﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-02-3395/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>21 501</dossiernr>-<raadnr>02</raadnr></dossiernummer>
      <titel>Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken </titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>nr. <ondernummer kamer="2">3395</ondernummer></stuknr>
      <titel>VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG</titel>
      <datumtekst>Vastgesteld <datum isodatum="2026-05-08">8 mei 2026</datum></datumtekst>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026 (Kamerstuk <extref doc="kst-21501-02-3389" soort="document" status="actief">21 501-02, nr. 3389</extref>), de brief van 17 april 2026 over de Nederlandse inzet tijdens de Toetsingsconferentie van het Non-Prolife<?xpp afbm?>ratieverdrag (NPV) 2026 op het terrein van nucleair ontwapening, non-proliferatie en het vreedzaam gebruik van nucleaire technologie (Kamerstuk <extref doc="kst-33783-53" soort="document" status="actief">33 783, nr. 53</extref>) en de brief van 10 april 2026 over de Nederlandse diplomatieke presentie in Venezuela (Kamerstuk <extref doc="kst-29653-92" soort="document" status="actief">29 653, nr. 92</extref>).</al>
            <al>De vragen en opmerkingen zijn op 4 mei 2026 aan de Minister van Buitenlandse Zaken voorgelegd. Bij brief van 8 mei 2026 zijn de vragen beantwoord.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Klaver</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
          <ondertekening>
            <functie>De griffier van de commissie,</functie>
            <naam>
              <achternaam>Westerhoff</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <tussenkop kopopmaak="vet">Inhoudsopgave</tussenkop>
            <table tabstyle="xml2" frame="none" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
              <tgroup tgroupstyle="xml2" cols="3" char="" charoff="50" align="left">
                <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="5*" />
                <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="95*" />
                <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="12.5*" />
                <tbody valign="top">
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" rowsep="0" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">I</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" rowsep="0" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="halfvet">Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="right" colname="col3" rowsep="0" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="vet">2</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>2</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>6</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>8</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>12</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>15</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="halfvet">II</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="halfvet">Volledige agenda</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="right" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>
                        <nadruk type="halfvet">25</nadruk>
                      </al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </tekst>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">I</nr>
              <titel>Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon</titel>
            </kop>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026. Zij hebben hierover de volgende vragen en opmerkingen.</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie benadrukken dat de onverminderde militaire, financiële en humanitaire steun aan Oekraïne, zoals ook vastgelegd in de budgettaire tabel van het regeerakkoord, essentieel blijft om de Russische agressie het hoofd te bieden en de Europese veiligheid te waarborgen. Deze leden verwelkomen de inzet van de Minister om tijdens de Raad aan te dringen op de voorspoedige implementatie van de steunlening voor Oekraïne. Wat betreft het sanctieregime wijzen de leden van de VVD-fractie op het belang van eenheid van beleid en een geharmoniseerde uitvoering binnen de Europese Unie (EU). In het verlengde van de VVD-inbreng over het wetsvoorstel «internationale sanctiemaatregelen» vragen deze leden of de Minister bereid is van striktere handhaving in de Raad een speerpunt te maken. Specifiek doelen deze leden op het sneller detecteren van complexe omzeilingsconstructies via derde landen of buiten territoriale wateren en het verbeteren van gegevensuitwisseling over omzeilingsconstructies. Is de Minister bereid om tijdens de Raad te pleiten voor een EU-brede aanpak die «red flags» direct vertaalt naar gezamenlijke actie?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">1. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">In de context van de Ruslandsancties beschikt de EU over een instrument waarmee gerichte exportcontrolemaatregelen kunnen worden ingesteld tegen bedrijven die betrokken zijn bij omzeiling. Conform de motie Van der Lee c.s.<noot id="ID-1248817-d40e202" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-36045-141" soort="document" status="actief">36 045, nr. 141</extref> dd. 21 februari 2023.</noot.al></noot> levert het kabinet een substantiële bijdrage aan de aanvulling van deze lijst. Bij aanname van het twintigste sanctiepakket zijn in totaal 921 bedrijven op deze lijst opgenomen. Voorts zet het kabinet in op versterking van de Europese naleving van sancties, waaronder een sterkere gezamenlijke aanpak van omzeiling door bijvoorbeeld EU-brede risicoanalyses. Het kabinet blijft zich inzetten voor een structurele versterking van sanctie-capaciteit middels een Europese sanctie-instelling.</nadruk>
            </al>
            <al>Verder vragen de leden van de VVD-fractie het kabinet wat het verwacht van het versterken van de International Coalition for the Return of Ukrainian Children. Wat houdt die versterking concreet in? En worden gerichte sancties overwogen tegen de entiteiten die de logistieke infrastructuur achter deze illegale deportaties faciliteren?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">2. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">De Europese Unie stelde tot op heden gerichte sancties in tegen tientallen personen en organisaties die betrokken zijn bij de illegale deportaties van Oekraïense kinderen. Nederland ondersteunt deze aanpak. Wat het kabinet betreft blijven aanvullende sancties in verband met illegale kindontvoeringen onderdeel van volgende sanctiepakketten.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">De bijeenkomst van de International Coalition for the Return of Ukrainian Children is gericht op effectievere internationale samenwerking bij het opsporen, identificeren en terugbrengen van gedeporteerde Oekraïense kinderen. Daarnaast moet de versterking bijdragen aan betere ondersteuning van kinderen na terugkeer, grotere diplomatieke druk op Rusland en intensivering van accountability- en sanctie-inspanningen tegen verantwoordelijken voor deze deportaties. De EU stelde tot op heden gerichte sancties in tegen tientallen personen en organisaties die betrokken zijn bij de illegale deportaties van Oekraïense kinderen. Nederland ondersteunt deze aanpak. Wat het kabinet betreft blijven aanvullende sancties in verband met illegale kindontvoeringen onderdeel van volgende sanctiepakketten. Daarnaast levert Nederland bilateraal steun aan het opsporen, terugbrengen en ondersteunen van door Rusland illegaal gedeporteerde Oekraïense kinderen, o.a. via het UN Development Programme (UNDP).</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de VVD-fractie zijn bezorgd over de situatie in het Midden-Oosten en de gevolgen daarvan voor de wereldeconomie. De eerste prioriteit zou wat deze leden betreft dan ook moeten zijn het heropenen van de Straat van Hormuz op zo kort mogelijke termijn. Dat het kabinet voorstander is van een actieve EU-rol ter ondersteuning hiervan, juichen de leden van de VVD-fractie toe. Deze leden horen graag van de Minister waar hij dan aan denkt en wat hij namens Nederland tijdens de Raad gaat inbrengen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">3. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het is van essentieel belang dat de Straat van Hormuz weer opengaat. Als open economie is Nederland meer dan andere landen kwetsbaar voor verstoringen van internationale waardeketens. Doordat de wereldhandel sterk internationaal vervlochten is, kunnen verstoringen elders in de wereld doorwerken in Nederland.
                     Openheid van de Straat van Hormuz is ook van essentieel belang voor lage-inkomenslanden. Deze landen zijn over het algemeen afhankelijker van de import van olie, gas en ook kunstmest uit de Golfregio. Daarnaast worden deze landen snel overboden op internationale markten, waardoor daar al de eerste energietekorten waargenomen worden.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland steunt de diplomatieke outreach van de EU en de lidstaten richting de VS, Iran en de Golfstaten om toe te werken naar een politieke oplossing en te kijken waar een rol van meerwaarde kan worden gespeeld. Hierbij steunt Nederland ook de VN-inzet om doorvoer van essentiële goederen zoals kunstmest te faciliteren.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Daarnaast is Nederland betrokken bij het Frans-Britse initiatief dat diplomatiek-economische sporen uitloopt om druk te zetten op Iran om de Straat te heropenen en om de industrie en vastgezette schepen te ondersteunen. Voor een internationale missie kijkt Nederland met voorrang naar het tevens Frans-Britse initiatief, waar Nederland al langere tijd betrokken is bij de voorbereiding en planning van een dergelijke inzet, zodra de situatie dat toelaat.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland deed tijdens de vorige RBZ voorstellen voor het creëren van mogelijkheden om met sancties de druk op Iran te verhogen om de Straat van Hormuz zo spoedig mogelijk te heropenen. Dit wordt momenteel juridisch uitgewerkt in Brussel. Tijdens de aankomende RBZ zal Nederland aandringen op snelle aanname hiervan ter ondersteuning van het diplomatieke spoor.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland is voornemens een leidende rol op zich te nemen in de ondersteuning van (humanitaire) initiatieven gericht op vrije doorvaart in de Straat van Hormuz.</nadruk>
            </al>
            <al>In het verlengde van de huidige situatie moedigen deze leden de Minister aan om in de Raad te pleiten voor het blijvend verkennen van een brede handelsovereenkomst tussen de EU en de Gulf Cooperation Council (GCC) met een specifieke focus op de Verenigde Arabische Emiraten, zeker nu die zich uit de Organisatie van olie-exporterende landen (OPEC) heeft teruggetrokken. Een dergelijk akkoord is niet alleen van economisch belang, maar verstevigt ook de politieke relatie met betrouwbare partners in een roerige regio.</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie spreken hun grote zorg uit over de aanhoudende humanitaire crisis in Gaza en de alsmaar zorgwekkender wordende situatie op de Westelijke Jordaanoever. Zij ondersteunen de kabinetsinzet voor de volledige implementatie van VN-veiligheidsraadresolutie 2803 en benadrukken dat ongehinderde humanitaire toegang tot Gaza een prioriteit moet blijven. Deze leden vragen de Minister wat hij kan doen om te voorkomen dat deze toegang wordt misbruikt voor de smokkel van wapens of dual-use goederen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">4. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland levert concrete bijdragen aan de monitoring van de invoer van humanitaire hulp, onder meer via financiering van het door de Veiligheidsraad van de VN ingestelde 2720-mechanisme, en heeft bijdragen geleverd aan de capaciteit van Israël om hulpgoederen te scannen vóór ze Gaza binnen worden gebracht.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Israël heeft de internationaalrechtelijke verplichting om adequate toegang te faciliteren voor professionele humanitaire hulporganisaties, dat betreft ook toegang voor essentiële goederen – bijvoorbeeld materialen voor onderdak of medische hulpmiddelen – die door Israël als dual use worden beschouwd.</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de VVD-fractie willen graag van de Minister weten waar het kabinet aan denkt bij de gedragsverandering die het van Israël het liefst ziet en op welke manier het kabinet de druk op Israël zou willen verhogen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">5. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet maakt zich ernstige zorgen over de humanitaire situatie in de Gazastrook. Daarnaast is de snel verslechterende situatie op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, zeer zorgelijk. Het kabinet onderstreept dat het nederzettingenbeleid van Israël een halt moet worden toegeroepen, de Westelijke Jordaanoever niet mag worden geannexeerd en dat het toenemende kolonistengeweld onacceptabel is. Daarnaast blijft het kabinet pleiten voor duurzame verlenging van de banking waiver en de vrijgave van belastinginkomsten die de Palestijnse Autoriteit toebehoren. Het kabinet erkent de legitieme veiligheidszorgen van Israël ten aanzien van Hezbollah in Libanon, maar zet vraagtekens bij de proportionaliteit van het militair optreden van Israël in Libanon.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Zoals bekend in uw Kamer heeft Nederland, naar aanleiding van zorgen over de situatie in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever, het initiatief genomen om de Israëlische naleving van Artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord te evalueren. De kabinetsinzet blijft er op gericht om voldoende steun te vergaren voor de door de EU voorgestelde maatregelen, naar aanleiding van deze evaluatie en de aanhoudende verslechtering van de situatie op de Westelijke Jordaanoever. Daarbij onderstreept het kabinet dat maatregelen tegen Israël zijn bedoeld om de druk op te voeren zodat Israël van koers verandert op de bovengenoemde kwesties.</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de VVD-fractie steunen de High-Level Political Dialogue tussen de EU en Syrië ter bevordering van de betrekkingen met de Syrische overgangsregering. Deze leden zijn het met het kabinet eens dat wederopbouw, economisch herstel en transitional justice belangrijke voorwaarden zijn om duurzame terugkeer te realiseren. De leden van de VVD-fractie verwelkomen de hernieuwde samenwerking tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk (VK), zeker binnen kopgroepen met Europese landen ten behoeve van Oekraïne.</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie verwelkomen gesprekken over de Westelijke Balkan. Deze leden willen graag weten op welke manier de landen in de Westelijke Balkan gestimuleerd kunnen worden om het EU buitenland- en visumbeleid te implementeren. Wat staat daar voor hen tegenover? En zijn alle landen in de Westelijke Balkan bereid de EU-sancties tegen Rusland over te nemen? Op welke manier kan Nederland hen daarin ondersteunen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">6. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Van (potentiële) kandidaat-lidstaten zoals de landen in de Westelijke Balkan verwacht het kabinet volledige aansluiting bij het EU Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB), inclusief de sancties tegen Rusland. Het kabinet verwelkomt de aandacht van de Europese Commissie hiervoor in het toetredingsproces en spreekt landen waar dit een zorgpunt is aan, conform de motie-Van Wijngaarden c.s.<noot id="ID-1248817-d40e326" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-21501-02-2565" soort="document" status="actief">21 501-02, nr. 2565</extref></noot.al></noot> Niet alle landen in de Westelijke Balkan hebben de EU-sancties tegen Rusland overgenomen. In een aantal landen blijft implementatie een aandachtspunt. Dit is onderdeel van de dialoog die de Europese Commissie voert met deze landen. Nederland ondersteunt deze inzet en is in contact met enkele kandidaat-lidstaten over waar specifieke Nederlandse kennis en ervaring op gebied van sanctienaleving en bijbehorende nationale wetgeving hieraan kan bijdragen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Ook aan aansluiting bij het EU-visumbeleid van kandidaat-lidstaten wordt door de Commissie en het kabinet aandacht besteed in het toetredingsproces.<noot id="ID-1248817-d40e341" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Zie tevens Kabinetsappreciatie uitbreidingspakket 2025, Kamerstuk <extref doc="kst-23987-398" soort="document" status="actief">23 987, nr. 398</extref>.</noot.al></noot></nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Eén van de doelstellingen van de Hervormings- en Groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan is verdere visumaansluiting van de landen in de Westelijke Balkan. Kandidaat-lidstaten committeren zich in hun hervormingsagenda’s aan verdere aansluiting bij het EU-visumbeleid. In ruil voor het doorvoeren van deze hervormingen ontvangen de landen in de Westelijke Balkan steun uit de Faciliteit</nadruk>.</al>
            <al>De leden van de VVD-fractie vragen in hoeverre de Minister bereid is om te pleiten voor het opschorten van IPA-middelen (Instrument for Pre-accession Assisstance) voor landen die weigeren EU-sancties over te nemen.</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">7. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Onder het huidige MFK (2021–2027) is GBVB-aansluiting geen voorwaarde voor het ontvangen van IPA-middelen. Bij de onderhandelingen over steun aan kandidaat-lidstaten onder het nieuwe MFK is het kabinet voorstander van prestatiegerichte pre-<?xpp afbreek?>accessiesteun. Tevens pleit het kabinet voor het meewegen van de strategische oriëntatie van alle landen uit Uitbreidings- en Oostelijk Nabuurschapsregio bij het uitbetalen van EU-fondsen.</nadruk>
            </al>
            <al>Tot slot willen de leden van de VVD fractie graag geïnformeerd worden over de dreigingsanalyse van de Single Intelligence Analysis Capacity van de EU (SIAC). Zou dit op vertrouwelijke basis met de Kamer gedeeld kunnen worden?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">8. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">De dreigingsanalyse van SIAC betreft een officieel EU-document dat is gerubriceerd. Het kabinet is niet geautoriseerd om dergelijke vertrouwelijke stukken met uw Kamer te delen.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026 en stellen daarover graag nog enkele vragen.</al>
            <al>De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat het kabinet blijft oproepen tot gebruik van de mogelijkheid om militair materieel via de Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) voor Oekraïne in te kopen. Deze leden maken zich zorgen dat door de oorlog van de VS en Israël met Iran de krapte op de defensiemarkt voor vertraging bij de levering van Amerikaans militair materieel via PURL zorgt. Is de Minister er zeker van dat nieuwe bestellingen via PURL nog binnen een jaar aan Oekraïne geleverd kunnen worden, of op zijn minst binnen de termijnen die gebruikelijk waren voor 28 februari 2026? Zo nee, is de Minister met Europese partners bezig met het bedenken van alternatieven voor de levering van kritieke militaire goederen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">9. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Via het Amerikaanse Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) initiatief ontvangt Oekraïne cruciale Amerikaanse goederen, waaronder essentiële luchtverdediging. Volgens de NAVO zullen alle goederen waarvoor NAVO-lidstaten en -partners betaald hebben via PURL aan Oekraïne geleverd worden en vinden de leveringen ook momenteel doorgang. De VS heeft meermaals onderstreept dat het de militaire PURL-steun zal blijven leveren. De goederen die de in de huidige openstaande PURL-pakketten worden aangeboden zijn door de VS mede-geselecteerd op basis van een snelle levertermijn. Er bestaat evenwel een risico dat de escalatie in het Midden-Oosten in de toekomst effect zal hebben op de beschikbaarheid van Amerikaans materieel, met name luchtafweer. Daarom is het zowel in het Europese als het Oekraïense belang om gelijktijdig te investeren in de respectievelijke defensie-industrieën om in de toekomst een breder aanbod te hebben voor kritieke capaciteiten. Zo zet het kabinet zich in om de Oekraïense en Nederlandse defensie-industriesamenwerking te versterken, waaronder via de coproductie van drones in Nederland.</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van GroenLinks-PvdA-fractie hebben vernomen dat de EU mogelijk voorbereidingen treft voor een trainingsmissie voor het Libanese leger, ter vervanging van de VN-missie UNIFIL die binnenkort afloopt. Wat is het standpunt van het kabinet ten aanzien van een dergelijke missie? Overweegt het kabinet steun aan een dergelijke missie? Zo ja, in welke vorm?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">10. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Tijdens de EU-Libanon Associatieraad van 15 december 2025 heeft de EU de bereidheid getoond om de Libanese veiligheidssector te blijven steunen. Daarbij werd de mogelijke inzet van de Europese Vredesfaciliteit genoemd en ook de mogelijkheid van aanvullende GVDB-missie inzet. Op dit moment is er nog veel onduidelijkheid over post-UNIFIL opties in Libanon. Nederland spreekt voortdurend steun uit voor initiatieven die bijdragen aan stabiliteit in Libanon, draagt daar ook concreet aan bij en verwelkomt hierbij zowel initiatieven en additionele steun vanuit de VN als vanuit EU. Mede door de recente ontwikkelingen in Libanon en de bredere regio zijn de contouren van een mogelijk EU-initiatief nog onduidelijk. Wel is duidelijk dat een eventueel nieuw EU-initiatief geen directe vervanging kan zijn voor het huidige UNIFIL mandaat. Zodra meer bekend is over nieuwe GVDB-inzet in Libanon, en het kabinet zou willen overgaan tot een Nederlandse deelname, zal het kabinet de Kamer hierover infomeren.</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de beantwoording van Kamervragen van het lid Piri d.d. 23 april 2026 (<extref doc="nds-tk-2026D19946" soort="document" status="actief">2026D19946</extref>) dat het kabinet het belangrijk vindt dat eventueel gebruik van uithongering, c.q. de vernietiging van Libanese waterinstallaties door Israël, als methode van oorlogsvoering onderzocht wordt «en dat bewijsmateriaal van vermeende schendingen wordt verzameld, op basis waarvan een rechter kan bepalen of hier sprake van is.» De Minister stelt later, in antwoord op vraag 19 van deze Kamervragen, dat het kabinet momenteel «te weinig» onderzoek ziet «naar, en berechting van, internationale misdrijven door Israël zelf.» De Minister vervolgt dat «als een staat niet bereid of niet in staat is om zelf internationale misdrijven te onderzoeken en degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn te vervolgen en te berechten», «de internationale gemeenschap in beeld» komt. Is de Minister dan ook van mening, dat de oorlogshandelingen van Israël in Libanon door een onafhankelijke en onpartijdige instantie zouden moeten worden onderzocht? Welke onafhankelijke, onpartijdige instantie zou volgens het kabinet hiernaar onderzoek moeten doen? Is de Minister bereid deze onafhankelijke, onpartijdige instantie hiertoe op te roepen? En zodra dit bewijsmateriaal er is, is het kabinet dan bereid om naar de rechter te stappen? Zo nee, waarom niet?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">11. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland dringt waar nodig en mogelijk aan op onderzoek naar vermeende internationale misdrijven, ook in de context van Libanon. In principe is het in eerste instantie aan de nationale autoriteiten om onderzoek te doen naar mogelijke misdrijven. De internationale gemeenschap komt in beeld als een staat niet bereid of niet in staat is om zelf op te treden. In dit geval is het dus in eerste instantie aan Libanon zelf. Omdat de capaciteit in Libanon om effectief bewijs te vergaren op dit moment beperkt lijkt, onderzoekt Nederland de mogelijkheden hoe deze nationale capaciteit verder versterkt kan worden.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Daarnaast beziet Nederland de internationale mogelijkheden voor bewijsvergaring. Het Internationaal Strafhof heeft momenteel geen rechtsmacht in Libanon, en kan daarom geen onderzoek doen naar de misstanden in Libanon. Daarom kijkt Nederland naar andere opties die bijdragen aan onafhankelijk en onpartijdig onderzoek naar de feiten. De VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) kan de situatie in Libanon reeds monitoren. Het OHCHR landenkantoor in Libanon richt zich onder andere op het rapporteren over mensenrechtenschendingen in het conflict tussen Israël en Hezbollah. Nederland steunt het VN-mensenrechtenkantoor (OHCHR) in Libanon met een bedrag van USD 1,5 mln. over de jaren 2025–2026.</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen tevens in de beantwoording op de genoemde Kamervragen dat Israël niet alleen Slovenië, maar ook Nederland onder druk heeft gezet om geen interventie te plegen in de zaak van Zuid-Afrika bij het Internationaal Gerechtshof. De leden vinden het goed dat het kabinet alsnog heeft besloten om de interventie te plaatsen. Kan de Minister aangeven op welke manier Israël de weerstand tegen de interventie kenbaar heeft gemaakt? Heeft Israël met tegenmaatregelen gedreigd? En is de Minister niet van mening dat de dreigingen van Israël tegen EU-lidstaten die zich inzetten tegen straffeloosheid, besproken zouden moeten worden in de Raad, zeker in het licht van de discussie over de naleving van artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord? Zo nee, waarom niet?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">12. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet heeft een eigenstandige afweging gemaakt bij de besluitvorming omtrent het indienen van een verklaring tot interventie bij genoemde zaak. Het kabinet herkent zich niet in het geschetste beeld dat sprake zou zijn van dreigementen door Israël jegens Nederland.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie</tussenkop>
            <al-groep>
              <al>De leden van de fractie van JA21 hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026 en de kabinetsbrief «Nederlandse diplomatieke presentie in Venezuela.» Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.</al>
              <al>De leden van de fractie van JA21 zijn benieuwd naar de laatste stand rondom de 90 miljard doorlening aan Oekraïne. Hoewel deze leden de keuze voor deze manier van EU-financiering aan het land niet hebben gesteund, onderschrijven zij het belang van een Oekraïne dat zichzelf kan blijven verdedigen tegen de aanhoudende Russische agressie. Kan de Minister toelichten hoe groot de financiële tekorten momenteel zijn voor de Oekraïense staat?</al>
            </al-groep>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">13. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">De noden van Oekraïne zijn sterk afhankelijk van het verdere verloop van de oorlog. Bij de aankondiging van de steunlening schatte de Europese Commissie dat het ongedekte financieringstekort van Oekraïne voor de periode 2026–2027 EUR 135 mld. bedroeg, voor zowel militaire als macro-financiële noden. Met de steunlening van EUR 90 mld. streeft de EU ernaar twee derde hiervan te dekken, waarbij het resterende tekort door andere internationale partners gedekt dient te worden. Met deze schatting van de Commissie werd aangenomen dat de oorlog eind 2026 ten einde zou komen. Gegeven de voortgaande oorlogssituatie is het denkbaar dat de noden van Oekraïne groter worden, ook in 2027. Het kabinet blijft hierom naast het bereikte akkoord op de steunlening van EUR 90 mld. bij lidstaten en partnerlanden oproepen tot het vergroten van hun bilaterale steun aan Oekraïne.</nadruk>
            </al>
            <al>Deze leden lezen in verschillende berichtgeving dat de eerste uitbetalingen van de doorlening waarschijnlijk eind mei of begin juni zullen plaatshebben. Kan het kabinet hier een preciezere toelichting over geven?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">14. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">De Raad heeft op 23 april jl. formeel akkoord bereikt op de steunlening en de benodigde financieringsstrategie voor 2026. Voordat tot uitbetaling van de begrotingssteun over kan worden gegaan, zijn enkele formele stappen nodig op basis van de Verordening. Voor de eerste uitbetalingen in de vorm van macro-financiële bijstand dient Oekraïne een Memorandum of Understanding overeen te komen met de Europese Commissie, die hiervoor namens de EU optreedt. In de Memorandum of Understanding worden beleidsvoorwaarden vastgelegd waaraan uitbetaling van de macro-financiële bijstand wordt gekoppeld. Hierover wordt op dit moment gesproken in Brussel. Na instemming door de lidstaten, moet Oekraïne een uitbetalingsverzoek indienen voordat tot uitbetaling over kan worden gegaan. Hierover wordt op dit moment eveneens gesproken in Europese Raadswerkgroepen in Brussel. Naar verwachting zal dit op korte termijn worden afgerond en zal inderdaad eind mei of begin juni een eerste uitbetaling kunnen plaatsvinden. De precieze tijdlijn hangt af van de voortgang van de besprekingen.</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de fractie van JA21 hebben zich eerder kritisch uitgelaten over de verhoudingsgewijs achterblijvende steun van met name EU-lidstaten Spanje en Frankrijk. In dit licht steunen zij het voornemen van het kabinet om bij de komende Raadsvergadering deze lidstaten te «wijzen op het belang van substantiële bilaterale steun in aanvulling op de gezamenlijke steunlening.» Hoe denkt het kabinet in EU-verband deze oproep om te zetten in concrete resultaten? In het verlengde hiervan danken deze leden de Minister voor de Nederlandse oproep tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 21 april om de import van Russisch gas te staken.</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">15. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet deelt de kritische houding ten opzichte van EU-lidstaten waar de steun aan Oekraïne verhoudingsgewijs achterblijft. In dit kader blijft het kabinet van alle mogelijkheden gebruik maken om lidstaten erop te wijzen dat de steunlening aan Oekraïne ter waarde van EUR 90 mld. niet voldoende zal zijn om in de urgente militaire en budgettaire noden van Oekraïne te voorzien, om deze reden de bilaterale steun aan Oekraïne verhoogd moet worden en dat de huidige verdeling van bilaterale steun onder lidstaten daarbij niet duurzaam is. Het kabinet doet deze oproep in de bilaterale gesprekken die zij met lidstaten voert, bij de verschillende Raadsvergaderingen in Brussel evenals in de Europese Raad en andere gelegenheden, en bepleit het belang van een eerlijkere lastenverdeling richting de Europese Commissie.</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de fractie van JA21 maken zich grote zorgen over de gevolgen voor de mondiale economie nu de situatie rondom de Straat van Hormuz nog altijd hoogst onzeker is. Deze leden zouden de Minister willen vragen naar de laatste kabinetsvisie op de huidige conflictsituatie. En zijn er hiernaast nog laatste ontwikkelingen in de voorbereiding van een eventuele internationale missie in de zeestraat?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">16. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet volgt de situatie nauwlettend. De huidige status quo, met een Iraanse blokkade van de Straat van Hormuz is uiterst onwenselijk. Het verdere onderhandelingsproces is onduidelijk en onvoorspelbaar, zoals recente aanvallen door Iran op de VAE aantonen. Het kabinet streeft naar de-escalatie en steunt de diplomatieke inzet om de betrokken partijen richting een duurzame politieke oplossing te bewegen. Essentieel is dat de vrije doorvaart in de Straat wordt hersteld, hierbij moet enige vorm van een tolsysteem worden afgewezen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland steunt de VN-inzet om doorvoer van essentiële goederen zoals kunstmest te faciliteren, en wijst op het belang van diplomatieke inspanning om dit initiatief verder te brengen. Het kabinet onderzoekt eveneens de wenselijkheid van een eventuele Nederlandse militaire inzet om bij te dragen aan het waarborgen van vrije doorvaart in de Straat van Hormuz. De planning van de internationale coalitie van inmiddels meer dan veertig landen onder leiding van het VK en Frankrijk vordert, en Nederland blijft nauw betrokken. Indien het kabinet besluit over een Nederlandse militaire bijdrage aan het waarborgen van de vrije doorvaart in de Straat van Hormuz, zal uw Kamer conform artikel 100 van de Grondwet nader worden geïnformeerd.</nadruk>
            </al>
            <al>Deze leden hebben kennisgenomen van het besluit van de Verenigde Arabische Emiraten om per 1 mei jongstleden OPEC te verlaten. Met de haven van Fujairah heeft het land een alternatief voor energie-export via de Straat van Hormuz in handen. Ziet het kabinet mede in het licht van de onderhandelingen in EU-verband over een handelsovereenkomst kansen om in te zetten op extra samenwerking op het gebied van energie? Wil de Minister toezeggen zich hiervoor in Europees verband hard te maken? Is de Minister bereid deze opties te verkennen als onderdeel van de uitvoering van de motie-Hoogeveen/Maes (Kamerstuk <extref doc="kst-23432-743" soort="document" status="actief">23 432, nr. 743</extref>) en de motie-Maes c.s. (Kamerstuk <extref doc="kst-23432-727" soort="document" status="actief">23 432, nr. 727</extref>)?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">17. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al-groep>
              <al>
                <nadruk type="vet">Het kabinet is bekend met het besluit van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) om per 1 mei jl. uit OPEC te treden en onderkent dat de VAE, mede dankzij de haven van Fujairah, een belangrijke rol speelt in de regionale energie-infrastructuur en de veiligheid van energie-aanvoerroutes.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Energiezekerheid is een belangrijk thema in de relatie met de VAE. Afspraken over energie en grondstoffen zijn onderdeel van de onderhandelingen over een handelsovereenkomst tussen de EU en de VAE, op basis van het daarvoor vastgestelde onderhandelingsmandaat. Daarbij is de inzet van zowel het kabinet als de Europese Commissie om ambitieuze afspraken te maken over markttoegang en intensievere samenwerking op het gebied van de energiesector, met inachtneming van een gelijk speelveld.</nadruk>
              </al>
              <al>
                <nadruk type="vet">Op bilateraal niveau vindt tweejaarlijkse Joint Economic Committee (JEC) plaats met de VAE, waarin onder meer energiezekerheid, energietransitie en samenwerking op het gebied van energie-infrastructuur en logistiek worden besproken. Het kabinet benut deze JEC en andere bilaterale contacten om, in aanvulling op de inzet in EU-verband, verdere mogelijkheden voor samenwerking met de VAE op energiegebied te verkennen.In lijn met de motie-Hoogeveen/Maes (Kamerstuk</nadruk>
                <extref doc="kst-23432-743" soort="document" status="actief">
                  <nadruk type="vet">23 432, nr. 743</nadruk>
                </extref>
                <nadruk type="vet">) en de motie-Maes c.s. (Kamerstuk</nadruk>
                <extref doc="kst-23432-727" soort="document" status="actief">
                  <nadruk type="vet">23 432, nr. 727</nadruk>
                </extref>
                <nadruk type="vet">) zal het kabinet zich in Europees verband blijvend inzetten voor voortgang in de onderhandelingen met de VAE en voor het verkennen van verdere samenwerking met de Golfstaten op het gebied van energie. Hierbij geldt dat eventuele nieuwe afspraken moeten passen binnen het bredere EU-beleid ten aanzien van de Golfregio.</nadruk>
              </al>
            </al-groep>
            <al>De leden van de fractie van JA21 bedanken de Minister voor de spoedige uitvoering van de motie-Hoogeveen (Kamerstuk <extref doc="kst-36800-V-63" soort="document" status="actief">36 800 V, nr. 63</extref>). Deze leden onderschrijven het belang voor het Koninkrijk om een goede diplomatieke presentie in Venezuela te hebben te midden van de uitvoering van het Amerikaanse driestappenplan voor het land. Graag ontvangen deze leden een duiding van de Minister over de voorlopige effecten van dit plan. Kan de Minister tevens toelichten welke proactieve rol hij ziet voor het Koninkrijk in dit proces, op zowel economisch als politiek vlak? Hoe wordt binnen dit kader rekening gehouden met de belangen en wensen van de landen Aruba en Curaçao? Hoe wil hij invulling geven aan de specifieke motie-Hoogeveen (Kamerstuk <extref doc="kst-21501-02-3328" soort="document" status="actief">21 501-02, nr. 3328</extref>) hierover?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">18. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet ziet dat er een stabielere situatie in Venezuela is dan een aantal maanden geleden, zonder acute veiligheidsdreiging voor het Koninkrijk. De Amerikaanse inzet is met name gericht op herstel van de economie en infrastructuur voor diverse sectoren waaronder de oliesector. De laatste stap in het driestappenplan, de democratische transitie, lijkt nog het minst uitgewerkt en afhankelijk van voortgang in eerdere stappen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet benadrukt, ook richting de Venezolaanse autoriteiten, dat verdere concrete stappen richting herstel van de rechtsstaat en democratie in Venezuela noodzakelijk zijn, ook om de sociaaleconomische situatie duurzaam te verbeteren. Dit deed ik ook tijdens het gesprek met mijn Venezolaanse collega Gil in Den Haag op 4 mei jl. Het kabinet is bereid een constructieve rol te spelen om de situatie te verbeteren waardoor in de toekomst mogelijk ook de randvoorwaarden ontstaan voor verantwoorde economische kansen. Het recente herstel van de diplomatieke presentie is daarin een eerste stap. Over de inzet van het kabinet vindt veelvuldig overleg plaats met de Caribische delen van het Koninkrijk. Met betrekking tot de motie-Hoogeveen<noot id="ID-1248817-d40e535" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-21501-02-3328" soort="document" status="actief">21 501-02, nr. 3328</extref></noot.al></noot> heeft het kabinet aangegeven dat het de motie onderschrijft mits er geen sprake is van een uitbreiding van het handelsinstrumentarium. Het bedrijfsleven kan gebruik maken van de bestaande instrumenten.</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de fractie van JA21 hebben uit verschillende berichtgeving ook vernomen dat vanuit Caracas met speciale interesse wordt gekeken naar het EU-Mercosur akkoord; gegeven het feit dat het land geschorst is, maar formeel nog altijd de status van volwaardig lid van Mercosur heeft. Ook Bolivia, Panama en Colombia hebben elk een rol in mogelijke uitbreiding van het Zuid-Amerikaanse handelsblok. Hoe kijkt het kabinet naar deze ambities?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">19. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het EU-Mercosur akkoord is gesloten tussen de EU en Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay. Andere leden van Mercosur zijn geen verdragspartij bij het akkoord. Indien een Mercosur-lid wil toetreden tot het EU-Mercosur akkoord, moet daarover worden onderhandeld met de Europese Commissie. Dit is momenteel niet aan de orde.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de DENK-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de DENK-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda.</al>
            <al>De leden van de DENK-fractie constateren dat de Raad zal spreken over de situatie in het Midden-Oosten. Deze leden wijzen erop dat de associatieovereenkomst tussen de EU en Israël expliciet is gebaseerd op eerbiediging van mensenrechten en democratische beginselen. Op welke wijze spant het kabinet zich concreet in om binnen de Europese Unie een meerderheid te organiseren voor het opschorten van (ten minste) het handelsdeel van het EU-Israël-associatieakkoord? Welke lidstaten steunen dit standpunt reeds en welke lidstaten verzetten zich hiertegen? Hoe gaat het kabinet actief coalities vormen met gelijkgezinde lidstaten om dit voorstel te agenderen en door te voeren?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">20. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Zoals bekend in uw Kamer heeft Nederland, naar aanleiding van zorgen over de situatie in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever, het initiatief genomen om de Israëlische naleving van Artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord te evalueren. De kabinetsinzet blijft er op gericht om voldoende steun te vergaren voor de door de EU voorgestelde maatregelen naar aanleiding van deze evaluatie en de aanhoudende verslechtering van de situatie op de Westelijke Jordaanoever. Daarbij onderstreept het kabinet dat maatregelen tegen Israël zijn bedoeld om de druk op te voeren zodat Israël van koers verandert, o.a. ten aanzien van de humanitaire situatie in de Gazastrook en de situatie op de Westelijke Jordaanoever. Het kabinet spreekt hierover met EU-lidstaten om het draagvlak voor de EU-maatregelen te vergroten en staat daarvoor in contact met zowel gelijkgezinde lidstaten als lidstaten die aanname van EU-maatregelen nog niet steunen. Over de standpunten van individuele EU-lidstaten doet het kabinet geen uitspraken.</nadruk>
            </al>
            <al>Op welke wijze zet het kabinet zich in voor gerichte EU-sancties tegen Israëlische Ministers, waaronder Ben Gvir en Smotrich, gezien hun rol bij het aanzetten tot geweld en uitbreiding van nederzettingen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">21. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Zoals bekend in uw Kamer steunt het kabinet de voorstellen voor Europese sancties tegen extremistische Israëlische Ministers. Dit omdat zij uit hoofde van hun functie als bewindspersoon herhaaldelijk geweld door kolonisten tegen de Palestijnse bevolking hebben aangewakkerd, zij voortdurend de uitbreiding van <?xpp afbreek?>illegale nederzettingen bepleiten en oproepen tot etnische zuivering in de Gazastrook. In de Raad bestaat vooralsnog geen unanimiteit voor een dergelijke stap. Nederland blijft zich hiervoor inzetten en heeft bij het uitblijven van unanimiteit binnen de EU de Israëlische Ministers Smotrich en Ben-Gvir tot persona non grata verklaard en hen als ongewenste vreemdelingen in het Schengen Informatie Systeem (SIS) geregistreerd. Deze ongewenstverklaring en SIS-registratie waren uitzonderlijke stappen en de onderliggende motivering gold ten aanzien van de specifieke situatie van deze twee Ministers en de toen aanwezige omstandigheden.</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de DENK-fractie maken zich ernstige zorgen over het voortdurende geweld van Israëlische kolonisten en de uitbreiding van illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever. Zij hebben hierover de volgende aanvullende vragen. Is het kabinet bereid om in EU-verband te pleiten voor een uitbreiding van het bestaande sanctieregime tegen gewelddadige kolonisten naar bredere groepen betrokkenen (financiers, organisaties, politieke aansturing) en voor structurele sancties in plaats van incidentele listings?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">22. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Zoals bekend in uw Kamer zet Nederland zich in voor de aanname van het derde sanctiepakket tegen gewelddadige kolonisten en organisaties. Daarnaast heeft Nederland tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van april jl. aangekondigd te werken aan een vierde pakket sancties, in lijn met de moties Van Lanschot/Van der Werf<noot id="ID-1248817-d40e605" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-23432-742" soort="document" status="actief">23 432, nr. 742</extref></noot.al></noot>, Hirsch<noot id="ID-1248817-d40e617" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-21501-02-3048" soort="document" status="actief">21 501-02, nr. 3048</extref></noot.al></noot> en van Baarle.<noot id="ID-1248817-d40e628" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-21501-02-3378" soort="document" status="actief">21 501-02, nr. 3378</extref></noot.al></noot> Deze inzet is gericht op het verder verhogen van de druk op betrokkenen die zorgen voor verdere verslechtering van de situatie op de Westelijke Jordaanoever. Dit is onderdeel van een voortdurende aanpak van het kabinet, waarbij pakketten van individuele listings van personen en organisaties onderdeel uitmaken van een bredere diplomatieke inzet, bestaande uit meerdere instrumenten.</nadruk>
            </al>
            <al>Is het kabinet bereid te pleiten voor een EU-breed verbod op producten uit illegale nederzettingen, inclusief een importverbod (in plaats van enkel etikettering), handhaving en controlemechanismen op EU-niveau?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">23. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Parallel aan de inzet voor nationale maatregelen om producten uit de onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden te weren van de Nederlandse markt, blijft het kabinet zich in EU-verband inspannen om het draagvlak voor maatregelen in EU-verband te vergroten. Bij voldoende steun kunnen maatregelen op het gebied van handel daarvan deel uitmaken. EU-maatregelen hebben de voorkeur van het kabinet, omdat de impact daarvan groter is en zij daarmee effectiever zijn dan nationale maatregelen. De benodigde meerderheid in EU-verband blijft hiervoor vooralsnog echter uit.</nadruk>
            </al>
            <al>Is het kabinet bereid om te pleiten voor het opschorten van samenwerking met Israëlische entiteiten die actief zijn in nederzettingen, waaronder deelname aan EU-programma’s (zoals Horizon Europe), onderzoeks- en innovatiepartnerschappen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">24. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet blijft zich in EU-verband inspannen om het draagvlak voor EU-maatregelen gericht tegen de onrechtmatige nederzettingen te vergroten. De inzet van het kabinet is er verder zoals bekend in uw Kamer op gericht om steun te vergaren voor de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen die al op tafel liggen. Het kabinet blijft steeds bezien welke andere stappen kunnen bijdragen aan een verbetering van de situatie op de grond.</nadruk>
            </al>
            <al>Op welke wijze zet het kabinet zich in voor een EU-brede aanpak tegen bedrijven die bijdragen aan de bezetting?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">25. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet blijft zich in EU-verband inspannen om het draagvlak voor EU-maatregelen gericht tegen de onrechtmatige nederzettingen te vergroten. Bij voldoende steun kunnen maatregelen op het gebied van handel daarvan deel uitmaken. Het kabinet verkent ook, in lijn met de motie Van Baarle,<noot id="ID-1248817-d40e680" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-21501-20-2386" soort="document" status="actief">21 501-20, nr. 2386</extref></noot.al></noot> de mogelijkheden om deze inzet mee te nemen in het vierde pakket aan EU-sancties onder het mensenrechtensanctieregime. EU-maatregelen hebben de voorkeur van het kabinet, omdat de impact daarvan groter is en zij daarmee effectiever zijn dan nationale maatregelen. De benodigde meerderheid in EU-verband blijft hiervoor vooralsnog echter uit. Zie ook het antwoord op vraag 23.</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de DENK-fractie vragen tevens naar verdere mogelijke maatregelen op EU-niveau. Is het kabinet bereid te pleiten voor een EU-wapenembargo tegen Israël, gezien de aanhoudende schendingen van het internationaal humanitair recht? Is het kabinet bereid te pleiten voor opschorting van militaire samenwerking en exportvergunningen op EU-niveau?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">26. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Elke vorm van defensiesamenwerking met Israël wordt zorgvuldig en afzonderlijk afgewogen. Vanwege de huidige ontwikkelingen en de zorgen die het kabinet heeft over het militaire optreden van de Israëlische regering in Gaza leidt deze weging in de praktijk tot minimale samenwerking, beperkt tot materieel. Israëlische bedrijven leveren diverse essentiële militaire systemen of onderdelen hiervan waarvoor geen, minder geschikte of geen tijdige alternatieven beschikbaar zijn. Het stopzetten van de bestaande samenwerking met Israëlische bedrijven heeft daarom grote gevolgen voor de slagkracht en het voortzettingsvermogen van de krijgsmacht, alsmede voor de veiligheid van onze militairen. Eventuele nieuwe materieel-aankoop uit Israël wordt reeds per geval zorgvuldig gewogen, waarbij het Ministerie van Defensie onderzoekt of het materieel essentieel is voor de gereedstelling van de krijgsmacht, of er geschikte alternatieven zijn en of deze alternatieven tijdig leverbaar zijn. Hiermee geeft Defensie tevens invulling aan de motie van het lid Teunissen<noot id="ID-1248817-d40e702" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-22054-478" soort="document" status="actief">22 054, nr. 478</extref></noot.al></noot> om de afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie af te bouwen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet is van mening dat het staande exportcontrolebeleid volstaat om ongewenste transacties te voorkomen. Wat betreft de uitvoer van militaire goederen worden alle individuele vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen per geval zorgvuldig getoetst aan de daarvoor geldende wapenexportcontrolekaders (het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole en het Wapenhandelsverdrag), zo ook voor Israël. Daarbij geldt dat een vergunningaanvraag wordt afgewezen indien er een duidelijk risico wordt geconstateerd dat militaire goederen kunnen bijdragen aan ernstige schendingen van de mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Gezien de situatie in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever, verleent Nederland op dit moment geen vergunningen voor de uitvoer van militaire goederen die kunnen bijdragen aan de activiteiten van de Israëlische krijgsmacht in de Gazastrook of op de Westelijke Jordaanoever vanwege het risico op ongewenst eindgebruik. Binnen de bestaande kaders is er wel ruimte voor de uitvoer van militaire goederen die enkel voor zelfverdedigingsdoeleinden kunnen worden gebruikt, zoals onderdelen voor het Iron Dome-luchtafweersysteem. Een wapenembargo zou ook effect hebben op de levering van deze goederen.</nadruk>
            </al>
            <tussenkop kopopmaak="vet">Vragen en opmerkingen van de leden van de SP-fractie</tussenkop>
            <al>De leden van de SP-fractie willen de aandacht vestigen op de genocide in Soedan. Deze leden zien dat de oorlogsmisdaden zich blijven voortzetten, waarbij seksueel geweld wordt ingezet als oorlogsmiddel, zoals aangetoond in het rapport van Artsen Zonder Grenzen van 31 maart. Het kabinet geeft aan, naar aanleiding van het rapport, een extra vrijwillige bijdrage van 6 miljoen euro toe te voegen aan het Internationaal Strafhof ter versterking van algemene onderzoekscapaciteit van het Hof. Kan het kabinet toelichten hoe dit geld specifiek wordt ingezet om het seksueel geweld in kaart te brengen en individuen te vervolgen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">27. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland steunt het Internationaal Strafhof onder andere met vrijwillige bijdragen, waaronder in de afgelopen jaren EUR 6 miljoen voor de versterking van de onderzoekscapaciteit van het Hof. Een deel daarvan is ook ten goede gekomen aan het versterken van de capaciteit voor onderzoek naar conflict-gerelateerd seksueel geweld. Het is aan het Hof om deze middelen in te zetten naar gelang de behoeften. Nederland respecteert deze onafhankelijkheid van het Hof. Inmenging in de besteding van deze middelen is, gelet op die onafhankelijkheid, niet mogelijk en niet aan de orde.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Naast de vrijwillige bijdragen aan het Internationaal Strafhof, steunt Nederland ook het landenkantoor van de VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) in Soedan met EUR 2 mln. Het landenkantoor documenteert, monitort en rapporteert over de mensenrechtensituatie in Soedan, en brengt ook het conflict-gerelateerd seksueel geweld in deze context in kaart.</nadruk>
            </al>
            <al>Afgelopen maand is het rapport van de Fact Finding Mission van de Verenigde Naties (VN) over Soedan gepubliceerd. Daarin wordt zeer duidelijk beschreven dat er genocidale stappen worden gezet in Soedan, specifiek door de Rapid Support Forces (RSF) bij de belegering van El-Fasher. Wat is de reflectie van het kabinet op dit rapport?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">28. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet heeft kennisgenomen van het rapport van de Fact Finding Mission genaamd «Sudan: Hallmarks of Genocide in El-Fasher» en heeft als reactie hierop op 26 februari jl. een gezamenlijk statement gepubliceerd met de leden van de Soedan kerngroep in de Mensenrechtenraad, bestaande uit het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Noorwegen, Ierland en Nederland.</nadruk>
            </al>
            <al>Hoe wordt de accountability, waar het rapport toe oproept, concreet gemaakt?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">29. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het is aan een (internationale) rechter om schendingen en internationale misdrijven vast te stellen, om daaropvolgend daders van deze schendingen te bestraffen en te berechten. Het Internationaal Strafhof doet reeds actief onderzoek naar de situatie in El-Fasher, waarbij bewijsmateriaal van deze misdrijven wordt verzameld ten behoeve van toekomstige vervolging. Nederland respecteert de onafhankelijkheid van het Hof, en mengt zich daarom niet in de inhoudelijke beoordeling van de feiten die nog worden onderzocht. Wel steunt Nederland het Internationaal Strafhof zodat gedegen en onafhankelijk onderzoek naar vermeende schendingen kan worden voortgezet (zie het antwoord op vraag 27). Daarnaast zet Nederland zich als lid van de kerngroep Soedan in de Mensenrechtenraad in voor het mandaat van de Independent International Fact Finding Mission for the Sudan, zodat onderzoek naar mensenrechtenschendingen en schendingen van het humanitair oorlogsrecht wordt voortgezet. Deze Soedan kerngroep heeft in februari de Coalition for Atrocity Prevention in Sudan opgericht, zoals vermeld in het gezamenlijke statement van 26 februari jl. als reactie op het rapport van de Fact Finding Mission genaamd «Sudan: Hallmarks of Genocide in El-Fasher».</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de SP-fractie zien dat een staakt-het-vuren in Soedan uitblijft, ondanks inspanningen van Nederland en Europa. Ook op de conferentie in Berlijn zijn er geen nieuwe stappen gezet voor een vredesbestand. Welke vervolgstappen is dit kabinet bereid te nemen om de druk op de strijdende partijen op te voeren om te komen tot een staakt-het-vuren, zodat deze bloederige oorlog na drie jaar stopt?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">30. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet deelt de zorgen over het voortduren van het geweld in Soedan en blijft zich inzetten voor een einde aan het conflict. Hoewel de Berlijn conferentie niet heeft geleid tot een onmiddellijk staakt-het-vuren hebben de belangrijkste betrokken partijen waaronder de co-hosts van conferentie, de leden van de Quad (VS, Saoedi-Arabië, VAE, Egypte), landen uit de regio en vertegenwoordigers van het Quintet (VN, EU, LAS, IGAD, AU) op 30 april jl. de Berlin Principles for Sudan aangenomen waarin wordt opgeroepen tot een onmiddellijke wapenstilstand, bescherming van burgers, berechting van verantwoordelijken voor oorlogsmisdaden en het stoppen van externe steun aan de strijdende partijen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Naast o.a. de EU Raadsconclusies voor Soedan vormt dit document een uitgangspunt voor de verdere inzet van het kabinet om de druk op de conflictpartijen op te voeren. In EU-verband speelt Nederland een aanjagende rol bij de vormgeving van de diplomatieke inzet richting Soedan en benadrukt Nederland bij alle betrokken partijen de noodzaak van een onmiddellijk staakt-het-vuren. Verder zet Nederland zich in voor aanvullende EU-sanctiemaatregelen tegen actoren en sectoren die het conflict voeden.</nadruk>
            </al>
            <al>Afgelopen maand is er een motie-Dobbe aangenomen (Kamerstuk <extref doc="kst-21501-02-3373" soort="document" status="actief">21 501-02, nr. 3373</extref>), die oproept om in de Raad Buitenlandse Zaken en naar aanleiding van de conferentie in Berlijn te pleiten voor extra middelen en steun voor Soedan. Heeft het kabinet hierop ingezet en wat is daar uitgekomen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">31. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 21 april jl. benadrukte Nederland het belang van intensivering van humanitaire inspanningen in Soedan, in lijn met de motie van het lid Dobbe.<noot id="ID-1248817-d40e797" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-21501-02-3373" soort="document" status="actief">21 501-02, nr. 3373</extref></noot.al></noot> Op de dag van de RBZ werd een EU-verklaring uitgebracht, waarin de EU de strijdende partijen opriep tot een staakt-het-vuren en externe actoren opriep te stoppen met hun steun voor het conflict. Ook benadrukte de EU het belang van ongehinderde humanitaire toegang. Tijdens de conferentie in Berlijn werd voor EUR 1,5 miljard aan toezeggingen gedaan voor noodhulp, waarvan EUR 812 mln. door de EU en EU-lidstaten.</nadruk>
            </al>
            <al>Het kabinet geeft aan zich in te blijven zetten voor uitbreiding van EU-sancties tegen entiteiten en individuen met betrokkenheid bij het gewapend conflict en grove mensenrechtenschendingen. Kan de Minister aangeven welke entiteiten en individuen het kabinet het liefst op deze lijst ziet staan en of de Minister dit haalbaar acht?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">32. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet blijft voorstander van het verder uitbreiden van sancties tegen entiteiten en individuen met betrokkenheid bij het gewapende conflict en grove mensenrechtenschendingen. Het kabinet pleitte tijdens de RBZ van 21 april jl. voor aanvullende sancties om de druk op de strijdende partijen op te voeren en om de oorlogseconomie in te perken. Wegens de vertrouwelijke aard van onderhandelingen en het belang van het verrassingseffect van sancties, kan het kabinet niet ingaan op de status van specifieke aanvullende sancties.</nadruk>
            </al>
            <al>De Verenigde Arabische Emiraten (VAE) spelen een belangrijke rol in de wapenstromen richting Soedan. Meerdere moties hebben opgeroepen tot het stoppen van wapenstromen vanuit de VAE richting Soedan. Toch blijft de VAE een bondgenoot en handelspartner, zowel voor Nederland als de EU. Hoe rijmt het kabinet deze positie met het handelen van de VAE in Soedan, en eerder in Yemen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">33. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland onderhoudt een brede bilaterale relatie met de VAE, een belangrijke partner voor Nederland en de EU. Binnen deze relatie spreekt het kabinet op politiek en hoogambtelijk niveau met de VAE over de situatie in de regio en regionale stabiliteit, waaronder ook de crises in Soedan en Jemen. Daarbij zet Nederland in op constructief engagement met de VAE waarbij aandacht wordt besteedt aan de humanitaire situatie, de gevolgen van de oorlog voor Soedan, de regio en de EU, en over wapenleveranties van derde partijen aan de strijdende partijen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Op het gebied van wapenexportcontrole, toetst Nederland alle aanvragen voor de uitvoer van militaire goederen en dual-use goederen met militair eindgebruik zorgvuldig en per geval aan de criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt inzake wapenexportcontrole en het Wapenhandelsverdrag, waarbij duidelijke risico’s op ernstige schendingen van mensenrechten of het humanitair oorlogsrecht tot een afwijzing leiden. Daarbij is er specifiek aandacht voor het risico op omleidingsrisico naar ongewenste eindgebruikers. Dit geldt ook voor het omleidingsrisico naar Soedan en Jemen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland is solidair met de Golfstaten, waaronder de VAE, die direct doelwit zijn van Iraanse aanvallen. Met inachtneming van de zorgvuldige wapenexportcontroletoets aan het Europees Gemeenschappelijk Standpunt inzake Wapenexport heeft het kabinet tevens oog voor de legitieme veiligheidsbehoefte van deze landen gedurende de crisis. Binnen dat kader verkennen wij de mogelijkheden voor gerichte bijdragen.</nadruk>
            </al>
            <al>De VAE moet het internationaal recht volgen, maar doet dat duidelijk niet. Als er niks verandert aan de inzet van de VAE, is het kabinet dan bereid om zich publiekelijk uit te spreken?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">34. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet verwacht van alle landen, waaronder de VAE, dat zij het internationaal recht naleven. Nederland spreekt landen hierop aan, zowel bilateraal als in EU-verband. Het kabinet maakt steeds een zorgvuldige afweging welke inzet en welke kanalen het meest effectief zijn om naleving van het internationaal recht te bevorderen.</nadruk>
            </al>
            <al>Kan de Minister ook reflecteren op het rapport<noot id="ID-1248817-d40e857" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>Policy brief «A critical friendship needs no courtship: Alignments and misalignments in EU-UAE relations», Clingendael, 2 juni 2025, <extref doc="https://www.clingendael.org/publication/critical-friendship-needs-no-courtship-alignments-and-misalignments-eu-uae-relations" soort="URL" status="actief">A critical friendship needs no courtship: Alignments and misalignments in EU-UAE relations | Clingendael</extref></noot.al></noot> van Clingendael van afgelopen zomer waarin duidelijk wordt aangegeven dat er geen strategische afhankelijkheid is voor EU, en dus ook Nederland, om zich niet harder en openlijker uit te spreken tegen de VAE. Het kabinet geeft aan dat bij alle vergunningsaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen en dual-use goederen met militair eindgebruik per geval en zorgvuldig wordt getoetst, waarbij wordt gekeken naar het omleidingsrisico naar Soedan. Volgens het kabinet voldoet het staande beleid en geeft het invulling aan de motie-Van Baarle/Dobbe (Kamerstuk <extref doc="kst-22054-470" soort="document" status="actief">22 054, nr. 470</extref>) en de motie-Dobbe c.s. (Kamerstuk <extref doc="kst-22054-474" soort="document" status="actief">22 054, nr. 474</extref>). In een artikel<noot id="ID-1248817-d40e871" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.ftm.nl/artikelen/kabinet-overtrad-beperking-wapenexport-bedoeld-om-schending-mensenrechten-te-voorkomen" soort="URL" status="actief">Kabinet overtrad beperking wapenexport die schending mensenrechten moest voorkomen – Follow the Money – Platform voor onderzoeksjournalistiek</extref></noot.al></noot> van Follow the Money van 2 maart 2026 over de wapenexportvergunningen vanuit Nederland naar de VAE staat echter duidelijk dat, ondanks de risico’s, er nog steeds wapenexportvergunningen zijn verleend. De huidige maatstaven voldoen dus niet of het kabinet heeft daar lak aan. Hoe gaat de Minister opvolging geven aan de genoemde twee moties, zodat dit niet nogmaals gebeurt?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">35. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet toetst alle vergunningaanvragen voor de uitvoer van militaire goederen en dual-use goederen met militair eindgebruik per geval en zorgvuldig. Daarbij is specifieke aandacht voor het omleidingsrisico naar Soedan. Als een duidelijk risico bestaat op ongewenst eindgebruik, zoals een bijdrage aan ernstige mensenrechtenschendingen of omleiding, dan wordt een vergunningaanvraag afgewezen. Uw Kamer is op 31 maart jl.<noot id="ID-1248817-d40e894" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-29237-257" soort="document" status="actief">29 237, nr. 257</extref></noot.al></noot> geïnformeerd over de invulling van de twee genoemde moties. Voor de beantwoording van vragen naar aanleiding van het artikel van Follow the Money verwijs ik graag naar de beantwoording van de schriftelijke vragen hierover op 21 april jl.<noot id="ID-1248817-d40e905" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al><extref doc="nds-tk-2026D19304" soort="document" status="actief">2026D19304</extref></noot.al></noot></nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland is solidair met de Golfstaten, waaronder de VAE, die direct doelwit zijn van Iraanse aanvallen. Met inachtneming van de zorgvuldige wapenexportcontroletoets aan het Europees Gemeenschappelijk Standpunt inzake Wapenexport heeft het kabinet tevens oog voor de legitieme veiligheidsbehoefte van deze landen gedurende de crisis. Binnen dat kader verkennen wij de mogelijkheden voor gerichte bijdragen.</nadruk>
            </al>
            <al>In het rapport «Hulp onder vuur: bescherming van hulpverleners in conflictsituaties»<noot id="ID-1248817-d40e921" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.adviesraadinternationalevraagstukken.nl/documenten/2026/03/12/straffeloosheid-geweld-tegen-hulpverleners" soort="URL" status="actief">Hulp onder vuur: bescherming van hulpverleners in conflictsituaties | Adviesraad Internationale Vraagstukken</extref></noot.al></noot> van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Commissie van Advies inzake Volkenrechtelijke Vraagstukken (CAVV) wordt nogmaals bevestigd hoe belangrijk het is om als internationale gemeenschap hulpverleners, naast burgers, te beschermen binnen de humanitaire ruimte. Het kabinet onderschrijft dit belang. Op welke manier, naast de hiervoor al aangegeven monitoring, zet het kabinet zich in voor bescherming van hulpverleners in Soedan?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">36. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland hecht veel waarde aan het ondersteunen van de veiligheid van hulpverleners en brengt het belang van dit thema op in diplomatieke contacten. Hulpverleners in Soedan lopen iedere dag gevaar bij het uitoefenen van hun cruciale werk. Bij de recente Soedan conferentie in Berlijn heeft Nederland daarom specifiek aandacht gevraagd voor de veiligheid van hulpverleners, waaronder van gemeenschapsorganisaties zoals de Emergency Response Rooms.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland is in voortdurende dialoog met humanitaire partners, zoals de VN, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en de Dutch Relief Alliance, over de omstandigheden waarin hulpverleners moeten werken, en over manieren waarop hun toegang tot mensen in nood zo goed mogelijk kan worden ondersteund. Het is essentieel dat hier voortdurend, en expliciet, aandacht aan wordt geschonken door alle organisaties die betrokken zijn bij de hulpprogramma’s, en dus niet alleen door de (lokale) implementerende hulporganisaties. Nederland blijft financiering vrijmaken voor ondersteunende organisaties, zoals INSO en Humanitarian Outcomes, die onder andere zorg dragen voor het aanleveren van actuele veiligheidsinformatie aan hulporganisaties en UNHAS die humanitaire vluchten verzorgt waardoor hulpverleners op bepaalde trajecten veilig kunnen reizen.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Tenslotte denkt Nederland mee over manieren om een mogelijk staakt-het vuren in Soedan te handhaven en te monitoren. Effectieve monitoring van een staakt-het-vuren helpt met het verkleinen van de kans dat het geweld weer oplaait, waaronder tegen hulpverleners.</nadruk>
            </al>
            <al>Kan de Minister reflecteren op de verschillende stappen die het rapport beschrijft inzake escaleren in diplomatieke middelen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">37. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet zet politieke en diplomatieke middelen in – bilateraal, in EU- en VN-verband – om de strijdende partijen op te roepen het humanitair oorlogsrecht na te leven. Nederland spreekt zich, via dezelfde kanalen, ook uit wanneer hulpverleners worden gewond of gedood. Daarnaast faciliteert Nederland het werk van onderzoeks- en monitoringsmechanismen, waaronder het landenkantoor van de VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) en de Independent International Fact Finding Mission for the Sudan. In reactie op het recente rapport van deze missie, «Sudan: Hallmarks of Genocide in El-Fasher», is de oprichting van de Coalition for Atrocity Prevention in Sudan aangekondigd. Verder blijft het kabinet zich inzetten voor verdere uitbreiding van sancties tegen entiteiten en individuen met betrokkenheid bij het gewapende conflict en grove mensenrechtenschendingen, zoals bijvoorbeeld bij de RBZ van 21 april jl. Zie ook de beantwoording van vragen 27, 29 en 36.</nadruk>
            </al>
            <al>Op welke manier is het kabinet in gesprek met (lokale) hulpverleners in Soedan en komt het tegemoet aan hun noden?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">38. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland levert humanitaire hulp in Soedan via de verschillende VN-organisaties en door de VN beheerde fondsen, evenals via de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en de Dutch Relief Alliance. Deze organisaties werken met en via lokale hulpverleners en organisaties waaronder de Emergency Response Rooms. Nederland onderhoudt nauw contact met de genoemde humanitaire partners, en is via hen ook in dialoog met hulpverleners. Dit contact geschiedt zowel vanuit Den Haag als vanuit de ambassade in Nairobi. Er vinden bijvoorbeeld regelmatig bezoeken aan Soedan plaats samen met onze humanitaire partners, waarbij ook direct contact wordt gezocht met lokale hulpverleners en de gemeenschappen die zij helpen. Deze dialoog dient ter uitwisseling van informatie, onder meer over de uitdagingen waar (lokale) hulpverleners zich in Soedan voor gesteld zien, en help Nederland om onze partnerschappen, en onze diplomatieke inzet, zo in te richten dat onze humanitaire partners en lokale hulpverleners het beste worden ondersteund. Het is evident dat de Nederlandse manier van financieren, met veel flexibiliteit voor hulporganisaties zodat zij wendbaar zijn en kunnen reageren op de meest urgente noden, bijdraagt aan de effectiviteit en efficiëntie van de humanitaire respons.</nadruk>
            </al>
            <al>Bij de uitvoering van de motie-Dobbe c.s. (Kamerstuk <extref doc="kst-29237-242" soort="document" status="actief">29 237, nr. 242</extref>) geeft de Minister aan dat hulporganisaties al bescherming van hulpverleners, waaronder psychosociale hulp, hebben opgenomen. De leden van de SP-fractie zien echter dat hulporganisaties zwaar ondergefinancierd zijn en dat vanwege veiligheidsoverwegingen maar weinig organisaties in Soedan aanwezig kunnen zijn. Hierdoor is de psychosociale bescherming minimaal, ondanks eerder genoemde implementatie van de hulporganisaties. Is het kabinet bereid om een leidende rol te nemen binnen de VN om te zorgen dat de VN steviger aanwezig is in het conflictgebied van Soedan, ook in door RSF gecontroleerde gebieden?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">39. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland maakt zich reeds sinds het uitbreken van de oorlog hard voor duurzame terugkeer van de VN in de gebieden met de allerhoogste noden, waaronder in Darfoer en andere door RSF gecontroleerde gebieden. Dit blijkt een grote uitdaging, temeer omdat dit stuit op weerstand aan zowel de zijde van SAF als van RSF zijde. Nederland onderhoudt nauw contact met de VN, waaronder de Humanitair Coördinator van de VN, over mogelijkheden om de aanwezigheid van de VN in Soedan diplomatiek te ondersteunen, en zal in EU-verband, evenals in diplomatieke contacten met landen die invloed kunnen uitoefenen op de strijdende partijen, het belang van sterke aanwezigheid van de VN in heel Soedan blijven onderstrepen.</nadruk>
            </al>
            <al>Dan de situatie in Gaza. De leden van de SP-fractie hebben aanhoudende zorgen over de situatie van de Palestijnen. De Israëlische regering blijft, in strijd met humanitair oorlogsrecht, humanitaire hulp voor Gaza blokkeren. Wanneer gaat de Minister maatregelen nemen om de humanitaire grensovergang structureel te openen en hoe gaat hij ervoor zorgen dat deze niet opnieuw gesloten kan worden, zoals is afgesproken tijdens het staakt-het-vuren?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">40. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet maakt zich ernstige zorgen over de humanitaire situatie in de Gazastrook.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland blijft onderstrepen dat veilige, ongehinderde en onvoorwaardelijke humanitaire toegang cruciaal is. Nederland blijft Israël hier consequent op aanspreken. Tevens onderstreept het kabinet nadrukkelijk en consistent het belang van de naleving van de afspraken tussen Israël en Hamas over de eerste fase van het vredesplan, waaronder op het gebied van humanitaire hulp en de structurele opening van grensovergangen. Dat doet het kabinet zowel in EU-verband als bilateraal in contact met Israël.</nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Zoals bekend in uw Kamer heeft Nederland, naar aanleiding van zorgen over de situatie in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever, het initiatief genomen om de Israëlische naleving van Artikel 2 van het EU-Israël Associatieakkoord te evalueren. De kabinetsinzet blijft er, mede voor het verbeteren van de humanitaire situatie in de Gazastrook, op gericht om voldoende steun te vergaren voor de door de EU voorgestelde maatregelen naar aanleiding van deze evaluatie en de aanhoudende verslechtering van de situatie op de Westelijke Jordaanoever. Daarbij onderstreept het kabinet dat maatregelen tegen Israël zijn bedoeld om de druk op te voeren zodat Israël van koers verandert op de bovengenoemde kwesties.</nadruk>
            </al>
            <al>Ook zien we nog steeds dodelijke aanvallen van Israël op de Palestijnen, terwijl dit tegen het staakt-het-vuren in gaat. Non-gouvernementele organisaties (NGO’s) tellen tot nu toe meer dan 700 Palestijnse doden. Is de Minister bereid de Israëlische ambassadeur te ontbieden en publiekelijk druk op Israël uit te oefenen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">41. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet maakt zich ernstig zorgen over de humanitaire situatie in de Gazastrook en de burgerslachtoffers. Het kabinet beziet steeds hoe het op een effectieve wijze kan bijdragen aan verbetering van de situatie ter plaatse en blijft zorgen consistent onderstrepen in bilaterale gesprekken met Israëli en in multilateraal verband.</nadruk>
            </al>
            <al>Afgelopen maand is de motie-Dobbe c.s. (Kamerstuk <extref doc="kst-21501-02-3371" soort="document" status="actief">21 501-02, nr. 3371</extref>) met betrekking tot het blocking statute aangenomen. Kan de Minister inzage geven hoe hij aan deze motie uitvoering heeft gegeven in de Raad Buitenlandse Zaken?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">42. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet spreekt zich voortdurend uit ter verdediging van de onafhankelijkheid van het ICC. Het is aan de Europese Commissie om een voorstel te doen ter activering van de antiboycotverordening (het Blocking Statute). Dat vergt een zorgvuldige afweging. Het kabinet pleit in lijn met motie-Dobbe c.s.<noot id="ID-1248817-d40e1030" type="voet"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>Kamerstuk <extref doc="kst-21501-02-3371" soort="document" status="actief">21 501-02, nr. 3371</extref></noot.al></noot> bij de Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement voor het treffen van de noodzakelijke voorbereidingen om het Blocking Statute zo snel mogelijk toe te passen zodra de Commissie een voorstel hiertoe heeft gedaan. Indien de VS nieuwe sancties afkondigen die het functioneren van het Hof naar verwachting ernstig zullen belemmeren, dan zal het kabinet zich conform de moties in EU-verband hard maken voor het daadwerkelijk activeren van de antiboycotverordening.</nadruk>
            </al>
            <al>Mocht de gehele Raad hiertoe nog niet gewillig zijn, is de Minister bereid om, dan wel als Nederland, dan wel met een coalition of the willing, al vooruitstrevende stappen te nemen om het blocking statute nationaal in te stellen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">43. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het kabinet acht het met het oog op de effectiviteit en het functioneren van de interne markt niet wenselijk om een nationale constructie te ontwikkelen. Het kabinet blijft daarom inzetten op het Europese spoor.et kab</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de SP-fractie zien dat de Sloveense Minister Fajon zich publiekelijk heeft uitgesproken met betrekking tot het blocking statute. Is de Minister bereid om het Sloveense voorbeeld te volgen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">44. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Het is aan de Europese Commissie om een voorstel ter activering van de antiboycotverordening (het Blocking Statute) bij de Raad en het Europees Parlement in te dienen. Dat vergt een zorg<?xpp afbm?>vuldige afweging ten aanzien van timing en voor- en nadelen van het instrument.</nadruk>
            </al>
            <al>Sinds de grootschalige genocide in Gaza door Israël zijn er al meer dan 200 journalisten vermoord, een afgrijselijke oorlogsmisdaad waar door de internationale gemeenschap niks aan wordt gedaan. Nu zien deze leden ook dat het Israëlische leger de verantwoordelijkheid van een aanval bevestigt, namelijk die van 28 maart 2026 en 22 april 2026 in Libanon met vier dode journalisten tot gevolg. Journalisten zijn van cruciaal belang voor de bewijsgaring van mensenrechtenschendingen, waar onderzoek en rapporten veelal op vertrouwen als bron, iets wat het kabinet ondersteunt. Wat is de inzet van het kabinet als het gaat om het beschermen van de journalistieke vrijheid in oorlogsgebieden en hoe zorgt deze Minister ervoor dat het internationaal recht wordt gehandhaafd als het gaat om het straffeloos vermoorden van deze groep?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">45. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Persvrijheid, en in ruimere zin veiligheid van journalisten en vrijheid van meningsuiting, is en blijft één van de prioriteiten binnen het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Journalisten worden beschermd onder het humanitair oorlogsrecht en moeten hun belangrijke werk in conflictgebieden in veiligheid kunnen uitvoeren. Het kabinet onderstreept deze uitgangspunten en veroordeelt doelbewuste aanvallen op journalisten, overal ter wereld en nadrukkelijk ook in het Midden-Oosten. Vermeende internationale misdrijven vragen in algemene zin om gedegen en onafhankelijk onderzoek, ook waar het journalisten betreft. Nederland vraagt ook al geruime tijd om meer internationale aandacht voor de toenemende straffeloosheid voor geweld tegen journalisten wereldwijd – onder andere in de context van de Media Freedom Coalition. Bovendien blijft Nederland het belang van persvrijheid en veiligheid van journalisten consistent onderstrepen tegenover Israël, zowel publiek als achter de schermen.</nadruk>
            </al>
            <al>Welke specifieke actie gaat dit kabinet ondernemen, dan wel nationaal dan wel in de Media Freedom Coalition? Is de Minister bereid onafhankelijk onderzoek te starten, mogelijk in EU-verband, naar Israëls doelgerichte moord van 28 maart op journalisten, waartoe verschillende VN-experts oproepen?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">46. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland spreekt zich structureel uit voor de bescherming van journalisten en spant zich in voor het vergroten van internationale aandacht voor de toenemende straffeloosheid voor geweld tegen journalisten wereldwijd. Zoals vermeld onder vraag 11, dringt Nederland waar nodig en mogelijk aan op onderzoek naar vermeende internationale misdrijven, ook in de context van Libanon. In de context van de Media Freedom Coalition heeft Nederland verschillende verklaringen ondersteund die zien op de veiligheid van journalisten, waaronder op World Press Freedom Day (3 mei jl.), het tegengaan van straffeloosheid (3 november jl.) en toegang tot Gaza (21 augustus jl.).</nadruk>
            </al>
            <al>Tot slot staan de leden van de SP-fractie stil bij de energiecrisis in Cuba. Sinds de blokkade van de Verenigde Staten met betrekking tot fossiele brandstoffen, bovenop de al bestaande sancties, heeft Cuba te maken met een grote energiecrisis met grote gevolgen voor de leefbaarheid, gezondheid en veiligheid van de Cubaanse burgers. Is de Minister zich bewust van deze belasting van de Cubaanse bevolking?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">47. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Ja. Er is al langere tijd sprake van een energiecrisis in Cuba. Ook in 2025 werd het land veelvuldig geplaagd door langdurige periodes van stroomuitval, onder meer door achterstallig onderhoud aan energiecentrales. Momenteel is sprake van een zich verder verdiepende crisis, die de Cubaanse bevolking hard raakt. De EU kende daarom voor 2026 een bedrag van EUR 4 mln. toe aan humanitaire hulp. Dit is in april met EUR 2 mln. verhoogd tot EUR 6 mln.</nadruk>
            </al>
            <al>Op welke manier wordt er, bilateraal dan wel in EU-verband, gesproken met de Amerikaanse regering over Cuba?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">48. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Nederland spreekt regelmatig met de Amerikaanse overheid over het Westelijk Halfrond, waaronder Cuba, op verschillende niveaus. De Nederlandse ambassadeur op Cuba spreekt samen met andere ambassadeurs van EU-lidstaten regelmatig met zijn Amerikaanse counterpart.</nadruk>
            </al>
            <al>Is dit onderwerp van bespreking tussen premier Jetten en president Trump?</al>
            <al>
              <nadruk type="vet">
                <nadruk type="ondlijn">49. Antwoord van het kabinet:</nadruk>
              </nadruk>
            </al>
            <al>
              <nadruk type="vet">Op dit moment is de energiecrisis in Cuba geen onderwerp van gesprek tussen Minister-President Jetten en president Trump.</nadruk>
            </al>
            <al>De leden van de SP-fractie verzoeken de Minister om alle vragen in deze inbreng afzonderlijk te beantwoorden.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop kopopmaak="vet">
              <nr status="officieel">II</nr>
              <titel>Volledige agenda</titel>
            </kop>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 28 april 2026 over de Geannoteerde agenda voor de Raad Buitenlandse Zaken van 11 mei 2026 (Kamerstuk <extref doc="kst-21501-02-3389" soort="document" status="actief">21 501-02, nr. 3389</extref>);</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 17 april 2026 over de Nederlandse inzet tijdens de Toetsingsconferentie van het Non-Proliferatieverdrag (NPV) 2026 op het terrein van nucleair ontwapening, non-proliferatie en het vreedzaam gebruik van nucleaire technologie (Kamerstuk <extref doc="kst-33783-53" soort="document" status="actief">33 783, nr. 53</extref>);</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>–</li.nr>
                <al>de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken van 10 april 2026 over de Nederlandse diplomatieke presentie in Venezuela (Kamerstuk <extref doc="kst-29653-92" soort="document" status="actief">29 653, nr. 92</extref>).</al>
              </li>
            </lijst>
          </divisie>
        </vrije-tekst>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>