﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-34-456/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>21 501</dossiernr>-<raadnr>34</raadnr></dossiernummer>
      <titel>Raad voor Onderwijs, Jeugd, Cultuur en Sport</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">456</ondernummer></stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 17 april 2026</al>
            <al>Hierbij zend ik u, mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie, de geannoteerde agenda van de Onderwijs-, Jeugd-, Cultuur- en Sportraad (OJCS-Raad) van 11 en 12 mei 2026 in Brussel voor de onderdelen «onderwijs» en «cultuur».</al>
            <al>Het onderwijsdeel van de Raad staat gepland op 11 mei. Het cultuurdeel van de Raad staat gepland voor 12 mei.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,</functie>
            <naam>
              <voornaam>R.M.</voornaam>
              <achternaam>Letschert</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>GEANNOTEERDE AGENDA OJCS-RAAD 11 en 12 mei 2026</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Op het moment van schrijven zijn veel onderwerpen en voorbereidende stukken voor de Raad nog niet met de lidstaten gedeeld door het voorzitterschap.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">
              <nadruk type="ondlijn">Onderwijs – maandag 11 mei 2026</nadruk>
            </tussenkop>
            <al-groep>
              <al>Voor onderwijs is de verwachting dat het volgende stuk ter vaststelling staat geagendeerd:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>•</li.nr>
                  <al>Raadsconclusies over leraren in de tijd van AI</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>De verwachting is dat het beleidsdebat zich zal richten op het onderwerp «basisvaardigheden». Het voorzitterschap heeft, op het moment van schrijven, echter nog geen discussievragen met de lidstaten gedeeld.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Raadsconclusies over leraren in de tijd van AI</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inhoud</tussenkop>
            <al>Het Cypriotische voorzitterschap heeft raadsconclusies opgesteld over de cruciale rol van leraren voor het aanbieden van inclusief en toekomstgericht onderwijs van hoge kwaliteit in het tijdperk van AI. In de conclusies wordt benadrukt dat AI het onderwijs ingrijpend verandert en zowel kansen als risico’s biedt. De kernboodschap van deze raadsconclusies is dat de rol van leraren in de ontwikkelingen rondom AI centraal moet blijven staan. AI moet hen niet vervangen, maar ondersteunend zijn aan hun werkzaamheden. Het is daarom belangrijk om te investeren in digitale vaardigheden, AI-geletterdheid en om leraren de ruimte te geven zichzelf te ontwikkelen binnen dit domein. De verwachting is dat deze raadsconclusies zonder problemen worden aangenomen in de OJCS-Raad.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inzet Nederland</tussenkop>
            <al>Nederland steunt deze raadsconclusies. Deze sluiten goed aan bij het Nederlandse beleid. In Nederland wordt AI-professionalisering op verschillende manieren ondersteund, bijvoorbeeld door het Groeifondsprogramma NOLAI of door AI-vaardigheden in te bedden in lerarenopleidingen. Daarbij steunt Nederland de oproep om leraren te ondersteunen op manieren die de lidstaten waardevol achten, zonder hier nieuwe (juridische) kaders voor te ontwikkelen. De ervaringen van andere Europese lidstaten ten aanzien van AI en leraren zullen betrokken worden bij het aan uw Kamer toegezegde Regieplan digitalisering en AI in het funderend onderwijs.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Update onderhandelingen Erasmus+ 2028–2034</tussenkop>
            <al>Het huidige programma Erasmus+ loopt tot en met 2027. Op 17 juli 2025 heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor het nieuwe programma Erasmus+ 2028–2034. Tijdens de formele OJCS-Raad van 11 en 12 mei wordt naar verwachting een <nadruk type="cur">gedeeltelijke algemene oriëntatie</nadruk> over de verordening van het toekomstige programma Erasmus+ 2028–2034 bereikt. De algemene oriëntatie<noot id="ID-1245570-d40e124" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Een algemene oriëntatie is een politiek besluit waarin de Raad een voorlopig standpunt inneemt over een wetgevingsvoorstel van de Commissie.</noot.al></noot> is nog afhankelijk van het bereiken van een akkoord op het huidige Raadsvoorstel in Coreper eind april. Als er geen akkoord tijdens Coreper bereikt wordt, presenteert het voorzitterschap tijdens de OJCS-Raad een voortgangsrapportage. Het voorliggende Raadsvoorstel is in dit stadium gedeeltelijk; het bevat nog geen budgetindicaties of indicatieve verdeling van middelen binnen het programma, deze worden in een later stadium besproken.</al>
            <al>Uw Kamer is in september via het BNC-fiche al geïnformeerd over de kabinetsappreciatie van het Commissievoorstel<noot id="ID-1245570-d40e137" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>BNC fiche Voorstel verordening Erasmus + 2028–2034. 16-07-2025</noot.al></noot> en in aanloop naar de vorige OJCS-Raad van november 2025 over de voortgang onder het Deense voorzitterschap met betrekking tot de verordening Erasmus+.<noot id="ID-1245570-d40e146" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/11/06/aan-de-tweede-kamer-geannoteerde-agenda-ojcs-raad-27-en-28-november-2025" soort="URL" status="actief">Tweede Kamerbrief met geannoteerde agenda OJCS-Raad 27 en 28 november 2025 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl</extref></noot.al></noot> In het voorstel worden de huidige programma’s Erasmus+ (onderwijs, training, jeugd en sport) en het Europees Solidariteitskorps (vrijwilligerswerk) samengevoegd tot één programma onder de naam Erasmus+. In het nieuwe voorstel zijn twee pijlers opgenomen («leermogelijkheden voor iedereen» en «steun voor capaciteitsopbouw») in plaats van de drie actielijnen (mobiliteit, partnerschappen en beleidsexperimenten) in het huidige programma. Het voorstel laat ook een verschuiving zien in de horizontale prioriteiten van het programma waarbij er meer aandacht is voor de sociale dimensie, arbeidsmarkt en weerbaarheid. Tot slot stelt de Commissie voor om de internationale dimensie van Erasmus+ te versterken, om zo bij te dragen aan de mondiale rol en concurrentiekracht van de EU.</al>
            <al>Het kabinet heeft zich over het algemeen positief uitgelaten over het voorliggende Raadsvoorstel. De continuïteit van het programma is grotendeels gewaarborgd. Daarnaast steunt het kabinet de vereenvoudiging van het programma. Het kabinet ziet de verschuiving naar een grotere focus op vaardigheden en de arbeidsmarkt als een verbetering, mits dit in evenwicht blijft met onderwijs in bredere zin. Het kabinet is voorstander van het steunen van Europese Universiteiten Allianties en <nadruk type="cur">Centres for Vocational Excellence</nadruk>, evenals de nadruk op inclusie. Het kabinet heeft de aandacht voor en synergie met de Vaardigheidsunie verwelkomd, waarbij er voor gepleit is dat de Europese Onderwijsruimte als zelfstandige entiteit behouden blijft, met aandacht voor individuele ontwikkeling die niet enkel gericht is op maatschappelijke opgaven.</al>
            <al>Wel had het kabinet een aantal aandachtspunten met betrekking tot het Commissievoorstel, zoals een kritische opstelling tegenover de voorgestelde <nadruk type="cur">governance</nadruk> en het ontbreken van comitologiebepalingen. In de huidige verordening hebben EU-lidstaten en geassocieerde landen de mogelijkheid om via het Erasmus+ programmacomité over de jaarlijkse werkprogramma’s te beslissen. Deze comitologiebepalingen waren onder het mom van simplificatie niet door de Commissie opgenomen in het voorstel. Het kabinet heeft – samen met veel andere landen – aangegeven dit niet wenselijk te achten, omdat een besluitvormende rol voor lidstaten zorgt voor een betere aansluiting op nationale prioriteiten. Het in de Raad bereikte compromis bevat daarom nu wel comitologiebepalingen, zodat lidstaten en geassocieerde landen bij de besluitvorming over de jaarlijkse werkprogramma’s invloed kunnen uitoefenen.</al>
            <al>Een tweede zorgpunt was het opnemen van studiebeurzen voor strategische onderwijsgebieden, met inbegrip van <nadruk type="cur">joint study programmes</nadruk>. Hoewel het kabinet de ambitie voor een strategisch relevanter programma ondersteunt, heeft het zorgen en vragen over de doelmatigheid van deze nieuwe beurzen en de invloed hiervan op beschikbare mobiliteitsgelden. De zorgen van Nederland werden door een groot aantal lidstaten gedeeld.</al>
            <al>Ook de gedeeltelijke/volledige associatie van derde landen bij het programma was onderwerp van discussie. Het Commissievoorstel bevatte de mogelijkheid van een gedeeltelijke associatie van derde landen. Het kabinet was bezorgd dat volledig geassocieerde derde landen hun associatie kunnen terugbrengen tot een gedeeltelijke vorm, waardoor deze landen hun bijdrage voor bepaalde onderdelen van het programma zouden kunnen verminderen. Derhalve heeft Nederland gepleit voor verduidelijking in de verordening dat landen die momenteel volledig zijn geassocieerd in de toekomst niet gedeeltelijk kunnen associëren en dat gedeeltelijke associatie alleen een optie is wanneer dat voor de EU van toegevoegde waarde is en niet een selectief gebruik toestaat.</al>
            <al>Tenslotte heeft het kabinet ingezet op een sterkere positionering van de jeugdsector in het programma. In het kader van het simplificeren van het programma bevatte het Commissievoorstel geen afzonderlijke secties voor jeugd.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">
              <nadruk type="ondlijn">Cultuur – dinsdag 12 mei 2026</nadruk>
            </tussenkop>
            <al>Er is ten tijde van schrijven nog niets bekend over de invulling van de agenda van het cultuurdeel van de raad. Ook het onderwerp van het beleidsdebat is nog niet bekend. Wel wordt hieronder een update over de onderhandelingen rondom het programma AgoraEU gegeven, hoewel nog niet bekend is of en hoe dit tijdens de OJCS wordt geagendeerd.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Update onderhandelingen AgoraEU</tussenkop>
            <al>Het huidige cultuurprogramma van de EU «Creative Europe» loopt tot en met 2027. Op 17 juli 2025 heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor het nieuwe programma AgoraEU 2028–2034. Dit nieuwe financieringsprogramma is de voortzetting van het huidige Creative Europe en Citizens, Equality, Rights and Values (CERV) in één programma. Het kabinet heeft haar inzet met uw Kamer gedeeld in een BNC-fiche<noot id="ID-1245570-d40e191" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>BNC fiche Voorstel Commissie programma AgoraEU 2028–2034. 16-07-2025</noot.al></noot>.</al>
            <al>Nederland steunt het samenvoegen van de huidige programma’s CERV en Creative Europe binnen AgoraEU, wat mogelijkheden biedt voor synergie en versterkte impact van beide programma’s. Nederland staat voor het versterken van EU-waarden en artistieke en redactionele vrijheid, zoals in het voorstel wordt beoogd. Nederland zal er op aandringen dat het cross-sectorale programma een eigen budget en systematiek heeft, met wellicht ook een eigen merknaam. Met betrekking tot het onderdeel Media+ is Nederland voorstander van een transparante structuur waarbij de audiovisuele en mediagerelateerde bedrijfssectoren een herkenbare positie en budget hebben. In het Media+-onderdeel zitten immers verschillende branches met heel verschillende structuren.</al>
            <al>Wat betreft de bestuurlijke vormgeving van AgoraEU zal Nederland dan ook pleiten voor het handhaven van programmacomités om de betrokkenheid en expertise van lidstaten te benutten, alsook het behoud van nationale contactpunten.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Non-paper herziening van de richtlijn audiovisuele mediadiensten</tussenkop>
            <al>Tevens bied ik u hierbij de Nederlandstalige versie van een non-paper van Nederland aan over de herziening van de richtlijn audiovisuele mediadiensten (AVMSD). In het Commissiewerkprogramma van 2026 is opgenomen dat de evaluatie (en de eventuele voorstellen tot herziening) van de richtlijn in het derde kwartaal verwacht wordt. Met dit non-paper vraagt Nederland aandacht voor een helder speelveld in het kader van marktontwikkelingen en daarmee de positie van <nadruk type="cur">content creators</nadruk> en videoplatformdiensten, de bescherming van minderjarigen, reclameregels, prominentiemaatregelen voor aanbod van algemeen belang, Europese werken en verlichting van administratieve lasten.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>