﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-14-54/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1998-1999</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="port1.1__2.4" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST35377</ordernr>
    <vergjaar>1998-1999</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>21 501-14</nummer>
      <naam>Industrieraad</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>54</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>28 mei 1999</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierbij treft u <nadruk type="vet">het verslag</nadruk> van de Industrie Raad aan, die
op <nadruk type="vet">29 april 1999</nadruk> in Luxemburg plaatsvond. Bijna alle bewindslieden
zijn aanwezig, slechts Portugal en België zijn ambtelijk vertegenwoordigd.
Het langst wordt stil gestaan bij het onderwerp concurrentiekracht dat in
een openbaar debat wordt besproken.  </al>
      <tuskop letat="vet">1. Economische situatie in de EU</tuskop>
      <al>Commissaris Bangemann geeft in grote lijnen aan, wat de economische vooruitzichten
voor de EU zijn. Hij constateert dat de EU als geheel een gezonde economische
basis heeft en verwacht dit jaar een groei van 2.1% van het bruto nationaal
product. In 1998 was deze groei nog 2.9%, hetgeen het beste resultaat van
de negentiger jaren is, tezamen met 1994. Volgend jaar zal de groei weer toenemen
tot 2.7%. Spreker tekent hierbij aan dat dit een conservatieve verwachting
is, die best nog wat hoger zou kunnen uitvallen. Het iets terugvallen van
de verwachte groei in 1999 is het gevolg van de opgetreden economische crisis
in Azië. Echter ook in Azië ziet Commissaris Bangemann weer verbetering.
De economieën van die landen blijken toch over meer flexibiliteit te
beschikken dan aanvankelijk werd verwacht. De inflatie in de EU zal laag blijven,
waarbij spreker nadrukkelijk stelt dat van deflatie geen sprake zal zijn.
Een punt van aandacht voor de industrie is het kunnen aantrekken van vakbekwame
arbeidskrachten. Dit lijkt steeds moeilijker te worden. De EU moet de kracht
hebben om technologie om te zetten in producten. Hiervoor hebben we meer echte
ondernemers nodig, mensen die durven, aldus Commissaris Bangemann. </al>
      <tuskop letat="vet">2. Concurrentievermogen van de Europese industrie</tuskop>
      <al>Raadsvoorzitter Müller leidt het openbare debat in met een korte
inleiding over hetgeen de avond ervoor op het informele diner is besproken
in aanwezigheid van belangengroeperingen uit de industrie. De Industrie Raad
moet van zich laten horen bij onderwerpen die in andere Raden worden
besproken en die veel invloed hebben op het te voeren beleid van ondernemingen.
Als voorbeelden worden genoemd onderwerpen uit de Milieu Raad (klimaat, CO<inf>2</inf>-emissies, geïntegreerd productenbeleid en biotechnologie) en
de Telecom Raad (digitale handtekening, millenniumproblematiek). Vervolgens
gaat Commissaris Bangemann in op het thema «globalisering», een
thema dat volgens spreker vraagt om een aanpassing van de klassieke visie
op de industrie. Hoever moet onze wetgevingscompetentie gaan als je ziet dat
recentelijk opgestelde telecomregels nu al weer ouderwets zijn. Wat stelt
een grens nog voor als je ziet dat elektronisch zaken doen zich hier niets
van aantrekt. Commissaris Bangemann doet een beroep op meer vertrouwen in
technologie, smartcards geven een betere waarborging voor privacy dan regelgeving.
Overheden moeten niet proberen alles via regelgeving af te dekken, maar terdege
rekening houden met het feit dat bedrijven via zelfregulering zaken vaak effectiever
kunnen regelen. Spreker vraagt zich af welke internationale organisaties eigenlijk
nog van deze tijd zijn en trekt de conclusie dat eigenlijk alleen de WTO «modern»
genoemd kan worden. Daarentegen zijn WIPO en ITU in de ogen van Commissaris
Bangemann hopeloos verouderde en achterhaalde organisaties. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Italië stelt dat er door overdreven regelgeving en onvoldoende marktliberalisatie
de innovatie in de EU wordt geremd. De EU moet effectiever worden. Via samenwerking
in high-tech sectoren moet de EU trachten op wereldtrends in te spelen. Hierbij
moet de sociale dialoog niet uit het oog worden verloren, omdat modernisering
in eerste aanleg vaak gepaard gaat met verlies van werkgelegenheid. Frankrijk
vraagt aandacht voor betere toegang tot risico-kapitaal en een betere afstemming
van onderzoek op industriële behoeften. Spreker vraagt om een strategie
voor innovatie, omdat dat de uitdaging voor de industrie is. Zweden pleit
voor het verder wegnemen van belemmeringen, niet alleen op de interne markt,
maar ook daarbuiten en pleit voor een betere samenwerking tussen industrie
en universiteiten en het stimuleren van het ondernemerschap. Het stimuleren
van ondernemerschap zou al op school moeten beginnen. Nederland sluit zich
hierbij aan en geeft verder aan dat technologie de drijvende kracht achter
de economische groei is. Wat betreft de organisatie van Raden pleit Nederland
voor samenvoeging van Raden, die raakvlakken hebben om zo effectiever te kunnen
werken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Spanje benadrukt dat de EU niet kan concurreren op traditionele gebieden
en zich dus moet richten op andere gebieden waar ze comparatief voordeel heeft,
kennis is zo'n gebied. Juist aan kennis moet dus aandacht worden besteed in
het industriebeleid. Overige lidstaten nemen elementen uit andere interventies
over, maar grosso modo hebben de interventies eenzelfde boodschap: kennis,
samenwerking kennisinfrastructuur en industrie, risico-kapitaal en ondernemerschap
zijn terugkerende elementen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Interessant is ook een opmerking van Denemarken, gesteund door Portugal
en Ierland, dat wetgeving getoetst zou moeten worden op het effect dat ze
heeft op het concurrentievermogen van de industrie. Ook herindeling van werkzaamheden
van Raden komt veelvuldig terug. Het V.K. acht een verdere ontwikkeling van
aandelenmarkten van wezenlijk belang voor het uitbouwen van het concurrentievermogen
en het scheppen van kansen voor nieuwe ondernemers.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierop trekt voorzitter de conclusies uit het debat. De Raad verwelkomt
het document over «globalisering» en geeft aan dat op vier gebieden
nadruk moet worden gelegd:</al>
      <al>– verbetering voorwaarden en financiële mogelijkheden voor
starters, innovatie, nieuwe technologie; </al>
      <al>– verdere versterking van de interne markt;</al>
      <al>– ontwikkelen menselijk kapitaal en ondernemingscultuur;</al>
      <al>– modernisering van het mededingingsbeleid, vrijhandel verder uitbouwen
en een goede EU-participatie in de nieuwe WTO-ronde.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Raad roept de Commissie op om het industriebeleid te plaatsen in het
licht van de toenemende globalisering en in dat kader voorstellen te doen.
De Industrie Raad moet zich als verantwoordelijke Raad gedragen voor een nieuw
industriebeleid. Uitbreiding van de competenties van de Industrie Raad door
samenvoeging met andere Raden dient hierbij te worden nagestreefd. Voorzitter
concludeert tevens dat de Raad instemt met conclusies over duurzame ontwikkeling
en benchmarking. </al>
      <tuskop letat="vet">3. Scheepsbouw</tuskop>
      <al>De Raad neemt conclusies aan waarin de Commissie wordt gevraagd de zorg
van de Raad over te brengen aan Zuid-Korea over het gedrag van dat land op
het gebied van scheepsbouw. Verscheidene landen tekenen hierbij aan dat een
en ander geen aanleiding mag zijn om binnen de EU terugkeer naar steunverlening
te bepleiten. Commissaris Bangemann zal tijdens de informele Industrie Raad
in Oulu (2 en 3 juli 1999) verslag doen van zijn reis naar Zuid-Korea. Commissaris
Van Miert uit zich gematigd positief over de scheepsbouwdossiers van Spanje
en Duitsland. Spreker stelt wel dat in Duitsland overschrijdingen dreigen.
In Spanje zijn er problemen rond de levensvatbaarheid van de werven en met
mogelijke steunverlening via «tax credits». Denemarken verwoordt
het gevoelen van de lidstaten, dat de Commissie strikt moet toezien op de
voorwaarden waaronder steun aan werven in Duitsland en Spanje is verleend.
Immers ook in Denemarken is er veel werkgelegenheid verloren gegaan in de
scheepsbouw. Duitsland merkt op dat de Duitse overheid niet op de hoogte was
van de dreigende overschrijding van de capaciteitslimieten in Duitsland. </al>
      <tuskop letat="vet">4. Staal</tuskop>
      <al>De Raad gaat akkoord met de resolutie over de financiële aspecten
bij afloop van het EGKS-verdrag. Dit betekent dat de rente-opbrengsten van
de reserves kunnen worden gebruikt voor onderzoek en ontwikkeling bij EGKS-
en aan EGKS gelieerde bedrijven.</al>
      <al>Ten aanzien van de monitoring van verleende steun en opgelegde voorwaarden
aan een aantal staalbedrijven in Portugal, Ierland, Oostenrijk en Duitsland,
meldt de Commissie dat hier geen specifieke problemen opgetreden zijn. De
Raad neemt kennis van het verslag van de Commissie. </al>
      <tuskop letat="vet">5. Mededingingsbeleid</tuskop>
      <al>Politieke overeenstemming wordt bereikt over de wijziging van 2 verordeningen
die de Commissie bevoegdheden moet verlenen om de hervorming van de mededingingsregels
voor verticale afspraken verder te implementeren. Het gaat om afspraken die
vanaf 2000 van kracht worden. </al>
      <al>Commissaris Van Miert deelt mede dat de Commissie op 28 april 1999, mede
onder druk van concept-conclusies die zouden voorliggen aan de Industrie Raad,
het Witboek Mededinginsbeleid heeft vrijgegeven. Hiermee kan behandeling van
dit belangrijke onderwerp worden voortgezet en behoeft niet te worden gewacht
op de nieuw te benoemen Commissie.  </al>
      <tuskop letat="vet">6. Richtlijn late betalingen</tuskop>
      <al>Daar alle lidstaten resterende voorbehouden en bezwaren intrekken wordt
een politiek akkoord bereikt over de richtlijn late betalingen. Dit akkoord
houdt in dat wanneer partijen geen afspraken maken over betaling, het betalingsgedrag
geregeld wordt via bepalingen in de ontwerprichtlijn. Het politiek akkoord
is tot stand gekomen nadat het ontwerp in de loop van behandeling sterk is
afgeslankt. Voor Nederland is van belang dat de in Nederland verplichte aanmaning
tot betaling niet gehandhaafd kan blijven. </al>
      <tuskop letat="vet">7. Follow-up BEST</tuskop>
      <al>De Raad neemt conclusies aan die voorzien in een nauwgezette monitoring
van het door de Commissie vastgestelde actieplan. Het ondernemersklimaat dient
daar waar dat mogelijk is te verbeteren. Een voortdurende aandacht voor dit
onderwerp is essentieel. </al>
      <tuskop letat="vet">8. Witboek inzake Handel</tuskop>
      <al>Commissaris Papoutsis onderstreept het belang van de handel en vraagt
met name om ondersteuning van het MKB bij het elektronisch zakendoen. Vervolgens
neemt de Raad conclusies aan, waarin met name gevraagd wordt aan de Commissie
om regelmatig te rapporteren over de uitvoering van het actieplan. </al>
      <tuskop letat="vet">9. Toerisme</tuskop>
      <al>Commissaris Papoutsis geeft een korte toelichting op het rapport van de
High Level Groep. Het belang van het toerisme voor de werkgelegenheid wordt
nog eens onderstreept.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voorzitter bedankt de Commissarissen van Miert, Papoutsis en Bangemann
voor hun inzet bij de in de Industrie Raad behandelde onderwerpen.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Economische Zaken,</functie>
        <naam>A. Jorritsma-Lebbink </naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>