﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24165-8/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1995-1996</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="OPmt1__2.1" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>5K3252</ordernr>
    <vergjaar>1995-1996</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>24 165</nummer>
      <naam>Zeescheepvaartbeleid</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>8</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>13 november 1995</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naar aanleiding van het Nota-Overleg over de Nota Zeescheepvaart op 23
oktober 1995, heeft de Tweede Kamer op 6 november 1995 een motie aanvaard,
ingediend door de heer Klein Molenkamp cs. (motie op stuk 24 165, nr.
6), waarin wordt aangedrongen op <nadruk type="vet">verhoging van het budget voor de WSZ</nadruk>.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit budget bedraagt in beginsel 60 miljoen gulden en valt uiteen in twee
deelbudgetten: 30 miljoen voor premie, ten laste van de begroting van Verkeer
en Waterstaat en 30 miljoen voor zeescheepvaartaftrek, onder verantwoordelijkheid
van de Staatssecretaris van Financiën. </al>
      <al>Ik heb het genoegen u te kunnen mededelen dat het premiebudget zal worden
verhoogd van 30 naar 60 miljoen gulden. De dekking hiervoor is voor 12 miljoen
gulden afkomstig uit ombuigingen binnen de begroting van Verkeer en Waterstaat.
De resterende 18 miljoen zal worden gedekt uit de onderuitputting op hoofdstuk
XII. Mocht dit ontoereikend blijken, dan zal het ontbrekende bedrag worden
gedekt uit de totale onderuitputting van de rijksbegroting 1995.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tijdens het Nota-overleg op 23 oktober 1995 uitte een aantal leden hun
zorg over de positie van de groep van kapitein-eigenaren bij de uitvoering
van de WSZ en onder het nieuwe zeescheepvaartbeleid (motie op stuk 24 165,
nr. 3). Wat het laatste betreft heb ik de Kamer, conform mijn toezegging,
geïnformeerd bij brief van 30 oktober 1995. Ten aanzien van de uitvoering
van de WSZ heb ik op 23 oktober 1995 reeds uiteengezet dat de rangorde waarin
de WSZ-aanvragen worden gehonoreerd wordt vastgesteld op basis van objectieve,
aan de wet ontleende criteria. Ik heb daarbij aangegeven dat er geen reden
is te veronderstellen dat deze criteria ten nadele van de groep van kapitein-eigenaren
zouden uitwerken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Inmiddels heb ik de rangorde vastgesteld en kan ik bevestigen dat, mede
dankzij de verdubbeling van het premiebudget, een groot aantal aanvragen van
kapitein-eigenaren gehonoreerd worden. De aanvragen die op de rangorde zijn
geplaatst hebben betrekking op 92 schepen, waaronder 27 van kapitein-eigenaren.
Door de verhoging van het premie-budget kan thans voor 44 van deze schepen
WSZ-faciliteit worden toegekend waaronder 16 schepen van kapitein-eigenaren.</al>
      <al>Deze relatief gunstige uitkomst voor de groep van kapitein-eigenaren is
ten dele het gevolg van het feit dat deze reders in het algemeen een voorkeur
hebben voor premie boven aftrek, zodat zij relatief veel profijt hebben van
de verhoging van het premiebudget.</al>
      <al>Het betreft met name kapitein-eigenaren die actief zijn in de binnen-buitenvaart
omdat deze een positieve beoordeling hebben gekregen op het criterium «transport».
Voor het overige verwijs ik u naar de bijlage waarin u de toelichting op de
rangordebepaling aantreft die ook naar de aanvragende reders zal worden gezonden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ik hoop dat ik u hiermee voldoende heb geïnformeerd.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</functie>
        <naam>A. Jorritsma-Lebbink  </naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">Toelichting rangorde-advies</tuskop>
      <al>Adviescommissie structuurverbetering zeescheepvaart</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Adviescommissie Structuurverbetering Zeescheepvaart heeft de criteria
als genoemd in de Wet, in de Memorie van Toelichting en nadien in de toelichting
op de WSZ als meegestuurd met het aanvraagformulier, ingevuld en geoperationaliseerd
als hieronder op hoofdlijnen aangegeven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Overwegende dat zonder een economische band van het project met Nederland
de betekenis van de overige criteria afneemt, wordt aan het eerste criterium
de meeste waarde gehecht. Daarna volgen criterium twee, drie en vier in genoemde
volgorde. </al>
      <tuskop letat="vet">1. De mate waarin in Nederland economische activiteit
wordt gegenereerd (beheer):</tuskop>
      <al>Van belang is waar de feitelijke activiteiten zullen plaatsvinden. Het
grootste deel van de activiteiten hangt met het commerciële beheer samen
en het kleinste deel met het strategische beheer. Aanvragen die door de Adviescommissie
niet positief beoordeeld zijn op commercieel beheer, komen niet voor de maximale
totaalscore op het criterium beheer in aanmerking.</al>
      <al>Daarentegen kunnen aanvragen die door de Adviescommissie als minder goed
beoordeeld zijn op strategisch beheer, wel voor de hoogste totaalscore op
het criterium beheer in aanmerking komen. </al>
      <tuskop letat="vet">2. Blijvende bijdrage aan de in Nederland gevestigde maritieme
kennis-infrastructuur en de grotere mate waarin het structuurplan voorziet
in de aanwending van nieuwe technologieën, nieuwe logistieke concepten
en nieuwe produkt/markt-combinaties (innovatie):</tuskop>
      <al>Het innovatief gehalte van een project is zowel in technische als in bedrijfsmatige
zin bezien. Een positieve waardering voor bedrijfsmatige innovatie is gegeven
aan projecten die zich onderscheiden binnen de sector en/of een vernieuwende
uitstraling naar de sector kunnen hebben. Technische innovaties worden alleen
meegewogen voor zover er sprake is van een mate van technische innovatie die
zich duidelijk onderscheidt van het normale volgen van de trend van modernisering
in het desbetreffende marktsegment. De score op dit criterium is een resultante
van het samenspel van de economische en technische innovatieve elementen van
het project. </al>
      <tuskop letat="vet">3. Bijdrage aan de Nederlandse transport- en distributiefunctie
(transport):</tuskop>
      <al>Een positieve score op dit criterium is in de eerste plaats gegeven aan
projecten die een verschuiving bewerkstelligen van vervoer over de weg naar
vervoer over water in en om Nederland.</al>
      <al>De projecten die de grootste bijdrage leveren aan de duurzame ontwikkeling
van de Nederlandse transport- en distributiefunctie doordat zij de verkeersoverlast
en schade aan het milieu in Nederland verminderen zijn de projecten die ver
landinwaarts lading kunnen afleveren en ophalen. In mindere mate leveren ook
containerfeeders in deze zin een positieve bijdrage doordat containervervoer
over zee plaatsvindt in plaats over de weg.  </al>
      <tuskop letat="vet">4A. Overige economische bijdrage:</tuskop>
      <al>Indien op de bovenstaande criteria nog onvoldoende onderscheid gemaakt
kon worden, heeft de Adviescommissie gekeken naar de economische bijdrage
van het project aan de in Nederland gevestigde maritieme sector en de Nederlandse
kennisinfrastructuur, voor zover deze niet al bij een eerder criterium aan
de orde is geweest.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het gaat hier om:</al>
      <al>1. bijzonder effect op de scheepsbouw: hierbij dient te worden aangetekend
dat de economische bijdrage van projecten die geheel in Nederland worden gebouwd
groter is dan van projecten die geheel of gedeeltelijk in het buitenland worden
gebouwd,</al>
      <al>2. bijzonder effect op de werkgelegenheid,</al>
      <al>3. bijzonder effect op toeleveringsbedrijven,</al>
      <al>4. bijzonder effect op Nederlandse onderzoeksinstellingen. </al>
      <tuskop letat="vet">4B. Overige:</tuskop>
      <al>Tot slot heeft de Adviescommissie, indien dit noodzakelijk was, onderscheid
gemaakt op het eerdere in de vaart nemen van de schepen. </al>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>