23 432
De situatie in het Midden-Oosten

nr. 318
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 februari 2010

In het overleg met uw commissie op 12 november 2009 (kamerstuk 23 432, nr. 317) heeft de minister van Buitenlandse Zaken toegezegd bij de douane navraag te doen naar de invoer van cosmetica producten uit Israël, naar aanleiding van een verzoek van het lid Van Bommel (SP). Aanleiding daarvoor waren publicaties over het Israëlische bedrijf Ahava. Mede namens de minister van Buitenlandse Zaken kan ik u de resultaten van dit onderzoek aanbieden.

De douane heeft gekeken naar de totale invoer van cosmetische producten uit Israël over de periode 2007-3e kwartaal 2009.

Hieruit komt naar voren dat in totaal 1311 invoerdocumenten zijn overgelegd en voor een totale waarde van € 24 mln is ingevoerd in Nederland. Een groot gedeelte van deze producten heeft betrekking op producten waar erga omnes geen douanerechten gelden.

Door aan Ahava gelieerde bedrijven is bij invoer in Nederland geen gebruik gemaakt van preferentie. Wel blijkt door andere bedrijven voor producten met een waarde van € 1,5 mln preferentie te zijn geclaimd.

Voor producten uit hoofdstuk 33 betreft dit een dertiental bedrijven die meer dan 20 aangiften ten invoer hebben gedaan; in totaal heeft dit betrekking op 545 aangiften ten invoer.

Voor producten van hoofdstuk 34 (post 3401) heeft dit betrekking op een zestal bedrijven; in totaal heeft dit betrekking op 209 invoeraangiften.

Op grond van de afspraken die met Israël zijn gemaakt omtrent vermelding van de postcode e.d. heeft de douane documentcontroles ingesteld en geconstateerd dat er geen preferenties onterecht zijn verleend.

Omdat echter fouten niet zijn uit te sluiten zouden bij de individuele bedrijven nog aanvullende controles aan de hand van de administratie van die bedrijven kunnen worden ingesteld. Ik zie daar, gelet op de bevindingen van de douane en de omvang van dergelijke werkzaamheden op dit moment echter geen noodzaak toe.

De staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk

Naar boven