﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-24077-144/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2004-2005</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.8.0__3.4" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST85742</ordernr>
    <vergjaar>2004-2005</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>24 077</nummer>
      <naam>Drugbeleid</naam>
    </onderw>
    <onderw>
      <nummer>29 660</nummer>
      <naam>Zorg voor verslaafden</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>144</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 12 april 2005</datum>
      <al>De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref> en de vaste commissie voor Justitie<voetref refid="v1.2" nr="2"></voetref> hebben
op 17 maart 2005 overleg gevoerd met minister Hoogervorst van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport over:</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– brief van de Algemene Rekenkamer d.d. 16 juni
2004 ter aanbieding van het rapport «Zorg voor verslaafden» (29 660,
nr. 1);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– brief van de ministers van VWS, BZK en Justitie
d.d. 18 juni 2004 houdende standpunt op aanvullende evaluatie CCBH-behandeling
met heroïne (24 077, nr. 127);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– brief van de minister van VWS d.d. 25 juni
2004 ter aanbieding van het rapport «Verslavingszorg herijkt»
(VWS-04-875);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– brief van de minister van VWS d.d. 11 augustus
2004 inzake beantwoording vragen gesteld tijdens algemeen overleg drugbeleid
en verslavingszorg en reactie op moties Albayrak, Joldersma en Joldersma/Nawijn
(24 077, nr. 136);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– brief van de Algemene Rekenkamer inzake beantwoording
commissievragen over het rapport «Zorg voor verslaafden» (29 660,
nr. 3);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– brief van de minister van VWS d.d. 1 september
2004 inzake beantwoording commissievragen over het rapport van de Algemene
Rekenkamer «Zorg voor verslaafden» (29 660, nr. 4);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– brief van de minister van VWS d.d. 10 december
2004 inzake medicinale cannabis (24 077, nr. 140), alsmede antwoorden
op commissievragen terzake (24 077, nr. 142);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– brief van de staatssecretaris van VWS d.d.
17 december 2004 inzake plan van aanpak verloedering en overlast 2005–2007
(29 325, nr. 2);</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="vet">– brief van de minister van VWS d.d. 10 januari
2005 inzake antwoorden op vragen naar aanleiding van het algemeen overleg
drugsbeleid d.d. 30 juni 2004 (24 077/29 800- XVI, nr. 141).</nadruk>
      </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van dit overleg brengen de commissies bijgaand beknopt verslag uit.</al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissies</tuskop>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Veenendaal</nadruk> (VVD) merkt op dat drugsbeleid
en verslavingszorg iedereen aangaan. De huidige politieke trend is dat vooral
naar justitiële oplossingen wordt gezocht, zoals de Strafrechtelijke
Opvang Verslaafden (SOV) en de plaatsing in een Inrichting voor Stelselmatige
Daders (ISD-maatregel) voor verslaafde veelplegers. De motivatie voor deze
maatregelen is dat de zorg heeft gefaald en dat het tijd is voor dwang. Zorg
en dwang moeten hand in hand gaan. De probleemanalyse en de uitgangspunten
van het Plan van aanpak verloedering en overlast zijn goed. De groep van overlastgevende
zorgmijders verdient een betere en structurele aanpak. Die is er nu niet.
Het probleem is waarschijnlijk niet helemaal op te lossen, maar een goede
aanpak zal leiden tot minder overlastgevers en een betere kwaliteit van leven
voor verslaafden die overlast veroorzaken. Het is noodzakelijk om deze groep
in kaart te brengen. Er zijn harde cijfers nodig. Kan de minister daaraan
bijdragen?</al>
      <al>Een van de oorzaken van de problemen in de verslavingszorg is de uitvoering
en de controle door gemeenten. Lokale politici moeten hier meer aandacht aan
besteden. In Amsterdam zijn er bijvoorbeeld ongeveer twintig organisaties
die zich zwaar gesubsidieerd met drugsverslaafden bezighouden. Tot vijf jaar
geleden mochten deze instellingen zichzelf controleren en ging de gemeente
altijd akkoord met de jaarcijfers. Er moet meer resultaatgericht worden gewerkt.
Het is opvallend dat er in drugshulpverlening altijd nieuwe projecten worden
gestart en zelden dingen worden geschrapt. Er moet beter worden gekeken naar
wat echt nodig is en wat echt aan de behoeften voldoet.</al>
      <al>Op basis van contracten en verantwoording van de resultaten moet duidelijk
worden welke instellingen goed presteren en goed inspelen op het overheidsbeleid.
Instellingen die zich onttrekken aan het overheidsbeleid of slecht presteren,
zouden hun contract moeten verliezen. Het is van groot belang dat er prestatieafspraken
worden gemaakt. Er moet ketenregie voor zorg, wonen, werken en dagbesteding
onder verantwoordelijkheid van gemeenten worden opgezet. De gelden die vrijkomen
door het schrappen van projecten zouden volledig kunnen worden ingezet voor
het leggen van contact tussen de doelgroep en zijn omgeving en voor resocialisatie.</al>
      <al>Drugsverslaafden raken verslaafd aan hulp. De gegevensuitwisseling tussen
instellingen moet worden verbeterd. Er moet een elektronisch cliëntendossier
komen dat toegankelijk is voor alle hulpverleners en de politie. Resocialisatie
van verslaafden is een van de doelen van het beleid. Afkicken moet het streven
zijn. Iedere cliënt dient te worden begeleid naar zijn of haar eigen
persoonlijke maximale niveau van zelfredzaamheid, met een dak boven het hoofd
en een dagbesteding. Verslaafden en thuislozen zouden deel moeten nemen aan
allerlei praktische, positieve en creatieve activiteiten. De passieve dagopvang
van nu is voor niemand goed.</al>
      <al>De keten rond cliënten moet worden gesloten. Er moet worden gestreefd
naar een cliëntgestuurde benadering waarbij politie, verslavingszorg,
GG&amp;GD en maatschappelijke opvang op basis van gedeelde kennis een doorstroombeleid
vormgeven. Hierdoor krijgen verslaafden en daklozen een reële kans op
rehabilitatie. Samenwerking is hiervoor noodzakelijk. Een probleem is dat
vaak geen nazorg beschikbaar is. Dat moet onderdeel zijn van de ketenregie.
Het is van groot belang dat vrijblijvendheid in het al dan niet accepteren
van zorg zo veel mogelijk wordt uitgesloten en de vastgelegde
gedragregels door de cliënten worden gerespecteerd. Er moeten glasharde
garanties zijn dat de nazorgprojecten worden opgezet. Dat is een verantwoordelijkheid
van de samenwerkende instellingen en gemeenten. Er moet speciale aandacht
zijn voor behandeling van jongeren jonger dan 18 jaar. Voor deze groep is
nauwelijks opvang geregeld. Deze kwetsbare mensen moeten indien nodig snel
en goed kunnen worden opgenomen in een zorg- en behandeltraject.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Timmer</nadruk> (PvdA) zegt dat er nog veel
problemen zijn in de zorg voor verslaafden. In de huidige kabinetsplannen
wordt de verslavingszorg veel te gefragmenteerd benaderd. Het kabinet gaat
voorbij aan de sociale problematiek. De maatregelen zijn te veel gericht op
repressie, vastzetting, opvijzeling van het straatbeeld en overlastbestrijding.
Deze kortetermijnbenadering leidt ertoe dat het ontbreekt aan een integrale
visie van de overheid, laat staan dat een weg wordt ingeslagen naar afstemming
van de vele initiatieven in de verslavingszorg. Het project Omnizorg in Apeldoorn
is een goed voorbeeld van een integrale benadering. Dak- en thuislozen kunnen
op één locatie terecht voor een bed, een kop koffie, een shot,
een gesprek, een activiteit en voor bepaalde woonvormen.</al>
      <al>Het is van belang dat een brede zorgvisie worden opgesteld die van preventie
tot een goed nazorgtraject oplossingen biedt voor de huidige problemen. Er
moet constructief worden nagedacht over manieren waarop de overheid het beste
op uitkomsten kan sturen. Verslavingszorg is een vorm van solidariteit voor
mensen die het in de maatschappij niet hebben gered. Er moet een zorgaanbod
zijn om deze mensen lichamelijk en psychisch van begin tot eind te kunnen
bereiken en begeleiden. Het is belangrijk dat er duidelijkheid komt over de
status van verslavingszorg en deze moet zo worden aangestuurd dat er duidelijkheid
is voor alle partijen. Er moeten landelijke kaders worden opgesteld, goede
initiatieven worden uitgewisseld, duidelijke afspraken worden gemaakt en coördinatie
worden opgezet. De financieringsstromen moeten aansluiten bij de behoeften
en moeten zo optimaal mogelijk worden ingezet.</al>
      <al>In het Plan van aanpak verloedering en overlast 2005–2007 staat
dat het kabinet voornemens is om gemeenten een grotere regierol te geven.
Daarnaast wordt de financiering ondergebracht bij de Wet maatschappelijke
ondersteuning (WMO) en de Zorgverzekeringswet, waardoor deze hopelijk minder
versnipperd wordt. Wat wordt er gedaan als blijkt dat instellingen zich blijven
verschuilen achter argumenten als versnipperde financiering, privacywetgeving
en verschil in aanpak om niet tot samenwerking over te gaan? Samenwerking
moet niet vrijblijvend zijn. Veel gemeenten hebben moeite om de zorg financieel
rond te krijgen. De wethouders van de grote steden hebben de noodklok al geluid,
net als verschillende instellingen voor verslavingszorg. Het kabinet moet
gemeenten kaders verschaffen waarbinnen zij kunnen opereren.</al>
      <al>Het is teleurstellend dat de minster in reactie op het rapport van de
Algemene Rekenkamer heeft geschreven dat hij geen noodzaak ziet om een visie
te ontwikkelen over verslavingszorg omdat deze overgaat naar de WMO. Die overgang
ontslaat de rijksoverheid niet van de verplichting om kaders te scheppen.
De minister zou hierbij veel meer gebruik moeten maken van de kennis en de
ervaring van professionals in de verslavingszorg. Welke gevolgen zou het overhevelen
van de ambulante hulpverlening en korte klinische behandelingen naar de Zorgverzekeringswet
kunnen hebben? Er is toegezegd dat er overleg zou worden gevoerd met de veldpartijen
en de Algemene Rekenkamer over de aanbevelingen uit het rapport. Kan daar
al iets meer over worden gezegd? De ministers van VWS, Justitie en VROM en
zo nodig anderen moeten een visie over een integrale aanpak van de verslavingszorgproblematiek
en de financiering hiervan opstellen. Chronisch alcoholmisbruik is een onderschat
probleem. Over dit onderwerp moet verder worden gesproken bij de behandeling
van de Alcoholnota. </al>
      <al>In het rapport over versterking van de zorg binnen de verslavingszorg
uit 2002 wordt een aantal aanbevelingen gedaan over professionals binnen de
verslavingszorg. Wat is er gedaan met die aanbevelingen, zoals het academiseren
van de verslavingsgeneeskunde, het aanwijzen van opleidingsinstituten en het
ontwikkeling van een opleiding voor verslavingsgeneeskunde? Heeft hierover
al overleg met de minister van OCW plaatsgevonden? Verslavingszorg vraagt
om een structurele plaats in de opleiding van medici en andere zorgverleners.</al>
      <al>Het is belangrijk dat het experiment met het legaal verstrekken van medicinale
cannabis via apotheken en het wetenschappelijk onderzoek naar de werking van
cannabis niet mislukt. Met dit experiment kan eindelijk wetenschappelijk bewijs
worden geleverd van de therapeutische werkzaamheid van cannabis. Dat was ook
een van de doelstellingen. Het legaal verstrekken van medicinale cannabis
geeft de mogelijkheid om patiënten goed voor te lichten over de samenstelling
en de werking ervan. Daarnaast brengt het gebruik van cannabis uit coffeeshops
voor chronisch zieken risico's met zich mee. Het mislukken van dit experiment
zou een stap terug betekenen in het normaliseringsproces van softdrugs. Staat
de minister achter dit experiment? Wat is de stand van zaken van het wetenschappelijk
onderzoek? Kan de minister nog iets meer zeggen over de teler die failliet
is gegaan? Zal een besluit over dit experiment worden genomen na evaluatie
ervan?</al>
      <al>Het is goed dat het project van verstrekking van heroïne op medische
gronden is uitgebreid tot duizend plaatsen. Zijn deze plaatsen al bezet? Hoe
zit het met de financiën op lokaal niveau? Is er overeenstemming met
de minister van Justitie over de structurele middelen voor deze duizend plaatsen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Joldersma</nadruk> (CDA) heeft soms de indruk
dat het idee achter de heroïnebehandeling is dat mensen maar heroïne
moet worden gegeven omdat daardoor de criminaliteit wordt verminderd. Bij
de heroïnebehandeling moet de gezondheid van de verslaafden voorop staan.
De effecten op de vermindering van de criminaliteit moeten niet worden overschat.
Er is maar een kleine groep voor wie deze behandeling geschikt is. Het kan
niet de bedoeling zijn dat heroïne wordt verstrekt om mensen rustig te
houden. De criteria moeten niet worden verruimd.</al>
      <al>De Kamer heeft twee moties aangenomen over het uitbreiden van de doelstellingen
van de heroïnebehandeling, namelijk over het stoppen of verminderen van
het gebruik en over nazorg. Wanneer worden deze twee aanvullende doelstellingen
serieus in de behandeling opgenomen? Kunnen deze doelstellingen worden betrokken
bij de volgende evaluatie? Hoe staat het met de bezetting van de duizend beschikbare
plaatsen? Zijn er voldoende aanvragen?. Verloopt het toekennen van plaatsen
altijd volgens het plan-Paas? Hoe wordt bepaald welke gemeente een behandelkliniek
krijgt in regio's met verschillende grote steden, zoals Brabant? Is er al
gewerkt aan het invoeren van een eigen bijdrage en, zo ja, wat zijn de resultaten?
Het is redelijk om een tegenprestatie de vragen van de cliënt.</al>
      <al>Het beeld dat uit de onderzoeken over de sector verslavingszorg naar voren
komt, is verontrustend. De sector wordt niet eenduidig aangestuurd, de samenwerking
komt te weinig op gang en er moet nog veel gebeuren aan professionalisering.
Het project Resultaten Scoren levert goede resultaten op, maar er is nog veel
te verbeteren. Er zijn onvoldoende behandelmogelijkheden voor jonge cannabisgebruikers
en cocaïneverslaafden. Een ander probleem is dat de verslavingszorg alleen
mensen wil behandelen die gemotiveerd zijn. Er zou in deze sector meer moeten
worden gewerkt met rechtelijke machtigingen conform de Wet bijzondere opnemingen
in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ). De benadering in de verslavingszorg
is soms te vrijblijvend. Er zijn grote verschillen tussen instellingen. De
sector is nog in ontwikkeling. Er moet een geneeskundige opleiding komen voor
verslavingszorg. De financiering van de casemanagers is onduidelijk.
Hier moet meer duidelijkheid over komen. Er moet een overzicht worden gemaakt
van alle ontwikkelingen in de sector en de financiële regelingen die
hierop van toepassing zijn.</al>
      <al>Het blijkt dat patiënten niet tevreden zijn over de medicinale cannabis
die wordt verstrekt vanuit de apotheek en dat zij vaak uitwijken naar coffeeshops.
Dit experiment moet snel worden geëvalueerd en aan de hand daarvan moet
een beslissing worden genomen over de toekomst van ervan. In veel gemeenten
worden bewoners door de overheid overvallen met de mededeling dat er een gebruikersruimte
of een andere voorziening voor verslaafden in hun wijk zal worden gevestigd.
Mensen voelen zich hierdoor niet serieus genomen en zij maken zich zorgen.
Er is te weinig geregeld op dit terrein. Kan in overleg met de Vereniging
van Nederlandse Gemeenten (VNG) worden onderzocht of er gedrags- of omgangsregels
kunnen worden opgesteld voor dit soort voorzieningen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Van der Ham</nadruk> (D66) merkt op dat de
Algemene Rekenkamer in het rapport «Zorg voor verslaafden» zeer
kritisch is over de verslavingszorg. Er wordt geconstateerd dat er bij verslaafden
vaak sprake is van meervoudige problematiek en dat de instanties die op die
gebieden werkzaam zijn nog niet voldoende met elkaar samenwerken. Hoeveel
verslaafden zijn er in Nederland? Zou onderzoek hiernaar kunnen bijdragen
aan de mogelijkheden om meer specifiek hulp te bieden? De wachttijden in de
verslavingszorg zijn zo lang dat een kwart van de verslaafden afhaakt voordat
de behandeling is gestart. Wat wordt daaraan gedaan? Wat doet het kabinet
om het aanstellen van casemanagers te stimuleren?</al>
      <al>De Centrale Commissie Behandeling Heroïneverslaafden (CCBH) heeft
onderzoeken gedaan naar de heroïnebehandeling en de voortzetting hiervan.
De minister gaat in zijn brief van 11 augustus 2004 in op de voortzetting
van deze projecten. Het antwoord op de vraag waarom gemeenten niet zelf mogen
bepalen hoe veel behandelplaatsen zij krijgen, is nogal vaag. Kan hij hier
een uitgebreider antwoord op geven? Het lijkt erop dat er op onvoldoende gebruik
wordt gemaakt van de beschikbare voorzieningen. Wat gebeurt er op dit moment
met de 6 mln extra die voor heroïneverstrekking beschikbaar zijn gekomen?
Zijn er bestaande projecten uitgebreid en zijn er nieuwe projecten gestart?
In het amendement werd gevraagd om bij de besteding van de gelden bijzondere
aandacht te besteden aan steden die nog een verstrekkingsproject moeten starten.
Hoe wordt hieraan gehoor gegeven?</al>
      <al>Klopt het dat de duizend plaatsen nog onvoldoende zijn opgevuld en, zo
ja, wat is de oorzaak daarvan? Zit er in de eisen die door commissie-Paas
zijn opgesteld voldoende marge? Hoe worden de criteria gewogen? Moeten niet
de criteria van de commissie-Paas als uitgangspunt worden genomen bij het
bepalen van het benodigde aantal plaatsen? Wat is de ratio achter het getal
van duizend plaatsen? Voor de voortzetting van de heroïneverstrekking
is het nodig dat heroïne wordt geregistreerd als farmaceutisch product.
Wordt de deadline van juni 2005 gehaald? Er is zorg over de verslavingszorg
in Amsterdam. De stad heeft veel verslaafden en relatief weinig bedden. Het
blijkt dat Amsterdam een bedrag van 2 mln dat was toegezegd, toch niet krijgt.
Hoe kan de financiering toch rondkomen? Wat gaat de minister doen om de samenwerking
en coördinatie in de verslavingszorg te verbeteren?</al>
      <al>De stichting Patiëntenbelangen Medische Marihuana uit Rotterdam mag
geen marihuana meer verstrekken omdat de marihuana die deze stichting levert
niet onder de definitie medische cannabis valt. Dat leidt tot problemen voor
hun cliënten. Wat wil de minister doen om deze problemen op te lossen?
Er zijn veel minder gebruikers van medicinale cannabis dan bij de start van
het experiment was verwacht. Kan een onderzoek worden gedaan naar het gebruik
van medicinale cannabis? Hoe kan de controle op cannabis die via
coffeeshops wordt verkocht, worden verhoogd? Hoe kan de voorlichting aan patiënten
over de risico's van marihuana uit coffeeshops worden verbeterd? Wat is de
reactie van de minister op de uitspraken van burgemeester Leers van Maastricht
over het gedogen van cannabisverkoop?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Tonkens</nadruk> (GroenLinks) pleit voor het
legaliseren van de handel in cannabis. Wat vindt de minister hiervan? In het
drugsbeleid is er voortdurend een spanning tussen zorg en dwang of tussen
hulpverlening en repressie. Dit kabinet kiest overwegend voor meer dwang.
Dwang is soms nodig, maar dat kan alleen op basis van goede zorg en goede
hulpverlening. Alleen als er een goede hulpverleningsrelatie is, heeft dwang
in de verslavingszorg een effect. Om dwangmaatregelen te kunnen toepassen,
moet de hulpverlening dus op orde zijn. De Algemene Rekenkamer is van mening
dat dit niet het geval is. Het lukt niet om een sluitend netwerk van zorg,
werk, dagbesteding, wonen en relaties tot stand te brengen. Centrumgemeenten
slagen er onvoldoende in om hun regierol gestalte te geven. Ook in het rapport
«Verslavingszorg herijkt» staat ook dat er een betere samenhang
moet komen. De reactie van de minister op deze noodkreten over de hulpverlening
was nogal lauw. Er moet een nieuwe visie op de hulpverlening komen. Het uitgangspunt
daarbij moet zijn dat niet de gehele verslavingszorg onder de WMO kan vallen.
Een deel hoort thuis in de GGZ (geestelijke gezondheidszorg). De taken op
het gebied van drugshulpverlening moeten niet allemaal op de gemeenten worden
afgeschoven.</al>
      <al>In de brief van 17 december 2004 over overlastgevende zorgmijders
kiest het kabinet nog nadrukkelijker voor dwang. Deze mensen mijden de hulpverlening
vaak door slechte ervaringen, zoals dwangopname. Er zijn nu steeds meer vormen
van bemoeizorg mogelijk, maar deze vorm van zorg is nog een zwakke schakel.
De bemoeizorg moet structureel goed worden georganiseerd. Het kabinet zet
in op meer dwang en drang. Dat is vreemd gezien de lacunes die er nog in de
hulpverlening zijn. Drang kan uiteraard nuttig zijn, maar is alleen effectief
als de hulpverlening op orde is. Een wijziging van de Wet BOPZ zou soelaas
kunnen bieden. Gemeenten hebben onvoldoende geld om een fatsoenlijk beleid
te kunnen voeren.</al>
      <al>Er wordt snel gezegd dat er sprake is van overlast als bewoners van een
wijk bang zijn voor overlast. Deze gevoelens moeten uiteraard serieus worden
genomen, maar niet al deze angsten zijn reëel. Klinieken voor verslavingszorg
brengen niet noodzakelijkerwijs overlast met zich mee. Mevrouw Tonkens sluit
zich aan bij de vragen die door de heer Van der Ham zijn gesteld over verstrekking
van heroïne op medisch voorschrift en bij de vragen van mevrouw Timmer
over medicinale cannabis. Zij heeft de indruk dat de minister niet graag wil
dat het laatstgenoemde experiment lukt. Als een groep mensen baat heeft bij
het gebruik van medicinale cannabis, moet die beschikbaar worden gesteld.
De verslavingszorg moet worden geprofessionaliseerd. Wat is de reactie van
de minister op de brief van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie waarin
ervoor wordt gepleit om vroege interventie bij alcoholverslaving in het basispakket
op te nemen?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Kant</nadruk> (SP) verbaast zich er al jaren
over dat er wachtlijsten te zijn voor afkickklinieken. Het is vreemd dat een
verslaafde die eindelijk heeft besloten om af te kicken maanden moet wachten.
Een kwart van de mensen die op de wachtlijst staan haakt af voordat zij aan
de behandeling zijn begonnen. Dat is onacceptabel. Als iemand gemotiveerd
is, moet er onmiddellijk kunnen worden gehandeld. Dat probleem moet worden
opgelost.</al>
      <al>De indruk bestaat dat er nog steeds problemen zijn met de financiering
van het heroïneproject, zelfs voor de 300 plaatsen uit het experiment
die zijn voortgezet. Het is voor gemeenten nog steeds onduidelijk of de financiering hiervan structureel is. De minister zegt dat de heroïnebehandeling
een gewone vorm van verslavingszorg wordt. Waarom moet dit dan gebonden blijven
aan het plan-Paas? Het uitgangspunt moet zijn wat nodig is. Dat kan meer dan
duizend plaatsen zijn, maar ook minder. Wat is de reden ervan dat er nog geen
duizend plaatsen zijn gerealiseerd? Heeft dit te maken met financiering?</al>
      <al>Mensen moeten aan allerlei criteria voldoen om te kunnen deelnemen aan
een project voor verstrekking op medische indicatie. Kan er worden onderzocht
of nieuwe groepen hiervoor in aanmerking zouden moeten komen? De criteria
hoeven niet daarvoor meteen verruimd te worden. Er zouden projecten kunnen
worden opgezet waarvoor ruimtere criteria, die in overleg met deskundigen
moeten worden opgesteld, worden toegepast. Heroïneprostituees moeten
in aanmerking komen voor deelname aan heroïneprojecten. Het moet niet
worden geaccepteerd dat vrouwen die aan de grond zitten hun eigen lijf dag
in dag uit moeten prostitueren. Voor deze groep moet een apart traject worden
opgezet met heroïneverstrekking, huisvesting en hulp en begeleiding.
Veel verslaafde prostituees zitten in een vicieuze cirkel. Die moet worden
doorbroken.</al>
      <al>De toepassing van de Wet BOPZ op verslaafden is een probleem. Op basis
van het gevaarscriterium kunnen mensen met een verslaving via de Wet BOPZ
verplicht worden opgenomen. In de praktijk blijkt dit problemen op te leveren.
In Rotterdam is een project opgezet waarbij men richtlijnen heeft opgesteld
voor verbetering van de toepassing. In de regio Rotterdam wordt verslaving
in bepaalde gevallen aangemerkt als een storing der geestvermogens in de zin
van de Wet BOPZ. Dat gebeurt andere regio's nog veel te weinig. Hoe wil de
minister ervoor zorgen dat de Wet BOPZ vaker kan worden toegepast bij ernstige
verslavingsproblematiek?</al>
      <al>Mevrouw Kant sluit zich aan bij de vragen die al zijn gesteld over het
organiseren van de verslavingszorg en het opstellen van een visie. De financiering
is een probleem. Er zit nog steeds een plafond in de Algemene wet bijzondere
ziektekosten (AWBZ). Er zijn goede initiatieven op het terrein van bemoeizorg,
maar er is onvoldoende geld om deze goed te realiseren. Hoe zijn de ervaringen
met het geneesmiddel Naltrexon bij afkicken? Wat is de stand van zaken met
de toepassing ervan? Mevrouw Kant sluit zich aan bij de vragen die al zijn
gesteld over medicinale cannabis. Rotterdam heeft inmiddels de stichting Patiëntenbelangen
Medicinale Marihuana erkend als coffeeshop. Daardoor wordt het gedoogd dat
deze stichting cannabis verkoopt, maar omdat zij de marihuana medicinaal noemt
mag het alsnog niet. De stichting zou ervoor kunnen kiezen om de cannabis
niet meer als medicinaal aan te merken. Wat vindt de minister van de opvatting
van burgemeester Leers over cannabisverkoop?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister</nadruk> merkt op dat door de woordvoerders
drie hoofdpunten zijn genoemd met betrekking tot de verslavingszorg, namelijk
meer samenhang, betere afrekenbaarheid van de sector en verbetering van de
nazorg. Er is erkend dat de verslavingszorg in de afgelopen tien jaar een
enorme professionaliseringsslag heeft gemaakt. Uit internationale contacten
blijkt dat er zeer veel waardering bestaat voor de Nederlandse aanpak. Het
uitgangspunt bij de verslavingszorg is altijd de gezondheidszorg geweest en
dat krijgt internationaal steeds meer weerklank.</al>
      <al>Het is echter wel nodig dat er meer samenhang komt in het geheel. Er is
al een aantal beleidswijzigingen geformuleerd waardoor een stap in de goede
richting kan worden gezet. De financieringsstructuur en verantwoordelijkheidsstructuur
zijn veel te versnipperd. Behandeling en maatschappelijke zorg lopen veel
te veel door elkaar en er zijn te veel partijen bij betrokken. Er wordt nu
geprobeerd om die stromen te verleggen. De behandeling, waaronder die met
methadon, gaat duidelijker onder de gezondheidszorg vallen en de maatschappelijke
zorg gaat onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten vallen.
De gehele behandeling komt als onderdeel van de overheveling van de GGZ bij
de zorgverzekering terecht. De instellingen voor verslavingszorg krijgen dan
te maken met risicodragende verzekeraars die meer oog zullen hebben voor resultaatgerichtheid
van de sector. Dat is een belangrijke stap. Er is een garantie dat de zorg
geleverd blijft worden, omdat het verzekerde zorg betreft. De zorgverzekeraar
moet het leveren, maar kan wel eisen stellen aan de zorgaanbieders.</al>
      <al>De gemeenten krijgen via de WMO meer armslag om de maatschappelijke zorg
op een geïntegreerde manier te verlenen. De gelden voor openbare geestelijke
gezondheidszorg (OGGZ) worden uit de AWBZ gehaald omdat OGGZ meer maatschappelijke
begeleiding betreft dan echte zorgverlening. Deze gelden gaan naar de gemeenten
via de WMO. Er is dus sprake van een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden:
gemeenten zijn verantwoordelijk voor de maatschappelijke begeleiding en de
zorgsector voor de behandeling. Met deze operatie wordt goed voldaan aan de
aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer. Vanaf 2006 zal er een geïntegreerd
registratie- en informatie systeem zijn voor de GGZ en de verslavingszorg.
De instellingen kunnen dan de behandelingsgeschiedenis van een patiënt
zien. Over de vraag of de politie gebruik kan maken van gegevens van instellingen
is advies gevraagd aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Dit onderwerp
kan ook aan de orde komen in het algemeen overleg over maatschappelijke opvang.</al>
      <al>Er is een redelijke indruk van het aantal verslaafden. Er zijn 30 000
heroïneverslaafden, meer dan 55 000 cocaïneverslaafden en 820 000
alcoholverslaafden. De Kamer spreekt vanmiddag met de staatssecretaris over
verloedering en overlast. Het is onterecht dat er wordt gesuggereerd dat er
steeds meer wordt ingezet op repressie en dwang. In het verleden is wellicht
vrijwel uitsluitend gekeken naar behandelingen zonder dwang. Met name vanuit
de grote steden wordt nu gevraagd om meer instrumenten om de problemen te
kunnen aanpakken. De gemeentelijke zeggenschap over het aanbod van GGZ-instellingen
wordt vergroot doordat de OGGZ-middelen worden overgeheveld naar de gemeenten.
De GGZ-sector heeft toegezegd dat 2009 alle zorgmijders in beeld zullen zijn
en de helft daarvan behandeling zal zijn. Er zullen afspraken worden gemaakt
over welk deel hiervan al in 2007 kan zijn gerealiseerd. Om de druk op de
grote steden te verminderen, wil het kabinet bezien of de landelijke toegankelijkheid
van opvangvoorzieningen kan worden beperkt tot de crisisopvang. De minister
van Justitie maakt afspraken met de gemeenten over een betere aansluiting
tussen detentie en nazorg. Deze onderwerpen zullen aan de orde komen in het
algemeen overleg over maatschappelijke opvang.</al>
      <al>Over de toepassing van de Wet BOPZ bij ernstige verslavingsproblematiek
zal volgende week een algemeen overleg plaatsvinden. Er bestaat verschil van
mening over de mogelijkheden van toepassing van deze wet. Dat kan ertoe leiden
dat er in de praktijk zelfs soms binnen één stad verschillen
in aanpak bestaan. Dat is onwenselijk. Verslaving kan niet zondermeer worden
aangemerkt als psychiatrische stoornis. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie
krijgt een subsidie om weer te geven in welke gevallen de Wet BOPZ voorziet
in de mogelijkheid tot dwangopname van onder meer ernstig verslaafden. Er
zal een soort beslisboom worden opgesteld die door hulpverleners kan worden
gebruikt. Deze zou binnenkort beschikbaar moeten zijn.</al>
      <al>Er zijn problemen in het experiment met medicinale cannabis. Artsen willen
het niet voorschrijven, want zij geloven er niet in. Er is geen wetenschappelijke
onderbouwing voor de werkzaamheid van medicinale cannabis. Er is wel steeds
meer bekend over de bijwerkingen ervan, zoals psychoses. Een ander probleem
is dat de cannabis uit coffeeshops veel goedkoper is omdat er minder belasting
over betaald hoeft te worden en men niet aan strenge kwaliteitseisen hoeft
te voldoen. Hierdoor is er een probleem met de verkoop van legale
medicinale cannabis. Patiëntenorganisaties en wetenschappelijke fondsen
geven geen prioriteit aan verder onderzoek naar de medicinale werking van
cannabis. Het experiment zal binnenkort worden geëvalueerd en na de zomer
zal een beslissing worden genomen. Het ziet er echter niet goed uit voor de
toekomst van dit project. Uit dit experiment blijkt overigens ook dat het
gedogen van de productie van cannabis, zoals burgemeester Leers heeft voorgesteld,
niet veel zal opleveren. Door het heffen van belasting en kwaliteitscontrole,
zal de prijs hoger worden. De illegale productie zal hierdoor dus niet worden
teruggedrongen. De minister betwijfelt of betere voorlichting in coffeeshops
zinvol is. De stichting Patiëntenbelangen Medicinale Marihuana is inmiddels
aangemerkt als coffeeshop. Zij mag de middelen echter niet verkopen als medicinale
cannabis omdat de noodzakelijke kwaliteitscontrole ontbreekt.</al>
      <al>Het aantal van duizend plaatsen voor heroïneverstrekking op medische
gronden is gebaseerd op een schatting van de commissie-Paas. Het is van belang
dat dit proces beheersbaar blijft. Het grootste deel van de verslaafde prostituees
kan op basis van de huidige criteria in het project meedoen. Soms worden mensen
niet toegelaten op basis van bijvoorbeeld het leeftijdscriterium. Dit criterium
is er echter niet voor niets. Er zal worden vastgehouden aan de huidige criteria.
Gezien de beschikbare middelen, zullen altijd keuzes moeten worden gemaakt.
Er is geen aanvullende evaluatie van het project gepland, maar er wordt wel
continu gemonitord. Als uit die monitoring zaken naar voren komen die dringend
aandacht behoeven, zullen die worden onderzocht. De minister zal de Kamer
een brief sturen met informatie over de positie van verslaafde prostituees
in de heroïneprojecten.</al>
      <al>Bij verstrekking van heroïne op medische gronden blijft ontwenning
een doel. Ongeveer 13% van de cliënten stroomt uit naar verdere behandeling.
De resultaten van behandeling met reguliere methodes zijn 25% tot 30%, dus
dit resultaat is niet slecht gezien de zwaarte van de verslaving van de deelnemers.
Het is niet de bedoeling om mensen rustig te houden. Behandeling blijft centraal
staan. Via het amendement van de fracties van D66 en het CDA is geld vrijgemaakt
om de behandelcapaciteit uit te breiden. Het probleem is dat deze financiering
niet structureel is. Er is nu geen mogelijkheid om dit budget structureel
te maken. De mogelijkheid om een eigen bijdrage te vragen aan cliënten
van deze projecten, wordt nog onderzocht.</al>
      <al>De vestiging van gebruiksruimtes en de informatievoorziening hierover
is een kwestie van het lokale bestuur. Dat hoeft niet landelijk te worden
geregeld. Er zal altijd verzet zijn tegen vestiging van dit soort voorzieningen
in wijken, ook als mensen goed zijn geïnformeerd. De minister zal in
het reguliere overleg met de VNG vragen of de indruk bestaat dat er grote
verschillen zijn in het beleid van gemeenten en of er gemeenten zijn die hier
laks mee omgaan. De minister wacht ook met belangstelling op de informatie
die mevrouw Joldersma heeft.</al>
      <al>Casemanagers worden soms uit de ABWZ betaald en soms door gemeenten gefinancierd.
Door de stelselwijziging zal casemagement vanaf 2006 als onderdeel van
de gezondheidszorg vanuit het basispakket zorgverzekeringswet worden gefinancierd.</al>
      <al>Er zijn twee voorzieningen in Nederland voor verslaafden jonger dan 18
jaar. Het is goed om deze behandelingen gecentraliseerd vorm te geven. De
verslavingszorg ziet zichzelf als onderdeel van de GGZ in het algemeen en
heeft daarom ook niet veel behoefte aan ontwikkeling van een aparte visie
op verslavingszorg.</al>
      <al>Er is onlangs een project bevordering van verslavingsdeskundigheid gestart.
De doelen van dit project zijn het opzetten en inbedden van een module verslaving
en verslavingszorg in de studie geneeskunde en andere relevante mastersopleidingen
en het opzetten en uitvoeren van een bijscholingscurriculum deskundigheidsbevordering
op het gebied van verslaving en wetenschappelijk onderzoek. Het
experiment met snelle ontgifting met Naltrexon heeft goede resultaten laten
zien. Op grond van deze gunstige resultaten, zal worden onderzocht of deze
methode in de verslavingszorg een vaste plaats kan krijgen. Behandeling onder
narcose blijkt overigens geen toegevoegde waarde hebben.</al>
      <tuskop letat="vet">Nadere gedachtewisseling</tuskop>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Timmer</nadruk> (PvdA) is van mening dat er
wel behoefte staat aan de ontwikkeling van een visie over verslavingszorg.
Het voordeel van een visie is dat er een kader is voor gemeenten waardoor
het voor hen makkelijker is om hun regierol te vervullen. Er moet na de evaluatie
van het experiment met medicinale cannabis verder worden gesproken over dit
onderwerp. Met name in Duitsland wordt onderzoek gedaan naar een wijze waarop
de werkzame stof uit de hennepvezel kan worden gehaald zodat deze via inhalatietechnieken
kan worden toegediend. Kan hier naar worden gekeken? Het leeftijdscriterium
voor de medische behandeling met heroïne wordt te rigide gehanteerd.
Op welke termijn komt het IGZ-advies over gegevensuitwisseling beschikbaar?
Mevrouw Timmer is niet helemaal tevreden met de manier waarop wordt omgegaan
met de aanbevelingen uit het rapport van de Algemene Rekenkamer.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Joldersma</nadruk> (CDA) merkt op dat de verslavingszorg
een sector in ontwikkeling is die aandacht behoeft. Er hoeft geen visie op
de verslavingszorg te worden ontwikkeld, maar het is wel verstandig om een
aantal zaken dat hierop betrekking heeft in samenhang te bespreken in de Kamer.
Er moet zicht komen op de wijze waarop de stelselherziening zal uitpakken.
In deze bespreking kan het project Resultaten Scoren ook worden besproken
omdat dat project dit jaar afloopt. Het zou handig zijn als voor de behandeling
van de begroting bekend is hoe het ervoor staat met Resultaten Scoren om te
bezien of hier een vervolg aan moet worden gegeven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Tonkens</nadruk> (GroenLinks) zegt dat uit
de problemen die worden aangedragen door gemeenten blijkt dat zij niet verlegen
zitten om meer dwang. Het grote probleem is dat de hulpverlening niet goed
is geregeld. Als dat het geval is, is toepassing van dwang problematisch.
De minister gaat daaraan voorbij. De vraag is of de samenhang wordt bevorderd
door wijziging van de financiering. Wat is de relatie tussen financiering
en samenhang? Er moet een visie op de verslavingszorg worden opgesteld. Wanneer
informeert de minister de Kamer over de positie van verslaafde prostituees
binnen de heroïneprojecten?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mevrouw <nadruk type="vet">Kant</nadruk> (SP) is blij met de uitspraken
van de minister over de beoordeling van verslaving in het kader van de Wet
BOPZ. Ontvangt de Kamer voor het algemeen overleg hierover nog een reactie
op de werkwijze die in Rotterdam wordt gehanteerd? Het is teleurstellend dat
de minister weinig enthousiast was over het voorstel om een apart project
op te zetten voor verslaafde prostituees binnen de heroïneprojecten.
Het gebrek aan middelen zou geen reden mogen zijn om deze groep geen aparte
status te geven. Kan de minister nog iets zeggen over de tekorten bij de bemoeizorg
en over de wachtlijsten bij afkickcentra?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De <nadruk type="vet">minister</nadruk> zegt dat er al op verschillende
terreinen, zoals de Wet BOPZ, de heroïnebehandeling en de WMO, visies
zijn ontwikkeld. Het is een goede suggestie om aan het eind van het jaar een
overzicht te geven van de stand van zaken op de verschillende terreinen. Wellicht
kan hierin ook de samenhang duidelijker zichtbaar worden gemaakt. Dit onderwerp
komt ook aan de orde in het algemeen overleg over maatschappelijke opvang. </al>
      <al>Over medicinale cannabis zal verder worden gesproken naar aanleiding van
de evaluatie van het experiment. De minister zal de Kamer informeren over
de positie van heroïneprostituees binnen de heroïneprojecten. De
Kamer zal worden geïnformeerd over op welke termijn het advies van de
IGZ over gegevensuitwisseling beschikbaar is. De staatssecretaris is in overleg
met de grote steden over de tekorten in de verslavingszorg.</al>
      <al>De wachtlijsten voor afkickbehandelingen zijn korter dan die voor de reguliere
GGZ. De wachtlijsten kunnen niet van de ene op de andere dag worden opgelost.
Overigens krijgen verslaafden die op de wachtlijst staan wel zorg. De verslavingszorg
heeft regelmatig contact met hen en zijn er bijeenkomsten. Het is niet verbazend
dat een kwart van de mensen in de wachtperiode afhaakt, want ook tijdens de
behandeling valt driekwart van de cliënten af. In de toegezegde voortgangsrapportage
zal worden ingegaan op de wachttijden en behandeling in de verslavingszorg.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn
en Sport,</functie>
        <naam>Blok</naam>
        <functie>De voorzitter van de vaste commissie voor Justitie,</functie>
        <naam>De Pater-van der Meer</naam>
        <functie>De adjunct-griffier van de vaste commissie voor Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,</functie>
        <naam>Sjerp </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Leden: Van der Vlies (SGP), Kalsbeek (PvdA), Rijpstra (VVD),
Koser-Kaya (D66), Buijs (CDA), Atsma (CDA), Arib (PvdA), Halsema (GroenLinks),
Kant (SP), Blok (VVD), voorzitter, Smits (PvdA), Örgü (VVD), Verbeet
(PvdA), Van Oerle-van der Horst (CDA), ondervoorzitter, Vergeer (SP), Vietsch
(CDA), Tonkens (GroenLinks), Joldersma (CDA), Van Heteren (PvdA), Smilde (CDA),
Nawijn (LPF), Van Dijken (PvdA), Timmer (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Hermans
(LPF), Schippers (VVD), Omtzigt (CDA).</al>
    <al>Plv. leden: Rouvoet (ChristenUnie), Verdaas (PvdA), Griffith (VVD), Bakker
(D66), Ferrier (CDA), Çörüz (CDA), Blom (PvdA), Vendrik (GroenLinks),
Gerkens (SP), Veenendaal (VVD), Weekers (VVD), Tjon-A-Ten (PvdA), Aasted Madsen-van
Stiphout (CDA), De Ruiter (SP), Ormel (CDA), Van Gent (GroenLinks), Koomen
(CDA), Waalkens (PvdA), Mosterd (CDA), Varela (LPF), Bussemaker (PvdA), Heemskerk
(PvdA), Oplaat (VVD), Kraneveldt (LPF), Hirsi Ali (VVD), Eski (CDA).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v1.2" nr="2">
    <al>Samenstelling: Leden: Van de Camp (CDA), Klaas de Vries (PvdA), Van Heemst
(PvdA), Vos (GroenLinks), Rouvoet (ChristenUnie), Adelmund (PvdA), De Wit
(SP), Albayrak (PvdA), Luchtenveld (VVD), Wilders (Groep Wilders), Weekers
(VVD), De Pater-van der Meer (CDA), voorzitter, Çörüz (CDA),
Verbeet (PvdA), ondervoorzitter, Wolfsen (PvdA), Jan de Vries (CDA), Van Haersma
Buma (CDA), Eerdmans (LPF), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Van Fessem (CDA), Straub
(PvdA), Griffith (VVD), Van der Laan (D66), Visser (VVD), Azough (GroenLinks).</al>
    <al>Plv. leden: Jonker (CDA), Dijsselbloem (PvdA), Timmer (PvdA), Halsema
(GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Kalsbeek (PvdA), Van Velzen (SP), Tjon-A-Ten
(PvdA), Van Baalen (VVD), Blok (VVD), Hirsi Ali (VVD), Aasted Madsen-van Stiphout
(CDA), Jager (CDA), Van Heteren (PvdA), Arib (PvdA), Buijs (CDA), Sterk (CDA),
Varela (LPF), Joldersma (CDA), Ormel (CDA), Van Dijken (PvdA), Örgü
(VVD), Lambrechts (D66), Rijpstra (VVD), Karimi (GroenLinks), Vergeer (SP),
Hermans (LPF).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>