﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<kamerwrk kamer="2" publtype="brif">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-17050-269/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Tweede Kamer der Staten-Generaal</titel>
    <subtitel>2</subtitel>
    <subtitel>Vergaderjaar 2004-2005</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.10" conv="prod1.8.0__3.4" markup="1xa"></versie>
    <ordernr>KST80039</ordernr>
    <vergjaar>2004-2005</vergjaar>
    <onderw>
      <nummer>17 050</nummer>
      <naam>Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale
zekerheid en subsidies</naam>
    </onderw>
  </frontm>
  <body>
    <stuk>
      <ltrlabel>Nr. </ltrlabel>
      <nummer>269</nummer>
      <titel>BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE</titel>
      <al>Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Den Haag, <datum>6 oktober 2004</datum></al>
      <witreg></witreg>
      <al>In navolging op onze brief van 4 mei 2004 (Kamerstukken II, 17 050,
nr. 263) bericht ik u mede namens de ministers van BZK en van Financiën
het volgende.</al>
      <al>Aan uw Kamer is toegezegd om in september 2004 nader te rapporteren over
de in de beleidsreactie bij de aanbieding van het WODC rapport «Uit
onverdachte bron» aangekondigde voornemens. De uitwerking van de aangekondigde
voornemens is thans echter nog in volle gang. Ik verwacht u voor het einde
van het jaar over de uitkomst hiervan te kunnen berichten.</al>
      <ondtek>
        <functie>De Minister van Justitie,</functie>
        <naam>J. P. H. Donner</naam>
      </ondtek>
    </stuk>
  </body>
</kamerwrk>