4 Debat regeringsverklaring

Aan de orde is het debat over de regeringsverklaring.

De heer Wilders (PVV):

Mevrouw de voorzitter. Wat een bende. Wat een enorme bende. Wat een aanfluiting. Wat een wanvertoning. Wat een blamage, een blamage voor dit kabinet, een blamage voor Nederland, een blamage voor onze “sorry-premier”. Wat een ongelofelijk amateurisme. Wat een beginnerswerk. Wat een gedrocht. De zoveelste bijgewerkte editie van het regeerakkoord, een gedrocht dat we gisteravond pas mochten ontvangen nadat ze tot het allerlaatste moment nog dingen moesten wijzigen. Elke versie wordt erger, elke aanpassing nog rampzaliger. Wat we gisteren ook ontvingen, was het sorry van de premier. Hij moest nog dieper buigen voor de socialisten. Hij ging diep, diep door het stof. Ik ben er ook wel blij mee. Ik hoop dat die excuses het begin zijn van een groot aantal sorry’s die de Nederlandse middenklasse nog tegemoet kan zien.

Ik hoop op een sorry voor de nivelleringsoperatie van Rutte II. Want dit kabinet voert een socialistische politiek van inkomensherverdeling, nu niet meer via de ziektekostenpremies, maar via de belastingen. Excuses zijn op zijn plaats voor dit stukje maakbaarheid van de samenleving. Voor sommigen een feest, maar niet voor de middengroepen, die deze waanzin moeten betalen. Ik kijk ook uit naar een sorry voor hardwerkend Nederland, dat fors inlevert. Ik hoop op een sorry voor onze AOW’ers met een klein pensioen. De mensen die Nederland hebben opgebouwd, mogen meer dan 5% inleveren. Zeg daar eens sorry voor, Mark!

Ik verlang een sorry voor de mensen rond een en anderhalf keer modaal, van wie een kwart, bijna 25%, meer dan 5% moet inleveren. Ik hoop op een sorry voor de 15% van alle Nederlanders die er meer dan 5% op achteruitgaan dankzij dit kabinet. Ik hoop een sorry voor het eigen risico, dat omhooggaat en inkomensafhankelijk wordt. Ik hoop op een sorry voor de consumenten die de btw zagen stijgen en de inflatie zagen oplopen. Ik hoop op een sorry voor al die Nederlanders, al die verzekerden die meer assurantiebelasting moeten betalen. Ik hoop op een sorry voor de hogere huren en op een sorry voor het morrelen aan de hypotheekrenteaftrek, ook voor bestaande gevallen. Ik kan zo nog wel een uur doorgaan.

Het Centraal Planbureau heeft het uitgerekend: tienduizenden Nederlanders worden dadelijk extra werkloos dankzij deze kabinetsplannen. Kunnen die ook rekenen op een sorry van de minister-president? Ik zie ook uit naar een sorry voor de flits-WW. Na een jaar werkloosheid kom je op het bijstandsniveau en daarna, daarna kun je je eigen huis opeten.

Gaat minister-president Rutte ook sorry zeggen tegen al die Nederlanders die de lastenverzwaringen van 5 miljard euro voor hun kiezen krijgen? Gaat hij al die keukentafels in Nederland langs? Gaat de rooie Rutte zijn excuses aanbieden voor de VVD-slogan “niet doorschuiven maar aanpakken”, terwijl de tekst had moeten luiden: niet aanpakken maar afpakken? Want dat is wat dit kabinet doet.

Krijgen we ook een sorry aan het adres van al die mensen in Nederland die strategisch VVD hebben gestemd omdat ze geen socialisten in het kabinet wilden, maar nu tot hun spijt en ergernis moeten vaststellen dat dankzij de VVD een beleid van socialistische nivellering wordt gevoerd? Minister-president, u kunt nu wel lachen, maar kunt u daar ook een sorry voor geven?

De heer Pechtold (D66):

Nu valt uit de mond van de heer Wilders voor de zoveelste keer het woord nivelleren te horen. Is hij daar nu voor of tegen?

De heer Wilders (PVV):

Kijk naar ons verkiezingsprogramma. Dan ziet u in de doorrekening van het CPB dat wij iedereen in de plus hebben, behalve de mensen met een uitkering. Die staan op de nul. Volgens mij heet dat denivelleren.

De heer Pechtold (D66):

In de debatten van twee weken geleden heb ik de heer Wilders aan zijn paarse verleden herinnerd. Dat was wat pijnlijk, dat is tien jaar geleden. Nu wil ik hem echter graag aan een uitspraak van vorig jaar, gericht tegen de heer Cohen, herinneren. De heer Wilders zei toen in september: we hebben er nu al voor gezorgd dat we bijna met een miljard euro hebben genivelleerd. Dat was toen zijn streven. Hij kon dat kabinet niet afmaken, maar hij had anders nog verder gewild. Kijk, ik vind het prima als je iemand aanvalt, maar probeer een beetje een rechte lijn te houden met je eigen verleden.

De heer Wilders (PVV):

Zeker, wij houden een rechte lijn. Bij de heer Cohen was zo ongeveer alles geoorloofd, ook deze grap over nivellering. Maar wij zijn er niet voor, mijnheer Pechtold, om mensen die hard werken de prijs te laten betalen van hun harde werken. Dat doet dit kabinet namelijk. In ons verkiezingsprogramma, dat een halfjaar oud is, ziet u dat wij het tegenovergestelde doen.

De voorzitter:

Mijnheer Pechtold, tot slot.

De heer Pechtold (D66):

Mij gaat het om het volgende. Als heel veel mensen onrustig worden omdat er inderdaad geen duidelijkheid is, moet je wel helder voor ogen hebben wat je zelf wilt bereiken. Bij de heer Wilders krijg ik toch steeds het gevoel dat het, linksom of rechtsom, gewoon niet moet deugen en dat alleen de woede die hij verwoordt, klopt. Het paarse verhaal – er is hier geen Kamerlid uit paars meer bij aanwezig – is inmiddels slap geworden, maar het verhaal van nivelleren slaat ook nergens meer op. Een jaar geleden stond de heer Wilders dat nog te verdedigen in de Kamer als een van zijn verworvenheden en als een van de beste bijdragen van de PVV aan Rutte I.

De heer Wilders (PVV):

Nee, dat is absoluut niet het geval. Sterker nog: het kabinet Rutte I, waar wij een kleine twee jaar onze gedoogsteun aan hebben gegeven, was in tegenstelling tot Rutte II een kabinet dat denivelleerde. Dat niet nivelleerde, maar denivelleerde. Nu gaan ze op de nivelleringstoer en dat is hartstikke fout.

Eén groep krijgt zeker nog een sorry van deze minister-president, en dat zijn de Grieken. Die moeten al drie dagen lang wachten op de miljarden van Nederland. Ik voorspel hier het volgende, let maar op. Straks gaat de heer Rutte gewoon gireren naar Athene. Dan doet hij er een briefje bij met de tekst “sorry, neem mij niet kwalijk, de volgende keer betaal ik gewoon weer op tijd, sorry, sorry, sorry”. Dat is wat er gaat gebeuren.

Weken zaten ze in de Stadhouderszaal. De mannen van stavast, de stoere onderhandelaars, de knappe koppen. Wat vonden ze zichzelf slim. Zij gingen het allemaal bewijzen. Niet dat slappe gedoe uit het Catshuis. Nee, hier ging iets groots verricht worden. Snel, snel zouden zij er met elkaar uitkomen. Zij zouden weleens laten zien waar ze toe in staat zijn, grootse daden, uitruilen werd het genoemd. Geen schaduw of ze sprongen er wel overheen. Machopraatjes, grote monden. Ze hadden elkaar van alles gegund, zo vertelden ze trots. Maar, zo zeg ik via de voorzitter tegen de minister-president, dat is nu net waar het misgaat. Het is bij onderhandelingen niet de bedoeling dat je op de eerste plaats je tegenstanders iets gunt, zeg ik tegen de heer Rutte. Het is de bedoeling dat je je eigen kiezers iets gunt. Daarvoor zit je aan de onderhandelingstafel. Toen de heer Rutte en ik in het Catshuis aan het onderhandelen waren, heb ik dat ook laten zien. Daarom duurde het zo lang. Daarom kwamen we er ook niet uit. Ik vond mijn woord houden tegenover de PVV-kiezers belangrijker dan het pluche. Dat is precies wat deze minister-president verkeerd heeft gedaan. Hij heeft zijn hele VVD-imago te grabbel gegooid aan de socialisten om in het Torentje te kunnen blijven. Hij bezuinigt Nederland kapot en de middenklasse is de klos. Heel Nederland snapt nu dat wij die ellende niet voor onze rekening wilden nemen en gestopt zijn in het Catshuis. Dat is karakter, en niet het plucheplakken dat u doet, mijnheer de minister-president.

Ze waren er in een middagje uit. Ze wilden laten zien dat ze slim zijn. Het was een haastklus. Het moest snel, snel. Het was een vluggertje. We hebben allemaal de negatieve gevolgen daarvan gezien. Het fundament waarop dit kabinet gebouwd zou worden, het regeerakkoord, is al aangepast voordat het door de Tweede Kamer is besproken. Twee weken geleden werd met trots de love baby van Mark en Diederik gepresenteerd. Nu moeten de makers zelf erkennen dat hij een misbaksel was en hebben ze hem te vondeling gelegd. Met zo’n kabinet heb je eigenlijk geen oppositie meer nodig.

Hoe gaat dat in de grotemensenwereld? Hoe gaat men daar om met dat soort blunders? Als je daar zo’n wanprestatie levert, moet je je biezen pakken. Dan moet je opstappen, maar dat geldt natuurlijk niet voor het tolerante Paars III. Paars III pakt de hardwerkende Nederlander, maar blijft zelf lekker zitten op het pluche.

Dat zijn ze dus. Daar zitten ze in vak-K. Ik kan niet anders dan dit het krukkenteam van FC Rutte noemen. Het is het eerste team ter wereld dat al is gedegradeerd voor het seizoen start. Nog nooit kwam een kabinet zo beroerd uit de startblokken. Alles ging mis: de beëdiging, de stukken die met horten en stoten naar buiten kwamen, de koopkrachtplaatjes, de bonje in de VVD. De Partij van de Arbeid, zette de polonaise in toen de VVD op de grond lag. Het regeerakkoord werd trots gepresenteerd en werd daarna weer ingetrokken en aangepast, want de cijfers klopten niet. Oh nee, ze klopten wel. De heer Samsom kreeg blauwe vingers van het twitteren. De heer Zijlstra ging het nog een keer uitleggen. En nu is het plan aangepast. Foutje, bedankt. De wedstrijd moet nog beginnen, maar nu al liggen de spelers aan het beademingsapparaat. FC Rutte is FC Knudde.

Er moet en er zal genivelleerd worden. We zullen Nederland moeten slopen voor de Griekse hobby van Mark en Diederik, maar dat is niet genoeg. We zullen ook richting het socialisme moeten worden gesleurd. De VVD als nivelleringspartij, wie had dat ooit gedacht? Wie had ooit kunnen bedenken dat Jan Pronk, de man die ooit als sinterklaas fungeerde voor iedere dictator in de derde wereld, de VVD nog eens moest uitleggen dat nivelleren met de zorgpremie echt te ver gaat. Is de VVD losgeslagen van haar fundamenten? Is dat een reële vraag? Nee, de VVD heeft geen fundamenten meer.

Nederland is een coalitieland. Iedereen snapt dat. Iedereen begrijpt dat er dan compromissen moeten worden gesloten. Dat is echter iets anders dan steeds van mening veranderen, of het nou gaat over de hypotheekrenteaftrek, die eerst heilig was en waaraan daarna wel wordt gemorreld voor bestaande gevallen, of het nou gaat over de forensentaks, die eerst aanvaard werd en toen overboord werd gezet, of het nou gaat over de inkomensafhankelijke zorgpremie, die eerst aanvaard werd en daarna gedumpt, of het nou gaat over de VVD-fractie, die twee jaar geleden bij monde van de heer Weekers zei dat er geen cent meer naar Griekenland zou gaan, waarna er miljarden naar Griekenland zijn overgemaakt.

Toen er de afgelopen week een kleine volksopstand uitbrak over de inkomensafhankelijke zorgpremie keek de VVD in haar verkiezingsprogramma of er misschien nog een belofte over was die ze konden breken. En ja hoor, ze hebben hem gevonden. Op pagina 14 van het verkiezingsprogramma van de VVD staat ie: belastingverlaging. Daar kan nog een mooie streep door, dacht rooie Rutte. En ook het laatste lesje geloofwaardigheid moet het raam uit. En daarom wordt het niet langer “werkend Nederland verdient een belastingverlaging” maar “werkend Nederland krijgt een belastingverhoging”. En ook nog een keer nivellerend en keihard gericht op de Nederlandse middenklasse.

Dit is ook het kabinet van de nieuwe miljarden naar de knoflooklanden. Gisteren werd bekend dat extra tijd voor Griekenland meer dan 30 miljard euro zou gaan kosten. Intussen ruziet de trojka over wat er moet gebeuren. Tijdens de verkiezingscampagne wist Mark Rutte precies wat er moest gebeuren. Hij zei: genoeg is genoeg; geen cent meer naar Griekenland. Maar ook hier, ik voorspel het u, gaat de heer Rutte draaien. De heren Asscher, inmiddels vicepremier, zei het tijdens de verkiezingscampagne zo: de stoere uitspraken van Rutte over het stoppen van de steun aan Griekenland zijn premieronwaardig. Daar zit u dan, mijnheer Asscher, en u hebt gelijk, hij gaat draaien. De heer Rutte draait nog harder dan een windmolen. Over windmolens gesproken, die draaien op subsidies, zei kandidaat Mark Rutte. Maar onder premier Mark Rutte gaan we ook de subsidiemolens voor windenergie subsidiëren en nog harder laten draaien.

De VVD heeft al haar principes overboord gegooid. Over je eigen schaduw heen springen heet dat. Ik kan die uitdrukking niet meer horen. De VVD heeft helemaal geen schaduw meer. Je kunt alleen maar een schaduw hebben als je een profiel hebt en dat profiel is links en socialistisch.

Voorzitter. Daar zitten ze dan. Ik zeg het opnieuw: de nieuwe ploeg in vak-K, de socialistische leden van de Opperste Sovjet van de Nederlandse volksrepubliek in oprichting. Zij zijn het die ons land kapot gaan bezuinigen. Zij zijn het die Nederland gek gaan nivelleren. Zij zetten vandaag een frontale aanval in op hardwerkend Nederland. De klassenstrijd is ingezet en premier Rutte, rooie Rutte, gaat de barricades op.

De samenstelling van dit kabinet vertelt ook haarfijn het drama dat wij de komende jaren tegemoet gaan. We hebben een minister van Buitenlandse Zaken die meeschreef aan de Europese grondwet, die Nederland in 2005 per referendum verwierp. We hebben een minister voor Buitenlandse Handel die nog nooit iets met handel te maken heeft gehad, behalve met de handel in gebakken lucht die ontwikkelingshulp heet. We hebben een minister van Onderwijs die de boerkini een goede zaak vindt voor de integratie van vrouwen. We hebben een PvdA-staatssecretaris van Volksgezondheid die zich niet aan de codes van zijn eigen partij houdt inzake veel verdienen, of moet ik zeggen “zakken vullen”. En we hebben een vicepremier die campagne voerde met posters in het Turks.

Voorzitter. Is het dan alleen maar kommer en kwel? Natuurlijk niet. Er is ook goed nieuws. Ik moet ook eerlijk zijn. Het goede nieuws is dat er bijvoorbeeld helemaal niemand met een dubbel paspoort zit in vak-K. Ik had mijn motie van wantrouwen al bij me, maar ik hoef die, op dit punt althans, niet in te dienen. Dat is weleens anders geweest. Mijn complimenten ook aan de heer Rutte persoonlijk. Hartstikke goed gedaan, Mark. Ik was daar ontzettend blij mee en ik dacht: weet je wat, ik ga die Mark eens feliciteren; ook wat goed nieuws van de grootste oppositiepartij. En ik geef een rondje weg. Gewoon om het te vieren en om eens aardig te zijn. Ik zie de heer Opstelten ook al aardig naar mij kijken. Ik dacht: laat ik wat aardigs terugdoen. Maar helaas, het feest gaat niet door want toen ik ging uitrekenen wat het me allemaal zou kosten met die inkomensafhankelijke krentenbollen en die inkomensafhankelijke koffie, bleek het zo duur te worden dat ik het maar achterwege heb gelaten.

Een serieuze vraag tussendoor. Hoe staat het kabinet eigenlijk tegenover de wet?

(hilariteit)

De heer Wilders (PVV):

Vraag, zei ik. Hoe staat het kabinet tegenover de wet? Twee weken geleden kwamen de socialisten bij elkaar in hun congres. Voor de helderheid: ik heb het over die socialisten en niet over die van de VVD. Aan het einde van dit congres sprongen zij in de houding, zo gaat dat daar, en zongen zij hun volkslied. Dat heet: de Internationale. Daarin valt te lezen, en dat zongen zij ook: “De staat verdrukt, de wet is logen”. Zo denken socialisten dus over de wet, als iets leugenachtigs waar je maling aan hebt.

Kameraad Samsom is naar eigen zeggen tien keer in zijn leven gearresteerd voor milieu-extremisme, en dan heb ik het nog alleen maar over het binnenland. Burgerlijke ongehoorzaamheid is dus blijkbaar prima volgens de socialisten. Mevrouw Ploumen, bewindspersoon in vak-K, heeft opgeroepen om kerkdiensten te verstoren. Natuurlijk nooit moskeediensten, maar kerkdiensten. Zij denkt: als je de verkeerde mening verkondigt, dan verstoor je toch gewoon de boel. Zie hier de cultuur van de Partij van de Arbeid. Minister Bussemaker was een vertegenwoordiger en bewoner van de Amsterdamse kraakbeweging en kraakhuizen. Als je geen huis hebt, dan pik je het toch gewoon, is de leus. De leus van de Amsterdamse kraakbeweging is dan ook: jullie rechtsstaat is de onze niet.

Daar komt nog het kinderpardon bij dat zegt: als jij je niet aan de wet houdt, is dat prima. Als de rechter stelt dat je weg moet en je blijft toch, dan komen wij toch gewoon met het zoveelste generaal pardon. “De wet is logen”, zo zingen de socialisten en de VVD neuriet dat inmiddels vrolijk mee.

Niet alleen fysiek, qua uiterlijk, maar ook in zijn algemeenheid lijken de heer Samsom en de heer Rutte een beetje op de Bassie en Adriaan van de Nederlandse politiek. Als zij vanavond samen lepeltje lepeltje onder hun dekbedje liggen – ik zie het al voor me, maar liever toch maar niet – zeggen zij tegen elkaar: wat zijn het toch een enorme sukkels daar in de Tweede Kamer. Zij slikken het kinderpardon als zoete koek. Samsom proest het dan uit. Rutte zegt: niemand die dat eigenlijk doorheeft, want het gaat eigenlijk ook om een vaderpardon, een moederpardon, een broerpardon, een zuspardon, allemaal zielig, allemaal welkom, zelfs de criminelen. De heer Samsom lacht zich suf. Hij zegt tegen Mark: de enige die gelukkig geen pardon krijgt, is de hardwerkende Nederlander, want die pakken wij. Hij mag meebetalen voor het zoveelste Partij van de Arbeidstemvee generaal pardon. En de heer Rutte, ook tevreden, denkt: fantastisch, Opsporing verzocht zit weer decennia goed. Daarna gaan zij nog wat kwartetten.

Intussen gaat de islamisering van Nederland verder, maar wordt de studiefinanciering voor de Nederlandse studenten opgeheven, net als de ov-jaarkaart. De maatregel voor de inkomensafhankelijke zorgpremie was zogenaamd alleen maar een foutje in de communicatie. Ik zeg echter tegen de minister-president: dat was geen foutje in de communicatie, het is een fout in de manier van denken, het is fout in het capituleren voor links.

Toen de heer Rutte ooit de Stemwijzer moest invullen, kwam hij uit op D66. Daar ligt zijn hart: op links. Toen wij hem gedoogden, hielden wij hem nog een beetje op het rechte pad, op het rechtse pad. Nu die disciplinerende rol van ons is weggevallen, kiest de heer Rutte voor zijn linkse inborst. Vol enthousiasme praat hij als leider van de VVD nu ineens over “eerlijk delen”. Ook net deed hij dat weer; hij heeft het gewoon over “eerlijk delen”. Dat is linkse codetaal voor “laat de Nederlandse middenklasse maar bloeden”. In het debat van twee weken geleden hield de heer Rutte een warm pleidooi voor dat totaal idiote generaal pardon. Hij verdedigde de waanzinnige ontwikkelingshulp. Hij kwam, net zoals vandaag, op voor de nivellering van inkomens. Hij stak de loftrompet over die verschrikkelijke Europese Unie en hij riep “hiep, hiep hoera!” voor de extra miljoenen aan belastinggeld die naar de failliete milieu-industrie gaan. Hij buigt voor de Greenpeace-activist Samsom. Het totale boerkaverbod sneuvelt en over de invulling van het strafbaar stellen van illegaliteit zijn de coalitiepartijen, als we de kranten mogen geloven, het nu al oneens. De minimumstraffen voor criminelen, een belangrijk punt, lezen we niet meer terug. Dat invullen van de Stemwijzer toen de heer Rutte op D66 uitkwam, was geen foutje; het was een zeldzaam moment van eerlijkheid van deze minister-president.

De Partij van de Arbeid dacht de afgelopen weken: weet je wat, als er een open wond is bij de VVD dan kieperen wij er nog wat peper en zout in. De wandelende wollen trui, ook wel Hans Spekman genoemd, riep: nivelleren is een feest. Het enige feest dat wij zien is een keiharde klassenstrijd tegen de middengroepen. Dit vijfjarenplan van dit kabinet neemt al die ellende van “Kunduz” over, zo zeg ik tot al die mensen die nu thuis televisie kijken of hier in de zaal het debat volgen. De verhoging van de btw nemen ze over, evenals de loonbelasting, de verhoging van de verzekeringsbelasting, de kolenbelasting, de leidingwaterbelasting, de alcoholaccijnzen, de tabaksaccijnzen, de energiebelasting en de forse verhoging van het eigen risico in de zorg. Daarbovenop komt nog voor zo veel Nederlanders de asociale huurverhoging, die tot 10% kan oplopen, het afbouwen van de hypotheekrenteaftrek, ook voor bestaande gevallen, de afschaffing van de studiefinanciering en van de ov-studentenkaart, 1 miljard extra lasten voor bedrijven, de dieselaccijnzen omhoog, een flits-WW die al na een jaar leidt tot bijstandsniveau en ga zo maar door.

Ik kan er niets aan doen dat “Grieken” rijmt op “zieken”, maar dit kabinet hakt voor maar liefst 5 miljard euro in de zorg: 60.000 handen minder aan het bed dankzij dit kabinet in 2017. Gemeenten worden verantwoordelijk voor de thuishulp, voor de zorg en begeleiding, maar worden ook voor miljarden gekort. De verzorgingshuizen voor onze ouderen worden afgeschaft, misschien wel een van de meest asociale maatregelen van dit kabinet. Mensen met echt zware noden zoals dementerenden komen niet zo maar meer het verpleeghuis in. Ze kunnen hun koopkracht met meer dan 60% zien dalen. Zorg vooral dat je niet ziek en hulpbehoevend wordt.

Laten we eerlijk zijn: dit is geen uitruilkabinet, dit is een uithuilkabinet. We zien overal in de samenleving nu al de gevolgen van dit kabinet Paars III. Het vertrouwen in de economie keldert, de huizenmarkt is tot stilstand gekomen en tot overmaat van ramp steekt het inflatiemonster nu al de kop op. Er is bijna 3% inflatie en waar komt dat door? Door de verhoging van de btw. Nog nooit is een kabinet zo beroerd van start gegaan. Nog nooit zijn de maatregelen zo verpletterend slecht geweest. Nog nooit zijn de verschillen tussen de regering en de grootste oppositiepartij zo dramatisch geweest. Terwijl Oost-Europeanen massaal naar ons land komen om onze banen in te pikken, wordt het ontslagrecht voor Nederlanders versoepeld en wordt de WW afgebouwd. Daaraan verandert de aanpassing van het regeerakkoord helemaal niets. Dit kabinet verzwaart de lasten met 5 miljard euro, terwijl wij in ons verkiezingsprogramma de lasten verlichten met 7,5 miljard euro; een gat van 12,5 miljard euro. Wat blijkt? Niet alleen hebben wij een beter plan van lastenverlichting, om de economie aan te jagen in plaats van de economie kapot te bezuinigen en mensen in hun portemonnee te raken, ook komt het overheidstekort bij mijn partij, de PVV, in 2017 zelfs lager uit dan bij dit kabinet.

Het gaat dus niet om beleidsverschilletjes. Het gaat om totaal verschillende en tegenovergestelde wereldbeelden. Wij van de Partij voor de Vrijheid geloven in de burger als motor van de economie en de welvaart. Dit kabinet gelooft in de staat: staatsomroep, staatsontwikkelingshulp, staatsimmigratie, staatsnivellering en staatswindmolens. Het kabinet gelooft zelfs dat de staat het klimaat kan beïnvloeden. Het gelooft ook dat de bureaucraten in Brussel mogen zeggen dat wij op hun bevel onze economie kapot bezuinigen. Dat zijn allemaal verkeerde keuzes.

Dit kabinet, mevrouw de voorzitter, is een kabinet van rancune. Rancune tegen mensen die geld verdienen en die na hard werken een paar euro hebben overgehouden. Dit kabinet, en niemand anders, zorgt voor een tweedeling in onze maatschappij. Dit rancunekabinet zet een boete op succes, met die extra lasten voor de middengroepen. Het heeft een boete in petto voor wie een eigen huis heeft. De VVD gelooft blijkbaar niet meer in bezitsvorming. Het kabinet stelt een boete op consumeren, dankzij die bizarre btw-verhoging. Er is een boete op hard werken en ook op verzekeren; je voorbereiden op problemen in de toekomst moet volgens diezelfde partij ook al worden tegengegaan. Het is allemaal rancune; rancune tegen succes, rancune tegen inspanning, rancune tegen ambitie en rancune tegen de Nederlandse middenklasse. Ik zei het al: met zo’n VVD hebben wij geen socialisten meer nodig.

De PVV staat daar totaal anders in. Ik geloof in Nederland. Ik geloof in de Nederlandse middenklasse. Ik geloof niet in de grachtengordel en alle vriendjes daaromheen die het voor het zeggen hebben. Ik geloof niet in hun sinistere idealisme, hun onzinnige multikul en hun zogenaamde tolerantie. Ik geloof niet dat onze welvaart te danken is aan de Brusselse bureaucraten. Ik geloof dat onze welvaart te danken is aan Nederlands hard werken. Ik geloof dat de economische groei van ons land het gevolg is van de inzet, de ambitie, het harde werken en het doorzettingsvermogen van de Nederlandse middenklasse. Ik geloof dat Nederland een onlosmakelijk deel uitmaakt van de westerse beschaving. Ik geloof dat de normen en waarden van ons land het beste zijn terug te vinden bij de ruggengraat van Nederland. Dat zijn de hardwerkende mensen, die nooit iets voor niets hebben gekregen. Zij moeten hard werken. Zij moeten niets hebben van de multikul of de gesubsidieerde linkse actiegroepen. Zij hebben altijd gesnapt dat ontwikkelingshulp weggegooid geld is. Zij zagen nooit iets in de Europese superstaat of in het openstellen van onze grenzen voor zigeuners uit Roemenië of voor goedkope werknemers uit Polen. Ik geloof voor Nederland in een stevig beleid van lastenverlichting, dat de middenklasse sterker maakt. De Nederlandse middenklasse, de motor van onze economie, de ruggengraat van ons land, de mensen die het echte geld verdienen.

Voorzitter. Ik rond af. Ik zei het twee weken geleden al: die hardwerkende mensen zullen wij van de PVV nooit in de steek laten en nooit voor de macht verraden zoals de heer Rutte met zijn VVD dat heeft gedaan. Voor al die mensen strijden wij. Dit kabinet geeft niet om die mensen. We hebben er geen enkel vertrouwen in dat het met dit blunderkabinet ooit nog goed komt. Het regeerakkoord moet de prullenbak in. Nederland verdient beter. U moet niet sorry zeggen, mijnheer de minister-president, u moet opstappen.

(geroffel op de bankjes)

De heer Zijlstra (VVD):

Voorzitter. Dit is mijn maidenspeech als fractievoorzitter, maar laten we toch aan interrupties doen.

De VVD is de verkiezingen ingegaan met een heldere boodschap, een boodschap die wij vanaf 2008 continu hebben herhaald en onderstreept: we moeten de overheidsfinanciën op orde krijgen en we moeten stoppen met meer uitgeven dan er binnenkomt. De VVD wil de schulden niet doorschuiven naar volgende generaties, niet naar onze kinderen en kleinkinderen. Daarom was het motto van ons verkiezingsprogramma: niet doorschuiven, maar aanpakken.

We hebben er nooit doekjes om gewonden: iedereen in Nederland gaat merken dat er bezuinigd moet worden. Door het kabinet-Rutte I en het begrotingsakkoord van dit voorjaar is er opgeteld 30 miljard bezuinigd. Als het kabinet-Rutte II in 2017 terugtreedt, dan is er nog eens 16 miljard extra bezuinigd. Dat is 46 miljard aan bezuinigingen. Dat is ruim € 2.500 per Nederlander, inclusief kinderen, ieder jaar opnieuw. Het is dan ook een illusie dat niemand dat zal merken. Dat ga ik hier vandaag dus ook niet verkondigen en dat heeft de VVD de afgelopen jaren ook niet gezegd.

De heer Roemer (SP):

De heer Zijlstra staat erbij alsof het een doel op zich is. Kijk eens hoe stoer wij zijn, 46 miljard bezuinigen in zeven jaar. Waarom hebben de heer Zijlstra en de VVD geen oog voor wat de consequenties daarvan zijn? Van die zestien miljard verdwijnt acht miljard al sowieso in het riool vanwege de uitverdieneffecten. Dankzij deze harde en kille bezuinigingen in zo’n korte tijd gaat de werkloosheid fors omhoog en dempen we de groei van de krimp. Waarom heeft de VVD daar geen oog voor, terwijl zo veel economen ons daar nationaal en internationaal voor waarschuwen?

De heer Zijlstra (VVD):

Daar hebben wij oog voor. Natuurlijk kijken wij naar de consequenties. Een van de redenen waarom wij het pijnlijke punt van het neerleggen van de zwaarste lasten bij de hoogste inkomens hebben geaccepteerd, is dat de last van deze bezuinigingen dermate groot is dat ook wij in deze crisistijd vonden dat dit een gerechtvaardigde eis was van coalitiepartner PvdA. Nog belangrijker is dat ik denk dat dit huis onder te verdelen is in partijen – waaronder die van u, mijnheer Roemer – die ervoor kiezen om nu niet in te grijpen, die de last doorschuiven naar de toekomst, die dus niet bereid zijn om de pijn en de verantwoordelijkheid te pakken en die niet aan hun kinderen durven uitleggen dat hun toekomst daardoor slechter wordt. Er zijn echter ook partijen, waaronder de mijne, die zeggen: ja, het doet pijn; nee, het is geen populaire boodschap en het zal ons allemaal raken, maar dat moeten we nu doen om ervoor te zorgen dat onze kinderen en kleinkinderen een betere toekomst hebben, dat zij gezondheidszorg hebben, goed onderwijs, dat er nog goede veiligheid is in dit land en dat al die voorzieningen waar wij trots op zijn, ook in de toekomst gehandhaafd kunnen worden. Dat is waarom we het doen.

De heer Roemer (SP):

Je merkt nu dat door die harde bezuinigingen die in een veel te kort tijdbestek worden doorgevoerd de werkloosheid de komende jaren, in die hele periode, alleen maar oploopt. Je merkt dat de economie een enorme duw krijgt, in negatieve zin. In Europa blijkt dat deze forse, harde bezuinigingen in alle landen leiden tot enorm extreme werkloosheid en daling van vertrouwen. Mijnheer Zijlstra, hoeveel van die ellendige voorbeelden wilt u nog hebben om de conclusie te kunnen trekken dat het veel te hard en veel te snel gaat, dat wij alleen maar afbraak doorsturen naar de volgende generatie en geen oplossingen?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik wil niet alleen banen voor de heer Roemer en voor andere Nederlanders op dit moment. Ik wil ook banen in de toekomst. Wat wij aan het doen zijn, is Nederland klaarstomen voor de toekomst en ingrijpen omdat het nodig is. Wij hebben daar, ook in Nederland, de afgelopen jaren te weinig aan gedaan en dat gaan wij nu wel doen. Dat doen wij niet omdat het leuk is, omdat het een hobby is, maar omdat wij ervoor willen zorgen dat de economie er beter uitkomt zodat de toekomst voor iedereen in dit land, ook voor onze kinderen, er beter uitziet. Tot de heer Roemer wil ik zeggen dat als wat hij zegt waar zou zijn, de problemen in Zuid-Europa nu van een heel andere orde zouden zijn. Die landen hebben dit beleid immers juist niet toegepast in het verleden. Bovendien had het CPB, onze onafhankelijke rekenmeester, dan geen economische groei in de ramingen gezet ondanks het feit dat wij zo fors ingrijpen. Dat toont aan dat bezuinigen noodzakelijk zijn. Het doet pijn, maar het is de goede weg naar de toekomst.

De heer Roemer (SP):

De problemen in landen als Spanje en Ierland kwamen niet door een te grote schuldenlast. De schulden van die landen waren lager dan die van Duitsland, om maar een voorbeeld te noemen. Het waren juist de perikelen van de vrijgegeven financiële sector, overgewaaid vanuit Amerika, die dit veroorzaakten. Het was het liberale beleid waarmee wij de financiële sector de gelegenheid gaven om alles te doen wat zij de afgelopen jaren hebben gedaan. U geeft steeds geen antwoord op mijn vraag, mijnheer Zijlstra. Dat mag. Het feit blijft echter dat wij in nu in Europa zo veel voorbeelden kennen waaruit blijkt dat die harde bezuinigingen in een korte tijd alleen maar leiden tot meer ellende, meer werkloosheid, minder vertrouwen en meer faillissementen. Het is jammer dat u zo veel voorbeelden nodig hebt om te zien dat wij nu op een sociale manier uit de crisis zouden moeten komen en dat wij nu behoefte hebben aan een investeringsproject om bijvoorbeeld mensen in de bouw aan het werk te houden en de economie een impuls te geven. Jammer.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik wil nogmaals tegen de heer Roemer zeggen dat wij bij hetgeen wij hier doen ook hebben gekeken naar voorbeelden elders in Europa. Dat zijn voorbeelden van landen waar niet op tijd is ingegrepen, waar men het heeft laten lopen waardoor de ingrepen die nu moeten plaatsvinden enorm pijnlijk zijn. In Nederland zijn zij ook pijnlijk, maar nog beheersbaar. Als je het laat lopen, als je het doorschuift, zal de rekening op een gegeven moment worden gepresenteerd. Voor ieder individu geldt dat als je iets op krediet koopt en je niet afbetaalt, op een gegeven moment de deurwaarder voor de deur staat. Dat geldt ook voor de overheid. Sommige Europese landen merken dat nu. Wij als VVD willen voorkomen dat Nederland ooit in die situatie terechtkomt.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Pechtold voor een interruptie.

De heer Pechtold (D66):

Ik geloof dat de heer Buma ook op dit punt wilde ingaan. Ik wou iets vragen over een ander punt. Hij mag van mij eerst.

De voorzitter:

U stond er als eerste, dus gaf ik u als eerste het woord. Ik geef nu het woord aan de heer Buma.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Wat een verwarring! Na die twee weken met verwarring gaan wij gewoon door.

De heer Zijlstra vertelde trots hoezeer de VVD voor bezuinigen is. Dat bleek ook uit de onderhandelingen. De heren Rutte en Blok hebben een enorme crisis in hun eigen partij veroorzaakt om die bezuinigingen binnen te halen, ten koste van nivelleren. Ik begin mij steeds meer af te vragen wat de VVD nu eigenlijk heeft binnengehaald, mijnheer Zijlstra. Weet u bijvoorbeeld hoeveel de PvdA had bezuinigd als de VVD er niet bij was geweest?

De heer Zijlstra (VVD):

De PvdA had – daardoor konden wij elkaar ook vinden – ook een fors lijstje bezuinigingen. De partij van de heer Buma ook, net als die van de heer Pechtold. Dat zijn allemaal partijen – ik noemde net de verdeling in deze Kamer al – die ervoor kiezen om de rekening niet door te schuiven. In de invulling van de pakketten zitten natuurlijk de nodige verschillen. Dat is waar de verkiezingen voor een belangrijk deel over gingen. Ja, voor ons was het belangrijk om de macro-economische effecten, zoals werkgelegenheid, met alles erop en eraan goed te krijgen. Wij vonden het ook belangrijk dat er op het gebied van koopkracht een evenwichtig plaatje kwam te liggen. Ook dat is – ik geef toe dat het met een kleine hobbel was – gelukt. Daarmee zorgen wij ervoor dat er een pakket ligt waar dit land sterker mee uit de crisis komt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dit was een heel lang antwoord op de vraag: weet u hoeveel de Partij van de Arbeid zelf in haar verkiezingsprogramma bezuinigt?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik begon met ja. Volgens mij was dat vrij kort.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Het antwoord was dus ja. Ik zal daar een komma achter zetten, want volgens mij hebt u dit programma onvoldoende gelezen: 15,25 miljard euro.

De heer Zijlstra (VVD):

15,2 om precies te zijn.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

15,2 miljard euro. Dus u hebt 800 miljoen euro aan bezuinigingen binnengehaald. U had dat in wezen ook kunnen laten, want dat is een heel klein verschil met die 15,2 van de Partij van de Arbeid. U hebt er wel een diepe crisis in de partij mee veroorzaakt. Uw onderhandelaars hebben gewoon ontzettend stupide zitten onderhandelen. Ze hebben alles weggegeven en bijna niets binnengehaald.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik kan begrijpen dat de heer Buma dat beeld graag wil volhouden, maar ik zou hem toch willen aanraden om het regeerakkoord en het VVD-programma nog eens naast elkaar te leggen, net als het PvdA-programma. Dan kan hij precies zien waar welke partij zaken heeft binnengehaald. Overigens kan hij dan ook precies zijn waar partijen concessies hebben gedaan. Dat is immers ook gebeurd. Wij hebben beiden zaken binnengehaald en zaken weg moeten geven. Zo werkt dat in coalitieland. Ga nu niet een beeld schetsen alsof daar een paar VVD’ers aanwezig waren die niet wisten wat er in hun programma stond. Men kan dat teruglezen in het regeerakkoord.

De heer Pechtold (D66):

De bijdrage van de heer Zijlstra begon met: de VVD ging de campagne in met “overheidsfinanciën op orde”. Nu is dat weinig onderscheidend geweest als je kijkt naar de standpunten van het CDA, D66 en zelfs de PvdA: je houdt je aan de begrotingsregels. Welke drie punten zouden VVD-kiezers volgens de heer Zijlstra naar de stembus hebben gelokt?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik weet nog dat in 2008 de heer Rutte hier stond, destijds fractievoorzitter van de VVD. Hij gaf aan dat wij zo’n 30 miljard zouden moeten gaan bezuinigen. Het huis was te klein. Iedereen vond het een belachelijk bedrag. Ik gaf net al aan dat wij op 46 miljard zitten. Daar hebben wij in 2010 campagne op gevoerd, net als in 2012. Die boodschap van de VVD is consistent en daarom hebben naar mijn oprechte mening heel veel mensen in dit land op de VVD gestemd, juist omdat haar boodschap al jaren dezelfde is. Dat u en anderen sinds 2008 hebben ingezien dat de situatie anders was dan ingeschat in 2008, respecteer ik. Het is goed dat u zich hebt aangesloten. De reden dat kiezers op de VVD hebben gestemd is volgens mij het feit dat wij die boodschap al een heel lange tijd hebben uitgezonden. Dat was dus de echte boodschap en niet de kopie.

De heer Pechtold (D66):

Een heel verhaal, maar geen antwoord op een heel eenvoudige vraag. U had van die postertjes. U kunt ze thuis waarschijnlijk nog wel ergens bij het oud papier vinden.

De heer Zijlstra (VVD):

Ze hangen nog gewoon aan de muur.

De heer Pechtold (D66):

Hangen ze nog aan de muur? Dan zou ik er vanavond nog maar eens naar kijken. “De hypotheekrente staat als een huis.” “Geen euro naar de Grieken.” “Duizend euro belastingvoordeel.” Welke van de drie staat er nog?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik weet niet of de heer Pechtold ergens twee jaar is verloren, maar die eerste twee komen uit de campagne van 2010. Laat dat helder zijn. Heeft de VVD concessies gedaan? Jazeker. Daar lopen wij ook niet voor weg. Wij hebben concessies gedaan, wij hebben moeten inleveren op ons verkiezingsprogramma, maar onze kernboodschap staat recht overeind, namelijk ervoor zorgen dat dit land sterker uit de crisis komt, dat de overheidsfinanciën op orde komen en dat wij later tegen onze kinderen en kleinkinderen kunnen zeggen dat Nederland een stukje mooier is geworden.

De heer Pechtold (D66):

Ik hoor een krakende, draaiende deur. Het was de VVD die met een belastingvoordeel van € 1.000 al die koopkrachtpunten en puntenwolken heeft aangetrokken in het debat. Het was de VVD die de dag voor de verkiezingen nog in het slotdebat zei: de hypotheekrente staat als een huis. En terwijl de kiezer zich naar de stembus spoedde, was het intern al weggegeven. Het was de VVD die internationaal ons aanzien op het spel zette door in Europa te zeggen: wij redden de euro niet, ze kunnen stikken. Ik ben heel blij dat dit laatste punt binnenkort gaat sneuvelen. Natuurlijk komt er een derde steunpakket. Natuurlijk gaan wij zien ... De heer Zijlstra zegt: nee. Ik hoop dat de minister van Financiën dat op dit moment meekrijgt.

De voorzitter:

Wat is uw vraag?

De heer Pechtold (D66):

Mijn punt is dat de heldere verkiezingsboodschappen waarmee mensen naar de stembus zijn gelokt, stuk voor stuk gevallen zijn. Het zou de leider van de VVD in de Tweede Kamer sieren als hij dit toegaf.

De heer Zijlstra (VVD):

Nee. Ik zeg de heer Pechtold onmiddellijk toe dat wij concessie hebben gedaan. Een daarvan zit inderdaad op de koopmarkt, op de hypotheekrenteaftrek. Dat klopt; daar loop ik niet voor weg. En ja, er zijn nog andere concessies gedaan, ik kom daar zo meteen nog op terug. Wij gaan niet het verhaal houden dat het gehele verkiezingsprogramma van de VVD bij het kruisje is getekend door de PvdA. Was het maar waar, maar dat is niet gebeurd, helaas. De heer Samsom was wakker, net als de heer Rutte. Het is dus een programma waarin beide partijen punten hebben ingeleverd en punten hebben binnengehaald. Het is een evenwichtig geheel geworden. Er zitten echt punten ik die ik niet graag wilde, maar het totaalpakket is zo dat de VVD-fractie in deze Kamer naar buiten toe kan uitleggen dat dit het beste pakket voor Nederland is in deze situatie. Daar hebben wij voor getekend en daar staan wij voor.

De voorzitter:

Voordat u verdergaat, mijnheer Zijlstra, het is uw “maidenspeech”. Als iemand aan het woord is bij de interruptiemicrofoon, is het de bedoeling dat u luistert. Als u vervolgens antwoordt, is het de bedoeling dat de vragensteller zijn mond houdt. Misschien kunt u dat in gedachten houden.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik ga mijn best doen, voorzitter.

Voorzitter. Ik zei al dat de komende jaren zwaar voor ons zullen zijn. We zullen offers moeten brengen om ervoor te zorgen dat dit mooie land sterker uit de crisis komt. We moeten ervoor zorgen dat wij later niet aan onze kinderen moeten uitleggen dat wij onze verantwoordelijkheid nu niet durfden te nemen.

Ik ben nu anderhalve week voorzitter van de VVD-fractie en ik durf te zeggen dat er in die anderhalve week het nodige is gebeurd. Het regeerakkoord werd al snel overschaduwd door onrust, ook in mijn partij. Die was het gevolg van een lawine aan koopkrachtberekeningen met de meest uiteenlopende uitkomsten, sommige correct, sommige niet. De leden hebben het allemaal in de media kunnen volgen. Ik begrijp de onrust in het land en ik ben er niet trots op, laat ik dat hier helder zeggen, dat die onrust mede door ons is ontstaan. Mensen snappen best dat er bezuinigd moet worden, maar zij maakten zich de afgelopen weken zorgen over vragen als “kunnen wij ons huis nog wel betalen?”, “kan de auto nog voor de deur staan?” en “kunnen de boodschappen nog betaald worden?”. Als dat soort onrust ontstaat, is er iets misgegaan. Ik onderstreep dat hier; ik loop daar niet voor weg.

De meeste weerstand bestond tegen de inkomensafhankelijke zorgpremie. Gelukkig hebben we daar andere afspraken over kunnen maken. De VVD is daar blij mee. Die inkomensafhankelijke zorgpremie was geen uitvinding van de VVD, laat ik het zo maar zeggen. Wij vinden het geen goed middel, maar wij stemden er wel mee in en dat hebben wij geweten.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

De heer Zijlstra heeft de in de afgelopen weken ook gezegd dat een inkomensachteruitgang van meer dan 4% voor hem niet acceptabel was, uitzonderingen daargelaten. Dat was heel belangrijk voor hem. Staat dat punt nog steeds?

De heer Zijlstra (VVD):

Wij hebben een nivelleringsplaatje afgesproken; we willen de last van de bezuinigingen verdelen op een manier waarbij de hoogste inkomens het meeste betalen. Daar zat een nivellerend effect in via de inkomensafhankelijke zorgpremie. De VVD had zorgen over het feit dat als de zorgkosten stijgen, de nivellering ook stijgt, want die daalt dan, inkomensafhankelijk, steeds verder neer bij de bevolking. Daarom vonden wij het belangrijk dat er grenzen waren gesteld aan de flexibiliteit in het nivelleringsplaatje. Die heb ik helder gesteld: plus 0,5% gemiddeld voor grote groepen, voor werkende mensen met een laag inkomen, tot grosso modo zo’n 4% inkomensdaling gemiddeld voor mensen met meer dan een ton. De grote winst van de verandering van het regeerakkoord is dat er geen nivelleringsplaatje meer ligt dat naar de toekomst toe kan veranderen. Er is een helder kader. Het is nu via de inkomstenbelasting opgelost en daarmee zijn voor de grote groepen de koopkrachtverschillen afgevlakt, zoals het CPB gisteren ook heeft laten zien. Het grootste voordeel, echter, is nog wel dat in de toekomst het niet meer kan gebeuren dat die inkomensverschillen nog verder worden verkleind doordat de zaak oploopt via de zorgpremie. Dat is waarom de kaders van de VVD zijn waargemaakt en dat is waarom ik hier zeg dat wij tevreden zijn met de nieuwe oplossing. Dat is ook de reden dat ik zeg dat wij voor individuele huishoudens nooit een koopkrachtgarantie kunnen geven. Het zal altijd “plus” zijn of “min”. Er zullen groepen zijn die meer koopkrachtverlies hebben dan in de CPB-berekening staat en er zullen groepen zijn die minder koopkrachtverlies hebben.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik begrijp niets van wat u nu zegt en ik stelde nog zo’n eenvoudige vraag. U hebt vorige week gezegd: wij accepteren geen groter koopkrachtverlies dan 4%, uitzonderingen daargelaten.

De heer Zijlstra (VVD):

En dat is gelukt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dat is gelukt, zegt u, maar wat zegt u dan tegen dat miljoen huishoudens die door uw maatregelen een koopkrachtverlies hebben tussen de 5% en de 10%? Zijn dat de uitzonderingen? Of wat zegt u tegen de middengroepen waarvan meer dan kwart een koopkrachtverlies heeft van meer dan 5%?

De heer Zijlstra (VVD):

Wij geven – ik heb het nooit gedaan en ga het ook nu niet doen – geen koopkrachtgaranties voor alle Nederlanders. Dat is namelijk onmogelijk. U behoort tot een partij die ook de keuze heeft gemaakt in deze campagne om te bezuinigen en de problemen in het land aan te pakken. Ook u hebt gezien in de puntenwolken in uw verkiezingsprogramma dat dat betekent dat er grote offers moeten worden gebracht. Daarbij past niet dat je tegen iedere Nederlander zegt: u gaat er nooit meer dan zoveel op achteruit. Dat zou namelijk een loze belofte zijn. Bij die grote groepen gaat het gemiddeld om 4%, omdat wij niet wilden dat inkomensverschillen nog verder zouden worden verkleind dan dat kader. Dat is gelukt. Wij hebben het middel aangepast, maar ik beloof hier aan geen enkel Nederlands huishouden dat het per definitie binnen dat kader kan vallen. Er zullen namelijk groepen zijn die meer koopkracht verliezen, net als in uw programma, en er zullen mensen zijn die aan de goede kant van de streep zitten. Het nadeel van die koopkrachtplaatjes is altijd dat het puntenwolken zijn, het geldt voor de grote groepen en er altijd uitzonderingen zijn die buiten de boot vallen. Daarom maken wij beleid en moet het kabinet aan de slag, zodat het dat soort zaken in ogenschouw kan nemen bij de uitwerking van de maatregelen.

De voorzitter:

Mijnheer Buma, tot slot.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

U doet niet alleen voor de verkiezingen beloftes die u heel snel breekt, maar ook na de verkiezingen. Ook nu gaat u er namelijk omheen. U zei vorige week: 4% is voor ons de grens, natuurlijk met uitzonderingen. Wat blijkt? Met name de middeninkomens en ouderen met een klein pensioen gaan er veel meer dan 5% op achteruit. Daarvan zegt u: sorry, dat zijn uitzonderingen. Ik zeg: nee, één miljoen mensen is geen uitzondering meer; dat zijn heel, heel veel Nederlanders voor wie u ook had moeten opkomen.

De heer Zijlstra (VVD):

In de CPB-doorrekening die wij gisteren hebben opgestuurd, in de koopkrachtberekening van Sociale Zaken en de aanpassing van het regeerakkoord waar ik zo meteen, zelfs in eerste termijn, een motie over wil indienen om helderheid te verschaffen – als ik toestemming krijg van de Kamer – kunt u het volgende zien. Het koopkrachtbeeld past gewoon binnen de kaders die ik vorige week heb aangegeven, sterker nog, veel beter. U moet nu dus niet gaan zeggen dat dat niet het geval is. Het is veel beter. Daarnaast is het toch een beetje een kwestie van de pot verwijt de ketel. In uw verkiezingsprogramma waren de koopkrachteffecten een stuk negatiever dan in dit regeerakkoord. U moet ons dus niet de maat nemen. In uw verkiezingsprogramma of in de CPB-doorrekening staan geen frequentietabellen. Dat zijn sowieso vreselijke dingen. U moet ons echter niet de maat gaan nemen over het feit dat er groepen zijn met grote koopkrachteffecten. Dat is het effect van de keuze die uw partij, mijn partij en gelukkig meerdere partijen in de Kamer maken om niet stil te gaan zitten maar op te treden en de problemen in dit land aan te pakken.

De voorzitter:

De heer Slob wil een vraag stellen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter, hier mag ik op reageren, want dit is op zijn minst uitlokking. Wat het op zijn ergst is, ga ik niet zeggen.

Het verschil is dat wij voor de verkiezingen zeiden wat wij gingen doen en wij de lasten eerlijk verdeelden. U gaat daar niet op in, maar het is een feit dat de middengroepen in het akkoord dat u nu gesloten hebt en waar u zo trots op bent dat u het per motie aangenomen wilt hebben, nog harder worden geraakt dan in uw eerste oplossing. Dat u het niet wilt toelichten of uitleggen is allemaal aan u, maar dat klopt niet met de toezegging die u vorige week deed.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik wil u toch nog een keer aanraden om het na te lezen. U zult zien dat mensen met een laag inkomen die werken, er in de CPB-doorrekening nog steeds zo’n 0,5% op vooruitgaan. Mensen met de hoogste inkomens gaan er zo’n 2,75% op achteruit. Dat zijn medianen. Dat is allemaal vreselijke techniek. De middengroepen bewegen zich daartussenin. Daar zitten altijd fluctuaties in. Uit de plaatjes blijkt echter dat dit volledig voldoet aan wat wij hebben afgesproken en wat ik vorige week naar buiten heb gebracht. De heer Buma moet nu niet het beeld proberen te schetsen dat dit niet het geval is.

De heer Slob (ChristenUnie):

Er gebeurde de afgelopen twee weken iets heel bijzonders: oproer in de VVD. Dat is altijd zo’n keurige, rustige partij met vriendelijke mensen die snel klaar zijn met vergaderingen. En nu is er opeens een stevig oproer. Dat heeft er zelfs voor gezorgd dat het regeerakkoord al is aangepast voordat het debat over de regeringsverklaring is gehouden. Dat is uniek, en het gebeurde met name vanwege het feit dat in VVD-kringen heel veel kritiek was op de zorgpremieplannen. De heer Zijlstra luistert dus naar zijn achterban. Heeft hij ook eenverdieners met kinderen in zijn achterban?

De heer Zijlstra (VVD):

Ongetwijfeld. Die zitten zelfs in de Kamer.

De heer Slob (ChristenUnie):

Dat is er in ieder geval één. In Nederland zijn het er veel meer. De uitwerking van de nieuwe keuzes is inderdaad minder dramatisch dan die van de nivellerende zorgpremieplannen, maar met name bij de eenverdieners met kinderen komen de effecten heel hard aan. Het zijn soms mensen met grotere gezinnen. In een tijd van vergrijzing mogen we blij zijn dat er nog kinderen worden geboren in Nederland. Dat is ook voor de toekomst belangrijk. De plannen zijn nu nog heel grofmazig, maar is de VVD bereid om, als we in de komende weken nader gaan inzoomen op de plannen en ook de bijeffecten beter in beeld krijgen, met name naar die groep nog eens goed te kijken en te luisteren? Misschien komt die groep zelfs in de eigen achterban nog in beweging. Dan kunnen we eventueel nog wat wijzigingen toepassen.

De heer Zijlstra (VVD):

Onderdeel van een parlementair proces is altijd dat het kabinet maatregelen uitwerkt en daarbij allerlei zaken in ogenschouw neemt. Dat verwacht ik ook van het kabinet. Wij zullen daarover in de Kamer debatteren.

Over de eenoudergezinnen wil ik nog iets specifieks zeggen, maar ik heb eerst een algemeen punt. Iedereen gaat het merken, ook deze groep, maar bij de eenoudergezinnen hebben we een fundamentele keuze gemaakt. We hebben de keuze gemaakt dat ouders niet thuis moeten zitten in een uitkering, maar aan het werk moeten. Die keuze zit erin. Dat heeft inkomenseffecten: degenen die gaan werken, gaan erop vooruit. Natuurlijk kan de heer Slob het daarmee oneens zijn, maar het is een keuze die welbewust gemaakt is. Ik wil geen fundamentele kritiek leveren, maar als mensen te lang thuis blijven zitten vanwege de verzorging van hun kinderen en zich na vele jaren melden op de arbeidsmarkt, hebben zij grote moeite om aan de slag te komen. Daarom hebben wij de keuze gemaakt om die mensen te stimuleren, ook financieel, om de arbeidsmarkt snel te betreden. Dat effect moet niet worden teruggedraaid, zeg ik tegen het kabinet.

De voorzitter:

De heer Slob, tot slot.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik had het niet over mensen in een uitkering, maar over gezinnen van een alleenverdiener met kinderen. Die gezinnen worden behoorlijk geraakt door de plannen. Dat iedereen een stap terug zal moeten doen, weten we. Dat weten heel veel mensen in het land ook, maar de vraag die iedere keer gesteld moet worden, is: is het rechtvaardig? Dat geldt ook voor andere groepen, want ik zou dezelfde vraag kunnen stellen voor ouderen met een klein pensioentje of zonder pensioentje, die een enorm gat zien aan koopkrachtverlies. Ik stel mijn vraag nog één keer, want ik kreeg geen antwoord van de heer Zijlstra. Als blijkt dat dit toch niet rechtvaardig is en er in het land beweging komt van mensen die zich afvragen wat er gebeurt, heeft de heer Zijlstra dan ook een luisterend oor? Is hij bereid om samen met andere fracties te bekijken of er verbeteringen kunnen worden toegepast?

De heer Zijlstra (VVD):

Volgens mij vragen wij in dit huis de regering altijd om met gekke effecten rekening te houden. In dit huis wegen wij in debatten alles wat voorbijkomt, en kijken we naar de argumenten die gebruikt worden. Ik zeg dus niet bij voorbaat “nee”. De kern van onze boodschap is echter dat wij nu orde op zaken gaan stellen. Dat betekent dat iedereen het gaat merken, ook deze groep. Daar zullen we niet voor weglopen, maar het debat moet altijd worden gevoerd in volle oprechtheid en openheid.

De heer Slob noemde nog een andere groep, namelijk de AOW’ers met een klein pensioen. Daarbij hebben wij ten eerste voor een belangrijk deel te maken met het begrotingsakkoord. Daarin hebben wij 0,6% btw-verhoging teruggedraaid, en dat blijft inderdaad staan. Dat is een koopkrachteffect dat in het zogenaamde basispad zit. Het is dus geen gevolg van het regeerakkoord. Een tweede factor, en daar kunnen we weinig aan doen, is het feit dat we te maken hebben met het afstempelen van pensioenen. Dat is iets tussen werkgevers en werknemers in de pensioenfondsen. Dat is iets waarin de vorige minister van Sociale Zaken, de heer Kamp – de heer Asscher zal dat ongetwijfeld voortzetten – zelfs nog verlichting heeft gebracht om de gevolgen wat milder te laten indalen. Dat soort effecten kunnen en willen wij in het regeerakkoord niet wegnemen. Dat is de consequentie van het gevoerde beleid en van de gemaakte keuzes bij de pensioenfondsen.

De heer Krol (50PLUS):

Ik wil het heel graag nog één keer heel duidelijk krijgen van de heer Zijlstra. Als we het hebben over ouderen met een klein aanvullend pensioen, dan spreken we over mensen met een pensioen van € 800 in de maand, waarvan ze hooguit € 400 overhouden. Dan gaat het niet over een individueel geval, maar over grote groepen. Mag 50PLUS rekenen op de steun van de VVD als die groep een helpende hand nodig heeft?

De heer Zijlstra (VVD):

Dit is precies de groep die getroffen wordt door een aantal zaken waar dit kabinet geen extra zaken bovenop legt. Zij hebben vanuit het basispad – vergeef me de technische termen – en de economische ontwikkeling zoals die zonder het regeerakkoord zal plaatsvinden, al met deze effecten te maken. Dat is voor een belangrijk deel te wijten aan het afstempelen bij pensioenfondsen. Dat soort effecten kan en zal de regering niet rechttrekken wat de VVD betreft. Die effecten zijn namelijk het gevolg van het beleid dat onder andere bij de pensioenfondsen is gevoerd.

De heer Krol (50PLUS):

Dat is een teleurstellend antwoord, maar wel heel helder.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

De heer Zijlstra sprak over de eenoudergezinnen. Daar werd niet naar gevraagd, maar hij ging er toch op in. Wat mij daarin trof, was het feit dat hij zei: we hebben een keuze gemaakt, namelijk om mensen niet thuis te laten zitten, maar aan het werk te laten gaan. Er is echter een probleem. Er is geen werk. Als ik de doorrekeningen van het CPB goed begrepen heb, en dat heb ik, dan hebben de aanpassingen van de plannen zoals die gisteren en in de dagen daarvoor hebben plaatsgehad, nog tot een verdere verslechtering van het werkloosheidcijfer geleid. Je kunt dus wel zeggen dat je ervoor kiest om mensen aan het werk te laten gaan, maar de keuze die gemaakt is, heeft een negatief effect op de werkgelegenheid.

De heer Zijlstra (VVD):

Dat zijn twee vragen. Wat betreft de tweede kan ik zeggen dat het klopt. Op de korte termijn neemt de werkloosheid licht toe. Dat klopt. Dat gold bijvoorbeeld ook voor het verkiezingsprogramma van de VVD. Op de lange termijn neemt de werkgelegenheid echter toe, zeker met het aangepaste pakket. Als je nu bezuinigt, verdwijnen er banen, met name bij de overheid want daar zit de teruggang in werkgelegenheid. Dat heeft effect op de werkgelegenheid. Op de lange termijn komen we er echter beter uit.

Een verder antwoord op de vragen van de heer Van Ojik is dat die mensen natuurlijk toch nog steeds aan het werk moeten. Het feit dat er in dit land werkloosheid is, is toch geen excuus om mensen dan maar in de bijstand te laten zitten omdat ze kinderen hebben of om welke reden dan ook? Sterker nog, er zijn bussen naar het Westland en naar andere projecten gegaan om werklozen aan de slag te krijgen. Die zijn echter voor een aanzienlijk deel gevuld weer teruggekomen omdat die mensen niet aan het werk bleven. Ga dat verhaal nou niet neerzetten. Mensen die kunnen werken, moeten aan het werk. Als ze niet aan het werk komen omdat de werkgelegenheid te klein is, dan is er nog steeds een goede sociale zekerheid in dit land; en daar zijn we trots op.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Je kunt mensen die nu de arbeidsmarkt op moeten van de VVD, geen plezier doen met banen op de lange termijn. Daar hebben ze niets aan. Die mensen over wie de heer Zijlstra zegt dat ze niet willen werken en voor wie er bussen naar het Westland moeten, hebben niets aan banen op de lange termijn. Zij hebben alleen iets aan banen die nu beschikbaar zijn, die volwaardig zijn en waarmee zij een fatsoenlijk inkomen kunnen verdienen. Die banen zijn er op dit moment niet. Dan zegt de heer Zijlstra dat dat geen excuus is om mensen thuis te laten zitten. Dat is het uiteraard niet, maar dan moet je er wel alles aan doen om mensen weer aan het werk te krijgen. Dat doe je niet met een pakket maatregelen waardoor de werkloosheid oploopt.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik geef onmiddellijk toe dat de werkloosheid op de korte termijn licht toeneemt. Dat is gewoon zo. Op de lange termijn neemt de werkgelegenheid structureel duidelijk toe, met name door de aanpassingen in het pakket. Er is wel degelijk werkgelegenheid. De moeder of vader die met kinderen thuiszit – over die groep hebben we het nu – kan gewoon net als andere Nederlanders solliciteren op een baan en die baan krijgen. We willen ervan af dat men vanwege het enkele feit dat men met kinderen thuiszit, een algemene ontheffing krijgt om te solliciteren. Dat doen we. Voor de mensen die op dit moment helaas niet in staat zijn om een baan te vinden, hebben we de sociale zekerheid. Overigens benadruk ik nogmaals dat er heel veel banen zijn en dat er heel veel discussies zijn over mensen die van buiten Nederland, van in de EU hier komen om te werken. We moeten hier ook weer niet te hard roepen dat er geen banen zijn. Er zijn heel veel banen in dit land. Er zijn ook heel veel banen die niet iedereen wil uitvoeren. Dat is ook een kwestie van een verandering in deze maatschappij die nodig is.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Het ging over de koopkracht van die alleenstaande ouder. De heer Zijlstra zei: de koopkracht ontwikkelt zich weliswaar slecht, maar daar hebben we iets op gevonden, want men moet de arbeidsmarkt op. Ik constateer dat die banen er niet zijn. Misschien zijn ze er wel op de lange termijn, maar niet nu. Het aantal banen wordt minder en de werkloosheid neemt toe.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik blijf het een bijzondere redenering vinden dat omdat er sprake is van werkloosheid – dat is overigens bijna altijd – er geen banen zijn. Natuurlijk zijn er banen. Je moet alleen meer je best doen op dit moment om een baan te krijgen omdat de concurrentie groter is. Het is niet makkelijk om nu een baan te vinden; dat geef ik onmiddellijk toe. Maar nogmaals, dat is geen excuus om te zeggen: en daarmee schuiven wij u in een permanente situatie waarin u niet hoeft te solliciteren en aangewezen bent op een uitkering.

De heer Van der Staaij (SGP):

Inderdaad speelden de eenoudergezinnen en de alleenverdieners met kinderen net wat door elkaar. Ik wil graag nog even terugkomen op de groep alleenverdieners, ook omdat we in de eerdere Nibud-cijfers zagen dat die groep het heel zwaar voor de kiezen krijgt. Nu de plannen zijn aangepast is dit in mindere mate het geval, maar nog steeds kan zo’n gezin er per maand enorme bedragen op achteruitgaan. Dit komt door kinderbijslagmaatregelen, door schoolboeken in het geval van oudere kinderen, maar ook door belastingmaatregelen. Ziet de heer Zijlstra nu het probleem dat deze gezinnen door de stapeling van maatregelen onevenredig hard geraakt kunnen worden?

De heer Zijlstra (VVD):

Ook hiervoor geldt hetzelfde. Het kabinet zal bij de uitwerking altijd moeten kijken naar stapelingseffecten. Dat doen we in dit land altijd, dus dat zal ook hier moeten gebeuren. Maar ik wil niet de illusie wekken dat mijn partij als dit kabinet met zijn plannen hier in dit huis komt, gaat zeggen dat wij het allemaal wel weten te dempen. Nederland gaat gewoon fors merken dat er crisis is en dat we moeten ingrijpen. Ruim € 2.500 per Nederlander houdt omgerekend voor een gezin met twee kinderen in dat er € 10.000 per jaar moet worden ingeleverd. Dergelijke bedragen kun je niet zonder dat het pijn doet uitrollen over Nederland. Natuurlijk roep ik het kabinet op om te kijken naar de extreme effecten, want dat vind ik bij behoorlijk beleid horen. Ik wil echter voorkomen dat de suggestie wordt gewekt dat het allemaal mee gaat vallen, want de komende jaren gaan absoluut door iedereen gemerkt worden.

De heer Van der Staaij (SGP):

Iedereen gaat het merken; begrip daarvoor. Maar de VVD was toch de partij die niet voor belastingverhoging was? Nu zien we dat ook in de aangepaste plannen bepaalde groepen meer belasting moeten gaan betalen.

De heer Zijlstra (VVD):

Ja. We hebben de heffingskorting inkomensafhankelijk gemaakt, wat inhoudt dat mensen meer belasting gaan betalen. Laat daar geen misverstand over bestaan. Waarom doen we dat? Als je zo fors ingrijpt bij de overheid, zo fors bezuinigt, dan dalen die bezuinigingen automatisch neer bij de groepen die het meest gebruikmaken van de collectieve voorzieningen van overheidsgeld. Die zitten voornamelijk aan de onderkant van het loongebouw en in de uitkeringen. Als je dat pakket overeen wilt komen met een partij als de Partij van de Arbeid, moet je komen tot een verdeling waarin zowel de VVD als de PvdA zich kan vinden. We hebben er inderdaad voor gekozen om niet via de inkomensafhankelijke zorgpremie, die nu weg is, maar via de belastingen te zorgen dat de hoogste inkomens het grootste deel van de bezuinigingen dragen. Dat vinden wij, gezien de crisissituatie waarin we zitten, gerechtvaardigd. Ben ik er blij mee? Nee.

De heer Van der Staaij (SGP):

Tot slot. Ik begrijp het verhaal dat we de lasten eerlijk moeten verdelen en dat de sterkere schouders meer kunnen dragen. Maar is nu niet aan de hand dat daarbovenop nog een herverdeling plaatsvindt van hoge inkomens naar kleinere inkomens? Dat is toch niet de VVD-leer, zo heb ik begrepen. Of is in dit tijdsgewricht ook nivelleren VVD-beleid geworden?

De heer Zijlstra (VVD):

Nee, van het woord nivelleren houd ik niet en ik voer het al helemaal niet graag uit, maar we zijn er in de huidige crisistijd wel mee akkoord gegaan. Niet omdat je met het verhogen van de belastingen – hetzelfde geldt voor de inkomensafhankelijke zorgpremie – heel veel geld bezuinigt. Dat is niet het geval. De bezuinigingen dalen echter neer bij mensen die gebruikmaken van de collectieve voorzieningen en van overheidsbestedingen, namelijk subsidies en dergelijke. Die mensen zitten vooral aan de onderkant van de samenleving. Als je de lasten van de bezuinigingen beter gespreid – sterkste schouders, zwaarste lasten – wilt laten neerdalen, dan moet je een instrument gebruiken om dat bij te draaien. Als je het puur via bezuinigingen doet, krijg je namelijk een scheef beeld. Dat bleek ook uit het begrotingsakkoord, waarin de hoogste inkomens er nog zelfs op vooruitgingen, terwijl de laagste inkomens het meeste erop achteruitgingen. Op verzoek van de PvdA zijn wij erin meegegaan. Wij hebben dat gelijkgetrokken, en daarvoor gebruiken wij de belastingen als instrument.

De heer Roemer (SP):

Klopt het dat de heer Zijlstra zojuist een verwijt maakte naar meer dan een half miljoen werkzoekenden, namelijk dat ze meer hun best moeten doen?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik kwam in het geweer tegen de suggestie dat je in een uitkeringssituatie geen kans hebt om een baan te krijgen. Er is namelijk werk in dit land. Het is voor veel mensen moeilijk om werk te vinden. Er zijn heel veel mensen die dat graag willen. Ik wil hier echter niet verkondigen dat het in een uitkeringssituatie, met kinderen of in een andere situatie, onmogelijk is om aan het werk te geraken. Dat is wat ik zei.

De heer Roemer (SP):

Zolang er meer werklozen zijn dan banen, zullen er mensen thuiszitten. Hoe hard ze ook knokken. Hoeveel mensen van boven de 40, 45 jaar raken op dit moment hun baan kwijt, mensen die uit de bouw komen? Ik weet zeker dat er nu veel mensen thuis met gekrulde tenen zitten te kijken naar hoe u, mijnheer Zijlstra, dit durft te zeggen. Mensen die zich echt kapot solliciteren om alles te pakken wat ze te pakken kunnen krijgen. En wat doet het kabinet, wat doet de VVD, wat doet de heer Zijlstra? Het verwijt maken dat ze niet hard genoeg solliciteren, er niet hard genoeg voor knokken. Sterker nog: na ruim een jaar worden ze op bijstandsniveau gezet. Ik ben wethouder van sociale zaken geweest; ik weet hoe groot de afstand tot de arbeidsmarkt vaak is. Mensen in de bijstand worden gewoon keihard gekort, terwijl ze nu al geen dubbeltje overhouden. Is dat de toekomst van onze samenleving zoals de VVD die ziet?

De heer Zijlstra (VVD):

Excuses, maar nu wordt toch een karikatuur gemaakt. Het is heel simpel: de VVD gelooft dat mensen met een uitkering in staat zijn om aan het werk te gaan. De VVD wil dat die mensen gestimuleerd worden om te solliciteren en een baan te zoeken. Natuurlijk zitten er mensen in de uitkering die zich kapot solliciteren, graag aan het werk willen en ondanks alle inspanningen die zij plegen, geen baan vinden. Voor die mensen hebben wij een heel goed sociaal stelsel. De VVD wil nu orde op zaken stellen, omdat wij ook voor de toekomst willen dat een dergelijk sociaal systeem overeind en betaalbaar blijft, zodat het niet alleen voor nu beschikbaar is.

De heer Roemer (SP):

Zelfs dat laatste is niet waar. Voor “die mensen”, zoals u dat noemt, verlaagt u het sociaal minimum in 2013 met 5% en in de jaren daarop met 2,5%. Zelfs die mensen die er alles aan doen om uit die bijstand te komen, om te werken, maar die er op dit moment nog niet in slagen, pakt u toch. En al die mensen van boven de 40, 45 jaar die nu werk aan het zoeken zijn en daar helaas langer dan een jaar over doen omdat de werkloosheid toeneemt, die pakt u binnen een jaar. Dat is de agenda van de VVD. Ik noem dat gewoon asociaal beleid.

De heer Zijlstra (VVD):

De VVD wil dat mensen die het kunnen, aan het werk gaan. Wij hebben ook oog voor wat er nu gebeurt in de economie. Een van de maatregelen bijvoorbeeld in het regeerakkoord is dat de grens, waarop mensen die werkloos zijn hun huis moeten opeten, verlaagd is van 60 naar 55 jaar. Ook wij zien namelijk dat er in deze economie bepaalde effecten zijn waar mensen niets aan kunnen doen en waar we rekening mee moeten houden. Over het kernpunt denken we kennelijk verschillend. Ik hoop dat dit niet het geval is, maar ik proef het uit de woorden van de heer Roemer. Het kernpunt, het basisprincipe van ons, liberalen, is dat wij geloven dat iedereen in staat is om aan het werk te kunnen, ook al is iemand arbeidsongeschikt of gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Misschien kan het niet voltijds, misschien is aangepast werk een optie, maar wij willen het talent van mensen ontplooien. Daar geloof ik in. Daarom zullen wij er alles aan doen om dit voor elkaar te krijgen.

De heer Pechtold (D66):

Ik hoor: crisis, crisis, crisis. Door het scheppen van één groot angstbeeld probeert de heer Zijlstra hier zijn levertraan, al die maatregelen van dit kabinet, door de strot te drukken. Als je over crisis praat, staan het begrotingstekort, de staatsschuld, werkgelegenheid en kansen bieden dan niet centraal? Wat draagt die verwrongen inkomenspolitiek nou bij aan de twee belangrijkste zaken die in tijden van crisis centraal staan?

De heer Zijlstra (VVD):

Kan ik ervan uitgaan dat de heer Pechtold met “verwrongen inkomenspolitiek” doelt op het feit dat wij de zwaarste lasten bij de hoogste inkomens leggen?

De heer Pechtold (D66):

Dat is een wedervraag, maar die zal ik graag beantwoorden. Het antwoord daarop is “nee”. Het gaat mij erom dat de VVD met die inkomenspolitiek, met dat gerepareer, nog steeds niet in staat is om kwetsbare groepen te pakken. Bovendien draagt de VVD met deze maatregel niets bij aan het terugdringen van tekorten. Nog erger, er wordt hiermee niets bijgedragen aan werkgelegenheid. U vernietigt werkgelegenheid.

De heer Zijlstra (VVD):

Wij kiezen ervoor om nu maatregelen te nemen en de pijn daarvan te nemen. Daarmee zorgen we ervoor dat Nederland er in de toekomst beter uitkomt. Dit stelden we in het verkiezingsprogramma en dat doen we ook in dit regeerakkoord. Dit heeft nu negatieve effecten op de werkgelegenheid; dat klopt. Dit heeft echter positieve effecten in de toekomst. Als je snijdt in de overheid en je bezuinigt, gaan er op dat moment banen verloren. Bij het inkomensbeleid is het de vraag of we het grootste deel van de bezuinigingen bij de hoogste inkomens neerleggen. Als je in totaal 46 miljard bezuinigt, is het op een gegeven moment voor de laagste inkomens bijna niet meer mogelijk om gelijke tred te houden met de hoogste inkomens. De rek is er op een gegeven moment uit. Daarom hebben wij op dat punt ingegrepen. Het is naar onze mening noodzakelijk om het totaalpakket van het regeerakkoord overeen te komen. Als we alleen de bezuinigingsmaatregelen zouden doorvoeren en niet in de fiscaliteit hadden opgetreden, zouden de laagste inkomens er fors op achteruitgaan en de hoogste inkomens, zoals in het begrotingsakkoord de trend was, er flink op vooruitgaan. Dat vonden wij geen verdedigbare boodschap in deze tijd van crisis. Daarom zijn wij meegegaan in die concessie.

De heer Pechtold (D66):

Dat is wederom geen antwoord op mijn vraag. Weet de heer Zijlstra wat er op dit moment in de kantine, op het schoolplein of voor mijn part aan de keukentafel wordt besproken? Daar wordt niet alleen besproken wat men in zijn portemonnee heeft, maar daar wordt ook besproken of het zin heeft om ambitie te tonen, of het zin heeft om bij te dragen aan de economie, om extra te gaan werken. Het eerste regeerakkoord was slecht voor de werkgelegenheid, op korte termijn, op middellange termijn en op lange termijn. Daar was de VVD-fractie mee akkoord gegaan.

De voorzitter:

En uw vraag is?

De heer Pechtold (D66):

Realiseert de heer Zijlstra zich dat je werkgelegenheid moet scheppen om uit de crisis te komen en dat je ervoor moet zorgen dat mensen ambitie hebben, en dat je je niet alleen moet blindstaren op koopkrachtpunten, waar mensen alleen maar door in verwarring raken, die niets bijdragen aan het verminderen van het begrotingstekort en die zelfs slecht zijn voor de werkgelegenheid?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik kon het niet meer eens zijn met de heer Pechtold toen hij zei dat we niet al te veel naar die koopkrachtpunten of -wolken enzovoorts moeten kijken. Daar ben ik het zeer mee eens, want het gaat om het verhaal erachter. Dat verhaal probeer ik ook uit te dragen. We nemen op dit moment allerlei pijnlijke maatregelen omdat wij juist de werkgelegenheid en de financiële positie van Nederland willen verbeteren. We gaan naar een houdbaarheidsoverschot. We gaan dus naar een plus. Daarmee kunnen we weer investeren. Daarmee kunnen we weer op het onderwijs inzetten. Daarmee kunnen we ook op lastenverlichting weer toegeven. Maar in deze tijd van crisis – en dat is geen bangmakerij; het is gewoon een feit – vraagt het extra offers en wij zijn bereid, die te brengen. Daar lopen we niet voor weg. Ik ben blij, zeg ik tegen de heer Pechtold, dat ook zijn partij continu heeft uitgesproken dat we in deze tijd niet achterover moeten leunen en doorschuiven, maar dat we moeten aanpakken. Volgens mij is dat hetgeen door ons wordt gedeeld en waar wij de komende jaren mee aan de slag moeten.

De voorzitter:

Mijnheer Pechtold, tot slot en een beetje kort graag.

De heer Pechtold (D66):

Maar wat ons verdeelt, is natuurlijk niet dat je kijkt naar sterke schouders, niet dat je kijkt naar waar je de lage inkomens ontziet. Wat VVD en D66 verdeelt, is dat maatregelen van inkomenspolitiek op dit moment van crisis niet bijdragen aan de financiën en niet bijdragen aan, sterker nog, slecht zijn voor werkgelegenheid. Ik vind dat niet te verdedigen. En wat moet ik dan dadelijk met zo’n motie waarin een slecht plan voor de zorgpremie wordt ingeruild voor een ander slecht plan voor de inkomenspolitiek.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik zou zeggen: voorstemmen.

De voorzitter:

Mijnheer Slob, u hebt in dit rondje al een keer een vraag mogen stellen. De heer Zijlstra heeft tot nu toe 3,5 minuut van zijn 35 minuten aan spreektijd verbruikt. Hij staat hier al een uur te reageren op interrupties.

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. U hebt het nu over dit rondje. Ik wil een vraag stellen over wat de heer Zijlstra over arbeid heeft gezegd. Dat is iets anders dan een vraag over inkomens.

De voorzitter:

Weet u wat het is? We gaan nu allemaal reageren op elkaar. Ik stel voor dat de heer Zijlstra gewoon verdergaat. Ik weet zeker dat hij weer ergens de gelegenheid biedt dat u die vraag kunt stellen. Maar op dit moment gaat hij verder met zijn inbreng.

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Ik vind dat toch merkwaardig. Er zijn meer collega’s die hier twee keer hebben gestaan bij de heer Zijlstra.

De voorzitter:

Ik houd het precies bij, mijnheer Slob. Het is niet waar. Ik geef iedereen de kans om in een rondje te interrumperen. U hebt die kans al gebruikt. Ik houd dat heel nauwkeurig bij. Ik geef de heer Zijlstra nu de gelegenheid om zijn spreektijd van bijna 32 minuten nog vol te praten, anders zijn we vannacht om 03.00 uur nog steeds met de heer Zijlstra aan het debatteren.

De heer Slob (ChristenUnie):

Het gaat wel om een debat over de regeringsverklaring, maar ik zal me bij de bel van de volgende ronde melden.

De voorzitter:

Ik twijfel er niet aan. Mijnheer Zijlstra, ga uw gang.

De heer Zijlstra (VVD):

Voorzitter. Ik ben er trots op dat beide partijen in de onderhandelingen niet het ritueel hebben gevolgd dat je vaak ziet van “we gaan eens kijken of we er met andere partijen uit kunnen komen”, wetende dat de uitslag van de verkiezingen helder was. We hebben elkaar niet in angst omarmd. We hebben gekeken waar we elkaar konden vinden in zaken die we voor elkaar konden krijgen. We hebben de verantwoordelijkheid genomen. De VVD is een partij die nooit terugschrikt voor het nemen van verantwoordelijkheid. Niet in 2010, toen de kiezer voor de eerste keer de VVD de grootste partij van Nederland maakte. Niet in 2012, toen het gevallen kabinet alsnog een begrotingsakkoord moest sluiten. En ook nu niet, nu de kiezer een regering tussen VVD en PvdA onvermijdelijk maakt.

De minister-president zei: geen dogma’s maar doorpakken. Dat vind ik een goed leidmotief. Het regeerakkoord waar we vandaag over spreken, is niet gebaseerd op waterige compromissen maar op heldere keuzes en wederzijds respect tussen mijn partij en de PvdA. Het is gebaseerd op de intentie om de komende vier jaar Nederland te hervormen en sterker uit de crisis te laten komen. Het regeerakkoord dat hier voorligt, is noodzakelijk om Nederland financieel gezond te maken. En dat was het doel dat we bij de onderhandelingen voor ogen hadden. Dat zullen we als VVD de komende jaren ook voor ogen blijven houden. En waarom? Om de doodeenvoudige reden dat we alleen terug kunnen naar structurele economische groei als we niet meer uitgeven dan er binnenkomt en beginnen met het aflossen van onze staatsschuld. Alleen zo zorgen we ervoor dat niet alleen wij maar ook onze kinderen een betere toekomst hebben. Een toekomst waarbij iedereen nog steeds kan genieten van goed onderwijs, van goede gezondheidszorg, waar er veiligheid is; een toekomst voor iedereen in dit land.

De kern van de VVD-boodschap staat daarom wat mij betreft in dit regeerakkoord. Maar inderdaad, er staan ook duidelijke concessies in. In ruil voor het op orde brengen van de overheidsfinanciën wilde de PvdA dat de hoogste inkomens de zwaarste last van de bezuinigingen zouden dragen. Daarom zou er een inkomensafhankelijke zorgpremie worden ingevoerd. Laat ik helder zijn: dit was een gruwel voor de VVD, dat hadden wij echt niet zelf verzonnen. En wij hebben het geweten. Het riep grote verontwaardiging op in het land en grote groepen bleken uitschieters te hebben in de koopkracht. Goed dus dat beide partijen de zorgen in het land serieus hebben genomen en opnieuw rond de tafel zijn gaan zitten. De uitkomst is een alternatief waarin de uitgangspunten van het regeerakkoord overeind blijven, de overheidsfinanciën op orde, de zwaarste lasten bij de sterkste schouders en een duurzame economische groei. Wij hebben dit alternatief gisteren gepresenteerd inclusief de bijbehorende CPB-doorrekening en de doorrekening door het ministerie van Sociale Zaken. Ik roep het kabinet op om daarmee aan de slag te gaan. Omdat ik volledige duidelijkheid wil scheppen, verzoek ik de Kamer mij toe te staan in deze eerste termijn een motie in te dienen waarin dit wordt weergegeven.

De voorzitter:

Ik neem aan dat de meerderheid van de Kamer daartegen geen bezwaar heeft. Dat is het geval.

De heer Zijlstra (VVD):

De motie luidt als volgt.

Motie

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er onrust in de samenleving is ontstaan over de effecten van de nieuwe zorgpremie op het koopkrachtbeeld, de arbeidsmarkt en de werking van het zorgstelsel;

overwegende dat gezien de financiële opgave waar Nederland voor staat, de grootste bijdrage om de pijn van de noodzakelijke bezuinigingen om de overheidsfinanciën weer op orde te brengen, het beste gedragen kan worden door de hoogste inkomens en dat dit bewerkstelligd kan worden via aanpassingen van heffingskortingen;

verzoekt de regering, af te zien van de invoering van de inkomensafhankelijke zorgpremie (IAP);

verzoekt de regering voorts, de gewenste verkleining tussen hoge en lage inkomens te bewerkstelligen door de algemene heffingskorting en arbeidskorting van lage en middeninkomens te verhogen en vervolgens inkomensafhankelijk af te bouwen en daarbij de parameters zo aan te passen als weergegeven in de bijlage;

verzoekt de regering verder, voor bestaande en nieuwe hypothecaire leningen vanaf 2014 het maximale aftrektarief in stappen van een half procent per jaar af te bouwen tot 38% en de opbrengst jaarlijks in zijn geheel terug te sluizen in de inkomstenbelasting door een verlenging van de derde schijf;

verzoekt de regering ten slotte, 250 miljoen euro vrij te maken uit de begroting voor infrastructuur ten behoeve van de sociale agenda, uit te werken door het kabinet in overleg met de sociale partners,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:

Deze motie is voorgesteld door de leden Zijlstra en Samsom. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 32 (33410).

De heer Zijlstra (VVD):

Voorzitter. Ik geef u ook het memorandum Beperkte inkomenseffecten en de CPB-doorrekening. Ik verzoek u deze stukken als bijlagen bij de Handelingen op te nemen.

De voorzitter:

Ik neem aan dat er geen bezwaar tegen bestaat dat deze stukken ter inzage worden gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Kamer.

(Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.)

De voorzitter:

Ik heb het gevoel dat er een paar vragen over deze motie zullen worden gesteld. Ik geef als eerste het woord aan de heer Slob, want ik ken de heer Pechtold als een royaal mens.

De heer Slob (ChristenUnie):

Wij hebben herinneringen aan moties die in eerste termijn zijn ingediend, maar dat is al weer een aantal jaren geleden. Dit is op zich ook een bijzondere. Ik mis in de overwegingen nog een “sorry”, maar goed, dat laat ik voor wat het is. Ik heb een vraag over het bedrag van 250 miljoen dat hierin nadrukkelijk wordt genoemd. Is dat een soort potje waarvan uiteindelijk de sociale partners mogen zeggen hoe zij het willen besteden? Waar wordt dit geld vandaan gehaald? Ik kijk dan naar het Infrafonds. Zit daar helemaal geen rek meer in? Het is allemaal besteed en het is allemaal vooruit al afgesproken. Hoe gaan wij dit nu doen? Wat is precies de bedoeling? De heer Zijlstra schrijft het op, dus hij zal daarover wel een idee hebben.

De heer Zijlstra (VVD):

Wij hebben met de Partij van de Arbeid een inkomensverdeling afgesproken die de heer Slob heeft kunnen lezen in de CPB-doorrekening van twee weken terug. De uitkomst van het nieuwe alternatief was dat het nivellerend karakter afvlakt. Daarmee kwam de balans in het regeerakkoord in gevaar. In een proces waarin je samen zoekt naar oplossingen, zoek je ook naar een gezamenlijke balans. Daarom hebben wij ermee ingestemd om uit de begroting van het ministerie van I en M voor infrastructuur 250 miljoen euro vrij te maken voor het vormgeven van de sociale agenda. De minister van Sociale Zaken krijgt hierbij een zware taak om in het overleg met de sociale partners te zoeken naar een goede invulling van de besteding van het betreffende bedrag.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ze zitten toevallig naast elkaar, de twee betrokken bewindspersonen. De minister van I&M wordt dus geconfronteerd met de boodschap: sorry – want dat woord gebruiken we aan de lopende band op het moment – u moet 250 miljoen gaan inleveren, dat mag u doorschuiven naar uw nieuwe collega van Sociale Zaken, die met de sociale partners gaat bepalen waaraan we het besteden. Zijn er onderwerpen die daarvoor specifiek in aanmerking komen? Ik hoor steeds de WW-duur noemen, maar het blijft ook weer hangen boven de markt of het daaraan wordt besteed. Kunnen we daarover tijdens deze debatten met elkaar een stukje duidelijkheid creëren?

De heer Zijlstra (VVD):

Het geld wordt besteed aan de sociale agenda. Het is aan de minister van Sociale Zaken, die daarop beleidsvoerder is, om dat op een goede manier met de sociale partners te bespreken. In het regeerakkoord staat ook dat wij dat overleg willen. Wat de VVD betreft specificeren wij nu niet hoe het precies moet worden uitgegeven. Het geld is beschikbaar om op een goede wijze te komen tot een sociaal akkoord met de sociale partners zodat er op het gebied van bijvoorbeeld ontslagrecht en WW goede plannen liggen die breed worden gedragen.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik heb nog geen duidelijkheid gekregen waar het geld precies vandaan komt bij de infrastructuur. Misschien kunt u daar nog even op antwoorden. Ik heb dus goed begrepen dat u de regering via deze motie oproept om met de sociale partners keuzes te maken. Kunnen we dan afspreken dat die keuzes zo spoedig mogelijk worden gemaakt, dus dat we het bij wijze van spreken voor het einde van het jaar weten? De dreigingen die in het regeerakkoord zitten, zijn zo groot voor mensen dat ik vind dat ze wel een beetje recht hebben op snelle duidelijkheid.

De heer Zijlstra (VVD):

U kunt ons veel verwijten, maar niet dat we niet snel zijn. Dat heeft de afgelopen tijd het nodige commentaar opgeleverd. Het gaat erom dat het overleg met de sociale partners, zoals gemeld in het regeerakkoord, plaatsvindt. Natuurlijk gaan wij ervan uit dat de minister van Sociale Zaken dat snel opstart. Voor het einde van het jaar lijkt mij een tikje ambitieus, maar ik deel de mening van de heer Slob dat het overleg met de sociale partners snel moet worden opgestart. Ook hier geldt echter: beter een goed akkoord dan een snel akkoord.

De heer Pechtold (D66):

Ik snap deze motie, die misschien wel voortkomt uit de commotie, toch nog niet helemaal. Was het principe dat je geen inkomenspolitiek bedrijft via zorgpremies nu de oorzaak van de onrust die u in uw eerste overweging beschrijft of lag het probleem bij de mate van koopkrachtreparatie en inkomenspolitiek?

De heer Zijlstra (VVD):

In de eerste overweging staan drie factoren aangegeven, namelijk de effecten op het inkomen, de effecten op de arbeidsmarkt en de effecten op het zorgstelsel. In het regeerakkoord stond bijvoorbeeld overduidelijk dat het systeem van concurrentie in het zorgstelsel moest blijven functioneren. Het werd helaas snel duidelijk dat het daar ging schuren. De optelsom van de verschillende zaken leidde ertoe dat wij zijn gaan zoeken naar een alternatief.

De heer Pechtold (D66):

Ja, maar een alternatief dat eigenlijk niet beter is dan wat er eerst lag, als je kijkt naar de inkomensplaatjes. Het is niet beter dan het plaatje dat er daarvoor lag. Wat is dan dat zoenoffer uit dat infrafonds van 250 miljoen dat er kennelijk opeens bij komt kijken? Wat is de relatie tussen enerzijds de twee pakketten via de zorg en de belastingen en anderzijds opeens die 250 miljoen?

De heer Zijlstra (VVD):

Als je nivelleren leuk vindt, zou je kunnen zeggen dat het pakket niet beter is. Ik snap het niet; dit pakket is qua inkomensverkleining juist een stuk beter. Het zorgt er namelijk voor dat de scherpe nivellering van het eerste pakket wordt afgevlakt, dat de inkomenseffecten voor de middeninkomens, de hogere middeninkomens en met name de hoogste inkomens worden afgevlakt. Wij vonden dat een heel goede uitkomst. Het had ook goede effecten op de werkgelegenheid, ook een punt waarop verbetering nodig was. Het zorgstelsel blijft functioneren zoals het nu functioneert. Dat vonden we ook een winstpunt. Het wordt gefaseerd, in drie stappen, ingevoerd: ook een winstpunt. De inkomensafhankelijke zorgpremie is weg, wat de VVD ook een winstpunt vond. Als je dan in gezamenlijkheid constateert dat de balans in het regeerakkoord is verschoven, neem je een compenserende maatregel. Je kijkt dan gezamenlijk naar oplossingen voor het geheel van het regeerakkoord. Dat is wat nu voorligt.

De heer Pechtold (D66):

Het wordt mij langzamerhand wat helderder, maar omdat er kennelijk een concessie is gedaan aan de PvdA, is mijn vraag wel: is dat geld er straks alleen voor de invulling van PvdA-wensen, of kunnen wij wat breder kijken dan alleen naar de WW-duur? Ik noem dan bijvoorbeeld de 50-plusser, die nu al geen baan heeft en te maken krijgt met een verhoging van de AOW-leeftijd en bovendien de maatregelen op het gebied van het ontslagrecht en de WW-duur voor de kiezen krijgt. Het zijn allemaal belangrijke maatregelen, maar dit kabinet trekt er geen euro voor uit. Is er straks ook nog ruimte om beleid te voeren voor die mensen, om ervoor te zorgen dat zij weer perspectief krijgen en uitzicht op een baan? Is, met andere woorden, het geld al vergeven of kunnen wij hierin meedenken?

De heer Zijlstra (VVD):

Als het geld al helemaal was vastgelegd, zouden wij hebben opgeschreven dat wij 250 miljoen uitgeven aan maatregel x. Er staat niet voor niets “sociale agenda”. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid roepen wij op om, conform hetgeen in het regeerakkoord staat, in overleg te treden met de sociale partners, om te bezien of er tot een sociaal akkoord gekomen kan worden. Dan helpt het dat hij een pakket kan meenemen waarbij hij onderhandelingsruimte heeft. Over de precieze vormgeving zal hij naar de Kamer terug moeten komen. Wij – u, ik en andere partijen – zullen het debat moeten voeren over de vraag of wij dit een goed pakket vinden. Het is dus niet zo dat het geld bij voorbaat naar één specifieke maatregel gaat. Anders hadden wij het zo wel opgeschreven. Het geld gaat naar de sociale agenda.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Het verbaast mij dat u er zo schimmig over doet waar dat geld naartoe gaat, want uw collega Samsom heeft het al lang verteld. Hij heeft gezegd: een halfjaar extra WW.

De heer Zijlstra (VVD):

Dat heb ik collega Samsom eerlijk gezegd niet horen zeggen. Hij heeft gezegd: als je een voorbeeld moet noemen van een maatregel waar 250 miljoen voor zou kunnen staan, dan is dit een voorbeeld. Waarom staat er “sociale agenda”? Dat is juist om de minister van SZW in zijn overleg met de sociale partners onderhandelingsruimte te geven om te komen tot een pakket dat het beste is toegesneden op de wensen die er op dat moment leven. Als wij van tevoren zouden zeggen “dit wordt het”, heb je dat al aan de sociale partners weggegeven, en begint de onderhandeling vanaf dat specifieke punt. Dat gaat niet gebeuren. Het bedrag van 250 miljoen is bestemd voor de sociale agenda, en de heer Asscher vertrouwen wij het toe, als minister van SZW, om er in goed overleg met de sociale partners een goede deal uit te halen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik ken u niet als een naïeve man en ik kan u vertellen dat de heer Samsom niet iemand is die een “slip of the tongue” laat passeren tijdens zo’n bijeenkomst. Ik ben dus heel bang dat u ook in dit geval weer gewoon klem bent gezet: er gaat gewoon 250 miljoen naar de verlenging van de WW-duur, of u het nu wilt of niet. Mijn tweede punt is, dat die 250 miljoen van de infrastructuur komt. U weet net zo goed als ik dat mensen die nu in de wegenbouw werken, dan straks hun baan kwijtraken. Waarom kiest de VVD ervoor, overigens samen met de Partij van de Arbeid, om mensen in de infrastructuur hun baan te laten kwijtraken, om uw coalitiecompromis mogelijk te maken?

De heer Zijlstra (VVD):

In alle gevallen waarin wij geld bezuinigen, is er sprake van arbeidsmarkteffecten. Dat zou ook het geval zijn geweest als wij waren doorgegaan met de inkomensafhankelijke premie in de zorg. Het feit dat je bezuinigt en hervormt, brengt mee dat zich in sectoren effecten voordoen. In dit geval klopt dat ook, namelijk in de wegenbouw. Dat is onvermijdelijk als je keuzes maakt. De enige manier om op korte termijn geen werkgelegenheid te verliezen, is het maken van geen keuzes en te veel geld blijven uitgeven. Maar dan komt de klap in de toekomst dubbel hard aan. Dan zijn wij met zijn allen toch echt in de aap gelogeerd. Daar kiezen wij niet voor.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Nu zegt u het weer, alsof dit een bezuiniging is om het begrotingstekort op orde te brengen. Deze mensen – ik vind het echt stuitend – raken hun baan kwijt omdat u er in twee weken niet uit kwam en vervolgens een compromis moest verzinnen, waarbij geld van de ene sector naar de andere ging, alleen maar voor uw coalitie. Deze mensen verdienen beter.

De heer Zijlstra (VVD):

Waar keuzes worden gemaakt in de politiek, heeft dat altijd effecten voor individuele mensen. Het is voor de mensen die het betreft, in welke sector zij ook werken, de zorg het onderwijs of de wegenbouw, altijd bijzonder pijnlijk. De keuzes die wij hier maken liggen voor ons misschien op macroniveau, maar voor de mensen gaat het om hun eigen inkomen en hun eigen privésituatie. Natuurlijk is dat pijnlijk, maar dat laat onverlet dat wij hier zijn om dergelijke keuzes te maken en om ervoor te zorgen dat er een regeerakkoord is en dat er een regering is die Nederland klaar maakt voor de toekomst, zodat Nederland sterker uit de crisis komt. Dat dit af en toe pijnlijk zal zijn voor de mensen die geconfronteerd worden met de gevolgen ervan, zeg ik de heer Buma onmiddellijk na. Wat ik goed vind aan dit regeerakkoord is dat er keuzes worden gemaakt. De partijen die het ondersteunen, maar ook een partij als het CDA van de heer Buma, durft keuzes te maken. Wij lopen daar niet voor weg. Als u dat nu ook niet doet, mijnheer Buma, dan vinden wij elkaar.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik heb nog een vraag over de aard van de motie. Ik heb gisteravond om half negen op Politiek24 een persconferentie gezien van twee fractievoorzitters en een minister-president die gedrieën uitlegden dat er een aanpassing was in het regeerakkoord, omdat er opstand was uitgebroken in de achterban van de VVD. Nu vragen twee van de drie gisteravond aanwezigen aan de derde om de dingen te doen waarvan we gisteravond hebben gehoord dat ze gaan gebeuren.

De heer Zijlstra (VVD):

De heer Rutte stond er gisteren als oud-onderhandelaar van de VVD. We hebben, dat geef ik onmiddellijk toe, even zitten puzzelen hoe we dit nu staatsrechtelijk op een goede manier kunnen vormgeven. Dat was eerlijk gezegd een redelijke greenfieldoperatie. Er was niet echt een precedent. Wij leggen hier een motie voor, omdat de regeringsverklaring geen te amenderen stuk is. In die motie vragen wij de regering, het beleid dat in het regeerakkoord is opgenomen, aan te passen. Daarmee willen wij helder maken dat de coalitiepartijen die eigenaar zijn van het regeerakkoord, wensen dat het regeerakkoord op dat punt wordt aangepast. Vandaar de motie die hier ingediend is. Aangezien wij gisteravond tot een akkoord waren gekomen, wilden wij niet het debat afwachten en de Kamer dan pas alle gegevens voorleggen met het verzoek die nog even snel te lezen. We hebben er juist voor gekozen om open en transparant meteen alles aan de Kamer toe te sturen, zodat de Kamer zich daar in de voorbereiding van het debat op kon werpen. We dienen hier nu een motie in waarin we de regering oproepen om iets te doen, om ervoor te zorgen dat het ook staatsrechtelijk nog op een goede manier kan indalen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik heb begrepen dat de regering al heeft laten weten dat ze dit gaat doen. Ik neem aan dat het kabinet deze motie zal aanduiden als “overbodig”. Dat is wat er meestal gebeurt met moties die iets vragen wat door het kabinet al is toegezegd. Ik begrijp van de heer Zijlstra dat hij nogal heeft zitten puzzelen. Wat was er op tegen geweest dat het kabinet gewoon het regeerakkoord had aangepast?

De heer Zijlstra (VVD):

Een kabinet kan niet even snel een regeerakkoord aanpassen, want het regeerakkoord is eigendom, om het maar even zo te zeggen, van de coalitieondersteunende fracties. Daarom moeten de coalitieondersteunende fracties hier ook vragen om een wijziging. Het gaat ook niet om iets wat het kabinet al heeft toegezegd, want er was nog geen debat geweest over het regeerakkoord of wat dan ook. Een kabinet kan moeilijk iets toezeggen waar nog niet over gedebatteerd is. We hebben het er al uitgebreid over gehad dat de situatie van de afgelopen twee weken niet de schoonheidsprijs verdient. Dat geef ik toe. Daarom hebben wij ervoor gekozen om in ieder geval ervoor te zorgen dat hetgeen in deze motie staat, staatsrechtelijk op de juiste wijze neerdaalt in dit debat. Daarom hebben wij ook ervoor gekozen om de Kamer reeds gisteravond alle informatie te doen toekomen, zodat zij precies wist wat er ging gebeuren.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik heb sterk de indruk dat ons wordt gevraagd om een goedkeuringsstempel te zetten op iets dat al door de beide coalitiepartijen en het kabinet is afgesproken.

De heer Zijlstra (VVD):

U mag daar zeker voor stemmen. Dat zou ik verstandig vinden. Het is inderdaad een signaal vanuit de VVD en de PvdA aan de regering dat wij vinden wat gisteravond is besproken: het regeerakkoord moet op dit punt worden gewijzigd. Dat is wat er in deze motie wordt uitgesproken.

De heer Van der Staaij (SGP):

We zijn het er in ieder geval over eens dat dit een buitengewoon kansrijke motie is die ongetwijfeld niet het stempel overbodig meekrijgt, maar wordt gezien als ondersteuning van het inmiddels door het nieuwe kabinet gevormde beleid. Mijn vraag gaat over iets anders, namelijk over de 250 miljoen waarvan in de motie staat dat ze bij infrastructuur moeten worden weggehaald om in de sociale agenda gestopt te worden. Is dat een eenmalige overgang of is dat een blijvende maatregel?

De heer Zijlstra (VVD):

Nee, voorzitter. Dit gaat om structureel geld.

De heer Van der Staaij (SGP):

Dat betekent dus dat er ongeacht de uitkomst van het sociale overleg hierover wordt gezegd: wij willen hoe dan ook dat 250 miljoen weggaat bij infrastructuur en dat dit wordt geïnvesteerd in de sociale agenda.

De heer Zijlstra (VVD):

Het is heel simpel. De minister van SZW gaat een gesprek met de sociale partners aan en komt met een akkoord naar ons toe. Als hij een fantastisch akkoord weet te sluiten en miljoenen overhoudt, zou ik dat fantastisch vinden. Als je een deal maakt, moet je die helder opschrijven. Die staat hier helder op papier. Het gaat om 250 miljoen vanuit infra. De minister van Infrastructuur en Milieu moet nog in overleg treden met ons over de precieze vormgeving. Dat dient namelijk nog te gebeuren. De hoofdpost is gekozen, daar komt het uit. De minister van SZW moet nu het gesprek aangaan. De uitkomst daarvan wachten wij af.

Ik zei al dat Nederland voor een zware opgave staat. De bankencrisis in de Verenigde Staten sloeg, over de oceaan heen, over, bleef als een financiële crisis in Europa achter en werd een schuldencrisis. Fundamentele zwakheden in zuidelijke Europese landen werden blootgelegd en de klap volgde ook in Nederland. Het goede nieuws is dat Nederland het relatief goed doet in vergelijking met andere landen. Het afgelopen jaar, onder Rutte I, is Nederland in de lijst van meest concurrerende economieën ter wereld gestegen van de zevende naar de vijfde plaats. Nederland behoort dus tot de beste economieën in de wereld. De werkloosheid behoort tot de laagste in Europa. De gezondheidszorg en het onderwijs zijn van hoog niveau. Wij staan steeds minder vaak in de file. Schiphol en Rotterdam zorgen voor duizenden banen. Wij zijn het op een na rijkste land van de Europese Unie. Dat is een prestatie van formaat.

De heer Pechtold (D66):

Zeker, en niet van u. U noemt het onderwijs. Kunt u mij eens uitleggen hoe in dat kwartetspel van Bos uw verkiezingsprogramma met de wens om 250 miljoen extra uit te trekken voor het onderwijs en de wens van de PvdA van 600 miljoen extra voor het onderwijs uiteindelijk hebben geleid tot de conclusie: weet je wat, we gunnen het onderwijs nul?

De heer Zijlstra (VVD):

Geen idee. Ik was er niet bij.

De heer Pechtold (D66):

Ja, maar u hebt de afgelopen dagen uren fractievergadering gehad. U zat op het departement van Onderwijs, tot voor kort. U bent de verkiezingen ingegaan met de boodschap aan leraren, aan jongeren, aan ouders en aan studenten dat de VVD 250 miljoen extra voor onderwijs wilde, wat ik overigens nog niets vind. De PvdA zei 600 miljoen. Dan ga je dat uitruilen, zo hebben wij begrepen, met dat kaartspel van Bos en dan komt eruit: nul en, als je heel goed kijkt, min. Kunt u mij eens uitleggen waarom u er zo trots op bent hoe dat is gelukt?

De heer Zijlstra (VVD):

De heer Pechtold vroeg naar het kwartetspel. Daar was ik niet bij. Hij vraagt eigenlijk hoe het zit met die miljoenen voor onderwijs. Wij schuiven geld naar onderwijs toe. Er komt bijvoorbeeld ruim 200 miljoen uit budget dat nu bij gemeenten voor onderwijshuisvesting is bestemd en niet wordt uitgegeven. De heer Pechtold zegt dat dit geen toevoeging is aan onderwijs. Wij zeggen dat dit wel het geval is. Dat geld wordt immers nu niet besteed aan onderwijs en met dit nieuwe regeerakkoord wel. Dat is conform de motie van de heer Buma die mijn fractie ook heeft gesteund. Dat is extra geld voor onderwijs, waarmee je op een plus voor onderwijs komt. Daarmee kom je uit op een situatie die dicht bij het VVD-verkiezingsprogramma komt. Ik zeg eerlijk dat het VVD-verkiezingsprogramma betere macro-economische effecten had voor de extra gelden die wij investeerden in het onderwijs. Dit is echter de situatie die zich voordoet. Ook hier geldt dat niet alle wensen vervuld konden worden. Ook op het terrein van onderwijs, inclusief onderzoek, hebben wij niet alles voor elkaar gekregen, maar wel veel.

De heer Pechtold (D66):

Dat is hetzelfde fabeltje, hetzelfde balletje-balletjespel met onderwijs dat ik al weken van deze nieuwe coalitie hoor. Dat siert u niet. Ik daag u uit om voor de behandeling van de begroting van onderwijs aan te tonen dat van het geld dat naar gemeenten ging geen euro bij het onderwijs terecht is gekomen. Pak er maar gewoon tien gemeenten uit en laten wij eens kijken wat zij ermee hebben gedaan. Gaat u daarmee akkoord? Pakt u de handschoen op en houdt u vol dat er door dit kabinet wordt geïnvesteerd in onderwijs? Of durft u nu gewoon uw verlies te erkennen door te zeggen: wij hebben in dat hele kwartetspel even niet gedacht aan de toekomst van de volgende generatie, wij hebben het onderwijs laten zakken? Mijn concrete vraag: krijgen wij dat met uw steun voor de behandeling van de onderwijsbegroting, doorgerekend en wel door de minister van Onderwijs?

De heer Zijlstra (VVD):

Wat mij betreft niet. Wij hebben destijds niet voor niets de motie-Van Haersma Buma gesteund. Volgens mij heeft de heer Pechtold die ook gesteund. Die motie is klip-en-klaar: haal het geld uit het Gemeentefonds, breng het over naar de onderwijsbegroting, opdat het aan onderwijs wordt uitgegeven. Kan ik honderd procent zeker zeggen dat er geen euro tussen zit die een kleine gemeente of een grote gemeente misschien toevallig wel aan onderwijshuisvesting heeft uitgegeven? Nee, want ook in dit geval geldt dat er een grote beweging gemaakt wordt en dat daarbij altijd wel een uitzondering te vinden valt die misschien net anders is. De beweging waarvan in de motie sprake is, wordt door het kabinet uitgevoerd: extra geld voor onderwijs. Ik kan er niets anders van maken. Dat is precies wat wij wilden. Het is ook het doel van de motie. Die doelstelling hebben wij gewoon opgenomen in het regeerakkoord.

De heer Pechtold (D66):

Dan daal ik ...

De voorzitter:

Nee, mijnheer Pechtold, zo werkt het niet. U hebt straks misschien weer een nieuwe kans en anders hebt u uw eigen termijn. Mijnheer Zijlstra, gaat u verder.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter, ik ben er nu toch ...

De voorzitter:

Mijnheer Buma.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik zit die motie te lezen en te denken: zullen wij die steunen? Nu moet de heer Zijlstra mij toch eens helpen. Er is toch afgesproken dat de tweede schijf naar 42% gaat?

De heer Zijlstra (VVD):

Blijft.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Hoe kan het dan – misschien hebt u dit zelf nog niet gelezen – dat de hypotheek wel voor maximaal 38% mag worden afgetrokken?

De heer Zijlstra (VVD):

Zoals de heer Buma weet, ging in de originele versie van het regeerakkoord de hypotheekrenteaftrek in stapjes van 0,5% per jaar in 28 jaar tijd terug naar 38%: de derde schijf zoals deze er toen in zat. Aangezien wij een ander instrument hebben gekozen, hebben wij deze belastingverlaging niet meer opgenomen. Die was immers onderdeel van het pakket rond de inkomensafhankelijke zorgpremie. De afspraak die wij met de PvdA hebben gemaakt landde op 38% en die afspraak blijven wij gewoon nakomen, ook na aanpassing van het pakket. Wij gaan dus niet aan afspraken morrelen die wij al gemaakt hadden. Volgens mij is daar niets onduidelijks aan.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Volgens mij zijn er in Nederland drie mensen die dat begrijpen: u, de heer Samsom en de heer Rutte. Als u afspreekt om de belasting naar 42% te brengen, gaat de aftrek daar logischerwijs ook naartoe. Geen Nederlander die snapt dat dit niet het geval is. Onbegrijpelijk. Ik moet u zeggen dat ik in mijn fractie geen lang beraad nodig heb over deze motie.

De heer Zijlstra (VVD):

Dat zal ongetwijfeld zijn omdat u voor gaat stemmen.

Wij hebben een goede uitgangspositie, mede dankzij de hervormingen van het kabinet-Rutte I. Dat betekent echter niet dat wij achterover kunnen leunen. De goede uitgangspositie wordt namelijk bedreigd. Wij moeten nu verdere maatregelen nemen om aan de top te blijven. Sinds het uitbreken van de economische crisis in 2008 is de staatsschuld opgelopen tot boven de 400 miljard euro: 70% van ons bruto binnenlands product. De schuld per werkende Nederlander is opgelopen tot € 50.000. Ook al is de werkloosheid relatief laag, ze loopt wel op. Pensioenen staan onder druk en de zorguitgaven worden onbetaalbaar. De Europese schuldencrisis leert ons hoe het mis kan gaan als schulden blijven oplopen en problemen te laat worden aangepakt. Daarom gaat dit kabinet de problemen aanpakken. Niet omdat het leuk is, maar omdat het moet. Dit is een verantwoordelijkheid die de VVD wil en durft te nemen. Dit is een verantwoordelijkheid die wij van de landen om ons heen ook vragen. Het is daarom ook goed dat de strenge Europese lijn van bezuinigen en hervormen wordt doorgezet. Het is niet onze taak om andere landen te hervormen. Dat moeten ze zelf doen. Ze moeten hun afspraken met de Europese Unie nakomen. Daarin is de VVD consequent geweest. Alleen als dat gebeurt, zal de Europese Unie over 60 jaar nogmaals de Nobelprijs winnen, maar dan die voor economie.

Door de economische crisis moet Nederland versneld grote vraagstukken behandelen. Vraagstukken als: kiezen wij voor structurele werkloosheid of geloven wij in een flexibele arbeidsmarkt, waar jong en oud weer aan de slag kunnen? Willen wij alleen het pensioen van de ouderen van nu redden of ook dat van de generatie die nu nog op de middelbare school zit? Kiezen we voor het afkopen van ons schuldgevoel jegens de derde wereld of geven we ons bedrijfsleven de kans om samen met arme landen de economie van die landen op te bouwen? Kiezen we voor de dader en laten we het vertrouwen in de rechtstaat afnemen, of staat de overheid achter het slachtoffer en worden criminelen hard gestraft? Kiezen we in het onderwijs voor de platgeslagen middelmaat of laten we talent juist bloeien? Laten we de zorg ten onder gaan aan steeds verder oplopende kosten of willen we over twintig jaar nog steeds goede en betaalbare zorg hebben? De VVD maakt deze keuzes.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik heb even tot tien geteld toen het ging over het afkopen van schulden jegens de derde wereld. Eerlijk gezegd ben ik verschrikkelijk boos dat onze zorg voor de allerarmsten van de wereld op deze manier wordt weggezet. Je mag de discussie aangaan over vragen als hoe we het geld voor ontwikkelingssamenwerking gaan besteden, wat echt goed is voor de mensen, en hoe we kunnen controleren of het geld wordt besteed aan de zaken die we hebben bedoeld. Maar om het weg te zetten als het afkopen van schuldgevoelens … Ik moet dit even kwijt, mevrouw de voorzitter, ik hoop dat u mij dat niet kwalijk neemt.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik heb zelf het genoegen gehad, veel over de grens te mogen werken. Ik was bijvoorbeeld in Tanzania. Daar zijn heel veel scholen gebouwd. Ze staan echter leeg. En waarom staan ze leeg? Omdat de leraren als administratief medewerker werken voor de westerse hulporganisaties. Het analfabetisme in dat land neemt toe. Dergelijke zaken zijn niet goed te praten met ontwikkelingssamenwerkingsgeld. Daarom moeten we zorgen voor hulp aan die landen waarmee zij hun economie kunnen opbouwen in samenwerking met ons bedrijfsleven. Dat is de lijn die de VVD wil. Daar durven wij voor te staan. Wij moeten dit soort zaken gewoon eens met zijn allen onder ogen durven te zien. We moeten het durven aanpakken, zodat deze landen er echt op vooruitgaan.

De heer Slob (ChristenUnie):

Dit is geen voorbeeld van het afkopen van schuldgevoel maar van een discussie over de vraag of je het geld daaraan moet besteden. Dat is iets heel anders. Ik durf het woord “genoeg” eigenlijk niet eens te noemen. Ik heb het twee weken geleden in het debat hier in de Kamer genoemd. Ik was vorig jaar zomer op de grens van Ethiopië en Somalië. Ik ben vaker in die gebieden geweest. Ik heb daar de vluchtelingenkampen gezien waar de kinderen lagen te sterven in de tenten die daar waren neergezet en waar ze nog een klein beetje hulp kregen. Dat zijn verschrikkelijk schrijnende situaties. Daarom vind ik het ook zo’n schande dat dit kabinet, na in de vorige periode het ook al te hebben gedaan, nog eens een keer een miljard bezuinigt op ontwikkelingssamenwerking. Maar goed, daar kom ik in mijn eigen termijn nog op terug, voorzitter.

Ik heb nog een vraag over de afspraken die zijn gemaakt over ontwikkelingssamenwerking, de 750 miljoen waar een fonds voor wordt gemaakt. Is het de bedoeling dat dit geld echt ten goede komt aan het mkb in de derde wereld, is het daarvoor geoormerkt? Dat is niet helemaal duidelijk. Ik krijg er graag een antwoord op van de heer Zijlstra.

De heer Zijlstra (VVD):

Goed ontwikkelingssamenwerkingbeleid staat ermee dat wij onder ogen durven te zien wat er misgaat. Als de heer Slob en ik elkaar op dat punt vinden, kunnen we de komende jaren goede stappen zetten en kan de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking daar ook goed bij helpen. Laat ik helder zijn over de vraag wat er met het fonds moet gebeuren. Dat fonds is bedoeld om te zorgen dat het Nederlandse bedrijfsleven in samenwerking met bedrijfjes in de ontwikkelingslanden op een goede manier de lokale economie daar kan stimuleren en om de boel daar lokaal op orde te krijgen. Dit moet echter wel gebeuren in samenwerking met bedrijven hier, zodat de kennis en kunde die hier aanwezig zijn, ook daar gebruikt kunnen worden.

Voorzitter. De VVD wil keuzes maken en maakt die ook. Wij kiezen voor een kleine en krachtige overheid, die zorgt voor veiligheid, goede en betaalbare zorg en goed onderwijs, geen overheid die het dagelijks leven van mensen belemmert met onnodige regels, geen overheid die met opgeheven vingertje uitlegt wat de mensen wel en niet moeten vinden. Dat is de visie van de VVD en die klinkt helder door in dit regeerakkoord. Er wordt wederom flink gesneden in de overheid zelf. Mensen die geen Nederlands spreken, komen niet meer in aanmerking voor de bijstand. De uitkering van mensen die niet willen werken wordt stopgezet. Uitkeringen binnen een gezin kunnen niet langer worden gestapeld. Het strenge asiel- en veiligheidsbeleid wordt voortgezet. Er wordt gekort op ontwikkelingssamenwerking, maar defensie, politie en onderwijs worden ontzien. De AWBZ en de huurmarkt worden eindelijk grootschalig hervormd. Het ontslagrecht wordt aangepast en de WW wordt hervormd. Het verschil tussen uitkeringen en salarissen wordt vergroot, waardoor werken loont. Mensen stimuleren om uit een uitkering te komen, omdat ze daar ook financieel op vooruitgaan, is wat dit regeerakkoord doet.

De VVD heeft concessies gedaan, ja. Maar dat hebben wij niet zomaar gedaan. Wij hebben ja gezegd tegen een kindpardon, maar tegelijk geregeld dat de asielprocedures worden aangescherpt en geen nieuwe stuwmeren ontstaan. Wij hebben ja gezegd tegen de beperking van de hypotheekrenteaftrek, maar onder de voorwaarde dat de opbrengst daarvan geheel terugvloeit naar de belastingbetalers.

Het was de afgelopen twee weken erg handig dat ik de afgelopen jaren wat ervaring met tegenwind heb kunnen opdoen als staatssecretaris van Cultuur. Het recht houden van de rug in de stellige overtuiging dat je werkt aan een beter Nederland was de afgelopen wel nodig. De VVD is niet in staat geweest haar hele verkiezingsprogramma binnen te halen – dat is de consequentie van een coalitieland – maar haar belangrijkste doelstelling heeft zij wel binnengehaald: het op orde brengen van de overheidsfinanciën zodat dit land sterker en mooier uit de crisis komt. Daarbij is een voor de VVD belangrijk uitgangspunt recht overeind gebleven, namelijk dat werken altijd moet lonen. Aan die kaders zullen ik en mijn fractie het kabinet houden. Het regeerakkoord is immers van de fracties. Mijn fractie heeft alle vertrouwen in dit kabinet, maar houdt natuurlijk de balans in de gaten.

Kort gezegd, het is in tijden van crisis acceptabel dat de zwaarste lasten door de breedste schouders worden gedragen. Maar werk moet blijven lonen. Dat liberale geluid zal mijn fractie bewaken. Dat geluid zit in dit akkoord. Dat heb ik geschetst. Nu zeg ik tegen dit kabinet: aan het werk!

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

U mag nog even achter de katheder blijven staan, want onder meer de heer Pechtold heeft nog een vraag.

De heer Pechtold (D66):

In verband met samenwerking heb ik nog twee vragen. Er liggen een paar wetsvoorstel die niet besproken worden in het regeerakkoord, maar waar VVD en D66 altijd samen in optrokken. Een eerste ging over godslastering. Daar heeft de handtekening van de VVD altijd onder gestaan. Steunt u dat weer, mijnheer Zijlstra? Een tweede ging over het gelijktrekken van het arbeidsrecht voor ambtenaren en gewone werknemers. Dat wordt wel genoemd in het regeerakkoord, maar het wetsvoorstel wordt niet genoemd.

De heer Zijlstra (VVD):

Wat dat laatste betreft, in het regeerakkoord staat niet voor niets dat wij de arbeidsrechtelijke positie gelijk willen trekken. Daar zullen wij dus in meegaan. Ik weet niet of dat nou precies via uw initiatiefwetsvoorstel zal gaan, maar ik denk dat wij in dezelfde richting zitten te denken. Dat komt dus vast goed met misschien hier en daar een aanpassing. En wat het eerste betreft, dat godslastering strafbaar is, is niet de liberale inslag van de VVD. Ook daarvoor geldt dus dat wij goed zullen bekijken of wij het wetsvoorstel kunnen steunen zoals dat nu is vormgegeven. Mijn eerste inslag is ja.

De heer Pechtold (D66):

Uw handtekening stond er al onder, dus ik neem aan dat u het toen ook gelezen hebt.

De heer Zijlstra (VVD):

U hoort mij ook zeggen: mijn eerste inslag is ja.

De heer Pechtold (D66):

Ja, u moet geen stukken tekenen die u niet gelezen hebt, hè.

De heer Zijlstra (VVD):

Precies.

De heer Wilders (PVV):

Ik heb te doen met u, collega Zijlstra. Je zult er maar staan in het eerste debat als voorzitter van de VVD-fractie en dan moet je moties indienen waarin staat dat de lasten het beste gedragen kunnen worden door de hoogste inkomens en dat de gewenste verkleining tussen de hoge en lage inkomens moet worden bewerkstelligd. Hoe voelt het nou om fractievoorzitter te zijn van de grootste socialistische partij van Nederland?

De heer Zijlstra (VVD):

Teksten over inkomensverkleining zijn niet mijn natuurlijke houding. Dat zullen ze ook nooit worden, maar in een land waarin je coalities moet vormen, doe je concessies. Wij hebben in de onderhandelingen zaken weg moeten geven. Daar hebben wij iets langer over gedaan dan één dag na de verkiezingen, zoals u met de AOW. Dat brengt echter met zich mee dat je af en toe ook een boodschap moet verkondigen die niet de jouwe is, maar waar je wel voor getekend hebt.

De heer Wilders (PVV):

“Een boodschap die niet de jouwe is”? U hebt zo ongeveer het hele Partij van de Arbeid-verkiezingsprogramma uitgevoerd! Het gaat niet alleen om dat rare nivelleren, waar de VVD nu voor is, maar ook om het verhogen van de belastingen met 5 miljard en een generaal pardon voor asielzoekers. Waar bent u mee bezig? En vooral, wat zegt u tegen al die VVD-kiezers die dachten toen zij in september gingen stemmen: wij maken de VVD de grootste om de Partij van de Arbeid buiten de deur te houden? Nu bent u niet alleen de fractievoorzitter van de grootste socialistische partij van dit huis, maar hebben de VVD-kiezers ook nog de heer Samsom en zijn clubje erbij gekregen. Wat zegt u tegen de kiezers? U hebt ze straal voor de gek gehouden.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik durf onmiddellijk te erkennen dat een deel van de kiezers die op de VVD of de PvdA hebben gestemd, dat niet heeft gedaan met het doel om de twee partijen bij elkaar te brengen. Daar lopen we niet voor weg ...

De heer Wilders (PVV):

Kiezersbedrog heet dat.

De heer Zijlstra (VVD):

… maar als je de dag na de verkiezingen de verkiezingsuitslag ziet, ga je, als constructieve partijen die niet weglopen voor verantwoordelijkheid, bekijken hoe je een regering kunt vormen. Daarbij konden we naar alle opties kijken maar bleef er eigenlijk maar één optie over, waarmee we aan de slag zijn gegaan.

De heer Wilders (PVV):

U zegt in feite: dan ga je bekijken hoe je je ziel en zaligheid overboord kunt gooien, dan ga je bekijken hoe je de socialisten kunt bedienen en dan ga je in je verkiezingsprogramma bekijken hoe je je eigen kiezers maximaal belazert. Want dat heeft uw partij gedaan. Dat heeft de partij van de heer Rutte gedaan. De mensen hebben op de VVD gestemd om de PvdA buiten de deur te houden en ze krijgen een PvdA-beleid van generaal pardonnen, belastingverhoging en nivellering. U hebt de kiezers voor de gek gehouden en ik hoop dat ze heel lang niet naar dat socialistische partijtje van u, de VVD, terugkomen.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik zeg het nogmaals. Ja, wij hebben concessies gedaan. Ja, wij hebben onze verantwoordelijkheid genomen. Wij zijn er niet vandoor gegaan. Wij hebben gezegd: wij nemen onze verantwoordelijkheid en we gaan de problemen in het land oplossen. Dat doen wij met rechte rug en dat durven wij aan onze kiezers uit te leggen. De kernboodschap van de VVD, namelijk ervoor zorgen dat het land sterker uit de crisis komt en dat we orde zaken stellen, staat recht overeind in het regeerakkoord. Ik durf daarvoor te tekenen. Sterker nog, ik dat heb ik ook gedaan.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik vroeg me af hoe het “elkaar iets gunnen” tijdens het kwartetten van de afgelopen weken gegaan is rond het klimaatbeleid. Ik heb de heer Zijlstra daar niets over horen zeggen en ik vind het wel interessant. Vindt de VVD wat er in het regeerakkoord staat over de klimaatdoelstellingen, passen bij de VVD? Was het iets wat de VVD graag wilde of was het iets wat de VVD de PvdA gunde?

De heer Zijlstra (VVD):

Ik was niet aanwezig bij het kwartetten waar iedereen, en ikzelf inmiddels ook, zeer in is geïnteresseerd. Het zal ongetwijfeld aangenaam zijn geweest. Over het klimaatbeleid hebben we inderdaad gezegd dat we duurzame groei willen op twee manieren, namelijk duurzaam in langjarige economische ontwikkeling en duurzaam op een zo groen mogelijke manier. Dat hebben we in het regeerakkoord opgeschreven en daar zijn wij het mee eens.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ik wil een duidelijk antwoord. Is het klimaatbeleid zoals het is geformuleerd, iets wat de VVD heeft gegund aan de PvdA? Was het de wens van de PvdA? Of zijn de duurzaamheidsambities in het regeerakkoord exact wat de VVD zelf ook graag wil?

De heer Zijlstra (VVD):

Het is niet exact wat de VVD wil. Volgens mij had mevrouw Thieme het antwoord op die vraag ook paraat. De VVD is het er op het gebied van duurzame groei niet mee eens om alles op te hangen aan de pijler van het klimaat. Dat vinden wij veel te kwetsbaar. Er zijn twee redenen waarom je op het gebied van het energiebeleid iets moet doen. Aan de ene kant moet je nooit te laat ingrijpen; dat is het voorzorgsprincipe. Voor het klimaat doen we een aantal dingen. Aan de andere kant, en dat zit hier ook in, moet je zorgen voor energiezekerheid naar de toekomst toe. Als grondstoffen schaarser worden, moet je naar alternatieve energiebronnen kijken. Dat is het pakket dat voorligt. Daarom moeten we op beide pijlers bouwen, dus niet alleen op klimaat maar ook op het andere gebied. Er is nog iets belangrijks voor de VVD bij. Wij houden daarbij namelijk altijd de concurrentiepositie van Nederland overeind. We gaan niet veroorzaken dat bedrijven die in dit land hartstikke goed klimaattechnisch en milieutechnisch werk doen, zoals Hoogovens, de grens over worden gejaagd doordat wij harder lopen dan de rest van de wereld. Dan gaan bedrijven die slechter zijn voor het wereldklimaat de staalproductie en de aluminiumproductie doen in bijvoorbeeld India of China. Dus: ja, het gaat om een goed klimaatbeleid en energiezekerheid, maar ook om de concurrentiepositie.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Dus ik kan concluderen dat het klimaatbeleid zoals dat nu verwoord is in het regeerakkoord, in feite een verlenging is van de consistente lijn die de VVD de afgelopen jaren heeft ingezet ten behoeve van de energievoorziening en het klimaat?

De heer Zijlstra (VVD):

Nee, want niet alles wat erin staat is geheel conform onze lijn. Over de hoofdlijn die ik net schetste, zijn we het echter eens.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter, ik heb één keer geïnterrumpeerd. Ik vind dat ik nog een keer iets mag vragen. Ik wil namelijk gewoon weten …

De voorzitter:

Nee, mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter! Als ik gedurende de hele inbreng van de heer Zijlstra niet één keer heb geïnterrumpeerd …

De voorzitter:

Nee, mevrouw Thieme, ik ga dit niet doen. Ik ga dit echt niet doen. We hebben afspraken gemaakt en iedereen heeft zich daaraan gehouden; dat vind ik ongelooflijk fijn. Het is uw keuze geweest om tot op het laatste moment niet te interrumperen. Ik ga nu naar de heer Slob. Mijnheer Slob, ga uw gang.

De heer Slob (ChristenUnie):

Zo’n 100.000 mensen hebben via de AWBZ een indicatie …

De voorzitter:

Gaat u verder, mijnheer Slob.

De heer Slob (ChristenUnie):

Mevrouw de Voorzitter, ik kan u maar net zien nu mevrouw Thieme voor u staat. Zo’n 100.000 mensen hebben via de AWBZ een indicatie voor dagbesteding. Daar zitten ook heel veel chronisch zieken en gehandicapten tussen. Een deel van die mensen, ik meen zo’n 10.000 tot 15.000 mensen, gaat naar zorgboerderijen waar goed werk wordt gedaan. Nu lees ik in het regeerakkoord – ik beschouw de heer Zijlstra als een van de hoeders van het regeerakkoord dus hij weet ook precies wat erin staat – dat de besteding vanuit de AWBZ in 2015 naar de gemeenten gaat, maar dat de functie dagbesteding al in 2014 vervalt. Nu is er grote verwarring bij al die mensen – meer dan 100.000 – over wat er gaat gebeuren. Kan de heer Zijlstra hun enige duidelijkheid geven?

De heer Zijlstra (VVD):

Op het gebied van de langdurige zorg zullen ook keuzes gemaakt moeten worden. Wij kiezen ervoor om de AWBZ te hervormen naar een stelsel dat weer naar zijn originele vorm teruggaat, namelijk zorg voor gehandicapten en zware ouderenzorg. Dat houdt in dat zaken die we in het verleden konden betalen nu soms weer de verantwoordelijkheid worden van mensen zelf. Voor bijvoorbeeld de dagbesteding kan de overheid niet altijd de verantwoordelijkheid nemen. Ook kan zij niet altijd betalen voor het feit dat mensen hun dag door moeten komen. Dat is een hard gelag voor sommige mensen. Dat is geen fijne boodschap. Het is echter de consequentie van het feit dat we ons niet meer alles kunnen permitteren.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik dacht dat het een foutje in het regeerakkoord was en dat 2014 eigenlijk 2015 had moeten zijn. Dan zouden de gemeenten eventueel passende oplossingen hebben kunnen bedenken. Eerlijk gezegd schrik ik hiervan. In feite zegt de heer Zijlstra dus tegen die 100.000 mensen die via de AWBZ recht hebben op dagbesteding dat het vanaf 2014 einde oefening is. Ik zal straks aan de heer Samsom vragen of dit ook zijn beleving van het regeerakkoord is. Als dit echt zo is, vind ik dat een heel harde boodschap in deze tijd. De heer Zijlstra heeft gezegd dat mensen aan het werk komen als zij dat echt willen, maar voor veel chronisch zieken en gehandicapten geldt dat absoluut niet.

De heer Zijlstra (VVD):

Dagbesteding heeft niets te maken met de vraag of deze mensen aan het werk gaan; laat dat helder zijn. Het is inderdaad geen fijne boodschap. Dat ben ik onmiddellijk met de heer Slob eens. Ik waarschuw hem nogmaals. De komende jaren zullen het kabinet en de coalitiepartijen nog regelmatig boodschappen brengen die niet fijn zijn, die wij ook niet leuk vinden, maar die wel noodzakelijk zijn om de keuzes die gemaakt moeten worden echt te maken.

De heer Slob (ChristenUnie):

Er moeten inderdaad stevige keuzes gemaakt worden. Ook uit ons programma blijkt dat wij vinden dat we met de AWBZ aan het werk moeten. Maar in 2015 de begeleiding overdragen aan gemeenten en al in 2014 de functie dagbesteding stilzetten, iets wat voor duizenden mensen grote gevolgen heeft, vind ik echt onverantwoord. Ik hoop dat u op uw schreden terugkeert.

De voorzitter:

Mijnheer Zijlstra, dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Roemer.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Regeren in crisistijd is niet makkelijk. Het verdient dan ook waardering als mensen zich willen inzetten om in deze tijd die verantwoordelijkheid te nemen. Ook de wil om snel tot een nieuw kabinet te komen is te waarderen. Ik wil de nieuw benoemde bewindspersonen feliciteren en wens hen alle wijsheid toe. De SP-fractie zal goede voorstellen van het kabinet omarmen en mindere voorstellen van het kabinet voorzien van betere suggesties, maar zal bij slechte voorstellen het verzet organiseren om die zo snel mogelijk van tafel te krijgen. Ieder kabinet heeft namelijk recht op een goede oppositie.

Toch moet gezegd worden dat de start van een kabinet zelden zo verwarrend en zo onprofessioneel is verlopen als de start van dit kabinet. Dat doet de totale politiek geen goed. Het is waar: een snelle formatie hebben we nog niet vaak gezien. Maar als zo vaak blijkt ook hier weer dat haastige spoed zelden goed is. In een veel te kleine setting zonder zich te realiseren wat de gevolgen zijn van de diverse maatregelen en met een torenhoge naïviteit over het gemak van elkaar iets gunnen, is een slecht doordacht regeerakkoord gepresenteerd. Daarbij is niet over de schaduw heen gestapt, maar vooral over eigen principes, met alle gevolgen van dien. Het goede nieuws is dat protest helpt. Nooit eerder werd het regeerakkoord zo snel aangepast onder druk van de bevolking. Dat biedt hoop, hoop voor alle mensen die zich grote zorgen maken over de bikkelharde ingrepen die dit kabinet wil doen. Actievoeren helpt, zeg ik tegen de werkers in de thuiszorg, tegen huurders, tegen chronisch zieken, tegen ouderen, tegen mensen in de bouw.

De verkiezingen gingen over de vraag hoe we uit de crisis kunnen komen, hoe we de financiële markten aan banden leggen, hoe we de economie aan de praat krijgen en hoe we mensen aan het werk krijgen en houden. De verkiezingen gingen vooral over de vraag hoe we weer enige binding in de samenleving krijgen en hoe we bij mensen het vertrouwen in de politiek kunnen herwinnen en, nog belangrijker, het vertrouwen in de toekomst. De verkiezingen gingen over het wegnemen van zorgen. Bij ouderen ging dat om de zorg of hun inkomen overeind blijft en of hun zorg nog wel betaalbaar en menselijk blijft, bij jongeren om de zorg of zij hun studie nog wel kunnen blijven betalen en bij andere mensen om de zorg of ze nog wel werk vinden of hun baan nog wel behouden. En ga zo maar door.

Daarom had ik gehoopt dat er een kabinet zou komen dat Nederland op een eerlijke en sociale manier uit de crisis zou leiden. Maar helaas, dit is een neoliberaal kabinet met neoliberale oplossingen. Er is gekozen voor het doorzetten van de harde en kille bezuinigingen in plaats van nu extra te investeren in de economie, in de bouw, in vertrouwen. De harde bezuinigingslijn wordt voortgezet. 46 miljard in zeven jaar is veel te hard en veel te snel. Dat leidt tot een verslechtering van de economie, tot fors meer werkloosheid, tot meer faillissementen en tot minder vertrouwen. Daarnaast wordt het neoliberale beleid doorgezet van meer marktwerking in de publieke sector, een afbraak van de sociale zekerheid, minder betaalbare huurwoningen en 1 miljard aan bezuinigingen op de solidariteit met de allerarmsten in de wereld, een keiharde maatregel waar een nog altijd rijk land als Nederland zich voor zou moeten schamen.

Er was veel te doen over de inkomensafhankelijke zorgpremie, waarvan mijn fractie, mits die goed en eerlijk wordt ingevoerd, voorstander is. Je zorgt er dan namelijk voor dat de zorg voor iedereen toegankelijk is en blijft. Dat principe is nu losgelaten met alle gevolgen van dien voor mensen met lagere inkomens en chronisch zieken. Nu al kunnen meer dan 300.000 mensen hun zorgpremie niet betalen en komen nog meer mensen in de problemen door de hogere eigen risico’s. Ik voorspel dat dit probleem alleen maar groter wordt. Mijn vraag aan de premier is dan ook wat hij gaat doen aan de groeiende betalingsproblemen en de verminderde toegankelijkheid.

Het tweede voordeel van zo’n premiestelsel zou zijn geweest dat de concurrentie tussen zorgverzekeraars kleiner zou zijn geworden. Er zou dus minder marktwerking zijn. Helaas is ook dat nu van tafel. De Partij van de Arbeid heeft dus ook al ingestemd met nog meer marktwerking in de zorg. Zorgverzekeraars krijgen volledig vrij spel bij het sluiten van streekziekenhuizen. Zorgverzekeraars kunnen nu ook volledig bepalen waar je de zorg krijgt. De vrije artsenkeuze vervalt. De zorgverzekeraars kunnen eigenaar worden van een zorginstelling, met alle gevolgen van dien. Door het aantrekken van aandeelhouders en door winstuitkeringen worden ziekenhuizen omzetmachines. Dit leidt onherroepelijk tot meer en onnodige behandelingen. Tot meer verspilling, slechtere arbeidsvoorwaarden, alles voor de aandeelhouder, kortom: tot veel duurdere zorg. En dat terwijl bijna iedereen in de zorg, van verpleegkundige tot specialist, ervan overtuigd is dat de zorg geen markt is en dat marktwerking leidt tot duurdere zorg.

De regering gaat investeren in extra wijkverpleegkundigen. Daar ben ik blij mee. Buurtzorg heeft de toekomst, dat zegt de SP al jaren. Maar wat hebben we aan extra wijkverpleegkundigen, als ze er daadwerkelijk gaan komen, als het kabinet de huishoudelijke zorg voor honderdduizenden mensen afschaft? Tienduizenden vakkundige zorgmedewerkers verliezen hierdoor hun baan. Ouderen en gehandicapten komen zonder huishoudelijke zorg te zitten, met alle gevolgen van dien voor hun gezondheid. En dan gaan de zorgmedewerkers ook nog eens op de nullijn. Ze leveren dus fors in.

Datzelfde geldt ook voor het afschaffen van de dagbesteding. Echt een onvoorstelbaar domme maatregel. Is er überhaupt nagedacht over de gevolgen hiervan? Bijna iedereen kent bijvoorbeeld wel een echtpaar waarvan de vrouw dementerend is. Nu nog kan de man een groot deel van de zorg voor haar op zich nemen, mede omdat zij een paar keer per week naar de dagbesteding kan. In die tijd kan hij iets voor zichzelf doen, iets in de huishouding of gewoon even aansterken. Straks kan dat niet meer en belandt zij een aantal jaren eerder in een verpleegtehuis. Zo hard en zo eenvoudig is dat. Het kabinet doet alsof dagbesteding een kostenpost is. Wie even doordenkt, weet beter. Dankzij de dagbesteding blijven ouderen langer samen en worden de zorgkosten juist beperkt. Kortom: de zorg wordt hard gepakt. Kan de premier reageren op dit voorbeeld? Wat moet deze man doen?

Niet alleen in de zorg maar ook ten aanzien van werk en inkomen ontbreekt het aan een gezamenlijke visie. De crisis verdiept zich en elke dag komen er meer werklozen. Door het akkoord van gisteren loopt de werkloosheid zelfs nog wat harder op. Je zou zeggen dat er geen slechter moment is om de WW uit te kleden en de ontslagbescherming te verminderen. En ondanks de 250 miljoen uit het nieuwste akkoord wordt alleen al op de WW straks structureel 1,2 miljard bezuinigd. Waarom heeft het kabinet gekozen voor het afbreken van de WW juist op dit moment? Beseft de premier wel wat de gevolgen zijn van dat beleid?

Stel je bent 49 jaar, boekhouder in een bedrijf, met een goed inkomen en een behoorlijke hypotheek. Dan volgt echter ontslag en binnen een jaar en wellicht een paar maanden val je terug tot bijstandsniveau, als je al genoeg gewerkt hebt. Je solliciteert je een ongeluk, maar het is gewoon moeilijk om werk te vinden. Wat heeft het kabinet zo’n man te bieden? Bijzonder weinig, zo blijkt uit het regeerakkoord. Iedereen kent dit soort voorbeelden. Rond de 50 jaar oud, studerende kinderen, en plotseling zonder baan. Voor dit soort situaties is de sociale zekerheid ooit uitgevonden. Dat je niet meteen door je hoeven zakt als je toevallig zonder werk komt te zitten in een slechte economische periode. Die basis valt nu grotendeels weg. Graag een reactie.

Beseft de premier eigenlijk wel waarom wij al die voorzieningen hebben om werknemers te beschermen? Wil hij echt naar een samenleving waarin mensen wegwerpproducten worden? Waar je op de werkvloer voortaan beter je mond kunt houden omdat je er anders uit ligt? Waarin mensen twee of drie baantjes moeten nemen maar nauwelijks nog rond kunnen komen, omdat we ze zelfs gaan dwingen om onder het minimumloon te werken? Steeds meer mensen weten al niet meer waar ze aan toe zijn. Steeds meer flexbanen, steeds minder zekerheid. Ik ga mijn best doen om samen met de vakbonden deze desastreuze plannen te voorkomen. Ik zal luisteren naar Ton Heerts, de voorzitter van de FNV, die de voorgestelde maatregelen “desastreus voor de arbeidsmarkt” en “PvdA-onwaardig” heeft genoemd.

De AOW wordt nog sneller verhoogd, namelijk al vanaf volgend jaar. Tienduizenden ouderen krijgen bovendien te maken met een 65-plusgat. Deze ouderen hebben straks maanden of zelfs meer dan een jaar geen inkomen. Honderden mensen die hierdoor in grote problemen komen, hebben zich al bij de SP gemeld. Mensen vrezen in de bijstand te belanden, die ook nog eens flink wordt gekort. De SP vindt dat we fatsoenlijk moeten omgaan met mensen die hun leven lang hard hebben gewerkt en die er nu niets meer aan kunnen doen. Wat gaat de premier doen om dit probleem op te lossen? Wat heeft hij de mensen te bieden die door het 65-plusgat in grote problemen dreigen te komen?

Mijn partij maakt zich ook grote zorgen over de mensen die nu nog werk hebben in de sociale werkplaatsen. Onder Rutte I moesten deze mensen vrezen voor hun baan. De minister-president zal zich dat nog wel herinneren. Wij hebben er vaak over gesproken en zelfs gezamenlijk een werkbezoek afgelegd. Het voorstel om arbeidsgehandicapten bij reguliere bedrijven te begeleiden kan zeker op onze steun rekenen. Het is alleen wel de vraag hoe het kabinet die mooie plannen waar wil maken met de miljarden aan bezuinigingen die tegelijkertijd zijn ingeboekt op de sociale werkvoorzieningen. Net als de vakbond vreest mijn fractie dat de kaalslag in de sociale werkvoorziening, die het vorige kabinet van plan was, onder het nieuwe kabinet versneld wordt doorgezet. Kan de minister-president mij garanderen dat werknemers die de sociale werkplaatsen verlaten, niet gedwongen worden om onder het minimumloon te werken? Kan hij toezeggen dat bedrijven die mensen uit de sociale werkplaatsen aan het werk helpen, kunnen blijven rekenen op voldoende begeleiding en ondersteuning? Kan hij mij toezeggen dat de cao voor sociale werkplaatsen gehandhaafd blijft, ook voor nieuwe mensen, en dat niemand met een indicatie voor de sociale werkplaats ontslagen zal worden?

De voorgenomen bezuiniging op de bijstand gaat ook door. Kan de minister-president reageren op het feit dat wij die mensen nu straffen omdat ze werkloos thuiszitten, terwijl het kabinet er niet in slaagt om meer banen te creëren zodat die mensen een kans krijgen?

VVD en PvdA hebben besloten om de studiefinanciering af te schaffen. Studenten moeten zich in de schulden gaan steken. Wij moeten jongeren juist stimuleren om een opleiding te volgen. Daarom is het niet wijs om de studiebeurs af te schaffen en een schuldenstelsel in te voeren. Veel ouders kunnen de studie van hun kinderen niet betalen. Veel kinderen uit gezinnen met een lager inkomen gaan zich niet diep in de schulden steken voor een opleiding. Met deze plannen wordt studeren weer iets voor de rijken. Ook hier is binnen het onderwijsveld weinig draagvlak voor.

Het is helemaal niet wijs om ook de ov-jaarkaart af te schaffen. Daardoor kunnen studenten minder reizen en zullen ze op zoek gaan naar kamers in de grote steden, waar nu al een groot tekort aan is. Is daar wel voldoende over nagedacht? Zijn de uitgaven van de ov-kaart voor studenten nu zo hoog dat daar radicaal een streep door moet? Wat is er nu eigenlijk sociaal aan dat je studenten eerst dwingt om een megaschuld op te bouwen en dan ook nog een forse lastenverzwaring aan hen oplegt door de ov-kaart te schrappen?

Ik kom op het onderwerp wonen. De VVD leek flink ingeleverd te hebben bij de hypotheekrenteaftrek, maar die bezuiniging wordt gecompenseerd.

De heer Zijlstra (VVD):

Wat vindt de heer Roemer sociaal aan 800 miljoen euro bezuinigen op het hoger onderwijs?

De heer Roemer (SP):

Ik neem aan dat de heer Zijlstra doelt op wat wij voorgesteld hebben in het verkiezingsprogramma, namelijk dat wij een forse streep halen door al die bureaucratische lagen die ertussenin zitten, de HBO-raad en de MBO Raad? Dat levert dat bedrag op.

De heer Zijlstra (VVD):

Nee, dat levert dat bedrag bij verre niet op. Als de heer Roemer kijkt naar de begroting voor het hoger onderwijs, ik ken die toevallig vrij goed, zal hij zien dat hij met het bedrag dat hij opvoert, leraren en voorzieningen wegsnijdt en dat hij fors snijdt in het onderwijs. Hij verwijt het kabinet en ons wel dat wij aan studenten vragen om meer bij te dragen aan hun studie, maar hij bezuinigt op het onderwijs en doet er niets voor terug. Wij sluizen het geld terug in het onderwijs. De heer Roemer kiest voor een botte bezuiniging op het onderwijs.

De heer Roemer (SP):

Nee, mijnheer Zijlstra. Sterker nog, wij hebben zelfs een knip gemaakt om te garanderen dat de salarissen apart worden betaald opdat de bezuinigingen en het wegsnijden van bureaucratie niet ten koste gaan van de grootte van de klassen en van de leraren. Wij hebben in onze plannen zelfs de nullijn voor leraren weggehaald opdat zij normaal de salarisverhoging krijgen die ik hen gun en die ook hard nodig is.

De heer Zijlstra (VVD):

Ik weet wat de heer Roemer heeft opgeschreven, maar de realiteit wordt helaas gecheckt door bijvoorbeeld het Centraal Planbureau. Dat gaf klip-en-klaar aan dat de heer Roemer met zijn bureaucratiemaatregelen de 100 miljoen nog niet eens haalt en dat hij fors bezuinigt op het onderwijs. Daarom zeg ik: hou op met dat verhaal. De heer Roemer was bezig het hoger onderwijs en het onderwijs in Nederland af te breken en hij verdedigt dat verhaal.

De heer Roemer (SP):

Mijnheer Zijlstra, ik weet het beste wat wij voorstaan met het onderwijs en als onderwijsman al helemaal. Kom bij mij niet aanzetten met die flauwekul. Het barst van de bureaucratie in het onderwijs. Ik kom als geen ander op al die scholen, hogescholen en universiteiten en overal wordt dit bevestigd. Wij krijgen tal van voorbeelden waar dat te halen is. Wij zijn er fel op dat wij dat weghalen en wij kiezen niet voor de bezuinigingen waarvoor de heer Zijlstra kiest en die op het bordje van de studenten worden gelegd.

Ik sprak over wonen. Straks wordt 1,2 miljard per jaar weggehaald bij woningcorporaties bovenop de 760 miljoen per jaar die Rutte I al in 2013 weghaalt bij de sociale verhuurders. Daar staat slechts 420 miljoen aan extra uitgaven huurtoeslag tegenover. Deze greep in de kas van woningcorporaties was toch bedoeld om de extra kosten van de huurtoeslag te compenseren? Waarom dan drie keer zo veel weghalen? Klopt het dat tienduizenden mensen in de bouw hun baan dreigen te verliezen doordat corporaties door deze bezuinigingen fors minder zullen gaan bouwen en investeren, zoals gisteren in een rapport werd aangetoond? Kan de minister-president mij uitleggen wat dit beleid te maken heeft met het creëren van banen? Gisteren werd in het rapport aangekondigd dat er niet eens meer gebouwd zal worden. Het rapport bevestigt het beeld dat ik zojuist schetste, maar het concludeert ook dat de woningcorporaties zelfs bij maximale huurverhogingen vanaf 2017 zwaar in financiële problemen komen en zelfs failliet kunnen gaan. Kortom, als deze fout niet snel wordt hersteld, komt het volgende fiasco van Rutte II eraan, te beginnen met veel ontslagen in de bouwsector vanaf 2013 gevolgd door een ontwrichting van de woningmarkt en veel woningcorporaties die failliet zijn.

Ik heb het dan nog niet eens over de wanhopige huurders die de komende jaren ook in de problemen komen. Is de minister-president bereid te spreken over een reparatie van het regeerakkoord op dit onderdeel? Huurders kunnen een stijging van gemiddeld van 6% op hun bordje krijgen. Gemiddeld, want er zijn erbij die een huurverhoging van jaarlijks 9% op hun bordje krijgen. Voor veel gezinnen leidt dit in een paar jaar tijd tot een verdubbeling van de huur. Ik hoor graag van de minister-president wat dit voor al die huurders zal betekenen.

De VVD beloofde de criminaliteit keihard aan te pakken. Wie kan daarop tegen zijn? Meer blauw op straat, meer aandacht voor veiligheid is een goede zaak en die zullen wij steunen. Maar waar is het geld voor die extra agenten? Er wordt per saldo nog steeds bezuinigd op de politie als gevolg van eerdere afspraken. Ik krijg daarop graag een reactie.

Het kabinet stelt ook een scheiding bij de Raad van State voor tussen het adviserende deel en het deel van de rechtspraak. De SP juicht dit voorstel van harte toe en zal het kabinet hierin steunen.

Als het gaat om ons bestuur, lijkt Rutte II precies op Rutte I. Problemen worden opgelost door verantwoordelijkheden over de schutting te gooien, zoals de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg en voor de AWBZ. De gemeenten mogen dit oplossen, maar wel voor fors minder geld. Is de premier het met mij eens dat dit oneerlijk is en dat de regering problemen niet zo maar over de schutting van gemeenten kan gooien? Gemeenten zullen hierop dus verder gaan bezuinigen. Je zou toch denken dat er na de stevige aanbevelingen van de commissie-Samson, die onderzoek deed naar het misbruik in de jeugdzorg, juist eerder geld bij moet. Ik hoor graag van de minister-president hoe hij denkt dat de jeugdzorg beter kan worden als er fors wordt bezuinigd en hoe de aanbevelingen van de commissie-Samson nog kunnen worden uitgevoerd.

Je ziet dat gemeenten het probleem doorschuiven naar de burgers. Nu al zie je dat de burgers in veel gemeenten steeds meer ozb moeten betalen. De komende jaren zullen de lokale lasten nog verder toenemen. Anders moeten gemeenten maar gaan herindelen. De regering wil zo veel mogelijk taken bij de gemeenten neerleggen en daarom moeten de gemeenten maar worden opgeheven. Dit is grootheidswaan. Allemaal gemeenten van 100.000 mensen of meer is tekentafeldemocratie, nu al onderuit gehaald door de Rijksuniversiteit Groningen. Kan de minister-president vandaag garanderen dat het kabinet niet vanuit Den Haag gemeenten tot fusies dwingt, ook niet indirect via lagere middelen? Is hij het met mij eens dat instemming van de lokale bevolking, bijvoorbeeld door een referendum, een absolute voorwaarde is voor eventuele fusies?

Voorzitter: Neppérus

De heer Roemer (SP):

Als het gaat om het milieu blijft dit regeerakkoord vooral vaag. De enige concrete natuurmaatregel is het onder water zetten van de Hedwigepolder. Als het gaat om duurzaamheid zie ik weinig vernieuwends. Om het aandeel duurzame energie te halen, gaan we zelfs biomassa bij stoken in kolencentrales. Klopt het, zo vraag ik aan de minister-president, dat energiebedrijven straks zelfs subsidie krijgen om de vervuilende kolencentrales aan het draaien te houden? Kan hij mij uitleggen waarom hij de energiebelasting voor huishoudens verder verhoogt terwijl de grootverbruikers van elektriciteit per kWh op dit moment ruim 200, jawel 200 keer zo weinig belasting betalen? Laat hij mij dan ook eens uitleggen wat daar eerlijk aan is.

Ik heb me vooral uitgesproken over zaken waarover ik me zorgen maak, en met mij vele mensen in het land. Natuurlijk zitten er zaken in waarin de SP zich kan vinden. Ik heb er tussentijds al een paar genoemd, waaronder de Raad van State, het kinderpardon, de hypotheekrenteaftrek en het feit dat een eerlijker inkomensverdeling überhaupt bespreekbaar is. Het realiseren van een eerlijker inkomensverdeling is één, maar een samenleving heeft ook behoefte aan een sterke overheid die er is als ze er moet zijn, aan goede publieke voorzieningen en een eerlijk sociaal stelsel. Juist deze laatste drie worden nu volgens de neoliberale agenda beetje bij beetje afgebroken.

Voorzitter:Van Miltenburg

De heer Roemer (SP):

Ik denk dat het de taak is van de politiek om verantwoordelijkheid te nemen voor de samenleving, om mensen niet tegen elkaar op te zetten maar bij elkaar te brengen, om allochtonen niet uit te spelen tegen autochtonen, zieken niet tegen gezonden, jongeren niet tegen ouderen. Ik denk dat we verantwoordelijkheid moeten nemen voor wat we als samenleving hebben opgebouwd, voor ons onderwijs en onze zorg, voor onze sociale zekerheid en de publieke diensten, voor al die dingen waar we trots op zijn en die ons land zo’n mooi land maken om in te wonen. De vraag is natuurlijk: waarom hebben wij ontslagbescherming, waarom hebben wij minimumloon? Waarom hebben wij de studiefinanciering en de zorgpremies ingevoerd? Waarom hebben wij pensioenen en waarom hebben wij sociale volkshuisvesting? Dit is geen overbodige luxe en het is geen probleem. Wij hebben dit ooit georganiseerd en bedacht om problemen op te lossen. De verzorgingsstaat is geen probleem; het is een oplossing voor problemen, om te voorkomen dat de tegenstellingen te groot worden en de samenleving uit elkaar valt. Een sociale samenleving is beter voorbereid op economische schokken en herstelt zich daarvan sneller. Een samenleving waarin naar elkaar wordt omgekeken is veiliger en prettiger om in te leven. Die solidariteit en de bereidheid om samen iets moois van het land te maken, moeten wij juist versterken en niet, zoals ik in het regeerakkoord pagina na pagina lees, verder afbreken.

Dit regeerakkoord straalt onvoldoende die hoop uit. Het is niet het regeerakkoord dat linkse kiezers hebben gewild. Dit is niet het regeerakkoord dat linkse kiezers is voorgehouden. Desondanks wens ik het kabinet veel wijsheid.

(geroffel op de bankjes)

De heer Samsom (PvdA):

Mevrouw de Voorzitter. Op 15 september 2008 vroeg de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers uitstel van betaling aan. Op die dag bevatte nog niemand direct wat de gevolgen zouden zijn van het omvallen van een zakenbank met een schuld die de omvang van de jaarlijkse economie van vele landen overtreft. Vandaag weten wij het maar al te goed: een piepend en krakend vastgelopen financieel systeem, een krimpende economie, een stilvallende huizenmarkt, stijging van de werkloosheid en, tot overmaat van ramp, de eurocrisis. In 2008 en 2009 konden wij nog besluiten om de rekening van de financiële crisis voor een groot deel op de schouders van de overheid te laten rusten. Honderdduizenden mensen behielden zo hun baan. Ons spaargeld en onze pensioenen werden op die manier veiliggesteld. De rekening daarvan zouden wij snel voldoen, als de economie zich weer zou herstellen. Maar de eurocrisis gooide roet in het eten. De economie heeft zich niet hersteld. Het vertrouwen van investeerders en consumenten heeft nieuwe deuken opgelopen. Samenlevingen in Europa zijn speelbal geworden of dreigen dat te worden van financiële markten. De werkloosheid schiet in Zuid-Europa naar de vele tientallen procenten, tot 50% onder de jeugd. Dit betekent dat een hele generatie dreigt op te groeien zonder enig perspectief.

Ons herstel begint dus uiteindelijk bij het herstel van de stabiliteit en de kracht van Europa. Wij kunnen elkaar hier uren of dagen de maat nemen over binnenlandse kwesties van grote importantie. Ik kom straks op een aantal van die onderwerpen terug. Als wij er echter niet in slagen om de euro definitief van de rand van de afgrond weg te sturen, is ieder regeerakkoord gedoemd om te mislukken. Mijn fractie is daarom blij dat dit kabinet zich expliciet weer met het gezicht naar Europa wil richten. Niet tegen wil en dank, maar in het volle besef dat de toekomst van Nederland in Europa ligt. De offers die daarvoor moeten worden gebracht, willen wij brengen. Zuid-Europa krijgt de helpende hand toegestoken, mits dat gepaard gaat met bewezen inspanningen om de eigen economie en de eigen begroting te versterken. De Partij van de Arbeid vraagt daarbij niet om een radicale trendbreuk met het beleid van de afgelopen jaren. Wij steunden dat beleid ook als oppositiepartij. Wij verwachten echter wel een stijlbreuk. Wij moeten niet meer vanuit louter wantrouwen jegens andere landen handelen, maar ook vanuit vertrouwen werken aan een sterker Europa, dat wij samen kunnen bouwen. Niet louter om markt en munt te redden, maar ook omdat Europa een waardegemeenschap is die een cruciale factor vormt in de toekomst van onze kinderen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Acht de heer Samsom het denkbaar dat het kabinet bevoegdheden overdraagt aan Europa in de komende periode?

De heer Samsom (PvdA):

We hebben de afgelopen jaren veel gesproken over bijvoorbeeld de noodzaak om economieën naar elkaar toe te laten groeien. Europa en de euro kunnen alleen overleven als economieën meer op elkaar gaan lijken. Om dat te realiseren, moet je elkaar strenger kunnen houden aan bepaalde afspraken. Soms moet je ook meer afspraken daarover maken met elkaar. De discussie of het dan gaat om het overdragen van bevoegdheden of dat het gaat om het versterken van bestaande bevoegdheden, is bijna semantisch. Wij willen in staat worden gesteld – daar zal Europa als geheel aan moeten werken – om economieën naar elkaar toe te laten groeien. Dat betekent dat bijvoorbeeld een Commissaris meer invloed kan uitoefenen op de richting die een bepaalde economie inslaat en dat correcties kunnen worden doorgevoerd indien dat nodig is.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Tot 12 september vond de heer Samsom die discussie helemaal niet semantisch en dat is die natuurlijk ook helemaal niet. De vraag is heel simpel en ik stel hem nog een keer. Acht de heer Samsom het denkbaar dat dit kabinet bevoegdheden overdraagt aan Europa?

De heer Samsom (PvdA):

Ik acht dat denkbaar, als dat nodig is om bijvoorbeeld een economie als Italië of Spanje dichterbij de rest van de euro te brengen om zo de euro te kunnen stabiliseren.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Zijn daar afspraken over gemaakt in de coalitie?

De heer Samsom (PvdA):

U leest de afspraken in het regeerakkoord. Die gaan over de noodzaak om economieën verder op elkaar te laten lijken en over de maatregelen die daarvoor nodig zijn.

De heer Pechtold (D66):

Gaat dit kabinet dus ook tot het uiterste om de eurozone te redden?

De heer Samsom (PvdA):

Niet tegen elke prijs, maar wel tot het uiterste.

De heer Pechtold (D66):

Oké, dat is helder. Betekent dat ook dat Nederland, mits de randvoorwaarden goed zijn, bereid is tot het verlenen van een derde steunpakket als Griekenland dat dadelijk nodig heeft of als de schulden doorrollen, zoals dat heet, en Griekenland langer mag doen over de vereiste hervormingen en schuldenreductie, terwijl dat wel geld kost aan de landen die eraan participeren?

De heer Samsom (PvdA):

Ja, wij zijn bereid te helpen, mits dat gepaard gaat met bewezen inspanningen van bijvoorbeeld Griekse kant. Het rapport van de trojka daarover is nog niet binnen, al is het voor een deel gelekt. We zullen de komende weken zien hoe het er werkelijk uitziet, of die bewezen inspanningen geleverd zijn en wat er dan nog nodig is. Zoals het ook in het regeerakkoord staat, zijn wij bereid om te helpen, mits dat gepaard gaat met bewezen inspanningen van hun kant. We zijn niet naïef, maar ook niet wantrouwend.

De heer Pechtold (D66):

Dan kan ik dus concluderen dat het niet alleen de toon is die de heer Samsom en ik verwelkomen als iets nieuws van dit kabinet, maar ook het handelen dat de komende weken aan de orde zal komen. Steunpakketten, de toekomst van Europa en de mogelijkheden tot verdere integratie zullen door Nederland – een founding father van de Europese Unie – positief en constructief benaderd worden. Het gestrekte been waarmee we Europa anderhalf jaar lang ingingen, wordt vervangen door een uitgestoken hand.

De heer Samsom (PvdA):

“Het gestrekte been”, dat zijn uw woorden, maar dat zou onder de stijlbreuk gevat kunnen worden. U hebt het over een trendbreuk in het beleid, maar er is ook in de afgelopen jaren af en toe een hand toegestoken en hulp geboden, er zijn rentes verlaagd, er zijn pakketten doorgerold en schulden afgeschreven. In die zin zie ik geen trendbreuk met het beleid van de afgelopen tijd, en constructief, maar ook creatief zullen wij verdergaan. Er zijn bijvoorbeeld mogelijkheden om de Grieken twee jaar uitstel te bieden zonder zelf geld erbij te hoeven leggen. We zullen zien wat de minister van Financiën en de premier de komende weken op dat vlak verzinnen. Ik vertrouw daarop.

De heer Roemer (SP):

De heer Samsom zei net dat de economieën in Europa naar elkaar toe moeten groeien. Dat lijkt mij heel verstandig. Een economische school die ik ook vanuit de PvdA in het verleden vaak gehoord heb, zegt juist dat de noordelijke landen van Europa minder de harde bezuinigingslijn moeten volgen en dat wij hier dus minder op de nullijn voor salarissen moeten zitten en eerder forse salarisverhogingen moeten toestaan, om die landen daar een kans te geven. Waarom predikt u hier dat de economieën naar elkaar toe moeten groeien, als u vervolgens in het regeerakkoord afspreekt: harde bezuinigingslijn en iedereen op de nullijn?

De heer Samsom (PvdA):

Nee, wij bezuinigen hier relatief veel minder hard dan in Zuid-Europa. Wat Zuid-Europese landen op dit moment aan bezuinigingsoperaties doorvoeren, afgezet tegen de omvang van hun begroting, is vele malen harder – dat zie je daar op straat en dat doet mij pijn – dan wat wij hier doen. In essentie volgen wij dus uw advies, namelijk om die bezuinigen niet al te snel door te voeren. Wij wachten tot 2017 om begrotingsherstel in zicht te krijgen. Dan hebben wij nog steeds een begrotingstekort van 9 à 10 miljard. Nog steeds geven wij dan 10 miljard meer uit dan wij binnenkrijgen en pompen wij dus elk jaar 10 miljard in de economie. Wij doen hier wat u graag wilt, namelijk de economie nog enigszins stimuleren, niet al te hard bezuinigen en een verantwoord pad naar de nul kiezen, terwijl in Zuid-Europa – dat zou onze gezamenlijke discussie kunnen zijn – heel hard, snoeihard, wordt bezuinigd

De heer Roemer (SP):

Wat een metamorfose zie ik hier van de heer Samsom van voor de verkiezingen. U liep mij zelf nog links voorbij in uw kritiek op het kabinet, mijnheer Samsom. U zei dat die harde bezuinigingsopdracht van Rutte I een doodlopende weg was. U zei het zo mooi: een eindsprint richting de 3% en vervolgens dood neervallen. Het gaat hier zelfs nog een stapje verder. U hebt zelf destijds gezegd: wij moeten gaan investeren. Wij waren het erover eens dat in 2013 wat harder geïnvesteerd moest worden om de economie op orde te krijgen, ook omdat de zuidelijke landen daar profijt van hebben. Niets van dat alles. Het blijven mooie praatjes. U vertelt het mooi, maar de harde werkelijkheid is anders.

De heer Samsom (PvdA):

Dank voor het compliment, maar ook voor de verkiezingen zei de PvdA dat begrotingsevenwicht in 2017 in zicht diende te zijn. Wij plakten daar een bedrag op van 15,25 miljard aan saldoverbetering. Dat was in de wetenschap dat je daarmee de economie niet hard stimuleert, maar ook niet al te hard hoeft af te remmen als je dat slim doet. Ik constateer dat wij in het regeerakkoord tot afspraken zijn gekomen die de economie in de komende jaren laten groeien met 1,25%. Ik constateer dat de SP een verkiezingsprogramma heeft neergelegd met veel stimulerende maatregelen helemaal aan het begin, maar met een groei over het geheel genomen van 1%. U stimuleert de economie dus minder had dan het regeerakkoord. Feitelijk hebben wij uw advies overgenomen en het ook nog een tikje beter uitgevoerd. Bij ons groeit de economie de komende jaren namelijk harder dan bij de SP.

De heer Roemer (SP):

Was dat maar waar. Wij trokken gezamenlijk op om met name voor 2013 die harde bezuinigingen van tafel te krijgen en harder te investeren. In uw verkiezingsprogramma ging u zelfs uit van een begrotingstekort in 2013 van 3,5%. Niets van dat alles is overeind gebleven. U had de kans bij het deelakkoord, maar die hebt u laten lopen. Dat betekent voor het komende jaar fors meer werkloosheid en een krimpende economie. U hebt niet de woorden waargemaakt waar ook Zuid-Europese landen baat bij zouden hebben. Jammer, een gemiste kans.

De heer Samsom (PvdA):

Ik kijk iets verder dan mijn neus lang is. Wij kijken naar 2017 en nog verder dan dat. Ik constateer dat wij al voor de verkiezingen een meningsverschil hadden over de hoeveelheid bezuinigingen die tegen die tijd nodig zouden zijn: 15 miljard versus 10 miljard. Ik constateer ook dat ons beleid, zeker dat wat wij in het regeerakkoord hebben afgesproken, uiteindelijk leidt tot meer economische groei. Mijnheer Roemer, daar was het ons toch om te doen? Het was ons toch te doen om hier meer economische groei te realiseren? Welnu, dat doen wij, in tegenstelling tot wat de SP in haar programma realiseert.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik heb een vraag over Europa, met name over de situatie rond Griekenland. Die is op dit moment zeer actueel. Het is niet voor niets dat de minister van Financiën nu, helaas, niet in het regeringsvak zit. Dat hadden wij hem toch graag gegund, de eerste keer. Hij is echter nu op andere plekken actief voor ons land. Ik hoor de heer Samsom net zeggen dat er mogelijkheden zijn om Griekenland uitstel van betaling te geven zonder dat het ons iets gaat kosten. Heb ik dat goed begrepen en, zo nee, kan hij uitleggen wat hij precies bedoelde? Het was namelijk wat cryptisch.

De heer Samsom (PvdA):

Nee. Het is ook niet eenvoudig. Er zijn mogelijkheden om zonder geld over te maken Griekenland een aantal jaren uitstel te geven. Of het dat krijgt, zal moeten worden besloten. Ik denk dat dit al volgende week gebeurt, dus wij debatteren hier dan waarschijnlijk weer over deze kwestie. Daar is zij ook belangrijk genoeg voor. Dat zal dus volgende week pas blijken. Er zijn mogelijkheden: theoretische mogelijkheden en ook praktische. Ik noem er een paar. De Griekse autoriteit kan nog altijd van haar eigen financieel stabiliteitsfonds lenen. Dat is niet makkelijk, maar het kan wel. De Grieken kunnen ook kortlopende leningen uitschrijven. Die twee jaar is in principe nog op de markt verkrijgbaar, zelfs voor de Grieken. Bij de ECB kan ook nog een en ander worden gedaan, bijvoorbeeld bij het afschrijven van winst. Begrijp mij niet verkeerd, dat kost allemaal geld. Ik heb dat in de verkiezingscampagne gezegd en ik zeg het nu weer: dat kost geld en dat is deels, afhankelijk van de gekozen methode, ons geld. Dat eerlijke verhaal vertelde ik toen en ik vertel het nu.

De heer Slob (ChristenUnie):

Dat kan ik bevestigen. De heer Samsom heeft dat inderdaad vrij consistent gedaan. Eigenlijk vanaf het allereerste moment dat hij fractievoorzitter werd, heeft hij dit verhaal uitgedragen. Tijdens het vorige kabinet stond de heer Samsom echter wel tegenover een minister-president die daar toch wat andere opvattingen over had. Het is dan ook interessant om te weten welke afspraken hij heeft gemaakt over de situatie rond Griekenland. Is er ruimte om eventueel toch weer extra geld naar Griekenland te laten gaan of zijn er afspraken gemaakt dat dit niet gaat gebeuren en dat er naar andere methodes wordt gezocht om Griekenland te helpen?

De heer Samsom (PvdA):

Wij hebben geen specifieke afspraken over welk land dan ook gemaakt. Dat zou voor een regeerakkoord ook enigszins potsierlijk zijn. Wij weten immers niet wat er in de komende vier, en wat ons betreft, vierenhalf jaar gaat gebeuren. Wij hebben wel met elkaar de algemene afspraak gemaakt dat wij bereid zijn te helpen als dat gepaard gaat met bewezen inspanningen van Griekse kant om de economie en de begroting op orde te brengen. Juist bij Griekenland zijn daar helaas veel vragen bij. Juist daarom is de trojka, dat trio, zo lang bezig en wacht ik met meer dan gemiddelde spanning op het rapport. Mocht dat aantonen dat er bewezen inspanningen zijn, dan wordt wellicht, afhankelijk van andere factoren en ook afhankelijk van de rest van Europa – wij moeten het hierover eens worden met elkaar – de helpende hand uitgestoken, in enigerlei vorm.

De heer Slob (ChristenUnie):

Gezien de situatie in Europa en met name in Griekenland is het volgens mij helemaal niet zo potsierlijk om hierover toch te spreken met elkaar, temeer gezien het feit dat er enig licht zat tussen de opvattingen van de Partij van de Arbeid en de VVD rond dit onderwerp. Wij zullen het de komende dagen volgen. Ik denk dat dit een heel belangrijk testmoment is voor de paragraaf over Europa die men heeft afgesproken en waarover zo-even heel lovende woorden gesproken zijn. Wij zullen volgen hoe dit in de praktijk gaat werken. Uiteraard zal de Kamer hierover ook stevig mee gaan debatteren.

De heer Samsom (PvdA):

Vooral dat laatste wil ik benadrukken. Dit is uiteindelijk een kwestie tussen Kamer en regering, ook als het gaat om Europa. Of, beter gezegd, juist als het gaat om Europa.

De voorzitter:

Gaat u verder.

De heer Samsom (PvdA):

Een Europa dat herstelt, herstelt nooit zonder een drastische hervorming van de financiële sector. Een sector waarin de crisis begon en die nog altijd de zwakke schakel vormt in het herstel van onze economieën. Wij zijn blij dat wij nu met dit kabinet voluit streven naar een bankenunie, op verantwoorde wijze, in de juiste volgorde, maar met die vaste intentie. Wij zijn zeer tevreden met de voorgenomen hervorming van de financiële sector in Nederland: minder speculatie, minder risico, meer moraal – ik zeg dit ook tegen de heer Buma – en meer normen. Dit zijn belangrijke hervormingen die moeten helpen voorkomen dat wij weer snel in een situatie terecht kunnen komen zoals in 2008 met Lehman Brothers. Want vier jaar en twee maanden na de ondergang van Lehman Brothers staan wij nu met de rekening in handen. Een bezuinigingsoperatie van ongekende omvang, zonder precedent in onze vaderlandse geschiedenis, is nu noodzakelijk. Er ligt een rekening van 16 miljard aan nieuwe bezuinigingen, bovenop de nog lopende operatie van 30 miljard, dus 46 miljard in totaal. Die astronomische rekening plaatst ons voor drie uitdagingen tegelijkertijd: uiteraard om die rekening te betalen, maar ook om die rekening op een fatsoenlijke manier te verdelen, zodat mensen die het al lastig hebben, niet onevenredig zwaar worden getroffen, en ten slotte om de volgende rekening te voorkomen door in deze bezuinigingstijd onze samenleving te blijven versterken, zodat wij uiteindelijk sterker en socialer uit deze crisis komen. Wij vragen offers van iedereen, wij vragen offers naar draagkracht en die offers mogen niet voor niks zijn.

De heer Pechtold (D66):

Als ik zo luister, hoor ik een heel andere heer Samsom dan pakweg een halfjaar geleden. Toen vijf partijen de verantwoordelijkheid namen, was het: u trekt een sprintje naar de 3, dat is trachten om nog maar 18 miljard tekort te hebben. Het was onverantwoord, we moesten juist geld gaan uitgeven. Als ik er eens één voorbeeld uit mag nemen, naast de btw die de heer Samsom gewoon heeft geslikt en al die andere zaken, en wel de nullijn. Daar liep u toch tegen te hoop, mijnheer Samsom? Nu voegt u er echter een extra nullijn aan toe, voor de medewerkers in de zorg. Waar komt dat vandaan?

De heer Samsom (PvdA):

We houden op met twee nullijnen, maar voegen er één aan toe, omdat in de zorg de afgelopen vijf, zes jaar niet aan de nullijn is meegedaan. Daar is nog een expliciete reden bij, namelijk om in de zorg iets te vragen van bijvoorbeeld de GGD-artsen. We willen 100 miljoen investeren in de salarissen en de cao-omstandigheden van de slechtst betaalde medewerkers in de zorg, de alfahulpen. Wij willen ervoor zorgen dat zij gewoon in dienst kunnen komen en een fatsoenlijker salaris kunnen krijgen voor het prachtige werk dat zij doen, zodat zij op die manier het respect krijgen dat zij verdienen. Daar is 100 miljoen voor nodig. Dat bedrag was niet gemakkelijk te vinden. Het was dus een ingewikkelde afweging, die ik echter uiteindelijk met overtuiging maak. Ja, wij vragen alle medewerkers in de zorg om een stapje op de plaats te maken, zodat we de medewerkers in de zorg die het het zwaarste hebben, een stuk meer kunnen bieden.

De heer Pechtold (D66):

U leert van die Rutte hè, mijnheer Samsom. Die haalt een miljard ergens weg, dan gooit hij er 100 miljoen naar terug en zegt hij: kijk eens, dat is om de problemen te verzachten! Wat dat betreft gaat de samenwerking helemaal perfect, moet ik zeggen. Een halfjaar geleden echter, was het huis hier te klein en liep u rood aan van verontwaardiging omdat wij zo “vreselijk” bezig waren met een nullijn. Nu, na de verkiezingen, zegt u het echter eerlijk: er komt gewoon nog een nullijn bij. Waar wij nog zeiden “we letten even op in het onderwijs en bij de AOW en de uitkeringen”, komt er nu gewoon nog een nullijn bij. Prachtig, die maatregel voor de alfahulpen, mijnheer Samsom, daar ben ik ook voor, maar u breidt gewoon de nullijn uit. Had dat nou eens een keer voor de verkiezingen gedaan.

De heer Samsom (PvdA):

Constateer ik dat we het gewoon met elkaar eens zijn? Dat zou op zich wel een mooie stap voorwaarts kunnen zijn. Toch? Of niet?

De heer Pechtold (D66):

Nee, voorzitter, waar we nu …

De heer Samsom (PvdA):

Of bent u nu gewoon kwaad over een halfjaar geleden?

De heer Pechtold (D66):

Waar we het over eens zijn …

De voorzitter:

U praat door elkaar. Dat moet u niet doen. Mijnheer Pechtold heeft het woord.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Ik heb zojuist de VVD op al haar verkiezingsbeloftes moeten fileren, zaken waarvan ik dacht: zeg het nou eerlijk tegen de kiezer. We zijn het erover eens dat u hetzelfde hebt gedaan, mijnheer Samsom. Een hoop stampij, een hoop verontwaardiging; het was bijna op de rand van beschaving wat partijen deden wanneer zij hervormden en bezuinigden. Daar is allemaal niets van waar gebleken. Sterker nog, dezelfde mechanismes zijn in het spel. U houdt de btw omhoog, u hebt een nullijn en u breidt die lijn uit. Dát is waarom mensen afhaken. Dát is waarom vertrouwen terugloopt. Dan kunt u wel een heel mooie, grote, inleidende wereldbeschouwing houden, waar ik het overigens mee eens ben, maar de kiezers haken af op …

De voorzitter:

En uw vraag is?

De heer Pechtold (D66):

… het een beloven maar het ander doen.

Ik had geen interruptie meer, voorzitter, maar er werd mij een vraag gesteld.

De voorzitter:

Dat is een antwoord. Wilt u nog reageren, mijnheer Samsom?

De heer Samsom (PvdA):

Ik constateer dat ik bij het debat een halfjaar geleden nogal wat indruk heb gemaakt. Los daarvan, heb ik in deze verkiezingscampagne expliciet geen enkele belofte gedaan. Geen enkele. Ik stond naast u in de verkiezingsdebatten, mijnheer Pechtold, toen u beloftes stond uit te delen en ik tegen een kiezer die mij hiernaar vroeg expliciet zei dat ik geen belofte ging doen, noch over een nullijn, noch over iets anders. Ik deed het simpelweg zo omdat ik verder wilde met dit land. U wilt dat volgens mij ook. Daarvoor moet je af en toe compromissen sluiten. Daarvoor moet je elkaar willen opzoeken en elkaar de hand willen reiken. Je moet elkaar iets willen gunnen.

De voorzitter:

Er wordt van alles en nog wat geroepen uit de bankjes, maar een Kamerlid spreekt hier via de microfoon nadat hij of zij het woord heeft gekregen.

De heer Samsom (PvdA):

Ik constateer niet anders dan dat de heer Pechtold en ik in dit interruptiedebat zeer sterk tot elkaar zijn gekomen en dat we het gewoon eens zijn over de manier waarop je verder moet met dit land.

De voorzitter:

Laten we eens kijken wat de heer Buma daarvan vindt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dank dat ook ik daar mijn oordeel over mag geven, voorzitter. Ik zal dat echter niet doen, want ik heb gewoon een vraag aan de heer Samsom. Die luidt als volgt. Ik kan mij beloftes en dergelijke herinneren. Het ging over een kompas en eerlijk delen. Nu blijkt uit onafhankelijk onderzoek dat de gevolgen van de bezuinigingen op langdurige ouderenzorg een koopkrachtverlies voor deze groep kunnen betekenen van 20% tot 60%. Vindt de heer Samsom dat acceptabel?

De heer Samsom (PvdA):

Dat was geen onderzoek maar een voordracht van Gupta Strategists, een heel gedegen bureau dat er goed over had nagedacht. Gupta schetste een aantal scenario’s waarin je een bezuinigingsopdracht die het kabinet zich stelt zou kunnen uitvoeren. Een van die scenario’s is dat je iedereen die minder hulp heeft, het zelf helemaal laat betalen. Gupta vergat daarbij dat wij 700 miljoen vrijmaken om bij gemeentes neer te leggen voor speciale inkomensondersteuning op het moment dat iets wegvalt dat ze niet kunnen betalen. Gupta Strategists vergiste zich een factor twee in de hoeveelheid bezuinigingen die wij doorvoerden. Ik vond het een mooie voordracht. Ik heb haar met interesse bestudeerd, maar zij raakte op geen enkele manier aan de realiteit. Ik stel dus voor dat wij het kabinet vragen om daar eens op te reflecteren. Daar kunnen wij allemaal wijzer van worden. Maar ik stel vooral voor om de staatssecretaris, van VWS in dit geval, snel de opdracht te geven om de enorme plannen enigszins uitgewerkt of in een hoofdlijnennotitie te sturen, zodat wij daar met zijn allen op een gedegen manier over kunnen debatteren. Ik zou het namelijk vervelend vinden als wij met 20% tot 60% gaan strooien terwijl daar geen enkele basis voor is.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

De CDA-fractie is u voor geweest, want zij heeft die vraag voorgelegd aan de staatssecretaris van VWS. Die ontkent het helemaal niet. Hij zegt: het is mogelijk. Maar ik wil ook van u weten of u het acceptabel vindt, want u draait eromheen en omheen en omheen. Vindt u een koopkrachtverlies van bijvoorbeeld 20% voor deze groep acceptabel?

De heer Samsom (PvdA):

Ik heb de antwoorden op de vragen natuurlijk ook gelezen. De staatssecretaris bevestigt exact wat ik zojuist zei. Ja, de voordracht bestaat en in theorie is dit soort getallen mogelijk, maar helaas verschillen de aannames van Gupta op een aantal cruciale onderdelen zo veel dat de praktijk anders zal zijn. 60% lijkt mij een weinig acceptabel koopkrachtverlies.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Maar 20% wel?

De heer Samsom (PvdA):

Ik kom zo op koopkrachtbeloftes terug.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Nee, ik wil gewoon antwoord!

De voorzitter:

Mijnheer Buma, ook voor u geldt dat de heer Samsom aan het woord is. U mag zo meteen nog een interruptie plaatsen. Mijnheer Samsom, maakt u uw antwoord af.

De heer Samsom (PvdA):

U krijgt van mij geen koopkrachtbeloftes.

De voorzitter:

Mijnheer Buma tot slot.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik vraag ook geen koopkrachtbeloftes. Ik stel een vraag. Blijkbaar vindt u het acceptabel, mijnheer Samsom. Mijn vraag is: vindt u een koopkrachtverlies van 20% voor deze groep acceptabel, ja of nee?

De heer Samsom (PvdA):

U vraagt: garandeert u minder dan 20% koopkrachtverlies? Ik garandeer dat niet.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Nee, dat vraag ik helemaal niet en ik blijf hier staan, want ik wil een antwoord.

De voorzitter:

Mijnheer Buma, u hebt drie keer mogen interrumperen en de heer Samsom gaat over zijn eigen antwoord. Misschien krijgt u verderop in het debat een nieuwe kans om het antwoord te krijgen dat u graag wilt hebben.

Mijnheer Roemer heeft een vraag.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik kan alleen constateren dat hij …

De voorzitter:

Ik blijf niet bezig!

Mijnheer Roemer, gaat uw gang.

De heer Roemer (SP):

U zei dat u geen beloftes hebt gedaan in verkiezingstijd, mijnheer Samsom. Ik wil er in ieder geval eentje in herinnering roepen, omdat ik ernaast stond op het Malieveld toen het over de sociale werkvoorziening ging. Wat gaat u doen met de bezuinigingen op de sociale werkvoorziening? Daarover zei u letterlijk tegen de massa: ik weet het wel, maar laten wij het even samen roepen, zodat ze het in het Catshuis kunnen horen: die bezuinigingen gaan van tafel! Nou, mooi niet dus.

Maar mijn vraag is de volgende. U hebt een en ander in uw verkiezingsprogramma geschreven op het gebied van sociale zekerheid waarop wij elkaar hadden kunnen vinden. Op tal van terreinen van de sociale zekerheid – denk aan de WW, de ontslagbescherming en de sociale werkvoorzieningen – hebt u het volledig laten lopen. Waarom hebt u zo’n fundamenteel belangrijk onderwerp voor de sociaaldemocratie aan de liberalen gegeven?

De heer Samsom (PvdA):

Over de WW kunnen wij het waarschijnlijk niet eens worden. Alhoewel, sinds gisteren zouden wij iets dichter bij elkaar kunnen komen. Ook u speelt daar straks een rol in als wij gaan debatteren over de uitkomsten van een sociale agenda. Wat de andere twee maatregelen betreft, bij de sociale werkvoorziening hebben wij er met een quotum, dat uw en mijn partij al jaren wensten en wij nu eindelijk kunnen doorvoeren, voor gezorgd dat niemand tussen wal en schip valt. Het doel is uiteindelijk dat iedereen die kan werken, hetzij met een arbeidshandicap, hetzij “met een grote afstand tot de arbeidsmarkt” zoals dat heet, een plek moet kunnen krijgen. Bedrijven moeten daar plaatsen voor vrijmaken. Daar zorgen wij nu voor waardoor niemand tussen wal en schip valt. Sterker nog, er kunnen veel meer mensen bij gewone bedrijven aan de slag die anders ergens in de sociale werkvoorziening terecht waren gekomen. Uiteindelijk is een plek bij een gewoon bedrijf de diepste wens van die mensen. En die wens gaan we nu waarmaken. Volgens mij kunnen wij elkaar daar heel goed in vinden.

De heer Roemer (SP):

Was het met dat quotum maar zo simpel als de heer Samsom zegt. Hij bezuinigt 1,5 miljard op de sociale werkvoorziening. Dat gaat ten koste van de cao van nieuwe mensen in de sociale werkvoorziening. Dat gaat nu al ten koste van de begeleiding van mensen die daar werken. Nu worden tijdelijke contracten van mensen al niet meer verlengd. De heer Samsom schrapt 60.000 banen terwijl hij niet kan garanderen dat die 60.000 banen straks via een quotum bij gewone bedrijven gegarandeerd worden. Hij bezuinigt zo veel dat die mensen zich wederom, dankzij hem, zorgen gaan maken over hun toekomst. Hij garandeert zelfs niet dat mensen niet onder het minimumloon langdurig aan het werk worden gezet. Dit is de sociaaldemocratie echt onwaardig, mijnheer Samsom.

De heer Samsom (PvdA):

60.000 plaatsen? Wij creëren 100.000 plaatsen. Wij creëren 100.000 plaatsen bij gewone bedrijven. Werkgevers worden verplicht om in hun bedrijf een paar plaatsen vrij te maken voor mensen met een arbeidshandicap. En weet u wat? Daar worden die bedrijven beter van; dat weet u en dat weet ik. Het is inderdaad niet zo simpel als we hier vanaf het spreekgestoelte of daar bij de interruptiemicrofoon kunnen voorstellen. Het is namelijk ongelooflijk moeilijk om sommige mensen in een gewoon bedrijf een plek te geven. Ik vertrouw daarin op onze staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. En weet u wat? Laten wij de komende periode samen naar werkgevers gaan om hen uit te leggen wat het betekent om iemand in dienst te nemen. Dat is namelijk niet vrijblijvend. Het gaat niet om een stoeltje achter in de hal waarop iemand kan gaan zitten. Het moet een echte baan zijn, met het respect en het salaris die daarbij horen. Daar streven we allebei naar. Het zijn 100.000 plaatsen. Dat zijn er meer dan er in de komende 30 jaar vrijvallen bij de WSW.

De heer Roemer (SP):

Als dat zo zou zijn en u mij kunt garanderen dat mensen via normale cao’s betaald worden, vaste contracten krijgen en dat de begeleiding niet wegbezuinigd wordt, dan zijn we al een heel eind verder. Als de heer Samsom mij vandaag de garantie kan geven dat we de juiste volgorde aanhouden, namelijk niet eerst banen en sociale zekerheden schrappen, dan zijn we al een heel eind verder en ga ik zeker met hem meedenken.

De heer Samsom (PvdA):

Maar waarom doen we het niet tegelijk? Waarom gaan we niet gewoon aan de slag? Dat is toch de bedoeling? Nog even over die cao’s en over de 130% van het minimumloon. Bijna alle mensen die ik spreek in de sociale werkvoorziening zeggen dat het hen niet om het loon gaat, maar om de baan. Het gaat hen om het werk. Misschien spreekt de heer Roemer andere mensen, maar degenen die ik spreek zeggen bijna allemaal: die 130% hoeft voor mij niet als ik maar die baan en de zekerheid daarvan heb. Dat wil ik realiseren, hopelijk samen met de heer Roemer.

Het regeerakkoord vormt inmiddels een solide basis van waaruit wij de komende jaren die drie opdrachten – de rekening betalen, de rekening eerlijk verdelen en de volgende rekening voorkomen – kunnen gaan vervullen. De afgelopen twee weken bleek één voornemen uit dat regeerakkoord niet draagbaar voor een van beide coalitiepartijen. Op zo’n moment kun je stug blijven doorgaan op de ingeslagen weg, maar je kunt ook op zoek gaan naar een alternatief dat binnen de afspraken van het regeerakkoord wel aanvaardbaar is voor beide coalitiepartijen en bovendien het doel dient van een eerlijke verdeling van de pijn. Dat alternatief hebben we gevonden. Daar ging wel flink wat commotie aan vooraf. Ook ik trek me dat aan. Ik heb namelijk campagne gevoerd en met de VVD geformeerd met de vaste doelstelling om in de komende jaren het vertrouwen in de politiek te herstellen, niet door mooie praatjes te vertellen, maar door het eerlijke verhaal te houden. En door te laten zien dat politiek er toe doet en dat de veranderkracht van de politiek een wezenlijk verschil kan maken. In de afgelopen twee weken is het tegenovergestelde gebeurd. Het vertrouwen heeft weer een deuk opgelopen en dat betreur ik zeer. Wij zijn tot op het bot gemotiveerd om dat gedeukte vertrouwen weer te herstellen.

De heer Pechtold (D66):

Dat eerlijke verhaal: ik ben blij dat het nu alsnog komt. Delen, crisis verdelen, arm, rijk, hoge inkomens, lage inkomens: je hebt ook nog de allerarmsten. Hoe zou u in uw eigen woorden de 0,7% die wij afdragen aan de derde wereld willen noemen? Hoe zou u die norm willen noemen? Hoe zou u het miljard dat het vorige kabinet erop bezuinigde willen noemen?

De heer Samsom (PvdA):

Die norm is voor ons ontzettend belangrijk. Daarmee is die 1 miljard een steen op de maag.

De heer Pechtold (D66):

Toen onder druk van Wilders het vorige kabinet 1 miljard bezuinigde op ontwikkelingssamenwerking zei de PvdA: dit is kwartetten met de allerarmsten. Leider Samsom zei: de 0,7% is onze fatsoensnorm. Is dan nu het eerlijke verhaal dat de PvdA verdergaat met kwartetten en daar nog 1 miljard, meer zelfs dan Wilders in het Catshuis van VVD en CDA eiste, weghaalt en dat we de fatsoensnorm inmiddels zwaar gepasseerd zijn?

De heer Samsom (PvdA):

We zijn die norm gepasseerd. Dat doet mij pijn. Deze concessie doen we om met deze partij op heel veel andere fronten dingen te bereiken voor dit land en overigens ook voor Europa en de rest van de wereld. Die concessie valt mij zwaar, maar ik doe haar in de volle overtuiging dat we uiteindelijk met deze twee partijen dit land verder kunnen helpen en een nieuwe rol kunnen spelen in Europa en in de wereld. Ik kan dit dus verdedigen, maar dat doe ik niet zonder die pijn.

De heer Pechtold (D66):

Dat siert u dan nog, maar bent u het dan niet met mij eens dat het woord “gunnen” wrang is als je kijkt naar de relatieve welvaart die we hier aan het herverdelen zijn? Dan ben ik wel heel benieuwd wat in dat kwartetspel van gunnen het voor de PvdA zo waardevol maakte om nog 1 miljard daar weg te halen en om zelfs nog verder door te gaan door klimaatgelden, waar ook wij in het rijke Westen profijt van hebben, daar ook nog eens in te laten groeien. Als je daarvoor de woorden “fatsoensnorm” en “kwartetten met de allerarmsten” in de mond neemt, welk groot gebaar van de VVD heeft hier dan tegenover gestaan?

De heer Samsom (PvdA):

U hebt ze bij de heer Zijlstra net allemaal uitgebeend, dus u weet ongeveer welke gebaren daar tegenover staan. Over gunnen gesproken, we hadden het punt ontwikkelingssamenwerking ook gewoon kunnen uitonderhandelen, in de loopgraaf. Zij wilden 3 miljard, wij 0.

De heer Pechtold (D66):

U wilde extra.

De voorzitter:

Mijnheer Pechtold …

De heer Samsom (PvdA):

Nee, wij wilden niets extra in ons verkiezingsprogramma. Wij hielden het waar het was. Ja, mijnheer Pechtold, u kunt zo gebaren, maar laten we het erop houden dat ik mijn eigen verkiezingsprogramma ken. 0 in onze loopgraaf, 3 miljard in die van hen. Waar kom je dan ongeveer uit na vierenhalve week hekkelen, sleuren, duwen, lekker naar de media, een beetje strategisch heen en weer bewegen? Waar zou je dan ongeveer uit komen? 0 voor ons, 3 miljard voor de VVD.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter …

De voorzitter:

Nee.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter …

De voorzitter:

Nee, ik geef het woord aan …

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Dit is het debat …

De voorzitter:

Ja.

De heer Pechtold (D66):

Dan ga ik dadelijk wel …

De voorzitter:

U gaat over uw eigen vragen en de heer Samsom over zijn eigen antwoorden. U kunt er goed naar luisteren hoe hij dat doet.

De heer Samsom (PvdA):

Ik beloof u te interrumperen in uw termijn, mijnheer Pechtold.

De voorzitter:

Mijnheer Samsom, ik zou het fijn vinden als u, degene die aan het woord is, mij de kans geeft om even uit te spreken. Dank u wel.

Het woord aan de heer Buma, want hij verlangt er al zo lang naar.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Precies. Het is niet te geloven, maar aangezien de andere heren willen aanhaken op de vraag van de heer Pechtold, verleen ik hun graag de mogelijkheid om dat te doen. Daarna kom ik met mijn vraag.

De voorzitter:

Dan is het woord aan de heer Van Oijk.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dat is heel vriendelijk van collega Buma. Aan de ene kant zegt de heer Samsom dat het hem als een steen op maag ligt, maar aan de andere kant zegt hij: kijk eens wat ik eruit gehaald heb, want als ik had moeten onderhandelen, was er nog meer bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. Dat miljard bezuinigen ligt hem als een steen op de maag. Het doet hem pijn. We hebben daar twee weken geleden ook over gesproken. Nu komen daarbij de internationale klimaatmiddelen. We weten niet precies hoeveel dat is. Op het congres van de Partij van de Arbeid is naar ik heb begrepen een motie aangenomen waarin staat: probeer dat geld elders te krijgen; probeer dat geld niet uit de begroting van Ontwikkelingssamenwerking te halen. Dat zou in ieder geval honderden miljoenen, misschien wel bijna een miljard, kunnen schelen. Ik wil graag van de heer Samsom weten wat hij gaat doen of wat hij het kabinet gaat vragen te doen om de motie die op het PvdA-congres is aangenomen, uit te voeren.

De heer Samsom (PvdA):

Ik ga twee dingen doen. Ten eerste: de belofte was en het streven is – een paar weken geleden hebben we daarover ook al gesproken – om zo veel mogelijk privaat kapitaal daarvoor aan te trekken. Als je die belofte waarmaakt, kom je een heel eind met het voorkomen dat nog verder wordt ingeteerd op ontwikkelingssamenwerking. Ten tweede: het geld dat uitgegeven moet worden, moet wel ODA’ble zijn. Voor de heer Van Ojik is dat geen rare term. Het betekent dat je het geld echt moet uitgeven aan ontwikkeling, anders mag je het niet onder dat budget voegen. Naar deze twee dingen zou ik streven om uiting te geven aan die motie. Het gaat in 2017 uiteindelijk om een paar honderd miljoen euro.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik concludeer hieruit het volgende: als het niet valt onder de internationale definitie van officiële samenwerking, dus als het niet ODA’ble is, staat de Partij van de Arbeid ervoor garant dat het niet uit de begroting voor ontwikkelingssamenwerking gefinancierd zal worden. Klopt die conclusie?

De heer Samsom (PvdA):

In het regeerakkoord hebben wij een afspraak gemaakt. Wij hebben een percentage, of eigenlijk een bedrag, want je kunt het gewoon omrekenen, onder de noemer “ODA’ble” staan. Dat is dus geld dat echt uitgegeven moet worden aan ontwikkelingssamenwerking volgens de definitie van ontwikkelingssamenwerking. Als je die loslaat, maakt het immers allemaal niet meer uit. Geld dat niet volgens de definitie wordt uitgegeven, kan inderdaad niet onder dat budget vallen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Tegelijkertijd staat in het regeerakkoord dat de coalitiepartijen de definitie van ontwikkelingssamenwerking willen moderniseren. Dat klinkt mij heel erg alarmerend in de oren, want ik ben bang dat met moderniseren “verruimen” wordt bedoeld. Kan ik de garantie krijgen dat dit niet de bedoeling is van die passage in het regeerakkoord, om ervoor te zorgen dat de klimaatmiddelen straks wel onder de definitie van officiële hulp vallen? Dan zijn wij immers nog verder van huis.

De heer Samsom (PvdA):

Moderniseren is moderniseren. Daarbij gaat het overigens vooral om de inzet van crisisbeheersingsoperaties. Dat is een discussie die al vele jaren loopt. De heer Van Ojik is er de komende tijd in de Kamer bij, net zo goed als ik dat ben, om de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking daaraan te houden bij haar inzet om de internationale definitie te veranderen. De heer Van Ojik weet dat dit slechts kan als andere landen daar op dezelfde manier mee omgaan.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik heb nog een vraag over ontwikkelingssamenwerking. Ongeveer drie maanden geleden heeft een prominente PvdA’er zich via een ingezonden artikel in de Volkskrant verzet tegen verdere bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking. Hij schreef toen het volgende: “Keren politieke partijen onder druk van populisme de armen de rug toe en laten we mensen doodgaan van de honger of stellen we alles in het werk om wezenlijke mondiale problemen zoals honger aan te pakken.” De persoon die dit schreef, is de heer Timmermans. Hij maakt nu deel uit van het kabinet. Is het de heer Samsom bekend dat er bewindspersonen zijn die misschien kanttekeningen hebben geplaatst, aantekeningen hebben laten maken, bij onderdelen van het regeerakkoord?

De heer Samsom (PvdA):

Nee. Degene die dat weet, moet de minister-president zijn. Hij heeft immers de gesprekken daarover gevoerd. Ik ben daarmee niet bekend en bij mijn weten is het ook niet het geval. De dichotomie die de heer Slob schetst, door alleen dit citaat te geven, stuit mij enigszins tegen de borst. Als je nog steeds een zeer groot bedrag uitgeeft aan ontwikkelingssamenwerking, kun je er met dat bedrag en met de synergie met handel en defensie voor zorgen dat kinderen niet doodgaan van de honger. Onze gezamenlijke inzet de komende tijd – de inzet van de heer Slob zal zijn om het bedrag te vergroten, dat weet ik; ik moedig hem ook aan om daarmee door te gaan – zou kunnen zijn om het bedrag dat er nog wel is, en dat is een fors bedrag, in te zetten om de armen in deze wereld zo veel mogelijk bij te staan. Doodgaan van de honger of iets dergelijks is een ingewikkelde dichotomie, die de heer Slob nu schetst.

De heer Slob (ChristenUnie):

Het is een citaat uit een artikel. Op 9 augustus van dit jaar stond het in de Volkskrant. De krant heeft een prachtig archief, dus de heer Samsom kan het nog terugvinden. Er was geen woord Spaans, Frans of Duits bij. Het was heel erg helder: doe dat niet, want het gaat ten koste van de zorg voor mensen voor wie wij grote verantwoordelijkheid dragen.

Ik heb een vervolgvraag over de afspraken die zijn gemaakt over de ontwikkelingssamenwerking, over de 750 miljoen en het fonds. Ik heb deze vraag ook aan de heer Zijlstra gesteld. Wie in het kabinet is vanuit de optiek van de heer Samsom degene die dat fonds zou moeten beheren: is dat minister Ploumen of is dat minister Kamp?

De heer Samsom (PvdA):

Dat valt onder minister Ploumen. Ik ga er onverkort van uit dat zij dat in de meest collegiale samenwerking met de andere ministers gaat doen, zoals wij hopen dat het kabinet alle zaken in de meest collegiale samenwerking oplost. Maar het valt onder de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De heer Slob (ChristenUnie):

Ik ben blij met dit antwoord, want dat betekent volgens mij dat de besteding van dat geld ook zo veel mogelijk daar terechtkomt waar we het willen hebben, namelijk bij, plat gezegd, de mkb in de derde wereld. En de minister houdt de verantwoordelijkheid vanuit haar ministerie om dat geld daaraan te besteden. Dan weten we in ieder geval dat er nog wel wat aan ontwikkelingshulp gelieerd zal blijven. Anders ben je het kwijt voordat je het weet.

De heer Samsom (PvdA):

Ik hoop dat het meer is dan “wel wat” aan ontwikkelingssamenwerking. Het gaat om 750 miljoen. Ook daarvoor geldt mijn oproep: de Kamer is mede aan zet om ervoor te zorgen dat dit vernieuwende instrument ook de optimale benutting krijgt. Ik heb groot vertrouwen in de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking dat zij dat op haar manier invult.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik kom nog even terug op de onderhandelingen van de afgelopen weken waarbij u betrokken was. De heer Zijlstra heeft in een reactie op een interruptie van mij toegegeven dat de 250 miljoen voor infrastructuur een aanbod aan u was. Waarom wilt u dat zo graag hebben? Ik vraag mij af wat u aan de medewerkers bij weg- en waterbouw vertelt die dankzij uw winstpunt de komende jaren hun baan kwijtraken.

De heer Samsom (PvdA):

Zo direct werkt het niet bij dit soort investeringen. Aan de vakbonden, die ook de medewerkers in de weg- en waterbouw vertegenwoordigen, wil ik vooral vertellen dat zij samen met de werkgevers en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om de tafel kunnen om een echte invulling te geven aan de sociale agenda. Er zitten ongelooflijk veel maatregelen en mogelijkheden in, ook om medewerkers in welke sector dan ook ter wille te zijn. Die 250 miljoen was daarmee voor ons een belangrijk element in de afspraken die wij de afgelopen week hebben gemaakt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dat is natuurlijk een heel rare redenering. In de eerste plaats is er natuurlijk wel een link met het ontslaan van mensen. Als er namelijk voor weg- en waterbouw 250 miljoen structureel minder beschikbaar is – ik wist niet eens dat het structureel was, ik dacht dat het eenmalig was – dus 1 miljard in deze periode, dan betekent dit dat die mensen hun baan verliezen. Dat is om u uw zin te geven. In de tweede plaats begrijp ik het volgende niet. Er gaat dan 250 miljoen naar de arbeidsmarkt, naar de WW. Dat is voor het overleg met werkgevers en werknemers. Is dat nu het bedrag? Of stel dat werkgevers en werknemers zeggen dat het een mooie deal is als het nog iets meer wordt, kan het dan ook meer worden?

De heer Samsom (PvdA):

De afspraak in het regeerakkoord is dat de sociale agenda met de minister van Sociale Zaken en overigens met het hele kabinet wordt ontwikkeld binnen de kaders van het regeerakkoord. Sinds de deze week ingediende motie-Zijlstra/Samsom zijn de kaders voor deze sociale agenda met 250 miljoen verruimd. Dat betekent dat er mogelijkheden zijn om de sociale agenda te versterken. Ik heb gisteren één voorbeeld gegeven hoe je dat zou kunnen doen. Het is een van de vele voorbeelden die je zou kunnen geven. Je zou er zes maanden WW mee kunnen financieren. Toevallig weet ik dat vakbonden, dus werknemers, zeer aan zoiets hechten. Er kunnen echter ook veel andere maatregelen uit voortkomen die de sociale agenda in dit land versterken. Ik hecht daar zeer aan.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Tot slot. Waarom hebt u ervoor gekozen om het geld hieraan te besteden en niet bijvoorbeeld aan het heel grote probleem dat u creëert voor mensen die behoefte hebben aan dagbesteding? Het is net ook al gezegd en ik vraag het u: in 2014 stopt de dagbesteding. Wat moet iemand doen die op 2 januari 2014 aangewezen is op dagbesteding?

De heer Samsom (PvdA):

Als die persoon op 31 december 2013 aangewezen was op dagbesteding, blijft het gewoon doorlopen. De nieuwe aanspraken op dagbesteding vervallen, in afwachting van de overheveling van het gehele budget voor dagbesteding, begeleiding en verzorging naar gemeenten. Gemeenten hebben dan vervolgens de vrijheid om de schotten tussen die drie weg te halen. Dat hoort namelijk bij de overheveling van dat budget. Misschien geldt hetzelfde ook wel ten aanzien van de participatiewet en de Wet werk en bijstand. Dat is namelijk de meerwaarde van overhevelen naar gemeenten, die het dan naar eigen believen, volgens de wensen van de gemeenteraad, kunnen inrichten. We gaan de nieuwe aanspraken in 2014 stoppen, in afwachting van de overheveling in 2015. Ik ben overigens blij dat de heer Buma mij die vraag stelt, want dan kan ik hem doorgeleiden naar het kabinet: hoe wil het kabinet het dan in 2014 precies oplossen voor nieuwe aanvragen voor dagbesteding?

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Maar daar heeft de heer Samsom toch hopelijk al over nagedacht toen hij vijf weken in dat kamertje zat?

De voorzitter:

Mijnheer Buma …

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dit is echt een vraag aan de heer Samsom waarop ik een antwoord wil hebben.

De voorzitter:

Mijnheer Buma, ook tegen u zeg ik dat de heer Samsom over zijn eigen antwoord gaat.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Dan overweeg ik op dit punt een motie in te dienen.

De voorzitter:

Dat gaan we dan merken.

De heer Samsom (PvdA):

Ik wil die vraag rustig beantwoorden. Ja, we hebben daarover nagedacht.

De voorzitter:

Doe dat dan gelijk als de vraag wordt gesteld, mijnheer Samsom.

De heer Samsom (PvdA):

Er zijn budgetten voor. Er is een kabinet om die budgetten zo goed mogelijk te besteden. Dit is een van de 300, 400 of zelfs 4.000 uitwerkingskwesties die wij de komende jaren nog krijgen. Dit is geen setje computers; dit is een kabinet.

De heer Roemer (SP):

Ik heb toch de indruk dat er in het regeerakkoord iets anders staat dan wat de heer Samsom nu zegt. Er staat namelijk: “In 2014 wordt de aanspraak voor de functie begeleiding in de AWBZ beperkt door de aanspraak op dagbesteding te laten vervallen.” Die is er dus gewoon uit.

De heer Samsom (PvdA):

Dat klopt. Dat zei ik net ook.

De heer Roemer (SP):

Door wie is dit erin gefietst? Het staat niet in het verkiezingsprogramma van de VVD en het staat niet in het verkiezingsprogramma van de Partij van de Arbeid. Hoe is dit in vredesnaam erin gekomen? Ik hoop dat de heer Samsom gelijk een reactie geeft op de vraag die ik ook aan de minister-president heb gesteld over het voorbeeld dat ik heb gegeven over het oudere echtpaar van wie er één dementerend is. Die man houdt het vol omdat zij twee of drie dagen dagbesteding heeft. Hoe moet die man dit probleem oplossen?

De heer Samsom (PvdA):

Het overhevelen van de functies begeleiding, verzorging en dagbesteding en 75% van het budget daarvoor overhevelen naar gemeenten, is de exacte uitvoering van het verkiezingsprogramma van de Partij van de Arbeid. Wij hadden ook in ons verkiezingsprogramma zware maatregelen opgenomen inzake de AWBZ. Wij hebben daar twee weken geleden nog met elkaar over gediscussieerd. Overigens hebben alle partijen zulke zware maatregelen in hun verkiezingsprogramma’s opgenomen. Deze maatregelen hadden wij dus al in ons verkiezingsprogramma opgenomen. We hevelen het hele budget voor dagbesteding, begeleiding en verzorging over naar de gemeenten. Daarmee besparen we 25% van dat budget. Dat bedrag is exact het bedrag dat staat in het regeerakkoord.

De voorzitter:

Mijnheer Roemer, tot slot.

De heer Roemer (SP):

Ik heb geen antwoord gekregen op mijn vraag. Ik vroeg om te reageren op zo’n praktijkvoorbeeld. U schrapt de dagbesteding namelijk met deze maatregel. Gemeenten kunnen het niet meer doen. De dagbesteding verdwijnt. Dat staat er ook: aanspraak op dagbesteding komt te vervallen. Er zijn zo veel voorbeelden, zoals het voorbeeld van dat echtpaar dat ik tijdens mijn inbreng heb genoemd. De praktijk is dat die mevrouw eerder naar het verpleeghuis gaat en dat de kosten alleen maar omhooggaan. Wat moet zo’n man doen?

De heer Samsom (PvdA):

Die man krijgt en houdt gewoon die dagbesteding. Ik zei het al in mijn antwoord: nieuwe aanspraken op dagbesteding in de AWBZ vervallen, omdat we dat hele deel van de AWBZ overhevelen naar de Wmo, waarin de aanspraak op dagbesteding, net als die op begeleiding en verzorging, blijft bestaan. Ik geef u het exacte antwoord dat in ons verkiezingsprogramma stond. In dit geval is er geen concessie gedaan aan de VVD. Er zijn er genoeg op het terrein van de AWBZ, maar deze niet. Dit was gewoon ons plan: gemeenten krijgen de verantwoordelijkheid voor de verzorging, begeleiding en dagbesteding van die mensen. Dat gaat beginnen.

De heer Roemer (SP):

Kan de heer Samsom uitleggen waarom de heer Zijlstra heeft gezegd dat de dagbesteding wordt afgeschaft, terwijl de heer Samsom zegt: nee, dat laten we aan de gemeenten, dat wordt niet afgeschaft? Ik snap het niet meer.

De heer Samsom (PvdA):

Ik weet niet exact wat de heer Zijlstra zei, maar ik ben geneigd om het te interpreteren zoals ik het bedoelde. Ik sprak net over de afspraken die wij in het regeerakkoord hebben gemaakt. Ik kan die vraag voor uw gemoedsrust – ik hecht daar zeer aan – doorgeleiden naar het kabinet, opdat daar op de juiste manier antwoord op wordt gegeven.

De heer Slob (ChristenUnie):

Mijn vraag gaat ook over de AWBZ.

De voorzitter:

Mijnheer Slob, ik heb u gevraagd of u even hier wilde komen. Wij doen het per rondje. U hebt uw kansen gehad om te interrumperen. De heer Samsom staat hier al een uur en hij heeft vijf minuten van zijn spreektijd gebruikt. Hij komt daar vast op terug. Dan geef ik u opnieuw de kans.

De heer Slob (ChristenUnie):

U hebt het over een rondje, voorzitter. Ik heb net een vraag gesteld over ontwikkelingssamenwerking. Hier gaat het over de dagbesteding in de AWBZ. Dat is toch iets heel anders? Dat is toch niet hetzelfde rondje?

De voorzitter:

Wij proberen te voorkomen dat wij hier vannacht om drie uur nog zitten. Ik probeer het debat op deze manier te structureren. Dat zeg ik tegen uw collega’s en dat zeg ik ook tegen u. Ik geef nu het woord aan de heer Samsom. Er komt in zijn inbreng van 29 minuten vast nog een gelegenheid om die vraag te stellen.

De heer Slob (ChristenUnie):

Voorzitter. Een punt van de orde. Volgens mij is het de eerste keer dat ik hierom vraag in alle jaren dat ik Kamerlid ben. Ik vind dat het helder moet zijn hoe wij debatteren. U spreekt over “rondjes”. Ik heb helemaal geen afspraak gemaakt over rondjes met wie dan ook. Ik heb een vraag over ontwikkelingssamenwerking gesteld aan de heer Samsom. Dat is een groot onderwerp. Nu gaat het over de AWBZ. Dat wordt misschien wel het grootste onderwerp in de komende jaren waaraan dit kabinet uitvoering moet geven. Voor meer dan 100.000 mensen die een indicatie hebben voor dagbesteding, is het onduidelijk wat er gaat gebeuren. Dan mogen wij daarover toch vragen stellen aan degenen die dat hebben bedacht?

De voorzitter:

De heer Samsom sprak over ontwikkelingssamenwerking. Daarover zijn vragen gesteld en in de vraagstelling is een koppeling gelegd met de AWBZ. De heer Samsom is nog met zijn inbreng bezig. Ik vraag hem of hij hierop nog terugkomt.

De heer Samsom (PvdA):

Ik wilde net zeggen dat ik u niet kan helpen, want ik kom daar niet op terug. Mijn inbreng is veel korter dan 29 minuten. Dat scheelt al een stuk. Ik zou het niet erg vinden als die vraag over de AWBZ nu komt.

De voorzitter:

Dan heeft de heer Slob de mogelijkheid, die hij ook heeft gebruikt bij de heer Zijlstra, om die vraag dan te stellen. Ik probeer structuur in het debat aan te brengen. Ik probeer toe te staan, net als ik dat in eerdere debatten heb gedaan, dat u allen uitgebreid kunt spreken en lange interrupties kunt plaatsen. Het enige wat ik probeer, is het aantal vragen per interruptie te beperken tot drie. Sommigen zijn zo aardig om maar twee vragen te stellen, maar anderen niet. Zo probeer ik structuur in het debat aan te brengen. Ik stel voor dat wij hierover op een ander moment debatteren in de commissie Werkwijze. De spreker gaat over zijn eigen inbreng, maar aan het einde, als hij wil weglopen, kunt u naar voren komen en kunt u over punten die niet aan de orde zijn gesteld, een interruptie plaatsen. Dat is ook gebeurd na de inbreng van de heer Zijlstra. Anders zitten wij hier vannacht om 03.00 uur nog en volgens mij heeft niemand daar behoefte aan.

De heer Pechtold (D66):

Volgens mij ging het over de orde, voorzitter.

De voorzitter:

Dit is precies de orde die ik in een vergadering wil hanteren.

De heer Roemer (SP):

Voorzitter. Met uw goedvinden wil ik reageren op de opmerking van de heer Slob. Dat geldt ook voor de opmerking die mevrouw Thieme eerder maakte. Er zijn leden, ik ben er één van, die wat vaker aan de interruptiemicrofoon staan. Dat u mij daarin kort houdt, snap ik wel. Er zijn echter ook collega’s die over een paar onderwerpen vragen willen stellen in een van de belangrijkste debatten in deze Kamer. Ik roep u in hun belang op om daarmee wat flexibeler om te gaan.

(geroffel op de bankjes)

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Ik wil dit punt van de orde ondersteunen. Ik ben helemaal bereid u te helpen in uw vergaderorde en ik ben ook bereid ervoor te zorgen dat het geen nachtwerk wordt, maar dit is ongelooflijk belangrijk. Anders zou de tactiek kunnen zijn dat een spreker kort praat, want dan kun je namelijk niet interrumperen. Dat verwijt ik niemand, maar er komen nu eenmaal onderwerpen op en af. Ik ben van mening dat u meer naar het totaalplaatje zou moeten kijken, of iemand overdrijft en te vaak of te lang doorgaat, maar probeert u een beetje van dat staccato van drie keer en een rondje af te stappen. Dat verlevendigt het debat niet en wij hebben aan het begin van deze parlementaire periode afgesproken dat wij daar nu juist naar zouden streven.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Ik heb alle begrip voor uw vergaderorde. De heer Slob stelt een aantal vragen, maar telkens komt op een simpele vraag niet een beetje, maar zelfs helemaal geen antwoord. Dan moet hij na twee keer weer teruggaan, terwijl die vraag toch echt gesteld kan worden. Er is niet zozeer sprake van tien vragen achter elkaar als wel van één vraag die niet wordt beantwoord. Dan krijg je hem drie keer. Ik zou de heer Slob dan ook de kans willen geven om die vraag te stellen. Daarbij komt dat ik de vraag al weer ben vergeten, dus ik ben er ook benieuwd naar.

De heer Samsom (PvdA):

De heer Slob had hem volgens mij niet eens gesteld.

De voorzitter:

U maakt geen deel uit van het ordedebat.

Dames en heren. Ik probeer de gevoelens van de hele Kamer hierin een beetje te betrekken. Er komen in dit debat heel veel onderwerpen aan de orde. Als mensen misbruik maken van de situatie met een heel korte inbreng en u daarover aan het einde terecht een opmerking maakt omdat er allerlei onderwerpen niet aan de orde zijn gekomen, zal ik aan uw kant staan. Ik probeer er ook op toe te zien dat een spreker antwoord geeft op de vragen die worden gesteld. U en ik gaan echter niet over de inhoud van dat antwoord. Dat gaat nooit zo. Toen mijnheer Samsom zojuist zei dat hij best antwoord kon geven, heb ik tegen hem gezegd: doe dat dan ook gelijk. We proberen hier echter een beetje fatsoenlijk te vergaderen. U kunt best proberen om mij in deze vergadering op de vingers te tikken, maar dat doet u ook als de eerste termijn tot 03.00 uur duurt. Dat lijkt mij nu ook niet zo geweldig, want we hebben morgen ook nog een heel lange dag te gaan.

Ik stel voor dat mijnheer Samsom verdergaat met zijn inbreng en dat u allen aan het einde ervan in een laatste rondje de mogelijkheid krijgt de vragen te stellen die u het belangrijkste vindt.

De heer Samsom (PvdA):

Voorzitter. Ik hecht er wel aan om te benadrukken dat de heer Slob nog niet eens de kans had gekregen om mij een vraag te stellen en ik daarmee de kans niet had om hem te beantwoorden. Dat is dus een wat ingewikkelde stijlfiguur geworden.

De voorzitter:

Mijnheer Samsom, dit is ook een ingewikkelde stijlfiguur. Ik neem aan dat dit niet in uw inbreng stond. Ik gaf u de gelegenheid om verder te gaan met die inbreng. Ik hoop dat u dat nu ook doet; dank u wel.

De heer Samsom (PvdA):

Dat zal ik doen, voorzitter.

Voorzitter. Ik was bij het alternatief dat wij gisteren naar uw Kamer hebben gestuurd. In dat alternatief vervangen we de inkomensafhankelijke premie door enkele ingrepen in het belastingstelsel. Kort en goed: de heffingskorting en de arbeidskorting gaan omhoog voor de lage inkomens en de middeninkomens en gaan omlaag voor de hogere inkomens. We dienen en bereiken hiermee hetzelfde doel als met de inkomensafhankelijke premie. De lage inkomens gaan er iets op vooruit, de middeninkomens worden zo veel mogelijk ontzien en van hoge inkomens wordt een extra bijdrage gevraagd. Daarmee zorgen we ervoor dat de 16 miljard, plus de nog lopende 30 miljard – waarvan een groot deel nog steeds moet worden gerealiseerd waardoor iedereen de komende jaren zal worden geraakt – ook door iedereen gedragen kunnen worden, ook door de lage inkomens die altijd meer pijn voelen van bezuinigingen op de overheid. Voor hen doen we dit dus. Voor hen doen we nu iets extra’s en vragen we een extra bijdrage van hen die het relatief goed hebben. Zo verdelen we de pijn van het gehele pakket eerlijk. In die zin is het dus een integraal onderdeel van de bezuinigingsoperatie; het maakt haar namelijk mogelijk.

De inkomensverdeling die nu ontstaat, is minder uitgesproken dan de vorige, die van de inkomensafhankelijke premie. Om het evenwicht in het pakket te bewaren, hebben we uit de begroting van Infrastructuur 250 miljoen vrijgemaakt om in het overleg met de sociale partners de sociale agenda te versterken. Daarmee kunnen we in het overleg met de sociale partners in de sfeer van ontslag en WW een aantal belangrijke zaken verbeteren.

Met ons alternatief blijft een van de pijlers onder het regeerakkoord overeind staan. Hoge inkomens dragen iets meer bij dan lage, met een wat gelijkmatiger verdeling en minder uitschieters dan bij de inkomensafhankelijke premie, maar nog altijd met uitschieters. Er zijn uitschieters die samenhangen met de hoeveelheid noodzakelijke maatregelen en uitschieters die vooral samenhangen met de grote variatie in gezinssamenstellingen en gezinssituatie die dit mooie land gelukkig kent. Daarom doe ik dus geen koopkrachtbeloften, want iedere thuissituatie is uniek. Ik doe wel één andere belofte, namelijk de belofte dat de Partij van de Arbeidfractie dag na dag vanuit de Kamer het kabinet scherp zal houden bij het uitvoeren van de opdrachten uit het regeerakkoord: de rekening van de crisis betalen, de rekening van de crisis eerlijk verdelen en de volgende rekening van de crisis voorkómen, om daarmee samen de weg omhoog weer in te slaan.

Op een groot aantal terreinen zijn daarvoor doorbraken nodig. Gelukkig zijn die ook bereikt, in de zorg, op de arbeidsmarkt, op de woningmarkt en in onze energievoorziening. Het gaat om aanpassingen en hervormingen waarvan iedereen eigenlijk al jaren vindt dat ze noodzakelijk zijn en waaraan we nu eindelijk kunnen beginnen. In mijn bijdrage aan dit debat wil ik er twee uitlichten. Ik ga allereerst in op de arbeidsmarkt. Later kom ik terug op de duurzame economie.

Bij de arbeidsmarkt denk ik niet zozeer aan franchises, percentages, schijven en tarieven, maar aan de mensen die ik heb ontmoet tijdens de verkiezingscampagne. Hun zorgen en wensen vormden mijn kompas tijdens de formatieonderhandelingen. Het waren 50-plussers, die zich afvroegen of zij nog wel op een fatsoenlijke manier met AOW konden en hoe zij op hun leeftijd nog aan een nieuwe baan konden komen bij onverhoopt ontslag. Met het Lenteakkoord waren voor hen veel zekerheden weggeslagen. Tegen hen zeg ik: het is gelukt. In het regeerakkoord zorgen wij ervoor dat de AOW-leeftijd op een sociale manier wordt verhoogd, door oude werknemers die lang hebben gewerkt voor een laag inkomen, de kans te bieden om met een werkbonus een buffer op te bouwen om eerder met pensioen te gaan. Bij onverhoopt ontslag wordt via het UWV nu wel een budget voor scholing en re-integratie gecreëerd, om de kans van deze mensen op een nieuwe baan te bevorderen. Wij spannen ook een vangnet voor het geval er geen nieuwe baan wordt gevonden, zodat iedereen boven de 55 jaar gewoon zijn pensioen haalt, zonder zijn huis te hoeven opeten of van een ander afhankelijk te worden.

Ik dacht ook aan de schoonmakers, die begin dit jaar zo massaal protesteerden voor fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. Zij worden op dit moment op basis van nulurencontracten en payrollconstructies door de gangen gejaagd, ook door die van ministeries. Wij gaan die schoonmakers gewoon weer in dienst nemen. Door het openstellen van de laagste loonschalen van de cao van het Rijk kunnen wij hen weer gewoon in dienst nemen, zoals het hoort bij onmisbare krachten in een organisatie. Ik zie dit als het begin van de correctie op de te ver doorschietende flexibilisering van de arbeidsmarkt. Wij zijn er nog niet. Een groeiend leger flexwerkers is, de romantische verhalen over flexibele arbeid ten spijt, tegen wil en dank flexwerker en wordt van baantje naar baantje gepiepeld. Hun positie willen wij versterken. Dat is een belangrijke opdracht voor de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Wij zullen hem daarbij kritisch ondersteunen.

Dan kom ik nu op de tweede hervorming; het versterken van de Nederlandse maakindustrie en de opbouw van een duurzame economie.

De heer Roemer (SP):

Ik kom even terug op de kwestie van de arbeidsmarkt. De Partij van de Arbeid heeft heel wat concessies moeten doen, op tal van terreinen. Wij hadden samen een heel mooie initiatiefwet gemaakt, om de flexibilisering in goede banen te leiden. Het wetsvoorstel was klaar. Op de dag dat wij het samen zouden indienen, hoorde ik op mijn voicemail dat de Partij van de Arbeid haar handtekening eronder vandaan haalde. Ik heb nog eens in het regeerakkoord gekeken. Daarin worden ongeveer drie woorden gewijd aan de flexibilisering, om daar iets aan te doen. Zojuist probeerde u te zeggen: wij moeten samen iets doen, help mee. Welnu, hiermee wil ik u helpen. Mag ik de naam van mevrouw Hamer weer onder het initiatiefwetsvoorstel zetten?

De heer Samsom (PvdA):

In het vorige debat, over het verslag van de informateurs, ging het exact over hetzelfde thema. Ik meen dat ik toen duidelijk ben geweest. Ik heb toen gezegd dat wij een paar onderdelen van het wetsvoorstel dat wij samen hebben ingediend, in het regeerakkoord hebben gekregen. Die kunnen wij dus gewoon uitvoeren. Een aantal onderdelen hebben wij niet in het regeerakkoord gekregen, en daarin kunnen wij dus op dit moment niet via het wetsvoorstel met u meegaan. Ik dacht dat het helder was, maar nu is het in ieder geval helder: nee, het wetsvoorstel wordt niet namens de Partij van de Arbeid ingediend. Wat wij wel doen namens de Partij van de Arbeid, is die passage in het regeerakkoord, die meer ruimte biedt voor nadere invulling. Het klopt dat het dus minder specifiek is ingevuld dan het wetsvoorstel, maar er is wel ruimte om een en ander zo goed mogelijk vorm te geven. Ik denk dat een wetsvoorstel vanuit een Kamerfractie en een initiatief van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bijvoorbeeld om in het kader van de sociale agenda ook de zekerheiden voor flexwerkers aan te pakken, prima parallel aan elkaar kunnen lopen. Het parlementaire debat daarover kan dan volop woeden. U kent mijn inzet daarbij, die heb ik zojuist verwoord. Volgens mij komen wij elkaar dan een heel eind tegemoet.

De heer Roemer (SP):

Het schiet geen gat in de begroting en wij waren het er met elkaar over eens. Het regeerakkoord vormt geen belemmering. Ik snap werkelijk niet waarom u nu uw veto uitspreekt over een initiatiefwetsvoorstel dat voor uw achterban, voor uw fractie en voor mijn fractie zo belangrijk is, en waarom u zegt dat mevrouw Hamer daar niet namens uw fractie haar handtekening onder mag zetten. Het was voor ons beiden van groot belang.

De heer Samsom (PvdA):

Het is nog steeds van groot belang dat de flexwerkers een betere positie krijgen. Dát is van groot belang, en niet een specifiek ingediend wetsvoorstel. Dat is slechts een middel. Wij kiezen er nu voor – in een coalitie werkt dat zo – om met een andere partij tot afspraken te komen en die afspraken na te komen. Wij hebben ruimte gecreëerd in een paragraaf die u volgens mij moet aanspreken, mijnheer Roemer, en waar u ook een klein complimentje voor uitdeelde in uw bijdrage. Dank daarvoor. In die paragraaf zoeken wij ruimte en geven wij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de opdracht om die wetten te versterken. Wie weet komen we dan heel dicht in de buurt van het initiatiefwetsvoorstel. Laten wij het op die manier doen, dan komen we allemaal verder.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik begrijp dat de heer Samsom bijna overgaat naar zijn volgende blokje en heb nog een vraag over de arbeidsmarkt. U bent, als ik het goed begrijp, trots op wat daarover is afgesproken in het regeerakkoord. Minister Asscher heeft maandag gezegd dat het voor hem een erezaak is om mensen weer aan het werk te helpen. Er wordt in het regeerakkoord bezuinigd op de re-integratiebudgetten. Hoe rijm ik die dingen met elkaar?

De heer Samsom (PvdA):

Wij doen bijvoorbeeld iets met de ontslagvergoeding van het UWV. Nu ga je gewoon eruit met een opzegtermijn en daarna niets, nada, noppes, maar wij geven mensen geld mee. Dat geld is in principe van hen. Ze hebben daar trekkingsrechten op. In onze uitgesproken voorkeur – ik hoop dat de sociale agenda daar uiteindelijk toe zal leiden – wordt dat geld gebruikt om mensen sneller weer aan het werk te helpen. Dat is een van de middelen die wij daartoe hebben gespecificeerd. Het gaat om 700 miljoen. Dat is geen klein bier. Dat geld is beschikbaar om mensen sneller aan een baan te helpen.

Ik geef een ander voorbeeld, iets wat we al in het Herfstakkoord hadden klaargezet: 100 miljoen voor een mobiliteitsbonus. Dat betekent dat oudere werknemers goedkoper zijn om aan te nemen, omdat ze zelf iets in hun zak hebben en tegen de werkgever kunnen zeggen: u hoeft mij niet alles te betalen, ik heb zelf wat mee, in dit geval van de fiscus. De mobiliteitsbonus was wegbezuinigd of aangeslagen in het Lenteakkoord, en wordt nu door ons weer teruggebracht met 100 miljoen. Dat is belangrijk voor arbeidsgehandicapten, maar ook voor oudere werknemers. Dat zijn maar twee voorbeelden van middelen die wij hebben vrijgemaakt om in de sociale agenda en daaromheen te investeren en ervoor te zorgen dat mensen wel weer aan het werk komen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

We hebben de motie waar ook de naam van de heer Samsom onderstaat. Er gaat 250 miljoen naar de sociale agenda. Is het theoretisch en feitelijk denkbaar dat een deel van dat geld, of in de toekomst wellicht extra geld, opnieuw voor re-integratiebudgetten door het UWV kan worden aangewend? Dat is de vraag.

De heer Samsom (PvdA):

Dat is mogelijk. Ik ken de voorkeuren van de vakbonden daarin een beetje en weet niet hoe snel het zal lopen met UWV en vakbond, maar misschien komt dat ooit nog een keer goed. Het is zeker mogelijk. Dat is een van de redenen waarom wij niet specifiek zijn geweest over die 250 miljoen. Er zijn ook andere aanwendingsmogelijkheden, maar dit is er zeker een. Dank overigens voor de suggestie. Ik weet zeker dat de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hem ook heeft gehoord. Hij gaat het uiteindelijk doen, ik niet.

Ik had het over de tweede grote hervorming waar ik expliciet bij stil wil staan in dit debat, het versterken van de Nederlandse maakindustrie, de opbouw van een duurzame economie. Tot nu toe heeft die versterking in de discussies heel weinig aandacht gekregen, maar ze is o zo noodzakelijk om de nieuwe kracht van Nederland aan te boren. We hadden en hebben nog steeds een snel uitdijende financiële en dienstverlenende sector. Die heeft Nederland in de jaren negentig veel welvaart opgeleverd, maar bleek ook erg kwetsbaar in tijden van crisis. We zien om ons heen dat landen met een hoogwaardige maakindustrie met veel technologie en innovatie beter dan wij door deze crisis komen. Bovendien weten we in ons achterhoofd, en velen zien het inmiddels ook voor zich, dat onze energievoorziening een radicale transformatie nodig heeft in de komende decennia, simpelweg omdat zonder een nieuwe energievoorziening nieuwe welvaart voor onze kinderen onmogelijk te realiseren is.

Dat zijn twee goede redenen om te investeren in duurzame bedrijvigheid en technologische innovatie, en zo banen voor de toekomst te scheppen en de toekomst veilig te stellen. Daarom tonen wij ambitie in dit regeerakkoord, met 16% duurzame energie in 2020, een verviervoudiging ten opzichte van vandaag de dag, en een langetermijndoel van 100% duurzame energie in 2050. Dat is een stip aan de horizon waarmee wij zekerheid willen bieden aan bedrijven, aan investeerders en ook aan particulieren die daarmee zelf aan de slag kunnen. Die zelflevering hebben wij eindelijk mogelijk gemaakt. Dat is een wens van vele Kamerfracties. Ik hoop dat wij die snel in praktijk kunnen brengen. Daarom zoeken wij naar een breed draagvlak voor dit beleid, breder dan twee coalitiepartijen. Alleen met een breed draagvlak weten wij namelijk zeker dat het beleid de volgende verkiezingen ook echt overleeft. Voor energiebeleid moet je een aantal verkiezingen overleven. Energiebeleid gaat over tientallen jaren, niet over vier jaar.

Ook om die reden is mijn fractie zo gebrand op het slagen van het voornemen om meer jongeren techniek te laten studeren, op alle niveaus. Extra aandacht moet wat ons betreft daarbij uitgaan naar het versterken van techniekopleidingen op vmbo- en mbo-niveau. Daar vallen op dit moment de grootste gaten. Daar zijn de investeringen nodig, want die techneuten hebben wij nodig voor onze nieuwe technologie. Alleen met voldoende technisch geschoolde jongeren slaagt onze missie voor een duurzame innovatieve economie.

De voorzitter:

Ik geef het woord aan mevrouw Thieme.

De heer Samsom (PvdA):

Dat hoopte ik al.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Ja, ik denk ook dat de Voorzitter daarop hoopte.

De voorzitter:

Ik zag u al drie keer opstaan en weer gaan zitten, dus ik wist dat u zou komen. Gaat uw gang.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Gezellig. Ik zit al een aantal debatten naar de heer Samsom te kijken en dan denk ik echt: wie is die man? Wie is die man met zijn groene ambities die zei dat je met de aarde niet kunt onderhandelen, dat wij nu wat aan het klimaat moeten doen, dat wij niet kunnen wachten en dat wij niet mogen onderhandelen omdat daar simpelweg de tijd niet voor is? In Balkenende IV, waar de PvdA deel van uitmaakte, was de klimaatambitie een CO2-reductie van 30%. Die is nu teruggebracht naar 20%, met de handtekening van de heer Samsom eronder. Onder Balkenende IV, met de PvdA, was de doelstelling 20% duurzame energie. Die is teruggebracht naar 16%. Hebben wij meer tijd gekregen, is de klimaatcrisis toch niet zo erg of zien wij hier dat de heer Samsom zijn groene ambities in duigen heeft zien vallen?

De heer Samsom (PvdA):

Voor het redden van ons klimaat, maar vooral voor het zekerstellen van onze energievoorziening, is het nodig om 100% van onze energievoorziening in 2050 duurzaam te hebben. Dat is exact de ambitie die wij hebben voorgelegd. Wat dat betreft is er geen concessie aan wie dan ook, ook niet aan Moeder Aarde in dit geval. Ik vind het rot om toe te geven, maar in Balkenende IV hadden wij een voornemen neergelegd. Ik was daar trots op en heb tegen de klippen op geprobeerd om dat door te voeren. Ik geef toe dat het einde van Balkenende IV voortijdig was. Ook als wij het einde echt hadden gehaald, waren wij echter uiteindelijk op 11% beland. Dat was en dat is nog steeds de realiteit van het beleid op dit moment, 11%.

Ik vond het stoer van de VVD dat zij 14% in haar verkiezingsprogramma had staan. Wij hadden er 18% in staan. Dat is een haalbare doelstelling voor de toekomst. Het is eigenlijk niet zozeer een concessie aan een andere partij of aan onszelf, maar een beetje aan de realiteit van vandaag de dag. Wij leven al in 2012. Een haalbare doelstelling – overigens twijfelen nog steeds velen daaraan – is 16% duurzame energie in 2020. Dat betekent meer dan een derde duurzame elektriciteit in 2020. Dat is een gigantische sprong. Wij hebben iedereen nodig, ook mevrouw Thieme, om die doelstelling te halen. Ik heb niet het gevoel dat ik op die ambitie ook maar een millimeter heb ingeleverd. Ik ben nog steeds getergd om die duurzame energievoorziening zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Het feit is dat de heer Samsom heeft moeten inleveren bij dit kabinet. Het aandeel duurzame energie is van 20% – dat was de doelstelling tijdens Balkenende IV – naar 16% gegaan. De heer Samsom weet echter net zo goed als ik dat zelfs de meest conservatieve partners in de energiewereld dit al hebben geaccepteerd en dat hier geen enkele ambitie uit spreekt. Ik vind het opmerkelijk dat de heer Samsom hier zo trots als een pauw kan gaan staan voor een regeerakkoord dat werkelijk niet de urgentie uitspreekt waar hij het al die jaren over heeft gehad. In het laatste debat over de klimaattop in Cancún heeft hij nog gezegd dat de klimaatcrisis fundamenteler is dan de economische crisis. En wat lezen wij in dit regeerakkoord, waar de handtekening van de heer Samsom onder staat? Dat de economische crisis de hoofdtaak is, dat dat is wat wij moeten doen. Er wordt alleen maar een groen randje omheen verzonnen. Mijnheer Samsom ziet hier dus duidelijk dat zijn idealen te grabbel gegooid worden. Ik denk dan: waarom ga je een huwelijk aan met je politieke tegenstander en ga je in feite scheiden van je idealen?

De heer Samsom (PvdA):

Ik vind het jammer dat ik mevrouw Thieme niet tevredener kan maken dan zij ongetwijfeld al is. Ik heb geen concessie gedaan aan een coalitiepartner. Dit is de realiteit. Wij zitten op dit moment met een lousy 4% duurzame energie in dit land; veel en veel te weinig. Ik heb het al eens eerder gezegd: dat komt niet doordat het energiebeleid de afgelopen jaren te rechts was, en ook niet doordat het te links was, maar wel doordat het iedere keer anders was. Dat is onze belangrijkste opdracht: ervoor zorgen dat wij nu kiezen voor een energiebeleid waarin wij één stip neerzetten waar wij ook aan vasthouden. Welke verkiezingsuitslag wij in 2017 ook boeken – ik heb mijn voorkeur – wij moeten daarna door kunnen gaan op de ingeslagen weg en niet het hele beleid weer omgooien. Als de heer Wilders wint, wordt het niks, zo hoor ik al. Men ziet in ons regeerakkoord ook dat wij hebben geaccepteerd dat bestaande middelen en instrumenten niet meteen afgeschaft worden om plaats te maken voor iets heel anders. Dat zou namelijk de dood in de pot zijn voor het energiebeleid en het investeringsklimaat zijn, en dat wens ik niet te doen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

De heer Samsom heeft destijds tegen de heer Van Geel gezegd dat het schandalig was dat Balkenende III hooguit aan internationale afspraken wilde voldoen, en niets meer dan dat. Nu zegt dit kabinet waarvoor hij zelf getekend heeft precies hetzelfde als de heer Van Geel destijds: wij doen het internationaal, wij gaan zelf niet vooroplopen. De heer Samsom kan daar toch niet trots op zijn? Hij heeft dan toch gewoon duidelijk zijn groene ambities verlaten?

De heer Samsom (PvdA):

Het verschil tussen toen en nu is dat wij een internationaal emissiehandelssysteem hebben, het ETS. Daarmee worden reducties hier samen met reducties elders verrerekend, verhandeld en verschoven. Dat is een goede methode om zo efficiënt mogelijk het klimaat te redden en CO2 te reduceren. In dat systeem helpt het helemaal niet om zelf een hogere doelstelling te hanteren. Immers, als Polen een lagere doelstelling hanteert, dan zijn wij gezamenlijk niets beter af. Moeder Aarde merkt er niets van of CO2 in Nederland wordt uitgestoten of in Polen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik geloof dat de omvang van je groene ambities niet afhangt van de percentages die je stelt. Het gaat erom of je jezelf de instrumenten verschaft – daarom is het in het verleden altijd fout gegaan – om die ambities waar te maken. Waarom schaft dit kabinet de groene maatregelen, die 150 à 160 miljoen uit het Lenteakkoord, dan af? Waarom komt er geen kilometerheffing? Waarom krijgen energieverslindende bedrijven 400 miljoen belastingvoordeel van dit kabinet in de hoogste schijf?

De heer Samsom (PvdA):

Ik ben het eigenlijk wel met de heer Van Ojik eens dat het niet gaat om de percentages maar om de instrumenten. Een van de instrumenten die wij nu hebben neergelegd, is een leveranciersverplichting voor duurzame energie. Volgens mij was dit ook een wens van GroenLinks. Ik herinner mij nog een motie-Halsema uit 2007, inmiddels al lang geleden, waarin hierom werd gevraagd. Die hebben wij nu eindelijk gerealiseerd. Die verplichting leidt er wel toe dat er een aanslag wordt gepleegd op met name energieverslindende bedrijven. Zij moeten gaan meebetalen om de verplichting te realiseren. Energie wordt namelijk ietsje duurder dankzij die verplichting. Wij hebben er, ook in het licht van onze internationale concurrentiepositie, voor gekozen om die bedrijven daarvoor te compenseren. Dat doet Duitsland overigens ook al jaren. Dat is een effectief middel om wel veel voortgang te maken en toch ook werkgelegenheid te behouden. Ik heb al eens eerder in een discussie met uw voorganger, mevrouw Sap, een discussie gehad over die 10.000 banen bij Hoogovens. Die zijn voor de Partij van de Arbeid een zeer belangrijk element in onze toekomstbeschouwingen. Ik laat ze liever niet ten onder gaan. Ik denk namelijk dat het allebei kan.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Ik werp de gedachte dat GroenLinks de banen minder belangrijk zou vinden, verre van mij. Het Planbureau voor de Leefomgeving bevestigt in de doorrekening van dit regeerakkoord dat je door een verregaande vergroening van de economie je duurzaamheidsdoelstellingen haalt. Als je geen energieslurpers meer subsidieert, kun je arbeid goedkoper maken waardoor er meer mensen aan het werk kunnen. Die logica van verduurzaming en vergroening van de economie ontbreekt in dit regeerakkoord. Lees de doorrekening van het planbureau er maar op na.

De heer Samsom (PvdA):

Ja, maar ik bestrijd ook dat de energieverslindende bedrijven waarover wij het hadden, een voordeel ondervinden door dit regeerakkoord. Zij ondervinden een vrij fors nadeel en daarvoor worden zij voor een deel gecompenseerd. Zij zullen namelijk duurdere energie moeten inkopen dankzij de verplichting die wij aan de gehele energievoorziening in Nederland opleggen om te verduurzamen. Op die manier realiseren wij beide wensen: werkgelegenheid, óók als het gaat om energieverslindende bedrijven, en een duurzame energievoorziening. Zolang Hoogovens nog niet op zonne-energie draait, moet ik beide doelstellingen in de gaten houden.

De voorzitter:

Tot slot, mijnheer Van Ojik.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Zolang je de vervuiler niet alle kosten van vervuiling laat betalen, komt er van de verduurzaming van de economie, ongeacht het percentage schone energie dat je stelt, uiteindelijk niets terecht.

De heer Samsom (PvdA):

Laat de vervuilers de kosten van de vervuiling betalen, maar niet zodanig veel dat ze over de rand vallen en dit land verlaten. Tata Steel, zoals Hoogovens tegenwoordig heet, heeft het al heel erg moeilijk. Over ontwikkelingshulp gesproken: er gaan op dit moment honderden miljoenen van India naar Nederland om ervoor te zorgen dat die fabriek voorlopig nog even blijft draaien. Ik ben daar blij mee. Er werken daar 8.000 mensen en dat zijn 8.000 heel goede redenen om daar blij mee te zijn.

Voorzitter. Ik ga afronden, maar ik neem daar nog wel even voor; iedereen – mijnheer Slob zeker – kan zich dus voorbereiden op de eindvraag. De hervormingen die noodzakelijk zijn, zullen soms gepaard gaan met maatschappelijke pijn. Een deel daarvan hebben wij de afgelopen week al kunnen zien. Maar ik kan het niet mooier maken dan het is: dat zal de komende jaren vaker gaan gebeuren, want de wereld van voor de financiële crisis keert niet meer terug. De tijd is nu echt gekomen om te stoppen met hopen dat de groei weer aantrekt tot de proporties van de jaren negentig. De tijd is gekomen dat politici met elkaar verantwoordelijkheid nemen om de problemen van onze tijd onder ogen te zien en die het hoofd te bieden. Zo kunnen wij nieuw perspectief bieden op de toekomst. Alleen op die manier kan dat. In de huidige financiële omstandigheden kan dat alleen door van mensen met een hoger inkomen een extra bijdrage te vragen. We deden en doen een beroep op solidariteit van iedereen die het in dit land relatief goed heeft.

Ik onderschat geen moment wat dat betekent. Als je van een jong stel met jonge kinderen met twee goede inkomens en een mooi koophuis vraagt om een paar honderd euro per maand in te leveren, vraag je van hen dat zij niet meer alles in het leven kunnen doen wat tot nu toe gewoon wel kon. Dat is een offer, en dat offer is niet mals. Tegen hen allemaal zou ik willen zeggen: wij vragen het van u omdat wij het nu eens niet van een heftruckchauffeur op minimumloon willen vragen of van een gehandicapte jongere of van een zorgbehoevende oudere. Van hen vragen wij al genoeg, ook in de komende jaren, en hun bijdrage, hun pijn, willen wij verzachten. Tegelijkertijd bieden wij u en uw kinderen hoop op een betere toekomst door in deze moeilijke tijden het onderwijs te ontzien en daar zelfs in te investeren, door te investeren in een nieuwe en schone energievoorziening waar de banen van morgen te vinden zullen zijn, en door het fundament voor structureel economisch herstel nu te leggen.

Ik sluit af met een citaat van Willem Drees: “Wij willen niet ons volk begoochelen met de voorstelling, alsof het binnenkort in een luilekkerland zou kunnen arriveren. Wij weten dat er moeilijke jaren komen, doch wij weten ook, dat wij (...) het perspectief kunnen bieden van een wederopbloeiend land, van een volk dat zijn gezondheid en kracht herwint en zich geestelijk herstelt en van een stijgende welvaart, van een rijker cultureel leven, in verscheidenheid en in eendracht.” Aan het kabinet is nu de taak om Nederland sterker en socialer uit deze crisis te leiden door de rekening van de crisis te betalen, door die eerlijk te verdelen en door vooruitgang mogelijk te maken door te investeren in onderwijs en een duurzame economie. Daar zal de Partij van de Arbeid zich de komende tijd dag na dag voor inzetten.

De heer Pechtold (D66):

Ik moet kiezen. De heer Samsom heeft het veel over geld gehad, over de crisis en over de euro, maar ik zit met twee zaken die daarmee eigenlijk helemaal niets te maken hebben. Ik zou kunnen vragen waarom de PvdA de rechtsstaat toch zo aantast doordat mensen die veroordeeld zijn, voordat de hoogste rechter heeft gesproken al de cel in gaan. Maar ik vind het toch belangrijker om eens te praten over gezinsmigratie. In februari van dit jaar schreef de heer Samsom op zijn weblog: “Verdere aanscherping van Europees gezinsmigratiebeleid is niet alleen kansloos, het is heilloos. Dit kabinet” – dat was het vorige – “lijkt te vergeten dat het recht om als gezin bij elkaar te kunnen leven een elementair recht is”. Mijn vraag aan de heer Samsom is of hij zich de paragraaf voor de geest kan halen die hierover in het huidige regeerakkoord staat.

De heer Samsom (PvdA):

Jazeker.

De heer Pechtold (D66):

Dat is een beetje wegkruipen. Ik zal de betreffende paragraaf voor de heer Samsom oplezen. “We blijven in Europees verband pleiten voor aanscherping van de richtlijn die eisen stelt aan huwelijkse en gezinshereniging. Dit betreft een leeftijd van ten minste 24 jaar”. Vervolgens staan er nog allerlei andere eisen. De heer Samsom zegt dat hij niets beloofd heeft voor de verkiezingen, maar hij had toch wel principes voor de verkiezingen?

De heer Samsom (PvdA):

Jazeker.

De heer Pechtold (D66):

Niet leveren op onderwijs, daarover kunnen we debatteren. Bezuinigen op de allerarmsten en dat “eerlijk kwartetten” met de allerarmsten noemen vind ik al op het randje. Maar als je zegt dat het gezin je principe is, dat dat een basisrecht is, ga je toch niet mee met de VVD-hobby om in Europa nogmaals te beginnen over de richtlijnen waar die Leers al anderhalf jaar lang op doodliep?

De heer Samsom (PvdA):

Over de kansen van deze missie in Europa verschillen de meningen, ook tussen beide regeringspartijen, maar we zijn akkoord gegaan met het nogmaals te proberen. We zullen kijken hoe dat eindigt. We hebben dat expliciet gedaan, samen met een aantal andere maatregelen betreffende immigratie, die ons ook zwaar op de maag liggen. Er staat echter één ding in die paragraaf waar de heer Pechtold ongelofelijk blij mee kan zijn. Ik ben dat in ieder geval wel. Dit betreft de afspraak over het kinderpardon. Dat gaat om kinderen die hier al jaren zijn, die niet beter weten dan dat zij in Nederland horen en die hier dankzij die afspraak ook gewoon kunnen blijven. De heer Pechtold kent de VVD en hij hoorde de bijdrage van de heer Zijlstra op dit punt. De VVD wil een zo strikt mogelijk immigratiebeleid. De PvdA denkt daar anders over. Hier hebben we elkaar gevonden, in een maatregel die voor een grote groep, 800 kinderen, een nieuw leven betekent en in afspraken om de procedures die er zijn te versnellen – waar we overigens geen problemen mee hebben – en ook fors aan te scherpen, zelfs als dat in Europees verband moet worden bevochten. Dat compromis hebben we in deze paragraaf met elkaar gesloten. Ik kan dat ten volle verdedigen, omdat ik weet wat we ervoor terugkrijgen.

De heer Pechtold (D66):

Daar komt dat grote gunnen weer. “Wat we ervoor terugkrijgen.” “Wat nog erger had kunnen zijn met de VVD”. Maar dat hebben we nou net na anderhalf jaar vaarwel gezegd. Hoe kun je als sociaaldemocraat, als democraat, instemmen met de afspraak om een vluchteling niet vijf jaar lang geen burgerrechten te geven, maar zeven jaar lang? Al die tijd mag hij niet stemmen of een uitkering ontvangen en zetten wij hem als een soort andere burger neer. Hoe kun je dat nou wegruilen tegen andere dingen? Hoe kun je in februari op je weblog schrijven dat gezinsvorming, het gezin, een principieel recht is en nu zeggen: kijk eens, we hebben een kinderpardon? Dat is de essentie. Je kunt niet blijven wegkruipen achter: ja maar, ik heb niets beloofd voor de verkiezingen. Je hebt als politicus toch ook principes op dit soort punten?

De heer Samsom (PvdA):

U komt elke keer terug op die verkiezingsbelofte, mijnheer Pechtold, het is kennelijk irritant. Ik heb die nu echter niet gebruikt. We hebben al jaren een termijn van vijf jaar staan. Ook tijdens kabinetten met D66 erin was afgesproken dat het vijf jaar duurt voordat je mag stemmen in dit land. Ik vind dat al lang, overigens. Kan de heer Pechtold mij vertellen welke principiële grens er wordt overschreden tussen vijf jaar en zeven jaar, als je lang moet wachten totdat je mag stemmen en Nederlander mag worden?

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter, het is de …

De heer Samsom (PvdA):

Welke principiële dag ligt er tussen vijf jaar en zeven jaar, een dag die opeens wordt overschreden waardoor de heer Pechtold van de kook raakt?

De voorzitter:

Dat is uitlokking. U hebt geluk, mijnheer Pechtold, gaat uw gang.

De heer Pechtold (D66):

Het is de derde keer dat de heer Samsom weggaat van het principe van het gezin. U ruilt het, mijnheer Samsom, met de opmerking: kijk, we hebben een gezinspardon. Het ging mij om de politicus Samsom die voor de verkiezingen zware terminologieën neerzette over ontwikkelingssamenwerking. Die fatsoensnormen noemde. Die gezinshereniging een principieel recht noemde. Daar gaat het me om. Het gaat me niet om die vijf en zeven jaar en wat u verder uitruilt. Het gaat mij om de inconsequentie van de Samsom daarvoor en de Samsom nu. Daarmee is het geen vraag, maar iets waar mijn fractie de Partij van de Arbeid, naast alles wat te maken heeft euro’s en crisis, de komende jaren heel scherp op zal blijven volgen.

De heer Samsom (PvdA):

Aan dat laatste twijfel ik geen moment. Dat doet u nu al overigens, waarvoor dank.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik wachtte nog even op de climax. Het zou een mooi spiegelbeeld zijn geweest als de heer Samsom verweten zou worden dat hij van de meest liberale partij van dit parlement is. Het volmaakte spiegelbeeld krijgen wij niet, maar VVD en PvdA beginnen op een aantal punten wel al meer op elkaar te lijken.

Mijn vraag gaat over de zorg. Er zijn veel onderwerpen op het terrein van de zorg aan de orde. Wij hebben de afgelopen jaren uitgebreide discussies gevoerd over het persoonsgebonden budget. Staat de keuzevrijheid in de zorg de komende jaren voor de PvdA-fractie? Is het, ook in de Wmo bijvoorbeeld, een moetbepaling en geen kanbepaling?

De heer Samsom (PvdA):

Die keuzevrijheid staat. Dat willen wij ook in de Wmo. Overigens vinden wij daarin onze coalitiepartner, de VVD, die daar zo mogelijk nog fanatieker voor strijdt dan wij. “Zo mogelijk”, zeg ik, want wij zijn daar ernstig aan gehecht. Als wij dan uw steun ook nog hebben, dan kunnen wij ervoor gaan zorgen dat het pgb een mogelijkheid blijft de komende jaren, in welke wet dan ook en in welke omgeving dan ook, gemeente of Rijk.

De heer Van der Staaij (SGP):

Dat het pgb een mogelijkheid blijft, betekent dat mensen aanspraak op een pgb kunnen maken. Dat vind ik een heel belangrijk punt, omdat dat aan heel veel zorgdebatten raakt de komende tijd. Daarnaast speelt altijd dat mensen tussen wal en schip kunnen vallen doordat oude schoenen worden weggegooid voordat er nieuwe zijn. Zo zagen wij dat probleem net weer even rijzen op het terrein van de dagbesteding. Is de inzet van de PvdA-fractie op dat punt en andere punten: ja, u kunt ons altijd wakker maken opdat mensen niet tussen wal en schip vallen en zodat er, altijd als wij iets afschaffen, naadloos een nieuwe voorziening beschikbaar is?

De heer Samsom (PvdA):

Jazeker. Dat is mijn antwoord op de tweede vraag. Het antwoord op de eerste vraag is deze. Een mooi dilemma, ook voor u, is: als je iets overhevelt naar gemeenten, welke autonomie laat je daar dan bij meegaan? Je kunt het immers net zo goed zelf doen als je iets overhevelt naar gemeenten en daar tot in de kleinste details bij zegt: u moet het precies op deze manier doen. Dat dilemma raakt ook de vraag of het een kan- of een moetbepaling moet zijn. In dat dilemma kiezen wij voor het pgb als middel. Ik neem aan u ook. Wij zullen dat de komende jaren terugzien bij de vele uitwerkingen van de staatssecretaris, die – denk ik – de zwaarste taak heeft. Nou ja, laten wij geen appels met peren vergelijken. Hij heeft de zware taak om deze AWBZ-hervorming door te voeren. Dit is daarin één aangelegen punt. Volgens mij steunen wij elkaar daarin.

De heer Van der Staaij (SGP):

Concluderend. Ik vind dat een belangrijk punt, omdat op heel veel onderwerpen terugkomt dat wij moeten blijven gaan voor het pgb als recht en dat wij moeten voorkomen dat mensen tussen wal en schip vallen doordat er een gat valt.

De heer Samsom (PvdA):

Precies.

De heer Roemer (SP):

Wij hebben nog lang niet alle onderwerpen kunnen behandelen, maar het lijstje concessies van de Partij van de Arbeid is wel heel erg groot op grote, principiële dingen. Ontwikkelingssamenwerking is voorbijgekomen, duurzaamheid, de WW en de AWBZ. Er is nog niet gesproken over de forse huurverhogingen of het versneld door laten gaan van de AOW. Noem maar op. Maar ik wil het met u over het volgende hebben: u had er eentje een beetje binnen, namelijk de marktwerking in de zorg. Met een inkomensafhankelijke zorgpremie had u in ieder geval nog de concurrentie tussen zorgverzekeraars, waar u van gruwelt, kunnen inperken. Dat vond u zelf een groot pluspunt. Waarom hebt u er bij het heronderhandelen van de week niet voor gezorgd dat u op enigerlei wijze iets terugkreeg om de marktwerking in de zorg te beteugelen?

De heer Samsom (PvdA):

Wij hebben afgesproken om de marktwerking in de zorg door te laten gaan, maar haar in te perken. Dat doen wij niet via de inkomensafhankelijke zorgpremie – dat was net een van de problemen die daarmee ontstonden – maar wel via een aantal andere maatregelen, die uitgebreid in het regeerakkoord staan beschreven.

Een van de belangrijke maatregelen daarbij is populatiebekostiging. Daarbij worden de huisarts, de wijkverpleegkundige en als het even kan ook de spoedeisende hulp – eigenlijk gaat het dus om die hele eerste, “anderhalfste” lijn – betrokken bij een financieringssysteem waarbij niet meer per verrichting wordt afgerekend en de perverse volumeprikkel wordt weggenomen. Dan heb je een vorm van budgettering. Ik zal twee voorbeelden noemen, anders wordt het inderdaad drie uur ‘s nachts. Een ander voorbeeld is het feit dat we met ziekenhuizen verdergaande afspraken maken over budgettering. Ons doel, namelijk budgettering in de zorg, komt daarmee iets dichterbij. Daarbinnen hebben we met de VVD afgesproken dat zorgverzekeraars efficiënt kunnen en moeten inkopen en met elkaar moeten kunnen concurreren. Die afspraak hebben we gemaakt. Dat betekent dat we doorgaan met marktwerking, maar wel met een afslag naar een beteugelde versie ervan. Dat is precies wat wij wilden bereiken.

De heer Roemer (SP):

Dit is je reinste waanzin. Dat is net als een beetje zwanger zijn. Dat werkt ook niet. Je zet de marktwerking in de zorg door of je stopt ermee. De heer Samsom heeft de mogelijkheid weggegeven om iets bij de zorgverzekeraars te doen. Daarvoor in de plaats komt een winstuitkering bij de ziekenhuizen. Zorgverzekeraars kunnen zelfs aandeelhouder worden. Zorgverzekeraars gaan op de stoel van de arts zitten en bepalen waar mensen hun zorg kunnen krijgen. Ziekenhuizen die winst moeten maken voor hun aandeelhouders gaan proberen de productie op te schroeven. Zij gaan schrappen in de arbeidsvoorwaarden. Dat weet de heer Samsom net zo goed als ik. Hij geeft de marktwerking in de zorg vrij spel, ondanks die paar maatregelen die hij noemt. Daarmee geeft hij weer een belangrijk principe van de PvdA op. Weer een gemiste kans, of zoals hij zelf zou zeggen: nou doet u het weer!

De heer Samsom (PvdA):

Ik constateer dat je in de zorg kennelijk wel een beetje zwanger kunt zijn – dat is overigens een interessante metafoor in verband met de zorg – want in het SP-programma kiest de heer Roemer er ook voor om de zorginkoop weliswaar los van de concurrentie te doen, via zorginkoopkantoren zoals in de AWBZ. Toch stopt de SP niet de concurrentie tussen de aanbieders in de zorg. De huisarts is ook in het SP-programma altijd nog een vrije ondernemer die concurreert met een andere huisarts. Dat is precies de keuze die wij ook maken. Er is marktwerking in de zorg en die is er al vele jaren. Het gaat erom dat de perverse effecten ervan, zoals volumeprikkels, worden weggenomen. Dat doen wij met de populatiebekostiging.

De heer Roemer (SP):

Huisartsen concurreren niet met elkaar. De heer Samsom haalt zelf de keuzevrijheid van artsen eruit. Hij geeft zorgverzekeraars de macht om te bepalen waar ik straks mijn zorg moet halen. Het gaat er niet om of het dichtbij is of een arts die ik graag zou willen. Juist die eerstelijnszorg zouden we met elkaar moeten vergroten en verbeteren. Daar vinden we elkaar misschien nog. De heer Samsom geeft de marktwerking vrij spel met een winstuitkering voor aandeelhouders. Dat is kostenverhogend en gaat op termijn miljarden meer kosten.

De heer Samsom (PvdA):

Als je de vrije keuze tussen artsen overeind wilt houden, is dat een vorm van marktwerking. Ik constateer ook dat de pgb-wens van de SP, die wij delen, mooi is, maar ook het ultieme voorbeeld van marktwerking in de zorg. Dat is een vorm die niet slecht is.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Bij de overdracht van delen van de AWBZ naar de Wmo is het onduidelijk of gemeenten nog verplicht zijn om een persoonsgebonden budget aan te bieden. De heer Van der Staaij stelde daar net vragen over. Ik ben een beetje in verwarring over het antwoord dat de heer Samsom gaf. Er ligt een amendement dat door GroenLinks en door de PvdA is ondertekend om van de kanbepaling een moetbepaling te maken. Staat de handtekening van de PvdA nog steeds onder die moetbepaling? Ik hoorde dat daar enige onduidelijkheid over was.

Daarnaast heb ik een vraag over de bezuinigingen. In de doorrekeningen van het CPB staat dat er aanzienlijke besparingen worden geboekt op de wijzigingen in de toegang tot de huishoudelijke hulp en de dagbesteding. Voor de huishoudelijke hulp loopt dat op tot 75%, terwijl we uit de grote steden weten dat 70% tot 80% van de mensen die aanspraak maken op die voorzieningen tot de lagere of laagste inkomens behoren. Als de heer Samsom het eerlijke verhaal wil vertellen, snap ik iets niet. Hoe verhoudt het verhaal dat er besparingen gerealiseerd kunnen worden, waardoor mensen met lage inkomens worden getroffen, zich tot de toezegging dat tegelijkertijd de toegang tot die voorzieningen niet in het geding komt? Dat begrijp ik niet.

De heer Samsom (PvdA):

Dat laatste zeg ik ook niet. De bezuiniging op de huishoudelijke hulp is zwaar. Het was er eentje die de VVD graag wilde. Met deze bezuiniging worden de voorzieningen beperkt. Ik kan het niet mooier maken en ga het ook niet mooier maken: we beperken hem. Twee voorwaarden spelen een rol in dit kader: echt nodig hebben en niet zelf kunnen betalen. Daarnaast zetten we 760 miljoen aan inkomensondersteuning in voor mensen die daar enige steun bij nodig hebben omdat ze het op die manier dan nog wel kunnen regelen. We gaan dit de komende jaren met zijn allen voelen. Daar zal ook bij horen dat we iets meer voor elkaar gaan zorgen in dit land. Daarvan is mijn partij nooit tegenstander geweest. Voor elkaar zorgen is een cultuur die langzaam uit Nederland is verdwenen, als je het vergelijkt met bijvoorbeeld landen om ons heen. Ik zou die cultuur terug willen krijgen, gematigd, want je moet niet afhankelijk zijn van de mensen om je heen. Je moet ook zelfstandig kunnen leven.

De voorzitter:

Mijnheer Samsom, kunt u …

De heer Samsom (PvdA):

Ik geef een antwoord!

De voorzitter:

Ja, maar u kunt het beknopt doen of heel uitgebreid, of u kunt ertussenin gaan zitten. Als u op zijn minst ertussenin gaat zitten, scheelt dat al een hoop, denk ik.

De heer Samsom (PvdA):

Ik had niet de indruk dat u vond dat ik ertussenin zat. Afijn.

De voorzitter:

Daarom vraag ik u of u dat alsnog wilt gaan doen.

De heer Samsom (PvdA):

Dit is het dilemma dat ons, de staatssecretaris van VWS en de hele Kamer, de komende jaren bezig zal houden: op welke manier geef je deze grootste hervorming in het regeerakkoord, zo durf ik te beweren, op de juiste manier vorm?

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Er was in ieder geval nog de andere vraag over de handtekening van de Partij van de Arbeid onder het pgb-amendement, over de kanbepaling en de moetbepaling. Dan wat betreft de huishoudelijke zorg. De heer Samsom zegt dat we het met zijn allen voelen. Het punt is nu juist dat de mensen die op de huishoudelijke zorg zijn aangewezen, in overgrote mate mensen zijn met lage inkomens. Dat weten we. Die cijfers hebben we. Dat gaat om 70%, 80%, terwijl we 75% op die voorziening gaan bezuinigen. Dan doen we het dus niet met zijn allen, maar wentelen we het af op mensen die zich die zorg zelf niet kunnen permitteren, die deze zelf niet kunnen betalen. Dat is mijn punt.

De heer Samsom (PvdA):

Dat punt deel ik mij u. Dat is precies waar we voor staan in de komende jaren. Dat is de reden waarom we die 700 miljoen hebben vrijgemaakt. Dat is de reden waarom we die formulering hebben gekozen: voor hen die het echt nodig hebben en niet zelf kunnen betalen. Daarmee proberen we precies aan dit probleem tegemoet te komen. Het specifieke antwoord op de vraag over het amendement betreffende de kan- en moetbepaling moet ik u schuldig blijven. Ik kom er in tweede termijn op terug, als dat nodig is. Ik gaf al in de brede discussie met de heer Van der Staaij het dilemma aan. In principe vinden we dat het moet, maar we weten ook dat het botst met de gewenste autonomie die je gemeenten biedt op het moment dat je een instrument naar hen overhevelt. Precies daartussen schuurt dit amendement.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Dan blijft de onduidelijkheid die ik hoorde in het antwoord van de heer Samsom in eerste instantie en naar aanleiding waarvan ik mijn vraag stelde, helaas in stand. Ik denk dat als je vindt dat het moet, er niets op tegen is om bij delegatie of autonomie van gemeenten een zodanige bepaling voor te schrijven. Op dit moment wil de heer Samsom dat kennelijk niet en is de handtekening onder het amendement op zijn minst met potlood geschreven of tussen haakjes geplaatst.

De heer Samsom (PvdA):

Het is inderdaad een moeilijk dilemma, maar ik kan u in tweede termijn heel specifiek antwoord geven op uw vraag over dit amendement.

De heer Slob (ChristenUnie):

In deze laatste ronde kom ik nog even terug op een onderwerp dat eerder aan de orde is geweest en waarover nogal wat spraakverwarring is ontstaan, ook naar aanleiding van wat er in het regeerakkoord staat, namelijk de dagbesteding en wat er in 2014 gaat ontstaan. Heb ik de heer Samsom goed begrepen dat ook hij die onduidelijkheid ziet en dat we met elkaar gaan proberen die op te lossen, zodat ook in 2014 de dagbesteding geborgd is voor de mensen die daar recht op hebben?

De heer Samsom (PvdA):

Voor de mensen die er recht op hadden in 2013 is dat sowieso het geval. De onduidelijkheid die bestaat gaat over nieuwe aanspraken die ontstaan in 2014. Dat is al een veel beperktere groep. De gedachte achter deze formulering in het regeerakkoord is dat je een opgeschoond bestand wilt overhevelen aan gemeenten en dat je de aanzuigende werking vlak voor de overheveling van zo’n instrument enigszins wilt beperken. Dat was de gedachte achter deze formulering. Ik vraag het kabinet – de toelichting van het kabinet volgt in het antwoord in eerste termijn – hoe je dat precies op de juiste manier vormgeeft. Ik ben het met u eens dat daaraan op een heel specifieke manier invulling moet worden gegeven, een manier die de details van een regeerakkoord, dat al vrij gedetailleerd is, overschrijdt.

De heer Slob (ChristenUnie):

De heer Samsom is vrij duidelijk als hij zegt dat het alleen voor nieuwe gevallen geldt. Ik vind het altijd wat lastig om zo’n woord te gebruiken voor mensen. De heer Zijlstra was volgens mij veel rigoureuzer: vanaf 2014 is het gewoon klaar. Het CPB lijkt geen onderscheid te maken tussen oude en nieuwe gevallen. Ik denk dat het belangrijk is dat wij hierover echt opheldering krijgen. Dat zal dan morgen wel gebeuren.

Eén vraag is blijven liggen. Deze raakt een beetje aan de vraag van de heer Pechtold over het maken van principiële keuzes. Ik heb begrepen dat op het congres van de Partij van de Arbeid een motie is aangenomen waarin staat dat strafbaarstelling van illegaliteit strijdig is met de beginselen van de Partij van de Arbeid, dat de heer Samsom is opgeroepen om rekening te houden met persoonlijke situaties en dat de regeling zo moet worden uitgevoerd, dat deze in overeenstemming is met het beginselmanifest. Dat lijkt mij erg lastig als de regeling hiermee in strijd is. Het is natuurlijk een akelige regel in het regeerakkoord, dus mijn vraag aan de heer Samsom is, hoe hij dit met steun van zijn congres – dat is tenminste eens een keer een goede uitspraak – handen en voeten gaat geven.

De heer Samsom (PvdA):

Het is datgene wat nog overbleef nadat het boerkaverbod was verdwenen – daar heeft de heer Wilders de staf over gebroken – nadat het verbod op de dubbele nationaliteit was verdwenen en nadat de minimumstraffen waren verdwenen. Deze maatregel bleef staan en is overeengekomen met de VVD. Het is overigens een maatregel die in landen om ons heen, door sociaaldemocraten gesteund, is ingevoerd. Internationaal gezien liggen de beginselen kennelijk wat anders, maar ik ken de motie van mijn congres. De heer Slob weet hoe consciëntieus wij met die moties omgaan. Bij de uitvoering van deze maatregel zullen wij trachten ervoor te zorgen dat deze wel in overeenstemming is met de wensen van onze partij, voor zover dat mogelijk is. Mijn partij heeft immers wensen waar wij in dit regeerakkoord niet aan gaan voldoen. Aan de wens om 0,7% van het bnp uit te geven aan ontwikkelingssamenwerking gaan wij in deze regeerperiode, met deze coalitiepartner, niet voldoen. Aan de wens om illegaliteit volledig vrij te laten, er niets aan te doen, gaan wij in deze regeerperiode, met deze coalitiepartner, niet voldoen. Dat zijn concessies. De heer Slob is een goed oppositielid als hij mij die concessies aanwrijft. Ik antwoord daarop zoals ik nu gedaan heb.

De heer Slob (ChristenUnie):

De heer Samsom gebruikt het woord “aanwrijven”. Er zijn heel veel beginselen van de Partij van de Arbeid waar ik niet zo veel mee heb, maar hiermee wordt bij mij wel een snaar geraakt. Ik vraag mij dan af wat daar gebeurt. Wordt illegaliteit strafbaar gesteld? In de regeerperiode van het vorige kabinet zou zelfs de situatie ontstaan dat mensen die hielpen, bijvoorbeeld mensen van de kerk of van een organisatie, ook strafbaar zouden zijn. Dat heeft de heer Samsom er, met een aanvullend regeltje, netjes uit gehaald. Dat is al winst. Nu blijkt dat de maatregel volgens het PvdA-congres in strijd is met de beginselen en de heer Samsom een motie aan zijn broek heeft gekregen die hij moet uitvoeren – zo werkt het volgens mij wel bij de vrienden van de Partij van de Arbeid – ben ik benieuwd met welke oplossing de heer Samsom zal komen.

De heer Samsom (PvdA):

Wij zullen met een oplossing komen. De heer Slob kent de vrienden van de Partij van de Arbeid daarvoor goed genoeg. Wij nemen moties van het congres bloedserieus en voeren die ook uit.

De vergadering wordt van 19.14 uur tot 20.45 uur geschorst.

De voorzitter:

Ik vraag de leden om plaats te nemen. Ik wacht nog even, want de fractievoorzitter van de grootste coalitiepartij en een deel van zijn fractie zijn er nog niet. Het lijkt mij wel netjes als de gehele fractie van de VVD aanwezig is, want de heer Van Haersma Buma is aan het woord.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Voorzitter. Heel even overwoog ik een acute hoofdelijke stemming over het regeerakkoord als zodanig, maar wij redden het net niet, denk ik.

Het is mij een genoegen om als eerste spreker na de avondpauze in dit circus te mogen optreden, wetende dat dit het enige circus is dat, terwijl dit kabinet regeert, wel nog wilde dieren toelaat. De afgelopen weken werd het nieuws in ons land beheerst door beelden van een coalitie die zichzelf vooral bezighield met onderhandelen en heronderhandelen. Vandaag, twee weken na het gereedkomen van het regeerakkoord en ruim een week na de beëdiging – of eigenlijk moet ik zeggen: na de beide beëdigingen – presenteert het kabinet-Rutte II zich dan eindelijk in de Kamer. Ondertussen is wat werkelijk in de wereld gebeurt door de wanvertoning van de afgelopen weken te veel naar de achtergrond verdwenen en er gebeurt heel veel in de wereld om ons heen. De eurozone blijft onder druk staan. Frankrijk komt meer en meer in de gevarenzone. Griekenland moet misschien uitstel van zijn terugbetalingen krijgen. In Nederland hoorden afgelopen week 2.350 mensen bij ING dat zij waarschijnlijk hun baan kwijtraken. Iedere dag vallen er in Nederland ontslagen in de bouw, bij het mkb en in andere sectoren. In ons land dreigt zelfs de stijging van de export, de motor van onze economie, tot stilstand te komen.

Mevrouw de voorzitter, wij bevinden ons te midden van de storm van een voortwoekerende financiële crisis. Een crisis van te veel schulden en te weinig banen, een uitdaging waar Nederland en heel Europa voor staan. Hoewel de eurocrisis in de afgelopen maanden wat naar de achtergrond leek te zijn verdwenen, balanceren wij in werkelijkheid nog steeds iedere dag op een dun koord. Het kabinet dat zich vandaag presenteert, staat dan ook voor een heel grote opgave, de opgave namelijk om richting te geven uit de crisis en uit de schulden, om voor ons land weer de weg omhoog te vinden.

De coalitie die vandaag aantreedt, is een direct antwoord op de verkiezingsuitslag. Beide partijen, VVD en PvdA, wonnen en vormen samen een meerderheid. Mijn eigen partij, het CDA, heeft bij de verkiezingen fors verloren. Ik zeg dit voor het laatst, want nu is het wel weer mooi geweest. Dat het CDA niet geroepen is tot het dragen van verantwoordelijkheid is dus een logisch gevolg van de verkiezingsuitslag. Die positie zal ook de houding van mijn fractie in de komende vier tot vierenhalf jaar bepalen. Bij mijn fractie is namelijk het besef leidend dat de uitweg uit de crisis voor Nederland voorop moet staan, welk kabinet er ook zit. Dit betekent dat het CDA daar waar het kabinet een beleid voert dat een weg uit de crisis biedt, steun zal geven aan voorstellen die in lijn liggen met uitgangspunten van het CDA die goed zijn voor werk, voor gezinnen en voor de samenleving en die bijdragen aan het duurzaam oplossen van de overheidsfinanciën. Want de boodschap die het CDA in augustus en in september vertelde, staat ook nu nog. Nederland heeft te veel schulden en te weinig banen. Dus moeten wij de schulden verkleinen en banen creëren.

Voor het CDA is de positie die het kabinet gaat innemen in Europa heel belangrijk. Ik begin bij een punt waarvan mijn fractie vindt dat het regeerakkoord goede kansen biedt. De coalitie lijkt te kiezen voor een positie in de voorhoede in Europa. Van belang is bijvoorbeeld de mogelijkheid dat dit kabinet bevoegdheden overdraagt om de Europese crisis te bestrijden. Collega Samsom was daar heel duidelijk over: het kabinet zal dit niet uit de weg gaan. Ik vraag aan de minister-president of hij dit kan bevestigen. De positie van de Eurocommissaris van Economische en Monetaire Zaken zal worden versterkt. Acuut blijft de situatie rond Griekenland. Wat is nu precies de positie van het kabinet? Gisteren zei minister Dijsselbloem nog dat er hoogstwaarschijnlijk geen extra geld naar Griekenland moet. Vandaag zegt hij dat Griekenland ons waarschijnlijk wel geld zal kosten. Dat is nogal een verschil met gisteren. Ik hoor graag het antwoord van de minister-president op de vraag hoe het kabinet daartegenover staat.

Zowel in 2007 als in 2010 is in de toen gesloten regeerakkoorden afgesproken om geen nationale koppen meer te zetten op Europese regelgeving, vooral van belang voor bijvoorbeeld de agrarische sector maar ook voor andere sectoren. Denk bijvoorbeeld aan Natura 2000, waar we zulke enorme discussies over hebben gevoerd. Mag ik ervan uitgaan dat dit kabinet ook geen nationale koppen meer zal invoeren? Dat, om bij te dragen aan minder regels.

Wat dat betreft heb ik ook een vraag over de goede ambitie om 2,5 miljard euro te beperken als het om regels gaat. Tegelijk is papier geduldig. Het kabinet doet een belofte. Hoe zal de minister-president die uitwerken? In het regeerakkoord staat namelijk de nogal cryptische zin dat “een verband wordt gelegd tussen het invoeren van nieuwe regels en het laten vervallen van bestaande regels”. Betekent dit nu voor iedere nieuwe regel dat een oude vervalt? Wat mogen we hiervan verwachten?

Goed in het beleid is ook het in stand houden van het topsectorenbeleid en het uitbreiden van de green deals. Minister Verhagen heeft hier in de vorige periode veel werk van gemaakt. Ik dank de minister-president voor het feit dat hij zijn erkentelijkheid jegens de ministers in zijn vorige kabinet uitsprak. Een ander belangrijk middel om uit de crisis te kunnen komen is loonmatiging. Ik vraag de minister-president om duidelijker aan te geven wat de inzet van het kabinet daarop is, niet alleen in de publieke sector maar ook in de marktsector.

Dit zijn grote vragen die om een oplossing vragen. Met wat ik tot nu toe heb gezegd, heb ik duidelijk willen maken dat het CDA, waar dat kan, ook vanuit de oppositie, steun zal bieden. Tegelijkertijd hebben we de afgelopen weken gezien dat het kabinet vooral met zichzelf bezig was; een coalitie die niet zozeer de crisis in het land oploste maar vooral de crisis met zichzelf. Dat is een heel teleurstellend begin. Nog nooit immers was een coalitie in staat om in zo korte tijd zo veel vertrouwen te verliezen. Twee weken lang zijn wij getuige geweest van een soort balletje-balletjespel met de inkomens van Nederlanders. Zoals dat met dit spelletje gaat, weet je één ding zeker: onder welke beker je ook kijkt, je inzet ben je kwijt. Nog veel erger dan het verspeelde vertrouwen in het kabinet is het verspeelde vertrouwen in de economie. Want terwijl het aantreden van een nieuw kabinet de kans bood om het consumentenvertrouwen te herstellen, is het tegenovergestelde gebeurd. Wat een trieste balans. En dan moet het kabinet nog beginnen.

Zo begint ook dit optreden met een vraag die ik bijna niet zou moeten hoeven stellen aan de minister-president. Hoe gaat hij het vertrouwen in zijn kabinet herstellen? Het aanbieden van excuses was stap één, maar wat is stap twee? Waar was die wanvertoning rond de inkomensafhankelijke premie voor nodig? Uiteindelijk was het allemaal begonnen om het nivelleringsfeest van Hans Spekman. De conclusie van deze twee weken is dat de PvdA zijn nivelleringsfeest viert. De VVD-achterban ontstak in nivelleringswoede. De coalitie kwam in een nivelleringscrisis. En Nederland bleef achter in nivelleringsverwarring. Gelukkig is het onzalige plan met de inkomensafhankelijke zorgpremie inmiddels van tafel. Dat is beter voor de zorg en beter voor de werkgelegenheid.

Ik moet echter wel bekennen dat er een nieuw gedrocht voor in de plaats is gekomen. De coalitie komt nu namelijk met het voorstel om de arbeidsheffingskorting in de tweede en derde schijf af te bouwen met 3%. 3%: dat is precies het verschil tussen de schijf 42% en 45%. Dan zeg ik tegen de VVD: het is mooie window dressing, maar de Nederlandse burger met een middeninkomen krijgt gewoon een belastingverhoging cadeau. Zo kom je niet uit de crisis. De zwaarste rekening van deze nivelleringsoperatie wordt gelegd bij inkomens tussen de € 30.000 en € 45.000. Het is werkelijk voor het eerst dat je een hoog inkomen hebt wanneer je € 30.000 of meer verdient in dit land. Dat krijg je in een coalitie waarin de VVD de hoge inkomens beschermt en de Partij van de Arbeid de lage inkomens beschermt. Dan worden de middengroepen de klos.

Bij gewone gezinnen komt dit beleid bovenop de crisis keihard aan. De gevolgen voor gezinnen worden nog eens versterkt door maatregelen als het korten op de kinderbijslag, juist als het gaat om kinderen in de kwetsbare en kostbare leeftijd tussen vijf, zes en achttien jaar, verdere nivellering via het kindgebonden budget en het afschaffen van betaald ouderschapsverlof. Dan zwijg ik nog over het doorzetten van de bezuinigingen op de kinderopvang. Dan zwijg ik nog over het afschaffen van de gratis schoolboeken en over de effecten van een sociaal leenstelsel voor gezinnen met kinderen die gaan studeren. Kinderen zijn geen luxeproduct, zeg ik tegen de coalitie. Kinderen zijn onze toekomst. Ik krijg vertwijfelde mails van gewone mensen met een gewoon inkomen die zich ineens weggezet voelen als veelverdieners. Zij vragen zich af hoe ze hun kind nog een toekomst kunnen geven. Hoe komt het dat deze coalitie daar zo snel toe gekomen is? Zo wint het wereldbeeld van de Partij van de Arbeid. Iedereen vanaf modaal is een veelverdiener. Kinderen zijn je eigen probleem. Maar zo is het niet. Vanaf modaal ben je een gewone Nederlander die hard werkt en recht heeft op een goed inkomen. Met een kind draag je bij aan de toekomst. Het is geen luxeproduct.

Middeninkomens betalen de rekening. Uiteindelijk verliezen we daarmee in dit land solidariteit, want mensen gaan zich ineens afvragen: ik betaalde toch al bijna de helft van mijn inkomen aan belastingen; was dat niet al solidariteit; waarom heb ik nu ineens een topinkomen? Deze herverdelingsoperatie gaat de spankracht van velen te boven. Pleit ik dan voor behoud van koopkracht? Nee, natuurlijk niet. In tijden van crisis is koopkrachtverlies onvermijdelijk. Anders dan de VVD en de Partij van de Arbeid, was het CDA daar ook voor 12 september al eerlijk over. In tijden van crisis verliezen we koopkracht, maar de vraag is wel waarvoor. Mensen zijn namelijk best bereid om koopkracht in te leveren, maar dan moet het wel bijdragen aan een uitweg uit de crisis, meer werk en minder schulden. Dat doen de maatregelen van dit kabinet niet. Dat doen de maatregelen die het CDA voor 12 september presenteerde wel.

Ik kom op een aantal maatregelen uit het meest recente gesloten akkoord. Ik heb het bijvoorbeeld over de verdere bezuinigingen op de infrastructuur ten behoeve van de arbeidsmarkt. Het is een vreemde PvdA-filosofie dat je eerst mensen hun baan ontneemt om te bezuinigen op infrastructuur en dat je dat vervolgens terugsluist naar de WW, terwijl mensen een baan willen in plaats van een uitkering. Is het geld dat nu vrijkomt voor de arbeidsmarkt vrij te besteden? Of is de half tussen de regels door uitgesproken zin van Diederik Samsom ook al een feit, namelijk dat de WW met een halfjaar wordt verlengd? In ieder geval is het voor het CDA van belang dat de sociale partners worden betrokken bij de uitwerking, wat er ook gebeurt.

Het geld wordt dus onttrokken aan de infrastructuur. Welke infrastructuurprojecten worden gestopt? De Partij van de Arbeid zegt nu al: alleen bezuinigen op asfalt. De VVD zegt: nee, we bezuinigen op alle infrastructuur. Het CDA wil hier helderheid over. Als u daarvoor in het Torentje moet zitten, gaat u het gewoon doen, als er morgen maar een antwoord is. Natuurlijk moet er niet alleen op weginfrastructuur bezuinigd worden, maar de bezuiniging moet worden verdeeld over de infrastructuur in Nederland. Dat is de meest reële manier.

Naast middeninkomens betalen vooral ouderen met een klein pensioen de rekening van het coalitieakkoord. Voor heel veel inkomensgroepen denkt deze coalitie na, maar waarom niet voor ouderen met een klein pensioen? Waarom wordt dan ineens verwezen naar de omstandigheden van de pensioenen? Waarom wordt dan niet gezegd: wij helpen jullie, wij steunen jullie? Dit komt nog eens bij alle andere maatregelen die ouderen zullen treffen, wij hebben er zojuist over gesproken, het verdwijnen van de huishoudelijke zorg en de dagbesteding. Maatregelen die heel grote consequenties zullen hebben.

Huishoudelijke hulp wordt met 75% gekort. Het kabinet schrijft dat er een maatwerkvoorziening komt voor wie het echt nodig heeft en een laag inkomen heeft. Maar blijkbaar heeft de coalitie zich überhaupt niet gerealiseerd welke mensen in Nederland aanspraak maken op die huishoudelijke hulp. Dat zijn bijvoorbeeld in Den Haag voor 80% mensen met een laag inkomen. Met zo’n klein bedrag kom je er niet met maatwerk.

De dagbesteding wordt afgeschaft in 2014. Zelden heb ik zo’n koud en kort zinnetje gelezen over een onderwerp dat zo’n gigantische impact zal hebben, want om wie gaat het? Het gaat bijvoorbeeld om dementerenden die twee dagen in de week naar de dagbesteding gaan zodat de partner nog een beetje overeind blijft. Het zijn verstandelijk gehandicapten die op deze manier niet de hele tijd thuiszitten, maar ook nog met andere mensen in contact komen. Het zijn psychiatrische patiënten die op een zorgboerderij structuur in hun leven krijgen. Tot 1 januari 2014. Dan houdt het op. Dan heb je pech, want dan ben je ineens een oud geval of een nieuw geval. Ben je een nieuw geval, dan is er geen dagbesteding meer. Gelukkig bood Diederik Samsom zojuist een opening, of eigenlijk meer dan een opening. Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is om de dagbesteding overeind te houden als de coalitie wil.

Ik heb in een interruptiedebat met de heer Samsom al gesproken over de enorme inkomensachteruitgang voor ouderen en chronisch zieken die kan oplopen tot 60%. Mijn fractie heeft hierover ook vragen gesteld en uit het antwoord daarop blijkt dat de koopkracht van ouderen, chronisch zieken en gehandicapten überhaupt niet meegenomen is in de berekeningen van het CPB. Er wordt zelfs niet gezegd: wij zullen voorkomen dat het zo’n vaart gaat lopen. Gezien alle onduidelijkheid hierover, ook in de afgelopen twee weken, vragen wij ons af of de onderhandelaars überhaupt de consequenties van hun besluit op dit punt wel hebben voorzien. Ik hoor graag van de minister-president wat hij acceptabele inkomenseffecten vindt voor chronisch zieken en gehandicapten. Laat dat geen 20% zijn. Dat is niet acceptabel.

Dan wil het kabinet ook nog hard ingrijpen in de pensioenen van de jeugd van nu, de pensioengerechtigden van later. Dat lijkt betrekkelijk pijnloos, want waarom zou je over zo’n lange tijd nadenken als je nu al moet sappelen voor je inkomen? Toch wil ik van de minister-president weten of het inderdaad waar is dat de jongere van nu straks met een pensioen zit opgescheept van misschien maar 40% van zijn eindloon. Is dat zo en, zo ja, waarom wordt dat dan niet duidelijk gecommuniceerd en moet men maar raden wat er gebeurt?

Ik kom op veiligheid, een ander en heel belangrijk aspect, en onderdeel van het regeerakkoord. De minister-president sprak bij de presentatie van het regeerakkoord, maar ook vanmiddag weer in zijn regeringsverklaring, juichend over de extra investering van 100 miljoen euro in veiligheid. Ook hier is de werkelijkheid echter anders. In werkelijkheid is sprake van een forse en zelfs gevaarlijke bezuiniging. Er is vanaf 2016 een nieuwe taakstelling op de totale rijksdienst. Daarvan komt 300 miljoen structureel voor rekening van Veiligheid en Justitie. Daarbij moet ook nog de strafrechtketen 60 miljoen inleveren. Tot overmaat van ramp wordt er gehakt en gebroken in de Nederlandse veiligheidsdienst. Ik wil graag van de minister-president weten hoe de bezuinigingen op Veiligheid en Justitie worden ingevoerd en hoe hij omgaat met de veiligheid van Nederland als er zo wordt gehakt in de rechtspraak en in onze veiligheidsdienst. Zo wordt Nederland niet veiliger.

Intussen wordt Nederland wel grootschaliger. Megagemeenten, als het aan deze coalitie ligt. Een totaal gebrek aan visie op de menselijke maat: gemeenten van minimaal 100.000 inwoners en vijf tot zeven provincies in Nederland. Nu heeft de minister-president gelukkig gezegd dat het allemaal niet verplicht is. Ik heb dan wel een vraag. In het regeerakkoord wordt wel hard een bezuiniging ingeboekt van zo’n 200 miljoen euro in 2017 oplopend tot bijna 1 miljard structureel. Ik mag toch hopen dat ook dit bedrag conditioneel is en dat we niet aan het einde van de rit wel gemeenten hebben, maar geen geld. Ik wil dus graag weten of dat dit geld hard is of dat het afhankelijk is van het invullen van de herindelingen.

Tot slot ontbreekt het in het regeerakkoord volkomen aan een agenda om de samenleving te versterken. De mensen die Nederland maken, lijken door de coalitie te worden vergeten. In plaats van op zoek te gaan naar de mensen achter de cijfers, is men op zoek gegaan naar de cijfers achter de mensen. De maatschappelijke stage wordt afgeschaft. Mensen met AOW die hun oudere kind dat het alleen niet rooit in huis willen nemen, worden als dank gekort. Chronisch zieken en gehandicapten worden hard getroffen. De woorden “vrijwilliger” en “mantelzorger” hebben het regeerakkoord niet eens gehaald. Dat is meer dan een gemiste kans; het geeft blijk van een wel heel beperkte visie op Nederland. Nederland is geen sinaasappel waar je naar believen geld uit kunt persen. Nederland is een samenleving opgebouwd uit solidaire mensen, die willen werken voor hun brood en willen omzien naar elkaar, die een steuntje in de rug verdienen als ze zich voor elkaar inzetten, die recht hebben op bestuurders en politici die er voor hen zijn en niet andersom. Dat is het Nederland waar het CDA aan wil werken. Het is een Nederland waar het CDA ook met het kabinet aan wil werken als het die richting uit gaat, maar zo nodig tegen het kabinet als het de verkeerde richting uit gaat. Bij alles is het belangrijkste de toekomst van ons land.

De heer Wilders (PVV):

Collega Buma van de CDA-fractie uitte, net zoals mijn fractie, kritiek op de koopkrachtplaatjes van het kabinet. Ik heb in mijn termijn gezegd dat in het verkiezingsprogramma van de Partij voor de Vrijheid iedereen of op de nul of in de plus komt. In het verkiezingsprogramma van het CDA, toch uw alternatief tegenover het kabinet, zien we echter dat de tweeverdiener die rond dat modale inkomen zit, een punt waarop u het kabinet kapittelde, er in vijf jaar cumulatief 5% op achteruitgaat, dat de alleenstaande er 4% op achteruitgaat en dat de alleenverdiener rond modaal er 6% op achteruitgaat. Ik houd van kritiek op dit kabinet, maar u doet het zo mogelijk nog erger.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

In mijn inbreng heb ik het al aangegeven. Wij hebben ervoor gekozen om al voor de verkiezingen te zeggen wat wij doen: niet kiezen voor koopkrachtbehoud maar kiezen voor banen. Uit ons verkiezingsprogramma blijkt dat er veel en veel meer banen, bijna 200.000 banen meer, komen dan bij dit kabinet. Ja, dat was een keuze, een keuze die ik staande houd.

De heer Wilders (PVV):

Nee, op korte termijn is dat zeker niet zo. Misschien is dat wel het geval op de langere termijn en inzake de houdbaarheid, maar u scoorde ongeveer het slechtste – als ik het me goed herinner samen met de Partij van de Arbeid – op de banen in de komende vijf jaar. U begon uw inbreng met de uitspraak dat de werknemers rond modaal en de ouderen door het kabinet hard worden gepakt. Ze worden bij het CDA nog harder gepakt. De werkende mensen rond modaal gaan er bij het CDA 5% tot 6% op achteruit. De ouderen gaan er 4% tot 5% op achteruit. Daar moet u eerlijk in zijn. Dat is uw keuze. U kunt het kabinet veel verwijten, maar uw alternatief is nog erger.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Mijn alternatief, dat ik voor de verkiezingen presenteerde, hield in loonmatiging en daardoor koopkrachtverlies. Dat heb ik voor de verkiezingen al gezegd. Ik heb erbij gezegd dat we dat doen om het land structureel sterker te maken, omdat het niet alleen over de korte termijn gaat maar ook over de lange termijn. Daarom is de langetermijnwerkgelegenheid heel goed, evenals de langetermijnhoudbaarheid. Dat heb ik voor de verkiezingen gezegd en dat zeg ik nu. Waar zit het grote verschil met de premier? Hij zei voor de verkiezingen dat iedereen er € 1.000 bij kreeg, om na de verkiezingen te zeggen: sorry, ik was in de war, het is € 2.500 eraf. Dat hoort u mij niet zeggen. Ik houd hetzelfde verhaal.

De heer Wilders (PVV):

U houdt daarover hetzelfde verhaal, maar u houdt één verhaal dat gewoon niet klopt, en daar moet u eerlijk in zijn. U kapittelt het kabinet, zoals ik ook heb gedaan, en zegt dat het de mensen rond modaal tot anderhalf modaal pakt als het om koopkracht gaat. Ook pakt het kabinet de ouderen. Het CPB heeft aangetoond dat ze volgens het verkiezingsprogramma van mijn partij in de plus komen. Bij u komen ze net zoveel in de min als bij dit kabinet en misschien nog wel meer. Dus u moet een iets kleinere broek aantrekken als het gaat om de koopkracht. Bij het CDA zijn de mensen nog slechter af als het gaat om de koopkracht dan bij dit kabinet.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Ik kies mijn woorden heel bewust. Waarom levert men bij het kabinet koopkracht in? Dat is alleen maar omdat men met een inkomen van € 60.000 een veelverdiener is en met € 30.000 een kleinverdiener. In mijn inbreng heb ik ook gezegd dat Nederland best bereid is om loon in te leveren, bijvoorbeeld door middel van loonmatiging. Maar dat moet wel gebeuren met een doel, namelijk om sterker uit de crisis te komen en Nederland structureel sterker te maken. Dat is een keuze die ik voor de verkiezingen heb gemaakt. Het is een keuze die ik staande houd en afzet tegen een kabinet, dat alleen maar kiest voor herverdelen om het herverdelen en niet voor loonmatiging om sterker uit de crisis te komen.

De voorzitter:

Dank u wel.

De heer Van Haersma Buma (CDA):

Graag gedaan, mevrouw de voorzitter! Dan ga ik nu weer zitten.

De voorzitter:

Dat mag. Dan is nu het woord aan de heer Pechtold van D66.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. De fractie van D66 heet de minister-president en zijn collega-bewindslieden van harte welkom. Nederland heeft weer een missionair kabinet. Ongeacht de inhoudelijke en politieke weging van het regeerakkoord zeg ik: die prestatie verdient in ieder geval waardering. Daarom een welgemeende felicitatie aan VVD en PvdA.

Met de vlotte voortgang van de formatie heeft de Kamer zich politiek volwassen getoond. Alle spookverhalen en doemscenario’s ten spijt blijkt dit parlement prima in staat om de formatie van een nieuw kabinet zelf in goede banen te leiden. Ik moet zeggen dat de formateur de belangen van het staatshoofd maximaal heeft gewaarborgd, dubbel en dwars: iedere tv-zender zijn eigen beëdiging. Als de conclusie daarmee kan zijn een transparante procedure met van begin tot eind de verantwoordelijkheid waar die hoort in een democratie, namelijk bij de gekozen volksvertegenwoordiging, dan mogen wij best tevreden zijn. Een nieuw kabinet en een nieuw regeerakkoord; de auteurs waren zeer content en zij verwachtten een bestseller. En inderdaad, er ligt nu al een tweede druk. Weliswaar is het een herziene druk, want niet ieder debuut is zomaar een bestseller. Een nieuw kabinet en een – herzien – regeerakkoord.

Onze inzet was een stabiel, progressief middenkabinet. Waarom wilde D66 dat? Welnu, wij wilden dat om de staatsschuld terug te dringen door de begroting op orde te brengen, om de economie duurzaam te laten groeien door te hervormen, en om de blik naar buiten na anderhalf jaar reputatieschade te herstellen. Zo wilden wij het vertrouwen van mensen in de politiek terugwinnen. Vertrouwen terugwinnen lukt alleen door betrouwbaar en voorspelbaar te zijn. Wat wij wilden met Nederland, was voor en na de verkiezingen hetzelfde. Geldt dat ook voor VVD en Partij van de Arbeid? In de opgefokte tweestrijd lokte de VVD veel kiezers met: stem op ons, dan houden wij de Partij van de Arbeid eruit, socialisten zijn gevaarlijk. De PvdA lokte stemmers met het tegenovergestelde: weg met Ruttes rechtse rotbeleid. Beide partijen zetten de boel op scherp met stevige verkiezingsbeloften. De VVD met veilige hypotheekrenteaftrek, € 1.000 voor de werkenden en geen cent naar Griekenland. De PvdA met: niet kapotbezuinigen, dus geen sprintje naar de 3%; weg met de btw-verhoging; weg met de nullijn en handen af van de WW. Iedereen begrijpt dat partijen na verkiezingen compromissen moeten sluiten, maar mensen begrijpen niet dat Rutte, terwijl de stembussen nog open waren, zijn belofte “de hypotheekrente staat als een huis” stiekem al als een baksteen had laten vallen.

De dag erna begon het grote gunnen. Verkenner Kamp was niet eens nodig. De pied-à-terre van VVD-senator Hermans was het decor van de eerste vrijage. Met het aantrekken van Bos en Kamp kwamen alle kaarten op tafel. Het kwartetkabinet was geboren. Dat ging ongeveer zo: mag ik van jou van de verkiezingsbeloftes de hypotheekrenteaftrek? Dan mag jij van mij de btw-verhoging. Van de principes krijg jij de nivelleerkaart, dan speel ik overheidsfinanciën. Heb jij voor mij van symboliek de strafbaarstelling van illegalen? Dan heb ik voor jouw een zorg-voor-kinderpardon. En in de serie “wie is de klos?” pak ik de werkenden, pak jij dan de allerarmsten in de derde wereld. Het ging zo lekker, het ging zo snel en in de hitte van het spel werd men misschien wat overmoedig, om met de minister-president te spreken: “joh, spannend hè? Ja, bizar!” En iedere dag maar weer naar buiten met die pokerface.

Er is in allerijl een kaartenhuis in elkaar gezet van blauwe en rode kaarten, maar een fundament ontbreekt. Blauw blijft blauw en rood blijft rood. Van een samensmelting tot paars, van een gedeelde visie, van een samenhangend akkoord is geen sprake. Dit missionaire kabinet heeft geen missie. Waar visie ontbreekt, komt het volk om. Miljoenen mensen vielen tussen de linkse wal en het rechtse schip. Was dat nu bewust, vraag ik de minister-president, of was het lichtzinnigheid, nonchalance, een kapotte rekenmachine of, erger, een falend politiek kompas? Hoe dan ook: snelheid ging boven zorgvuldigheid. Mensen begrijpen dat politici compromissen sluiten. Mensen begrijpen niet dat politici hun belangrijkste beloftes en principes niet nakomen. Dat gaat er bij mensen niet in en dat leidt tot cynisme en woede over de hele politiek. Van hernieuwd vertrouwen is tot nu toe dan ook nog zeker geen sprake.

Het onzalige plan van de zorgpremie was een valse start, maar ik heb afgelopen week al gezegd dat wij geen koopkrachtfetisjisten zijn. Natuurlijk leveren mensen bij elke partij die de staatsschuld onder controle wil krijgen op de korte termijn in, ook bij D66, maar dankzij dit gedonderjaag zijn Rutte en Samsom met hun hoofd uit de wolken en zit iedereen weer met zijn hoofd in een puntenwolk. Ondanks alles ben ik er nog steeds van overtuigd dat veel mensen bereid zijn om die bijdrage te leveren. Als je er maar duidelijk over bent voor en na verkiezingen. Als je maar een bijdrage levert aan het oplossen van de crisis. Als dat maar op lange termijn meer kansen geeft en meer welvaart oplevert. We hadden nu een discussie kunnen hebben, nee, moeten hebben, over het creëren van draagvlak voor hervormingen, over de miljarden die de zorg ieder jaar duurder wordt, over het terugdringen van de staatsschuld. We zijn echter verzeild geraakt in een discussie over inkomenspolitiek. Dat draagt niet bij aan de begroting, het draagt niet bij aan extra banen en het draagt niet bij aan nieuwe groei. We zitten vast in het feest van Spekman, de meesterzet volgens Ter Horst, de 4%-norm van Zijlstra. Is dat nu echt de belangrijkste voorwaarde waaronder de Partij van de Arbeid meewerkt aan hervormingen, platte inkomenspolitiek? Waarom niet gevraagd om onderwijsgeld? Dat biedt kansen op groei. Was de PvdA nu echt niet te overtuigen op ambities? Eerlijk delen per plat herverdelen, en dat in een land met nu al een van de meest evenwichtige inkomensverdelingen ter wereld. Het wrange is dat de zorg gered lijkt, maar dat de weeffout wordt getild naar het volgende breiwerkje.

Tot dusver heeft maar één punt uit het regeerakkoord echt stof doen opwaaien. Er is echter zo veel meer stof tot nadenken. Het kabinet moet nu echt aan het werk. Eindelijk gaat er iets gebeuren, op de arbeidsmarkt, op de woningmarkt en in het openbaar bestuur. Het is weliswaar zes jaar te laat, maar toch: wat een verademing. Als het gaat om die hervormingen, stond ik ervoor, sta ik ernaast en als het nodig is sta ik achter dit kabinet om de snelheid erin te houden. Uitgeknipt hangt boven mijn bed die regel uit het regeerakkoord: alle aangekondigde wetgeving zal in het eerste jaar bij het parlement liggen. Zo mag ik het horen. Show me the wetteksten! Ik vraag de premier voor de zekerheid of dat geldt voor de Randstadprovincie, alle wet- en regelgeving rond de woningmarkt, de WW-herziening en de kindregelingen. Mijn fractie zal constructief meewerken om te zorgen voor een evenwichtig pakket met een scherp oog voor jongeren, voor 50-plussers en alleenstaanden, maar zonder de solidariteit van de middeninkomens op het spel te zetten. Zonder draagvlak bij de ruggengraat van deze samenleving is dit soort hervormingen gedoemd te mislukken.

Het kabinet belooft een hoog tempo. Het is van belang dat de Kamer kan controleren of het kabinet zijn beloftes nakomt. Helaas lees ik niets over mijn stokpaardje, premier: de afrekenbare doelen. Waar staan we nu? Waar staan we over een jaar en over twee jaar? Waar willen we zijn in 2017? De premier kent het verzoek. Hij heeft nu de kans om de motie-Rutte/Pechtold uit 2007 eindelijk uit te voeren. De PvdA steunde mijn pleidooi tijdens Rutte I, dus ik hoor graag hoe deze wens van een meerderheid van de Kamer wordt uitgevoerd.

Het gaat te ver om de 81 pagina’s van het regeerakkoord hier stuk voor stuk door te nemen. Dat komt, neem ik aan, bij de begrotingsbehandeling. Dan zullen wij stilstaan bij de Hedwigepolder, de verkoop van Holland Casino en de wilde circusdieren. Op drie thema’s wil ik vandaag onze visie aan die van het kabinet spiegelen. In de eerste plaats is dat duurzame groei, de kansen voor morgen. In de tweede plaats zijn dat Europa en het buitenland, want wij staan niet alleen in de wereld. In de derde plaats ga ik in op rechtsstaat en democratie, omdat er meer is dan geld alleen.

D66 wil de economie stimuleren, maar niet door de staatsschuld te laten groeien. Daarom kan ik kort zijn over de overheidsfinanciën. Het kabinet houdt zich aan de Europese begrotingsafspraken en dat doet mij deugd. Voor groei is echter meer nodig dan bezuinigen. Door slim te investeren kan de overheid ervoor zorgen dat onze groeimotoren weer kunnen gaan draaien. Onze regels moeten niet belemmeren, maar mogelijk maken. Wij moeten niet zeggen tegen mensen die vooruit willen, die verder willen komen in het leven, dat zij zich de moeite moeten besparen, maar dat zij zo door moeten gaan. Ik ben ervan overtuigd dat dit kan als wij er de komende jaren voor zorgen dat werken loont, als wij echt werk maken van onderwijs en onderzoek en als duurzaamheid vanzelfsprekend wordt. Dan komt het vertrouwen terug dat vooruitgang mogelijk is en dat het beste nog moet komen.

Werk, werk, werk. Met dat paarse motto heeft dit Paars-minkabinet helaas weinig op. In 50 dagen onderhandelen heeft de VVD 250.000 banen weggegeven. Dat zijn er 5000 per dag. Wat dat betreft is het maar goed dat de formatie niet zo lang heeft geduurd. Natuurlijk, als je hervormt dan kost dat op de korte termijn banen. Het is echter pijnlijk dat de nivelleringsdrang van dit kabinet banen kost, ook al is de weg via de belastingen, zo zeg ik eerlijk, minder slecht. Waarom gekozen voor nivelleren en niet voor werkgelegenheid, zo vraag ik het kabinet van VVD en Partij van de Arbeid. Voor iedereen die een verschil zocht met Paars: hier hebt u er een.

Over de goede plannen op de arbeidsmarkt zal men mij vandaag niet al te lang horen. Zo gaat dat nu eenmaal in de politiek. Nou vooruit, kort eventjes. De AOW gaat sneller omhoog, de WW wordt hervormd en het taboe op het ontslagrecht lijkt doorbroken. Ik zeg: dat is allemaal winst. Maar zo’n stevig pakket vereist evenwicht voor het draagvlak, voor de polder. Wientjes bejubelde de terugkeer ervan iets te vroeg, terwijl Heerts er als een oorwurm naar stond te kijken. Als voorstander van die hervormingen, maar ook als voorstander van balans vraag ik de premier: waarom lees ik niets over de aanpak van jeugdwerkloosheid en helemaal niets over zzp’ers? De zzp’er met toch al weinig tijd die even snel die 81 pagina’s op de term “zzp’er” doorzocht, schrok zich waarschijnlijk wild. Van zelfstandige zonder personeel werd hij opeens een zorgzwaartepakket en hij werd ook nog eens geëxtramuraliseerd. Wij hebben het wel over 700.000 tot 800.000 zelfstandigen, ondernemers, die in het hele akkoord niet voorkomen. Hoe moeten die mensen zich in dit beleid herkennen? En waarom is er bijna niets gedaan voor ouderen die willen werken? De AOW-leeftijd omhoog is prima als je ook iets doet om 55-plussers aan het werk te krijgen. Dat was toch een van de speerpunten van de PvdA om überhaupt te praten over de verhoging van de AOW-leeftijd? Die verhoging levert miljarden op. Zet dan ten minste een deel daarvan voluit in om mensen die aan de kant staan aan het werk te krijgen. In mijn programma is hiervoor 0,5 miljard opgenomen. Daarmee durf ik zo’n hervorming ook aan. Maar zonder die extra stimulans wordt langer doorwerken voor hen nog langer niet-werken. Ik vraag de premier – ik reken op de steun van de PvdA – om die 250 miljoen niet te gebruiken om hervormingen terug te draaien maar juist om meer ouderen aan een baan te helpen.

Kansen voor morgen, de dragers van onze economie, zijn onderwijs en onderzoek. Ik had hoge verwachtingen van de onderwijspijler van dit regeerakkoord. Hoe teleurstellend! Geen investeringen, maar bezuinigingen op onderwijs. Foute definitiespelletjes, gekrakeel over afrondingsverschillen. Ik vind het echt een zwaktebod en ik vraag aan de premier of hij het met mij eens is. Voor mijn fractie is het overigens onverteerbaar en het komt ook niet in de buurt van wat nodig is. Het komt niet in de buurt van de ruim 1,5 miljard die D66 extra wil investeren in goed opgeleide en goed betaalde leraren, in het beste onderwijs, in onderzoek en in innovatie. Sterker nog, dankzij de sluipende bezuinigingen op het onderwijs teren wij in op investeringen uit het verleden. De non-investeringen uit het regeerakkoord zijn ook nog eens afhankelijk gemaakt van akkoorden met het onderwijsveld. Wat wil de premier daarin terugzien? Wanneer moeten deze akkoorden klaar zijn? Waarom een voorbehoud op investeren in de toekomst van onze kinderen? Het moge duidelijk zijn: dit is niet het kabinet voor het onderwijs. Maar sta dan ook voor die keuze en houd op met te doen alsof!

Onze economische crisis gaat verder dan een financiële crisis alleen. Decennialang hebben wij om het hardst gegraven naar grondstoffen, geboord naar olie en gevist op zee om te ontdekken dat deze rijkdom eindig is. Er liggen zo veel kansen, ook voor mensen zelf: zonnecellen op je dak, auto’s zonder uitlaatgassen. Duurzaamheid biedt perspectief op economische groei, op werk, op welvaart. 100% duurzame energie in 2050 is dan ook een prachtige ambitie, goed voor groene groei en slecht voor autoritaire regimes. Maar er zit wel heel veel licht tussen de ambities en de effecten van dit regeerakkoord. Lees het maar na: ruim 10% meer files, minder reizigers in het openbaar vervoer, geen geld voor energiebesparing. Maar wel een miljard subsidie op vervuiling. Lees het rapport van het planbureau er maar op na. Volgens mij zat Samsom een beetje te knikkebollen toen Rutte die ene groene kwartetkaart stiekem in zijn hemdsmouw stak. Hoeveel groene banen zijn er in 2017, zo vraag ik de premier. Hoeveel meer natuur is er dan, en hoeveel meer groene energie? Duurzaamheid is duur zolang vervuilen gratis is.

Ik kom toe aan een blik over de grenzen. Dat mag weer, en het is nodig ook. 100 jaar geleden was een kwart van de wereldbevolking Europeaan en vandaag is dat 10%. Het wordt alleen maar minder, en dat blijft niet zonder gevolgen. Australië verlegt zijn focus naar Azië. Romney en Obama debatteerden over het Midden-Oosten, over China, over Afghanistan, over Mali, maar niet over Europa. Wij moesten het in al die debatten met een bijzinnetje doen. Voor Rutte I was de wereld het grote, boze Buitenbos. De exit van de PVV biedt Nederland de kans om zich te herpakken als koploper in de Europese Unie, als voorloper in de ontwikkelingssamenwerking en als doordouwer in internationale veiligheid.

De toon van dit regeerakkoord is een verbetering, maar voorbij het vernis is het behoorlijk slikken. Rutte I bezuinigde een miljard op ontwikkelingssamenwerking. “Kwartetten met de allerarmsten” noemde de PvdA dat. Hoe moet ik dat tweede miljard noemen, mijnheer Samsom, uw miljard? Hoe ver zakken wij onder de fatsoensnorm van 0,7%? “De fatsoensnorm van 0,7%”: ik leen die term van u, mijnheer Samsom. Zo zie je maar weer: als de een het doet, is het onfatsoenlijk, en als je het zelf doet, heet het “gunnen”. VVD en PVV sloten samen zeven ambassades, en nu dreigt een veelvoud daarvan gesloten te worden. Ik vraag het kabinet: gaat de PvdA-minister van Buitenlandse Zaken de PVV hier rechts inhalen?

Europa zal de komende jaren de binnenlandse politiek blijven bepalen. In december al gaat het niet over de crisis alleen, maar over de toekomst van Europa. Toch bleef de Europakaart op de formatietafel liggen. Voor het eerst in tien jaar heeft geen enkele bewindspersoon “Europa” in zijn titel. Nederland was een van de geestelijke vaders, maar Europa lijkt het weeskind van dit kabinet. Ik roep het hele kabinet dus op: pak die kaart, en wijs Nederland de weg vooruit naar een democratischer en daadkrachtiger Europa.

Een kaart die blijkbaar helemaal niet in het spel is geweest, is die van de rechtsstaat. Het duo Opstelten en Teeven, het duo “ruig-ruiger-ruigst”, mag onverminderd voort, met nu ook nog immigratie en asiel in zijn maakbaarheidsbolwerk. Minimumstraffen. Al schuldig voor het definitieve eindoordeel. Illegalen strafbaar. Voortzetting van de kansloze war on drugs. Al lezend dacht ik: volgens mij heb ik hier het PVV-gedoogakkoord. Wij gaan door op de heilloze weg om Europese richtlijnen aan te passen om meer buitenlanders buiten de deur te houden. Deze voortzetting van PVV-beleid is een smet op het blazoen van dit nieuwe kabinet.

Het is niet de enige, want ook het vertrouwen in onze democratie heeft een knauw gekregen. Mensen moesten voor de vijfde keer in tien jaar naar de stembus, en weer werd gedaan alsof mensen de premier konden kiezen, alsof de keuze was: VVD óf PvdA. Ze kregen VVD én PvdA, en kwamen daarmee bedrogen uit, en niet voor het eerst. Als VVD en PvdA er een premiersverkiezing van maken, laten wij dat dan ook echt doen en de mensen een echte keuze geven: een gekozen premier en een gekozen volksvertegenwoordiging; een stem op de macht en een stem op de controle van de macht.

Voor herstel van vertrouwen is ook stabiliteit nodig. De wittebroodsuren van dit kabinet beloven weinig goeds. Rutte II is een soort minderheidskabinet, en de minderheidsconstructie in de Eerste Kamer kan zich wreken. Welke meerderheid telt de premier voor zijn plannen met de AWBZ, de harde bezuiniging op de dagbesteding voor hulpbehoevende ouderen of mensen met een ernstige beperking? Welke meerderheid ziet hij bij de bezuiniging op het hoger onderwijs? Hoe zorgt hij voor voldoende steun voor minder provincies? De teleurstellingen die mijn partij op dat gebied heeft meegemaakt, wens ik zelfs de premier niet toe.

Ik kom tot mijn conclusie. Bij Rutte I kon rechts zijn vingers aflikken en de rest op een houtje bijten. Het beeld dat links nu feestviert en de rest de rekening betaalt, is ook niet goed. Om het vertrouwen in de politiek te herstellen, gingen wij voor een stabiel middenkabinet. Dat zit hier niet. D66 beziet dit kabinet weliswaar vanuit de oppositie, maar met een positieve grondtoon: een positieve oppositie. Noem het voor mijn part een “oppositieve” houding: constructief waar het kan, kritisch waar het moet; aansporen waar gewenst, bijsturen waar nodig. Ik roep VVD en PvdA op: verdedig niet langer alleen wat van jezelf is, maar sta vanaf nu vierkant achter al je keuzes. Anders volgt het draagvlak nooit. Het is de hoogste tijd om de valse start van dit kabinet achter ons te laten. Nivelleren om te nivelleren is niet onze keuze, maar het regeerakkoord biedt voldoende plannen die wel de moeite waard zijn. Ik voel een gedeelde verantwoordelijkheid van oppositie en coalitie, van kabinet en Kamer, om te werken aan het herstel van vertrouwen. Alleen dan krijgen wij mensen mee in de weg omhoog uit de crisis. Dus zeg ik tegen dit kabinet: geen gedonder meer, aan de slag!

(geroffel op de bankjes)

De heer Slob (ChristenUnie):

Mevrouw de voorzitter. Het zal u misschien ook niet ontgaan zijn; er gebeurde net iets heel bijzonders bij mijn collega Pechtold. Hij citeerde zonder bronvermelding. De libertijn Pechtold citeerde uit de Bijbel. Er is hoop voor Nederland als dat gebeurt. Hij citeerde uit Spreuken 11, vers 14: “Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder”. Het is niet de eerste keer in de parlementaire geschiedenis dat deze tekst tijdens een debat over de regeringsverklaring wordt aangehaald. Dat deed ook een illustere voorganger van deze minister-president. Ik dacht dat zijn naam door iedere spreker vandaag zou worden genoemd. Dat is niet gebeurd. Hij, de heer Joop den Uyl, haalde in 1973 ook deze tekst aan. Hij hoopte op die manier wat extra draagvlak in de Kamer te vinden voor zijn plannen.

Het zou niet misstaan hebben als deze tekst ook in de regeringsverklaring was opgenomen. Als de heer Pechtold het al aandurft, waarom zou de heer Rutte het met zijn achtergrond dan niet durven? Mocht een verwijzing naar de Bijbel of iemand als Joop den Uyl voor een deel van het kabinet of het hele kabinet een brug te ver zijn geweest, dan kan ik u het volgende melden. Diezelfde tekst heeft ook Franklin Delano Roosevelt in 1933 aangehaald bij zijn inaugurale rede, toen hij gekozen was tot president van Amerika. Dat deed hij midden in een tijd van financiële en economische crises. Dan heb je een leidraad en een kompas nodig. Letterlijk staat er overigens in deze tekst: “Door gebrek aan visie gaat het volk ten onder, een keur van raadgevers brengt het tot bloei.” Visie, raadgevers; als ik ook even denk aan wat er de afgelopen twee weken is gebeurd, hoe toepasselijk is dit dan voor de minister-president, zijn kabinet en de coalitiepartners?

Nadat wij zes maanden demissionair zijn geregeerd, kennen wij sinds ongeveer vorige week maandag weer een kabinet dat missionair is, voor zover je dat zo mag noemen. Eindelijk is er weer een kabinet dat kan steunen op een meerderheid, in ieder geval in de Tweede Kamer. De Eerste Kamer is nog een probleem, maar in de Tweede Kamer is dat wel het geval. Ik overdrijf niet als ik zeg dat dit kabinet behoorlijk aangeschoten uit de startblokken is gekomen, vooral door het gedoe over de nivellerende zorgpremie. De eerste de beste horde bleek al te hoog te zijn. Wij dachten nog zo na 12 september het gedoe van de afgelopen jaren eindelijk achter ons te kunnen laten. Wij kregen er helaas nieuw gedoe voor terug. Dat is slecht voor het kabinet en de partijen die het kabinet dragen, maar ook voor ons land.

Ons land heeft een stabiele regering nodig die de enorm grote problemen van deze tijd daadkrachtig kan aanpakken. Burgers, ook de kiezers van de PVV, verwachten dat volgens mij van ons. Burgers, onder wie ook een miljoen gezinnen met opgroeiende kinderen, hebben te maken met werkloosheid of de grote dreiging daarvan. Burgers maken zich grote zorgen over de sterk oplopende zorgkosten of over de woningmarkt die volledig op slot zit. Sommige mensen kunnen hun huis al meer dan twee jaar niet kwijt. Sommigen maken zich zorgen over de arbeidsmarkt waar ook heel weinig beweging in te krijgen is. Zij maken zich druk over de vraag of er nog een toekomst is voor hun kinderen. Dit is dus een tijd waarin de hand aan de ploeg moet worden geslagen. Weg met het gedoe van de afgelopen jaren. Weg met de onnodige polarisatie. Die zijn we meer dan zat. Er moet gewerkt worden aan herstel van vertrouwen. Maar het is niet eenvoudig om dat herstel van vertrouwen weer inhoud te geven, zeker niet in een tijd dat er miljarden en miljarden bezuinigd moeten worden. Dat vraagt veel van de leiders van dit land. Burgers moeten namelijk meegenomen worden in de keuzes die gemaakt worden. Dat kan pas echt als keuzes rechtvaardig en noodzakelijk worden gevonden door de mensen die ermee te maken krijgen. Daarom hoort er achter de keuzes die gemaakt worden een overtuigende visie neergelegd te worden.

Dat vind ik wel een probleem van dit kabinet, ook weer luisterend naar de regeringsverklaring. Het kabinet dat nu zitting heeft genomen in vak-K, heeft een akkoord meegekregen dat vooral via een uitruil op grote onderwerpen tot stand is gekomen. Over die uitruil heeft inmiddels weer een nieuwe uitruil plaatsgevonden. Ik heb het al een keer eerder gezegd: “uitruilen” klinkt wel mooi en gaat ook snel, maar het heeft ook iets dubbels. We hebben het namelijk niet over het uitruilen van wintersportartikelen waarvoor op dit moment in Nederland allerlei ruilbeurzen worden gehouden. We hebben het over het bestuur van ons land. Een land ruil je niet uit, een land bouw je op. En bij opbouwen hoort een visie. Daar hoort een duidelijke visie en een overtuigend verhaal over het hoe, het waarom en het waartoe bij. Geen uitruilvisie dus, maar een visie op de toekomst van ons land en een visie die verdergaat dan het feit dat we het huishoudboekje van de Staat weer op orde willen brengen, hoe belangrijk dat ook is.

Ik sta hier namens de fractie van de ChristenUnie. Ik beloof het kabinet dat we het met een open en constructieve houding tegemoet zullen treden. Wij zullen voorstellen van dit kabinet toetsen aan wat voor ons een centraal begrip is: gerechtigheid. Wij vragen dit kabinet, zich in te zetten voor wat kwetsbaar is en vaak geen stem heeft. Wij vragen dit kabinet om onrecht te bestrijden, niet alleen in eigen land, maar ook daarbuiten. Wij willen dat er recht gedaan wordt aan mensen, aan volken en aan Gods schepping. Dat drijft ons en dat motiveert ons. Hiervoor zetten wij ons in. Wij vragen het kabinet ook om dat te doen. Wij zullen van daaruit de kabinetsvoorstellen met een open houding beoordelen. Wij voeren geen oppositie om het oppositie voeren. Wat goed is in onze ogen, zullen we ook goed noemen, maar als iets slecht is, of misschien zelfs goed slecht, dan zal het kabinet ons hinderlijk op zijn weg vinden.

Ik kom bij een aantal voornemens uit het regeerakkoord. In een interruptie op het betoog van de heer Zijlstra vroeg ik al aandacht voor de positie en de waarde van het gezin. Gezinnen hebben we in allerlei variaties: alleenverdieners, tweeverdieners, gezinnen met kinderen, soms een beperkt aantal en soms ook grote gezinnen. Ik wijs op een interview in de Volkskrant met Steffart Buijs, vader van vijf kinderen. Hij voelde zich eigenlijk een beetje gestraft voor het feit dat hij zo’n groot gezin heeft. Hij wil met zijn gezin een bijdrage leveren aan de samenleving. Daar zijn gezinnen ook voor bedoeld. Gezinnen zijn belangrijke pijlers waarop onze samenleving rust. Dat is de plek waar jonge mensen zich kunnen ontwikkelen. Dat is de plek waar waarden en normen worden overgedragen. Dat is de plek waar kinderen worden voorbereid om uiteindelijk een zelfstandige plek in de maatschappij in te kunnen nemen. Hoewel de situatie van gezinnen enorm kan verschillen, vrezen wij een opeenstapeling van maatregelen zoals we die in het regeerakkoord op allerlei plekken tegenkomen. Ik wijs op de verlaging van de kinderbijslag, de oplopende zorgkosten, de hypotheekrenteaftrek die zal afnemen – onvermijdelijk, maar het gaat gebeuren – en schoolboeken die zelf betaald moeten worden. Ik kan zo nog wel even doorgaan: hogere kosten voor studerende kinderen, oplopende energiekosten.

Mijn vraag aan de minister-president is hoe hij ervoor zorgt dat er geen onevenredige belasting van gezinnen gaat plaatsvinden. Wie is er binnen het kabinet primair verantwoordelijk om dat in de gaten te houden? Er is immers veel verdeeld over verschillende bewindspersonen. Het viel mij op dat er wel een extra minister is gekomen voor de rijksdienst, maar niet voor het gezin. Dat zal een kwestie van prioriteiten zijn voor dit kabinet, maar ik vraag de minister-president wie de coördinerende verantwoordelijkheid voor het gezinsbeleid krijgt. Wij zouden het plezierig vinden als hij dat morgen aan ons bekend kan maken. We weten dan ook wie we daarop primair kunnen aanspreken. Ik vraag de minister-president met klem de positie van gezinnen voortdurend in het oog te houden. Ondergraaf deze belangrijke pijler van onze samenleving a.u.b. niet.

Ik vraag ook aandacht voor mensen met een beperking. Denk ook aan chronisch zieken en gehandicapten. We hebben al in interrupties onderling met elkaar gesproken over wat er allemaal op deze mensen afkomt en welke zorgen er zijn. Er zijn ook zorgen die in gezinnen gevoeld worden als er binnen gezinnen een kind is met een beperking, soms zelfs meer dan een. Wij vonden het beleid van het vorige kabinet rondom deze groepen op zijn zachtst gezegd slecht. Er zaten voorstellen tussen die we bestreden hebben en waaraan we gelukkig een einde konden maken via afspraken die we in het voorjaar konden maken. Maar ook nu komt er heel veel op deze groep mensen af. Ik denk aan de AWBZ. Het is onvermijdelijk dat er iets mee gebeurt, maar we moeten dat wel zorgvuldig doen. Ik denk aan wat er in de thuiszorg gebeurt en aan wat er in de dagbesteding gebeurt. Noem maar op. De inzet van de ChristenUnie is dat mensen zo lang mogelijk thuis verzorgd kunnen worden en dat er goede opvang voor hen is als dat niet meer kan. Ik vraag de minister-president om ook deze groep nadrukkelijk in de gaten te houden. Ik ben blij om te horen dat in ieder geval vanuit de Kamer het recht op persoonsgebonden budget geborgd gaat worden. Laten we dat met elkaar klip-en-klaar afspreken. Dat is heel belangrijk voor heel veel mensen in dit land. Ik vraag ook aan de minister-president om organisaties die bij de zorg horen, zoals patiëntenorganisaties, nadrukkelijk te betrekken bij de uitvoering van de plannen. De Kamer heeft dit twee weken geleden uitgesproken via een motie die ik heb ingediend. We gaan ervan uit dat het kabinet die zal gaan uitvoeren.

We zijn blij met het voornemen van het kabinet om eindelijk het VN-gehandicaptenverdrag te ratificeren. Er was inmiddels al een Kamermeerderheid voor. Het kabinet heeft het nu ook in het regeerakkoord opgenomen. Ik vraag de minister-president om te bevorderen … Nee, laten we gewoon afspreken dat dit voornemen in 2013 zal worden uitgevoerd. Laten we niet langer wachten dan noodzakelijk.

De ChristenUnie staat voor grondwettelijk verankerde vrijheden in ons land. We willen graag ook andere mensen met andere opvattingen de vrijheden gunnen die we ook zelf graag willen hebben. Dat zeg ik onder andere namens de ongeveer 300.000 mensen die op de ChristenUnie hebben gestemd, onder wie heel veel gelovige mensen die hun levensovertuiging niet alleen voor de binnenkamer van hun huis willen reserveren, maar die daar ook buiten hun huis inhoud aan willen geven. Ik vraag het ook namens andere minderheden in dit land. Grondrechten zijn universeel, hoewel sommigen dat enigszins vergeten leken te zijn in de afgelopen jaren. Die rechten gelden voor iedere burger in Nederland. Er zijn zorgen of die grondrechten in de komende jaren voldoende geborgd zijn. Ik vraag de minister-president om morgen klip-en-klaar uit te spreken dat grondwettelijke rechten, zoals de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van onderwijs, maar ook het recht om een vereniging op te richten en om iets te organiseren, ook bij dit kabinet in de komende jaren voor alle Nederlanders geborgd zijn.

De ChristenUnie is van mening dat onze verantwoordelijkheid niet ophoudt bij onze eigen mensen en onze eigen grenzen. Dit betekent dat wij heel veel moeite hebben met een paar maatregelen uit het regeerakkoord die de mensen over de grenzen betreft. De betreffende maatregelen vinden wij echt heel hard. Ik ben even heel erg aangeslagen bij een opmerking van de heer Zijlstra over ontwikkelingssamenwerking. Nadat het vorige kabinet al een miljard bezuinigd had, konden we voorkomen dat daar via het Catshuisakkoord 750 miljoen bij zou komen. Daar waren we blij mee, maar we vinden het heel erg dat er nu toch weer zo’n fors bedrag bezuinigd gaat worden op ontwikkelingssamenwerking. Het was mij een lief ding waard geweest als alle commotie van de afgelopen twee weken over de zorgpremie – ik begrijp die commotie wel – eens een keer over een onderwerp als dit was gegaan. De mensen die het raakt, komen niet in beweging. Zij weten bij wijze van spreken niet eens waar wij mee bezig zijn. Nederland heeft altijd vooropgelopen, maar nu bestaat het grote risico dat andere landen ons in deze bezuiniging zullen volgen. Ik vind dat heel erg triest, want het gaat om mannen, vrouwen en kinderen, gezinnen, die dagelijks strijden voor hun leven. Zij hebben te maken met gebrek aan water en voedsel en hebben geen dak meer boven hun hoofd. Zij moesten vluchten vanwege oorlog in hun land. Nu bezuinigen wij in korte tijd zo fors op het budget voor deze mensen. Ik hoop dat het ons nog gaat lukken in de komende tijd om, waar mogelijk, vanuit de Kamer initiatieven te nemen om te borgen dat onze inzet wel groot zal blijven, maar ik heb er een zwaar hoofd in. Ik kijk naar de Partij van de Arbeid. Die was altijd een medestrijder, maar heeft dit idee losgelaten. Maar goed, we geven niet op.

Ik ben wel blij dat de burgers in het land zelf extra in beweging komen. Het zijn mensen die vaak al veel gaven voor dit soort onderwerpen. Ik vraag de collega’s om even naar de site www.verknalhetniet.nl te kijken. Daar zie je al een eerste beweging van burgers. Zij zeggen: wij laten het vuurwerk straks zitten, dat geld steken wij nu in het gat dat gevallen is door deze forse bezuiniging.

Iets anders wat ons bezighoudt, is het onderwerp van mensen die in een uitkeringssituatie terechtkomen. Die situatie moet natuurlijk zo kort mogelijk duren. Wij moeten alles in het werk stellen om die mensen, waar het maar kan, weer aan het werk te helpen. Dat is wel iets anders, zo zeg ik met een blik op het regeerakkoord, dan in crisistijd, bij een oplopende werkloosheid, die door het beleid van dit kabinet niet minder wordt, de WW-duur zo fors te verlagen. Dit zal keihard aankomen bij mensen, mensen die hun baan kwijtraken en vaak gezinnen moeten voeden. Zij zullen grote klappen te verwerken krijgen. De eerste klap komt al – bam, zou ik haast willen zeggen – als die mensen hun werk kwijt zijn. Dan moeten zij werk gaan zoeken in een tijd waarin dit heel moeilijk is. Zij krijgen dan 70% van hun laatstverdiende loon. Uiteindelijk zal een deel van hen erachter komen dat het toch niet lukt in dat jaar. Dan komt de grootste klap, een heel harde klap, want dan gaan zij in een jaar tijd naar bijstandsniveau. Ik vind dat echt heel erg. Ik weet dat er nu een potje is gevormd en dat de minister van Sociale Zaken dit beheert, maar waaraan het geld precies besteed zal worden, is erg vaag gehouden. Zelfs al zou het een verzachting van deze maatregel zijn, dan is deze nog steeds heel hard. Ik vind dat erg en ik betreur dat. Dat had wat ons betreft anders gemoeten. Daar zit je dan, als werkloze vader of moeder met kinderen en een huis dat je niet kwijt kunt, met inkomsten op bijstandsniveau. Ik hoop dat we hier niet de situatie krijgen die in andere delen van Europa op dit moment helaas al werkelijkheid is. Welk perspectief biedt u, zo vraag ik de minister-president, deze gezinnen?

Wij hebben ook moeite met de aanscherping van de Algemene nabestaandenwet. Deze is een paar jaar geleden al fors aangepakt. Nu zal dat nog erger worden: weduwen en weduwnaars zullen na één jaar al geen gebruik meer kunnen maken van de Algemene nabestaandenwet. Dat zou weleens tot heel schrijnende situaties kunnen leiden. Waarom is dit niet betrokken bij de uitruil? Dit is immers ook een heel zware maatregel die, mede als je kijkt naar de opbrengsten, best gemist had kunnen worden.

Ik vraag aandacht voor de werkgelegenheid, ook in de bouw. De PvdA beloofde 50.000 banen in augustus. Zij had een prachtig banenplan, maar daar heb ik niets van teruggezien. Het woordje “bouw” is één keer gevallen in de regeringsverklaring. Ik kan nu al melden dat morgen namens een aantal fracties een amendement zal worden ingediend bij de behandeling van het Belastingplan. Daarmee proberen wij in ieder geval één maatregel, het lage btw-tarief, terug te krijgen voor de bouw. Dat zou een klein beetje kunnen helpen.

Er is nog iets wat ons bezighoudt: de verbondenheid die wij, om meerdere redenen, voelen met het volk Israël. Dit volk ligt in deze dagen weer letterlijk onder vuur. De afgelopen dagen zijn zo’n 115 raketten op Israël afgevuurd. Vandaag was dat er maar eentje. De beschietingen zijn gestopt, want Israël heeft wat maatregelen genomen. Dat was noodzakelijk. Het lijkt alsof dit regeerakkoord een wijziging inhoudt van het beleid voor het Midden-Oosten zoals we dat in de afgelopen twee kabinetsperiodes hebben gekend. Ik vraag de minister-president of dit zo is. Kijkend naar wat er de afgelopen dagen weer richting Israël is gebeurd, vraag ik hem of hij onze opvatting deelt dat Israël het recht heeft op veilige en erkende grenzen. Kunnen wij ervan op aan dat het kabinet zich daar ook voor inzet in de komende jaren?

Mevrouw de voorzitter, tot slot richt ik mij tot de bewindspersonen. Het zijn er heel wat: een aantal oud-bekenden, een aantal nieuwe gezichten in dit vak en een aantal mensen die wij al vanuit de Kamer kennen, maar nog niet in hun hoedanigheid als bewindspersoon. U, de bewindspersonen van dit kabinet, bent allen – dit klinkt zwaar, maar het is wel zo – dienaren van de Kroon. Dit betekent dat u geroepen bent om te dienen. Dat is een heel grote en zware verantwoordelijkheid. Ik hoop dat ieder van u afzonderlijk in de komende tijd echt in uw hart laat kijken, dat u compassie laat zien en dat u een vuur laat zien voor de problemen in dit land en de mensen in dit land, en dat u wilt werken aan echte oplossingen voor de problemen. Ik hoop dat u, als bewindspersonen van het kabinet-Rutte II, straks bekendstaat als dienstbare politici, want die heeft ons land nodig. Politici die niet hun eigenbelang of het partijbelang prefereren, maar het belang van ons land en van al de prachtige inwoners dienen en ook verantwoordelijkheden nemen voor mensen buiten ons land.

Aan het begin citeerde ik uit het Bijbelboek Spreuken en kwam ik via Joop den Uyl, Roosevelt en Alexander Pechtold, die zich ook dit rijtje mag plaatsen, op mooie citaten. In het Bijbelboek Spreuken staat ook: “Zonder kennis van zaken helpt ook ijver niet en wie overhaast te werk gaat, maakt fouten.” Dat is een wijsheid die wij misschien een paar weken geleden eens hadden moeten lezen. In het boek der Psalmen staat: “Het begin van wijsheid is ontzag voor de Heer, wie leeft naar zijn wet, getuigt van goed inzicht”. Dat zijn zulke prachtige, mooie wijsheden. Ik heb hierover zitten te denken. Het zou mooi zijn als u tijdens iedere kabinetsvergadering een paar van die wijsheden leest. Als u mij dat vraagt, ben ik best bereid om een leesrooster voor u te maken. Dit zijn wijsheden om mee te nemen, eeuwen geleden opgeschreven maar nog iedere dag actueel.

Mevrouw de voorzitter, ik kom tot een afronding. Ik wens de minister-president, als primus inter pares van dit kabinet, maar ook alle bewindspersonen op welke plek dan ook heel veel wijsheid en Gods zegen toe bij hun werk. Ik hoop dat zij er plezier in hebben, want dat hoort bij het werk, ook al zijn de problemen groot. Werk samen met de Kamer! Van de uitgestoken hand van de vorige keer is niet zo veel terechtgekomen, maar dit is een nieuwe kans, een nieuwe ronde. Probeer het! Laten wij met elkaar zoeken naar wijsheid en proberen om dit land echt verder te helpen op een manier die past bij wat de burgers van ons mogen verwachten.

De heer Van Ojik (GroenLinks):

Voorzitter. Het begon die maandag, nu inmiddels twee weken geleden, zo mooi. Het ging over snelheid. Het ging over daadkracht. Het ging over bruggen slaan. Het ging over de uitstekende verstandhouding en de ijzersterke motivatie om eruit te komen. Het ging over gunnen. Dat gunnen ging soms ver. “Laten wij die JSF nu gewoon maar nemen”, schijnt de leider van de Partij van de Arbeid volgens een reconstructie in een van de kranten te hebben uitgeroepen. “Ik hoef dat toestel eigenlijk helemaal niet”, zei Mark Rutte volgens diezelfde reconstructie. De heer Samsom kreeg zijn zin. Wij nemen de JSF. Het gunnen ging verder: jij het kinderpardon, dan ik de criminalisering van de illegaliteit; jij een eerlijkere inkomensverdeling, dan ik een verkorting van de WW; jij mag 1 miljard uit de pot van ontwikkelingssamenwerking, maar dan wil ik wel iets doen aan de hypotheekrenteaftrek. Geen drassige compromissen meer, maar een heldere uitruil. Het was nieuw. Het was snel en het straalde daadkracht uit. Het begon zo mooi, die maandag, nu ruim twee weken geleden.

In de verte waren de eerste geluiden een muitende Telegraaf weliswaar al hoorbaar geweest, maar daar lette toen nog even niemand op. Dat bleek een misrekening. Wiegel en Bolkestein hoefden maar een klein beetje olie op het vuur te gooien en de vlam sloeg al in de pan. De beoogde premier maakte de gang naar Lunteren om uit te leggen dat het hier een communicatiefout betrof. Dat bleek een communicatiefout. Het probleem was niet de uitleg. Het probleem waren de plannen zelf, tenminste voor de achterban van de VVD.

Van de frisse daadkracht van het nieuwe kabinet is na twee weken weinig meer over. De grenzen van het gunnen kwamen plotseling in zicht. Gunnen is goed. Maar nivelleren is niks natuurlijk, althans dat vindt de VVD. Daarom wordt het plan om te nivelleren nu platgeslagen. De PvdA gaat akkoord en krijgt daar een stabiel kabinet voor terug, althans dat is nu de bedoeling. Er ontbreekt echter nog iets. Regeren is meer dan kwartetten met koopkrachtplaatjes. De brug die wordt geslagen, blijkt gebouwd op zompig drijfzand. Dat komt omdat het fundament ontbreekt. Er is geen gedeelde visie op waar het heen moet met de samenleving en met de toekomst van Nederland. Er is geen antwoord op de vraag in welk land we willen leven. Die vraag gaat, hoe belangrijk ook, niet alleen over het aantal bankbiljetten in onze portemonnee.

De vraag is bijvoorbeeld hoe wij omspringen met de 26-jarige Ali Isiaki uit Benin. Een paar weken geleden stond zijn verhaal in NRC Handelsblad. Sinds zijn 15de is hij illegaal in Nederland. Hij heeft geen huis, hij slaapt bij een bekende op de bank en hij geeft Nederlandse les. Benin wil hem niet en Nederland wil hem ook niet. De boodschap van dit kabinet aan Ali en alle andere mensen die niet uitzetbaar zijn, is hard: dat u bestaat, is crimineel. Denkt dit kabinet werkelijk dat het strafbaar stellen van illegaliteit een oplossing is voor deze mensen? Graag een reactie hierop van de minister-president.

De boodschap aan migranten is net zo hard. Neem een vrouw die vijf jaar geleden naar Nederland kwam om te trouwen met haar Nederlandse geliefde. Ze werkt in de thuiszorg, nog wel, en is moeder van twee half-Nederlandse kinderen. Al vijf jaar lang praten politici over haar, maar zij mag niet meepraten over wie haar mag vertegenwoordigen, zij mag niet meepraten over de toekomst van haar kinderen. Op de aankomende gemeenteraadsverkiezingen hoopte zij eigenlijk te mogen stemmen, maar zij moet twee jaar langer wachten. Zij is nog niet Nederlands genoeg.

Strafbaarstelling van illegaliteit, stemrecht van vijf jaar naar zeven jaar. Geen Nederlands, geen bijstand. Burger je niet in, dan krijg je geen verblijfsvergunning. Een boerkaverbod in de tram en in de trein. In het dagelijkse leven van mensen hebben deze uitsluitende maatregelen pijnlijke gevolgen. Ik leg daarbij de nadruk op het woord “uitsluitend”. De PvdA en de VVD slaan op dit punt namelijk geen bruggen naar alle Nederlanders. De boodschap naar de meest kwetsbaren is hard: u hoort er niet bij.

Ik wil leven in een samenleving waarin het niets uitmaakt waar je geboren bent. Waarin we betrokken zijn bij elkaar en waarin iedereen de kans krijgt om van zijn leven iets te maken. Het is bemoedigend om te zien dat de belangen van gewortelde asielkinderen tijdens de onderhandelingen even centraal stonden. Kinderrechten horen echter centraal te staan bij alle voorgenomen maatregelen op het gebied van asiel en migratie. Is het kabinet dat met mij eens? Graag een reactie.

Ik wil leven in een wereld waarin landen niet louter voor hun eigen belangen opkomen. Een wereld waarin landen zich niet terugtrekken achter de dijken en niet wegkijken voor de ellende. Voor de fractie van GroenLinks is het dan ook niet te verteren dat de allerarmsten in de wereld – we hebben er twee weken geleden ook over gesproken – ook van dit kabinet de rekening gepresenteerd krijgen. Een bezuiniging van nog eens 1 miljard op ontwikkelingssamenwerking kan niet anders dan ten koste gaan van onderwijs aan meisjes, van beroepsopleidingen voor boeren, timmermannen en andere jongeren die iets van hun leven willen maken. Het kan niet anders dan ten koste gaan van het uitbannen van aids, het beschermen van mensenrechten, van homo’s, christenen en andersdenkenden.

Dan gaan we uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking ook nog eens het bestrijden van de klimaatcrisis betalen. Een crisis die volledig door het Westen wordt veroorzaakt. Een boer in Afrika die zijn oogsten de afgelopen jaren heeft zien mislukken door droogte of overstroming, die geen auto rijdt, geen iPad heeft en geen bad of zelfs wc, die kortom niets bijdraagt aan klimaatverandering, krijgt straks wellicht geen microkrediet meer, omdat het kabinet heeft besloten om de klimaatuitgaven te financieren uit het ontwikkelingsbudget. En op termijn kan dat oplopen tot een derde van het totaal.

Bij de Algemene Rekenkamer ligt nu het verzoek van de Tweede Kamer om inzichtelijk te maken wat bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking voor mensen daar betekenen. Mochten die koopkrachtplaatjes tegenvallen, is het kabinet dan bereid om zich bij de bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking net zo flexibel op te stellen als bij de inkomensafhankelijke premie, ook als er geen opstand in de achterban uitbreekt?

“Als cijfers mensen worden, komt Paars in de problemen”, zei mijn vroegere collega Paul Rosenmöller ooit. Dan komt pas in beeld wat een bezuiniging van 1,6 miljard op de verzorging, begeleiding en dagbesteding betekent. Dan zie je pas het echtpaar van wie de man dementeert terwijl zijn vrouw haar uiterste best doet hem thuis te verzorgen. Dan zie je pas al die helpenden in de thuiszorg, die zo veel meer doen dan alleen poetsen, afwassen en de ramen lappen. Dan zie je pas welke ellende zij weten te voorkomen door de vinger aan de pols te houden bij ouderen die langzaam de grip op het leven verliezen, en die daardoor niet langzaam maar zeker vereenzamen en verloederen. Natuurlijk ziet ook GroenLinks dat de stijgende zorgkosten nopen tot ingrijpen. Ook wij willen de zorg hervormen, maar dan vanuit een visie op wat echt belangrijk is: mensen die zorg nodig hebben en zorg verlenen. Door mensen zelf regie te geven over de zorg, hoeven zij zich niet meer te voegen naar het strakke stramien van de grote zorginstellingen. Dat maakt de gezondheidszorg beter en goedkoper. Wat het kabinet doet, is visieloos saneren ten koste van mensen die zorg hard nodig hebben en hun eigen regie.

Als cijfers mensen worden, komt Paars in de problemen. Diederik Samsom verwees tijdens de verkiezingen graag naar de 24.000 mensen per maand die aan de keukentafel moesten vertellen dat ze hun baan kwijt waren. Dat aantal mensen neemt toe. Er wordt nog bezuinigd op re-integratie en het kabinet doet weinig of niets om de kloof tussen insiders en outsiders op de arbeidsmarkt te overbruggen. Wij weten weinig over de maatschappelijke effecten van alle bezuinigingen die nu op de rol staan. Ik vraag het kabinet om gehoor te geven aan de oproep van de Algemene Rekenkamer om inzicht te geven in de maatschappelijke effecten van die bezuinigingen.

Ik zei het al bij ons eerdere debat: het akkoord blinkt uit in vaagheid. Je kunt het lezen als een horoscoop: een mooie toekomst en hier en daar een donkere wolk. Het kan vriezen, het kan dooien, voor ieder wat wils. Dat geldt zeker voor het energiebeleid, het natuur- en milieubeleid en het klimaatbeleid. Er wordt veel geïnvesteerd in schone stroom, maar dat geld dreigt te gaan naar kolencentrales voor het bij stoken van biomassa. De vieze centrales blijven open. Bovendien wijst het Planbureau voor de Leefomgeving erop dat massale bijstook van biomassa in kolencentrales tot tekorten aan duurzame biomassa kan leiden. Hoe denkt het kabinet met dat probleem om te gaan? Waarom steken we het geld voor duurzame energie niet in wind op zee? De bijstook van biomassa kunnen we verplichten, zodat niet de belastingbetaler maar de vervuiler betaalt. Het kabinet doet het tegenovergestelde. Het kabinet verlaagt de energiebelasting voor grootverbruikers met bijna 400 miljoen euro. Dat is een subsidie op energieverspilling. Gewone burgers mogen daarvoor de rekening betalen.

Het Planbureau voor de Leefomgeving wijst er niet voor niets op dat het regeerakkoord nauwelijks aandacht besteed aan fiscale vergroening en het afschaffen van milieuschadelijke subsidies. Het kabinet blijft hangen in mooie woorden over de groene economie. Veel concrete maatregelen die hard nodig zijn, blijven uit. In het Lenteakkoord hadden we nog geregeld dat mensen een goedkope lening kunnen krijgen voor het isoleren van hun huis. Dit kabinet schrapt die maatregel. Weg energiebesparing, weg lagere energierekening, weg nieuwe banen in de bouw. Ik vraag het kabinet: waarom worden de vervuilers beloond en mogen de gewone mensen de rekening betalen? Waarom wordt woningisolatie niet bevorderd? Hoe zit het met de keuzes die worden gemaakt in verkeer en vervoer? De Blankenburgtunnel komt er toch. Er dreigt weer een stuk gekapt te worden van het natuurgebied Amelisweerd. Of is dat van de baan nu er 250 miljoen wordt bezuinigd op infrastructuur? Ik zie de minister die daarvoor verantwoordelijk is, nee schudden. Ik mag toch in ieder geval hopen dat die bezuiniging van 250 miljoen niet ten koste gaat van het openbaar vervoer, want daarmee gaat het al zo slecht.

Drastische keuzes zijn nodig. Daarom kiest GroenLinks ervoor de vervuiler te laten betalen en de vergroeners te belonen. Het is toch gek dat wij nog steeds werk waarvan wij meer willen, zwaar belasten, en vervuiling die wij onwenselijk vinden, niet. Wanneer draaien wij dit nu eens om en dan echt? Ik krijg hierop graag een reactie.

Ik kom tot een afronding. Ik lees in het regeerakkoord dat Partij van de Arbeid en VVD met een breed draagvlak in parlement en samenleving een stabiel en ambitieus beleid voor de lange termijn willen neerzetten om groene groei te realiseren. Mooie woorden, maar wij moeten de komende tijd zien wat daarvan komt. Mijn partij, GroenLinks, is beperkt in omvang, maar zij is ervan overtuigd dat het kabinet met haar ideeën zijn voordeel kan doen. Daarom wil ik tot slot van het kabinet weten hoeveel ruimte er is voor samenwerking. Ik hoor de heren Rutte en Samsom zeggen dat zij maatregelen met een zo breed mogelijke steun door de Tweede Kamer willen loodsen om ook in de Eerste Kamer de kansen te vergroten. Ik lees dat over bijvoorbeeld het actief donorregistratiesysteem expliciet wordt gezegd dat het oordeel aan de Kamer wordt overgelaten. Geldt dit dan niet voor alle onderwerpen die niet in het regeerakkoord worden genoemd? Ik noem het wetsvoorstel flexibel werken, waar GroenLinks en het CDA hard aan werken. De Partij van de Arbeid zal dit wetsvoorstel in ieder geval steunen, zei mevrouw Hamer in december 2010. De VVD is minder enthousiast. Staat het de Partij van de Arbeid vrij haar hart te volgen?

Ik lees ergens anders dat er voorstellen komen om de menselijke maat in het onderwijs te bevorderen. Daarover heeft GroenLinks ook wel ideeën. Ik verwijs naar de aangenomen motie waarin wordt gesteld dat de financiering gekoppeld moet zijn aan het aantal leerlingen per leraar. Of ik kijk naar het gebrek aan voorstellen om de positie van zzp’ers te verbeteren. GroenLinks heeft een amendement voorbereid dat beoogt dat startende zzp’ers onbeperkt kunnen blijven deelnemen aan hun pensioenfonds. Bestaat de kans dat de Partij van de Arbeid en de VVD zich niet vrij voelen om dat te steunen, omdat er een blokkade wordt opgelegd door het kabinet?

Neem de overheveling van de langdurige zorg, de Participatiewet en de jeugdzorg naar de gemeenten. GroenLinks wil niet alleen dat er één regisseur komt, maar ook dat er één pgb komt, want wie nu zorg en ondersteuning nodig heeft, moet vaak op verschillende regelingen een beroep doen, bijvoorbeeld een pgb voor langdurige zorg en een aparte tegemoetkoming voor vervoer of voor ondersteuning op school. Dat is onnodig bureaucratisch en ingewikkeld en het belemmert de eigen regie. GroenLinks wil één integraal participatiebudget, een budget voor zorg, werk en onderwijs. Er ligt al een amendement waarmee de vrijblijvendheid voor gemeenten wordt losgelaten. Zij moeten verplicht een pgb aanbieden. Is er ruimte voor deze alternatieven of regelen kabinet, PvdA en VVD dit alles onderling?

Wij moeten ons rekenschap geven van hetgeen achter ons ligt. Wij moeten verantwoordelijkheid nemen om het juiste te doen voor de jaren die komen. Elkaar iets gunnen, is dan niet genoeg. Er is visie nodig, een vooruitziende blik en vindingrijkheid. Ik wens de bewindslieden namens mijn fractie die visie, die daadkracht, die vindingrijkheid en die vooruitziende blik. Wij zullen hen daarop aanspreken en wij zullen constructief meedenken over mogelijke oplossingen die Nederland beter kunnen maken.

De heer Van der Staaij (SGP):

Mevrouw de voorzitter. Op een mooie dag in maart werd de SGP-jongerendag gehouden. Die morgen was premier Rutte te gast. Dat is niet onopgemerkt gebleven. Aan het einde van die dag was echter een heel andere politicus te gast. Dat is veel minder bekend geworden. Hij zit hier in vak-K; het is de heer Asscher. De SGP-jongeren zijn niet alleen niet eenkennig, maar hebben ook een verfijnd politiek gevoel. Ik wil niet snoeven, maar in feite zou je kunnen zeggen dat de brug voor dit kabinet-Rutte/Asscher is geslagen door de SGP-jongeren!

De heer Asscher ging aan het einde van de jongerendag zelfs met een heuse prijs naar huis: de Oranje Bovenprijs. Hij kreeg die voor zijn inzet tegen de afschuwelijke misstanden op het terrein van prostitutie en mensenhandel. Ik ga er zonder meer van uit dat vicepremier Asscher dit thema niet zal loslaten nu zijn weg van Amsterdam naar Den Haag is geleid. Ik vraag de premier wat het kabinet gaat doen tegen deze mensonwaardige toestanden. Hoe gaat het verder met het wetsvoorstel dat hierover bij de Eerste Kamer ligt?

De heer Asscher hield ook een speech op de jongerendag. Hij sprak ze zelfs gloedvol uit het hoofd toe, de meer dan 1.600 SGP-jongeren, met een krachtige bijbeltekst. Hij citeerde Leviticus 19:18: heb je naaste lief als jezelf. Die woorden moesten volgens hem inspireren tot een stevige bijstelling van het kabinet-Rutte I. Volgens mij is hij daar zelf nu mee doende als vicepremier in het kabinet-Rutte II. Heb je naaste lief als jezelf, zo zei hij. Inderdaad, dat is een heel belangrijke opdracht. Eigenlijk is het een samenvatting van allerlei leefregels om de samenleving in goede banen te leiden, leefregels die niet bedoeld zijn om het mensen lastig te maken, om mensen dwars te zitten, maar om ze tot hun recht te laten komen, om ze te beschermen. Heb je naaste lief als jezelf; een goede boodschap bij de start van een nieuw kabinet.

Opkomen voor medemensen in de knel inspireert tot sociale zorg, tot zorg voor elkaar. Sociaal beleid moet solide zijn, kwetsbaren ontzien en hebzucht beteugelen. Van staatswege afgedwongen liefde is echter vaak geen succes. Het gaat er allereerst om dat de samenleving zelf, burgers tegenover elkaar, oog heeft voor medemensen in nood, medemensen die hulp nodig hebben. Graag hoor ik meer van de premier over de visie van dit kabinet op de toekomst van de verzorgingsstaat. Als hij het ermee eens is dat er meer van de samenleving wordt verwacht, waaruit blijkt dat dan? Wat gaat de vrijwilliger, wat gaat de mantelzorger daar dan van merken? Hoe worden zij aangemoedigd?

Echt sociaal beleid heeft ook scherp oog voor de waarde van huwelijk en gezin. Dat is de plaats waar kinderen, als het goed is, in liefde worden opgevoed en waar ze ook leren om de naaste lief te hebben. Investeren van tijd in het gezin en opkomen voor het belang van het kind verdient dan ook grote waardering. Daarom vinden wij het opleggen van een sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders met jonge kinderen een slechte zaak. Ik lees in het regeerakkoord iets over het makkelijker maken van echtscheidingen. Komt er ook nog beleid en is er ook nog een inzet gericht op de versterking van huwelijken? Wat dat betreft was een oproep in het Volkskrant Magazine van afgelopen zaterdag mij uit het hart gegrepen. Niets uit elkaar gaan; praten zullen we!

De koopkracht van gezinnen staat zwaar onder druk. Een opeenstapeling van belastingmaatregelen, korting op kinderbeslag, betalen voor schoolboeken en een sociaal leenstelsel leiden tot forse koopkrachteffecten. De aanpassing van het regeerakkoord is wel een verbetering, maar alleenverdienergezinnen met meerdere kinderen komen nog steeds zwaar in de min uit. Dat komt nog eens bovenop een onevenredig hoge belastingdruk die eenverdieners nu al hebben in vergelijking met tweeverdieners bij hetzelfde gezinsinkomen. Dat is oneerlijk. Vooral de middeninkomens krijgen het heel zwaar voor de kiezen. Wij hebben ook zorgen over de gevolgen van de stapeling van zorgmaatregelen. Het afschaffen van de belastingaftrek voor ziektekosten, het verhogen van de eigen bijdrage en het niet meer vergoeden van huishoudelijke hulp hakken er bij veel chronisch zieken en gehandicapten fors in. Hoe wordt voorkomen dat mensen hierdoor inderdaad onevenredig worden getroffen?

Je naaste is niet alleen degene die je tegenkomt in je eigen kring of blikveld. Sociaal beleid, je naaste liefhebben als jezelf, is ook oog hebben voor de armen ver weg. Daarom is mijn fractie tegen het gemakkelijke snijden in ontwikkelingssamenwerking. Effectiever inzetten van hulpgeld? Prima! Bevorderen van zelfredzaamheid? Uitstekend. Maar het is onverteerbaar als de bezuinigingen leiden tot kapitaalvernietiging en het afbreken van goedlopende projecten. Wat is op dit punt de inzet van het kabinet?

Heb je naaste lief als jezelf. Dat betekent: verder kijken dan je neus lang is, en ook oog hebben voor de belangen van je kinderen en kleinkinderen. Solidariteit tussen de generaties, tussen jong en oud staat onder druk. In hoeverre is nu gewaarborgd dat ook jongeren van nu een redelijk pensioen kunnen opbouwen? Hoe zit het met de koopkracht van ouderen met een klein pensioen?

Dit nieuwe kabinet is aangetreden in moeilijke tijden, in crisistijd. Beide partijen, PvdA en VVD, hebben de verkiezingsuitslag zonder morren opgevat als een veroordeling tot elkaar. Er zijn snel knopen doorgehakt, maar de haastige spoed was niet altijd goed.

Ik dacht: als ik mijn verhaal ga houden, is het al een eind op de avond. Het valt allemaal niet mee om bij de les te blijven, dus ik had in de kantlijn staan: nu een krachtig citaat van Wiegel.

(hilariteit)

De heer Van der Staaij (SGP):

Ik heb het gevonden. Een niet onvermaard erelid van de VVD, de heer Wiegel, sprak eens de volgende woorden: “Ik heb de indruk dat het kabinet, voordat het van start is gegaan, door eigen toedoen al fors is beschadigd. Het is de vraag of het ooit het gezag zal krijgen dat een regering in deze juist zo moeilijke tijd broodnodig heeft.” Dat is een pittig citaat. Ik zal het nog één keer herhalen: “Ik heb de indruk dat het kabinet, voordat het van start is gegaan, door eigen toedoen al fors is beschadigd. Het is de vraag of het ooit het gezag zal krijgen dat een regering in deze juist zo moeilijke tijd broodnodig heeft.” Ik citeer het geen derde keer, want het is doorgekomen. Het was niet vanmorgen op het Radio 1-Journaal, mevrouw de voorzitter, maar deze onheilspellende en profetische woorden sprak de heer Wiegel op 17 november 1981 bij het debat over de regeringsverklaring van het kabinet-Van Agt/Den Uyl. Het is inderdaad met dat kabinet niet helemaal goed gegaan. Er is natuurlijk wel een zekere parallel met dit kabinet, in de zin dat het van start gaan niet helemaal flitsend verliep. Bij dat kabinet moest de heer Wiegel telkens vragen: waar blijft die regeringsverklaring nu? Zo ver is het nu niet gekomen, maar ook na deze start van dit kabinet, niet zonder strubbelingen, is deze klemmende vraag wel reëel: zal dit kabinet voldoende gezag kunnen krijgen om pijnlijke maatregelen door te voeren? Graag een reactie op die vraag.

In de aanpassing van het regeerakkoord zien wij voordelen. Het afzien van de zorgbelasting is winst, maar daarmee staan wij nog niet te juichen bij de nieuwe plannen. Nog altijd komen die erop neer dat velen meer belasting moeten gaan betalen en dat een groter deel van extra verdiend geld dan voorheen in de staatskas moet worden gestort. Dat staat toch haaks op het uitgangspunt dat werk moet lonen? Pijnlijke maatregelen om de staatskas weer op orde te brengen zijn onontkoombaar, daar zijn wij het mee eens. Dat daarbij de mensen die het nu al krap hebben, ontzien worden, is niet meer dan billijk. Het gaat echter mis als nivelleren een doel in zichzelf wordt. Daar verzet de SGP zich tegen en daar zullen we ook het kabinet en zijn plannen kritisch op toetsen.

Voor de betaalbaarheid van gezond sociaal beleid is van belang dat er ook geld verdiend wordt. Economisch daadkrachtig beleid is nodig.

De heer Pechtold (D66):

Ik heb een heel collegiale vraag aan de heer Van der Staaij. In zijn partijnaam zit ook “staatkundig”. We hebben zojuist toch weer een novum meegemaakt: twee coalitiepartijen dienen een motie in om regeringsbeleid te wijzigen, terwijl het regeerakkoord er net ligt. Mijn vraag is hoe we daar nu mee moeten omgaan. Stem je voor de motie, dan lijkt het alsof je vertrouwen hebt in het regeringsbeleid. Stem je ertegen, dan lijkt het alsof je het met de vorige optie eens was.

De heer Van der Staaij (SGP):

Ja, dat is inderdaad een lastige vraag, niet zozeer staatkundig als veeleer politiek van aard. Zie je het als een aanpassing van het regeerakkoord van twee partijen, een regeerakkoord dat wij niet helemaal voor onze rekening nemen? Sommige onderdelen steunen wij en op andere onderdelen zijn wij tegen. Dan ligt het ook niet voor de hand dat je een bijstelling daarvan ineens wel voor je rekening gaat nemen, tenzij je de inhoud zo prachtig vindt dat je de neiging hebt om er toch helemaal je steun aan te geven. Ik acht het echter vooral van belang dat de partijen die het kabinet op eenzelfde wijze willen bejegenen, namelijk constructief kritisch, daarin één lijn trekken. Anders wordt het helemaal niet helder. Laten we daar vooral contact over houden.

De heer Pechtold (D66):

Daar ben ik wel voor, want uiteindelijk raakt dit natuurlijk aan het Belastingplan. Als wij daar dadelijk allemaal tegen stemmen, dan heeft dat gevolgen voor het vervolg van deze maatregel. Dat is waarom ik in dit debat ook maar open de vraag opwerp of wij de vernieuwingsdrang van dit kabinet op deze manier kunnen steunen.

De heer Van der Staaij (SGP):

De aanpassing van het regeerakkoord stelt ons in ieder geval voor ingewikkelde dilemma’s, stel ik vast. Dat is weer een extra reden om de volgende keer te proberen het toch maar in één keer goed te doen, zou ik zeggen.

Van een kabinet dat uit maar twee partijen bestaat, is het voordeel dat dit de slagvaardigheid kan dienen. Het is me vandaag wel opgevallen dat het nadeel ervan is dat er wel erg veel oppositiepartijen zijn. Voor de betaalbaarheid van gezond sociaal beleid – ik zei het al – is het van belang dat ook geld verdiend wordt. Daarom is economisch daadkrachtig beleid nodig. We moeten de bedrijvigheid niet dwarszitten met extra lasten, maar ook niet met extra regels. Voor ondernemers dreigen er wel lastenverzwaringen. Ik vraag specifiek aandacht voor de land- en tuinbouw. Dat is een topsector, waarvan veel investeringen gevraagd worden in dierenwelzijn en in het voldoen aan milieuregels. De kosten gaan omhoog, maar de prijzen omlaag. Wat is hier het perspectief?

Het is een slechte zaak dat uiteindelijk toch kostbare landbouwgrond wordt prijsgegeven aan troebel Scheldewater. Ik heb het natuurlijk over de Hedwigepolder. Is daarmee niet het hek van de dam voor verdere ontpoldering? Het nieuwe kabinet wil een flinke verlaging van de regeldruk. Dat is prachtig. Welk kabinet er ook komt, dat willen nieuwe kabinetten altijd. Vaak komt er niet veel van terecht. Het blijkt toch uitermate lastig te zijn. Wat gaat dit kabinet concreet doen aan minder regels? Wil dit kabinet ook echt ruimte gaan bieden aan scholen, aan bedrijven, aan medeoverheden? Is het bereid de koers in te slaan naar minder staat, meer samenleving, naar meer ruimte voor professionaliteit, bevlogenheid, de creativiteit van de leraar, de ondernemer? Dat vraagt een weloverwogen keuze, tegen Haags centralisme en dirigisme en voor een vergroting van de staatsvrije ruimte voor burgers?

De SGP ziet niets in de grootheidskolder waar het kabinet zich door laat leiden in het openbaar bestuur. Het bestuur komt verder van de burger. Schaalvergroting wordt opgedwongen aan autonome medeoverheden, terwijl onderzoek uitwijst dat het financieel zelfs averechts kan uitpakken. Wij komen daar bij de begrotingsbehandeling zeker op terug.

Veel regels komen nu uit Europa. Welke mogelijkheden ziet het kabinet voor minder Brusselse hindermacht? Het regeerakkoord meldt verder dat Nederland de Europese Unie en de euro wil versterken, maar niet tot elke prijs. De vraag is wat dat concreet betekent. Welke prijs wil het kabinet niet betalen?

Het kabinet is van start gegaan op basis van een dik regeerakkoord, maar lang niet alles is daarmee geregeld. Op allerlei terreinen is van belang hoe de witte vlekken worden ingevuld. Neem bijvoorbeeld de inzet voor geloofsvervolgden wereldwijd. Blijft het kabinet zich daar sterk voor maken? In de passage over het Midden-Oosten missen wij de inzet om de banden met Israël verder aan te halen. Gaat het kabinet zich ook daar sterk voor maken? Wij zouden dat zeer toejuichen.

Ik ben begonnen met het verhaal van de SGP-jongerendag. SGP’ers zoeken uitdrukkelijk ook de dialoog met andersdenkenden, zo bleek daar. Het gaat hier vandaag veel over zorgen over de nivellering op financieel vlak. Wij maken ons ook ernstig zorgen over geestelijke nivellering. De vrijheid om invulling te geven aan opvattingen die afwijken van de spraakmakende meerderheid wordt minder. Dat is helaas ook terug te vinden in het regeerakkoord: knagen aan de vrijheid van onderwijs en inperken van de rechten van gewetensbezwaarde trouwambtenaren. Klopt onze indruk dat hier toch echt meer bruggen worden opgehaald dan geslagen?

Heb je naaste lief als jezelf, was de tekst uit Leviticus 19. Er staat in die tekst echter nog iets achter, namelijk: “Ik ben de Here”. De liefde tot de naaste is onlosmakelijk verbonden met de liefde tot God. Een beleid waarmee iedereen is gediend, vraagt dat recht wordt gedaan aan Bijbelse waarden: opkomen voor kwetsbaar leven en omzien naar degenen die geen stem hebben. Dat betekent voor ons ook een inzet voor meer bescherming van ongeboren leven. Het kabinet ontloopt op voorhand een discussie over de abortustermijn. Waarom? Wij leggen ons daar niet bij neer en zullen het debat hierover blijven zoeken.

In datzelfde hoofdstuk uit Leviticus staat ook de oproep om de rustdag in ere te houden. Het zou goed zijn als de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en met hem het hele kabinet, hier ook oog voor zou hebben.

De oproep om je naaste lief te hebben, staat niet alleen in Leviticus, niet alleen in de wet van Mozes. Het is eigenlijk een rode draad in de hele Bijbel. In de evangeliën staat beschreven dat Christus zelf heeft gezegd dat het eerste en grootste gebod is om God lief te hebben en dat het tweede, daaraan gelijk, is de naaste lief te hebben als onszelf. Zo blijven, dat vind ik het mooie in dit citaat, liefde en gebod dicht bij elkaar, zoals het hoort. Echte navolgers van Christus zijn geen moralisten en betweters. Echte navolgers van Christus zijn mensen die, aangeraakt door Gods liefde, alleen steun vinden in de boodschap van heil en redding voor mensen die zelf helemaal geen reden hebben om zich op de borst te kloppen. Wij hopen en bidden dat het nieuwe kabinet zich wil laten leiden en inspireren door de wens om dit land met liefde te dienen. Van harte wil ik dan ook alle bewindslieden Gods zegen toewensen.

Mevrouw Thieme (PvdD):

Voorzitter. De kiezer heeft de PvdA en de VVD gedwongen om met elkaar te regeren. Dat was kort na 12 september een veel gehoorde uitleg in kringen van de media, van spindoctors en vooral van de onderhandelaars die een recordtempo het kabinet-Rutte II in elkaar spijkerden. De kiezers keken met verbijstering toe. Niemand had immers PvdA gestemd om Rutte in het Torentje te houden en niemand had VVD gestemd om de PvdA in de regering te krijgen. Toch zou de kiezer tegen wil en dank met zijn strategische stem voor dit kabinet gekozen hebben. Maak het verhaal nu zelf af en kleur de plaatjes, zou Wouter Bos zeggen. Maar daarover later meer.

Hielke en Sietse willen dolgraag een eigen boot. Als een oude opduwboot in de vaart achter de smederij het begeeft, koopt vader Klinkhamer het krot van de schipper. Hielke en Sietse knappen het vaartuig op en schilderen de buitenkant met restjes van verschillende kleuren verf. Zo lijkt de boot steeds van kleur te veranderen. De dokter weet dat een kameleon dat ook doet. Hielke en Sietse dopen hun motorboot daarom “de Kameleon”. Wij kennen de olijke tweeling van de jeugdboekenserie en de vergelijking met het olijke tweetal dat ons is voorgegaan in het huidige regeerakkoord, dringt zich aan ons op.

In juni van dit jaar koos de heer Rutte na de aftocht van de PVV noodgedwongen voor de vorming van een regenbooggedoogcoalitie voor het zogeheten Lenteakkoord waarmee het Catshuisakkoord met de PVV binnen 48 uur werd omgekat, met steun van GroenLinks, de ChristenUnie en D66 en met nadruk zonder steun van de Partij van de Arbeid. De ongefundeerde euforie over dat zogenaamde Lenteakkoord heeft de herfst niet gehaald, evenmin als de zeer kortstondige euforie over het Herfstakkoord de lente zou halen. Ik weet dat de fractievoorzitter van de VVD in de Eerste Kamer de gewoonte heeft om bij het nuttigen van elk glas rode wijn te zeggen: zo, weer een rooie minder. Maar binnen de VVD is inmiddels een opstand ontstaan tegen “rooie Rutte”, die akkoord ging met wat Hans Spekman een nivelleringsfeest noemde.

De heer Rutte neemt al jaren met het grootste gemak de kleur van zijn omgeving aan. Wij weten allemaal nog dat Mark Rutte in november 2008, nog geen vier jaar geleden, het Pamflet van een Optimist schreef, waarin hij aangaf dat het zijn grootste ambitie was om een groenrechtse koers te varen met de VVD. Hij noemde daarin de westerse afhankelijkheid van fossiele brandstoffen als een van de grootste bedreigingen van deze tijd, niet alleen vanwege de schaarste, maar ook vanuit geopolitieke overwegingen en het wassende water. Groen rechts zou het antwoord vormen. Groen rechts was een manier van denken, zei Rutte. De Staat moet aanjagen, groot denken en visie uitstralen. Als Nederland erin slaagt de economie om te vormen tot een moderne, innovatie economie, zo zei hij, dan hebben wij goud in handen. Hij wilde er twee kerncentrales bij om daarmee te voorkomen dat vier nieuwe kolencentrales gebouwd zouden worden in het land. Die zouden immers negatieve effecten hebben. In 2008 was de keuze van Rutte dus nog: óf kernenergie óf kolencentrales. Ruim twee jaar later is het én kerncentrales én kolencentrales. In 2009 zei fractievoorzitter Rutte in de Kamer dat hij altijd grote moeite gehad had met de bio-industrie, met dat stapelen van varkens op een mensonwaardige manier. “Dierenwelzijn staat voor ons zeer hoog op de verlanglijst”, zo zei hij. “Het is zeer belangrijk, u kunt er altijd bij ons voor terecht”, zo antwoordde hij mij. Een jaar later verliet premier Rutte het pad van groen rechts en dierenwelzijn en zette hij in op het meest dieronvriendelijke kabinetsbeleid ooit, dat van Rutte I. In een kabinet waarover alleen nog maar beloofd werd dat rechts Nederland er zijn vingers bij zou aflikken en dat de eerste belofte van de heer Rutte blauw-blauw liet. Groen was gedumpt als thema. In het spectrum van de kameleon kunnen wij zeggen dat de heer Rutte zich ontwikkeld heeft van groen rechts via blauw-blauw naar de zeven kleuren van het Lenteakkoord, het avondrood van het Herfstakkoord en de huidige zoektocht naar iets blekers.

De andere helft van het olijke duo begon zijn kameleoncarrière zeer groen als bemanningslid van de rubberen boten van Greenpeace. Het besef dat hij wilde kiezen voor groen en duurzaam ontstond op zijn vijftiende, toen Tsjernobyl ontplofte en hij het boek Kinderen van Moeder Aarde las. Hij wist al op jonge leeftijd dat hij natuur en milieu het terrein was waarop hij zich ook later zou willen gaan richten. Ik las dat hij tijdens zijn studententijd regelmatig op de publieke tribune zat en vaak uit pure ergernis de neiging had om naar beneden te springen om in te grijpen. Nou doen ze er verdomme weer niets mee, dacht hij dan. En nu zit hij hier. Met pijn in het hart, zo heb ik begrepen, want hij mist het opspattende water nog dagelijks, het kwajongensgedrag en het feit dat je zo nu en dan denkt iets los te kunnen maken.

Hij vond het milieubeleid onder Balkenende II een regelrecht drama, zo lees ik. Het gevoel van urgentie ontbrak totaal. Geërgerd was hij dat er geen enkele drive was om ook maar ietsepietsje meer te doen dan in Kyoto was afgesproken. Alle initiatieven die te duur of te lastig waren, werden aan de kant geveegd, en de subsidieregelingen werden afgeschaft. De toenmalige staatssecretaris van Milieu, Van Geel, was daar verantwoordelijk voor, en hij moest het regelmatig ontgelden bij Samsom.

Versoepelen van duurzame-energiedoelstellingen bij het kabinet-Balkenende IV was geen optie voor Samsom want, zo wist hij, het is geen koehandel waarin wij het kunnen afmaken op een paar procent minder. Idealen zijn nodig, vond hij, tegen de rauwe realiteit van de grindbak. Samsom was dan ook lyrisch toen zijn partij mocht meeregeren in Balkenende IV. Het regeerakkoord was precies zoals hij gedroomd had. Ze gingen los. Maar de dag erna liepen wij zo de grindbak in, zo zei hij. Talloze malen geeft de heer Samsom in interviews aan te vrezen voor de grindbak van de rauwe realiteit. Opnieuw is hij in die grindbak tot stilstand gekomen. Waarom? Omdat de heer Samsom is gaan geloven dat je idealen moet inruilen voor macht om zo zachter te kunnen landen in de grindbak.

Het is treurig dat collega Samsom nu een Van Geelbeleid staat te verdedigen. Maar de kiezer oordeelt uitermate negatief over de synergie van water en vuur die VVD en PvdA gezocht hebben. “Het is rot, maar het mot”, hoorde ik collega Zijlstra gisteravond mompelen tijdens de persconferentie. Hij vond ook dat het nieuwe akkoord zeer verkoopbaar was, alsof het een tweedehandsauto betrof.

Het was geen schaken dat tot dit regeerakkoord heeft geleid, het was kwartetten met kaartjes die informateur Bos eigenhandig in elkaar gefröbeld had. Een kaartspel dat Bos, naar eigen zeggen, uit het echtscheidingscircuit geleend had. Formeren volgens het principe: cd van jou, cd van mij, cd van ons allebei. Die echtscheidingssystematiek is zeer bruikbaar, omdat in dit geval trouwen met je politieke tegenstander tegelijk ook scheiden van je idealen betekent. Valt dat verkeert bij je achterban, dan is het gewoon een kwestie van uitruilen en opnieuw beginnen.

Hoe weinig vernieuwend dit kabinet is, hoe weinig gedreven vanuit mededogen en duurzaamheid, blijkt ook uit de wijze waarop men probeert te bezuinigen en te hervormen. Waarom de rekening neerleggen bij de burger die part noch deel heeft aan de financiële crisis? Waarom geen integrale vergroening van het belastingstelsel door belasting op arbeid te verlagen en die op grondstoffen te verhogen? Waarom geeft dit kabinet miljarden euro’s subsidies per jaar aan bedrijven die de volksgezondheid, het dierenwelzijn en het milieu bedreigen, zoals megastallen en grootverbruikers van fossiele brandstoffen? En waarom een laag btw-tarief op vlees, het meest milieuvervuilende onderdeel van ons voedselpakket? Waarom wordt de rekening niet neergelegd bij de vervuiler, bij onethisch opererende financiële instellingen, maar bij de bijstandsmoeder, bij ouderen, bij de allerarmsten van de wereld en bij mensen met een handicap, die zich tevreden moeten stellen met een iets dikkere ijsvloer onder hun steeds killere omstandigheden, volgens de minister-president?

De massieve ontgroening van de architecten van dit kabinet laat zien dat hun pogingen niet duurzaam zijn, niet in politieke zin en niet in termen van toekomstbestendigheid, gericht op het welzijn van toekomstige generaties. Ging het in de campagne vooral over gratis bier, nu lijkt regeren te zijn gedegradeerd tot klein bier, single-issuedenken dat de kortetermijnmensenbelangen centraal stelt in een tijd waarin visie noodzakelijk is om de crisis waarmee wij geconfronteerd worden, in samenhang op te lossen. Ik vat de kritiek op dit regeringsbeleid graag samen in de woorden van de heer Samsom: “In deze zaal hebben wij al vele malen gesproken over alle vormen van de geldcrisis. (…) Veel minder wordt hier gesproken over die andere crisis, de klimaatcrisis. Dat is opmerkelijk. Want hoe dramatisch de economische crisis ook is, wij weten één ding zeker: die bereikt een keer de bodem en dan gaan wij met ons allen weer omhoog in de oneindige cyclus van de conjunctuurbeweging. De klimaatcrisis kent geen conjunctuurbeweging. De opwarming van de aarde komt niet vanzelf weer goed als wij de boel met onze energiehonger eenmaal hebben laten ontsporen. De bedreiging die uitgaat van de klimaatcrisis is daarmee veel fundamenteler dan de bedreiging die uitgaat van de economische crisis.”

Dat zijn opmerkelijke woorden van de heer Samsom, die zich nu in het pak van de heer Rutte heeft laten naaien met een regeerakkoord dat als hoofdtaak heeft de economische crisis op te lossen. Samsoms kritiek op Rutte I is direct van toepassing op Rutte II. Zo zei Samsom: vroeger, en dat lijkt inmiddels alweer lang geleden, liep Nederland voorop in de ambities voor CO2-reductie en ontwikkelingssamenwerking. Ik citeer nu: “Met het aantreden van een nieuw kabinet” – dat was Rutte I – “is dat helaas veranderd: Nederland heeft zijn ambities gewoon laten zakken tot het Europese minimum en heeft zelfs niet meer de pretentie om de duurzame-energiedoelstelling te gaan halen, gaat snijden in ontwikkelingssamenwerking en heeft ook al aangekondigd dat de klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden voortaan expliciet een sigaar uit eigen doos zal zijn; het zal immers allemaal ten koste gaan van andere internationale samenwerking.” Dit was Diederik Samsom van pakweg twee jaar geleden en hij staat voor exact dit beleid.

In het regeerakkoord zijn de klimaatambities niet hoger dan het toch al beschamend lage Europese minimum, dat Rutte I al genoeg vond. Er wordt dankzij de PvdA nog forser gesneden in ontwikkelingssamenwerking. Wie kritiek heeft op de dubbele korting op de allerarmsten, namelijk het financieren van het klimaatbeleid met ontwikkelingsgeld, krijgt van de sociaaldemocraten te horen: dat was al zo. Dat klopt, maar dan nu wel met de handtekening van Diederik Samsom eronder.

Zo is het ook met het natuurbeleid. “Bleker light”, meer is het niet. Wie het afbraakbeleid van Bleker als ijkpunt neemt, is geneigd gematigd optimistisch te zijn. 50% bezuinigen op natuur is nog altijd minder dan 72%. En de ecologische hoofdstructuur uitvoeren is een veel beter plan dan de verbindingszones schrappen. Maar wie de waarschuwingen van deskundigen over de kwaliteit van onze natuur als uitgangspunt neemt, wat de Partij van de Arbeid trouwens deed voordat zij met de VVD ging regeren, weet dat er extra inspanningen nodig zijn om de Nederlandse natuur op een niveau te brengen waarop zij tegen een stootje kan. Welke ehs wordt er bedoeld in het regeerakkoord: de uitgeklede ehs van Bleker of de oorspronkelijke ehs? Ik wil ook graag een bevestiging van de minister-president dat het kabinet de internationale verdragen over natuur en biodiversiteit zal naleven.

De PvdA wilde geen Blankenburgtunnel in het Groene Hart, maar Samsom gaf de VVD de felbegeerde asfaltering van de laatste natuur in Midden-Delfland in het regeerakkoord, versie 1. Er is echter volop discussie over de cijfers van de mobiliteitsontwikkeling bij deze tunnel. Bovendien is onduidelijk of de Blankenburgtunnel niet doorgaat nu 250 miljoen euro uit het infrastructuurbudget gaat. Daar wil ik graag antwoord op.

Ik heb eerder een compliment gemaakt voor het aangekondigde verbod op het gebruik van wilde dieren in circussen. Dat herhaal ik hier. Het is een nieuw keerpunt in onze beschaving, zoals Christiaan Weijts terecht opmerkte in NRC Handelsblad. Op termijn is deze maatregel, zo voorziet hij, een voorbode van het afschaffen van de bio-industrie. Maar daar kunnen wij niet mee wachten. Als Rutte II tot 2017 regeert, zullen tijdens deze kabinetsperiode 2,5 miljard dieren worden geslacht na een kort en ellendig leven in potdichte schuren of, steeds vaker, in een megastal. Wat heeft het kabinet deze dieren te bieden? Komt er een nog verdere intensivering of maakt Rutte II een einde aan het stapelen van dieren in megastallen, zoals een meerderheid van de Kamer wil, inclusief de Partij van de Arbeid, en zoals de heer Rutte in 2009 ook nog vurig wenste? Gaat het kabinet het waarmaken?

De schippers van de Kameleon, die elke kleur van hun omgeving dachten aan te kunnen nemen, worden op dit moment door de kiezers massaal in de steek gelaten. Het nieuwe kwartet maatregelen is net zozeer in strijd met de verkiezingsbeloften, maar kennelijk wordt gehoopt dat burgers murw raken en hun verzet zullen opgeven. Natuurlijk is er niets op tegen om van groepen die de afgelopen jaren fors in koopkracht stegen, nu een offer te vragen en om mensen die fors inleverden, nu te compenseren. Het partijpolitieke gunkwartet leidt echter niet tot de beste oplossingen, maar hooguit tot de oplossingen die politiek haalbaar zijn. Dat is treurig en een belediging voor de kiezer. Op de Uyllanderbrug kijkt de burger in de persoon van Gerben Zonderland hoofdschuddend naar de Kameleon die zigzaggend verdwijnt aan de einder. Helaas lijkt er geen weg terug omdat het gezichtsverlies dan nog groter zal zijn dan nu het geval is. Maar tussentijds blijven wij opkomen voor het beschermen van de zwakken, in binnen- en buitenland, tegen het recht van de sterkste. We blijven opkomen voor het beschermen van de weerlozen tegen uitbuiting. Vanuit die gedachte blijf ik van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.

De heer Krol (50PLUS):

Voorzitter. En dan nu de dagsluiting. Hier staan we dan. Na weken radiostilte en een aantal dagen totale chaos houden we vandaag het debat over de regeringsverklaring. Dat is een enorm slechte start, en dat in deze moeilijke tijden. Een rommelig verlopen proces werd alleen maar rommeliger na het presenteren van het regeerakkoord. Er was min of meer direct sprake van een kabinetscrisis; en dat voordat de regering zich aan de Kamer had voorgesteld. Gisteren kwam er een aanpassing van het regeerakkoord. Het resultaat wordt door sommigen de hemel in geprezen. Wat 50PLUS betreft is en blijft het een ruime onvoldoende. De hele gang van zaken heeft veel mensen een gevoel van onzekerheid en onduidelijkheid gegeven. Ook het vertrouwen in de politiek wordt er op deze manier niet groter op. Dat betreurt de fractie van 50PLUS zeer. Het had anders gemoeten: professioneler en niet overhaast. Collega Roemer gebruikte al een Nederlands spreekwoord: haastige spoed is zelden goed. In China zeggen ze: haast is alleen goed als je vliegen wilt vangen. Let wel, het gaat ook bij deze ploeg om een minderheidskabinet. Hoe gaat het kabinet om met de minderheid in de Eerste Kamer? Onze medewerkers hebben het Torentje in de gaten gehouden, maar nog geen SGP’er gezien.

De fractie van 50PLUS heeft een motie van treurnis overwogen, maar toen de excuses van de heer Rutte kwamen, hebben we die achterwege gelaten. De schoonheidsprijs verdient het echter zeker niet. Namens veel 50-plussers sta ik hier om te reageren op de plannen van dit kabinet. Ik kan het kabinet zeggen dat men ontevreden is omdat het kabinet veel ouderen laat barsten. Het schrappen van de dagbesteding in 2014 zonder nagedacht te hebben over enig vangnet, is maar een van de voorbeelden uit dit regeerakkoord. Deze maatregel zal leiden tot eerdere opname en dus tot hogere kosten. Wij overwegen om in tweede termijn hierover een motie in te dienen. We begrijpen dat iedereen zijn of haar steentje moet bijdragen, maar de verdeling is nu ronduit oneerlijk. We zijn op het eerste gezicht tevreden over de koopkrachtontwikkeling voor mensen die alleen een AOW-uitkering hebben. Voor mensen met AOW en een klein pensioen zijn deze plannen echter ronduit schokkend. Met tot 6% minder koopkracht zijn zij de zwaarst getroffen groep. Dan tel ik de kortingen op de pensioenen nog niet eens mee. Het criterium van het kabinet was een maximale koopkrachtdaling van 4% als het gaat om grotere groepen. Garanties gaf het kabinet niet. Kan het kabinet echter wel beloven dat er een compensatie komt voor de groep AOW’ers met een klein pensioentje van € 800 bruto per maand? Wat zijn anders de eerdere woorden waard? Wij nemen aan dat het kabinet ook aan die knop nog wel wil draaien. Met een iets ruimer pensioen kan de korting volgens het Nibud overigens oplopen tot 16%. Ook daarop krijg ik graag een reactie.

De fractie van 50PLUS is te spreken over het aantal 50-plussers in het kabinet. Tien bewindspersonen zijn 50-plus. Dat is een prima afspiegeling. Maar, let wel, u hebt een prachtige en goedbetaalde baan, maar voor veel leeftijdsgenoten ligt dat heel anders. Er is sprake van forse werkloosheid onder 50-plussers. Die zal de komende tijd alleen maar toenemen. Na de aanpassing van het akkoord loopt de werkloosheid sowieso extra op met 0,3%. Want hoewel de passage arbeid in het regeerakkoord begint met de zin dat oudere werknemers een betere bescherming verdienen, zet het kabinet juist de deuren wagenwijd open om oudere werknemers nog makkelijker te kunnen ontslaan. De voorstellen voor het aanpassen van het ontslagrecht zijn voor de 50PLUS-fractie ondoordacht, onbetrouwbaar en onacceptabel. Bij de achterban van de Partij van de Arbeid zal men dan ook vaak de kreet “o, o, o” uitspreken. Hier kan men toch niet mee akkoord gaan? Hoe denkt het kabinet over de samenwerking met de bonden op dit terrein? Mijnheer Rutte, laat u de invulling van de 250 miljoen over aan de heer Samsom of hebt u zelf ook een visie op dit gebied? Aan de heer Samsom vraag ik hoe zijn fractiegenoot mevrouw Hamer over dit voorstel denkt. Drie weken voor de verkiezingen waarschuwde zij nadrukkelijk voor de versoepeling van het ontslagrecht. Zij zei: “oudere werknemers worden de werkloosheid in geduwd”. Wij waren destijds blij met haar opmerking. Maar gaat ze nu hiermee akkoord? Zo ja, dan is dat onbegrijpelijk en zo nee, dan is dat zeer verstandig.

Na het ontslag wacht er nog een extra verrassing van dit kabinet. Let op, mensen. Eerst is het al makkelijk om u te ontslaan. Daarna ontvangt u, als het aan dit kabinet ligt, nog maar twee jaar een WW-uitkering. Het eerste jaar, of misschien de eerste anderhalf jaar, nog aardig op niveau, maar het tweede jaar nog maar een uitkering op bijstandsniveau. Het is werkelijk ondoordacht, onbetrouwbaar en voor 50PLUS onacceptabel. Je zult maar 30 jaar goed en hard gewerkt hebben en je baas moet je ontslaan vanwege de aanhoudende crisis. Na een of anderhalf jaar zit je op bijstandsniveau. Hoe kun je dan rondkomen? Het kabinet zegt dat werken moet lonen, wat een prachtig uitgangspunt is, maar wie gaat deze groep 50-plussers een prachtige en goedbetaalde baan aanbieden, net zoals u die hebt? Heeft dit kabinet een integrale visie op ouderen en de arbeidsmarkt? Hoe gaat het kabinet het de werkgevers nog aantrekkelijker maken, en dat zonder extra kosten, om die 50-plussers in dienst te nemen?

Graag maak ik nog een opmerking over het vervallen van de IOAW, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. Deze gaat op in de IOW, de Inkomensvoorziening oudere werklozen, die vanaf 55 jaar gaat gelden, zonder vermogenstoets. Bovendien telt het inkomen van de partner niet mee. Met welke reden geldt deze maatregel pas vanaf 55 jaar en niet vanaf 50 jaar, zoals bij de IOAW? Is dat puur omdat er niet meer geld beschikbaar was dan de 0,1 miljard of denkt het kabinet echt dat iemand tussen de 50 en 55 jaar makkelijk en snel een nieuwe baan heeft? Want in deze leeftijdscategorie heeft men in deze plannen geen IOW, maar bijstand, met de bijbehorende vermogens- en partnertoets. Wil het kabinet in overweging nemen, de IOW vanaf 50 jaar te laten gelden?

Ik kom te spreken over de AOW. De fractie van 50PLUS is niet mordicus tegen het verhogen van de AOW-leeftijd, maar wel tegen het verhogen van de leeftijd in deze moeilijke tijden met hoge werkloosheid, en zeker met het versnelde tempo van het verhogen van deze leeftijd. Waar moet deze groep nu van uitgaan? Er is sprake van wijziging na wijziging. Ten opzichte van het Lenteakkoord stijgt de AOW-leeftijd nog sneller. Wat doet het kabinet als de overheidsfinanciën binnenkort weer tegenvallen? Gaat de AOW-leeftijd dan nog sneller omhoog? De fractie van 50PLUS zou er niet eens vreemd van opkijken, want op dit terrein gedraagt de overheid zich uiterst onbetrouwbaar. De fractie van 50PLUS zal zich hiertegen blijven verzetten, samen met de vele Nederlanders die het met ons eens zijn. Ik kan u verzekeren: dat worden er steeds meer. De kwartetkaarten zijn geschud, de AOW’er met een klein pensioentje kreeg de zwartepiet. Wat zegt u tegen de mensen die nu een fors AOW-gat hebben, zo vraag ik de minister-president. Welke oplossing hebt u voor hen in petto? En wanneer? Dat is toch wel meer dan een sigaar uit eigen doos?

Volgens de 50PLUS-fractie verdient het plan voor een deeltijd-AOW nader onderzoek. Wij zien hier niets van terug in het regeerakkoord. Wij herinneren de minister-president graag aan een motie van collega Klaver van GroenLinks die door de Kamer is aangenomen. Graag vernemen wij het standpunt van het kabinet op dit gebied.

Ouderen hebben de laatste jaren het meest in koopkracht ingeleverd. De komende jaren zal dit opnieuw gebeuren. Pensioenen worden al jaren niet meer geïndexeerd en de komende jaren in vele gevallen zelfs gekort. De AOW is achtergebleven bij de loonontwikkeling en zal de komende jaren op de nullijn blijven, terwijl de prijzen en de btw omhooggaan. We ontvangen honderden e-mails en brieven van mensen die ons duidelijk maken dat er bij hen geen cent meer valt weg te grissen. Volgens de kille cijfers hebben ze gemiddeld nog wel wat te besteden, maar van hun spaarcentjes kunnen ze geen boodschappen meer doen, laat staan fatsoenlijk beleg kopen. Of moeten ze de spaarrekening aanspreken, die vaak als doel heeft om aan het einde van het leven een fatsoenlijke uitvaart te hebben? Moeten ze die dan aanspreken? Is het kabinet daarop uit?

Ook de gepensioneerden die iets ruimer bij kas zitten, zijn terecht boos. In het verleden werden al miljarden weggeroofd uit de kassen van diverse pensioenfondsen om gaten in de overheidsbegroting te dichten of om bedrijfswinsten op te poetsen. Van dat geroofde geld kwam nooit een cent terug. Het uitgestelde loon kwam daarmee onder druk en nu moeten ze vele procenten inleveren. Voor al die ouderen geldt dat niet wordt nagekomen wat eens werd beloofd, niet zelden zwart-op-wit. Hier is gewoon sprake van diefstal. Ik noem het uiterst onbetrouwbaar, ook voor de volgende generaties, als je weet dat de meeste fondsen zelf beweren dat er voldoende in kas zit.

Dan kom ik op de forse beperkingen van de pensioenopbouw. Door deze maatregel zullen jongeren na 40 jaar werken tientallen procenten minder pensioen krijgen. Er is al om gevraagd, maar wat is de reactie van de minister-president hierop? In het debat over de formatie zei ik het al. Ik lees op pag. 1 van het regeerakkoord: een betrouwbare overheid, die optimaal beschermt. Ik word altijd achterdochtig als een regering zichzelf etiketten opplakt. Hoe betrouwbaar is het om bestaande hypotheekafspraken te wijzigen? De heer Rutte sprak op de verkiezingsavond, ik citeer: Ik wil vanavond al onze kiezers bedanken voor het vertrouwen dat zij in de VVD hebben gesteld en dat vertrouwen zullen wij niet beschamen. Hoe anders is het echter nu. De middeninkomens betalen het gelag en dat op niet mis te verstane wijze. Denk maar eens aan een jong gezin met een hypotheek met de daarbij behorende beloftes van de overheid. Zij krijgen, naast alle lastenverzwaringen, te maken met minder kinderbijslag, het einde van gratis schoolboeken enzovoorts. Is dat betrouwbaar?

Tot slot maakt de 50PLUS-fractie zich grote zorgen over het afschaffen van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten, het afschaffen van de compensatie eigen risico en het afschaffen van de fiscale regeling voor aftrek speciale zorgkosten. Ja, er komt een regeling voor in de plaats, maar met ruim een half miljard euro minder, geregeld via de gemeente. Je moet dus maar afwachten wat de gemeente regelt en wanneer. Moeten ouderen straks massaal naar een andere gemeente verhuizen omdat het daar beter geregeld is? Moeten ze vertrekken uit hun eigen woonplaats omdat de eigen gemeente deze taak niet goed oppakt? Graag vernemen we de visie van het kabinet op deze mogelijke ouderenmigratie.

Als lid van een kleine partij is mijn spreektijd beperkt. Lang niet alles kan aan bod komen. Gelukkig komen de meeste onderwerpen terug in de verschillende debatten. Dan zal de fractie van 50PLUS duidelijk aangeven hoe zij over deze maatregelen denkt. Ik ben blij dat ik de 50-plussers een stem kan geven.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:

Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van de eerste termijn van de zijde van de Kamer.

De heer Pechtold (D66):

Voorzitter. Zouden wij voor de orde van morgen kunnen vernemen of het kabinet voornemens is om een deel van de beantwoording schriftelijk te doen? Dat is weleens eerder gebeurd. Hoe laat zouden wij dan die antwoorden kunnen krijgen? Kunnen wij misschien ook al een soort schema van de beantwoording door de minister-president krijgen? Dat helpt allemaal. Ik houd niet van blokjes, maar ik wil graag weten of er een inleiding is en wat er vervolgens komt.

Minister Rutte:

Er komt een stapeltje schriftelijke antwoorden. Het gaat daarbij vooral om antwoorden op vragen die heel feitelijk zijn. Ik zeg er ten overvloede bij dat die bij het debat kunnen worden betrokken, maar de Kamer gaat daar zelf over. Ik verwacht dat de schriftelijke antwoorden tussen 10.15 uur en 10.30 uur hier zullen zijn. Het debat begint om 11.00 uur. Verder ben ik voornemens om alles door elkaar te beantwoorden, maar wel enigszins gestructureerd. Laten wij afspreken dat ik aan het begin van mijn beantwoording, om 11.00 uur dus, probeer de hoofdstukken te benoemen. Wij zullen het dus niet over blokjes hebben, maar over hoofdstukken.

Sluiting 23.07 uur.

Naar boven