﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-22181-94/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1994-1995</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="OPmt1__2.1" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>5K1186</ordernr>
    <vergjaar>1994-1995</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>22 181</nummer>
      <naam>De situatie in Joegoslavië</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>94</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>4 mei 1995 </datum></al>
      <tuskop letat="vet">Bosnië-Herzegowina</tuskop>
      <al>Het bestand in Bosnië-Herzegowina, dat al veelvuldig werd geschonden,
is op 1 mei jongstleden afgelopen, ondanks inspanningen van de Speciale Vertegenwoordiger
van de Secretaris-Generaal van de VN, de heer Akashi, om het bestand verlengd
te krijgen. Afgewacht moet worden of de inspanningen van de Contactgroep tot
gevolg hebben dat een nieuw bestand in Bosnië-Herzegowina alsnog zou
kunnen worden ingesteld. De betrokken partijen stellen echter voorwaarden
die ver uit elkaar liggen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Bosnische regering stelt als voorwaarde voor een hernieuwd bestand
dat hetzij de Bosnische Serviërs het Contactgroep plan aanvaarden, hetzij
de Servische President Milosevic Bosnië-Herzegowina als staat erkent
en bovendien de grens van de FRJ (Servië/Montenegro) met het door de
Bosnische Serviërs beheerste deel van Bosnië-Herzegowina werkelijk
gesloten houdt. Bovendien is de Bosnische regering niet bereid het bestand
voor onbepaalde tijd te verlengen, omdat zij bevreesd is voor een verdere
consolidatie van de posities, waarbij de Serviërs 70 procent van het
grondgebied in handen houden. De Bosnische hoofdstad Sarajevo en de moslim-enclaves
zouden – zo onderstreept de Bosnische regering – door de omsingeling
van de Bosnische Serviërs op de lange duur niet levensvatbaar zijn.</al>
      <al>De Bosnische Serviërs stellen als voorwaarde voor een nieuw bestand,
dat dit voor onbepaalde tijd zal gelden. Deze opstelling wordt vooral ingegeven
door het feit, dat de Bosnische Serviërs een groter deel van Bosnië-Herzegowina
beheersen dan aan hen is toebedacht door de Contactgroep. Waar in het vredesplan
van de Contactgroep was voorzien in een aandeel voor de Bosnische Serviërs
van 49 procent van het grondgebied van Bosnië-Herzegowina. Voorts vragen
de Bosnische Serviërs om opheffing van alle sancties.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Contactgroep blijft onverminderd zoeken naar oplossingen van het conflict,
onder meer op basis van erkenning door de FRJ (Servië/Montenegro)
van Bosnië-Herzegowina als staat. Hiertoe zijn diverse formuleringen
aan de Servische President Milosevic gepresenteerd. Deze lijkt echter alleen
in te willen stemmen met formuleringen die de mogelijkheid van confederatievorming
tussen de FRJ (Servië/Montenegro) en de Bosnische Serviërs open
houden.</al>
      <al>Indien de Servische President Milosevic Bosnië-Herzegowina en Kroatië
erkent, neemt hij echter expliciet afstand van de idee van een Groot Servië.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Nederlandse regering blijft voorstellen afwijzen om het wapenembargo
ingesteld tegen de partijen in voormalig Joegoslavië niet langer van
toepassing te laten zijn op de regering van Bosnië-Herzegowina. Een dergelijk
besluit zou verdere intensivering van de gevechten in de hand werken. </al>
      <tuskop letat="vet">Kroatië</tuskop>
      <al>Vlak voor het aflopen van het mandaat van UNPROFOR in Kroatië op
31 maart jongstleden stemde president Tudjman, en marge van de Sociale Top
van de Verenigde Naties in Kopenhagen alsnog in met verlenging van de aanwezigheid
van een VN-vredesmacht op Kroatisch grondgebied. Aan zijn instemming was een
aantal voorwaarden verbonden, die met name betrekking hadden op het mandaat
van de VN-troepen in Kroatië. Zo streeft Kroatië naar controle van
de grens tussen de door Serviërs beheerste gebieden van Kroatië
(Krajina) enerzijds en Bosnië-Herzegowina en de FRJ (Servië/Montenegro)
anderzijds.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Bij Veiligheidsraad-Resolutie 981 is besloten UNPROFOR-Kroatië te
vervangen door UNCRO (United Nations Confidence Restoration Operation in Croatia).
Op 18 april jongstleden heeft de SGVN aan de Veiligheidsraad rapport uitgebracht
over de manier waarop het mandaat van UNCRO uitgevoerd zou kunnen worden.
Dit rapport, dat is opgesteld door Thorvald Stoltenberg, co-voorzitter van
het Steering Committee van de ICFY, werd op 29 april door de Veiligheidsraad
goedgekeurd (Resolutie 990). Hiermee heeft de Veiligheidsraad formeel ingestemd
met de ontplooiing van UNCRO en de gewijzigde samenstelling van de VN-vredesmacht
in Kroatië. Het aantal VN-militairen in Kroatië zal worden teruggebracht
van circa 14 000 tot 8750.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op het gebied van de grenscontroles wordt door UNCRO niet geheel tegemoet
gekomen aan de Kroatische verlangens; het mandaat van UNCRO terzake gaat niet
verder dan waarneming, maar voldoet wel aan de belangrijkste eis ten aanzien
van symbolische steun voor erkenning van de grenzen. Beoogd wordt dat UNCRO
op een dertigtal grensovergangen aanwezig zal zijn om voertuigen te controleren.
Bij het aantreffen van contrabande zal UNCRO overigens niet verder kunnen
gaan dan waarschuwen dat doorrijden in strijd is met de vigerende Veiligheidsraadsresoluties
en terzake te rapporteren aan de Veiligheidsraad.</al>
      <al>Het mandaat van UNCRO omvat voorts het monitoren van de staakt-het-vuren
overeenkomst tussen Zagreb en Knin van 29 maart 1994, de ondersteuning van
het economische akkoord van december 1994, de bevordering van de naleving
van de relevante resoluties van de Veiligheidsraad (onder meer inzake de terugkeer
van vluchtelingen en ontheemden), assistentie bij het afleveren van humanitaire
hulp en de controle op de demilitarisering van het schiereiland Prevlaka bij
Dubrovnik.</al>
      <al>De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties heeft er reeds op gewezen
dat uitvoering van het UNCRO-mandaat, die voor 30 juni a.s. z'n beslag moet
krijgen, alleen mogelijk is met medewerking van de betrokken partijen.
Vooralsnog hebben deze hun toestemming niet gegeven. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De laatste week van april was er sprake van toenemende spanningen tussen
Kroatische Serviërs en Kroaten langs de recentelijk opengestelde autoweg
Belgrado-Zagreb die door Sector West (West-Slavonië) loopt. Deze spanningen
werden veroorzaakt door belemmeringen van het goederenverkeer over en weer,
gevolg door incidenten op de snelweg, waarbij in totaal zes slachtoffers vielen.
Voor de Kroatische regering vormden deze incidenten aanleiding zich op 1 mei
jongstleden gewapenderhand meester te maken van het tracé van de snelweg
dat onder controle van de Krajina Serviërs stond. Door een snelle gewapende
actie, die door de Kroatische regering werd betiteld als een «politionele»
actie, bracht het Kroatische leger een aanzienlijk deel van Sector West onder
zijn controle. Als reactie op deze Kroatische actie werden de Kroatische steden
Karlovac, Sisak en Kutina door Kroatische Serviërs beschoten met zware
artillerie. Bovendien hebben de Kroatische Serviërs zowel dinsdag als
woensdag Orkan-raketten op Zagreb afgevuurd, waarbij enkele doden en ongeveer
honderdzestig gewonden vielen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op 2 mei jongstleden is de Veiligheidsraad in spoedzitting bijeen gekomen
om aan te dringen op beëindiging van de beperkte Kroatische militaire
actie. In een verklaring van de voorzitter spreekt de Veiligheidsraad zijn
ernstige bezorgdheid uit over de hervatting van de vijandelijkheden in Kroatië.</al>
      <al>De Nederlandse regering betreurt het vastlopen van de onderhandelingen
tussen de partijen in Kroatië en spreekt haar ernstige bezorgdheid uit
over het Kroatische militaire optreden en de reacties daarop van de Krajina
Serviërs. Het risico van een verdere escalatie in Kroatië en daarbuiten
is immers groot. </al>
      <tuskop letat="vet">Sancties/ICFY-missie</tuskop>
      <al>Om de druk op de Federale Republiek Joegoslavië (Servië/Montenegro)
en de Bosnische Serviërs in Bosnië-Herzegowina te continueren, blijven
de bestaande VN-sanctiemaatregelen onverminderd van kracht. De internationale
gemeenschap blijft van mening dat de sanctiemaatregelen in belangrijke mate
kunnen bijdragen aan het bereiken van een duurzame vredesregeling. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten aanzien van de FRJ (Servië/Montenegro) heeft de Veiligheidsraad
op 21 april jongstleden met het aannemen van Resolutie 988 besloten tot een
verlenging van de opschorting van een aantal sanctiemaatregelen voor een periode
van 75 dagen, eindigend op 5 juli 1995. Deze sancties betreffen de culturele
en sportieve contacten met de FRJ (Servië/Montenegro), alsmede de burgerluchtvaart
van en naar Belgrado en de veerdienst Bar (Montenegro)-Bari (Italië).</al>
      <al>Opschorting van voornoemde sanctiemaatregelen vormt de (voorlopige) beloning
voor de economische en politieke breuk van de FRJ (Servië/Montenegro)
met de Bosnische Serviërs. Alvorens kan worden overgegaan tot volledige
opschorting van de sancties zal de FRJ (Servië/Montenegro) nog aan een
aantal andere voorwaarden moeten voldoen, waaronder de erkenning van Bosnië-Herzegowina.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De ICFY-missie, die controleert of de grens tussen de FRJ en het door
Serviërs beheerste gebied in Bosnië goed is afgesloten, bevindt
zich thans in acute en zeer ernstige financiële moeilijkheden. Dit komt
doordat een aantal landen – anders dan de EU-landen – zijn vastgestelde
bijdrage niet betaalt. Vrijwillige bijdragen zijn onvoldoende gebleken om
dit gat te dichten. Door vertrekkende missieleden niet te vervangen streeft
het hoofd van de missie, de Finse kolonel Nieminen, ernaar de
missie af te slanken tot het minimaal noodzakelijke aantal van 150 waarnemers.</al>
      <al>Nederland heeft bij de Co-Voorzitters van de ICFY dringend gevraagd om
een bijeenkomst van het Steering Committee van de Internationale Conferentie
inzake het voormalig Joegoslavië (ICFY) bijeen te roepen om de missie
een solide financiële basis te geven, waarna het aantal deelnemers kan
worden uitgebreid.</al>
      <al>Nederland neemt na de afslanking nog maar met 2 waarnemers deel aan de
ICFY-missie. Deze waarnemersmissie stuurt iedere 30 dagen een rapport aan
de Veiligheidsraad waarin informatie is opgenomen over de naleving van de
sanctiemaatregelen die door de Servisch-Montenegrijnse autoriteiten zijn ingesteld
jegens de Bosnische Serviërs. Mede op basis van de ICFY-rapporten zal
de Veiligheidsraad ook in de toekomst besluiten over de samenstelling van
de sanctiemaatregelen tegen de FRJ (Servië/Montenegro).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De controle op de naleving van de sanctiemaatregelen aan de buitengrenzen
van de FRJ (Servië/Montenegro) verloopt over het algemeen adequaat. Daartegen
baart de smokkel van olieprodukten vanuit Albanië naar Servië en
Montenegro zorgen. De OVSE-Sanction Assistance Mission in Albanië tracht
in samenwerking met de Albanese autoriteiten tot een verbetering van de situatie
te komen. </al>
      <tuskop letat="vet">Nederlandse militaire bijdrage</tuskop>
      <al>Nederland is als één van de grotere troepenleveranciers
actief betrokken bij het internationaal overleg over de ontwikkelingen in
het voormalige Joegoslavië in het algemeen en de VN-vredesmacht in het
bijzonder. Hoewel Nederland geen lid is van de Contactgroep, wordt regelmatig
gesproken met leden daarvan, bilateraal, in EU- en ander verband. Daarnaast
neemt Nederland deel aan het periodieke overleg van troepenleverende landen
op het VN-secretariaat in New York. Uiteraard is Nederland ook in NAVO-verband
betrokken bij de voorbereiding van een onverhoopte evacuatie van (delen van)
de VN-vredesmachten uit voormalig Joegoslavië en bij de politieke consultaties
in de NAVO-Raad over de ontwikkelingen op de Balkan.</al>
      <al>In december jongstleden vergaderden op initiatief van Nederland en de
Verenigde Staten in Den Haag de Chefs van Staven of hun vertegenwoordigers
van landen die troepen leveren aan de VN-vredesmacht in voormalig Joegoslavië.
Onder voorzitterschap van de Nederlandse Chef Defensiestaf spraken zij over
de mogelijkheden om de effectiviteit van de blauwhelmen te verbeteren en hun
veiligheid optimaal te waarborgen. Daarbij waren ook vertegenwoordigers van
het VN-secretariaat en van de NAVO betrokken. Bovendien nam de commandant
van de VN-vredesmacht in het voormalige Joegoslavië aan de bijeenkomst
deel.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Dankzij de actieve betrokkenheid en de verhoudingsgewijze grote bijdrage
met troepen, heeft Nederland verschillende belangrijke commandofuncties toegewezen
gekregen in de VN-vredesmachten in voormalig Joegoslavië. Eerder was
een Nederlandse generaal gedurende een jaar commandant van de ruim 600 militaire
waarnemers van de VN-macht. Sinds begin vorig jaar bekleedt een Nederlandse
generaal de functie van Chef-Staf van de VN-commandant in Bosnië. Dit
jaar zal deze naaste medewerker van de Britse generaal Smith opnieuw worden
afgelost door een Nederlander. Vanaf 5 juli aanstaande zal bovendien een Nederlandse
brigade-generaal de functie gaan vervullen van Chef-Staf van de United Nations
Peace Force, het overkoepelende commando in Zagreb van de drie vredesmachten
in voormalig Joegoslavië: UNCRO, United Nations Confidence Restoration
Operation (in Kroatië), UNPROFOR, United Nations Protection
Force (in Bosnië), en UNPREDEP, United Nations Preventive Deployment
(in Macedonië).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tegen de achtergrond van de zorgelijke ontwikkelingen in het voormalige
Joegoslavië beraadt de regering zich de komende weken, zoals bekend,
op de Nederlandse militaire bijdrage aan de VN-vredesmacht. De regering beoogt
niet de Nederlandse bijdrage te verkleinen en blijft van mening dat de VN-militairen
van groot belang zijn om gewelddadigheden te temperen, uitbreiding van het
conflict te helpen voorkomen en humanitaire hulp te verlenen. Zoals bekend
is de VN wel gevraagd Nederland af te lossen in de Moslim-enclave Srebrenica.
Het versterkte bataljon van de Luchtmobiele brigade is immers voor anderhalf
jaar voor deze taak aan de VN toegezegd. Die termijn loopt begin juli af.
De VN acht het Nederlandse verzoek redelijk, maar de uitvoering ervan moeilijk.
Andere landen tonen weinig enthousiasme om deze belangrijke, maar lastige
taak van Nederland over te nemen. Bij het zoeken naar eenheden die Nederland
zouden kunnen aflossen in Srebrenica zullen de VN ook nagaan of landen wier
bataljons in Kroatië overtollig worden door de reorganisatie en verkleining
van de vredesmacht in dat land (UNCRO) bereid zijn deze eenheden in Srebrenica
te stationeren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een politiek besluit over de locatie waar een nieuw Nederlands VN-bataljon
in Bosnië-Herzegowina zal worden gestationeerd, kan thans nog niet worden
genomen. De VN hebben nog niet geantwoord op het verzoek tot aflossing. Hierover
wordt regelmatig met de VN contact opgenomen. Het huidige bataljon –
het 13de infanteriebataljon Luchtmobiel – keert pas in de eerste weken
van juli terug. Bovendien is het van groot belang dat de VN, in overleg met
de troepenleverende landen, voldoende tijd heeft alle mogelijke opties te
onderzoeken om Nederland in Srebrenica af te lossen. Vanzelfsprekend doet
de regering al het mogelijke om een besluit daarover, in overleg met de VN,
tijdig genoeg te nemen opdat de Tweede Kamer dit grondig kan beoordelen voor
de geplande datum van uitzending.</al>
      <al>Zoals u bekend uit onze brief van 13 april jl. (Kamerstuk 22 181 nr. 93)
is Nederland door de NAVO gevraagd vijf verbindingsspecialisten naar Kroatië
te zenden in het kader van de voorbereidingen van het bondgenootschap op een
onverhoopte evacuatie van VN-eenheden uit voormalig Joegoslavië. De Kamer
stemde hiermee in tijdens het Algemeen Overleg op donderdag 27 april jl. Bij
de nadere afstemming van de nationale bijdragen aan de totaal maximaal 80
naar Kroatië te zenden NAVO-militairen heeft SACEUR Nederland gevraagd
zijn bijdrage te vergroten van vijf naar acht personen. Besloten is dit verzoek
in te willigen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ook het verzoek van de VN om voor 1 jaar een verbindingsspecialist beschikbaar
te stellen voor het Air Operations Coordination Centre (AOCC) van de VN-vredesmacht
in Zagreb wordt ingewilligd. Daarbij heeft zwaar gewogen dat dit centrum ook
een belangrijke functie heeft in de plannen voor een onverhoopte evacuatie
van VN-militairen.</al>
      <al>De veiligheidssituatie van de Nederlandse militairen in Bosnië-Herzegowina
is de afgelopen dagen niet verslechterd ten opzichte van de voorafgaande periode.
Ten tijde van het Kroatische offensief in Sector West in Kroatië, op
1 en 2 mei jl., konden de VN-commandanten in Bosnië de laagste alarmfase
handhaven. Bij onverhoopte verslechtering van de situatie kunnen overigens
extra veiligheidsmaatregelen worden genomen zoals het beperken van verplaatsingen,
het concentreren van eenheden, de uitbreiding van wachtdiensten etc. Daarover
beslissen de VN-commandanten te velde. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De bevoorrading van Srebrenica met brandstof baart in toenemende mate
zorg. De afgelopen 75 dagen is geen enkel brandstofkonvooi naar deze enclave
door de Bosnische Serviërs toegestaan. De voedselvoorraden zijn momenteel
overigens toereikend. De Nederlandse VN-militairen aldaar voeren patrouilles
al langere tijd louter te voet uit. Indien dergelijke belemmeringen in Srebrenica
en elders in Bosnië doorgaan, kan er een moment komen dat de VN en de
NAVO geen andere keus hebben dan bevoorrading door de lucht, desnoods tegen
de wil van de Bosnische Serviërs. Het spreekt vanzelf dat een dergelijke
complexe militaire operatie goede beschermingsmaatregelen vergt, in samenwerking
met onze bondgenoten, en toereikende voorzorgsmaatregelen op de grond, vanwege
het risico van mogelijke represailles.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De regering blijft de veiligheid van de Nederlandse militairen als een
absolute prioriteit vooropzetten. In nauw overleg met andere troepenleverende
landen wordt gestreefd naar het zo goed mogelijk waarborgen van de veiligheid
van de blauwhelmen. Tevens wordt geprobeerd internationaal te komen tot een
zo redelijk mogelijke lastenverdeling. De noodzakelijke voorbereidingen worden
getroffen om de VN-militairen bij een onverhoopte evacuatie in NAVO-verband
militair toereikend bij te staan. Een besluit tot plaatselijke evacuatie of
mogelijk zelfs volledige terugtrekking van eenheden zal door Nederland niet
unilateraal kunnen worden genomen. Overigens is het alle troepenleverende
landen duidelijk dat evacuatie goede internationale afstemming en samenwerking
vereist en dat evacuatie bovendien niet is ontbloot van risico's. De ernst
daarvan hangt af van de houding van de strijdende partijen in geval van evacuatie.
Op dit moment is echter evacuatie niet aan de orde. Ondanks het Kroatisch
offensief in Sector West en de lokale gevechten in verschillende delen van
Bosnië-Herzegowina zijn de risico's voor de blauwhelmen nog niet beslissend
gewijzigd ten opzichte van de periode voor 1 mei jl. toen, zoals bekend, het
bestand in Bosnië voortdurend en soms op grote schaal werd geschonden.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Defensie,</functie>
        <naam>H. A. F. M. O. van Mierlo </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>