﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24165-10/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2000-2001</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.5__2.14" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST50389</ordernr>
    <vergjaar>2000-2001</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>24 165</nummer>
      <naam>Zeescheepvaartbeleid</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>10</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 14 december 2000</datum>
      <al>De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>
heeft op 21 november 2000 overleg gevoerd met over minister Netelenbos
van Verkeer en Waterstaat over:</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– haar brief van september 2000 ten geleide van
de evaluatienota zeescheepvaartbeleid (VW-00–912);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– haar brief van 8 november 2000 inzake marktwerking
loodswezen (VW-00–1219).</nadruk>
      </al>
      <al>Van dit overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag uit. </al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissie</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Herrebrugh</nadruk> (PvdA) is blij met de goede
resultaten van het zeescheepvaartbeleid dat heeft geleid tot toename van het
aantal schepen onder de Nederlandse vlag, een verbetering van de werkgelegenheid
en meer vestigingen in de walgerelateerde sector. Er zijn slechts enkele negatieve
aspecten en voor een deel zijn die het gevolg van het succes van het beleid.
Door de toename van de activiteiten bij de zeescheepvaart, is het overschot
aan zeevarenden op de arbeidsmarkt namelijk omgeslagen in een tekort. Niet
alleen heeft dit geleid tot klachten van de sector, maar ook tot klachten
van de opleidingsinstituten. De instroom van de leerlingen is namelijk te
beperkt om in de toekomst in de behoefte aan officieren voor de Nederlandse
vloot te kunnen voorzien.</al>
      <al>De klachten hebben tot een reactie van de kant van de minister geleid
en zij heeft een wervingscampagne geïnitieerd en middelen ter beschikking
gesteld voor de uitrusting van een opleidingsschip. De keus voor dat schip
is gevallen op de Hr.Ms. van Kinsbergen, een schip van de Koninklijke marine.
De vraag is echter of dit schip vanwege zijn beperkte toerusting wel geschikt
is voor de opleiding van officieren voor de koopvaardij. Zou het niet beter
zijn binnen afzienbare tijd een nieuw opleidingsschip voor de Nederlandse
handelsvaart in de vaart te brengen, dat meer specifiek voor zijn doel is
toegerust? Daarmee zou ook tegemoet worden gekomen aan de wensen van de zeevaartscholen,
terwijl andere niet-marinesectoren, zoals de visserij, de baggerij en de natte
aannemingsbedrijven eventueel van de mogelijkheden van zo'n schip gebruik
kunnen maken.</al>
      <al>Naast de bemanningsproblematiek verdient de veiligheid van schepen aandacht. Het beleid ten aanzien van de brutoregistertonnage van schepen
heeft met name in de kleine containervaart geleid tot de bouw van ijle, ranke
vaartuigen met een vrij klein vrijboord. Waarschijnlijk heeft de instabiliteit
bij de belading al tot ongevallen geleid. Zou dit geen reden moeten zijn om
voor dit soort schepen een veiligheidsmodel op te stellen?</al>
      <al>De short sea shipping krijgt daarnaast in toenemende mate last van de
vertraging bij de overslag als gevolg van de douanecontrole. De containers
die via de deep sea shipping binnenkomen, moeten in het eerste land van aankomst
van de EU gecontroleerd worden op de inhoud. Dat leidt met name in Rotterdam
tot problemen. Twee grote containerondernemingen hebben om die reden hun activiteiten
verplaatst van Rotterdam naar Bremerhaven. Een dergelijke ontwikkeling ondergraaft
natuurlijk de mainportfunctie van Rotterdam. Op welke manier wil de minister,
eventueel in overleg met haar collega van Financiën, dit probleem oplossen?</al>
      <al>De heer Herrebrugh herinnert voorts aan het verzoek van de commissie de
overgang van het loodsdienstwezen naar een vrijemarktsysteem geordend te laten
verlopen. Inmiddels is gebleken dat daarvan in de regio noord geen sprake
is. Welke maatregelen wil de minister extra nemen om daar een ongestoorde
dienstverlening veilig te stellen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Blaauw</nadruk> (VVD) is ook tevreden met het
gevoerde zeescheepvaartbeleid, dat geresulteerd heeft in een goede positie
van de Nederlandse koopvaardij. Hij wijst er evenwel op dat de schaalvergroting
bij buitenlandse rederijen de Nederlandse positie in gevaar kan brengen en
hij pleit voor het inspelen op marktontwikkelingen. Wellicht zou ook bij de
Nederlandse zeescheepvaart sprake moeten zijn van een vorm van bundeling.
Daarnaast kan de Nederlandse koopvaardij zich sterker maken met moderne technologieën
en daarom is het van belang dat de instituten die die technologie kunnen bevorderen.
goed functioneren. Verder verdient de onderwijsproblematiek aandacht en zal
er duidelijkheid moeten komen over de financiële rechtspositie van de
maatschappijen nu per 1 januari 2001 het oude regime komt te vervallen.</al>
      <al>De heer Blaauw wijst voorts op problemen met de dienstverlening in de
regio noord. Enerzijds zijn die ontstaan doordat loodsen in verband met omscholing
onttrokken werden aan de dienstverlening en anderzijds door het vertrek van
loodsen naar een andere regio. De onderbezetting kan leiden tot wachttijden
voor de zeeschepen. De reactie van de minister wekt verbazing. In de brief
van 8 november zegt zij namelijk dat de problemen opgelost kunnen worden
door overtollige loodsen in de regio noord een werkgelegenheidsgarantie te
bieden in de regio Rijnmond. Het probleem is juist dat loodsen naar die regio
vertrekken vanwege onzekerheid over hun positie in de regio noord.</al>
      <al>De privatiseringsoperatie van het loodswezen wordt door verschillende
perikelen gekenmerkt. Allereerst is er de pensioenproblematiek. De heer Blaauw
vindt dat de oplossing daarvan ten onrechte in de tijd naar achteren wordt
geplaatst. Deze kwestie zou juist eerst opgelost moeten worden, zodat de onderhandelingen
over de verdere voortgang beter verlopen.</al>
      <al>Onrust is ontstaan doordat het loodswezen zelf niet nadrukkelijk bij de
onderhandelingen wordt betrokken. Het plan van aanpak is bijvoorbeeld wel
voor advies naar diverse instanties is gestuurd, maar niet naar het loodswezen
zelf. Het idee bestaat nu dat buiten hen om wordt beslist. De heer Blaauw
vindt dat er alles aan gedaan moet worden om het vertrouwen van de sector
in de overheid te herstellen, hetgeen mogelijk is door nadrukkelijk met de
sector zelf overleg te plegen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van den Berg</nadruk> (SGP) laat zich eveneens
positief uit over het beleid dat niet alleen de zeescheepvaart in een betere
positie heeft gebracht, maar ook de hele maritieme sector een impuls heeft
gegeven. Er zijn enkele knelpunten, zoals het onderwijs, maar
de minister meent dat voor de oplossing daarvan de reders zelf verantwoordelijk
zijn. De heer Van den Berg wijst erop dat de overheid ook een bijdrage kan
leveren, bijvoorbeeld door promoting en het bieden van fiscale faciliteiten.
Zij mag niet op haar lauweren gaan rusten, temeer niet daar Nederland voor
de internationale zeescheepvaart een gidsfunctie wil hebben. Daarom is nieuw
beleid nodig. In de nota zeescheepvaartbeleid wordt daarover weinig gezegd.
Er wordt wel verwezen naar de memorie van toelichting bij de begroting, maar
vreemd genoeg wordt daarin weer terugverwezen naar de nota.</al>
      <al>Terecht geeft die aan dat de bedrijven over moeten gaan van louter kostenconcurrentie
naar meer kwaliteitsconcurrentie. Nederland moet zich sterk maken voor het
gespecialiseerde vervoer, omdat zich daarbij juist veel mogelijkheden voordoen.
Het ligt dan ook voor de hand met het beleid de mogelijkheden van kwaliteitsverbetering
te ondersteunen, bijvoorbeeld door verbetering van de faciliteiten van de
havens. Dat kan ook de mainportfunctie van Rotterdam ten goede komen. Door
een goede overslagfunctie zou immers bereikt kunnen worden dat het vervoer
minder over de weg of het spoor hoeft plaats te vinden. Voorts blijft de veiligheid
van belang. In Europees verband wordt daar al over gesproken. Wat is de inbreng
van Nederland daarbij. Helpt de minister met het zoeken naar alternatieven
voor de scheepvaart-CV?</al>
      <al>De heer Van den Berg is teleurgesteld vanwege de perikelen bij het loodswezen.
Vertegenwoordigers van het loodswezen hebben laten weten niet voldoende te
worden betrokken bij de implementatie van beleidsvoornemens en dat hen zelfs
essentiële informatie niet is toegezonden. Wellicht schort het aan voldoende
communicatie, want hoewel de minister in haar brieven zegt nadrukkelijk bereid
te zijn overleg te plegen, schrijft de Waddenadviesraad dat van een werkelijk
en vroegtijdig overleg over de implementaties van beleidsvoornemens geen sprake
is.</al>
      <al>Ondertussen dient de continuïteit van de dienstverlening gewaarborgd
te worden. Is daarvan wel sprake? Berichten duiden erop dat van de dienstverlening
in de regio noord tot een onaanvaardbaar niveau lijkt te dalen. Er zou daar
sprake zijn van te lange wachttijden en een inadequate beloodsing. De Waddenadviesraad
spreekt zelfs van een ontmanteling van het loodswezen. Welke maatregelen wil
de minister nemen om de problemen weg te nemen? Zij heeft hierbij immers een
eigen verantwoordelijkheid en dient er mede voor te zorgen dat de overgang
naar een geprivatiseerd loodswezen ordelijk verloopt.</al>
      <al>In concept-AMvB's schijnt sprake te zijn van oplossingsrichtingen die
in de Kamer nog niet zijn behandeld. Er wordt bijvoorbeeld in een concept-AMvB
gesproken over een vrijstelling van de loodsplicht voor schepen tot 170 meter.
In de Kamer is slechts de vrijstelling voor schepen tot 100 meter aan de orde
geweest. Wat zou een dergelijke maatregel voor de regio noord betekenen?</al>
      <al>Wezenlijk voor een goede overgang van het loodwezen naar een marktgerichte
bedrijfsvoering is de oplossing van de FLO/FLP-problematiek. Wat is de stand
van zaken? Volgens de minister kan een nieuw stelsel slechts met wetgeving
worden verwezenlijkt, maar niet duidelijk is wanneer die zal worden opgesteld.
Het gevaar dreigt dat een nieuwe wet veel te lang op zich zal laten wachten,
terwijl juist de te nemen maatregelen daarop gebaseerd zouden moeten zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van der Knaap</nadruk> (CDA) sluit zich aan
bij de opmerkingen over de goede resultaten van het zeescheepvaartbeleid.
Het succes ervan heeft wel geleid tot krapte op de arbeidsmarkt en niet duidelijk
is welke maatregelen in dit verband worden genomen. Teleurgesteld is hij over
de voortgang bij het de behandeling van het dossier inzake het loodswezen.
Verder vindt hij het vreemd dat niet meer is gereageerd op de aangedragen
suggesties, bijvoorbeeld om bij de beloodsing van schepen in het Rijnmondgebied
andere tarieven te hanteren dan die welke vanwege het Scheldeverdrag zouden
moeten gelden.</al>
      <al>In de regio noord roept de nijpende situatie vragen op over de manier
waarop het overleg wordt gevoerd. Is in het algemeen niet te veel sprake van
een dictaat van de kant van het ministerie in plaats van het in overleg zoeken
naar oplossingen? Wordt de monitorcommissie het platform waar vertegenwoordigers
van de sector, inclusief die van de loodsen, de problemen oplossen? Op welke
termijn zal die commissie advies uitbrengen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Ravestein</nadruk> (D66) heeft eveneens waardering
voor het gevoerde zeescheepvaartbeleid. Zij sluit zich aan bij de vragen over
de knelpunten op de arbeidsmarkt, het verzoek om duidelijkheid van de financiële
rechtspositie van zeescheepvaartondernemingen en wijst daarnaast op enkele
punten die aandacht verdienen. In de evaluatienotitie staat dat het MKB-karakter
van de zeescheepvaart een probleem is bij het anticiperen en inspelen op de
schaalvergroting in de zeescheepvaart. Die constatering wordt niet gevolgd
door maatregelen. Bestaan er op dit punt ideeën? Op schriftelijke vragen
van GroenLinks en D66 zegt de minister niet voor aanscherping van het veiligheidsbeleid
ten aanzien van tankers te zijn, terwijl zij eerder heeft meegedeeld daar
voor te zijn. Wat is de reden voor het verschil in standpunt? Van het oorspronkelijke
plan om drie aparte opleidingen in het maritiem onderwijs te creëren
heeft de overheid afgezien. De opvatting is thans dat het maritiem onderwijs
zou moeten worden geïntegreerd in de bestaande onderwijsinstellingen.
Wat is de stand van zaken ten aanzien van dit voornemen?</al>
      <al>Mevrouw Ravestein is eveneens teleurgesteld over de laatste ontwikkelingen
met het dossier inzake het loodswezen. De Kamer hebben signalen bereikt dat
de loodsen essentiële informatie zou zijn onthouden? Is het mogelijk
dat zij die informatie veel te laat hebben gekregen? Is verbetering van de
overlegsituatie te verwachten?</al>
      <al>Zij roept partijen op er onderling uit komen.</al>
      <tuskop letat="vet">Het antwoord van de regering</tuskop>
      <al>De <nadruk type="vet">minister</nadruk> zegt blij te zijn met de waarderende
opmerkingen over het beleid en die graag te willen doorgeleiden aan de ambtenaren.
Het succes van het beleid kent, zoals door de leden is opgemerkt, het nadeel
van een grotere behoefte aan personeel op een markt die reeds door krapte
wordt gekenmerkt. Het ministerie is voornemens de sector zo positief mogelijk
in beeld te brengen om op die manier bij vooral jongeren interesse te wekken.
Er zal onder andere gewezen worden op het ICT-achtige karakter van de sector,
omdat dat tegenwoordig velen aanspreekt. Maatregelen in de sfeer van secundaire
arbeidsvoorwaarden zou een onderwerp voor de vervolgconferentie kunnen zijn.
Dergelijke maatregelen zijn echter beperkt vanwege de Europese economische
ruimte waarin gewerkt wordt.</al>
      <al>Uiteraard wordt wel het nodige gedaan op het gebied van het onderwijs.
Dit kan bevorderd worden met een speciaal opleidingsschip. Het idee om daarvoor
een schip van de Koninklijke marine te gebruiken is van de sector zelf afkomstig
en is mede ingegeven door de financiële voordelen. Het is daarom beter
eerst de ervaringen af te wachten die gebruikmaking van dit schip oplevert
alvorens te denken aan een eigen opleidingsschip van de koopvaardij.</al>
      <al>Bij Nederland maritiem land, NML, is een secretariaat gevestigd voor het
maritiem onderwijs. Dat kan er mede toe bijdragen dat er voldoende aandacht
voor dit onderwijs blijft. Daarnaast heeft een aantal rederijen initiatieven
genomen voor opleidingen. Verder is een afspraak gemaakt over een vervolgconferentie
waarmee de ontwikkelingen ook op het gebied van het onderwijs de nodige aandacht
zullen krijgen. In de Filippijnen is er een opleidingsmogelijkheid voor personeel
dat vanuit de Filippijnen op Nederlandse schepen tewerk wordt
gesteld. De opleiding op de Filippijnen gebeurt volgens Nederlandse standaarden.
Dit onderwijs is zowel voor Nederland als de Filippijnen interessant.</al>
      <al>De minister wijst er voorts op dat de sector technologisch de nodige aandacht
krijgt via het Marin, dat met het kabinetsbesluit van 1996 een investeringsimpuls
van 100 mln. heeft gekregen en waarvoor jaarlijks tot en met 2002 door het
ministerie 3 mln. wordt uitgetrokken voor de strategische onderzoeksactiviteiten
ten behoeve van de maritieme sector. Verder zijn er de fiscale faciliteiten
die indertijd de steun van Brussel hebben gekregen, maar het comparatieve
voordeel lijkt te verdwijnen doordat andere landen hetzelfde regime zijn gaan
hanteren. Nieuwe maatregelen in de fiscale sfeer zullen met name vanwege het
toezicht van de Europese Commissie moeilijk te realiseren zijn. De sector
zal daarom haar kracht door kwaliteitsverbetering moeten vergroten. Aan de
hand van een pilot voor het total quality management wordt onderzocht op welke
manier die bereikt kan worden en ook het management kan worden verbeterd.
Verder zullen de bedrijven zelf creatief moeten zijn en op marktontwikkelingen
moeten reageren. Het short seavervoer zou bevorderd kunnen worden door het
overleg met andere Europese landen hierover. Een groot deel van het transport
van goederen gebeurt al met de kustvaart, maar een toename is nog steeds mogelijk.</al>
      <al>De berichten over het wegvloeien van overslagcapaciteit naar andere Europese
havens hebben te maken met monopolieposities van bedrijven. Deze kwestie verdient
aandacht en wordt met de Rotterdamse havenautoriteiten besproken. Verder heeft
de overslag in het verleden moeilijkheden ondervonden vanwege de inklaring
in de Nederlandse havens. Er is een experiment uitgevoerd waarbij de goederen
zonder inklaring via Rotterdam naar Duitsland werden vervoerd. Thans wordt
gewerkt aan uitbreiding van het experiment, zodat de goederen zonder inklaring
naar alle EU-landen kunnen worden doorvervoerd. Na een jaar hoopt men de resultaten
van het experiment te kunnen beoordelen.</al>
      <al>De veiligheid van schepen is thans onderwerp van gesprek in IMO-kader
waarbij aandacht is voor de effecten die het aanhouden van een klein vrijboord
kan hebben. Met een klein vrijboord tracht men het gemeten tonnage laag te
houden, hetgeen weer een gevolg is van de wettelijke regels. Om oneerlijke
concurrentie te voorkomen zal daarom internationaal geopereerd moeten worden.
Hetzelfde geldt voor regels voor tankers, bijvoorbeeld ten aanzien van de
dubbelwandigheid. Recente rampen hebben de publieke opinie gemobiliseerd en
de druk op grotere veiligheid doen toenemen. Een mogelijkheid om die te verkrijgen
is het inschakelen van de grote verzekeraars. Zij kunnen de verzekering van
een schip op grond van de onveiligheid afwijzen. Nederland onderkent het belang
van een veilige zeevaart, maar stelt zich nadrukkelijk op het standpunt dat
naleving van de huidige voorschriften prioriteit moet hebben boven uitbreiding
ervan.</al>
      <al>De minister wijst er vervolgens op dat met betrekking tot de privatisering
van het loodswezen beleid is vastgesteld en dat dat beleid thans niet meer
ter discussie staat. De misverstanden die zijn ontstaan, zijn een gevolg van
de veronderstelling dat nog wel over het vastgestelde beleid zou kunnen worden
onderhandeld. Hoewel dat eventueel bijgesteld kan worden, bijvoorbeeld als
de aannames niet zouden blijken te kloppen, blijft het voornemen dat ermee
is verwoord gelden en zal dus in het loodswezen marktwerking ontstaan.</al>
      <al>Zoals reeds in het vorige overleg is afgesproken, zal een overgangstermijn
van vier jaar in acht worden genomen. Een eerste aanzet om te komen tot de
nieuwe situatie zal zijn grondslag vinden in een nog vast te stellen AMvB.
Voor het vaststellen van die AMvB is overleg gepleegd met de meest betrokken
ambtenaren. Het feit dat over die concept-AMvB eerst ambtelijk overleg is
gevoerd heeft wellicht ten onrechte de mening doen postvatten dat niet met
de sector zelf wordt gesproken. Overigens is na het vorige algemeen
overleg vijf maal met het loodswezen over de beleidsvoornemens gesproken.
Als de AMvB in concept gereed is, zal ook die aan hen worden voorgelegd.</al>
      <al>Helaas verloopt het overleg met het loodswezen over de verdere privatisering
nog moeizaam, maar de veronderstelling dat er niet mee wordt gesproken, berust
op een misverstand. De overgang naar een vrijemarktsysteem zal door een speciale
commissie worden gemonitord en in die commissie zullen het loodswezen, de
reders, de ministeries van VW, EZ, Financiën en de Havenraad zijn vertegenwoordigd.
Daarin wordt ook besproken hoe onder meer de maatregelen als verwoord in de
eerder genoemde AMvB passen in de overgangsproblematiek. Daarover leefde in
de regio noord een misverstand. Het loodswezen zelf had daar aan betrokkenen
in de scheepvaart meegedeeld dat er geen loodsplicht meer zou zijn. Dat is
echter niet conform het beleid van de overheid. Over de beloodsing dienen
namelijk afspraken met de rijkshavenmeester te worden gemaakt. Deze kwestie
is inmiddels geregeld. In de Eems zou misschien een ruimere vrijstelling kunnen
gaan gelden, bijvoorbeeld voor schepen tot 170 meter. Een definitieve beslissing
is hierover nog niet genomen.</al>
      <tuskop letat="vet">Nadere gedachtewisseling</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Herrebrugh</nadruk> (PvdA) vindt dat een monopoliepositie
bij het onderwijs is af te wijzen en daarom roept hij de minister op de opleiding
voor zeevarenden op de Filippijnen door meer instituten dan alleen STC in
Rotterdam te laten verzorgen.</al>
      <al>Verder wijst hij erop dat op grond van het uitvoeringsbesluit van de Schepenwet
de geldigheid van het vaarbevoegdheidsbewijs herkregen kan worden door met
succes een door de minister erkende cursus af te ronden. Van die mogelijkheid
wordt echter niet of nauwelijks gebruik gemaakt. Kan aan de faciliteiten voor
herintreders meer bekendheid worden gegeven?</al>
      <al>De heer Herrebrugh zegt voorts dat de privatisering van het loodswezen
in het noorden het gevaar met zich brengt dat daar het huidige niveau van
dienstverlening niet meer gehandhaafd kan worden. In het algemeen overleg
van 22 juni heeft de minister echter gezegd daaraan wel te hechten. Op welke
manier denkt zij een adequate dienstverlening te kunnen waarborgen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Blaauw</nadruk> (VVD) wijst erop dat het vorige
AO wel een stap in het proces van privatisering van het loodswezen was, maar
dat toen niet een beleid is vastgesteld. In aanmerking moet worden genomen
dat er bij de dienstverlening verschillen zijn tussen de regio's noord, IJmond,
Rijnmond en het Scheldegebied. Dat kan met zich brengen dat bij de privatisering
in het noorden een ander traject moet worden gevolgd. Waarom lost de minister
niet eerst het FLO/FLP-probleem op alvorens de marktwerking door te zetten?
Dit is namelijk een van de grootste problemen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van den Berg</nadruk> (SGP) wijst erop dat
over de inhoud van het beleid nog geen beslissingen zijn genomen. Dan kan
ook niet, omdat de nodige wetgeving waarop die beslissingen moeten worden
gebaseerd, niet gereed is. De heer Van den Berg dringt daarom aan op het tot
stand brengen van die wetgeving. Daarnaast moet gewerkt worden aan oplossing
van de pensioenproblematiek. Dat zou de overlegsfeer ten goede komen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van der Knaap</nadruk> (CDA) herinnert aan
het overleg met de Belgische autoriteiten over het Scheldeverdrag. Wat is
de stand van zaken? </al>
      <al>Hij meent ook dat bij de privatisering van het loodswezen de bottle neck
wordt gevormd door de pensioenproblematiek. Het karakter van het algemeen
overleg in juni was dat samen met de loodsen naar een oplossing zou moeten
worden gezocht en dat niet voortdurend gehamerd zou worden op vastgesteld
beleid. Hij vindt dat in die geest verder gewerkt moet worden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Ravestein</nadruk> (D66) steunt de minister
in haar voornemen eerst te streven naar handhaving van de bestaande veiligheidsvoorschriften,
maar vindt tevens dat Nederland in de Transportraad duidelijk moet maken voor
aanscherping van die voorschriften te zijn. Zij vindt verder dat het proces
van invoering van marktwerking voortgang moet vinden en dat daarbij op grond
van het vastgestelde beleid moet worden gehandeld. Gelet op het belang van
een goede dienstverlening in het noorden, dienen de problemen daar op korte
termijn te worden opgelost.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister</nadruk> antwoordt dat STC geen monopolie
heeft bij het verzorgen van het onderwijs op de Filippijnen. De positie van
STC is te danken aan de eigen inzet. Andere instituten kunnen zich in dezelfde
mate profileren als zij dat wensen.</al>
      <al>Bij het werven van personeel voor de zeescheepvaart, speelt het probleem
dat er vooral bij de ouderen weinig animo is voor lange uitzendtermijnen.
Er wordt wel gezocht naar herintreders, maar voor de desbetreffende cursussen
is weinig belangstelling. De minister is evenwel bereid hernieuwde informatieverstrekking
over de cursussen te overwegen.</al>
      <al>Zij merkt voorts op dat nadrukkelijk wordt gezocht naar een oplossing
van de pensioenproblematiek bij het loodswezen. De procesgang kan echter niet
wachten op definitieve oplossing ervan. De voorgenomen privatisering dient
namelijk voortgang te vinden. Hoewel de afspraak is dat voor de overgang naar
een geprivatiseerde loodsdienst een termijn van vier jaar zal worden aangehouden,
wil de minister in het geval de aannames niet blijken te kloppen niet rigide
handelen en de mogelijkheid van kleine bijstellingen open houden.</al>
      <al>Zij herinnert voorts aan de wens die in het vorige overleg is uitgesproken
om niet tot een kerstboom van overlegstructuren te komen. Overleg met de partijen
in Noord- en Zuid-Holland geeft aan dat een regionaal orgaan geen toegevoegde
waarde heeft voor een adequate regionalisering van het NOD-beleid. De minister
van Verkeer en Waterstaat zal de normen blijven stellen waarbinnen de rijkshavenmeesters,
na advisering van de Nautische adviesraad (NAR), zorgdragen voor de veilige
en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer. In Noord-Holland dient het
Centraal nautisch beheer Noordzeekanaal (CNB) hier nog formeel over te besluiten.
Na besluitvorming zal de Kamer over de bestuurlijke structuur in het kader
van het NOD-beleid worden geïnformeerd. Voor de regio noord is inmiddels
een oplossing gevonden voor de verschillende kwesties, zodat acute maatregelen
niet nodig zijn. Uiteraard zal de situatie daar in de monitorcommissie aan
de orde komen.</al>
      <al>De privatisering zal gefaseerd worden ingevoerd. Nadat de monitorcommissie
heeft geadviseerd, zal een besluit worden genomen over de loodsplicht voor
de diverse schepen. In 2002 worden de overige beleidsmaatregelen ingevoerd
en vanaf 2005 zou de marktwerking moeten gelden. Het wetgevingsproces
houdt gelijke tred met de gefaseerde invoering. Waar nodig zullen de wettelijke
maatregelen bij AMvB op grond van de huidige wetgeving worden genomen.</al>
      <al>Tot slot merkt de minister op dat een nieuwe overlegronde over het Scheldeverdrag
ambtelijk wordt voorbereid. De onderhandelingen zullen uiteindelijk
op politiek niveau worden afgerond. Er is geen reden om aan te nemen dat zich
complicaties zullen voordoen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>Blaauw</naam>
        <functie>De griffier van de commissie,</functie>
        <naam>Roovers</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), voorzitter, Van den Berg (SGP), Reitsma
(CDA), Biesheuvel (CDA), Rosenmöller (GroenLinks), Valk (PvdA), Van Gijzel
(PvdA), Leers (CDA), ondervoorzitter, Feenstra (PvdA), Van Heemst (PvdA),
Verbugt (VVD), Giskes (D66), Stellingwerf (RPF/GPV), Klein Molekamp (VVD),
Hofstra (VVD), Wagenaar (PvdA), Van der Knaap (CDA), Ravestein (D66), Van
der Steenhoven (GroenLinks), Niederer (VVD), Van Bommel (SP), Eurlings (CDA),
Herrebrugh (PvdA), Hindriks (PvdA) en De Swart (VVD).</al>
    <al>Plv. leden: Te Veldhuis (VVD), Bakker (D66), Th. A. M. Meijer
(CDA), Stroeken (CDA), Van Gent (GroenLinks), Waalkens (PvdA), Crone (PvdA),
Atsma (CDA), Duivesteijn (PvdA), Witteveen-Hevinga (PvdA), Voûte-Droste
(VVD), Augusteijn-Esser (D66), Schutte (RPF/GPV), Geluk (VVD), Luchtenveld
(VVD), Spoelman (PvdA), Buijs (CDA), Van Walsem (D66), Vendrik (GroenLinks),
Weekers (VVD), Poppe (SP), Dankers (CDA), Depla (PvdA), Dijsselbloem (PvdA)
en Nicolaï (VVD).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>