﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24128-1/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1994-1995</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="OPmt1__2.1" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>5K0851</ordernr>
    <vergjaar>1994-1995</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>24 128</nummer>
      <naam>Het gemeenschappelijk Europees buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>1</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>30 maart 1995</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierbij vindt U de nota «Het gemeenschappelijk Europees buitenlands,
veiligheids- en defensiebeleid: naar een krachtiger extern optreden van de
Europese Unie».</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dit is de tweede van een serie nota's die de Regering aan de Tweede Kamer
doet toekomen in het kader van de voorbereiding van de Intergouvernementele
Conferentie van 1996. Gegeven de expliciete vermelding in het Verdrag van
de Europese Unie van een evaluatie van de relatie tussen EU en WEU in 1996,
in combinatie met de mogelijkheid het WEU-verdrag in 1998 op te zeggen, zal
de verdere vormgeving van het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid
van de Europese Unie in de IGC vermoedelijk hoog op de agenda staan.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Evenals bij de eerste nota («Uitbreiding van de Europese Unie: mogelijkheden
en knelpunten») heeft de Regering gekozen voor een verkennende nota.
Er worden beleidsopties geëxploreerd waarover de Regering met het Parlement
in dialoog zou willen treden. In de loop van de verdere voorbereiding van
de IGC onder het Spaanse Voorzitterschap (tweede helft 1995) zal de Regering,
ook op basis van reacties van andere Lid-Staten, tot een nadere positiebepaling
kunnen komen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Buitenlandse Zaken,</functie>
        <naam>H. A. F. M. O. van Mierlo</naam>
        <functie>De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,</functie>
        <naam>M. Patijn </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>