﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="1" publtype="moov">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-19971998-25171-38c/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Eerste Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>1</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 1997-1998 Nr. 38c</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="port1.0__2.3" markup="c11xa"></versie>
    <ordernr>KST24986</ordernr>
    <vergjaar>1997-1998</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>25 171</nummer>
      <naam>Wijziging van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen in verband
met de invoering van het veilen van schaarse frequenties voor systemen van
digitale mobiele telecommunicatie (veilen frequenties mobiele telecommunicatie)</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <titel>VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG</titel>
      <datum>Vastgesteld 4 november 1997</datum>
      <al>De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat<voetref refid="v1.1" nr="1"></voetref>
heeft op <nadruk type="vet">28 oktober 1997</nadruk> overleg gevoerd met de Minister van Verkeer
en Waterstaat over wetsvoorstel 25 171 (veilen frequenties mobiele communicatie)
naar aanleiding van een brief van de commissie van 8 oktober 1997 die als
bijlage bij dit verslag is gevoegd en het antwoord van de minister dat onder
nummer 38a is gedrukt.</al>
      <al>Van het gevoerde overleg brengt de commissie bijgaand beknopt verslag
uit. </al>
      <tuskop letat="vet">Vragen en opmerkingen uit de commissie</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Boorsma</nadruk> (CDA) wees op een probleem met het wetgevingstraject
van het onderhavige wetsvoorstel. Op 9 september 1997 is over het wetsvoorstel
voorlopig verslag uitgebracht, dit is echter tot dusver nog niet beantwoord.
Op 29 september was een persbericht door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat
uitgebracht waarin melding werd gemaakt van het honoreren door de Europese
Commissie van de klacht van Libertel tegen het in het wetsvoorstel opgenomen
systeem van de naheffing. Hij betreurde het dat de minister hieromtrent niet
eerst de Staten-Generaal had ingelicht. De minister heeft vervolgens bij brief
van 6 oktober 1997 de redenen uiteengezet waarom zij het voorlopig verslag
van de Eerste Kamer nog niet had beantwoord. Hij kon de minister steunen in
haar beleid maar vroeg zich af hoe dit het beste en bovendien op korte termijn
te realiseren zou zijn. De gewraakte naheffing is inderdaad een probleem,
maar zijns inziens zouden spoedshalve de overige in het voorlopig verslag
gestelde vragen wel vast beantwoord kunnen worden. Hij onderschreef overigens
de doelstellingen van het wetsvoorstel, het opengooien van de markt en het
vergroten van het marktaanbod.</al>
      <al>Hij vroeg zich wel af wat er zou gebeuren als na aanvaarding van de novelle
de naheffing zal zijn vervallen. Naar zijn inschatting zouden dan EnerTel
en Telfort zich met een klacht tot de Europese Commissie wenden en zijns inziens
zouden deze klachten gehoor vinden bij de Europese Commissie. Hij verwees
hiervoor naar het belang van een level playing field. Ingevolge de memorie
van toelichting is asymmetrie beoogd maar bij een veiling zouden nieuwe toetreders
op de markt wel een prijs moeten betalen en de bestaande niet.
Hij zou een tweede uitspraak van de Europese Commissie graag willen voorkomen.</al>
      <al>Hij sprak vervolgens over de snelheid die nu moet worden betracht. De
bestaande partijen KPN en Libertel hebben een voorsprong.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Uitgifte van DCS 1800 zou zijns inziens het beste kunnen door een tenderprocedure
met toepassing van het bestaande artikel 17 van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen
(Wtv). Hij vroeg of dit niet voor 1 januari afgerond zou kunnen zijn. De weg
die de minister voor ogen staat via de veiling zou voor 1 maart zijn beslag
krijgen.</al>
      <al>Hij vreesde dat dit van te groot optimisme getuigt, aangezien met een
veiling tot dusver nog geen ervaring is opgedaan. Hij vroeg de minister om
een reactie hierop. Hij vroeg vervolgens naar de consequenties van overschrijding
van het tijdstip van 1 januari 1998. Is het niet zo dat overschrijding niet
zo'n probleem hoeft te zijn mits de procedure maar voor 1 januari is gestart?
Zijns inziens zouden KPN en Libertel niet moeten worden uitgesloten van de
DCS 1800-techniek. Dit zou bij het voorstel van de minister wel het geval
zijn voor een periode van 2 jaar. Bij het volgen van zijn voorstel tot toepassing
van artikel 17 Wtv zou dat niet het geval zijn. Nieuwe toetreders op de markt
en een zorgvuldige wetgevingsprocedure waren dan gewaarborgd. Met een veiling
als zodanig zei hij accoord te gaan; zijn vrees betrof met name de nu te volgen
procedure.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Luijten</nadruk> (VVD) achtte een veiling nog steeds het meest
wenselijk. Hij achtte de passage in de brief van de minister van 20 oktober
1997 dat de voorgenomen aanpassingen niet op nieuwe bezwaren van de zijde
van de Europese Commissie zouden stuiten cruciaal en zag die gaarne onderbouwd.</al>
      <al>Hij vroeg zich af waarom een beauty contest 6 à 7 maanden zou moeten
duren. Hij vroeg of er geen preselectie kon plaatsvinden, in die zin dat al
vast concreet inzicht kan worden verkregen wie echt in de markt zullen zijn.
Hij vroeg voorts in hoeverre de datum van 1 januari heilig is; is een procedure
mits voor die datum gestart toegestaan?</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Zijlstra</nadruk> (PvdA) sloot zich aan bij de opmerking van
de heer Luijten over de passage in de brief van de minister over de Europese
Commissie. Hij memoreerde in dit verband de klacht van EnerTel. Al in een
eerder stadium was een veiling afgeraden. Hij vroeg zich dan ook af of voldoende
aan de bezwaren daartegen tegemoet is gekomen.</al>
      <al>Ten tweede zouden uit een oogpunt van frequentie-economie KPN en Libertel
recht hebben op aanvullende frequenties. Een veiling zou dan door hen onrechtmatig
geoordeeld kunnen worden met als gevolg bezwaar en beroep.</al>
      <al>Hij verwees naar een uitspraak van het College van beroep voor het bedrijfsleven
waarbij is geoordeeld dat een beauty contest ex artikel 17 Wtv zonder ernstige
problemen zou kunnen plaatsvinden. Zijn indruk was dat de juridische problemen
bij een veiling nagenoeg even groot zijn als bij een beauty contest. Als de
minister de procedure van een beauty contest zou volgen zouden bezwaarprocedures
van EnerTel en Telfort minder voor de hand liggen, want zo'n vergelijkende
toets was door die twee ondernemingen immers zelf voorgesteld. Dat psychologische
voordeel van een beauty contest zou vooral ook een rol kunnen spelen als pas
na 1 januari 1998 zou kunnen worden gegund. Zijns inziens ligt een beauty
contest ook voor de hand gezien de ervaringen in de ons omringende landen.
Is het overigens in strijd met het EG-verdrag als de vergunningen op 1 januari
1998 niet zouden zijn verleend?</al>
      <al>Als alle partijen op een lijn zitten bestaan er toch geen problemen als
er direct wordt gegund?</al>
      <al>Ook hij verwees naar een preselectie. Hij vroeg of hierdoor de problemen
niet kunnen worden voorkomen als deze snel wordt gehouden. Misschien
blijkt dan dat er zeer weinig serieuze gegadigden zijn. Anders zei hij te
vrezen dat vergunningen pas ver in 1998 zullen worden verleend. </al>
      <tuskop letat="vet">Antwoord van de Minister van Verkeer en Waterstaat</tuskop>
      <al>De minister sprak haar waardering uit voor dit mondeling overleg. Zij
constateerde dat allen het eens zijn over het doel om zo snel mogelijk DCS
1800 vergunningen af te geven. Zij memoreerde dat in 1995 een discussie over
het veilen van frequenties is gevoerd. Daarbij is toen de keuze op dit systeem
gevallen. De redenen hiervoor waren in de eerste plaats dat het alternatief,
een beauty contest, toen zeer ingewikkeld was, er juridische risico's aan
kleefden en het systeem niet transparant was. De wijze waarop in 1995 de GSM-vergunningen
zijn verleend was haars inziens niet voor herhaling vatbaar.</al>
      <al>Ten tweede leeft er de vraag hoe om te gaan met schaarste. Voor schaarse
goederen moet betaald worden. Daarbij is de keuze op veilen gevallen omdat
dit het meest transparant is, efficiënt, alleen toegepast wordt bij noodzaak
en alleen bij schaarste.</al>
      <al>Daarbij rees de vraag of invoering van een naheffing verstandig zou zijn.
Er spelen grote belangen zowel bij de bestaande als bij de nieuwe marktpartijen.
Klachten van beide kanten uit een oogpunt van financieel belang horen daar
nu eenmaal bij, zo ook de dreiging met het aanspannen van procedures. De realiteit
blijkt echter nog wel eens anders uit te pakken.</al>
      <al>De minister verklaarde de beantwoording van het voorlopig verslag in verband
met de novelle te hebben opgehouden maar zegde toe deze voor zover betreft
alle andere punten voor 1 november 1997 bij de Eerste Kamer te zullen bezorgen.</al>
      <al>Zij memoreerde dat de brief van Europees Commissaris Van Miert over de
naheffing na de behandeling van het wetsvoorstel door de Tweede Kamer was
ingekomen. Het gaat dan met name over de naheffing, en de vrees voor veel
klachten hiertegen. Tegen veiling als zodanig bestaat geen principieel bezwaar.</al>
      <al>De Europese Commissie heeft een drietal bezwaren:</al>
      <al>1. naheffing;</al>
      <al>2. de 3-jaren termijn van uitsluiting voor bestaande aanbieders;</al>
      <al>3. de splitsing in een grote veiling en een 50 Mhz veiling.</al>
      <al>Hierover is lang overleg gevoerd.</al>
      <al>Uit de brief van 16 oktober 1997<voetref refid="v3.1" nr="1"></voetref> blijkt Europees
Commissaris Van Miert geen problemen te hebben met de huidige aanpak, en met
ineenschuiving van de veiling.</al>
      <al>Overigens heeft een aanvullende klacht met betrekking tot het tijdpad
de vraag opgeroepen of de oude procedure niet beter zou zijn geweest.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voorts blijkt hieruit dat de Commissie bij vergunningverlening na 1 januari
1998 geen derogatie van deze in Richtlijn 96/2/EG vermelde termijn zal kunnen
verlenen noch vrijwaring van mogelijke schadeclaims; met andere woorden, de
risico's van schadeclaims moeten zo gering mogelijk worden gemaakt.</al>
      <al>Inmiddels heeft EnerTel bij de Europese Commissie een aanvullende klacht
ingediend tegen het wetsvoorstel en daarbij aangedrongen op toepassing van
artikel 17 Wtv voor 1 januari 1998. Naar het oordeel van de minister is de
zaak evenwel niet sneller af te handelen. Zo blijkt ook uit een advies van
de Landsadvocaat terzake.</al>
      <al>Zij wees er op dat een verdeling van frequenties op basis van Hoofdstuk
IIA of artikel 17 Wtv niet op korte termijn, dat wil zeggen voor 1 januari
1998, kan worden afgerond. Dit duurt minstens 6 maanden. Artikel 17 Wtv is
ook niet bedoeld voor dergelijke procedures. Dit artikel is niet geschikt
voor frequentieregeling van overheidswege. Dat geldt wel voor Hoofdstuk IIA. Bij artikel 17 ontbreken bruikbare toetsingscriteria en is er
dus kans op bezwaar en beroep van aanvragers wier aanvraag is afgewezen. Het
is moeilijk de aanvragen vergelijkbaar en toetsbaar te maken. Toepassing van
artikel 17 kan dan ook een inbreuk op de vereiste zorgvuldigheid veroorzaken.
Als voor toepassing van artikel 17 wordt gekozen moet op een proceduretijd
van ten minste 6 maanden worden gerekend. Als voor het voorstel van de minister
wordt gekozen zal op zeer korte termijn een novelle worden ingediend. Gestreefd
wordt naar indiening vóór 6 november 1997. De minister deed
een beroep op de leden van de vaste commissie om het wetsvoorstel dan ook
met spoed te behandelen opdat het vóór 1 december 1997 in het
Staatsblad kan worden gepubliceerd.</al>
      <al>Wat de preselectie betreft en de melding van marktpartijen meende zij
dat eerst de wet in het Staatsblad zal moeten staan; de toetsingscriteria
kunnen wel alvast worden gepubliceerd. Stel nu dat er twee gekwalificeerde
aanbieders zijn dan zal een veiling niet nodig zijn en kunnen direct vergunningen
worden verleend. Voor de DCS 1800 komen in elk geval twee nieuwe landelijke
vergunningen beschikbaar, de twee bestaande partijen mogen hierbij niet mee
doen. Deze mogen wel met de uitbreiding van de vrijkomende 50 Mhz meedoen.
De minister betwijfelde echter of er sprake zal zijn van slechts twee nieuwe
marktpartijen. EnerTel met een andere partner zou al een derde partij opleveren.
Wat de termijnoverschrijding betreft kan de Europese Commissie een ingebrekestellingsprocedure
beginnen, maar enkele maanden vertraging zullen naar verwachting niet onoverkomelijk
zijn. De Landsadvocaat heeft in dit verband geadviseerd de procedure vóór
1 januari 1998 te starten teneinde deze drie maanden later te kunnen afronden.
Indien het aantal aanvragen het aantal frequenties niet overstijgt kan dat
voor 1 maart 1998 zijn geschied.</al>
      <al>De minister memoreerde dat KPN zich voor een beauty contest heeft uitgesproken.
Deze procedure duurt langer, als gezegd, en dat standpunt was dus te verwachten.
Zo is EnerTel ook voor naheffing en zijn KPN en Libertel hier tegen.</al>
      <al>Wat betreft de frequentie-economie merkte de minister op dat Libertel
en KPN in beginsel recht hebben op frequenties uit het ATF3-net. Op dit moment
zit zij in dit verband met KPN in overleg. </al>
      <tuskop letat="vet">Nadere opmerkingen uit de commissie</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Boorsma</nadruk> noemde nog eens de belangrijkste punten: omkering
van het level playing field, namelijk het feit dat nieuwe toetreders wel een
prijs moeten betalen en oude niet. Hij merkte op dat de minister in het wetsvoorstel
naar aanleiding van het advies van de Raad van State niet spreekt over een
naheffing, en dus een belasting, maar over een compensatie. Op het punt van
het level playing field was hij nog niet geheel overtuigd, de twee jaar asymmetrie
is inderdaad ten gunste van de nieuwe toetreders. Voor nieuwe bedrijven is
er een nieuwe asymmetrie.</al>
      <al>Hij verwachtte dat er meer bieders zullen zijn dan twee en de twee bestaande.
De beide bestaande zijn uitgesloten dus is een procedure te voorzien. Hij
verwachtte dan ook problemen over de omkering van het level playing field
op het punt van de prijs en de procedures. Zijns inziens zullen partijen niet
aarzelen te procederen en zullen ze ook gelijk krijgen. De minister is wel
pragmatisch maar houdt, zo vreesde hij, onvoldoende rekening met de consequenties.</al>
      <al>Hij wees er op dat in het zevende lid van artikel 17 toch als criterium
een doelmatige etherverdeling is opgenomen. Zijns inziens biedt artikel 17
dus wel een wettelijk kader.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Luijten</nadruk> had nog twee vragen. De brief van de Commissie
bevatte de toevoeging dat EnerTel een aanvulling op haar klacht had ingediend.
De Nederlandse regering heeft zich nu wel mondeling verweerd maar is er ook
een indicatie over een uitspraak?</al>
      <al>Nu niet besluiten is zijns inziens echter het ergste.</al>
      <al>Hij meende dat de risico's van een beauty contest groter zijn dan bij
een veiling. Zijn keuze gaat dan ook nog steeds uit naar een veiling. Deze
is transparanter en conform de wens van de Tweede Kamer. Hij was het hierbij
eens met de minister. Een beauty contest duurt langer. Hij drong aan op spoed
bij de voortgang op de ingeslagen weg maar adviseerde wel een noodscenario
achter de hand te houden.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Bierman</nadruk> wees erop dat de wetgeving als vangnet fungeerde.
Het twee-sporen beleid van de heer Luijten achtte hij een goede zaak.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Zijlstra</nadruk> was van mening dat het gezamenlijk aanbieden
van de 50 Mhz en een kleinere veiling geen probleem voor de Europese Commissie
zal opleveren, noch voor Libertel, maar wel voor EnerTel, die immers aandrong
op toepassing van artikel 17 Wtv.</al>
      <al>Zijns inziens is wel degelijk een vergelijkende toets mogelijk. Dit is
ook al gebeurd bij de toewijzing destijds. De selectiecriteria zijn al in
1994/95 tot stand gekomen. De tenderprocedure ex artikel 17 Wtv leverde toen
geen bezwaar op. Ook in het buitenland wordt de beauty contest veel toegepast.
Alle betrokkenen hebben een voorkeur voor een beauty contest boven een veiling.
Bovendien zal er van schaarste geen sprake zijn na het vrijmaken van de zgn.
Nozema-frequenties.</al>
      <al>Ten tweede wees hij op het level playing field. Indien er met naheffing
evenwicht is, zou er dan ook evenwicht zijn zonder naheffing? Bij de behandeling
in de Tweede Kamer is er op gewezen dat KPN en Libertel een wezenlijke voorsprong
hebben en dat DCS 1800 voor nieuwe aanbieders is bestemd. Als er toen evenwicht
was dan, is dat er nu niet meer. De asymmetrie zit nu alleen nog in de uitsluiting
van KPN en Libertel gedurende twee of drie jaar.</al>
      <al>De nieuwe en de bestaande vergunninghouders moeten een roll out gaan uitvoeren,
een landelijk dekkend systeem van zendstations opzetten.</al>
      <al>DCS 1800 stelt nieuwe technische eisen aan een daadwerkelijke toegang
tot de markt en zowel bestaande als nieuwe vergunninghouders zullen geruime
tijd nodig hebben voor hun systeem gebruiksklaar is. Bij nader inzien is de
asymmetrie hierdoor kleiner. Voor bestaande vergunninghouders slaat de asymmetrie
om in het voordeel van gelijke kansen. Dit levert toch nog wel een probleem
op.</al>
      <al>Hij vroeg tenslotte of als de risico's voor bezwaar en beroep gelijk zijn
bij het scenario van een veiling en bij dat van een vergelijkende toets, een
beauty contest bij nieuwkomers dan toch niet op minder weerstand zal stuiten
dan een veiling? Zouden de risico's van bezwaar en beroep daardoor dan niet
kleiner zijn? </al>
      <tuskop letat="vet">Nader antwoord van de minister van Verkeer en Waterstaat</tuskop>
      <al>In reactie op de opmerkingen van de heer Boorsma stelde de minister de
vraag of de naheffing van invloed is op de veiling en of hierdoor de prijs
wordt opgestuwd. Als er geen naheffing is kan er immers bij een veiling ook
een lagere inschrijving uitkomen. Zij wees er op dat het DCS 1800-systeem
mooier is dan het GSM-systeem en dat KPN en Libertel hieraan een tijd lang
niet aan mee mogen doen. Aanvankelijk was dit gedurende drie jaar, thans op
verzoek van de Commissie twee jaar. Dat stukje asymmetrie zit er dus toch
in.</al>
      <al>Voorts vroeg de minister zich af of de partijen wel zouden bieden op de
veiling als zij daarna geen marktaandeel kunnen behalen. Als ze problemen
verwachten zullen zij toch ook bescheiden bieden. Het doel van de veiling
is alleen een efficiënte verdeling.</al>
      <al>Zij beklemtoonde dat nu spoed geboden is. Het probleem is de gewraakte
naheffing op basis van de voorliggende wetsvoorstel. Wegens de bezwaren van
de Europese Commissie zal de voorgestelde naheffing vervallen. Blijkbaar heerst
daar het gevoel dat een level playing field slechter is mét dan zónder
naheffing. Haar conclusie is dan ook dat deze klacht een risico oplevert en
dat er dus een oplossing moest worden gevonden.</al>
      <al>De asymmetrie is vormgegeven in de uitsluiting voor twee jaar. De minister
memoreerde dat de Europese Commissaris zich niet heeft uitgesproken over de
veiling als zodanig.</al>
      <al>Artikel 17 zou volgens advies van de Landsadvocaat tot een langdurig proces
leiden in verband met een vergelijkende toets, waarvoor veel procedurestappen
nodig zijn en grote zorgvuldigheid geboden is. Immers bij procedurele gebreken
is bezwaar en beroep te verwachten wegens overhaaste besluitvorming. Deze
weg zal dan ook zeker zes maanden kosten.</al>
      <al>De artikel 17-criteria zijn toegepast in het verleden ook voor de rest
frequenties. Het College van beroep voor het bedrijfsleven heeft destijds
de geformuleerde criteria van een negatief oordeel voorzien. Dat is bovendien
onvergelijkbaar met de nu spelende belangen.</al>
      <al>De minister wees een beauty contest op grond van artikel 17 af; dat duurt
ten minste zes maanden en is dus in strijd met de geboden spoed.</al>
      <al>De minister is oorspronkelijk uitgegaan van een exclusiviteitsperiode
van drie jaar; volgens Europees Commissaris Van Miert kon dit korter: twee
jaar. Die twee jaar is geaccepteerd met de mogelijkheid van verlenging als
het technisch te ingewikkeld blijkt te zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De minister merkte omtrent het advies van de heer Luijten op dat als nu
hier zou worden afgesproken dat de criteria al in het Staatsblad kunnen worden
gepubliceerd vóór plaatsing van de wetswijziging dat wat haar
betreft accoord is. Als rond 1 december de criteria in het Staatsblad kunnen
worden gepubliceerd, is voor 1 januari wel een beeld van de omvang van de
markt voorhanden.</al>
      <al>De minister behield een voorkeur voor een snelle wetswijziging, maar verklaarde
nog eens te zullen kijken naar de uitwerking van het tendersysteem. Zij wees
er op dat daarbij soms nog veel tussenstappen nodig zijn.</al>
      <al>In andere landen zijn de termijnen toch ook langer dan zes maanden.</al>
      <al>In antwoord op de opmerkingen van de heer Zijlstra over de risico's van
bezwaar en beroep wees de minister er tenslotte op dat zodra het wetsvoorstel
is aanvaard en in het Staatsblad zal zijn geplaatst de procedure zo spoedig
mogelijk kan worden gestart. De beauty contest kent geen gelijke termijn.
Een veiling van de grote vergunningen zou bij twee partijen kort na 1 januari
tot gunning kunnen leiden, bij meer partijen kort na 1 maart. Bij een beauty
contest zal dit minstens zes maanden in beslag nemen. Dit vergt immers publicatie
van de criteria, het opstellen van een witboek en Europese aanbesteding. Het
risico van schadeclaims wordt hierbij bovendien als zeer groot ingeschat,
veel groter dan bij een veiling. Zij oordeelde derhalve dat de wetswijziging
met de grootst mogelijke spoed doorgang moest vinden. Eind van de week zou
dan ook een reactie komen op het uitgebrachte verslag van de vaste commissie.
Op 6 november 1997 zal een mondeling overleg in de Tweede Kamer worden gehouden;
zij hoopte hierbij dan ook de novelle te kunnen betrekken. </al>
      <tuskop letat="vet">Slotopmerkingen uit de commissie</tuskop>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Boorsma</nadruk> merkte op dat de minister niet de indruk moet
krijgen dat de CDA-fractie overtuigd is geraakt door de benadering en de antwoorden
van de minister. </al>
      <al>De heer <nadruk type="vet">Zijlstra</nadruk> verklaarde dat ook bij de PvdA-fractie de
twijfels nog niet waren weggenomen. </al>
      <ondtek>
        <functie>De voorzitter van de commissie,</functie>
        <naam>Baarda</naam>
        <functie>De griffier van de commissie,</functie>
        <naam>Heijnis </naam>
      </ondtek>
      <bijlage>
        <titel>BIJLAGE</titel>
        <al>Den Haag, 8 oktober 1997 </al>
        <tuskop letat="rom">Aan de minister van Verkeer en Waterstaat  Mevrouw A.
Jorritsma-Lebbink  Plesmanweg 1–6  2597 JG Den Haag</tuskop>
        <al>De vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat heeft zich in de vergadering
van 7 oktober 1997 beraden over uw brief van 6 oktober 1997 inzake de verdere
behandeling van wetsvoorstel <nadruk type="vet">25 171</nadruk><nadruk type="cur">Wijziging van de
Wet op de telecommunicatievoorzieningen in verband met de invoering van het
veilen van schaarse frequenties voor systemen van digitale mobiele telecommunicatie
(veilen frequenties mobiele telecommunicatie).</nadruk></al>
        <al>De commissie heeft besloten hierover in een mondeling overleg op zo kort
mogelijke termijn met u van gedachten te wisselen en zij heeft hiertoe een
afspraak gemaakt met uw secretaresse voor 28 oktober 1997 om 16.00 uur.</al>
        <al>Als basis voor dit overleg dient bijgevoegd voorstel van de woordvoerder
van de CDA-fractie, waarvan de commissie met waardering kennis heeft genomen.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>De griffier van de commissie,</al>
        <al>mr. G. Elisabeth Heijnis.  </al>
      </bijlage>
    </stuk>
  </body>
  <voetnoot id="v1.1" nr="1">
    <al>Samenstelling:  Talsma (VVD), Baarda (CDA) voorzitter, Zijlstra (PvdA),
Eversdijk (CDA), Hilarides (VVD), Vrisekoop (D66), Pitstra (GL), Rongen (CDA),
Batenburg (AOV), Lodewijks (VVD), Van den Berg (SGP), Hendriks, Bierman, De
Wit (SP) en Linthorst (PvdA).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="v3.1" nr="1">
    <al>Deze brief maakt onderdeel uit van een briefwisseling tussen de minister
en de Europese Commissie. Deze briefwisseling is ter inzage gelegd op het
Centraal Informatiepunt onder griffienr. 119318.15.</al>
  </voetnoot>
</kamerwrk>