﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-02-292/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1998-1999</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="port1.1__2.4" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST34766</ordernr>
    <vergjaar>1998-1999</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>21 501-02</nummer>
      <naam>Algemene Raad</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>292</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>16 april 1999</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Conform de bestaande afspraken heb ik de eer U hierbij de geannoteerde <nadruk type="vet">agenda</nadruk> van de Algemene Raad van <nadruk type="vet">26/27</nadruk> april a.s. aan te bieden.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Buitenlandse Zaken,</functie>
        <naam>J. J. van Aartsen  </naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">GEANNOTEERDE AGENDA ALGEMENE RAAD D.D. 26/27 APRIL 1999 </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Horizontale vraagstukken </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Naar aanleiding van de bijzondere Europese Raad in Berlijn
te bespreken punten</tuskop>
      <al>Bij de bespreking van de «follow-up» van Berlijn zal de Algemene
Raad zich voornamelijk buigen over het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) tussen
de Raad en het Europees Parlement inzake de begrotingsdiscipline. Een ander
punt, de goedkeuring van de diverse verordeningsteksten inzake de structuurfondsen,
is reeds via een schriftelijke goedkeuringsprocedure in de eerste weken van
april afgewikkeld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten tijde van de opstelling van deze geannoteerde agenda waren de onderhandelingen
over het IIA met het Europees Parlement nog gaande. De discussie spitst zich
vooral toe op de mate waarin het Europees Parlement de gelegenheid krijgt
fondsen aan de ene of de andere begrotingscategorie toe te voegen («flexibiliteit»).
De Nederlandse opstelling in deze is dat binnen de grenzen van de conclusies
van Berlijn, het Europees Parlement een redelijke speelruimte moet worden
geboden. Zowel het Europees Parlement als de Raad hechten aan spoedige afronding
van de onderhandelingen. In dit licht is de verwachting dat de Algemene Raad
van 26/27 april a.s. zijn goedkeuring aan het nieuwe Inter-Institutioneel
Akkoord zal hechten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het EP zal zich evenwel hard opstellen, getuige de resolutie van het EP
van 14 april, waarin wordt vooruitgelopen op de mogelijkheid dat Raad en EP
geen overeenstemming bereiken. </al>
      <tuskop letat="cur">Statuut van de leden van het Europees Parlement</tuskop>
      <al>Sinds het Algemeen Overleg van 8 april jl. heeft de Raadswerkgroep twee
keer vergaderd over het Statuut voor de leden van het Europees Parle- ment.
De contouren van overeenstemming over het voorstel worden zichtbaar, echter
er moeten nog enige lastige punten worden opgelost. Het Voorzitterschap hoopt
dat het ontwerp-Statuut op 26 april a.s. rijp is voor unanieme goedkeuring
door de Raad.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland stelt zich actief en constructief op in de besprekingen. Nederland
beschouwt het voorstel als een goede basis voor besluitvorming over een alomvattend,
transparant en solide Statuut voor de leden van het Europees Parlement. Samen
met de andere lidstaten heeft Nederland wel kritische kanttekeningen geplaatst
bij de onkostenregeling, de pensioenopbouw en de structuur van het voorstel
(Statuut en bijlagen). In de Raad wordt daarom gewerkt aan amendementen om
het voorstel op deze onderdelen bij te stellen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het belangrijkste probleem in de discussies in de Raad wordt gevormd door
de communautaire belastingheffing over de salarissen van de leden van het
Europees Parlement. Een grote meerderheid van de lidstaten, waaronder Nederland,
is hier voorstander van, maar enkele lidstaten hebben een sterke voorkeur
voor nationale belastingheffing over het inkomen van de parlementsleden. Het
ziet er naar uit dat communautaire belastingheffing als uitgangspunt wordt
aanvaard, maar dat er een soort «opt-out» komt voor de leden van
het Europees Parlement uit die lidstaten die dit beginsel nog niet wensen
te aanvaarden. Het Voorzitterschap meent dat de uitzondering tijdelijk zou
moeten zijn en dat alleen die lidstaten die er nadrukkelijk om gevraagd hebben
hier gebruik van zouden kunnen maken. De belasting die nationaal
wordt geheven, zou naar de gemeenschapsbegroting moeten terugvloeien.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Verder wordt gesproken over de hoogte van de verschillende onkostenvergoedingen.
Nederland meent dat de vergoedingen direct verband moeten houden met de gemaakte
kosten en heeft er op aangedrongen de vergoedingen minder royaal te maken.
Zo kunnen de dagvergoedingen naar beneden worden bijgesteld. Over de pensioenregeling
is evenmin een definitieve tekst overeengekomen. Nederland heeft ten aanzien
van dit punt aangedrongen op gelijke pensioenrechten voor ongehuwde partners.
Nederland heeft voorts gevraagd om een openbaar toegankelijk register van
alle betaalde en onbetaalde nevenfuncties van leden van het Europees Parlement.
Naar Nederlands oordeel zou het salaris verminderd moeten worden indien het
lid van het Europees Parlement uit nevenfuncties extra inkomsten heeft.  </al>
      <tuskop letat="cur">Uitvoering van het Verdrag van Amsterdam</tuskop>
      <al>Op 1 mei a.s. zal het Verdrag van Amsterdam in werking treden. De Algemene
Raad zal de voorbereiding van de Unie op het nieuwe Verdrag bespreken. Eén
van de belangrijkste problemen betreft de integratie van Schengen in de Unie.
Op dit punt zal de Raad separaat ingaan (zie hieronder).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten behoeve van de discussie in de Raad zal het Voorzitterschap een overzicht
verspreiden van de verschillende voorbereidende werkzaamheden op de inwerkingtreding
van het Verdrag van Amsterdam. Dit document was nog niet gereed op het moment
van opstelling van deze geannoteerde agenda. De verwachting is echter dat
het document drie soorten maatregelen zal beschrijven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de eerste plaats betreft het de algemene maatregelen, die voor de goede
werking van de instellingen van belang zijn. Daaronder vallen de praktische
regelingen voor het functioneren van de codecisie-procedure tussen Raad en
Europees Parlement, de afspraken over de verbetering van de wetgevingskwaliteit,
de toegankelijkheid (en de beveiliging) van documenten, aanpassingen in het
reglement van orde van de Raad, het statuut voor de leden van het Europees
Parlement en herziening van het comitologiebesluit.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de tweede plaats gaat het om de maatregelen die genomen worden in verband
met de herzieningen in de tweede pijler. In dit verband zijn afspraken nodig
over de afstemming van de besluitvorming in EU- en WEU-verband. Daarnaast
is voorzien in de oprichting van een Eenheid voor Beleidsplanning en Vroegtijdige
Waarschuwing en de benoeming van een Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB.
Dit laatste besluit zal overigens pas worden genomen tijdens de Europese Raad
van Keulen, in juni van dit jaar.</al>
      <al>In de derde plaats gaat het om maatregelen die verband houden met de herzieningen
in de verdragsbepalingen op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken.
Het belangrijkste vraagstuk betreft, zoals eerder gesteld, de Schengen-integratie.
Voorts moet de werkstructuur onder de Raad worden aangepast door de overgang
van het asiel-, visum- en immigratiebeleid van de derde naar de eerste pijler.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naar aanleiding van genoemd overzicht van het Voorzitterschap zullen de
lidstaten de gelegenheid aangrijpen om opmerkingen te plaatsen bij aspecten
van het nieuwe Verdrag die zij in het bijzonder van belang achten. Nederland
zal in dit verband nog eens wijzen op het belang van verkorting van de prejudiciële
procedures bij het Hof van Justitie in Luxemburg. Gezien de rechtsmacht
die het Hof nu onder meer heeft gekregen in de derde pijler zal de werkdruk
bij het Hof toenemen. De materie van de derde pijler, maar ook die van de
nieuwe titel vrij personenverkeer uit het EG-Verdrag, vereisen dat de nationale
rechters snel antwoord op rechtsvragen krijgen. </al>
      <tuskop letat="cur">Uitvoering van het protocol van Schengen</tuskop>
      <al>Voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam dient
de Raad, in overeenstemming met verklaring 44 en verklaring 47 bij dat Verdrag,
twee besluiten te nemen en twee overeenkomsten af te sluiten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De besluiten hebben betrekking op de opneming van het Schengen-acquis
in de EU.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Eén besluit zal met unanimiteit van de dertien EU-lidstaten die
partij zijn bij het Verdrag van Schengen worden genomen en zal het Schengen-acquis
vaststellen dat door de EU dient te worden overgenomen. Het tweede besluit
vereist unanimiteit van de vijftien lidstaten en zal de rechtsgrondslag vaststellen
voor elk van de bepalingen en besluiten die gezamenlijk het Schengen-acquis
vormen. Beide besluiten zullen, zodra beschikbaar, op gond van artikel 5 van
de goedkeuringswet van het Verdrag van Amsterdam ter instemming aan uw Kamer
worden voor- gelegd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Beide besluiten zijn thans onderwerp van intensieve besprekingen met het
oog op mogelijke oplossingen voor de laatste nog uitstaande knelpunten. Voor
een uitgebreide toelichting terzake zij verwezen naar de brieven van de Staatssecretaris
van Buitenlandse Zaken d.d. 19 februari jl., 17 maart jl. en 30 maart jl.
over de integratie van Schengen in de Unie. De inzet van de Regering is dat
beide besluiten bij voorkeur tijdens deze bijeenkomst van de Algemene Raad
genomen worden. Met name de Spaanse regering heeft nog een aantal voorbehouden
bij de beide besluiten, die verband houden met de positie van Gibraltar. Op
20 april a.s. zal de Duitse Minister van Binnenlandse Zaken Otto Schily met
zijn Spaanse ambtgenoot overleg voeren teneinde een voor alle partijen acceptabele
oplossing voor de Spaanse problemen te vinden. In de vergadering van het Comité
van Permanente Vertegenwoordigers d.d. 15 april jl. bleek de Spaanse delegatie
reeds bereid een aantal voorbehouden in te trekken.</al>
      <al>Naast de Spaanse voorbehouden bestaat er een probleem ten aanzien van
de keuze van rechtsgrondslag voor het Schengen Informatie Systeem (SIS). Hoewel
de inzet van de Regering onverminderd gericht is op vaststelling van rechtsgrondslag
voor het SIS in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag van Amsterdam
en conform de inspanningsverplichting die de verdragsluitende partijen zijn
aangegaan in verklaring 44 bij het Verdrag van Amsterdam, geeft bespreking
van dit onderwerp op het niveau van Permanente Vertegenwoordigers geen aanleiding
tot optimisme. Het is denkbaar dat de benodigde unanimiteit ten aanzien van
toedeling van rechtsgrondslag aan het SIS-acquis niet gevonden zal worden.
Het Duits voorzitterschap zal waarschijnlijk voorstellen een besluit tot vaststelling
van rechtsgrondslag voor het Schengen-acquis te nemen waarvan het acquis met
betrekking tot het SIS is uitgesloten. Hierdoor zal dit onderdeel van het
Schengen-acquis in overeenstemming met artikel 2 lid 1 vierde alinea van het
Schengen-protocol geacht worden te zijn gebaseerd op titel VI VEU.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De twee overeenkomsten die op basis van artikel 6 van het Schengenprotocol
dienen te worden afgesloten, hebben betrekking op de samenwerking
met Noorwegen en IJsland enerzijds en de Schengen-lidstaten anderzijds.</al>
      <al>Eén overeenkomst dient om passende procedures overeen te komen
tussen Noorwegen en IJsland enerzijds en de Schengen-lidstaten anderzijds
voor de uitvoering en de verdere ontwikkeling van het Schengen-acquis in het
kader van de EU.</al>
      <al>De tweede overeenkomst dient tot vaststelling van de wederzijdse rechten
en verplichtingen van Ierland en het VK enerzijds en Noorwegen en IJsland
anderzijds, op gebieden van het Schengen-acquis die op deze staten van toepassing
zijn. Ten aanzien van de eerstgenoemde overeenkomst (en de toepassingsmodaliteiten)
bestaat een grote mate van overeenstemming tussen de betrokken partijen. De
Regering zet zich in om tijdens de komende Algemene Raad een akkoord over
de tekst van deze overeenkomst te bereiken. Waarschijnlijk zal tijdens de
Algemene Raad eveneens het onderhandelingsmandaat voor de tweede overeenkomst
kunnen worden vastgesteld, nu de Spaanse delegatie in het Comité van
Permanente Vertegenwoordigers te kennen heeft gegeven zijn voorbehoud bij
dit mandaat in te zullen trekken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mogelijk zullen aan de Algemene Raad twee ontwerp-besluiten worden voorgelegd
met betrekking tot de «help-desk server» van de beheerseenheid
van het SIRENE fase II netwerk. Eén besluit heeft betrekking op de
machtiging van de Secretaris-Generaal van de Raad om op te treden als vertegenwoordiger
van bepaalde lidstaten bij de sluiting van contracten met betrekking tot de
installatie en werking van de «help-desk server» van de beheerseenheid
van het SIRENE-netwerk fase II, alsmede om die contracten te beheren. Het
tweede besluit is een ontwerp van een financieel reglement met betrekking
tot de budgettaire aspecten van het beheer door de Secretaris-Generaal van
de Raad van de contracten die deze sluit op basis van het eerstgenoemde besluit.
Beide besluiten zullen, zodra beschikbaar, op grond van artikel 5 van de goedkeuringswet
van het Verdrag van Amsterdam, ter instemming aan uw Kamer dienen te worden
voorgelegd. Beide besluiten geven praktische invulling aan de overname van
bepaalde taken die thans door het Schengen-Secretariaat worden vervuld, door
het Secretariaat-Generaal van de Raad. Tenslotte zal de Regering zich ervoor
inzetten ook de overgang van het Schengen-Secretariaat naar het Secretariaat-Generaal
van de Raad voorafgaand aan de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam
te laten plaatsvinden. Ten aanzien van dit punt zijn de besprekingen nog niet
afgerond. </al>
      <tuskop letat="cur">(eventueel) Uitbreiding</tuskop>
      <al>Het onderwerp EU-uitbreiding staat als horizontaal agendapunt vast geagendeerd
voor de Algemene Raad. De ontwikkelingen in dit dossier nopen niet tot inhoudelijke
bespreking in de komende Algemene Raad. </al>
      <tuskop letat="vet">Externe betrekkingen </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Birma/Myanmar </tuskop>
      <tuskop letat="cur">– Uitbreiding van het gemeenschappelijk standpunt
(event. A'-punt)</tuskop>
      <al>De Algemene Raad zal zich buigen over een verlenging van het Gemeenschappelijk
Standpunt (GS) inzake Birma met (opnieuw) zes maanden. Bij de vorige verlenging
in oktober 1998 besloot de Raad, mede op aan- dringen van Nederland, tot verscherping
van het GS door een expliciet verbod op transitvisa voor leden van het Birmese
bewind en een verbod op visa voor hoge Birmese functionarissen werkzaam in
de toeristische sector. Voor een sport- en cultuurboycot en economische sancties
bleek binnen de EU onvoldoende draagvlak te bestaan. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van een verbetering van de situatie in Birma is geen sprake. Integendeel,
uit het rapport van de speciale rapporteur van de VN blijkt dat de mensen-
rechtensituatie verder is verslechterd en de onderdrukking van de demo- cratische
oppositie is toegenomen. Tegen de achtergrond van deze verdere verslechtering
zal Nederland opnieuw een discussie entameren over de mogelijkheden tot (verdere)
uitbreiding van de werkingssfeer van het GS met de genoemde maatregelen. </al>
      <tuskop letat="cur">Onderhandelingen over een associatie-overeenkomst met
Egypte</tuskop>
      <al>De Raad zal spreken over de stand van zaken in de onderhandelingen met
Egypte over een Euro-Mediterraan associatie-akkoord. Tijdens de vorige Algemene
Raad van 22 maart jl. werd vastgesteld dat nog op drie hoofdpunten geen overeenstemming
bestond: landbouw en visserij, mensenrechten en terug- en overname. Voorzitter
Fischer verzocht de Commissie toen om deze punten uiterlijk voor deze Algemene
Raad op te lossen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Op dit moment is het onzeker of de Commissie in deze opdracht zal slagen.
Op het terrein van landbouw en visserij heeft de Raad nog geen nieuwe voorstellen
ontvangen. Wat betreft de terug- en overnameclausule zijn er wel nieuwe voorstellen,
zowel van Egypte als van de Commissie, doch is nog geen overeenstemming bereikt.
Het Egyptische voorbehoud op het compromis over de mensenrechtenclausule blijft
van kracht zolang er geen overeenstemming is over de terug- en overnameclausule.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Een meerderheid van de lidstaten, waaronder Nederland, houdt onverkort
vast aan de door de Raad in 1996 vastgestelde standaardclausule voor terug-
en overname. </al>
      <tuskop letat="cur">(event.) Proces van Barcelona: derde Europese Mediterrane
Ministers- conferentie (Stuttgart, 15/16 april 1999)</tuskop>
      <al>De Raad zal mogelijk terugblikken op de derde officiële bijeenkomst
van de Ministers van Buitenlandse Zaken van het Euro-Mediterrane Partnerschap
(Stuttgart, 15–16 april 1999). </al>
      <tuskop letat="cur">Rusland: Gemeenschappelijke Strategie</tuskop>
      <al>De AR zal kennis nemen van de voortgang van de werkzaamheden ten behoeve
van de Gemeenschappelijke Strategie Rusland. Er bestaat thans brede overeenstemming
over de aandachtsgebieden waarop de GSR zich zal richten namelijk:</al>
      <al>1. democratie, rechtsstaat en publieke sector in Rusland</al>
      <al>2. economisch hervormingsproces in Rusland</al>
      <al>3. veiligheid en stabiliteit</al>
      <al>4. gemeenschappelijke problemen zoals milieu, migratie, criminaliteit,
energie</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland wenst een goed doordacht en kort document dat duidelijke prioriteiten
stelt. Mede in het licht van de internationale situatie is met name aandacht
gevraagd voor de versterking van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid
ten aanzien van Rusland en in dit verband de noodzaak tot versterking van
de politieke dialoog met dit land. Zo mogelijk zou de ER van Keulen het document
dienen vast te stellen. </al>
      <tuskop letat="cur">Westelijke Balkan</tuskop>
      <al>In het licht van de actuele ontwikkelingen rond Kosovo is het in dit stadium
moeilijk te voorzien wat de inhoud zal zijn van de besprekingen
van de Raad op 26/27 april over dit onderwerp. Uw Kamer zal tussentijds voortdurend
worden geïnformeerd over de ontwikkelingen. </al>
      <tuskop letat="cur">Betrekkingen EU/VS</tuskop>
      <al>De Raad zal aandacht besteden aan de handelspolitieke geschillen tussen
de EU en de VS over bananen en hormoonvlees.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het bananendossier heeft zich opnieuw een belangrijke ontwikkeling
voorgedaan: op 7 april jl. heeft het WTO-panel dat zich met deze zaak bezighoudt
gelijktijdig drie uitspraken gedaan:</al>
      <al>1. als arbitrage-panel: uitspraak over de hoogte van de aan de VS toegestane
handelspolitieke retaliatie tegen de EU;</al>
      <al>2. als vervolg-panel op verzoek van Ecuador: uitspraak over WTO-conformiteit
van het EG-bananen regime;</al>
      <al>3. als vervolg-panel op verzoek van de EU: idem.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Belangrijkste elementen uit deze uitspraken zijn:</al>
      <al>– het EG-regime, dat na een eerdere panelveroordeling enigszins
was aangepast, wordt opnieuw strijdig bevonden met de WTO-regels;</al>
      <al>– de door de VS aanvankelijk geclaimde schade als gevolg van het
EG-regime à USD 520 mln wordt naar beneden bijgesteld tot USD 191,4
mln; dit is daarmee de waarde van de toegestane retaliatie (in de vorm van
extra invoerheffingen).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uit eerste contacten met overige lidstaten over een mogelijk vervolg dat
aan de paneluitspraken gegeven moet worden, blijkt dat een grote meerderheid
wenst af te zien van het aantekenen van beroep tegen de uitspraak en aandringt
op een spoedig voorstel van de Commissie voor een aanpassing van de gemeenschappelijke
marktordening voor bananen. Nederland kan zich uiteraard, gezien de positie
die in het verleden is ingenomen ten aanzien van dit dossier, volledig in
deze lijn vinden. Aan de Raad zal mogelijk een eerste concept-voorstel voorliggen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met betrekking tot het hormonendossier hebben zich sedert de Algemene
Raad van 22 maart jl. geen belangwekkende ontwikkelingen voorgedaan. In een
eerder stadium werd u er reeds van op de hoogte gebracht dat tijdens de Raad
de meningen van de lidstaten over de te volgen strategie na 13 mei verdeeld
waren. Op 13 mei loopt de periode af waarbinnen de EU, conform de uitspraak
van de WTO, zijn beleid met betrekking tot het importverbod moet hebben aangepast.
Als grote lijn kwam echter wel naar voren dat opheffing of wijziging van het
importverbod niet mogelijk was voordat de EU de beschikking had over de uitkomsten
van de specifieke risico-analyses. Tevens kwam naar voren dat de besprekingen
met de VS (en medeklager Canada) voortgezet dienden te worden om tot een acceptabele
oplossing te komen. Naar verluidt zal de Commissie – nu de tijd begint
te dringen – in de komende tijd deze contacten intensiveren en daarover
aan de Raad van 26 april verslag uitbrengen. Overigens publiceerde de VS inmiddels
een voorlopige retaliatielijst, waarop ook Nederlandse producten – in
het bijzonder tomaten – figureren. </al>
      <tuskop letat="cur">(event.) Vredesproces in het Midden-Oosten</tuskop>
      <al>De Raad zal het Midden-Oosten vredesproces bespreken in het licht van
de laatste ontwikkelingen. Hierbij zal aandacht worden besteed aan de reacties
op de Verklaring van Berlijn van 25 maart jl. inzake mogelijke erkenning op
termijn van een Palestijnse staat. De Palestijnen en de Arabische landen waren
positief, Israël bekritiseerde de EU. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Doel van de verklaring was om voortzetting van de onderhandelingen te
waarborgen. President Arafat zou daartoe moeten afzien van het eenzijdig uitroepen
van een staat op 4 mei a.s., de datum waarop de in de Oslo- akkoorden voorziene
interim-periode afloopt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tot de verkiezingen in Israël op 17 mei a.s. zal naar verwachting
geen voortgang worden geboekt in het vredesproces. Nederland meent dat vastgehouden
moet worden aan het principe dat beide partijen hun verplichtingen volledig
nakomen en dat de bepalingen van het Wye memorandum daadwerkelijk worden uitgevoerd. </al>
      <tuskop letat="cur">(event.) EU-China </tuskop>
      <tuskop letat="cur">– voorbereiding van de Top (13 mei 1999, Beijing)</tuskop>
      <al>Op 13 mei 1999 zal te Berlijn de tweede EU-China Top gehouden worden in
het kader van de politieke dialoog tussen de Europese Unie en China. Namens
de EU zal de Troika aan de bijeenkomst deelnemen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Centraal op de door het Duitse Voorzitterschap aan de partners voorgelegde
agenda staan economische samenwerking (toetreding van China tot de WTO en
andere handelsaangelegenheden) en mensenrechten, inclusief Tibet. Onder dit
laatste agendapunt zal de voortgang in de EU-China mensenrechtendialoog worden
besproken. Recentelijk heeft China zich bereidwillig getoond om het samenwerkingsprogramma,
dat deel uitmaakt van deze dialoog, een nadere impuls te geven. De EU kan
dit voornemen vanzelfsprekend steunen en wenst het samenwerkingsprogramma
onder andere toe te spitsen op assistentie bij de ratificatie van de VN-mensenrechtenverdragen.
Daarnaast streeft de EU er – meer in algemene zin – naar om de
mensenrechtendialoog meer resultaatgericht te maken.</al>
      <al>Voor het overige wordt tijdens de Top aandacht besteed aan de financiële
crisis in Azië en de implicaties daarvan voor China. Tenslotte zullen
regionale ontwikkelingen in Europa en Azië aan de orde komen, waarbij
o.a. de situatie in Kosovo, de overdracht van Macau en het Koreaans schiereiland
zullen worden besproken. Nederland stemt in met deze agenda. </al>
      <tuskop letat="vet">Diversen </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Samenwerkingsraad met Oekraïne (waarschijnlijk A-punt)</tuskop>
      <al>Op 27 april a.s. vindt voor de tweede maal de jaarlijkse Samenwerkings-
raad EU-Oekraïne plaats in het kader van het Partnerschaps- en Samen-
werkingsakkoord dat van kracht werd op 1 juli 1998. Nederland kan instemmen
met de voorgestelde agenda. </al>
      <tuskop letat="cur">Associatieraden Roemenië, Estland en Slowakije (waarschijnlijk
A-punt)</tuskop>
      <al>En marge van de Algemene Raad zullen op 27 april a.s. Associatieraden
worden gehouden met Roemenië, Estland en Slowakije. Associatieraden vinden
eens per jaar plaats in het kader van de Europa Akkoorden die met 10 landen
in Midden- en Oost-Europa zijn gesloten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de besprekingen staan de voorbereidingen van deze kandidaat-lidstaten
op EU-toetreding centraal. Daarbij zal worden ingegaan op de versterkte pre-toetredingsstrategie,
de Partnerschappen voor Toetreding en de voortgang bij het overnemen en toepassen
van het acquis communau- taire. Voorts zal aandacht worden besteed aan regionale
samenwerking en de bilaterale betrekkingen tussen de Unie en de
betreffende landen in het kader van de Europa Akkoorden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De politieke dialoog met deze landen vindt plaats tijdens de lunch. Als
onderwerpen zijn geagendeerd de situatie in Kosovo en regionale samenwerking.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het vaststellen van het gemeenschappelijke EU-standpunt t.b.v. deze Associatieraden
wordt naar verwachting een A-punt in de Algemene Raad. </al>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>