﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21501-01-141/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1999-2000</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.4__2.13" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST47868</ordernr>
    <vergjaar>1999-2000</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>21 501-01</nummer>
      <naam>Interne Marktraad</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>141</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>8 september 2000</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hierbij doe ik u mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken
toekomen de geannoteerde agenda voor de Raad voor Interne Markt- en Consumentenaangelegenheden
van 28 september a.s.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,</functie>
        <naam>D. A. Benschop </naam>
      </ondtek>
      <tuskop letat="vet">1. CARDIFF (Stand van zaken Doc nr. SN 1574/00)</tuskop>
      <al>De Raad zal van gedachten wisselen over de stand van zaken van de werkzaamheden
ten aanzien van het Cardiff-proces. De Raad zal tevens gevraagd worden zich
uit te spreken over de werkwijze waarop het Cardiff-proces thans wordt behandeld
op werkgroepniveau (ambtelijk).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Europese Raad van Cardiff heeft in juni 1998 besloten dat de Lidstaten
jaarlijks rapporteren over hun vorderingen op het gebied van de structurele
en economische hervormingen. De Lidstaten alsook de Europese Commissie stellen
daartoe rapporten op over het functioneren van de goederen-, diensten- en
kapitaalmarkten. In het kader van de Interne Markt Raad worden deze rapporten
benut om vast te stellen hoe het met het functioneren van de Europese interne
markt is gesteld. Deze micro-economische monitoring van de interne markt staat
naast de macro-economisch georiënteerde toetsing die in het kader van
de EcoFin-Raad wordt uitgevoerd. Vanuit de eigen invalshoek formuleert de
Interne Markt Raad conclusies die dienen als input voor het formuleren van
de globale economische richtsnoeren; deze worden uiteindelijk in de EcoFin-Raad
vastgesteld. Tegelijkertijd formuleert de Interne Markt Raad op die manier
een eigen bijdrage aan de zogenaamde Strategie Interne Markt van de Europese
Commissie; in die Strategie worden periodiek concrete acties opgenomen die
nodig zijn voor de verdere vervolmaking van de interne markt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland hecht sterk aan de Cardiff-procedure, zowel om de nog aanwezige
belemmeringen op de interne markt doelgericht aan te pakken alsook om in het
kader van de Economische en Monetaire Unie tot nadere afstemming van het economisch
beleid te komen. Nederland is er voorstander van dat de Cardiff-toetsing een
brede scope blijft houden om zo tot een goede inventarisatie te komen van
de actuele problemen.</al>
      <al>Bekend is inmiddels dat het Franse voorzitterschap additionele aandacht
wil besteden aan de thema's burger/consument en de overgang naar de kennismaatschappij;
dit laatste thema hangt samen met de input die de Interne Markt Raad door
middel van zijn Raadsconclusies tevens levert aan de extra Europese Raad over
kennis en innovatie zoals die dit voorjaar in Lissabon is gehouden en volgend
voorjaar in Stockholm plaats zal hebben. Zolang de scope van de Cardiff-procedure
breed zal blijven (met andere woorden; werkelijk het gehele functioneren van
de goederen-, diensten- en kapitaalmarkten in de lidstaten betreft), de toetsing
op een intensieve manier verloopt en de aandacht voor de beide nieuwe thema's
daaraan geen afbreuk doet, kan Nederland instemmen met de Franse ideeën.</al>
      <tuskop letat="vet">2. Ontwerp-verordening van het Europees Parlement en de
Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de
verwerking van persoonsgegevens door de instellingen en organen van de Gemeenschappen
en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (10 722/00 ECO 227
CODEC 592)</tuskop>
      <al>Het Voorzitterschap en de Commissie zullen een stand van zaken over werkzaamheden
op Coreper niveau presenteren. Besluitvorming ligt binnen handbereik maar
zal (naar alle waarschijnlijkheid) nog niet tijdens deze Raad plaatsvinden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het betreft een Commissie voorstel voor een verordening op basis van artikel
286 van het EG verdrag. Artikel 286 verklaart de bestaande regels inzake de
bescherming van persoonsgegevens (regels die zich tot nu toe uitsluitend tot
de lidstaten richtten) ook van toepassing op de communautaire instellingen
en organen. Artikel 286 bepaalt tevens dat er een toezichthoudende
autoriteit dient te worden opgericht, een soort Registratiekamer op Europees
niveau. De voorgestelde verordening dient ter implementatie van artikel 286
EG verdrag.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland kan instemmen met de tekst zoals die nu voorligt (10 722/00
ECO 227 CODEC). Coreper heeft bijna overeenstemming bereikt over de tekst
en staat op het punt de Voorzitter te mandateren zodat deze kan onderhandelen
met het EP teneinde overeenstemming te bereiken gedurende de eerste lezing.</al>
      <tuskop letat="vet">3.a. Gemeenschapsoctrooi (Presentatie en gedachtewisseling
COM (2000) 412, CNS/2000/0177)</tuskop>
      <al>De Commissie zal een mondelinge presentatie geven bij het voorstel voor
een Verordening van de Raad betreffende het Gemeenschapsoctrooi. Dit voorstel
is op 5 juli jl. aangenomen door de Commissie en de eerste ambtelijke bespreking
heeft plaatsgevonden op 27 juli jl. De Commissie komt met voorliggend voorstel
tegemoet aan de opdracht van de Europese top van Lissabon (maart jl.) te streven
naar een verordening voor een Gemeenschapsoctrooi die ultimo 2001 van kracht
zou moeten zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Naast het nationale octrooi bestaat er sinds 1977 het zogenaamde Europese
octrooi. Dit is in feite niet meer dan een bundeling van nationale octrooien.
De aanvrager kan bij zijn aanvrage aangeven voor welke landen die aangesloten
zijn bij het Europese Octrooi Verdrag (EOV), hij een octrooi wenst te verkrijgen.
Er zijn thans 19 Europese landen aangesloten bij het EOV (EU + Monaco, Liechtenstein,
Cyprus, Zwitserland); een Europees octrooi kan dan ook maximaal bestaan uit
19 nationale octrooien, maar het kunnen er ook minder zijn. De kosten van
het Europese Octrooi blijken echter hoog te zijn; drie tot vijf keer zo hoog
als de kosten voor Japanse en Amerikaanse octrooien. Belangrijkste kostenfactor
zijn de vertaalkosten. Een gemiddeld Europees octrooi kost ca 30 000
Euro (met 8 aangewezen staten). De vertaalkosten maken 39% uit van de totale
kosten. Met invoering van een Gemeenschapsoctrooi, waardoor het mogelijk wordt
met één octrooi-aanvraag één octrooi te verkrijgen
dat geldt voor het gehele territoir van de Europese Unie, wordt een substantiële
kostenverlaging beoogd, met name in vertaalkosten. Het is overigens wel de
bedoeling dat het Europese octrooi blijft bestaan naast het Gemeenschapsoctrooi.
Voor bedrijven die slechts werkzaam zijn in enkele EU-lidstaten kan een aanvraag
voor een beperkt aantal lidstaten namelijk goedkoper uitvallen dan een aanvraag
voor de hele Europese Unie.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het streven is de vertaalkosten voor het Gemeenschapsoctrooi vergeleken
met het Europees octrooi fors terug te dringen. De Commissie stelt hiertoe
voor dat één van de werktalen van het Europees Octrooibureau
(Frans, Duits, of Engels) wordt gebruikt voor de octrooi-aanvraag en voor
andere stukken met betrekking tot het aangevraagde of verleende octrooi. Het
nieuwe Gemeenschapsoctrooi is geldig zodra het in één van de
genoemde officiële talen van het Europees Octrooibureau is verleend en
gepubliceerd, met een vertaling van de conclusies in de twee andere officiële
talen. Er is dus slechts sprake van een gedeeltelijke vertaling.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tevens wordt voorgesteld een exclusief bevoegde gecentraliseerde rechterlijke
instantie op communautair niveau op te richten voor geschillen met betrekking
tot Gemeenschapsoctrooien. Dit met het oog op eenheid van recht, coherentie
van rechtspraak en rechtszekerheid binnen het gehele EU-territorium. Een dergelijke
instantie ontbreekt in het systeem van het Europees octrooi, waar steeds de
diverse nationale rechters verantwoordelijk zijn voor de geschillenbeslechting. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hoewel het Regeringsstandpunt nog vastgesteld moet worden, is Nederland
verheugd over het voorstel. Het Nederlandse belang is groot, met name voor
aanvragers van octrooien met relatief weinig kennis van zaken op dit terrein
en financiële middelen zoals midden- en kleinbedrijf, kennisinstellingen
en individuele uitvinders. De voordelen van een dergelijke benadering zijn
talrijk: er is slechts één octrooiaanvraag nodig in plaats van
aanvragen in elk afzonderlijk land van de Europese Unie, de besluitvorming
kan uniform en veel sneller plaats vinden, de kosten zijn lager en het verleende
recht geldt in het gehele EU-territorium.</al>
      <tuskop letat="vet">3.b. Octrooieerbaarheid van computerprogramma's (Presentatie)</tuskop>
      <al>De Commissie zal (mogelijk) een presentatie verzorgen over de octrooieerbaarheid
van computerprogramma's. In haar mededeling over de follow-up van het Groenboek
over het Gemeenschapsoctrooi en het octrooistelsel in Europa<voetref refid="v4.1" nr="1"></voetref> heeft de Commissie aangekondigd met een richtlijnvoorstel over de
octrooieerbaarheid van computerprogramma's te zullen komen. Een conceptrichtlijn
of andersoortig document is echter nog niet beschikbaar. Nederland kan dan
ook nog geen standpunt terzake innemen. Een standpunt zal eerst nader bepaald
kunnen worden na het uitbrengen van het document.</al>
      <tuskop letat="vet">4. Voorstel voor een verordening betreffende levensmiddelenhygiëne
(Witboek over voedselveiligheid, voorstel nr. 8, COM (2000) 438 definitief)</tuskop>
      <al>Met dit document heeft de Europese Commissie op 17 juli 2000 vijf voorstellen
voorgelegd aan de Raad. de</al>
      <tuskop letat="cur">1. Levensmiddelenhygiëne</tuskop>
      <al>Een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad
inzake levensmiddelenhygiëne. Dit voorstel geeft alle hygiëneregels
voor de bereiding en verhandeling van levensmiddelen, van zowel plantaardige
als dierlijke oorsprong, van de primaire fase tot en met de verhandeling aan
de eindverbruiker. Deze hygiëneregels zijn nu nog opgenomen in richtlijn
93/43/EEG inzake levensmiddelenhygiëne, en omgezet in Nederland in met
name de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen. Voorts voorziet
dit voorstel in een verplichte registratie van alle levensmiddelenbedrijven.</al>
      <tuskop letat="cur">2. Levensmiddelenhygiëne: aanvullend voor dierlijke
producten</tuskop>
      <al>Een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad
houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen
van dierlijke oorsprong. Dit voorstel geeft specifieke hygiënevoorschriften
voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong zoals vers vlees en vleesproducten,
vis, eiproducten en zuivelproducten. De bestaande eis tot voorafgaande erkenning
van inrichtingen is onverminderd overgenomen. Op de in dit voorstel bedoelde
levensmiddelen zijn allereerst alle in voorstel 1 gegeven regels van toepassing;
in aanvulling daarop gelden de regels in voorstel 2. Samengestelde levensmiddelen
zoals een pizza met ham vallen echter uitsluitend binnen de reikwijdte van
voorstel 1.</al>
      <tuskop letat="cur">3. Controle</tuskop>
      <al>Een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad
houdende vaststelling van uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de organisatie
van officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde
producten van dierlijke oorspong. Dit voorstel geeft summiere regels voor
de officiële controles, uit een oogpunt van diergezondheid en volksgezondheid,
van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong.
Gezien het summiere karakter van dit voorstel voor de vleeskeuring heeft de
Europese Commissie aangekondigd ter zake met een nieuw voorstel te zullen
komen. De Commissie is van plan het ontwerp van dit nieuwe voorstel eerst
te bespreken met de lidstaten, waarna het officiële voorstel in december
2000 zal worden aangeboden aan de Raad.</al>
      <tuskop letat="cur">4. Veterinaire controles voor de handel</tuskop>
      <al>Een voorstel voor een verordening van de Raad houdende vaststelling van
veterinairrechtelijke voorschriften voor de productie, het in de handel brengen
en de invoer van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke
oorsprong. Hierin worden de veterinairrechtelijke voorschriften vastgesteld
voor het in de handel brengen en de invoer uit derde landen van producten
van dierlijke oorsprong.</al>
      <tuskop letat="cur">5. Intrekken bestaande richtlijnen</tuskop>
      <al>Een voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad
houdende intrekking van bepaalde richtlijnen inzake levensmiddelenhygiëne
en tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de productie en het
in de handel brengen van bepaalde voor menselijke consumptie bestemde producten
van dierlijke oorsprong, en tot wijziging van de richtlijnen 89/662/EEG en
91/67/EG.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ter voorbereiding van de Nederlandse standpuntbepaling in Raadskader is
het voorstel voorgelegd aan het Regulier Overleg Warenwet. Daarin worden ook
de consumenten-organisaties en de industrie gehoord over het voorstel. Bijzondere
aandacht werd gevraagd voor:</al>
      <al>• De rechtsvorm van de voorstellen (de Commissie heeft haar voorstellen
geformuleerd als verordeningen);</al>
      <al>• De wenselijkheid van voorafgaande erkenning door de bevoegde autoriteit.
Van belang hierbij is dat het voorstel voorziet in de nieuwe eis dat alle
levensmiddelenbedrijven geregistreerd moeten worden. Deze registratie is evenwel
niet geformuleerd als voorafgaande voorwaarde om als levensmiddelenbedrijf
actief te mogen worden, en vindt plaats zonder voorafgaande toetsing of dat
bedrijf aan bepaalde voorschriften voldoet.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland bestudeert het voorstel nog, mede in afwachting van de uitkomsten
van het Regulier Overleg Warenwet, maar is ten algemene wel voorstander van
het in elkaar schuiven van de veterinaire en levensmiddelenhygiëne-richtlijnen.
Hiermee wordt het goede van beide beleidsterreinen verenigd. Dit moet er bijvoorbeeld
voor Nederland en andere lidstaten toe leiden dat producenten in de dierlijke
sector zoals slachterijen en uitsnijderijen meer volgens HACCP-procedures
(HACCP = Hazard Analysis and Critical Control Points) gaan produceren en dat
levensmiddelenbedrijven geregistreerd worden alvorens ze mogen produceren
zodat de overheid van begin af aan toezicht kan uitoefenen. </al>
      <tuskop letat="vet">5. Voorstel voor een richtlijn van het EP en de Raad betreffende
de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot
wijziging van de richtlijnen (90/619/EEG van de Raad en 97/7/Eg (COM (1998)
468, COD/1998/0245)</tuskop>
      <al>De richtlijn beoogt een volledige harmonisatie van de nationale wetgeving
te bewerkstelligen van de verkoop van financiële dienstverlening (verzekeringen,
bancaire diensten, hypotheken, etc.) op afstand. Het voorzitterschap beoogt
een gemeenschappelijk standpunt of een politiek akkoord in de Raad te bereiken.
Het Franse voorzitterschap heeft recent een aantal nieuwe wijzigingen voorgesteld
die in september nog enkele keren in de Raadswerkgroep moeten worden besproken.
Deze wijzigingen betreffen de aan de consument te geven informatie voorafgaand
aan het sluiten van de overeenkomst. Het belangrijkste knelpunt betreft het
niveau van harmonisering. Nederland is tezamen met Frankrijk, Luxemburg en
het Verenigd Koninkrijk, een voorstander van maximum harmonisatie, zoals ook
door de Commissie en het voorzitterschap wordt voorgesteld. De kans is reëel
dat in de Raad alleen een voortgangsrapportage besproken zal worden. Politieke
besluitvorming zal in dat geval worden uitgesteld naar de Interne Markt /
Consumentenraad van 30 november.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Nederland blijft voorstander van maximumharmonisatie mits de informatieverplichting
van de aanbieder aan de consument goed geregeld is.</al>
      <tuskop letat="vet">6. Weekmakers in speelgoed (richtlijn wijziging gevaarlijke
stoffen en preparaten en richtlijn wijziging veiligheid van speelgoed) (COM
(1999) 577, COD/1999/0238)</tuskop>
      <al>De Raad zal geïnformeerd worden over de laatste stand van zaken met
betrekking tot de richtlijn wijziging gevaarlijke stoffen en preparaten en
wijziging veiligheid speelgoed. Het gaat hier in het kort om de volgende zaken:</al>
      <tuskop letat="cur">Speelgoed dat bestemd is om in de mond te worden genomen</tuskop>
      <al>Zoals bekend is er op basis van een Deens onderzoek ophef ontstaan over
weekmakers (ftalaten) in kinderspeelgoed. Volgens verschillende belangengroepen
zouden ftalaten een gevaar voor de gezondheid inhouden. Op basis van deze
berichten heeft de Commissie vorig jaar een spoedmaatregel afgekondigd die
bepaalde weekmakers in kinderspeelgoed verbiedt. Nederland heeft zich verzet
tegen de spoedmaatregel omdat het een verbod van de hier bedoelde stoffen,
gelet op de aanwezigheid van een direct gevaar voor de volksgezondheid, niet
proportioneel vond en het daarmee een ongewenst precedent achtte inzake de
risicobeheersing van chemische stoffen in producten. Nederland is voorstander
van een meer genuanceerdere benadering, te weten: het vaststellen van veilige
grenswaarden voor deze weekmakers met een bijgehorende meetmethode. Echter,
Nederland staat geïsoleerd met dit standpunt en zal gezien discussies
met de Tweede Kamer hierover, nu meegaan met de Commissie en andere lidstaten
om de spoedmaatregel structureel te maken middels deze richtlijnwijziging.</al>
      <tuskop letat="cur">Speelgoed dat niet bestemd is om in de mond genomen te
worden, maar waarbij het waarschijnlijk is dat kinderen dit toch regelmatig
doen</tuskop>
      <al>De Commissie stelt voor om een etiketteringverplichting in te voeren,
waarbij gewaarschuwd wordt voor het binnenkrijgen van te grote hoeveelheden
weekmakers in het betreffende speelgoed. Nederland heeft voor een ander systeem
gepleit dat ook door het Portugese voorzitterschap was overgenomen.
Het betreft hier het vaststellen van bepaalde migratiewaarden ten aanzien
van de weekmakers zoals gebruikt in het speelgoed dat hiervoor in aanmerking
komt. Dit houdt in dat er een bepaalde veilige waarde kan worden bepaald waaronder
het sabbelen aan speelgoed met weekmakers geen gevaar voor de gezondheid creëert,
omdat het kind er weinig van binnen krijgt. Bij deze normstelling behoort
een nog te ontwikkelen meetmethode. Indien niet tijdig kan worden beschikt
over een meetmethode, zal de normstelling immers nutteloos zijn. Het Joint
Research Center van de Europese Commissie is bezig met de ontwikkeling van
deze meetmethode. Het is niet duidelijk welke voortgang er ter zake is.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tijdens de zitting van de laatste Interne Marktraad van 25 mei jl. is
er kort van gedachten gewisseld over het voorstel. Zeven lidstaten spraken
zich uit tegen het voorstel en wilden een totaalverbod op weekmakers in speelgoed.
Twee grote lidstaten en Nederland konden het Voorzitterschapsvoorstel steunen.
Sindsdien is er op ambtelijk niveau geen nader overleg meer geweest in de
Raadswerkgroep over onderhavig voorstel.</al>
      <tuskop letat="vet">7. Groenboek over PVC (Presentatie COM (2000) 469)</tuskop>
      <al>De Commissie zal een presentatie geven over het Groenboek PVC en Milieu
dat op 9 augustus is gepubliceerd. Het groenboek heeft twee doelstellingen.
Ten eerste wil het op wetenschappelijke basis de diverse milieuproblemen,
met inbegrip van aanverwante gezondheidsaspecten, die zich tijdens de levenscyclus
van PVC voordoen, inventariseren en evalueren. Ten tweede worden in het Groenboek
met het oog op duurzame ontwikkeling een aantal opties in beschouwing genomen
om de milieu- en gezondheidsgevolgen van PVC-gebruik te reduceren. Dit zou
als basis moeten dienen voor overleg met de belanghebbenden om praktische
oplossingen te zoeken voor gezondheids- en milieuproblemen die door PVC worden
veroorzaakt.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Nederlandse standpuntbepaling ten aanzien van het Groenboek PVC en
Milieu zal na de Commissiepresentatie plaatsvinden.</al>
      <tuskop letat="vet">8. De Consument en de Euro (Debat)</tuskop>
      <al>Het Voorzitterschap wil tijdens de Interne Markt Raad een algemeen debat
voeren over de consumentenaspecten van de omschakeling naar de euro. Om het
debat richting te geven zullen discussievragen door het voorzitterschap worden
opgesteld, die naar verwachting een week voor behandeling beschikbaar zullen
zijn. Hierbij kan gedacht worden aan de positie van ouderen of wat te doen
met consumenten die moeilijkheden hebben bij de omschakeling naar de Euro.
Nederland hecht vanzelfsprekend aan een goede informatievoorziening en voorlichting
van de consument, waarbij in het bijzonder aandacht dient te zijn voor kwetsbare
groepen. In een onlangs verschenen mededeling van de Commissie over praktische
aspecten van de euroconversie, toont de Commissie zich ook bezorgd over het
feit dat het gebruik van de euro door het publiek tot op heden beperkt blijft.
In de Nederlandse benadering is het gebruik van de euro tijdens de overgangsperiode
(i.e. 1999 tot en met 2001) evenwel geen doel op zich.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De invoering van de euro betekent voor de consument een grote verandering.
Nederland hecht aan een goede informatievoorziening en voorlichting van de
consument. </al>
      <tuskop letat="vet">9. Diensten van algemeen belang (Presentatie)</tuskop>
      <al>Het voorzitterschap wenst de discussie over diensten van algemeen belang
nieuw leven in te blazen. Onder diensten van algemeen belang worden verstaan
diensten die essentieel zijn voor het dagelijks leven, zoals water, elektriciteit,
post-, vervoer-, en telecommunicatiediensten. De Commissie heeft in haar actieplan
voor het consumentenbeleid 1999–2000 de diensten van algemeen belang
als één van de prioriteiten van de Gemeenschap aangeduid. De
in deze mededeling geformuleerde doelstelling is, te zorgen voor een goed
evenwicht tussen liberalisering met het oog op de versterking van de concurrentiepositie
enerzijds, en passende maatregelen om de consument reële keuzemogelijkheden
te bieden anderzijds. De Commissie zal een presentatie geven over een bijwerking
van haar mededeling over diensten van algemeen belang uit 1996.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het onderwerp is eerder aan de orde geweest tijdens de Consumentenraad
van 8 november 1999. Nederland heeft toen als standpunt naar voren gebracht
dat het verzelfstandigen en privatiseren van diensten van algemeen belang
in beginsel gunstige gevolgen heeft voor de consument. Met name in de fasen
van het overgangsproces waarin nog geen of onvoldoende concurrentie plaatsvindt
en de consument nog afhankelijk is van één aanbieder, bestaat
er een rol voor de overheid om voorzieningen te treffen. Het treffen van voorzieningen
is mede afhankelijk van specifieke kenmerken ván en ontwikkelingen
óp een bepaalde (deel)markt. Een goede rechtspositie voor de consument
staat daarbij voorop. </al>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v4.1" nr="1">
    <al>Mededeling van 5 februari 1999, COM91999) 42 def.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>