﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-31-CT/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Eerste Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">1</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>21 501</dossiernr>-<raadnr>31</raadnr></dossiernummer>
      <titel>Raad voor de Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>
        <ondernummer kamer="1">CT</ondernummer>
      </stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 15 juni 2026</al>
            <al>Op maandag 29 juni aanstaande vindt de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid (WSB) plaats te Luxemburg. Een week later, op 6 juli, vindt de Informele Raad WSB plaats in Ballina, Ierland. Hierbij zend ik u een gecombineerde Geannoteerde Agenda voor beide Raden toe. Conform de vastgestelde afspraken informeer ik uw Kamer middels de Geannoteerde Agenda tevens over de voortgang van de onderhandelingen inzake de wijziging van de EU-Richtlijnen met betrekking tot het versterken van het raamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP-II). Uw Kamer is op 10 juni jl.<noot id="ID-1254139-d40e98" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z12553&amp;did=2026D28509" soort="URL" status="actief">Appreciatie voorlopig akkoord herziening Verordening 883/2004 inzake de Coördinatie van Sociale Zekerheidsstelsels | Tweede Kamer der Staten-Generaal</extref></noot.al></noot> reeds geïnformeerd over de laatste stand van zaken met betrekking tot de herziening van de Coördinatieverordening Sociale Zekerheid.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</functie>
            <naam>
              <voornaam>J.A.</voornaam>
              <achternaam>Vijlbrief</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop>
          <titel>GEANNOTEERDE AGENDA FORMELE RAAD WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID 29 juni 2026 en de INFORMELE RAAD WERKGELEGENHEID EN SOCIAAL BELEID 6 juli 2026</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>In deze Geannoteerde Agenda treft u aan:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>De kwartaalrapportage t.a.v. het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de richtlijnen (EU) 2016/2341 en 2016/97 met betrekking tot het versterken van het raamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (IORP, COM(2025) 842);</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 29 juni 2026;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>•</li.nr>
                <al>Informatie over de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 6 juli 2026.</al>
              </li>
            </lijst>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Kwartaalrapportage t.a.v. het voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de richtlijnen (EU) 2016/2341 en 2016/97 met betrekking tot het versterken van het raamwerk voor bedrijfspensioenvoorziening (herziening IORP II richtlijn), COM(2025) 842</tussenkop>
            <al>Conform de informatieafspraken met uw Kamer informeer ik u hierbij over de stand van zaken rond de behandeling van het richtlijnvoorstel tot herziening van de IORP II-richtlijn.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Stand van zaken</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>Sinds de vorige kwartaalrapportage<noot id="ID-1254139-d40e144" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2025/26, <extref doc="kst-21501-814" soort="document" status="actief">21 501, nr. 814</extref></noot.al></noot> hebben drie technische raadswerkgroepen plaatsgevonden. Inmiddels zijn alle artikelen en overwegingen besproken. Lidstaten hebben uitgebreid de gelegenheid gekregen om vragen over het voorstel te stellen. Deze zijn tijdens de Raadswerkgroepen door de Europese Commissie beantwoord. Voorts zijn lidstaten na afloop van alle raadswerkgroepen uitgenodigd om tekstvoorstellen in te dienen. Ook Nederland heeft van die mogelijkheden gebruik gemaakt. In de raadswerkgroep die op 22 mei plaatsvond, is een eerste compromistekst besproken. Op 10 juni is een tweede versie van een compromistekst besproken.</al>
              <al>In de raadswerkgroepen zijn de posities van de lidstaten op de verschillende onderwerpen nader geïnventariseerd. Door veel lidstaten is ingezet op proportionaliteit (bij de toepassing van de richtlijn rekening houden met de omvang van de IORP), beperking van administratieve lasten en het behoud van het minimum harmonisatie karakter van de richtlijn.</al>
            </al-groep>
            <al>Nederland heeft inbreng geleverd in lijn met het BNC-fiche<noot id="ID-1254139-d40e158" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2025/26, <extref doc="kst-22112-4230" soort="document" status="actief">22 112, nr. 4230</extref></noot.al></noot>. Het kabinet onderschrijft in algemene zin de noodzaak om de aanvullende pensioensector in de EU te versterken, zodat in het licht van de vergrijzing en de druk op publieke pensioenstelsels zowel een adequaat pensioeninkomen wordt gewaarborgd als huishoudelijk spaargeld effectiever wordt gemobiliseerd voor productieve, innovatieve langetermijninvesteringen in de EU-economie. Tegelijkertijd benadrukt het kabinet dat pensioenproducten niet alleen financiële producten zijn, maar dat de wijze waarop een pensioenstelsel in een lidstaat bestendig kan worden ingericht, sterk samenhangt met de sociale en culturele context in die lidstaat. In dit verband is het kabinet van mening dat bij de vormgeving van Europese regels ten aanzien van het versterken van nationale pensioenstelsels gewaarborgd moet zijn dat deze regels geen afbreuk mogen doen aan al goed werkende pensioenstelsels zoals dat van Nederland. De Nederlandse inzet is er daarom op gericht dat er voldoende ruimte blijft voor de specifieke nationale kenmerken en dat de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten gerespecteerd wordt. Veel lidstaten delen deze positie, waardoor het momenteel de verwachting is dat de uiteindelijke Raadspositie op onderdelen wordt aangepast ten opzichte van het voorstel van de Europese Commissie, ook op de onderdelen waar Nederland aanpassing wenst.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Vervolg</tussenkop>
            <al>Het Cypriotisch Voorzitterschap is voornemens de onderhandelingen in de Raad af te ronden op 24 juni a.s. Het Voorzitterschap zal dan een concept-Raadspositie aan het Coreper voorleggen. Deze compromistekst is bij het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar. Indien de compromistekst voldoet aan de BNC-inzet en geen substantiële nieuwe elementen bevat die afwijken van de Nederlandse inzet, zal Nederland instemmen met deze concept-Raadspositie.</al>
            <al>Het Europees Parlement (EP) is ook van start gegaan om te komen tot een standpuntbepaling. Rapporteur Boeselager (Groenen) heeft een voorlopig rapport opgesteld met amendementen op het herzieningsvoorstel van de richtlijn<noot id="ID-1254139-d40e174" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.europarl.europa.eu/committees/nl/documents/latest-documents" soort="URL" status="actief">https://www.europarl.europa.eu/committees/nl/documents/latest-documents</extref> – publicatiedatum 2 juni 2026.</noot.al></noot>. Het meest noemenswaardig is dat de rapporteur een nieuw concept van «<nadruk type="cur">qualifying productive investments»</nadruk> voorstelt, investeringscategorieën die het nauwst verbonden zijn met productieve activiteiten om de lange termijn financiering van de reële economie van de Europese Unie te ondersteunen. Daarnaast is ook een voorstel opgenomen dat pensioenfondsen met meer dan € 1 miljard vermogen minstens 2% daarvan beleggen in durfkapitaal. Ook wordt voorgesteld dat lidstaten verplicht een pensioen volgsysteem moeten hebben (in Nederland mijnpensioenoverzicht.nl). Leden van de Commissie Economische en Monetaire zaken (<nadruk type="cur">Committee on Economic and Monetary Affairs</nadruk>, ECON) van het EP kunnen tot 25 juni a.s. amendementen indienen op het voorlopig rapport. Het EP stemt naar verwachting dit najaar in plenaire zitting over het rapport.</al>
            <al>Zoals de onderhandelingen er nu voorstaan, krijgen lidstaten na een uiteindelijk politiek akkoord tussen de Raad en het EP twee jaar de tijd om de gewijzigde IORP II richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. Bij deze omzetting zal ik – zoals reeds aan uw Kamer gemeld<noot id="ID-1254139-d40e195" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Kamerstukken <extref doc="kst-32043–711" soort="document" status="actief">32 043–711</extref>, Verzamelbrief pensioenonderwerpen voorjaar 2026.</noot.al></noot> de voorgenomen wetswijziging over het stichtingsvereiste voor verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfondsen hierin meenemen. Zoals ik heb gemeld, was de vraag of de verplichtstelling als zodanig strijdig is met EU-recht geen onderdeel van de EU-pilot en daar zijn dan ook geen conclusies aan verbonden.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Informatie over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 29 juni 2026</tussenkop>
            <al>In het nu volgende informeer ik u over de Formele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 29 juni 2026, waaraan ik voornemens ben deel te nemen. De Formele Raad vindt plaats in Luxemburg.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Agendapunt: Beleidsdebat over de bevordering van eerlijke arbeidsmobiliteit door middel van gemoderniseerde en vereenvoudigde regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Doel Raadsbehandeling</tussenkop>
            <al>Het Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over vereenvoudiging en modernisering van de regels voor de coördinatie van de sociale zekerheid zoals neergelegd in Verordening (EU) 883/2004.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inhoud</tussenkop>
            <al>Het beleidsdebat vindt plaats in het kader van het eerlijke arbeidsmobiliteitspakket (<nadruk type="cur">Fair Labour Mobility Package) </nadruk>dat de Europese Commissie (hierna: Commissie) naar verwachting na de zomer van 2026 zal publiceren. Nu op 22 april jl. in de trilogen een voorlopig politiek akkoord<noot id="ID-1254139-d40e224" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2025/26, <extref doc="kst-29861-188" soort="document" status="actief">29 861, nr. 188</extref> en <extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z12553&amp;did=2026D28509" soort="URL" status="actief">Appreciatie voorlopig akkoord herziening Verordening 883/2004 inzake de Coördinatie van Sociale Zekerheidsstelsels | Tweede Kamer der Staten-Generaal</extref></noot.al></noot> is bereikt over de herziening van Verordening 883/2004 (hierna: Verordening) wil de Commissie onderzoeken hoe de coördinatieregels in de Verordening verder kunnen worden vereenvoudigd en gemoderniseerd. In het Coreper-overleg van 29 april jl. – waarin een meerderheid van lidstaten het voorlopig politiek akkoord over de herziening heeft gesteund – heeft de Commissie een verklaring afgelegd met deze boodschap. In die verklaring heeft de Commissie ook aangekondigd voorstellen te zullen doen voor versterking van de samenwerking tussen lidstaten op het terrein van controle en arbeidsbemiddeling bij de export van werkloosheidsuitkeringen. In het voorliggende stuk wordt onder meer ingegaan op gegevensuitwisseling, activeringsmaatregelen en controle.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inzet Nederland</tussenkop>
            <al>In 2025 heeft Nederland, in het kader van de onderhandelingen over de herziening van de Verordening, een non-paper opgesteld.<noot id="ID-1254139-d40e241" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2024/25, <extref doc="kst-29861-158" soort="document" status="actief">29 861, nr. 158</extref></noot.al></noot> Dat non-paper bevat een inventarisatie van uitdagingen, en voorstellen voor vervolgstappen die nodig zijn om de Verordening te moderniseren en vereenvoudigen. Deze noodzaak bestaat vanwege fundamentele veranderingen op de arbeidsmarkt, zoals een toename in het tijd en plaatsonafhankelijk werken. Daarnaast bestaat er vanuit de uitvoeringsinstanties de wens om de Verordening te vereenvoudigen. In het non-paper doet Nederland voorstellen voor onder andere het bevorderen van arbeidsparticipatie bij geëxporteerde uitkeringen en het tegengaan van misbruik en fraude.</al>
            <al>Ik zal tijdens het beleidsdebat, conform het non-paper, het belang van verdere modernisering en vereenvoudiging onderstrepen met het oog op een toekomstbestendige uitvoering en begrijpelijke regels voor burgers en bedrijven. Ik zal ook aandacht vragen voor het vastleggen van effectieve afspraken in de Verordening die de samenwerking tussen de werkloosheidsinstanties van de lidstaten op het terrein van arbeidsbemiddeling en controle verbeteren.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Agendapunt: Beleidsdebat over de uitvoering van de Europese Anti-Armoedestrategie en de wegen naar een effectieve implementatie</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Doel Raadsbehandeling</tussenkop>
            <al>Het Cypriotisch Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over de onlangs gepubliceerde mededeling over de Europese Anti-Armoedestrategie.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inhoud</tussenkop>
            <al>Op 6 mei jl. heeft de Europese Commissie het Sociaal Pakket gepubliceerd, bestaande uit drie mededelingen en een voorstel voor een raadsaanbeveling.<noot id="ID-1254139-d40e269" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Het pakket bevat drie mededelingen over; (I) de Europese Anti-Armoedestrategie; (II) de versterking van de Europese Kindergarantie, (III) de versterking van de Europese strategie voor de rechten van personen met een handicap. Daarnaast is er (IV) een voorstel voor een raadsaanbeveling over de bestrijding van uitsluiting op de woningmarkt gepresenteerd.</noot.al></noot> Onderdeel van dit Sociaal Pakket is de Europese Anti-Armoedestrategie (hierna: Strategie). Deze mededeling zal de basis vormen voor het beleidsdebat. Het discussiedocument is ten tijde van het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.</al>
            <al>In de Strategie spreekt de Commissie de ambitie uit om in 2050 een einde te maken aan armoede in de EU. De Strategie schets een alomvattende, integrale aanpak om armoede in de EU te voorkomen en te bestrijden en zo bij te dragen aan de verwezenlijking van de Europese pijler van sociale rechten. Het eerste deel van de Strategie richt zich op maatregelen om armoede te bestrijden gedurende de gehele levenscyclus, en daarnaast op het belang van werk, voor wie kan werken, als bescherming tegen armoede. Het tweede deel van de Strategie ziet op maatregelen om horizontale uitdagingen die armoede verergeren, aan te pakken. Het derde deel van de Strategie ziet op het versterken van bestuurlijke aansturing, financiering en verbetering van de monitoring om armoede te verminderen en voorkomen. De Strategie kondigt daarnaast een aantal actualisaties aan van bestaand beleid en voorstellen voor nieuw beleid die in 2026 en 2027 gepubliceerd zullen worden.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inzet Nederland</tussenkop>
            <al>Zoals toegelicht in het BNC-fiche<noot id="ID-1254139-d40e287" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z13032&amp;did=2026D29424" soort="URL" status="actief">Fiche: Mededeling Europese Anti–Armoede Strategie | Tweede Kamer der Staten-Generaal</extref></noot.al></noot>, verwelkomt het kabinet de Strategie. Hoewel armoede een nationale competentie is, kunnen Europese landen veel van elkaar leren op het gebied van armoedebestrijding. Ter ondersteuning en beïnvloeding van de ontwikkeling van deze Strategie heeft het kabinet in 2025 een non-paper<noot id="ID-1254139-d40e298" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2025/11/17/nederlandse-non-paper-europese-anti-armoedestrategie" soort="URL" status="actief">https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2025/11/17/nederlandse-non-paper-europese-anti-armoedestrategie</extref></noot.al></noot> opgesteld dat voortbouwt op het Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS)<noot id="ID-1254139-d40e309" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2024/25, <extref doc="kst-24515-799" soort="document" status="actief">24 515, nr. 799</extref></noot.al></noot>. Het kabinet verwelkomt dat de Strategie in grote mate aansluit bij de punten die het kabinet in het non-paper heeft benoemd, zoals het belang van ervaringsdeskundigheid, preventie, en het hanteren van een geïntegreerde aanpak die gericht is op intergenerationele armoede. Het kabinet onderschrijft dat de beschikbaarheid en toegankelijkheid van inkomensondersteunende regelingen en diensten van groot belang is en dat het tegengaan van niet-gebruik van regelingen gebaat is bij een proactieve aanpak.</al>
            <al>De Commissie zal in 2027 met een aanbeveling komen om armoede onder werkenden te voorkomen en te bestrijden. Het kabinet kijkt hier naar uit en ik zal dit ook tijdens het debat benoemen. Het kabinet ziet gelijke kansen op de arbeidsmarkt en het begeleiden van mensen naar werk als een belangrijke prioriteit en werkt aan een aanpak gericht op het eerder bereiken van werkenden met een laag inkomen, zodat deze groep zo vroeg mogelijk wordt geholpen in geval van geldzorgen en/of beginnende schulden. Ik zal tijdens het beleidsdebat, conform het BNC-fiche, daarnaast aandacht vragen voor het belang van preventie van geldzorgen en (beginnende) schulden, en het belang van financiële educatie voor kinderen en jongeren benadrukken.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Agendapunt: Aanname Raadsconclusies inzake het voorkomen en bestrijden van cybergeweld tegen meisjes</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Doel Raadsbehandeling</tussenkop>
            <al>Aanname van de Raadsconclusies.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingen</tussenkop>
            <al>Het Cypriotische Voorzitterschap presenteerde concept-Raadsconclusies (hierna: Raadsconclusies) over het voorkomen en bestrijden van cybergeweld tegen meisjes. De Raadsconclusies bouwen voort op al bestaande EU-instrumenten over het tegengaan van geweld tegen vrouwen, gendergelijkheid en digitale veiligheid, zoals de richtlijn «Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld».<noot id="ID-1254139-d40e337" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al><extref doc="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=OJ:L_202401385" soort="URL" status="actief">https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=OJ:L_202401385</extref></noot.al></noot></al>
            <al>De Europese Commissie constateert dat meisjes steeds vaker slachtoffer worden van online geweld. De Raadsconclusies benadrukken dat cybergeweld ernstige gevolgen heeft voor de mentale gezondheid, het zelfvertrouwen en het welzijn van meisjes en hun rechten en veiligheid in digitale ruimtes. De Raadsconclusies roepen EU-lidstaten op om cybergeweld tegen meisjes te erkennen als een ernstige vorm van gendergerelateerd geweld en via preventie, bescherming en handhaving de online veiligheid van meisjes structureel te verbeteren.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inzet Nederland</tussenkop>
            <al>Ik ben namens Nederland voornemens in te stemmen met de Raadsconclusies. Nederland verwelkomt de aandacht voor het voorkomen en bestrijden van online geweld tegen meisjes op Europees niveau. De Raadsconclusies zijn in lijn met staand Nederlands beleid en de ambities van het kabinet.</al>
            <al>Op dit moment vindt op nationaal niveau de doorontwikkeling plaats van de integrale aanpak van geweld tegen vrouwen en meisjes.<noot id="ID-1254139-d40e365" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2025/26, 28345, <extref doc="kst-31015-293" soort="document" status="actief">31 015, nr. 293</extref></noot.al></noot> Eén van de ambities hierbinnen, zoals ook verwoord in het Coalitieakkoord, is het beter borgen van de aanpak van online geweld tegen vrouwen en meisjes. Het kabinet zet hierbij in op het versterken van de coördinatie door het zo snel mogelijk aanstellen van een «Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld».</al>
            <al>De Raadsconclusies noemen ook interventies via het onderwijs. Nederland heeft erop toegezien dat de genoemde interventies voldoende ruimte bieden aan lidstaten om hun eigen onderwijscurriculum in te richten.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement</tussenkop>
            <al>Naar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadsconclusies. Er is geen rol voor het Europees Parlement.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Agendapunt: Aanname Raadsconclusies inzake wonen; veranderende demografie en de vormgeving van beleid</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Doel Raadsbehandeling</tussenkop>
            <al>Aanname van de Raadsconclusies.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingen</tussenkop>
            <al>Het Cypriotisch Voorzitterschap heeft concept-Raadsconclusies (hierna: Raadsconclusies) gepresenteerd over huisvesting. De Raadsconclusies benadrukken dat huisvesting een nationale bevoegdheid van de lidstaten blijft, maar erkennen tegelijkertijd dat Europese samenwerking kan bijdragen aan het aanpakken van gedeelde uitdagingen op het gebied van betaalbaarheid, woningtekorten, verduurzaming en sociale inclusie.</al>
            <al>Een belangrijk onderdeel van de Raadsconclusies betreft de relatie tussen huisvesting en demografische ontwikkelingen. De Raadsconclusies wijzen onder meer op vergrijzing, veranderende huishoudsamenstellingen, urbanisatie en regionale bevolkingskrimp als structurele factoren die de vraag naar woningen beïnvloeden. Daarbij is specifieke aandacht voor de positie van jongeren, ouderen, gezinnen en kwetsbare groepen op de woningmarkt. Verder richten de Raadsconclusies zich op het stimuleren van publieke en private investeringen, het versnellen van woningbouw en renovatie, vereenvoudiging van procedures, innovatie in de bouwsector, betere benutting van de bestaande woningvoorraad en het verbeteren van dataverzameling en kennisuitwisseling tussen lidstaten.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inzet Nederland</tussenkop>
            <al>Ik ben namens Nederland voornemens in te stemmen met de Raadsconclusies. Het uitgangspunt blijft dat huisvestingsbeleid primair een nationale bevoegdheid is en dat Europese samenwerking aanvullend en ondersteunend moet zijn. Dat is voldoende geborgd in deze Raadsconclusies. Het kabinet vindt het positief dat de samenhang tussen demografie en huisvesting nadrukkelijk wordt benoemd. In Nederland hebben bevolkingsgroei, vergrijzing en veranderende huishoudenssamenstellingen grote impact op de woningmarkt en de groeiende behoefte aan passende woningen voor verschillende doelgroepen. Demografie moet daarom het vertrekpunt zijn van het woningbeleid. Het kabinet verwelkomt daarnaast de aandacht voor vereenvoudiging, innovatie, circulair bouwen en kennisuitwisseling tussen lidstaten. Ook de focus op het versnellen van vergunningverlening en het verminderen van administratieve lasten sluit goed aan bij de Nederlandse inzet op woningbouwversnelling.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement</tussenkop>
            <al>Naar verwachting kunnen alle lidstaten instemmen met de Raadsconclusies. Er is geen rol voor het Europees Parlement.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Agendapunt: Beleidsdebat woonzekerheid voor iedereen: inspelen op de behoeften van studenten en gezinnen met een middeninkomen</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Doel Raadsbehandeling</tussenkop>
            <al>Het Cypriotisch Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over woonzekerheid.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inhoud</tussenkop>
            <al>De Europese Commissie (hierna: Commissie) is voornemens om op 7 juli haar voorstel voor de <nadruk type="cur">Afforable Housing Act </nadruk>te presenteren. In aanloop naar deze publicatie heeft het Cypriotische voorzitterschap een beleidsdebat geagendeerd over woonzekerheid. Een discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inzet Nederland</tussenkop>
            <al>Wonen betaalbaarder maken is een topprioriteit voor het kabinet. Om wonen voor middeninkomens betaalbaarder te maken, zet Nederland in op de bouw van meer betaalbare koop- en huurwoningen. Daarnaast heeft Nederland in 2024 huurprijsregulering ingevoerd in het middensegment, met als doel om te zorgen dat woningen die kwalitatief gezien in het middensegment thuishoren, ook voor een midden huurprijs worden verhuurd. Met het staatssteunbesluit van de Commissie als onderdeel van het pakket voor betaalbaar wonen (<nadruk type="cur">Afforable Housing Package</nadruk>)<noot id="ID-1254139-d40e441" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2025 – 26, <extref doc="kst-22112-4274" soort="document" status="actief">22 112, nr. 4274</extref></noot.al></noot>, zal staatssteun voor betaalbare huisvesting (inclusief midden huur) mogelijk worden. Nederland verwelkomt daarom de herziene staatssteunregels van de Europese Commissie. Het kabinetsbeleid is er verder op gericht voor alle aandachtsgroepen betaalbare huisvesting te realiseren, waaronder studenten. In het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting<noot id="ID-1254139-d40e450" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2023–24, <extref doc="kst-36512-2" soort="document" status="actief">36 512, nr. 2</extref></noot.al></noot> maken we afspraken over aantallen en typen woningen voor aandachtsgroepen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Agendapunt: Europees Semester 2026</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="vet">a) Presentatie van de Europese Commissie over het Lentepakket 2026 en aanname van de werkgelegenheids- en sociale beleidsaspecten van de landspecifieke aanbevelingen (LSA’s) voor 2026.</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Doel Raadsbehandeling</tussenkop>
            <al>De Raad zal de presentatie van de Europese Commissie aanhoren over het voorstel voor het Lentepakket 2026. Ook wordt de Raad gevraagd in te stemmen met de aanname van de werkgelegenheids- en sociale beleidsaspecten van de landspecifieke aanbevelingen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingen</tussenkop>
            <al>Op 3 juni 2026 publiceerde de Commissie het Lentepakket in het kader van het Europees Semester. Het Lentepakket bestaat uit (i) een overkoepelende mededeling over de economische situatie van de EU, (ii) landenrapporten inclusief een analyse van het economisch beleid van de lidstaten, (iii) voorstellen voor landspecifieke aanbevelingen (LSA’s), (iv) de uitkomsten van de onderzoeken naar macro-economische onevenwichtigheden en (v) de richtsnoeren voor werkgelegenheidsbeleid. Tijdens de Raad staan de ontwikkelingen op sociaal en werkgelegenheidsterrein op de agenda.</al>
            <al>De voorgestelde landspecifieke aanbevelingen voor Nederland op sociaal- en werkgelegenheidsterrein luiden als volgt:</al>
            <al>
              <nadruk type="cur">5.1 Neem en implementeer maatregelen om de prikkels voor flexibele en tijdelijke arbeidscontracten te verminderen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="cur">5.2 Pak de tekorten op de arbeidsmarkt en het gebrek aan vaardigheden aan, onder meer door onbenut arbeidspotentieel beter te benutten en door sterker in te zetten op bij- en omscholingsmaatregelen. Moedig mobiliteit aan naar hoogproductieve sectoren en sectoren waar een maatschappelijke uitdaging is. Verbeter de werk en leefomstandigheden van arbeidsmigranten van binnen en buiten de EU.</nadruk>
            </al>
            <al>De LSA’s komen grotendeels overeen met die van voorgaande jaren. Nieuw is de aanbeveling om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten van binnen en buiten de EU te verbeteren.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inzet Nederland</tussenkop>
            <al>Ik ben namens Nederland voornemens in te stemmen met de werkgelegenheids- en sociale beleidsaspecten van de landspecifieke aanbevelingen. Zoals toegelicht in de nagestuurde Geannoteerde Agenda over de Ecofinraad van 12 juni<noot id="ID-1254139-d40e499" type="voet"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2025/26, <extref doc="kst-21501-07-2197" soort="document" status="actief">21 501–07-, nr. 2197</extref></noot.al></noot>, herkent het kabinet zich in de eerste aanbeveling van de Commissie om prikkels te verminderen om flexibele of tijdelijke contracten te gebruiken. In nauw overleg met sociale partners zijn de afgelopen jaren een aantal belangrijke stappen gezet op het gebied van flexibilisering. Hierbij is naar een nieuwe balans op de arbeidsmarkt gezocht, met voldoende wendbaarheid voor werkgevers. Het wetsvoorstel «Meer zekerheid flexwerkers»<noot id="ID-1254139-d40e508" type="voet"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2024/25, <extref doc="kst-36746-2" soort="document" status="actief">36 746, nr. 2</extref></noot.al></noot> ziet erop dat werknemers met een oproepcontract meer zekerheid over hun inkomen en werktijd krijgen.</al>
            <al>Het kabinet kan zich ook vinden in de tweede aanbeveling. Hoewel de arbeidsparticipatie in Nederland tot de hoogste van Europa behoort,<noot id="ID-1254139-d40e521" type="voet"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al><extref doc="https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Employment_-_annual_statistics" soort="URL" status="actief">Employment - annual statistics - Statistics Explained - Eurostat</extref></noot.al></noot> blijft het kabinet zich inzetten om belemmeringen weg te nemen die verschillende groepen ervan weerhouden om te werken of meer uren te werken. Het kabinet zet daarnaast specifiek in op een Talentstrategie, die uw Kamer voor de zomer van 2026 zal ontvangen.<noot id="ID-1254139-d40e533" type="voet"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2025/26, <extref doc="kst-36800-VIII-148" soort="document" status="actief">36 800 VIII, nr. 148</extref></noot.al></noot> Hiermee wil het kabinet beleid rondom onder andere de arbeidsmarkt, onderwijs en migratie meer in samenhang inzetten om talent op te leiden voor en te bewegen naar sectoren die van belang zijn voor onze economische groei en voor het realiseren van de belangrijke maatschappelijke doelen. De Talentstrategie geeft ook richting aan het instrumentarium voor een Leven Lang Ontwikkelen (LLO). Uw Kamer ontvangt voor de zomer van 2026 een brief over LLO namens de Ministers van SZW, OCW en EZK.</al>
            <al>Verder zet het kabinet zich in voor de aanpak van misstanden door onverminderd de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten en het SER-advies «Arbeidsmigratie naar waarde» uit te voeren.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement</tussenkop>
            <al>Op het moment van het schrijven van deze Geannoteerde Agenda zijn de LSA’s nog niet besproken in de Brusselse comités, er is derhalve nog geen beeld van het krachtenveld. Het Europees Parlement heeft geen rol.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">b) Aanname opinie van het Werkgelegenheidscomité en het Sociaal Beschermingscomité over het Europees Semester 2026</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Doel Raadsbehandeling</tussenkop>
            <al>Aanname van de opinie.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingen</tussenkop>
            <al>De opinie beschrijft het gedane werk door het Werkgelegenheidscomité (<nadruk type="cur">Employment Committee</nadruk>, EMCO) en het Sociaal Beschermingscomité (<nadruk type="cur">Social Protection Committee</nadruk>, SPC) sinds de verschijning van het Lentepakket van afgelopen jaar. De comités keken onder meer naar de voortgang met nationaal beleid aan de hand van de LSA’s uit 2025<noot id="ID-1254139-d40e576" type="voet"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2024/25, <extref doc="kst-21501-31-789" soort="document" status="actief">21 501–31, nr.789</extref></noot.al></noot>, de nationale doelen voor 2030<noot id="ID-1254139-d40e585" type="voet"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2021/22, <extref doc="kst-21501-31-669" soort="document" status="actief">21 501–31, nr.669</extref></noot.al></noot>, de voorbereiding van de 2026 Aanbevelingen aan de eurozone<noot id="ID-1254139-d40e595" type="voet"><noot.nr>22</noot.nr><noot.al><extref doc="https://commission.europa.eu/publications/2026-european-semester-recommendation-euro-area_en" soort="URL" status="actief">https://commission.europa.eu/publications/2026-european-semester-recommendation-euro-area_en</extref></noot.al></noot> en het opstellen van het Gezamenlijk Werkgelegenheidsrapport 2026<noot id="ID-1254139-d40e606" type="voet"><noot.nr>23</noot.nr><noot.al><extref doc="https://employment-social-affairs.ec.europa.eu/joint-employment-report-2026_en" soort="URL" status="actief">https://employment-social-affairs.ec.europa.eu/joint-employment-report-2026_en</extref></noot.al></noot>. Ook toetsen de comités het werkgelegenheids- en sociale beschermingsbeleid in de budgettair-structurele plannen<noot id="ID-1254139-d40e617" type="voet"><noot.nr>24</noot.nr><noot.al>In het kader van de herziene Europese begrotingsregels, zie ook Kamerstukken II, 2024/25, <extref doc="kst-21501-07-2085" soort="document" status="actief">21 501–07, nr.2085</extref></noot.al></noot>. Tevens werd in maart 2026 de Raadsaanbeveling over menselijk kapitaal aangenomen. Deze Raadsaanbeveling is bedoeld als aanvulling op de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, door menselijk kapitaal aan te wijzen als een drijver van concurrentievermogen. Ten slotte verwijst de opinie naar het gedane werk door EMCO en SPC rondom de behandeling van de LSA’s, ter voorbereiding op de behandeling in de Raad WSB van 29 juni.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inzet Nederland</tussenkop>
            <al>Het kabinet herkent het waardevolle werk van de comités in het kader van het Europees Semester. Ik ben voornemens om in te stemmen met de aanname van de opinie.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Indicatie krachtenveld Raad en Europees Parlement</tussenkop>
            <al>Op het moment van het schrijven van deze Geannoteerde Agenda is de opinie nog niet gefinaliseerd, dit zal naar verwachting gebeuren tijdens de EMCO-SPC vergadering van 18 juni. Het is de verwachting dat de opinie tijdens de Raad zal worden aangenomen. Het Europees Parlement heeft geen rol.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Agendapunt: Presentatie Kernboodschappen gender-gerelateerde aspecten van kwaliteitsbanen</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Doel Raadsbehandeling</tussenkop>
            <al>De Raad zal de presentatie aanhoren.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inhoud/achtergrond/tijdpad onderhandelingen</tussenkop>
            <al>De voorzitter van het Werkgelegenheidscomité (<nadruk type="cur">Employment Committee</nadruk>, EMCO) zal de uitkomsten presenteren van een overleg van EMCO dat op 24 en 25 maart plaatsvond. Sociale partners namen hier ook aan deel. Lidstaten wisselden daarbij ervaringen uit over recent ingevoerde beleidsmaatregelen die gericht zijn op het verbeteren van de arbeidspositie van vrouwen. De verwachting is dat de presentatie geleerde lessen van nationale maatregelen benoemt over de aanpak van verschillen in inkomen, pensioenopbouw, carrièrekansen, kinderopvang en werkgerelateerde stress, zoals mentale klachten en de balans tussen werk-privé.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inzet Nederland</tussenkop>
            <al>Nederland zal de presentatie aanhoren. Het kabinet gaat door met bijna gratis kinderopvang voor werkende ouders, want met het afschaffen van de grootste toeslag, wordt de grootste onzekerheid in de portemonnee van werkende ouders weggenomen. Verder moet het eenvoudiger worden om werk met een gezin en zorg te kunnen combineren. Daarom vereenvoudigt het kabinet het verlofstelsel met het SER-advies «Balans in maatschappelijk verlof» als startpunt. Ook moet het lonen om meer uren te werken. Het kabinet onderzoekt onorthodoxe maatregelen om dit te realiseren, zoals het versoepelen van de Wet onderscheid arbeidsduur (voltijdsbonus), een arbeidskorting per uur en een meerurenvoordeel. Ook werkt het kabinet onverminderd door aan de implementatie van de richtlijn loontransparantie. Ten slotte roept het kabinet sociale partners op om een constructieve dialoog te blijven voeren om de genderkloof te dichten.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Informatie over de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 6 juli 2026</tussenkop>
            <al>In het nu volgende informeer ik u over de Informele Raad Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 6 juli 2026. De Informele Raad vindt plaats in Ballina, Ierland. Nederland zal bij deze bijeenkomst op ambtelijk niveau worden vertegenwoordigd gelet op de substantiële reistijd en andere verplichtingen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Agendapunt: Beleidsdebat over de benaderingen voor het aanpakken en voorkomen van armoede gedurende de hele levenscyclus</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Doel Raadsbehandeling</tussenkop>
            <al>Het Cypriotisch Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over het aanpakken en voorkomen van armoede.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inhoud</tussenkop>
            <al>Op 6 mei 2026 heeft de Europese Commissie de mededelingen over de Europese Anti-Armoedestrategie en de versterking van de Europese Kindergarantie gepubliceerd als onderdeel van het Sociaal pakket. In beide mededelingen is aandacht voor het aanpakken en voorkomen van armoede gedurende de hele levenscyclus. Een discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inzet Nederland</tussenkop>
            <al>Het kabinet verwelkomt de Europese Anti-Armoede strategie<noot id="ID-1254139-d40e689" type="voet"><noot.nr>25</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z13032&amp;did=2026D29424" soort="URL" status="actief">Fiche: Mededeling Europese Anti–Armoede Strategie | Tweede Kamer der Staten-Generaal</extref></noot.al></noot> en de versterking van de Europese Kindergarantie<noot id="ID-1254139-d40e700" type="voet"><noot.nr>26</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2026Z13033&amp;did=2026D29426" soort="URL" status="actief">Fiche: Mededeling Versterken van de Europese Kindergarantie | Tweede Kamer der Staten-Generaal</extref></noot.al></noot>. Het kabinet is, net als de Commissie, van mening dat werk de beste manier uit armoede is. Het kabinet verwelkomt daarom de aandacht die wordt besteed aan werkenden in beide mededelingen.</al>
            <al>Ook onderschrijft het kabinet het belang van de beschikbaarheid en toegankelijkheid van inkomensondersteunende maatregelen evenals een proactieve aanpak om niet gebruik tegen te gaan. Nederland heeft reeds een goed ontwikkeld multi-pijler pensioenstelsel, met een kapitaal gedekte aanvullende pensioenpijler, en onderschrijft dat dit kan bijdragen aan minder risico op armoede onder ouderen.</al>
            <al>Het kabinet vindt het verstandig om de Kindergarantie en Jeugdgarantie nauwer met elkaar te verbinden, zoals benoemd in de mededeling over de versterking van de Europese Kindergarantie. Dit om te voorkomen dat kinderen tussen verschillende regelingen terecht komen.</al>
            <al>Daarnaast zal Nederland tijdens deze Raad aandacht vragen voor financiële educatie door de hele levenscyclus als instrument om armoede te voorkomen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Agendapunt: Beleidsdebat over effectieve handhaving in een veranderende arbeidsmarkt – toezichtsysteem voor werkgelegenheid, arbeidsinspectie en de bescherming van werknemers</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Doel Raadsbehandeling</tussenkop>
            <al>Het Ierse Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over effectieve handhaving in een veranderende arbeidsmarkt.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inhoud</tussenkop>
            <al>Een discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inzet Nederland</tussenkop>
            <al>Nederland juicht toe dat het Ierse voorzitterschap aandacht besteedt aan effectieve handhaving. De veranderende arbeidsmarkt wordt onder andere gekenmerkt door toenemende internationalisering en grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit. Dit vraagt om een intensieve samenwerking en informatie-uitwisseling tussen nationale autoriteiten om te bevorderen dat werknemers de bescherming ontvangen waar zij recht op hebben en om oneerlijke concurrentie tegen te gaan. De Europese Arbeidsautoriteit (ELA) speelt hierin een belangrijke rol. De ELA bevordert de samenwerking tussen EU-landen, coördineert gezamenlijke inspecties, maakt analyses en risicobeoordelingen, en bemiddelt in geschillen tussen EU-landen op het gebied van grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit en handhaving.</al>
            <al>De Europese Commissie zal naar verwachting na de zomer van 2026 een voorstel publiceren om het mandaat van de ELA te herzien. Dit voorstel zal deel uitmaken van een breder pakket ter bevordering van eerlijke arbeidsmobiliteit. Tijdens de Raad zal Nederland zich uitspreken voor versterking van het ELA-mandaat, zodat de impact van de ELA kan worden vergroot. In lijn met het eerder door Nederland opgestelde position paper<noot id="ID-1254139-d40e745" type="voet"><noot.nr>27</noot.nr><noot.al><extref doc="https://open.overheid.nl/documenten/92444fcf-870c-4224-8721-ddc0cdf01a86/file" soort="URL" status="actief">https://open.overheid.nl/documenten/92444fcf-870c-4224-8721-ddc0cdf01a86/file</extref></noot.al></noot> zal Nederland tijdens het beleidsdebat pleiten voor: (1) een sterkere rol van ELA ten aanzien van (gedetacheerde) derdelanders, (2) een ruimer onderzoeksmandaat voor de ELA, met name op het terrein van persoonsgegevensverwerking, zodat een gerichte grensoverschrijdende aanpak mogelijk wordt op basis van EU-brede risicoanalyses, (3) een meer proactieve rol voor de ELA bij het initiëren en coördineren van gezamenlijke inspecties, en (4) betere toegang tot relevante informatie, teneinde de positie en rechtsbescherming van kwetsbare groepen arbeidsmigranten verder te versterken.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Agendapunt: Beleidsdebat over het aanpakken van de kloof in de werkgelegenheid voor mensen met een beperking voor een meer inclusieve en concurrerende EU</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Doel Raadsbehandeling</tussenkop>
            <al>Het Ierse Voorzitterschap beoogt een gedachtewisseling te houden over het aanpakken van de kloof in de werkgelegenheid voor mensen met een beperking.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inhoud</tussenkop>
            <al>Een discussiedocument ten behoeve van de gedachtewisseling is ten tijde van het opstellen van deze Geannoteerde Agenda nog niet beschikbaar.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Inzet Nederland</tussenkop>
            <al>Het kabinet acht het van belang dat zoveel mogelijk mensen, binnen hun mogelijkheden, meedoen via betaald werk. Dat geldt voor mannen en vrouwen, jongeren en ouderen en mensen zonder en met een beperking. Uitval vanwege werkloosheid of arbeidsongeschiktheid moet worden voorkomen. Daarom zet Nederland stevig in op Leven Lang Ontwikkelen en het van werk-naar-werk begeleiden van werknemers. Dit is belangrijk voor de mensen zelf en voor de samenleving als geheel en daarnaast nodig om de concurrentiepositie van Nederland en van de Europese Unie te bevorderen.</al>
            <al>Het kabinet heeft in de Werkagenda VN-Verdrag Handicap<noot id="ID-1254139-d40e780" type="voet"><noot.nr>28</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 20254/25, <extref doc="kst-24170-362" soort="document" status="actief">24 170, nr 362</extref></noot.al></noot> belangrijke maatregelen opgenomen die gericht zijn op een inclusieve arbeidsmarkt. Enkele voorbeelden van maatregelen die beogen om de kloof in de werkgelegenheid voor mensen met een beperking te dichten, zijn de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur en de komst van regionale werkcentra, het versterken van de sociale infrastructuur en beschut werk, de agenda inclusief werkgeverschap en de wet «van School naar Duurzaam werk». Nederland zal tijdens het beleidsdebat deze en mogelijk andere voorbeelden onder de aandacht brengen.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>