<?xml version="1.0" encoding="us-ascii"?>
<!DOCTYPE kamerwrk PUBLIC "-//SDU//DTD kamerwerk xml 1.1//NL" "../../dtd/kamerwrk-11.dtd"[]>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-23432-316/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2009-2010</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="rel_1_0_7_10__1.1" markup="1xa" />
    <ordernr>KST136784</ordernr>
    <vergjaar>2009-2010</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>23 432</nummer>
      <naam>De situatie in het Midden-Oosten</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>316</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg />
      <al>Den Haag, <datum>6 november 2009</datum></al>
      <witreg />
      <al>Graag bied ik u hierbij de reactie aan op het verzoek van de vaste commissie
voor Buitenlandse Zaken van 16&#xA0;oktober 2009 met kenmerk 2009Z19057/2009D50391
om schriftelijke informatie over de actuele situatie in het Midden-Oosten.</al>
      <ondtek>
        <functie>De minister van Buitenlandse Zaken,</functie>
        <naam>M. J. M. Verhagen </naam>
      </ondtek>
      <al>Ter voorbereiding van het Algemeen Overleg over het Midden-Oosten op 12&#xA0;november
2009 volgt hieronder een beschrijving van de actualiteit in de regio, in aanvulling
op de eerdere brieven van 27&#xA0;augustus en 25&#xA0;september 2009 (kamerstukken
23&#xA0;432, nrs.&#xA0;303 en 306). Hierbij zal tevens ingegaan worden op
de wijze waarop de regering uitvoering heeft gegeven aan de moties die zijn
aangenomen naar aanleiding van het Algemeen Overleg over de Nederlandse inzet
in de VN-Mensenrechtenraad (MRR) over het rapport-Goldstone op 29&#xA0;september
2009. Voorts strekt deze brief tot beantwoording van de Kamervragen gesteld
door het lid Peters (nr. 2009Z1981, inzonden op 29&#xA0;oktober 2009) over
een rapport van <nadruk type="cur">Amnesty International</nadruk> met betrekking
tot de watertoevoer naar de Westelijke Jordaanoever. De brief sluit af met
een appreciatie van de stand van zaken in het Midden-Oosten vredesproces (MOVP).</al>
      <tuskop letat="cur">1.&#x2002;Actuele ontwikkelingen</tuskop>
      <al>In de periode die is verstreken sinds de vorige brief over situatie in
het Midden-Oosten hebben zich ontwikkelingen voorgedaan die het MOVP negatief
hebben be&#xEF;nvloed. De discussie over de behandeling van het Goldstone-rapport
heeft geleid tot verscherping van de publieke meningsverschillen tussen Isra&#xEB;l
en de Palestijnse Autoriteit (PA) en tussen Hamas en Fatah.</al>
      <witreg />
      <al>De hoop bestond dat de VS beide partijen en marge van de ministeri&#xEB;le
week van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (AVVN) bijeen zou
kunnen brengen voor een formele herstart van de rechtstreekse vredesbesprekingen.
De inzet van de VS was daarbij niet alleen gericht op noodzakelijke stappen
die Isra&#xEB;l in de aanloop daarheen zou moeten nemen op het terrein van
het nederzettingenbeleid. De aandacht was ook gevestigd op stappen die de
Arabische wereld zou moeten zetten om te komen tot versterking van het wederzijds
vertrouwen.</al>
      <witreg />
      <al>Deze inzet heeft weliswaar geleid tot een korte trilaterale ontmoeting
van premier Netanyahu en president Abbas met president Obama, doch de voorwaarden
bleken niet rijp voor lancering van rechtstreekse onderhandelingen. Vooralsnog
zijn de inspanningen van de Amerikaanse speciale gezant voor het Midden-Oosten,
George Mitchell, gericht op een gescheiden diplomatiek traject waarbij hij
partijen afzonderlijk tot beweging probeert te brengen. De VS tracht in deze
gescheiden gesprekken de voorwaarden te scheppen die een begin van directe
onderhandelingen mogelijk maakt.</al>
      <witreg />
      <al>Enige onduidelijkheid is ontstaan als gevolg van uitspraken van de Amerikaanse
minister van Buitenlandse Zaken tijdens haar jongste bezoek aan Isra&#xEB;l
over het Isra&#xEB;lische nederzettingenbeleid. Inmiddels is bevestigd dat
de positie van de VS ongewijzigd is en dat de VS blijft aandringen op onverkorte
stopzetting van de bouw van nederzettingen, op de westelijke Jordaanoever
en in Oost-Jeruzalem, ook niet ter accommodatie van zgn. <nadruk type="cur">natural growth</nadruk>. Deze bouw is een ernstig obstakel voor het vredesproces.
De regering deelt deze visie.</al>
      <witreg />
      <al>De politieke ontwikkelingen in de regio &#x2013; met name in de Palestijnse
Gebieden (PG) &#x2013; dragen niet bij aan een optimistische visie op de nabije
toekomst. In de PG is een impasse ontstaan als gevolg van het stokken van
de onderhandelingen tussen de Palestijnse facties over het Palestijnse verzoeningsproces,
gevoegd bij de aankondiging van president Abbas om uiterlijk 25&#xA0;januari
2010 nieuwe verkiezingen te organiseren. Hamas heeft deze aankondiging afgewezen
als inconstitutioneel en als een poging om de onderlinge verzoeningsgesprekken
te torpederen. </al>
      <witreg />
      <al>De aankondiging van president Abbas op 5&#xA0;november 2009 om zich niet
herkiesbaar te stellen bij de aanstaande presidentsverkiezingen komt in dit
verband niet onverwacht; de afgelopen weken circuleerden reeds sterke geruchten
in die richting. De regering respecteert het besluit van president Abbas en
spreekt haar erkentelijkheid uit voor zijn zeer grote verdiensten voor het
Palestijnse volk. Hij is een van de architecten van de Oslo-akkoorden en hij
is erin geslaagd om na het overlijden van zijn voorganger, het Palestijnse
volk een herkenbaar en alom gerespecteerd gezicht te geven.</al>
      <witreg />
      <al>Welke de gevolgen van zijn besluit op korte en middellange termijn zullen
zijn, laat zich nog niet goed inschatten. Een aantal aspecten is van belang.
Allereerst is het zaak dat het besluit van de president niet leidt tot het
ontstaan van een gezagscrisis en een machtsvacu&#xFC;m in de PG. De regering
vertrouwt erop dat hij zijn functie onverminderd zal blijven uitoefenen totdat
een nieuwe president is gekozen. De internationale gemeenschap en ook Isra&#xEB;l
zullen daarop moeten inzetten. Voorts is van belang dat het kabinet-Fayyad
in functie blijft en de dagelijkse regeringstaken blijft uitvoeren.</al>
      <witreg />
      <al>Voorts is van belang dat het besluit van de president niet leidt tot een
verdieping van de stagnatie in het vredesproces. Het is waarschijnlijk dat
aan Isra&#xEB;lische kant de scepsis over de aanwezigheid van een &#xAB;partner
for peace&#xBB; aan palestijnse zijde aan kracht wint. De internationale
gemeenschap zal moeten blijven inzetten op het scheppen van voorwaarden waaronder
rechtstreekse onderhandelingen kunnen plaatsvinden.</al>
      <witreg />
      <al>Ten derde zal nader moeten worden bezien welke consequenties het aangekondigde
aftreden zal hebben voor de positie van president Abbas als voorzitter van
de PLO. Formeel is de PLO nog steeds de enig erkende vertegenwoordiger van
het Palestijnse volk. Het is mogelijk dat na nieuwe presidentsverkiezingen
een &#xAB;cohabitation&#xBB; ontstaat waarbij de president concurreert met
de PLO-voorzitter, met alle onduidelijkheden die dat met zich meebrengt.</al>
      <witreg />
      <al>Tenslotte is het niet ondenkbaar dat president Abbas op zijn besluit terugkomt
in het licht van de potentieel ernstige repercussies ervan. Hij zal in ruil
daarvoor waarschijnlijk wel duidelijke concessies van Isra&#xEB;l en/of steuntoezeggingen
van de VS verlangen.</al>
      <witreg />
      <al>De regering zal de komende tijd &#x2013; ook in nauw overleg met EU-partners &#x2013;
deze en andere overwegingen wegen en op basis daarvan komen tot een nadere
appreciatie van de nieuw ontstane situatie.</al>
      <witreg />
      <al>In deze context is het zeer onduidelijk of en hoe de verkiezingen gaan
plaatsvinden. Mocht besloten worden om alleen verkiezingen op de Westelijke
Jordaanoever te houden, lijkt de kans op intra-Palestijnse verzoening definitief
verkeken, en is de waarschijnlijkheid van een definitieve en onheelbare breuk
gegroeid.</al>
      <witreg />
      <al>In Gaza zelf heeft Hamas de macht vast in handen en de organisatie maakt
daarbij duidelijk kritiek op het eigen handelen niet te dulden. In dit verband
constateert de regering met zorg dat Hamas het functioneren van kritische
mensenrechtenorganisaties bemoeilijkt. Dit blijkt met name uit de kortstondige
sluiting van het kantoor van de <nadruk type="cur">Independent Commission
for Human Rights</nadruk> (ICHR), een nationale Palestijnse mensenrechtenorganisatie
die onder meer door Nederland wordt gesteund. Na heftige kritiek van Palestijnse
zijde en van donoren heeft Hamas het voorgenomen besluit bestempeld als een &#xAB;vergissing&#xBB;
en geen verdere stappen gezet. Het blijft desalniettemin noodzakelijk dat
Hamas ter zake kritisch gevolgd wordt. </al>
      <witreg />
      <al>De gespannen situatie in de PG leidt ertoe dat er maar weinig nodig is
om de gemoederen in beweging te brengen, zoals in de afgelopen periode gebleken
is rondom de Tempelberg. Radicale elementen aan Isra&#xEB;lische en Palestijnse
zijde zoeken de grenzen van het toelaatbare op, om hun exclusieve claim op
de Tempelberg kracht bij te zetten. Dit heeft geleid tot krachtig optreden
van de Isra&#xEB;lische autoriteiten, na oproepen van radicale Arabieren om
de Tempelberg te verdedigen tegen extreem-rechtse Joden die op die plaats
de Derde Tempel zouden willen oprichten. De Isra&#xEB;lische autoriteiten
hebben inmiddels bevestigd dat zij geen wijziging in het status van de Tempelberg
zullen toestaan die ertoe zou leiden dat er joodse gebedsdiensten plaatsvinden
op de Tempelberg. De spanningen in Jeruzalem worden verder verhoogd door de
ontruiming en sloop van Palestijnse huizen in het oostelijke deel van de stad.
Het EU-voorzitterschap heeft de zorg van de EU over deze gebeurtenissen overgebracht
aan Isra&#xEB;l en de Palestijnen en opgeroepen tot matiging van standpunten
en partijen tot terughoudendheid gemaand.</al>
      <witreg />
      <al>De situatie in het Midden-Oosten heeft ook negatieve consequenties voor
de voortgang van de Unie voor de Mediterrane Regio (UMR). De ministeri&#xEB;le
bijeenkomst van de UMR op 24 en 25&#xA0;november 2009 is verdaagd. Het bleek
niet mogelijk om een oplossing te vinden voor de weigering van het Egyptische
co-voorzitterschap om de Isra&#xEB;lische minister van Buitenlandse Zaken
uit te nodigen voor deze bijeenkomst. Isra&#xEB;l wilde op zijn beurt geen
andere afvaardiging naar deze bijeenkomst sturen. Op werkniveau en op technisch
ministerieel niveau vinden vooralsnog de bijeenkomsten van de UMR evenwel
voortgang. Zo vond op 2 en 3&#xA0;november 2009 in Cairo het UMR-waterseminar
plaats dat is georganiseerd op initiatief van Nederland en Egypte.</al>
      <tuskop letat="cur">2.&#x2002;Opvolging debat Goldstone-rapport</tuskop>
      <al>Nadat tijdens de 12e zitting van de MRR besloten was tot verdaging van
de inhoudelijke behandeling van het Goldstone-rapport naar de 13e zitting
van maart 2010, is in de Arabische wereld een beweging op gang gekomen om
alsnog over te gaan tot een inhoudelijk debat over het rapport, allereerst
door vervroeging van het reguliere open debat in de VN-Veiligheidsraad (VNVR)
over het Midden-Oosten op 14&#xA0;oktober en vervolgens door bijeenroeping
van een speciale zitting van de MRR op 16&#xA0;oktober 2009.</al>
      <witreg />
      <al>De behandeling in de VNVR week uiteindelijk weinig af van de reguliere
open debatten over het Midden-Oosten. Namens de EU heeft het Zweedse voorzitterschap
een verklaring afgelegd waarin de EU-hoofdlijnen ten aanzien van het MOVP
zijn herhaald. Ten aanzien van het Goldstone-rapport heeft de EU benadrukt
dat betrokken partijen de bevindingen en aanbevelingen van het Goldstone-rapport
zeer serieus moeten nemen en deze opgeroepen onafhankelijke onderzoeken in
te stellen naar mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht en van
de mensenrechten. De EU gaf aan dat in MRR-kader gewerkt zou moeten worden
aan noodzakelijke opvolging, waarbij de EU zich in zou zetten voor aanname
van een consensus-resolutie.</al>
      <witreg />
      <al>Ten aanzien van de behandeling van het Goldstone-rapport in de spoedzitting
van de MRR zij verwezen naar de antwoorden op Kamervragen gesteld door het
lid Van Dam (beantwoord d.d. 30&#xA0;oktober 2009). De regering heeft een
vergelijkbare aanpak gevolgd, met inachtneming van de moties die zijn aangenomen
tijdens het Algemeen Overleg van 29&#xA0;september 2009, tijdens de behandeling
van het Goldstone-rapport in de AVVN zelf. De AVVN stemde op 5&#xA0;november
over een resolutie naar aanleiding van het rapport van de MRR over de behandeling
van het Goldstone-rapport in diens spoedzitting. Deze resolutie
is aangenomen met 114 voorstemmen (waaronder vier EU-Lidstaten en China),
44 onthoudingen (waaronder Frankrijk, het VK en 13 EU-LS, alsmede Rusland)
en 18 tegenstemmen (waaronder Nederland, Duitsland en Itali&#xEB; en vier
andere EU-Lidstaten, alsmede de VS en Isra&#xEB;l).</al>
      <witreg />
      <al>De regering heeft actief een EU-consensus nagestreefd en tot vlak voor
de stemming leken er mogelijkheden te zijn om gezamenlijk met de EU te onthouden.
Toen vlak voor stemming de Palestijnen (onder druk van de meer extreme landen
in de Arabische groep) eerder gedane concessies weer introkken en terugkeerden
naar het oorspronkelijke tekstvoorstel, waarin het Goldstone-rapport en alle
daarin vervatte aanbevelingen onderschreven <nadruk type="cur">(endorse)</nadruk>,
was het voor verschillende lidstaten (waaronder Nederland) niet meer mogelijk
om te kunnen onthouden. Andere pijnpunten voor Nederland in de resolutie waren
de doorverwijzingen van het rapport voor verdere behandeling naar de VNVR
en de eenzijdige weergave van het Gaza-conflict. Naar het oordeel van de regering
kwam de resolutie zodoende niet meer overeen met de essentie van het Nederlandse
standpunt, zoals neergelegd in de eerder genoemde moties en kon niet anders
dan besloten worden tot een tegenstem.</al>
      <witreg />
      <al>Nederland draagt ook in bilaterale contacten de lijnen zoals in de moties
neergelegd uit. Zulks geschiedde tijdens de periodieke politieke consultaties
op hoog ambtelijk niveau met Isra&#xEB;l op 1 en 2&#xA0;november en dit zal
eveneens gebeuren tijdens het bezoek van minister Lieberman van Buitenlandse
Zaken aan Nederland op 11&#xA0;november 2009. Naast een oproep aan Isra&#xEB;l
om onafhankelijk onderzoek te doen, wordt daarbij nadrukkelijk aandacht gevraagd
voor het vraagstuk van toegang tot Gaza, conform de motie-Van Dam/Peters.</al>
      <witreg />
      <al>Vrije toegang blijft urgent en cruciaal voor de verbetering van de humanitaire
en economische situatie op de Westelijke Jordaanoever en Gaza. De regering
heeft in dit verband speciaal aandacht voor de ongehinderde uitvoering van
Nederlandse OS-activiteiten in de Gaza-strook op het terrein van de ondersteuning
van de landbouwsector aldaar. De noodzakelijke medewerking van de Isra&#xEB;lische
autoriteiten bij de invoer van inputs voor deze projecten en voor de uitvoer
van de landbouwproducten zelf wordt bij herhaling onder de aandacht van de
Isra&#xEB;lische autoriteiten gebracht en zij hebben daar ook aan meegewerkt.
De humanitaire situatie in de Palestijnse gebieden, in het bijzonder in Gaza,
blijft onverminderd zorgelijk. Onvoorwaardelijke toegang voor humanitaire
hulpverleners is noodzakelijk, alsook voor diplomatieke staf van de betrokken
ambassades. De kwestie van toegang zal aan de orde komen in het gesprek met
minister Lieberman en is besproken in de genoemde recente hoogambtelijke consultaties
en in contacten van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking met Minister
Herzog van Sociale Zaken en Welzijn &#x2013; tijdens de operatie <nadruk type="cur">Cast Lead</nadruk> verantwoordelijk voor de co&#xF6;rdinatie van humanitaire
hulpverlening. Nederland zal het onderwerp van toegang blijven aansnijden,
zowel bilateraal als in EU- en VN-verband.</al>
      <tuskop letat="cur">3.&#x2002;Rapport Amnesty International over toegang tot
water in de PG</tuskop>
      <al>De regering heeft kennisgenomen van het rapport van <nadruk type="cur">Amnesty International</nadruk> over de gevolgen van het Isra&#xEB;lische beleid
over de toegang van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever tot de beschikbare
waterbronnen<voetref refid="v5.1" nr="1" />.</al>
      <witreg />
      <al>Dit rapport volgt in een reeks van rapporten met een vergelijkbare strekking,
onder meer van de Wereldbank, erop neerkomende dat er aanzienlijke verschillen
bestaan tussen de beschikbaarheid van water voor Isra&#xEB;li&#x2019;s
en Palestijnen. Het rapport van <nadruk type="cur">Amnesty</nadruk> stelt
dat de dagelijkse waterconsumptie per hoofd van de bevolking in Isra&#xEB;l
vier maal zo groot is als die in de PG (ca. 400 liter vs. 70 liter). Isra&#xEB;l
spreekt van een discrepantie in de orde van grootte van 149 liter vs. 105
liter, hetgeen een minder ongelijke maar voor de Palestijnen eveneens nadelige
verhouding weergeeft.</al>
      <witreg />
      <al>Het staat vast dat water een schaars goed is in de wijdere bredere regio.
In die context is het begrijpelijk dat de toegang tot en het gebruik van de
watervoorraden onderworpen is aan strikte overheidsregulering, met een daaraan
verbonden vergunningenstelsel. Regulering dient wel in overeenstemming te
zijn met het internationaal recht, waaronder het humanitair oorlogsrecht.
De context van het Isra&#xEB;lisch-Palestijns conflict heeft repercussies
op de beschikkingsmacht van de PA over de Palestijnse watervoorraden, zoals
is neergelegd in de Oslo-akkoorden. Tenslotte staat vast dat partijen onderling
hebben vastgelegd dat een regeling van het watervraagstuk een onverbrekelijk
onderdeel is van de finalestatuskwesties waarover partijen in een definitieve
vredesregeling een akkoord moeten bereiken.</al>
      <witreg />
      <al>De Isra&#xEB;lische-Palestijnse overlegstructuren die in de Oslo-akkoorden
zijn neergelegd &#x2013; met name het <nadruk type="cur">Joint Water Committee
(JWC)</nadruk> &#x2013; zouden in beginsel in staat moeten zijn in de interim-periode
het kader te verschaffen voor overleg. Dat is in de praktijk ook gelukt: de
JWC is een van de weinige structuren uit de Oslo-akkoorden die nog steeds
overeind staat. Daarmee is niet gezegd dat partijen het per definitie met
elkaar eens zijn. De aantijgingen van <nadruk type="cur">Amnesty</nadruk>
worden gespiegeld in andersluidende rapporten van Isra&#xEB;l over het Palestijnse
waterbeleid (zie: <nadruk type="cur">The Issue of Water between Israel and
the Palestinians</nadruk>, gepubliceerd maart 2009 door de <nadruk type="cur">Israeli Water Authority<voetref refid="v6.1" nr="1" /></nadruk> ).</al>
      <witreg />
      <al>Het rapport van <nadruk type="cur">Amnesty</nadruk> bevat waardevolle
aanbevelingen aan het adres van beide partijen, alsook aan de donorgemeenschap.
De regering vat het rapport op als een aansporing aan het adres van partijen
om verder te werken aan de opzet van een eerlijk systeem voor duurzaam waterbeheer,
waarbij de belangen van de bevolking van de PG gewaarborgd worden, in afwachting
van &#x2013; maar niet vooruitlopend op &#x2013; een finalestatusregeling. De
Nederlandse ervaringen op het gebied van watersamenwerking in de regio leren
dat de Palestijnse en Isra&#xEB;lische waterautoriteiten zeer goed tot samenwerking
in staat zijn. De regering zal deze samenwerking &#x2013; in het kader van
de <nadruk type="cur">Executive Action Team (EXACT)</nadruk>, de <nadruk type="cur">Red Sea &#x2013; Dead Sea Water Conveyance Study</nadruk> en het <nadruk type="cur">Middle East Desalination Research Centre (MEDRC)</nadruk> aanmoedigen en faciliteren.</al>
      <tuskop letat="vet">4.&#x2002;Overige landen</tuskop>
      <tuskop letat="cur">a.&#x2002;Iran</tuskop>
      <al>Het is nog altijd onrustig in Iran. Op 4&#xA0;november 2009, dertig jaar
na de bestorming van de VS-ambassade in Teheran, kwam het wederom tot een
gewelddadige confrontatie tussen demonstranten en veiligheidstroepen. De intimidatie
van en massaprocessen tegen politiek opponenten, advocaten, journalisten,
studenten, mensenrechtenverdedigers en andere vertegenwoordigers uit het maatschappelijk
middenveld gaan onverminderd door. Onder de eerste gewezen vonnissen in de
massaprocessen bevinden zich ten minste drie doodvonnissen. De wetenschapper
Kian Tajbakhsh kreeg vijftien jaar en een lokale medewerker van de Britse
ambassade in Teheran vier jaar gevangenisstraf opgelegd, alsmede een verbod
van vijf jaar om voor buitenlandse ambassades te werken. Betrokkenen zouden
hoger beroep kunnen instellen. Voormalig presidentskandidaten
Karrubi, tegen wie inmiddels justitieel optreden is aangekondigd, en Moussavi
blijven protesteren tegen de omstreden verkiezingsuitslag, waarschuwingen
van president Ahmadinejad en Geestelijk Leider Khamenei ten spijt.</al>
      <witreg />
      <al>Nederland volgt de situatie op de voet en laat niet na de Iraanse autoriteiten
bilateraal, in EU-verband en VN-kader te wijzen op zijn verantwoordelijkheden.
Zo bracht het EU-Voorzitterschap &#x2013; met Nederlandse steun &#x2013; op
23&#xA0;oktober 2009 een verklaring uit waarin de EU ernstige zorg uitspreekt
over de mensenrechtensituatie, in het bijzonder de in de massaprocessen uitgesproken
doodstraffen. De Europese Raad van 29&#x2013;30&#xA0;oktober 2009 uitte eveneens
ernstige zorgen over de mensenrechtensituatie in Iran, waaronder de gewelddadige
onderdrukking van dissidenten en de omstreden massaprocessen. In reactie op
de veroordeling van een lokale medewerker van de Britse ambassade in Teheran
heeft Nederland &#x2013; evenals de overige EU-lidstaten &#x2013; de Iraanse
Tijdelijk Zaakgelastigde ontboden en protest aangetekend.</al>
      <witreg />
      <al>Indachtig de moties Van Dam &#x2013; Peters en Ten Broeke &#x2013; Peters
heb ik tijdens afgelopen RAZEB aandacht gevraagd voor het tegengaan van de
export van Europese internetfiltertechnologie&#xEB;n naar Iran, zodat de vrije
toegang tot informatie in Iran moeilijker belemmerd kan worden. De Commissie
zegde eerder toe de mogelijkheden hiertoe nader te zullen onderzoeken, maar
de indruk bestaat dat dit niet snel tot resultaat leidt, ook door de aanstaande
Commissie-wisseling. De regering blijft hier niettemin op aandringen. Nederland
heeft aanvullend in de VN Mensenrechtenraad de mensenrechtensituatie nadrukkelijk
aangekaart.</al>
      <witreg />
      <al>Voor de moed en het doorzettingsvermogen die de Iraanse mensenrechtenadvocate
Shadi Sadr toont bij het beschermen en bevorderen van de rechten van haar
medeburgers zal ik op 9&#xA0;november de Mensenrechtentulp 2009 aan haar uitreiken.</al>
      <witreg />
      <al>Volgens mediaberichten heeft het Isra&#xEB;lische leger op 3&#xA0;november
2009 een vrachtschip onderschept dat op weg was van Egypte naar Syri&#xEB;.
Aan boord zijn tientallen Iraanse containers met wapens en munitie gevonden.
De Isra&#xEB;lische autoriteiten hebben deze berichtgeving bevestigd. Deze
berichtgeving is verontrustend omdat &#x2013; zou deze toedracht juist blijken
te zijn &#x2013; een dergelijke wapenleverantie een schending betekent van
relevante VN-resoluties. De zorgen die de regering reeds langer heeft over
de steun van Iran aan Hezbollah, Hamas en Syri&#xEB; lijken hiermee bevestigd
te worden.</al>
      <tuskop letat="cur">Nucleair</tuskop>
      <al>Op 1&#xA0;oktober 2009 vonden in Gen&#xE8;ve besprekingen plaats tussen
de E3+3, EU Hoge Vertegenwoordiger Solana en de Iraanse onderhandelaar, Jalili,
over het nucleaire programma van Iran. In vervolg hierop zijn op 19&#xA0;oktober
bij het IAEA besprekingen gestart over de modaliteiten voor de opwerking van
de Iraanse voorraden laag verrijkt uranium in het buitenland ten behoeve van
de productie van medische isotopen in Iran. De Directeur Generaal van het
IAEA, El Baradei, heeft een compromisvoorstel voor deze opwerking aan Rusland,
Frankrijk, VS en Iran voorgelegd. Deze overeenkomst zou een positieve impuls
kunnen zijn voor verdere onderhandelingen over het nucleaire programma van
Iran. Na het verstrijken van de <nadruk type="cur">deadline</nadruk> wilde
Iran het voorstel op een aantal punten wijzigen, zonder deze te specificeren.
De betrokken landen en IAEA benadrukken telkenmale dat het hier gaat om een
positief gebaar. Iran moet deze kans grijpen om te laten zien dat ze serieus
het vertrouwen van de internationale gemeenschap terug wil winnen. Het is
nog onduidelijk wanneer een volgende bijeenkomst tussen de E3+3
en Iran zal plaatsvinden. De uitkomsten van de IAEA inspectie van de verrijkingsinstallatie
nabij Qom worden half november verwacht.</al>
      <witreg />
      <al>De Europese Raad van 29&#x2013;30&#xA0;oktober nam een verklaring aan waarin
Iran onder meer wordt opgeroepen acht te slaan op de vereisten van de VN Veiligheidsresoluties,
volledig samen te werken met het IAEA en een akkoord te sluiten over de modaliteiten
voor de opwerking van de Iraanse voorraden laag verrijkt uranium in het buitenland.</al>
      <witreg />
      <al>De regering is van mening dat dit diplomatieke proces een kans moet worden
gegeven. Niettemin blijft het risico bestaan dat Iran de onderhandelingen
gebruikt om tijd te rekken, dan wel nieuwe voorwaarden te stellen voor bevriezing
van zijn nucleaire programma. Indien de vervolgbijeenkomsten niet de gewenste
resultaten opleveren, dan moet de internationale gemeenschap passende nieuwe
maatregelen nemen, bij voorkeur in VN-verband, maar anders in EU-verband met
gelijkgestemde landen. Nederland is van mening dat de EU voorbereid zou moeten
zijn op het verhogen van de druk op Iran indien de besprekingen niets opleveren.</al>
      <tuskop letat="cur">b.&#x2002;Syri&#xEB;</tuskop>
      <al>De voorgenomen ondertekening van het EU-associatieakkoord met Syri&#xEB;
en marge van de RAZEB van oktober 2009 is op verzoek van Syri&#xEB; tot een
nog nader te bepalen moment aangehouden. Syri&#xEB; heeft te kennen gegeven
zich nog verder te willen verdiepen in de consequenties van het aangaan van
een associatierelatie met de EU. Daarbij zou het vooral oog hebben voor de
financi&#xEB;le consequenties van het wegvallen van douane-inkomsten voortvloeiend
uit het handelsdeel van het akkoord, alsmede over de repercussies van het
akkoord voor de concurrentiepositie van het Syrische bedrijfsleven. Het is
niet uitgesloten dat de ondertekening pas onder het Spaanse EU-Voorzitterschap
zal plaatsvinden.</al>
      <witreg />
      <al>Recente arrestaties van prominente mensenrechtenactivisten in Syri&#xEB;
bevestigen ondertussen het ongunstige beeld van Syri&#xEB; op het gebied van
de naleving van de mensenrechten. In dit licht gezien is het goed dat de RAZEB
op Nederlands aandringen een verklaring heeft aangenomen, die de mogelijkheid
onderstreept om het associatieakkoord &#x2013; wanneer eenmaal afgesloten &#x2013;
eenzijdig te kunnen opschorten, indien Syri&#xEB; zijn verplichtingen op het
gebied van mensenrechten niet nakomt. Het EU-voorzitterschap heeft inmiddels
de Syrische ambassadeur in Stockholm ontboden om de zorgen van de EU over
te brengen. De EU volgt waar mogelijk zaken tegen verschillende groepen gevangenen.
Daarnaast wordt momenteel door Nederland en andere EU-lidstaten nagedacht
over alternatieve manieren ter vergroting van de impact van de EU en het bevorderen
van het stimuleren van de opbouw van het maatschappelijk middenveld.</al>
      <tuskop letat="vet">5.&#x2002;Appreciatie</tuskop>
      <al>Het MOVP is voor zover kan worden waargenomen in een impasse geraakt.
De behandeling van het Goldstone-rapport in Gen&#xE8;ve en New York en de
discussie over de noodzaak om het bouwprogramma in de nederzettingen stop
te zetten worden door partijen aangegrepen om uiting te geven aan politieke
verdeeldheid die dieper ligt dan deze kwesties.</al>
      <witreg />
      <al>Isra&#xEB;l en de Palestijnen hebben zich ingegraven in hun stellingen.
De politieke verdeeldheid binnen de Isra&#xEB;lische en Palestijnse politiek
maakt het voor de politieke leiders zeer moeilijk om in het openbaar
concessies te doen aan de andere partij, zonder meteen bloot gesteld te worden
aan het verwijt uit eigen kring dat zij nationale belangen verkwanselen, zo
bleek uit de reactie op de gestes van president Abbas in New York (instemmen
met de trilaterale ontmoeting) en Gen&#xE8;ve (instemmen met het verdagen
van de inhoudelijke behandeling van het Goldstone-rapport naar de 13e zitting
van de MRR). Zowel premier Netanyahu als president Abbas lijken er op dit
moment primair op gericht de binnenlandse oppositie te minimaliseren, zo nodig
door het zoeken of verscherpen van het conflict met de ander.</al>
      <witreg />
      <al>In deze omstandigheid is thans de hoop gevestigd op de pendeldiplomatie
van Mitchell om partijen individueel tot de concessies te bewegen die nodig
zijn om rechtstreekse onderhandelingen mogelijk te maken. Het is niet zinvol
te speculeren over de inhoud van die concessies. De regering heeft evenwel
goede hoop dat de Speciaal Gezant in staat zal zijn partijen in vertrouwelijk
overleg ertoe te brengen dat zij nader tot elkaar komen en steunt de VS dan
ook nadrukkelijk in de pogingen om tot een doorbraak te komen.</al>
      <witreg />
      <al>Voor de internationale gemeenschap &#x2013; waaronder ook de EU en Nederland &#x2013;
blijft het zaak om te werken aan het cre&#xEB;ren van een wenkend perspectief
voor beiden. Op korte termijn zullen Isra&#xEB;l en de Palestijnen een verlies
moeten nemen, om in ruil daarvoor op lange termijn tot een akkoord te komen
dat aanzienlijke winst voor beide partijen oplevert. Nederland meent dat de
internationale gemeenschap, de EU voorop, duidelijk moet maken aan partijen
welke voordelen concreet verbonden zullen zijn aan het sluiten van een vredesregeling.</al>
      <witreg />
      <al>De internationale gemeenschap zal naar vermogen ook moeten investeren
in het wegnemen van de oorzaken van de Isra&#xEB;lische en Palestijnse politieke
verdeeldheid. Hardnekkige, ideologische tegenstanders van het vredesproces
moeten ervan doordrongen zijn dat hun verzet niet zal leiden tot wat zij wensen:
een Groot-Isra&#xEB;l of een Groot-Palestina onder Joods resp. Arabisch bestuur.
Het is ook in dit verband van belang dat de VS en de EU gemeenschappelijk
optreden in hun aanmoediging van moedige stappen van de Isra&#xEB;lische en
Palestijnse politieke leiders en het tegenspreken van tegenstanders van het
vredesproces.</al>
      <witreg />
      <al>De regering betreurt dat president Abbas heeft besloten zich niet verkiesbaar
te stellen. President Abbas heeft zich, sinds zijn aantreden in 2005 onvermoeibaar
ingezet voor de totstandkoming van een vredesregeling op basis van de tweestatenoplossing.
Hij heeft in zijn toespraak zijn vertrouwen uitgesproken dat een tweestatenoplossing
nog steeds mogelijk is en dat de VS een cruciale rol zal blijven spelen om
die oplossing tot stand te brengen. Op die basis moet nu verder worden gewerkt
door de partijen, waarbij de EU een belangrijke ondersteunende rol zal spelen.
Abbas&#x2019; aankondiging mag niet worden gebruikt als excuus om af te zien
van stappen die nodig zijn om het vredesproces te hervatten.</al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v5.1" nr="1">
    <al>Amnesty International, 27&#xA0;oktober 2009: &#xAB;Israel rations Palestinians
to trickle of water&#xBB; http://www.amnesty.org/en/news-and-updates/report/israel-rations-palestinians-trickle-water-20091027</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v6.1" nr="1">
    <al>http://www.water.gov.il/NR/rdonlyres/A111EFEF-3857&#x2013;41F0-B598-F48119AE9170/0/WaterIssuesBetweenIsraelandthe
Palestinians.pdf</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>