Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200817050 nr. 345

17 050
Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

nr. 345
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 10 december 2007

Conform mijn toezegging in het Algemeen Overleg van 31 oktober 2007 (kamerstuk 17 050/29 407, nr. 344), ontvangt u bijgaand het rapport «Verkenning ketensamenwerking opsporing in het domein van SZW», van De Galangroep (De Galan)1, dat ik hierna zal voorzien van mijn reactie. De Galan heeft in opdracht van mijn ambtsvoorganger een verkenning uitgevoerd naar de mogelijkheden voor een versterking van de ketensamenwerking bij de opsporing in het SZW-domein. De Galan komt in zijn rapport met twee adviezen.

• Vergroot de rol van de bestuursrechtelijke afdoening, door het optrekken van de aangiftegrens van € 6 000,– naar € 10 000,–, en

• Bundel de thans versnipperde «lichte» opsporing in één organisatie;

Kerngedachte achter deze adviezen is de vergroting van de transparantie, effectiviteit en de efficiency van de handhaving in het algemeen en van de controle en de opsporing in het bijzonder. Belangrijk daarbij is dat in de uitvoering van het handhavingsbeleid de nadruk op preventie ligt, overeenkomstig het Handhavingsprogramma van SZW. Handhaving dient gericht te zijn op het voorkomen van overtreding van de wet- en regelgeving. Indien deze toch wordt overtreden dan dient die overtreding zo snel mogelijk te worden vastgesteld en te worden beëindigd. Een snelle constatering zorgt ook voor een beperking van het fraudebedrag. Bedragen onder de aangiftegrens kunnen met lik-op-stuk beleid via een bestuursrechtelijke aanpak (met een waarschuwing, een boete of een maatregel) worden afgedaan. De strafrechtelijke afdoening is het sluitstuk van de handhaving (ultimum remedium).

In de verkenning en in het advies van De Galan is de focus gericht op een bundeling van de lichte opsporing op het SZW-terrein (inclusief de gemeenten) in één organisatie (bij de SIOD dan wel bij een Shared Service Center). Met die bundeling wordt alle opsporing geconcentreerd en gescheiden van de controlefunctie. Daarmee wordt de strafrechtketen op het SZW-terrein logischer en transparanter. Het nadeel daarvan is dat de opsporing wordt losgekoppeld van de primaire uitvoeringsprocessen bij de SVB, het UWV en de gemeenten. Gelet hierop is de uitwerking van de adviezen van De Galan niet gericht op een volledige bundeling van de opsporing, maar op een concentratie van de bijzondere opsporingsbevoegdheden, in combinatie met een vernieuwing van het werkproces bij het UWV en de SVB.

De beweging die zowel het UWV als de SVB in gang heeft gezet om te komen tot een vergroting van de rol van de bestuursrechtelijke handhaving sluit naadloos aan bij de eerder genoemde uitgangspunten. Beide organisaties vernieuwen hun handhavingsproces, waarbij het accent ligt op een versterking van de preventie- en controleprocessen. In de kern gaat het erom dat schades als gevolg van regelovertreding eerder worden ontdekt, waardoor het schadebedrag lager is en er vaker kan worden volstaan met een bestuurlijke boete, maatregel of waarschuwing. Het door cliënten terug te betalen bedrag loopt minder hoog op. Cliënten weten eerder waar ze aan toe zijn. Doordat de doorlooptijd totdat sanctionering daadwerkelijk plaatsvindt kort is, is er voorts sprake van een directer effect op het gedrag van de cliënt (lik-op-stuk). Voor cliënten van UWV geldt bovendien als voordeel dat zij minder snel geconfronteerd worden met een strafblad zodat hun kans op reïntegratie groter is.

In het handhavingsproces van beide organisaties kunnen onderzoeken naar regelovertreding op bestuursrechtelijke basis gestart en afgerond worden, tenzij er gerede aanleiding is om strafrechtelijk onderzoek (opsporing) in te zetten. Indien na berekening van de schade blijkt dat het benadelingsbedrag de aangiftegrens overschrijdt, komt een zaak in aanmerking voor strafrechtelijke afdoening. In dat geval zal het verhoren van een verdachte en het opmaken van een proces-verbaal door het UWV en de SVB worden gedaan, door medewerkers met opsporingsbevoegdheden. De accentverlegging richting meer bestuursrechtelijke handhaving resulteert in het eerder en meer inzetten van inspectiecapaciteit in het werkproces, met als resultaat meer inspecties en controlerapporten en meer bestuurlijke afdoening. Dit wordt in het rapport van De Galan onderschreven. Versterking van het controleproces heeft naar verwachting ook tot gevolg dat minder zaken tot een proces-verbaal zullen leiden, wat een vermindering van de benodigde, veelal duurdere opsporingscapaciteit betekent.

Onderzoeken waarbij de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden noodzakelijk is (bijvoorbeeld doorzoeking, observatie) zullen door de SIOD worden uitgevoerd. Dit sluit aan bij de deskundigheid van de SIOD. Dit leidt – zoals De Galan in zijn rapport aangeeft – tot een verdere professionalisering van de opsporing. Voortvloeiend hieruit zullen het UWV en de SVB een deel van hun opsporingscapaciteit aan de SIOD overdragen.

Over de opsporingstaken van de gemeenten heb ik op grond van de WWB geen zeggenschap. Wel wil ik, in het licht van de adviezen van De Galan, de gemeenten faciliteren in het vergroten van de effectiviteit en efficiency van hun opsporingstaken door de gemeenten de mogelijkheid te geven een samenwerking aan te gaan met de SIOD. In dit kader wil ik u informeren over een samenwerkingsproject tussen de SIOD en de gemeente Arnhem. De Gemeente Arnhem en de SIOD hebben ten behoeve van strafrechtelijke onderzoeken een dienstverleningsovereenkomst afgesloten voor de periode van één jaar. De pilot is gestart op 1 mei 2007 en eindigt op 1 mei 2008. Over de eerste periode van het pilot project is de samenwerking goed te noemen. Cijfermatig zijn er goede resultaten geboekt. Vanaf 1 mei 2007 zijn vierentwintig zaken uitgezet bij de SIOD. Negen onderzoeken zijn inmiddels afgerond. De verwachting is dat deze resultaten nog zullen verbeteren naarmate de ervaring in de samenwerking toeneemt.

Ten slotte heb ik naar aanleiding van de adviezen van De Galan ook overleg gevoerd met het OM. De grens voor de aangifte van sociale zekerheidsfraude ligt vast in de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude, die nog tot 1 oktober 2008 geldig is. Het OM onderzoekt op dit moment de mogelijkheden tot aanpassing van de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude. De mogelijkheden tot ophoging van de aangiftegrens, is al of niet in combinatie met meer kwalitatieve criteria onderwerp van het OM-onderzoek. Ik zal u hierover tezijnertijd informeren.

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. Aboutaleb


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.