﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-21250-44/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1997-1998</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="port1.1__2.4" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST29683</ordernr>
    <vergjaar>1997-1998</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>21 250</nummer>
      <naam>Derde Nota Waterhuishouding</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>44</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>'s-Gravenhage,  <datum>23 maart 1998</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede namens de Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en
Milieubeheer (VROM) en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (LNV) en mede
uit hoofde van mijn verantwoordelijkheid als coördinerend Minister voor
Noordzee-aangelegenheden, bied ik u hierbij de voortgangsrapportage 1997 aan
betreffende de uitvoering van het integraal waterbeleid<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>. De voortgangsrapportage is opgesteld onder auspiciën van de
Commissie Integraal Waterbeheer, de CIW/CUWVO. In deze commissie zijn, naast
de departementen van VROM en Verkeer en Waterstaat (V&amp;W), ook het Interprovinciaal
Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
vertegenwoordigd. Verder heeft afstemming met het Ministerie van LNV plaatsgevonden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vanaf de Voortgangsrapportage Integraal waterbeheer en Noordzee-aangelegenheden
1992 is deze voortgangsrapportage een bundeling van een aantal voortgangsrapportages
op het gebied van het waterbeleid. Deze betreffen de beleidsuitvoering van:</al>
      <al>• de derde Nota waterhuishouding (TK 21 250)</al>
      <al>• de Rijn- en Noordzee-actieprogramma's (TK 21 884)</al>
      <al>• het Beleidsplan Harmonisatie Noordzee-beleid (TK 17 408) </al>
      <al>• het Milieubeleidsplan Scheepvaart (TK 22 072)</al>
      <al>• de Beleidsnota Scheepvaartverkeer (TK 17 408)</al>
      <al>• het Watersysteemplan Noordzee (TK 22 101)</al>
      <al>• het Saneringsprogramma waterbodems Rijkswateren (TK 21 656)</al>
      <al>• de toepassing van de Wet verontreiniging oppervlakte-wateren en
de Wet verontreiniging zeewater</al>
      <al>• de Evaluatienota Water (TK 21 250).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het eerste gedeelte van de rapportage, de Samenvatting (hoofdstuk 3),
wordt de voortgang per hoofdgroep in korte bewoordingen geschetst. De voortgang
over de totale breedte van het integraal waterbeheer wordt daarna, per hoofdgroep
en onderdeel, nader uitgewerkt (hoofdstuk 4). Hierbij is ook een plaats ingeruimd
voor de internationale samenwerking. In hoofdstuk 5 wordt de financiering
van het waterbeheer aan de orde gesteld, voor zover het gaat om uitgaven van
Rijkswaterstaat, provincies, waterschappen en gemeenten, die direct zijn gekoppeld
aan het waterbeheer.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De voortgangsrapportage is overwegend optimistisch gestemd. Voor het halen
van een aantal doelstellingen is echter nog flinke inspanning nodig, zoals
voor het terugdringen van diffuse bronnen en bestrijdingsmiddelen, de verdrogingsbestrijding
en herstel van watersystemen. Met de sanering van verontreinigde waterbodems
kan naar verwachting dit jaar begonnen worden, als het eerste depot medio
1998 gereedkomt. Voor het depot Hollandsch Diep wordt in samenspraak met de
omgeving een nieuw plan opgesteld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Als speciaal onderwerp is ditmaal gekozen voor bestrijdingsmiddelen. Door
grote meetinspanning is de bestrijdingsmiddelenproblematiek nu in volle omvang
duidelijk geworden. Door het verminderen van het gebruik van onder andere
verduurzaamd hout en landbouwbestrijdingsmiddelen zijn de emissies van een
aantal bestrijdingsmiddelen teruggedrongen. Emissies van andere bestrijdingsmiddelen
blijven echter een gevaar vormen voor waterorganismen. De laatste jaren zijn
ook hiervoor initiatieven in gang gezet. Bestrijdingsmiddelen die zeer schadelijk
zijn voor deze organismen worden niet of slechts onder restricties toegelaten.
Afspraken over emissiebeperking met het landbouwbedrijfsleven, onder andere
in de bloembollensector en in westelijk Nederland, beginnen vruchten af te
werpen. Het ontwerp-Lozingenbesluit Open Teelt, dat binnenkort wordt afgerond,
heeft prioriteit gelegd bij emissies die tot hoge concentratie van bestrijdingsmiddelen
kunnen leiden, te weten puntlozingen in en om de bedrijfsgebouwen en verwaaiing
(drift) van bestrijdingsmiddelen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Inmiddels wordt gewerkt aan de Voortgangsrapportage 1998. De opzet hiervan
zal aanzienlijk anders zijn dan de huidige: de volgende rapportage zal korter
en bondiger zijn en aansluiten bij de indeling van de Vierde Nota Waterhuishouding.
Het beleidsterrein waterkeren zal daarmee onderdeel van de voortgangsrapportage
gaan vormen. Ik streef ernaar de voortgangsrapportage 1998 in september van
dit jaar aan u toe te kunnen sturen. </al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</functie>
        <naam>A. Jorritsma-Lebbink</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>