﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-33-1197/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>21 501</dossiernr>-<raadnr>33</raadnr></dossiernummer>
      <titel>Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">1197</ondernummer></stuknr>
      <titel>VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-04-23">23 april 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de brief van de Geannoteerde agenda extra informele videoconferentie van EU-transportministers van 21 april 2026 (Kamerstuk <extref doc="kst-21501-33-1194" soort="document" status="actief">21 501-33, nr. 1194</extref>).</al>
            <al>De vragen en opmerkingen zijn op 20 april 2026 aan de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat voorgelegd. Bij brief van 23 april 2026 zijn de vragen beantwoord.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Huizenga</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
          <ondertekening>
            <functie>Adjunct-griffier van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Van der Graaf</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>Vragen en opmerkingen vanuit de fractie en reactie van de bewindspersonen</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">1.</nadruk>
              </al>
              <al>De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat de Europese Commissie het verstandig vindt dat EU-lidstaten het gebruik van het openbaar vervoer stimuleren zodat inwoners vaker op een brandstof besparende wijze reizen. Deze leden juichen het toe wanneer de Europese Commissie hier voorstellen op zou doen. In de kabinetsinzet missen deze leden dit element. Aan welke voorstellen wordt door de Europese Commissie gedacht op dit punt?</al>
            </al-groep>
            <al>Op 22 april a.s. heeft de Europese Commissie een mededeling gepubliceerd als reactie op de energieschok om lidstaten te ondersteunen op zowel de korte termijn, als het versnellen van de transitie op de middellange termijn. De Mededeling omvat een aankondiging van niet-wetgevende en enkele wetgevende maatregelen, alsook een <nadruk type="cur">toolbox</nadruk>/<nadruk type="cur">best practices </nadruk>met nationale maatregelen die lidstaten kunnen nemen.</al>
            <al>De mededeling bevat een aantal voorstellen waar Nederland voor heeft gepleit richting de Commissie en andere Europese lidstaten, waaronder: sterkere coördinatie van de Commissie voor olie en gas; sterkere coördinatie energiebesparing; en aanpassing wetgevend kader voor netwerktarieven.</al>
            <al>Daarnaast zitten er veel niet-wetgevende initiatieven in het voorstel gericht op uitwisseling van <nadruk type="cur">best practices </nadruk>tussen lidstaten en het bevorderen van energiebesparing en opschaling van schone energie.</al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">2.</nadruk>
              </al>
              <al>Graag zouden de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zien dat ook het Nederlandse kabinet nadrukkelijk het belang van het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer benadrukt en voorstellen op dit vlak doet en voorstellen van de Europese Commissie op dit vlak ondersteunt. Wanneer het openbaar vervoer meer wordt gestimuleerd, draagt dit bij aan het terugdringen van het brandstofgebruik in de EU. Graag ontvangen deze leden een reactie van het kabinet hierop.</al>
            </al-groep>
            <al>Tijdens het Commissiedebat OV en taxi van 15 april 2026 jl. heeft de Staatssecretaris van IenW aangegeven dat een taskforce in de sector gaat kijken naar de mogelijkheid van goedkoper vervoer op de korte en middellange termijn. Tijdens het Nationaal Openbaar Vervoer Beraad van 23 april is daar verder over gesproken. Verder verwijst het kabinet naar brief aan de Tweede Kamer over Acties weerbaarheid energieschok van 20 april jl.<noot id="ID-1245758-d40e122" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Acties Weerbaarheid Energieschok, 20 april 2026. Kamerstuk <extref doc="kv-tk-2026Z08364" soort="document" status="actief">2026Z08364</extref>. <extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z08364&amp;did=2026D18780" soort="URL" status="actief">Acties Weerbaarheid Energieschok | Tweede Kamer der Staten-Generaal</extref></noot.al></noot></al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">3.</nadruk>
              </al>
              <al>De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie geven aan dat niet alleen binnen EU-lidstaten het van belang is om het gebruik van het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken. Ook tussen EU-lidstaten is het naar de mening van deze leden van belang dat het openbaar vervoer wordt verbeterd en gestimuleerd. Nog steeds zijn er dagelijks bijvoorbeeld vele korteafstandsvluchten die op een veel zuinigere manier per trein zouden kunnen worden afgelegd. Ondanks veel mooie woorden lukt het EU-lidstaten slechts beperkt om het internationale treinverkeer verder te stimuleren en aantrekkelijker te maken. Deelt het kabinet deze zorg en ziet het kabinet kansen om de huidige energiecrisis als stimulans te gebruiken om versneld ook stappen te zetten op het uitbreiden van het internationaal treinvervoer?</al>
            </al-groep>
            <al>Het kabinet steunt de ontwikkeling van het internationaal spoorvervoer in Europees verband. De huidige energieschok toont het belang aan van een robuuste ontwikkeling van internationaal treinvervoer. Een aantrekkelijk raamwerk voor Europese <nadruk type="cur">rail ticketing </nadruk>is daarbij een belangrijk onderdeel. Het kabinet zet zich in Europese fora in voor het bevorderen van het netwerk van internationale treindiensten.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>