd. De nationale ratificatieprocedure
terzake van de ITTA, 1994 loopt momenteel en het streven is gericht op afronding
daarvan voor eind 1996. </al>
      <tuskop letat="cur">3.2 Efficiency en effectiviteit</tuskop>
      <al>Door een aantal consumentenlanden was en marge van de vorige zitting informeel
al enig denkwerk en discussie besteed aan een verbetering van de algemene
efficiency en effectiviteit van de organisatie. De consumentenlanden zijn
in toenemende mate ontevreden over de structuur en het functioneren van de
organisatie en stellen vragen bij de rol en positie van de organisatie in
het licht van de zich voltrekkende verbreding van de internationale discussie
van hout naar bos en van tropische bossen naar alle bossen. Zij zijn van mening
dat de inwerkingtreding van de ITTA, 1994 de gelegenheid biedt en een noodzaak
inhoudt voor een gedegen renovatie van de organisatie.</al>
      <al>De Raad nam de vorige zitting op voorstel van de consumentenlanden Besluit
4(XIX) aan waarbij werd bepaald dat tijdens de eerstvolgende zitting een discussie
zou dienen plaats te vinden over de implicaties van de inwerkingtreding van
de ITTA, 1994. Als basis voor de discussie zou een rapport van de UD moeten
dienen over het management van het werk van het Secretariaat, de Raad en de
Permanente Comité's waarin zou worden voortgebouwd op de ervaring opgedaan
onder het huidige verdrag (ITTA, 1983) en aanbevelingen zouden worden gedaan
voor noodzakelijke veranderingen in het licht van de ITTA, 1994. Het nieuwe
verdrag brengt namelijk nieuwe taken voor de organisatie met zich mee en zal
daarnaast een nieuwe prioriteitstelling ten aanzien van bestaande taken inhouden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In zijn openingsspeech gaf de UD echter aan dat hij het niet opportuun
had geacht een rapport op te stellen omdat de organisatie reeds in een voortdurend
proces van diverse reorganisaties verwikkeld is en hij een adempauze op zijn
plaats achtte. Hij was van mening dat beter eerst de uitkomsten van de lopende
reorganisaties konden worden afgewacht alvorens de Raad desgewenst tot een
nieuwe reorganisatie zou besluiten. Op die wijze zou een betere basis bestaan
om te beoordelen welke nieuwe elementen met het oog op de inwerkingtreding
van de ITTA, 1994 zouden moeten worden geïntroduceerd.</al>
      <al>De consumentenlanden waren zeer verontwaardigd over deze «openlijke
obstructie van een duidelijke en rechtstreekse opdracht van de Raad»
en verzochten de UD om een zakelijke opheldering te verschaffen over de motieven
voor zijn nalatigheid. De UD bleek hiertoe niet bereid aangezien hij naar
zijn mening reeds voldoende helderheid had verschaft in zijn speech. Teneinde
de UD tot actie te bewegen werkten de consumentenlanden als stok achter de
deur aan een concept-besluit waarin werd bepaald dat een gekwalificeerde management
consultant de UD zou moeten bijstaan bij het opstellen van het rapport waarom
door de Raad was verzocht en de ledenlanden in de gelegenheid zouden worden
gesteld om hun opvattingen over het management van de organisatie en de noodzakelijk
geachte veranderingen aan de UD kenbaar te maken. Dit concept-besluit zou
later op instigatie van de UD worden getroffen door een blokkade van de producentenlanden
(zie 6. hierna).</al>
      <al>In reactie op de druk die door de consumentenlanden op hem werd uitgeoefend,
gaf de UD uiteindelijk een voorlopige uiteenzetting over nieuwe elementen
die verband houden met de inwerkingtreding van de ITTA, 1994 en deed hij de
toezegging een alomvattend rapport op te stellen ten behoeve van
discussie en besluitvorming door de Raad tijdens de volgende zitting. De UD
zal bij het opstellen van het rapport worden bijgestaan door een kleine groep
van de meest betrokken ledenlanden. Zij zullen voor dit doel tussentijds door
de UD op de zetel van de organisatie worden uitgenodigd. De toon voor de volgende
zitting lijkt nu reeds gezet. </al>
      <tuskop letat="cur">3.3 Projectcyclus</tuskop>
      <al>De vormgeving van deze activiteit hangt nauw samen met de inwerkingtreding
van de ITTA, 1994 en de algemene verbetering van de efficiency en effectiviteit
van de organisatie. Twee consultants ingehuurd door de UD presenteerden deze
zitting hun interim rapport over een versterking van de projectcyclus aan
de Raad. Deze verzocht de consultants om hun werkzaamheden voort te zetten
met inachtneming van het commentaar van de Raad en hun eindrapport aan de
volgende zitting te presenteren (Besluit 3(XX)). De ledenlanden hebben tot
20 juli a.s. gelegenheid om hun schriftelijke commentaar aan de UD toe te
sturen. De vergadering van het Expert Panel for Technical Appraisal of Project
Proposals in augustus a.s. zal met twee dagen worden verlengd teneinde het
panel in de gelegenheid te stellen om opties te ontwikkelen en uit te werken
voor een versterking van de projectcyclus en deze te bespreken met de consultants. </al>
      <tuskop letat="vet">4. CITES</tuskop>
      <al>De Raad zette ook deze zitting met het zich voortslepende debat over de
relatie tussen de ITHO en de Convention on International Trade in Endangered
Species of Flora and Fauna (CITES) voort. De producentenlanden wensten wederom
uiting te geven aan hun verontrusting over het plaatsen van een mahoniesoort
op Appendix III (verplichting tot registratie van internationale handel) van
CITES op voorstel van Costa Rica. Ook de CITES Plants Officer was weer aanwezig
om waar nodig nadere uitleg en raad te geven.</al>
      <al>Met de bedoeling om de verhouding met de producentenlanden te verbeteren
en in de hoop een eind te kunnen maken aan het debat waren de consumentenlanden
ditmaal bereid om een constructieve houding in te nemen ten aanzien van een
mogelijk besluit inzake CITES.</al>
      <al>Na intensieve onderhandeling in de voorzittersgroep besloot de Raad (Besluit
7(XX)) dat de UD zorg dient te dragen voor een effectieve participatie van
de ITHO in de tijdelijk ingestelde CITES Timber Working Group (TWG). De TWG
kijkt naar de practische en technische aangelegenheden in verband met de implementatie
van CITES voor houtsoorten en zal terzake aanbevelingen doen aan de 10e CITES
Conferentie van Partijen. De bijdrage van de ITHO aan de TWG dient met name
gericht te zijn op het benadrukken van het belang van commercieel verhandelde
tropische houtsoorten voor de economische ontwikkeling van de tropisch houtproducerende
landen en van de noodzaak om obstakels voor de internationale handel in tropisch
hout te voorkomen. </al>
      <tuskop letat="vet">5. Certificering</tuskop>
      <al>Twee studies over het certificeren en keurmerken van duurzaam geproduceerd
hout werden gepresenteerd aan de Raad. Het betrof enerzijds een studie naar
markten en marktsegmenten voor gecertificeerd(e) hout(producten) en anderzijds
een algemene studie naar ontwikkelingen in de formulering en implementatie
van certificatieschema's voor alle internationaal verhandelde hout(producten).</al>
      <al>In het eerste rapport werd geconcludeerd dat er slechts een zeer beperkte
markt voor gecertificeerd(e) hout(producten) is die zich slechts marginaal
zal ontwikkelen en dat de markt in het algemeen niet bereid is om een premie
voor duurzaam geproduceerd hout te betalen. Het rapport werd sterk
bekritiseerd vanwege de slechte kwaliteit en geringe onderbouwing. Derhalve
werd besloten om het slechts in zeer beperkte kring te distribueren.</al>
      <al>Voor het tweede rapport bestond alom waardering. Het werd algemeen beschouwd
als een critisch en constructief rapport dat beoogt een bijdrage te leveren
aan een effectieve implementatie van certificering. In het rapport wordt certificering
onder meer omschreven als een aangelegenheid die de Noord-Zuid tegenstelling
overstijgt en mondiaal van aard is. De opstellers waren van mening dat het
rapport slechts voorlopige bevindingen kon betreffen aangezien nog slechts
zeer weinig betrouwbare informatie voorhanden is en feiten en meningen maar
moeilijk te onderscheiden zijn.</al>
      <al>In de algemene discussie naar aanleiding van de presentatie van dit rapport
werd onder meer gewezen op de comparatieve voordelen van hout uit gematigde
streken ten opzichte van tropisch hout, de toepasselijkheid van initiatieven
door de industrie (ISO) respectievelijk de milieubeweging (FSC), de relevantie
van certificering voor locale markten, het belang van tracering van hout(producten)
door de gehele keten van 'zand tot klant', de kwetsbare positie van kleine
en middelgrote bosbedrijven en het kostenaspect.</al>
      <al>Hoewel veel ledenlanden geen directe rol voor de organisatie inzake certificering
zien weggelegd, werd besloten om de ontwikkelingen op dit gebied te blijven
volgen. De Raad verzocht de UD om twee consultants te contracteren teneinde
een alomvattend geactualiseerd rapport over certificering van alle hout(producten)
aan de 23e zitting van de Raad (Yokohama, november 1997) voor te leggen (Besluit
4(XX)). </al>
      <tuskop letat="vet">6. Unilaterale handelsmaatregelen en markttoegang</tuskop>
      <al>Tijdens de vorige vergadering vond een confrontatie tussen producenten-
en consumenten-landen plaats over de zogenoemde unilaterale acties van consumentenlanden
op alle overheidsniveau's gericht op een beperking of verbod van de internationale
handel in tropisch hout. De producentenlanden wilden toen via een besluit
van de Raad uiting geven aan hun verontrusting over die acties vanwege de
teruglopende inkomsten uit de internationale handel in hout die daarvan het
gevolg zijn. Deze inkomsten zijn dringend benodigd voor de financiering van
de totstandbrenging van duurzaam bosbeheer. De consumentenlanden gaven echter
aan dat zo'n besluit voor hen niet aanvaardbaar was. Het concept-besluit werd
ditmaal wederom door de producenten op tafel gelegd en door de consumenten
geblokkeerd.</al>
      <al>Om de impasse te doorbreken en het onderwerp bespreekbaar te maken belegde
de voorzitter een informele sessie. Ter inleiding van de discussie werden
door Maleisië en Nederland presentaties gehouden van de respectieve standpunten
van de producenten- en de consumentenlanden. Van producentenzijde werd onder
andere gewezen op de immense behoefte aan financiële middelen voor de
totstandbrenging van duurzaam bosbeheer in zijn volle omvang, het grote belang
dat zij hechten aan handel boven ontwikkelingssamenwerking («more trade
than aid») ten behoeve van een zelfstandige ontwikkeling en op de verplichtingen
die uit de WTO voor de gehele overheid voortvloeien. Van consumentenzijde
werd erop gewezen dat de problemen van de producentenlanden worden onderkend,
de consumentenboycots de aandacht van de centrale overheden hebben maar dat
geen juridische middelen ter beschikking staan om regulerend op te treden,
een eventueel noodzakelijk geachte verandering in de houding van de lagere
overheden beter via de constructieve weg van voorlichting en dialoog tot stand
kan worden gebracht en tenslotte dat de producentenlanden zelf in dit verband
een substantiële bijdrage kunnen leveren door tijdig duurzaam geproduceerd
tropisch hout in voldoende hoeveelheden op de internationale markt aan te
bieden.</al>
      <al>De inleidingen en discussie hebben zeker bijgedragen aan een beter inzicht
in de achtergronden van de wederzijdse standpunten. Niettemin zijn de standpunten
ver uiteen blijven liggen en zal tijdens de volgende zitting verdere discussie
nodig zijn om het onderwerp in een beter perspectief te kunnen plaatsen en
meer gebalanceerd te kunnen presenteren.</al>
      <al>De producentenlanden zullen alsdan echter zonder twijfel zeer grote druk
uitoefenen om tot besluitvorming door de Raad te komen, zonodig ten koste
van besluitvorming over onderwerpen waaraan door de consumentenlanden groot
belang wordt gehecht.</al>
      <al>Zo werd de blokkade van de consumentenlanden op het concept-besluit van
de producenten-landen deze zitting al – ondanks de constructieve houding
van de consumentenlanden inzake het CITES-besluit – beantwoord met een
blokkade van een concept-besluit van de consumentenlanden inzake vergroting
van de efficiency en effectiviteit van de organisatie. </al>
      <tuskop letat="vet">7. Missie naar Bolivia</tuskop>
      <al>De leider van de ITHO-missie naar Bolivia ter bevordering van duurzaam
bosbeheer in dat land, Dr. Kenneth F. King (Ghana), heeft mondeling verslag
gedaan van de nog voorlopige bevindingen van de missie. Het schriftelijke
eindverslag zal medio augustus gereed zijn en worden voorgelegd aan de zitting
van de Raad in november dit najaar.</al>
      <al>De missie trekt onder meer de tentatieve conclusie dat de bossector een
belangrijke rol kan spelen in de sociaal-economische ontwikkeling van het
land en beveelt aan om boswetgeving, -beleid en een industrieplan op te stellen
alsmede een bosdienst op te zetten. De bosgebieden van Bolivia dienen in kaart
te worden gebracht en onder te worden verdeeld in gebieden die in aanmerking
komen voor exploitatie resp. bescherming. De Boliviaanse overheid heeft reeds
enkele van de voorlopige conclusies en aanbevelingen overgenomen. </al>
      <tuskop letat="vet">8. Jaarlijkse marktdiscussie</tuskop>
      <al>De jaarlijkse marktdiscussie had dit jaar als thema 'Changing Trade Flows
in the Light of Sustainable Tropical Forest Management'. Voor de eerste keer
werd de discussie georganiseerd en voorgezeten door vertegenwoordigers van
de handel en industrie, dit uit onvrede over de inzet van het Secretariaat
bij voorgaande gelegenheden. Inleidingen over het thema werden gehouden door
sprekers uit Brazilië, Filipijnen, Ghana, Japan, Nederland en de Verenigde
Staten. De heer A. Stoit, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Houtondernemingen
(VVNH), belichtte het thema vanuit het Europese perspectief.</al>
      <al>De algemene uitkomst van de discussie was dat duurzaam bosbeheer slechts
een van de vele factoren van variërend belang is die gezamenlijk van
invloed zijn op de internationale handel. Als belangrijkste ontwikkeling in
de huidige internationale handel in tropisch hout werd genoemd de snelle opkomst
van Aziatische landen anders dan Japan als belangrijkste importeurs van alle
soorten hout en als belangrijkste spelers in boskapactiviteiten in de resterende
tropische bossen op de wereld. Deze ontwikkeling biedt enerzijds nieuwe kansen
maar houdt zeker ook grote risico's in. Een andere belangrijke ontwikkeling
is die met betrekking tot plantages. Zij nemen gestaag in aantal toe en worden
steeds belangrijker als basis voor de houtproductie. Tenslotte werd opgemerkt
dat voor producentenlanden de toekomst van de handel in tropisch hout ligt
in het vervaardigen van producten met toegevoegde waarde.  </al>
      <tuskop letat="vet">9. Permanente comités </tuskop>
      <tuskop letat="cur">9.1 Algemeen</tuskop>
      <al>Zoals gebruikelijk vergaderden de permanente comite's simultaan en vond
discussie plaats over het projectprogramma van de organisatie. Deze zitting
werden 14 nieuwe projecten en 8 nieuwe pre-projecten goedgekeurd en besloten
tot het bijeenroepen van het 12e Expert Panel for Technical Appraisal of Project
Proposals (Besluit 1(XX)). Nederland heeft voor een periode van 2 jaar zitting
in dit panel.</al>
      <al>Opvallend was de geringe kwaliteit van de ingediende voorstellen. Het
Expert Panel heeft aanbevolen om projectvoorstellen meer te richten op activiteiten
die een concrete bijdrage leveren aan de realisering van de Jaar-2000-Doelstelling
en kritisch te kijken naar voorstellen die liggen op de rand van het mandaat
van de organisatie. Daarnaast heeft het panel gewezen op het belang dat projecten
ook na beëindiging van financiering in ITHO-kader levensvatbaar zijn. </al>
      <tuskop letat="cur">9.2 Permanent Comité voor Marktinformatie (PCM)</tuskop>
      <al>Verslag werd gedaan van de voortgang van een pré-project inzake
de evaluatie en verbetering van de statistische functies en netwerken van
de organisatie (PPD 12/95 Rev.2 (M)). Voor de uitvoering ervan is een technische
werkgroep ingesteld waaraan door een Nederlandse expert wordt deelgenomen.
De werkgroep heeft ten doel het opstellen van een rapport ter voorlegging
aan de volgende zitting van de Raad in november dit jaar. De Raad zal dan
de preciese rol van de organisatie op genoemd gebied dienen vast te stellen
binnen het mandaat van de ITTA, 1994 en die van andere internationale organisaties
alsmede binnen het beschikbare budget. Gewezen werd op het belang om afdoende
participatie (direct danwel indirect) van de handel en de milieubeweging in
de tweede en tevens laatste vergadering van de werkgroep in juni dit jaar
te verzekeren De vierde fase van het Nederlandse project PD50/94 (M,I) Selection
and Introduction of Lesser-known and Lesser-used Species for Specific End-uses
zal na deze zitting van de projectenlijst worden afgevoerd als gevolg van
een onvoldoende financiële dekking.</al>
      <al>De behandeling van een derde herziene versie van project PD 1/95 Rev.2
(M) Training Development on Assessment of Sustainable Forest Management in
Indonesia (Indonesia) zal tijdens de volgende zitting plaatsvinden. Het Indonesische
Ecolabelling Instituut (LEI) heeft reeds nationale criteria en indicatoren
voor duurzaam bosbeheer op basis van de ITHO-criteria opgesteld. Doel van
het project is de totstandkoming van duurzaam bosbeheer in Indonesië
te versnellen door de implementatie van een certificatieschema. Van Nederlandse
zijde is in een eerder stadium reeds belangstelling getoond om het project
mede te financieren. </al>
      <tuskop letat="cur">9.3 Permanent Comité voor Herbebossing en Bosbeheer
(PCF)</tuskop>
      <al>Het comité heeft aandacht besteed aan de voortgang van 54 projecten
en 12 pré-projecten in uitvoering, de eindrapporten van 6 voltooide
(pré-)projecten en aan voorstellen voor 7 nieuwe projecten en 5 nieuwe
pré-projecten.</al>
      <al>Een punt van zorg is dat een groot aantal projecten niet binnen de oorspronkelijk
getelde termijn wordt afgerond. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te
wijzen. Daarnaast is het laten doorstromen van ervaringen opgedaan in de vele
projecten naar andere landen en regio's en (beleids-)niveaus een probleem
waarvoor nog geen oplossing in zicht is.</al>
      <al>Het comité heeft een herziene versie besproken van PPD 6/93 Rev.1
(F) inzake de ontwikkeling van richtlijnen voor de bescherming van tropische bossen tegen vuur en besloten tot verlenging van het pré-project
teneinde de concept-richtlijnen af te ronden. Nederland was een van de landen
die commentaar had geleverd op het oorspronkelijke voorstel.</al>
      <al>De discussie terzake van PPD 12/93 (F) inzake biotechnologie en bevordering
van duurzame productie van tropisch hout is vervolgd. Het comité deed
een oproep om indiening van soortgelijke projecten te bevorderen vanwege de
positieve bijdrage die biotechnologie aan de verbetering van het bosbeheer
kan leveren. </al>
      <tuskop letat="cur">9.4 Permanent Comité voor Bosbouw Industrie (PCI)</tuskop>
      <al>Het comité heeft besloten tot verlenging van PD 1/93 Rev. 1 (M,F,I)
«ITTO Fellowship Programme – Phase II» met een jaar. Doelstelling
van het project is het bevorderen van de ontwikkeling van opleiding en institutionele
versterking van de bosbouwsector in producentenlanden. Onder dit project zijn
reeds 145 fellowships verstrekt aan ontvangers in 23 ledenlanden. Het comité
sprak zijn vertrouwen uit over het project als effectief middel om training,
overdracht van technologie en samenwerking tussen ledenlanden tot stand te
brengen. </al>
      <tuskop letat="vet">10. Financiële aangelegenheden </tuskop>
      <tuskop letat="cur">10.1 Administratief budget</tuskop>
      <al>De Raad verleende de UD toestemming om USD 200 000,- van het werkkapitaal
naar de lopende rekening over te schrijven om een verwacht tekort op de begroting
van het lopende jaar voor de implementatie van het werkprogramma van de organisatie
op te vangen (Besluit 6(XX)). Het voorziene tekort is het gevolg van een achterstand
in de voldoening van de contributieverplichtingen door de ledenlanden.</al>
      <al>De Raad deed een oproep aan de ledenlanden om hun achterstallige contributies
van het lopende jaar en voorafgaande jaren zo spoedig en volledig mogelijk
te voldoen. Nederland heeft zoals gebruikelijk geheel en tijdig aan zijn contributieverplichtingen
voldaan. </al>
      <tuskop letat="cur">10.2 Speciale Rekening</tuskop>
      <al>Een bedrag van USD 8,67 miljoen werd door donorlanden (i.h.b. Japan) gecommitteerd
voor de financiering van het projectprogramma van de organisatie. Ditmaal
werden door Nederland geen toezeggingen voor projectfinanciering gedaan. </al>
      <tuskop letat="vet">11. Toekomstige vergaderingen</tuskop>
      <al>– 21e zitting van de Raad, Yokohama (Japan), 13 – 20 november
1996;</al>
      <al>– 22e zitting van de Raad, Santa Cruz (Bolivia), 21 – 30 mei
1997;</al>
      <al>– 23e zitting van de Raad, Yokohama (Japan), 12 – 20 november
1997. </al>
      <tuskop letat="vet">12. Samenstelling van de delegatie</tuskop>
      <al>De Nederlandse delegatie was als volgt samengesteld:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>mr. M. Braeken (EZ/BEB/DHZ/MES) – gedelegeerde;</al>
      <al>ir. D. de Groot (LNV/IKC/NBLF) – plv. gedelegeerde;</al>
      <al>mw. drs. I. van Tol (DGIS/DIO/EP) – plv. gedelegeerde;</al>
      <witreg></witreg>
      <al>ir. E. Lammerts van Bueren (Stichting Tropenbos) – adviseur;</al>
      <al>A. Stoit (VVNH) – adviseur.</al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v2.1" nr="1">
    <al>Bijlagen 1 t/m 8 zijn ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire
Documentatie.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>