﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="moti">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-17050-270/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2004-2005</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.8.0__3.4" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST80077</ordernr>
    <vergjaar>2004-2005</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>17 050</nummer>
      <naam>Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale
zekerheid en subsidies</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>270</nummer>
      <titel>MOTIE VAN HET LID <lid>NOORMAN-DEN UYL</lid></titel>
      <datum>Voorgesteld 12 oktober 2004</datum>
      <al>De Kamer,</al>
      <witreg></witreg>
      <al>gehoord de beraadslaging,</al>
      <witreg></witreg>
      <al>constaterende, dat bij de uitvoering van het begrip gezamenlijke huishouding
in de AOW grote onrust onder AOW-ers is ontstaan;</al>
      <witreg></witreg>
      <al>constaterende, dat het thans gevoerde beleid door de uitvoeringsorganisatie
bloot staat aan scherpe kritiek en discussie over de juiste interpretatie
van de wet- en regelgeving;</al>
      <witreg></witreg>
      <al>overwegende, dat de wetgever bij het vaststellen van de gezamenlijke huishouding
beoogd heeft met de verificatie van feitelijke gegevens de beslissing van
de uitkeringsinstantie optimaal te objectiveren;</al>
      <witreg></witreg>
      <al>verzoekt de regering:</al>
      <al>– binnen twee maanden de Kamer een voorstel te doen omtrent de regels
waarop het al dan niet hebben van een gezamenlijke huishouding in de AOW wordt
vastgesteld en welke controle-instrumenten daarbij in welke proportie worden
ingezet;</al>
      <al>– het advies van de Cliëntenraad van de SVB over de uitvoering
van de toets op de gezamenlijke huisvestingsnorm per omgaande aan de Kamer
ter kennis te stellen en dit advies te betrekken bij het bovengenoemde voorstel;</al>
      <al>– in het genoemde voorstel voorts een bepaling op te nemen waardoor
in de AOW gelijk zoals in de WWB en ANW thans het geval is, een proefperiode
voor samenwoning wordt opgenomen en de daarvoor geldende termijnen,</al>
      <witreg></witreg>
      <al>en gaat over tot de orde van de dag.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Noorman-den Uyl</al>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>