﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-20454-218/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kamerstuk>
    <kamerstukkop>
      <tekstregel inhoud="vergaderjaar">Vergaderjaar 2025-2026</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kameraanduiding">Tweede Kamer der Staten-Generaal</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="kamernummer">2</tekstregel>
      <tekstregel inhoud="documenttype">Kamerstukken</tekstregel>
    </kamerstukkop>
    <dossier>
      <dossiernummer>
        <dossiernr>20 454</dossiernr>
      </dossiernummer>
      <titel>Voortgangsrapportage uitvoering wetten oorlogsgetroffenen</titel>
    </dossier>
    <stuk>
      <stuknr>Nr. <ondernummer kamer="2">218</ondernummer></stuknr>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT</titel>
      <algemeen>
        <vrije-tekst>
          <tekst status="goed">
            <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
            <al>Den Haag, 2 juli 2026</al>
            <al>Bij deze stuur ik u, zoals eerder toegezegd<noot id="ID-1261816-d40e97" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Tweede Kamer 2025–2026, nr. <extref doc="nds-tk-2026D09838" soort="document" status="actief">2026D09838</extref>, Schriftelijke antwoorden op vragen gesteld tijdens de eerste termijn van de begrotingsbehandeling van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op 3 maart 2026.</noot.al></noot>, de concept «Beleidsregel backpay-uitkering voor weduwen en weduwnaars» (hierna: de beleidsregel) toe en de daarbij behorende uitvoeringstoets die door de Sociale Verzekeringsbank (SVB) is uitgevoerd. Met deze beleidsregel wordt, op initiatief van de BBB-fractie, gehoor gegeven aan de oproep vanuit uw Kamer en delen van de Indische en Molukse gemeenschappen, om specifiek aan deze weduwen en weduwnaars een individuele vorm van rechtsherstel te bieden.</al>
            <al>De backpay-kwestie gaat over de ambtenaren en militairen die in dienst waren van het Nederlands-Indisch gouvernement en aan wie ten tijde van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië/Indonesië geen dan wel geen volledig salaris is uitbetaald. Via de Uitkeringsregeling Backpay uit 2015,<noot id="ID-1261816-d40e113" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al><extref doc="stcrt-2015-47434" soort="document" status="actief">Stcrt. 2015, nr. 47434</extref></noot.al></noot> kwamen de toen nog levende ambtenaren en militairen, op morele gronden, in aanmerking voor een eenmalige uitkering van € 25.000. Via de beleidsregel wordt alsnog een individuele vorm van rechtsherstel geboden aan de nog levende weduwen en weduwnaars van de ambtenaren en militairen die in 2015 niet in aanmerking kwamen voor een backpay-uitkering omdat zij destijds al waren overleden.</al>
            <al>Bij de totstandkoming van de onderhavige beleidsregel is getracht om een balans te vinden tussen een uitvoerbare en financieel haalbare regeling en een regeling die kan rekenen op draagvlak. Helaas moet worden geconcludeerd dat deze voorwaarden niet met elkaar te verenigen zijn. Zoals uit het eerdere onderzoek naar de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van een backpay-regeling voor weduwen bleek, is een dergelijke regeling zeer complex uitvoerbaar.<noot id="ID-1261816-d40e125" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2021/22, <extref doc="kst-20454-172" soort="document" status="actief">20 454, nr. 172</extref>.</noot.al></noot> De uitvoerbaarheid van een regeling vereist een beperkte en overzichtelijke doelgroep. De keuze voor een beperkte doelgroep leidt automatisch tot gebrek aan draagvlak omdat de gemeenschappen een bredere doelgroep voorstaan die ook bestaat uit erfgenamen van reeds overleden weduwen en weduwnaars. Gegeven deze patstelling is ervoor gekozen om het bieden van enige vorm van rechtsherstel aan de weduwen en weduwnaars voorop te stellen. De onderhavige regeling is daarom gericht op de weduwen en weduwnaars die op het moment van indiening van een aanvraag nog in leven zijn. Alleen op deze manier kan worden gekomen tot een regeling die uitvoerbaar is en die daardoor binnen afzienbare termijn de beoogde vorm van rechtsherstel kan bieden.</al>
            <al>Uit de uitvoeringstoets van de SVB blijkt dat de beleidsregel onder voorwaarden uitvoerbaar is. Naar verwachting kan aan de gestelde voorwaarden worden voldaan. De implementatie daarvan zal in samenspraak met de SVB plaatsvinden. Bij de totstandkoming van de beleidsregel is verkend wat de gevolgen zouden zijn als de beleidsregel, in overeenstemming met de wens van verschillende belangenorganisaties, ook gericht zou zijn op de erfgenamen van reeds overleden weduwen. De conclusie is dat een dergelijke regeling niet uitvoerbaar is.</al>
            <al>Deze zomer zal de internetconsultatie plaatsvinden. Individuele personen en organisaties krijgen dan de mogelijkheid om commentaar te leveren op de concept-beleidsregel. Vervolgens zal de beleidsregel worden afgerond en worden voorgelegd aan de ministerraad. Uit de uitvoeringstoets blijkt dat de SVB vervolgens vier maanden nodig heeft om de uitvoering van de beleidsregel voor te bereiden. Naar verwachting kan de regeling in het eerste kwartaal van 2027 in werking treden. Gelet op de hoge leeftijd van de weduwen en weduwnaars doen de SVB en ik ons best om de beleidsregel zo snel als mogelijk in werking te laten treden.</al>
            <al>Ik besef mij terdege dat volledig rechtsherstel voor de weduwen en weduwnaars nooit mogelijk is. De gebeurtenissen uit het verleden, zowel tijdens als na afloop van de Tweede Wereldoorlog, kunnen niet worden teruggedraaid en het leed en trauma’s die hiervan het gevolg zijn, kunnen nooit volledig worden weggenomen. De onvrede over de afhandeling van de backpay-kwestie die leeft binnen een deel van de Indische en Molukse gemeenschappen, zal helaas ook met deze regeling naar verwachting niet worden weggenomen. Dit laat onverlet dat het kabinet, zoals gevraagd door de BBB-fractie, met deze beleidsregel wel erkenning geeft aan de noodzaak om aan de betreffende weduwen en weduwnaars enige vorm van rechtsherstel te bieden.</al>
            <al>Ik hoop u zo voldoende te hebben geïnformeerd.</al>
          </tekst>
        </vrije-tekst>
        <tekst-sluiting>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,</functie>
            <naam>
              <voornaam>W.R.C.</voornaam>
              <achternaam>Sterk</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </tekst-sluiting>
      </algemeen>
    </stuk>
  </kamerstuk>
</officiele-publicatie>