Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201119637 nr. 1439

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1439 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juli 2011

Aanleiding

Met deze brief informeer ik u over resultaten die geboekt zijn met een intensieve, ketenbrede aanpak van fraude en misbruik in het asiel- en nareisbeleid door Somalische asielzoekers. Deze resultaten zijn terug te zien in de cijfers. Zo wordt op dit moment (in 2011) nog minder dan 10% van de mvv-aanvragen1 voor nareis ingewilligd die door Somaliërs worden ingediend vanuit het buitenland. Dit komt neer op ongeveer 30 personen per maand, terwijl in 2010 in totaal ruim 2300 mvv-nareisaanvragen van Somaliërs zijn ingewilligd. Het aantal mvv-nareisaanvragen van Somaliërs daalt aanzienlijk en ook het aantal eerste asielaanvragen van Somaliërs is gedaald: terwijl in 2009 ongeveer 5900 asielaanvragen werden ingediend en in 2010 ongeveer 3400, ligt het aantal eerste asielaanvragen van Somaliërs in 2011 tot en met de maand mei op ruim 800 waarmee de dalende trend doorgaat. Vanzelfsprekend zal ik deze succesvolle aanpak in de bestrijding van fraude en misbruik voortzetten. Voorts zal ik een extra slag maken om ook vergunningen die reeds aan Somaliërs zijn verstrekt te beoordelen op mogelijke fraude.

In deze brief zal ik u, na een korte uitleg over het nareisbeleid, informeren over de maatregelen die zijn getroffen. Vervolgens geef ik u een uitgebreid overzicht over de behaalde resultaten. Tenslotte zal ik uiteenzetten wat mijn vervolgstappen zullen zijn.

Beleid ten aanzien van nareizigers

Gezinsleden van asielstatushouders worden toegelaten indien hiertoe binnen drie maanden nadat aan de hoofdpersoon een asielvergunning is verleend een aanvraag is ingediend, er sprake is van een feitelijke gezinsband die al in het land van herkomst bestond en de gezinsleden dezelfde nationaliteit hebben als de hoofdpersoon. Hierbij hoeft niet aan extra voorwaarden te worden voldaan zoals een inkomenseis of inburgeringsexamen. Teneinde legale inreis van de nareizigers mogelijk te maken kan een aanvraag voor een machtiging voorlopig verblijf worden ingediend. Na inreis in Nederland kunnen de gezinsleden zelfstandig een asielaanvraag indienen.

Misbruik en fraude en maatregelen om deze tegen te gaan

Het misbruik van de asiel- en nareisprocedure hield met name in dat asielvergunninghouders om overkomst verzochten van vreemdelingen die feitelijk geen deel uitmaakten van het gezin in het land van herkomst. Zo werd vaak melding gemaakt van pleegkinderen die in het gezin zouden zijn opgenomen, terwijl dit feitelijk niet het geval was. Voorts was er sprake van vingertopmutilatie door met name Somalische asielzoekers, waardoor geen goede vingerafdrukken konden worden afgenomen. Hierdoor kon de identiteit niet worden vastgesteld en kon geen onderzoek plaatsvinden inzake een mogelijk eerder verblijf in andere Europese landen.

Er zijn diverse aanvullende maatregelen genomen ter aanscherping van het nareisbeleid met als doel om fraude en misbruik van dit beleid tegen te gaan.

  • Er wordt aan de vreemdeling om aanvullend bewijs gevraagd; daarmee wordt de bewijslast voor de vreemdeling verzwaard;

  • Er worden op de Nederlandse ambassades aanvullende identificerende vragen gesteld aan de gezinsleden die nareis wensen. Indien geen consistente verklaringen worden afgelegd over de gezinsband, wordt de aanvraag afgewezen;

  • Door de IND zijn medewerkers uitgezonden naar de diplomatieke vertegenwoordiging in Addis Abeba in Ethiopië, waar 80% van de mvv-aanvragen voor nareis door Somaliërs wordt ingediend;

  • Er wordt vaker tegengeworpen dat een pleegkind feitelijk niet langer tot het gezin behoort, bijvoorbeeld als er aanwijzingen zijn dat het pleegkind sinds het vertrek van de hoofdpersoon is opgenomen in een ander gezin;

  • Gezinsleden die door de in Nederland verblijvende hoofdpersoon niet tijdens de asielprocedure door de hoofdpersoon als gezinslid worden genoemd, komen niet in aanmerking voor nareis bij deze persoon.

De maatregelen die zijn getroffen om fraude bij de aanvraag van asiel te voorkomen betroffen de maatregelen om de moedwillige frustratie van het afnemen van goede vingerafdrukken tegen te gaan alsmede het afschaffen van het categoriaal beschermingsbeleid.

Trends en cijfers

Op 16 augustus 2010 ontving uw Kamer van de toenmalige minister van Justitie het rapport «Evaluatie beleidswijzigingen Somalie». In dit rapport werden de resultaten weergegeven van de in 2009 door de toenmalige Staatssecretaris van Justitie aangekondigde beleidsmaatregelen om geconstateerde fraude en misbruik door – met name – Somalische asielzoekers tegen te gaan2. In het evaluatierapport werden diverse effecten van de getroffen maatregelen beschreven over de periode van begin 2009 tot begin 2010, waaruit – kort weergegeven – bleek dat de asielinstroom van Somaliërs daalde en vingertopmutilatie nauwelijks meer voorkwam. Het was ten tijde van deze evaluatie nog te vroeg om conclusies te trekken over het effect van de maatregelen met betrekking tot het nareisbeleid. Inmiddels is een duidelijker effect van de maatregelen zichtbaar dan tijdens het opstellen van de evaluatie. Onder andere als gevolg van de beleidsmaatregelen en de gezamenlijke inzet van de ketenpartners om fraude en misbruik in deze procedures te bestrijden, alsmede het beëindigen van het categoriaal beschermingsbeleid voor Somalische asielzoekers medio 2009, zien we een drietal trends. Ik licht deze trends hieronder toe.

De duidelijkste trend die zich voordoet is de sterke daling van het inwilligingspercentage van de mvv-aanvragen van Somalische vreemdelingen voor nareis sinds de maatregelen zijn ingegaan. Terwijl in 2007 en 2008 nog meer dan de helft van de behandelde mvv-nareisaanvragen werd ingewilligd, bedroeg dit percentage in 2009 nog ongeveer 30% (ruim 1400 inwilligingen) en in 2010 minder dan 25% (ruim 2300 inwilligingen; in 2010 zijn meer aanvragen behandeld). In het eerste halfjaar van 2011 is dit percentage nog afgenomen tot minder dan 10%. Het aantal nareizende Somaliërs dat in aanmerking komt voor verblijf in Nederland, schommelde in de eerste vijf maanden van 2011 rond de 30 per maand waar eerder het gemiddelde tot ongeveer 280 inwilligingen per maand opliep. Uit deze cijfers blijkt dat er niet alleen een goede aanleiding was om de hiervoor genoemde aanpak tegen fraude in te voeren maar ook dat de genomen maatregelen effectief zijn gebleken.

Een tweede trend die sinds het tweede halfjaar van 2009 wordt waargenomen is een afname van het aantal aanvragen voor een mvv-nareis ingediend door Somaliërs: in het tweede halfjaar van 2010 was er sprake van een daling van ruim 26% ten opzichte van het tweede halfjaar van 2009. Binnen de totale categorie mvv-aanvragen voor gezinshereniging lag het aandeel gevormd door Somalische mvv-aanvragen voor nareis in de tweede helft van 2010 nog wel relatief hoog. In de eerste vijf maanden van 2011 ligt het aanbod per maand gemiddeld rond de 430 mvv-aanvragen voor nareis en daarmee lijkt de dalende trend zich voort te zetten.

Voorts is in 2010 een daling zichtbaar in het aantal eerste asielaanvragen van Somalische vreemdelingen. In 2010 werden ongeveer 3400 asielaanvragen ingediend door Somaliërs en dit is 43% minder dan in 2009 toen ongeveer 5900 Somalische asielaanvragen werden ingediend. In 2011 zijn in de periode tot en met mei ruim 800 asielaanvragen door Somaliërs ingediend waarmee de dalende trend zich voortzet. Een aanzienlijk deel van de Somalische asielaanvragen bestaat uit de nareizigers die een mvv hebben gekregen en na inreis in Nederland een asielaanvraag indienen.

Concluderend kan ik stellen dat de getroffen maatregelen het beoogde effect hebben.

Vervolgstappen

De fraude-aanpak heeft goede resultaten opgeleverd en leidt tot minder asiel- en nareis aanvragen en meer afwijzingen van nareisaanvragen. Ik vind het dan ook belangrijk om de ingeslagen weg te vervolgen nu deze succesvol is gebleken. De reeds ingevoerde maatregelen zullen daarom worden voortgezet. Dat leidt tot de vraag wat te doen met de groep die vóór de invoering van deze maatregelen in het bezit is gesteld van een vergunning voor bepaalde tijd. Ik acht het van belang om ook deze vergunningen op dezelfde wijze te beoordelen op mogelijke fraude. Deze zullen successievelijk worden gecontroleerd:

  • Allereerst die gevallen waarin de identiteit niet kon worden vastgesteld door bijvoorbeeld vingertopmutilatie.

  • Vervolgens de gevallen waar sprake is van misbruik en fraude in de nareisprocedure (zowel de vergunning van de hoofdpersoon als die van het gezinslid).

  • De aanvragen voor het omzetten van de asielvergunning voor bepaalde tijd in onbepaalde tijd, of verlenging van de vergunning.

Gaandeweg worden dus alle vergunningen opnieuw bekeken op mogelijke fraude. Uit het oogpunt van beschikbare capaciteit zal de herbeoordeling niet in een keer plaats kunnen vinden maar in de volgorde zoals beschreven. Vanzelfsprekend zal dit gebeuren met inachtneming van de uitspraak die op 28 juni jongstleden is gedaan door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Somalische zaken tegen het Verenigd Koninkrijk (app.nr. 8319/07 en 11449/07 inzake Sufi en Elmi versus VK). Alle Europese landen zullen hier invulling aan moeten geven. Ik beraad mij nog op de beleidsmatige consequenties die uit deze uitspraak volgen en zal uw Kamer hierover zo spoedig mogelijk berichten.

Op deze wijze wordt gewaarborgd dat uiteindelijk vóór het moment dat de vergunningverlening voor onbepaalde tijd aan de orde is, alle zaken op mogelijke fraude zijn getoetst.

De minister voor Immigratie en Asiel,

G. B. M. Leers


X Noot
1

Mvv staat voor machtiging tot voorlopig verblijf, dit is een inreisvisum.

X Noot
2

Tweede Kamer, vergaderjaar 2008–2009, 19 637, nr. 1261.

Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 19 637 nr. 1359.