﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-07-2168/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>21 501</dossiernr>-<raadnr>07</raadnr></dossiernummer>
      <titel>Raad voor Economische en Financiële Zaken</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">2168</ondernummer></stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 3 maart 2026</al>
            <al>Hierbij ontvangt u het verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 16 en 17 februari 2026 in Brussel.</al>
            <al>In het verslag ga ik daarnaast in op drie andere zaken. Ten eerste geef ik een nadere appreciatie van de motie <extref doc="kst-36800-V-62" soort="document" status="actief">36 800-V nr. 62</extref> van de leden Stoffer en Hoogeveen. Ten tweede ga ik in op de voortgang van het pakket voor de gemeenschappelijke munt. Tot slot geef ik een toelichting bij het initiatief van de Ministers van Financiën van Duitsland en Frankrijk, om met een groep van zes lidstaten te bespreken hoe er voortgang kan worden gemaakt met belangrijke EU-dossiers.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Financiën,</functie>
            <naam>
              <voornaam>E.</voornaam>
              <achternaam>Heinen</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <kop kopopmaak="vet">
          <titel>Verslag Eurogroep en Ecofinraad 16 en 17 februari 2026</titel>
        </kop>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Eurogroep in regulier format</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Eurozoneaanbevelingen</tussenkop>
            <al>De Eurogroep wisselde van gedachten over de ontwerpaanbeveling van de Raad over het economisch beleid van het eurogebied voor 2026. Dit was met het oog op goedkeuring in de Ecofinraad van 17 februari.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Internationale rol van de euro</tussenkop>
            <al>De Ministers wisselden van gedachten over de stand van zaken en mogelijke maatregelen om de internationale rol van de euro te versterken met het oog op het bevorderen van de Europese monetaire soevereiniteit en strategische autonomie. De Commissie schetste drie pijlers voor versterking: sterke instituties en markten (waaronder versterken van financiële markten, verdieping van de interne markt; de Spaar- en Investeringsunie), het inzetten op innovatie en strategische technologie (ontwikkeling van de digitale euro, modernisering van de betaalinfrastructuur) en het versterken van buitenlandse directe investeringen in het eurogebied. Ministers hadden in hun interventies aandacht voor het versterken van de gemeenschappelijke markt, het realiseren van de digitale euro en het differentiëren en verdiepen van handelsrelaties. Nederland, met steun van meerdere lidstaten, wees erop dat de EU zelf veel kan doen om de eigen fundamenten te versterken, zoals het wegnemen van barrières in de interne markt, het toewerken naar een kapitaalmarktunie, het verdiepen van handelsrelaties en het waarborgen van publieke schuldhoudbaarheid. Enkele Ministers betoogden dat de rol van de internationale euro kan worden versterkt door uitgifte van gemeenschappelijke schuld.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Diversen</tussenkop>
            <al>De Eurogroep in regulier format stemde in met de herbenoeming van Tuomas Saarenheimo tot voorzitter van de Eurogroepwerkgroep, de voorbereidende werkgroep voor de Eurogroep, voor een ambtstermijn van twee jaar, die ingaat op 1 april 2026.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Eurogroep in inclusief format</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Mondiale onevenwichtigheden</tussenkop>
            <al>De Eurogroep had een gedachtewisseling over mondiale onevenwichtigheden tegen de achtergrond van de huidige geo-economische risico’s. François-Philippe Champagne, de Canadese Minister van Financiën, nam deel aan de discussie. Daarnaast leidde professor Hélène Rey, voorzitter van de onafhankelijke academische expertgroep van de G7 over mondiale onevenwichtigheden, het onderwerp in. Mw. Rey schetste een beeld van hardnekkige wereldwijde onevenwichtigheden (waaronder het grote overschot op de lopende rekening in China). Ze schetste dat dit risico’s met zich meebrengt voor de financiële stabiliteit, kan zorgen voor externe financieringsproblemen, handelsspanningen en toenemend protectionisme, met negatieve doorwerking op de economische groei. In hun interventies riepen lidstaten op tot het verhogen van (publieke) investeringen in de EU en versterking van de kapitaalmarktunie. Ook pleitten Ministers voor een gecoördineerde boodschap vanuit de EU richting de VS, waaronder binnen het IMF, de G20 en de G7.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Diversen</tussenkop>
            <al>Duitsland informeerde de Eurogroep over een nieuw initiatief voor samenwerking tussen zes EU-lidstaten (zie ook overig).</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Ecofinraad</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Bespreking pensioenpakket</tussenkop>
            <al>De Ecofinraad had een eerste gedachtewisseling over het pensioenpakket <nadruk type="cur">(Supplementary Pensions Package</nadruk>, SPP), dat onderdeel is van de voorstellen van de Commissie voor de Spaar- en Investeringsunie en is gepubliceerd op 20 november 2025. Vrijwel alle lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten het belang van voldoende kapitaalgedekte pensioenopbouw. Als argumenten hiervoor werden houdbare overheidsfinanciën, de ontwikkeling van Europese kapitaalmarkten en een voldoende pensioenvoorziening voor gepensioneerden genoemd. De aanbevelingen van de Commissie en herzieningen van de 2<sup>de</sup> pijler (de IORP II-richtlijn) en 3<sup>de</sup> pijler (het Pan-Europees Pensioenproduct, PEPP) pensioenwetgeving werden in dat kader verwelkomd. Daarbij onderstreepte Nederland met steun van enkele andere lidstaten dat wijzigingen uiteraard niet ten koste mogen gaan van reeds goed functionerende pensioenstelsels zoals het Nederlandse. Meerdere lidstaten uitten kritiek op een bepaling in PEPP die stelt dat lidstaten de fiscale behandeling van PEPP-producten gelijk moeten trekken met vergelijkbare nationale pensioenproducten.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Stand van zaken financiële diensten</tussenkop>
            <al>De Commissie onderstreepte het potentieel van het <nadruk type="cur">Financial Data Access (FIDA)</nadruk>-voorstel voor het delen van financiële gegevens van klanten tussen dienstverleners, en benadrukte dat veel is gedaan om administratieve lasten te verminderen. De Commissie schetste het belang van een aantal lopende onderhandelingen (waaronder het Marktintegratie- en Toezichtspakket, MISP, en het pensioenpakket). Verder vroeg de Commissie aan lidstaten om spoedige reacties op de <nadruk type="cur">fundamental review of the trading book</nadruk> (FRTB) en riep lidstaten op om het zogenoemde stop-de-klok voorstel (in het kader van Omnibus I) te implementeren. In hun interventies riepen lidstaten op tot het geven van prioriteit aan de MISP-onderhandelingen en bespreking van dit onderwerp op de Ecofinraden. Ook werd het belang genoemd van transitiemaatregelen voor <nadruk type="cur">e-money tokens</nadruk> (EMTs) dienstverleners in de uitwerking van het politieke akkoord op PSD/PSR.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Europees Semester 2026</tussenkop>
            <al>De Ecofinraad stemde in met de aanbevelingen voor het Eurogebied voor 2026. De werkgelegenheids- en sociale aspecten van de aanbevelingen zullen in de Raad voor Werkgelegenheid en Sociaal Beleid van 9 maart a.s. worden besproken en naar verwachting worden goedgekeurd. De Europese Raad zal de aanbevelingen op 19 maart a.s. naar verwachting bekrachtigen, waarna de Ecofinraad de aanbevelingen in april formeel zal kunnen aannemen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Decharge EU begroting</tussenkop>
            <al>In de Ecofinraad lag de Raadsaanbeveling aan het Europees Parlement voor, voor het verlenen van decharge aan de Europese Commissie over de uitvoering van de Europese begroting 2024. Nederland heeft – net als in voorgaande jaren en samen met een aantal gelijkgezinde lidstaten – tegen het positieve dechargeadvies gestemd vanwege het te hoge foutenpercentage en daarbij een gezamenlijke verklaring afgegeven. In de interventie benadrukte Nederland dat het hoge foutenpercentage zorgwekkend is en een negatieve invloed kan hebben op het vertrouwen in de EU-instellingen. Daarnaast riep Nederland op tot het vergroten van transparantie en het vereenvoudigen van regels en voorschriften om in de toekomst een lager foutenpercentage te realiseren.</al>
            <al>Ondanks de tegenstem van Nederland en een aantal gelijkgezinde lidstaten is de Raadsaanbeveling met gekwalificeerde meerderheid van stemmen aangenomen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Raadsconclusies begrotingsrichtlijnen EU 2027</tussenkop>
            <al>De Raad stemde in met de richtlijnen voor de Europese begroting voor 2027. Er waren geen interventies van lidstaten. De Commissie neemt de begrotingsrichtlijnen mee in het voorstel voor de begroting van 2027, dat naar verwachting in juni 2026 verschijnt.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Herstel- en Veerkrachtfaciliteit</tussenkop>
            <al>De Ecofinraad stond stil bij de stand van zaken van de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit (HVF). Daarnaast stemde de Raad in met het voorstel tot aanpassing van het uitvoeringsbesluit van de Raad voor de wijziging van het Herstel- en Veerkrachtplan van Litouwen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Economische en financiële impact van de Russische agressie tegen Oekraïne</tussenkop>
            <al>De Commissie gaf een toelichting op de voortgang van de Steunlening voor Oekraïne met een omvang van 90 miljard euro, waarmee twee derde van de financieringsnoden van Oekraïne in 2026 en 2027 worden gedekt. Het wetgevingsproces voor dit pakket wordt momenteel afgerond.</al>
            <al>Ondertussen vindt afstemming plaats met Oekraïne over de financieringsbehoeften. Vervolgens zal worden besloten hoe de middelen verdeeld worden over de verschillende onderdelen: militair en niet-militair. Ten aanzien van de niet-militaire steun zal op een later moment besloten worden welk deel via de Oekraïne-faciliteit zal worden verstrekt en welk deel via Macro-Financiële Bijstand (MFA). Naar verwachting zal er een Memorandum of Understanding (MoU) met Oekraïne worden ondertekend ten behoeve van de MFA en de leenovereenkomst. Deze zal door de lidstaten moeten worden goedgekeurd. De MFA zal worden ondersteund door stevige voorwaarden en hervormingen, die erop gericht zijn het EU-toetredingsproces van Oekraïne te ondersteunen. De Commissie wil de eerste betalingen in het tweede kwartaal van 2026 kunnen doen. Voor het dekken van het overige van de financieringsbehoefte van Oekraïne in 2026/2027 blijven bilaterale bijdragen van internationale partners noodzakelijk. In het eerste kwartaal wordt er onder de ERA-leningen zes miljard euro uitgekeerd door andere internationale partners. In totaal hebben de G7-landen 38 miljard euro aan ERA toegezegd en wordt een aanvullende uitbetaling van 3,2 miljard euro in het eerste kwartaal verwacht van de Verenigde Staten en Japan. Uit de Oekraïne-faciliteit zal daarnaast nog eens zeven miljard euro worden betaald.</al>
            <al>Voorwaarde voor een nieuw IMF-programma is dat gedurende de eerste twaalf maanden van dat programma de financieringsnoden van Oekraïne zijn gedekt. Met het politieke akkoord dat bereikt is tijdens de ER afgelopen december, wordt volgens het IMF aan deze voorwaarde voldaan. Op 26 februari presenteerde het IMF dit programma aan de Board. Het IMF-programma kent strikte voorwaarden, met focus op anti-corruptie en begrotingshervormingen.</al>
            <al>De Commissie gaf verder een korte toelichting op het 20<sup>ste</sup> sanctiepakket, dat onlangs door de Commissie is voorgesteld. De Commissie roept lidstaten op het pakket snel goed te keuren. Economisch gezien ontstaat er steeds meer druk op Rusland: de inflatie en rentelasten nemen toe en de economische groei is volgens schattingen afgenomen van 4% in 2024 naar 1% in 2025. Sinds 2023 is de rente fors verhoogd om de inflatie van inmiddels 6% te beteugelen.</al>
            <al>In de interventieronde wees Nederland (daarin gesteund door meerdere lidstaten) op het belang van het kunnen toepassen van flexibiliteit voor de aankoop van militair materieel uit derde landen om Oekraïne snel te kunnen helpen. Ook vroeg Nederland aandacht voor <nadruk type="cur">burden sharing</nadruk> ten aanzien van bilaterale steun door lidstaten en gepaste conditionaliteiten in de uitbetaling van financiële steun. Verder zei Nederland het 20<sup>ste</sup> sanctiepakket te verwelkomen. Ook andere landen riepen op snelle implementatie van het pakket en uitbetaling van de steun aan Oekraïne.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Implementatie van het Europees begrotingsraamwerk: defensiefinanciering</tussenkop>
            <al>De Raad stemde in met aanbeveling voor activatie van de nationale ontsnappingsclausule voor defensie voor Oostenrijk. Dit brengt het aantal lidstaten op 17 waarvoor de Raad de activatie van de nationale ontsnappingsclausule heeft aanbevolen.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Herziening van de EU fiscale lijst van non-coöperatieve jurisdicties en coöperatieve jurisdicties</tussenkop>
            <al>De Raad nam de herziening van de EU fiscale lijst van non-coöperatieve jurisdicties en coöperatieve jurisdicties als hamerpunt aan<noot id="ID-1238848-d40e226" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Persmededeling Brussel 17 februari 2026, link: <extref doc="https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2026/02/17/taxation-council-updates-the-eu-list-of-non-cooperative-jurisdictions-for-tax-purposes/" soort="URL" status="actief">Belastingen: Raad updatet EU-lijst van niet-coöperatieve jurisdicties - Consilium</extref></noot.al></noot>. Deze herziening is opgesteld door de Gedragscodegroep die beoordeelt of landen buiten de EU voldoen aan de Europese minimum fiscale standaard. Landen die daar niet aan voldoen komen te staan op de Europese lijst van non-coöperatieve jurisdicties (EU fiscaal zwarte lijst). Daarnaast is er ook een grijze lijst van landen die niet voldoen aan de standaard maar die op hoog politiek niveau hebben toegezegd om binnen een bepaalde periode alsnog aan de standaard te voldoen. De lijst wordt periodiek herzien, doorgaans tijdens de Ecofinraad-vergaderingen van februari en oktober.</al>
            <al>De EU fiscaal zwarte lijst is ongewijzigd gebleven en bestaat uit de volgende 10 jurisdicties: de Amerikaanse Maagdeneilanden, Amerikaans Samoa, Anguilla, Guam, Palau, Panama, Russische Federatie, Turks- &amp; Caicoseilanden, Vanuatu en Vietnam</al>
            <al>De landen op de EU fiscale grijze lijst hebben toegezegd om binnen een overzichtelijke termijn alsnog te voldoen aan de fiscale standaard. Als dat niet lukt, dan worden de landen op de EU fiscaal zwarte lijst gezet. De volgende 9 jurisdicties staan op de grijze lijst: Belize, Britse Maagdeneilanden, Brunei Darussalam, Eswatini, Groenland, Jordanië, Marokko, Montenegro en Turkije. Meer informatie over de EU fiscale lijst is te vinden op de website van de Raad van de Europese Unie<noot id="ID-1238848-d40e247" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/eu-list-of-non-cooperative-jurisdictions/" soort="URL" status="actief">EU list of non-cooperative jurisdictions for tax purposes - Consilium</extref></noot.al></noot>.</al>
            <tussenkop kopopmaak="ondlijn">Overig</tussenkop>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Appreciatie motie met Kamerstuk <extref doc="kst-36800-V-62" soort="document" status="actief">36 800 V, nr. 62</extref> van de leden Stoffer en Hoogeveen</tussenkop>
            <al>Bij het debat over de vaststelling van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2026 van 28 januari jl. dienden de leden Stoffer en Hoogeveen een motie<noot id="ID-1238848-d40e267" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Motie Kamerstuk <extref doc="kst-36800-V-62" soort="document" status="actief">36 800 V, nr. 62</extref></noot.al></noot> in die de regering verzoekt zich actief te verzetten tegen iedere stap richting structurele gezamenlijke EU-schulduitgifte. De motie werd ontraden, maar is door de Kamer aangenomen. Zoals aangegeven in het coalitieakkoord zijn lidstaten primair zelf verantwoordelijk voor hun begroting. Nederland staat daarom niet garant voor de nationale schulden van andere landen, waarvan sprake zou zijn bij Eurobonds.<noot id="ID-1238848-d40e277" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Het kabinet hanteert als definitie voor eurobonds het op structurele basis samen uitgeven van schuld door eurolanden ter financiering van nationale schulden.</noot.al></noot> Nederland is daarnaast tegen het structureel financieren van beleidsuitgaven binnen de EU-begroting door middel van leningen. Dit is ook niet in lijn met het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Nederland heeft eerder wel ingestemd met – door gemeenschappelijke schulduitgifte gefinancierde – instrumenten die bedoeld waren voor uitzonderlijke en onvoorziene situaties en werden gegarandeerd uit de <nadruk type="cur">headroom</nadruk>. Het ging daarbij in alle gevallen om leningen, met uitzondering van het subsidiedeel van het herstelinstrument NGEU. Recente voorbeelden zijn SAFE en leningen aan Oekraïne. In het coalitieakkoord is opgenomen dat Nederland onder voorwaarde constructief staat tegenover het gebruik van reeds bestaande instrumenten voor gemeenschappelijke investeringen, zoals dat plaatsvindt via de Europese Investeringsbank (EIB), Macro Financiële Bijstand (MFA) en de Oekraïne faciliteit waarbij landen alleen garant staan voor hun eigen kapitaalaandeel (BNI-sleutel).</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Voortgang pakket voor de gemeenschappelijke munt</tussenkop>
            <al>Conform de wens van uw Kamer inzake de digitale euro en de toezegging ten aanzien van de verordening inzake contant geld (LTCR)<noot id="ID-1238848-d40e297" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2025–2026, <extref doc="kst-21501-07-2158" soort="document" status="actief">21 501-07, nr. 2158</extref></noot.al></noot>, wordt de Kamer maandelijks geïnformeerd over de laatste ontwikkelingen op deze onderwerpen. Beide onderwerpen vormen samen het pakket voor de gemeenschappelijke munt.</al>
            <al>In december 2025 heeft de Raad een akkoord bereikt over het pakket voor de gemeenschappelijke munt. Het is nu aan het Europees Parlement om hierover een positie in te nemen. Het is nog onduidelijk wanneer het Europees Parlement tot een gedeelde positie komt, maar de rapporteur heeft de ambitie uitgesproken om het onderhandeltraject voor het pakket voor de gemeenschappelijke munt in mei af te ronden. Zodra het Europees Parlement een positie heeft bepaald, zullen de triloogonderhandelingen van start gaan. De Kamer zal via het verslag van de Eurogroep en Ecofinraad worden geïnformeerd zodra deze fase van start gaat.</al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Initiatief voor samenkomst van zes lidstaten</tussenkop>
            <al>De Ministers van Financiën van Duitsland en Frankrijk hebben het initiatief genomen om in een verband van zes lidstaten, bestaande uit de Ministers van Financiën van Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje, Nederland en Polen, samen te komen om te bespreken hoe voortgang gemaakt kan worden met belangrijke en urgente EU-dossiers, mede in het licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen. De thema’s die worden besproken zijn de spaar- en investeringsunie, de weerbaarheid van toeleveringsketens van kritieke grondstoffen, investeringen in defensie en de internationale rol van de euro.</al>
            <al>En marge van de Eurogroep op 16 februari jl. vond een bijeenkomst plaats van de Ministers van Financiën van deze landen, waarbij werd gesproken op de eerste twee van de genoemde thema’s. De Ministers bespraken om de komende periode toe te werken naar concrete acties die genomen kunnen worden om te bevorderen dat de EU sneller stappen vooruit kan te zetten op de spaar- en investeringsunie. Ook spraken de Ministers de ambitie uit om over dit onderwerp input te leveren aan de Europese Raad van 19 maart, waar dit onderwerp besproken zal worden als onderdeel van de discussie over het Europese concurrentievermogen.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>