﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="1" publtype="slag">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-20032004-29200G-A/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Eerste Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>1</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2003-2004</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.6.1__3.2" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST72463</ordernr>
    <vergjaar>2003-2004</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>29 200 G</nummer>
      <naam>Vaststelling van de begrotingsstaat van het BTW-compensatiefonds voor
het jaar 2004</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <nummer>A</nummer>
      <titel>VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR FINANCIËN<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref></titel>
      <datum>Vastgesteld 28 november 2003</datum>
      <al>Het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel heeft de vaste commissie
voor Financiën aanleiding gegeven tot het maken van de volgende opmerkingen
en het stellen van de volgende vragen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In zijn dissertatie «De belaste overheid» (Fiscale Monografie,
nr. 109, Kluwer, 2003), zo memoreerden de leden van de <nadruk type="vet">CDA</nadruk>-fractie, stelt dr. S. A. Stevens voor om het BTW-compensatiefonds
te vervangen door een verruiming van het aftrekrecht voor publiekrechtelijke
lichamen en vrijgestelde ondernemers, in combinatie met een beperkte uitleg
van het begrip «handelen als overheid». Zijns inziens is het BTW-compensatiefonds
administratief bewerkelijk en is bovendien het bereik van dit fonds beperkt
tot bepaalde publiekrechtelijke lichamen (gemeenten, provincies en regionale
openbare lichamen), waardoor de concurrentieverhoudingen ook na invoering
van het fonds nog steeds worden vervalst. Graag vernamen de leden van de CDA-fractie
de mening van de staatssecretaris hierover.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De invoering van het BTW-compensatiefonds heeft ertoe geleid dat tussen
gemeenten en provincies verschil van mening kan bestaan of een subsidie inclusief
of exclusief BTW wordt toegekend. Dit speelt met name bij grotere projecten.
Is de staatssecretaris van plan hier richtlijnen voor te geven, zo vroegen
deze leden tot besluit.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Vertrouwende, dat deze vragen tijdig zullen worden beantwoord, acht de
commissie de openbare beraadslaging over het onderhavige wetsvoorstel voldoende
voorbereid.</al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>Essers</naam>
        <functie>De griffier van de commissie,</functie>
        <naam>Janssen</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling: Schuyer (D66), Ketting (VVD), Rabbinge (PvdA), Platvoet
(GL), Terpstra (CDA), Van Driel (PvdA), Doek (CDA), Van Middelkoop (CU), Kox
(SP), Biermans (VVD) (plv.voorzitter), Essers (CDA) (voorzitter) en Leijnse
(PvdA).</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>