﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-30-706/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>21 501</dossiernr>-<raadnr>30</raadnr></dossiernummer>
      <titel>Raad voor Concurrentievermogen </titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">706</ondernummer></stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 29 juni 2026</al>
            <al>Op 9 en 10 juli organiseert het Iers Voorzitterschap een informele Raad voor Concurrentievermogen (RvC) over het onderdeel industrie en interne markt. Met deze brief stuur ik u de geannoteerde agenda met daarin een beschrijving van de discussiepunten en de Nederlandse inzet.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Economische Zaken en Klimaat,</functie>
            <naam>
              <voornaam>H.G.</voornaam>
              <achternaam>Herbert</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">Beleidsdiscussie over de financieringskloof voor opschaling in Europa</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Toelichting agendapunt</tussenkop>
            <al>Het voorzitterschap vraagt de Raad om een discussie over de financieringskloof voor opschaling in Europa. Volgens het voorzitterschap wordt deze veroorzaakt door de beperkte omvang en diepte van durfkapitaal- en <nadruk type="cur">private-equity</nadruk> fondsen. Daarom wordt de Raad gevraagd welke overheidsinstrumenten en hervormingen van de regelgeving nodig zijn om investeringen te ondersteunen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Nederlandse inzet</tussenkop>
            <al>Hoewel de Nederlandse durfkapitaalmarkt zich sterk ontwikkelt, blijven knelpunten bestaan. Het belangrijkste is de financiering van scale-ups met grote financieringsbehoefte, in het bijzonder voor sectoren zoals deeptech. Voor de doorgroei van startups naar scale-ups blijft het kabinet inzetten op instrumenten als de SEED Capital regeling en de Vroegefasefinanciering en de inzet van de ROM’s en Invest-NL (in 2025 versterkt met 600 miljoen euro).</al>
            <al>Aanvullend wordt er ook gewerkt aan het mobiliseren van institutioneel kapitaal via bijvoorbeeld een voorgenomen toekenning van 200 miljoen euro aan ETCI 2.0 en via het initiatief van Invest-NL voor een fonds-in-fonds met de Nederlandse pensioenfondsen. Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten voor de verdieping en integratie van de Europese kapitaalmarktunie om het aanbod van financiering, in het bijzonder meer risicodragende financiering, te bevorderen.</al>
            <al>Nederland zal tijdens de Raad pleiten voor het gebruik van Blended Finance instrumenten, volgens het model van het nieuwe Nederlandse Blended Finance Instrument (250 miljoen euro). Dit instrument richt zich op de opschaling van start- en scale-ups met een significante kapitaalbehoefte. Ook zal Nederland inbrengen dat moet worden ingezet op opschalingsfinanciering binnen de huidige en toekomstige EU-begroting, o.a. via de Europese Innovatie Raad, het Scaleup Europa Fonds en het Europees Concurrentievermogenfonds (ECF). Dit is conform de onderhandelingsinzet van Nederland voor het Meerjarig Financieel Kader (MKF).</al>
            <al>Tot slot zal Nederland in de interventie wederom aandacht vragen voor het aanpassen van de definitie van ondernemingen in moeilijkheden (OiM). De huidige definitie van ondernemingen in moeilijkheden in de staatssteunregels (AGVV en de richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun) beperkt de toegang tot staatssteun voor innovatieve start-ups en scale-ups en daarmee de mogelijkheden voor opschaling van deze bedrijven.</al>
            <al>Tijdens de RvC van 28 mei is er ook aandacht gevraagd voor bovenstaand punt. Naar aanleiding van het Joint Statement Undertakings in Difficulty under the General Block Exemption Regulation, heeft de Commissie aangegeven de OiM-definitie aan te passen. De Nederlandse inzet benadrukt dat de inhoud van deze nieuwe definitie voldoende duidelijk moet zijn en dat snelheid van cruciaal belang is om te voorkomen dat Nederlandse innovatieve ondernemingen aarzelen subsidieverzoeken in te dienen of dat deze moeten worden afgewezen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Beleidsdebat de verduurzaming van de industrie met oog voor de concurrentiepositie</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Toelichting agendapunt</tussenkop>
            <al>Het Iers voorzitterschap vraagt de Raad te reflecteren op de vraag hoe we in Europa onze industrie concurrerend houden terwijl we gelijktijdig ook blijven inzetten op de verduurzaming van de industrie.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Nederlandse inzet</tussenkop>
            <al>De Nederlandse inzet ten aanzien van dit onderwerp is dat het verbeteren van Europees concurrentievermogen hand in hand moet gaan met de verduurzaming van de industrie.</al>
            <al>In de Europese discussie over industriebeleid, pleit Nederland voor focus op strategische markten die bijdragen aan toekomstige economische groei, weerbaarheid en verduurzaming. Nederland acht verduurzaming in combinatie met gericht industriebeleid noodzakelijk. Beide ziet het kabinet als randvoorwaardelijk voor een sterk concurrentievermogen en grotere weerbaarheid, bijvoorbeeld door afhankelijkheden te verminderen en meer zelfvoorzienend in ons energiegebruik te worden. Naast het opbouwen en stimuleren van nieuwe en strategische markten, moet er daarom ook aandacht blijven voor de energie-intensieve industrie. Daarbij is aandacht nodig voor een meer gecoördineerde aanpak van problematiek rond randvoorwaarden (vergunningverlening, energie-infrastructuur) en verbetering van markttoegang voor (innovatieve) producten en bedrijven.</al>
            <al>Een belangrijk onderdeel om dit uit te voeren is de Industrial Accelerator Act (IAA). In het BNC-fiche en de recente beantwoording van SO-vragen hebben de Minister van Klimaat en Groene Groei en ikzelf uiteengezet hoe wij de IAA willen verbeteren om bovenstaande doelen te bereiken.<noot id="ID-1264145-d40e141" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-22112-4306" soort="document" status="actief">22 112-4306</extref>; Kamerstuk <extref doc="kst-22112-4352" soort="document" status="actief">22 112-4352</extref></noot.al></noot></al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Krachtenveld</tussenkop>
            <al>In het Europese krachtenveld zijn verschillende stromen te onderscheiden hoe de transitie naar een weerbaar en concurrerende industrie moet worden vormgegeven. Over de noodzaak voor ingrijpen vanuit de EU en lidstaten bestaat wel consensus. Echter, de startpositie verschilt per lidstaat. Afhankelijk van de industriële sectoren, de energiemix en lidstaatspecifieke problemen rondom randvoorwaarden wordt de positie in het IAA-debat bepaald. De verwachting is dat gedurende de onderhandelingen over de IAA het krachtenveld zich vrij snel en duidelijker zal aftekenen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Lunchdebat over de interne markt</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Toelichting agendapunt</tussenkop>
            <al>Tijdens de lunch wenst het voorzitterschap met lidstaten van gedachten te wisselen over de gedeelde verantwoordelijkheid van lidstaten om resultaten te boeken bij het wegnemen van belemmeringen op de Europese interne markt. Het kabinet verwelkomt deze discussie. Recent heeft het kabinet een geactualiseerde interne-marktactieagenda aan de Kamer gestuurd.<noot id="ID-1264145-d40e163" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2025–2026, <extref doc="kst-22112-4361" soort="document" status="actief">22 112 nr. 4361</extref></noot.al></noot> Deze bevat een kabinetsbrede lijst met acties om de interne markt te versterken en belemmeringen weg te nemen. Ook zet het kabinet in op betere, met name meer uniforme, toepassing van interne marktregels. Dit sluit allemaal aan bij het voornemen uit het coalitieakkoord om de interne markt te voltooien, in te zetten op zoveel mogelijk harmonisatie van regels die ondernemers raken en afspraken te maken met toezichthouders, zodat zij regels niet strenger interpreteren dan nodig is.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Nederlandse inzet</tussenkop>
            <al>Nederland is sinds 2022 de enige lidstaat met een eigen interne-marktactieagenda. Deze waarborgt dat er op alle beleidsterreinen stappen kunnen worden gezet ter versterking van de interne markt. De agenda is dan ook vastgesteld in de ministerraad, wat het politiek eigenaarschap en de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het kabinet onderstreept. Lidstaten zijn immers verantwoordelijk voor het gros van de belemmeringen op de interne markt en hebben zodoende ook een verantwoordelijkheid bij het wegnemen. Dat kan de Commissie zelf slechts in beperkte mate. Net als de Nederlandse actieagenda bevat de vorig jaar in mei gepresenteerde Europese interne-marktstrategie concrete acties op diverse beleidsterreinen. Inhoudelijk sluiten de nationale agenda en de Europese strategie goed op elkaar aan. Nederland zal dan ook oproepen tot het overgaan op concrete acties en de eigen verantwoordelijkheid van lidstaten bepleiten.</al>
            <tussenkop kopopmaak="cur">Krachtenveld</tussenkop>
            <al>Ten algemene is er onder lidstaten veel steun voor versterking van de interne markt, maar als het om concrete acties gaat, spelen er, ook binnen lidstaten en tussen ministeries, vaak andere specifieke belangen. Daardoor is het uitdagend om belemmeringen daadwerkelijk weg te nemen.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>