Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-2011nr. 13, pagina 3-6

Aan de orde is het afleggen van de regeringsverklaring.

De voorzitter:

Ik wijs erop dat tijdens het afleggen van de regeringsverklaring niet geïnterrumpeerd kan worden. Het woord is aan de minister-president.

Minister Rutte:

Mevrouw de voorzitter. Vandaag presenteer ik in deze Kamer een kabinet van VVD en CDA; een parlementair kabinet dat zich door het gedoogakkoord met de PVV op belangrijke punten van het regeringsbeleid verzekerd weet van een meerderheid in deze Tweede Kamer. Dat is voor Nederland een bijzondere constructie, die meteen ook impliceert dat er veel ruimte is voor samenwerking met alle fracties in deze Kamer. Het kabinet zal die samenwerking zoeken en zich in het overleg met de Staten-Generaal inzetten voor zo breed mogelijke steun. Dat zullen wij doen met de open en constructieve houding die daarvoor nodig is in het democratisch besef dat de Staten-Generaal het hele Nederlandse volk vertegenwoordigen, zoals artikel 50 van de Grondwet stelt.

Ik verzeker dat deze bijzondere constructie dit kabinet er niet van zal weerhouden om gewoon te doen wat het moet doen, namelijk alles in het werk stellen om ons prachtige land sterker, veiliger en welvarender te maken. Dat doen wij niet alleen, maar met de mensen, de bedrijven, de organisaties en de instellingen in ons land. En ja, we gaan in financieel opzicht een moeilijke tijd tegemoet en iedereen zal dat ook gaan merken, maar er is geen enkele reden om bij de pakken neer te zitten. Nederland heeft alles in huis om toonaangevend te zijn in Europa en in de wereld. Nederland is de zestiende economie, de vijfde investeerder, de tweede landbouwexporteur en de zevende handelsnatie. Dat is de kracht van Nederland. Onze optimistische boodschap aan alle Nederlanders is dat wij sterker uit de crisis kunnen komen. Dat is wat ons als kabinet in de kern motiveert.

Ik wil graag eerst Jan Peter Balkenende, mijn ambtsvoorganger, bedanken. Hij heeft zich in alle opzichten voorbeeldig ingezet voor ons land, ruim acht jaar lang, zowel in binnen- als buitenland. Dat deed hij met overtuiging, betrokken en met hart voor de publieke zaak. Hij heeft veel voor Nederland bereikt. Ik betrek in deze dank graag ook de andere bewindspersonen van CDA en ChristenUnie. Dankzij hun inzet tot op het laatst lag er op Prinsjesdag een begroting waarop wij verder kunnen bouwen. Ik noem ook de in februari jongstleden afgetreden bewindspersonen van de Partij van de Arbeid. Ik bedank hen voor hun waardevolle bijdrage aan het landsbestuur, in het bijzonder bij de bestrijding van de financiële en economische crisis. Ik dank in volgende van aantreden de opeenvolgende informateurs, de heren Rosenthal, Tjeenk Willink, Wallage, Lubbers en Opstelten voor hun intensieve werkzaamheden.

Dit kabinet is tot stand gekomen op basis van de ingewikkelde verkiezingsuitslag van 9 juni, nu inmiddels meer dan vier maanden geleden. Zeven informatierondes en één formatie verder, zijn wij vandaag zo ver dat wij dit debat over de regeringsverklaring kunnen hebben. Nu gaan wij aan het werk. Dat doet mij en mijn collega's in het kabinet veel deugd. Ik hoop de leden van uw Kamer ook.

VVD en CDA hebben een gedoogakkoord gesloten met de PVV; een gedoogakkoord dat onderdeel uitmaakt van het regeerakkoord. Deze figuur is het directe gevolg van het principiële verschil van mening tussen VVD en CDA enerzijds en PVV anderzijds over het karakter van de islam. De VVD en het CDA beschouwen de islam als een godsdienst. De PVV beschouwt de islam als een politieke ideologie. Dat verschil van mening hebben wij onderkend, benoemd en over en weer geaccepteerd. Zoals op 30 juli jongstleden door deze drie partijen verklaard, was de bereidheid van de PVV om de bezuinigingen te steunen verbonden aan de inhoud van afspraken op het gebied immigratie, integratie en asiel, veiligheid en ouderenzorg. Alle maatregelen en voorstellen in het gedoogakkoord worden gedragen door de fracties van VVD, CDA en PVV. Bij de andere voorstellen uit het regeerakkoord staat het de PVV-fractie vrij, tegen te stemmen, hoewel zij moties van wantrouwen over maatregelen voortkomend uit het regeerakkoord niet zal steunen.

De woorden "vrijheid" en "verantwoordelijkheid" in de titel van het regeerakkoord zeggen veel over de manier waarop wij aan de toekomst willen werken. Wij beoordelen mensen niet op hun afkomst, maar op hun toekomst, niet op hun geloof, maar op hun gedrag, niet als groep, maar als individu. Vrijheid van godsdienst en levensovertuiging en de vrijheid van onderwijs zijn gewaarborgd. Het kabinet neemt zelf de verantwoordelijkheid om te doen wat nodig is en wil de mensen in ons land in staat stellen, ook die verantwoordelijkheid te nemen.

Daarmee biedt het regeerakkoord kansen aan iedereen, maar het vraagt er ook wat voor terug. Wij schrijven niemand af en spreken iedereen aan. Wij voeren een stevig immigratie- en integratiebeleid. Wij gaan de balans tussen rechten en plichten herstellen. Wij bouwen aan een land dat grenzen stelt en grenzen handhaaft; een land waar afspraak afspraak is en waarin werken loont. En wij geven de verantwoordelijkheid terug aan de mensen in het land. Geen betutteling, geen onhoudbare rookverboden in kleine cafés en ook verder geen overbodige regels.

Als dit kabinet één ambitie heeft, dan is dat om ons land sterker uit de crisis te laten te komen. Ons land heeft de crisis relatief goed doorstaan. Mensen zijn doorgegaan met werken en bedrijven zijn doorgegaan met ondernemen. Nederland moet zich blijven onderscheiden als een innovatieve en veerkrachtige economie, als een land dat al het talent benut en vooral als een land dat mensen en bedrijven duidelijkheid biedt en de ruimte geeft. Wij brengen vangnetten aan waar dat nodig is. De overheid is het schild voor de echt zwakkeren in ons land. Maar iedereen die dat kan, moet wel zelf op de trampoline stappen en een sprong maken naar succes. Niemand in ons land zou aan de kant moeten staan, want iedereen heeft een eigen, uniek talent.

Het regeerakkoord bevat tal van voorstellen die daarop gericht zijn: beter onderwijs, vermindering van regeldruk, een aantrekkelijk fiscaal klimaat, meer ruimte voor innovatie en vernieuwing, meer ruimte voor ondernemersinitiatieven.

Het nieuwe departement van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie speelt hierin een sleutelrol. Samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid is cruciaal. Het grote internationale succes van de agrarische sector is daarvan het levende bewijs. Dat is en blijft een belangrijk speerpunt, net als het beleid gericht op het zeker stellen van onze energievoorziening op langere termijn. Om te kunnen voldoen aan de Europese doelstellingen voor CO2-reductie bevorderen wij de ontwikkeling van nieuwe producten en technieken, bijvoorbeeld via een nieuwe stimuleringsregeling voor duurzame energie. Dat is goed voor mens en natuur. Het maakt ons land voor zijn energievoorziening minder afhankelijk van het buitenland en het biedt ook kansen aan bedrijven. Het kabinet werkt in datzelfde kader ook mee aan de vergunningverlening voor nieuwe kerncentrales.

In het onderwijs is en blijft de ambitie, een plek in de internationale top vijf van kenniseconomieën. Daarvoor moeten wij over de hele linie de kwaliteit en de prestaties in het onderwijs omhoog krijgen. Opbrengsten van gerichte bezuinigingen in het onderwijs komen rechtstreeks ten goede aan de kwaliteit van het onderwijs, dus aan de leerlingen en vooral ook aan de mensen voor de klas, bijvoorbeeld door prestatiebeloning voor leraren mogelijk te maken en door alle leerlingen op alle niveaus uit te dagen om te excelleren. Wij gaan taalachterstanden wegwerken, laaggeletterdheid bestrijden en vroegtijdig schoolverlaten aanpakken. Langstudeerders gaan meer collegegeld betalen. Wij introduceren een sociaal leenstelsel in de masterfase. Studenten krijgen er beter onderwijs voor terug. Wij willen investeren in elk talent. Presteren in het onderwijs moet weer mogen. De overheid is er niet om iedereen een goede toekomst te garanderen, maar wij moeten als land wel iedereen een goede start kunnen bieden.

Als het onderwijs de software is van onze economie, dan is de infrastructuur de hardware. Daarom investeert het kabinet in wegen en spoor. Wij gaan werk maken van meer publiek-private infrastructuurprojecten en zullen de aanleg van privaat gefinancierde supersnelwegen mogelijk maken, zodat mensen ook letterlijk de ruimte krijgen om zich te verplaatsen. Als de verkeersveiligheid en de regels voor lucht en geluid het toelaten, dan mag dat ook op de snelweg met 130 kilometer per uur.

Om sterker uit de crisis te komen, zijn wel twee dingen nodig: snel herstel van de overheidsfinanciën en hervormingen die ons helpen om sterker uit de crisis te komen. We moeten snoeien om te groeien. De tijd van "een vetrandje mag best" ligt echt achter ons. De wereldwijde crisis raakte de Nederlandse overheidsfinanciën hard. Nederland had te maken met forse uitgaven om de financiële sector overeind te houden. Door de economische recessie kwam er minder belastinggeld binnen terwijl de uitgaven gewoon doorliepen. Sterker nog, die uitgaven liepen op, want er is om begrijpelijke redenen voor gekozen om de economie en de werkgelegenheid met gerichte investeringen te stimuleren. Maar dat heeft wel geleid tot een hoge staatsschuld en een hoog tekort op de begroting.

Naar verwachting is de staatsschuld eind 2011 opgelopen naar 400 mld. Dat is een slordige € 24.000 per Nederlander. En dat bedrag loopt nog op met zo'n 100 mln. per dag. We betalen over deze schuld elk jaar 11 mld. aan rente. Dat is evenveel als we in Nederland uitgeven aan het basis- en het voorgezet onderwijs. Het is onze gezamenlijke plicht om dit tekort zo snel mogelijk terug te dringen en de rekening niet door te schuiven naar de volgende generaties. Dat zou onverantwoord zijn, zeker nu wij voor het probleem staan dat door de vergrijzing steeds minder werkende Nederlanders voor steeds meer niet-werkende Nederlanders moeten zorgen.

Daarom neemt het kabinet forse maatregelen die leiden tot een onderliggend begrotingsevenwicht in 2015. We doen dat met maatregelen die de Nederlandse economie dynamischer en sterker maken en die mensen en bedrijven meer ruimte geven. Volgens het Centraal Planbureau is op lange termijn 29 mld. aan structurele bezuinigingen nodig om de overheidsfinanciën weer houdbaar te maken. Het kabinet lost van dit probleem meer dan 80% op door in deze kabinetsperiode 18 mld. te bezuinigen, maar bijvoorbeeld ook door de AOW-leeftijd te verhogen. De belangen van de Nederlandse Staat in de financiële sector worden afgebouwd zo snel als dat verantwoord kan.

Om de forse bezuinigingen te realiseren, snijdt het kabinet ook stevig in eigen vlees. We willen een kleinere en vooral ook efficiëntere overheid. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. De overheid is op onderdelen taken gaan uitvoeren op te veel verschillende niveaus zonder zich af te vragen of er ook taken af kunnen. Nederland lijdt aan bestuursobesitas en het is hoog tijd dat we de overheid op dieet zetten. Bureaucratie is een belasting op groei. De samenleving is vaak zelf in staat, dingen te doen als de overheid die ruimte biedt.

Ons principe is: je gaat erover of niet. En we zullen dat principe consequent toepassen om te komen tot een kleine en krachtige overheid die toe kan met minder belastinggeld, minder regels en minder ambtenaren en bestuurders. We gaan een einde maken aan de eindeloze procedures en aan de stapeling van bestuur en beleid. En om meteen maar één voorbeeld te geven: de Crisis- en herstelwet wordt permanent.

We beginnen bij die kleine overheid overigens echt letterlijk bij onszelf. Dit kabinet telt twaalf ministers en acht staatssecretarissen. Dat zijn zeven bewindslieden minder dan in het kabinet dat aantrad in 2007. Zo kunnen we naar onze vaste overtuiging ook toe met minder statenleden, raadsleden en bestuurders in provincies, gemeenten en waterschappen. Met minder Kamerleden ook. Met minder provincies in de Randstad. En we kunnen zonder de stadsregio's en deelgemeenteraden.

Het is democratisch en vaak ook het effectiefst om zo veel mogelijk over te laten aan het bestuur dat het dichtst bij de mensen staat. Daarom gaat natuurbeheer naar de provincies. Daarom gaat de jeugdzorg naar de gemeenten. En daarom decentralisatie van het toezicht en de regie op het gebied van de ruimtelijke ordening en de volkshuisvesting, want die gaan naar de provincies.

Als het verstandiger is om te centraliseren, dan doen wij dat. Vandaar één nationale politie en vandaar één infrastructuur voor de Randstad. Dus geen bestuurlijke spaghetti, maar de regie in één hand. Dat is het idee.

In de publieke sector wil het kabinet veel meer ruimte voor vakmanschap; voor de vakmensen, voor de vakman en vakvrouw in het onderwijs, de politiekorpsen en de zorg, die verlost moeten worden van overbodige en onzinnige regels en procedures, voor wijkverpleegkundigen die zonder stopwatch hun patiënten moeten kunnen helpen. De verhouding tussen management en werkvloer moet veranderen in het voordeel van de werkvloer. Schaalverkleining, menselijke maat.

De Wajong-regeling groeit onverantwoord hard. Bijna 200.000 mensen maken er gebruik van en per dag komen er zo'n 60 Wajong'ers bij. Dat zijn twee schoolklassen, iedere dag. Als we daar niets aan doen, veroordelen we één op de twintig jongeren tot een leven lang aan de kant staan. Hen wordt de kans ontnomen een bijdrage te leveren aan onze economie en aan onze maatschappij. Het kabinet kiest voor één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt, die de WWB, de WSW en de Wajong hervormt.

En dan de AOW. Toen Drees die invoerde, ging hij er al van uit dat de AOW-leeftijd ooit omhoog zou moeten, omdat mensen steeds ouder worden. Het is nu tijd om dat ook echt te doen; om financiële redenen, maar ook omdat we straks iedereen heel erg hard nodig hebben. Daarom gaat de AOW in 2020 naar 66 jaar. Dat is een keuze die de sociale partners al voor 9 juni hebben gemaakt en het kabinet sluit zich daar nu bij aan.

Wij vinden het ook fair om in deze moeilijke economische tijd een groter beroep te doen op de eigen verantwoordelijkheid van mensen en organisaties. We snijden in subsidies, want er wordt te veel en te vaak onnodig geld rondgepompt. Het is onder de huidige economische omstandigheden nodig dat organisaties vaker zelf alternatieve financiering zoeken en meer samenwerken, zoals in de culturele sector en bij de publieke omroep. We gaan cultuursponsoring toegankelijker maken met een geefwet. En voor de publieke omroep geldt dat concentratie op kerntaken is geboden.

Een steeds groter deel van wat we met elkaar verdienen, wordt besteed aan de zorg en hogere kosten in de zorg vertalen zich in hogere zorgpremies. Het kabinet zal steeds de balans moeten zoeken tussen premies en eigen betalingen, tussen het basispakket en specifieke aanvullingen. Inmiddels krijgen 6,3 miljoen gezinnen in Nederland zorgtoeslag. Dat is maar liefst 70% van alle huishoudens en dat percentage stijgt nog steeds. Het kabinet roept dat een halt toe door het budget te bevriezen.

De kosten beheersen, is de ene kant van de medaille. De andere kant is dat we juist extra geld beschikbaar stellen in de ouderenzorg. Er komt meer en beter opgeleid personeel. Misstanden en ouderenmishandeling worden aangepakt. Het kabinet streeft naar kleinere zorginstellingen. Zorg moet zo veel mogelijk dicht bij de mensen worden aangeboden, in de buurt, waar de mensen elkaar kennen. We stimuleren eigen initiatieven uit de zorg zoals samenwerking tussen de huisarts, de wijkverpleegkundige en de specialist. Ook gaat het kabinet mogelijkheden scheppen om privaat geld in de zorg aan te trekken, zodat we financiële ruimte creëren om te blijven innoveren en de kwaliteit van de zorg te verbeteren.

Werk draagt bij aan individuele ontplooiing en de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van individuen. We zullen op de arbeidsmarkt iedereen nodig hebben om de collectieve voorzieningen in stand te houden voor mensen die niet werken. Van iedereen die een uitkering ontvangt, mag worden gevraagd dat hij of zij zich maximaal inspant om weer aan het werk te komen. In de bijstand zal daartoe een wettelijke plicht tot tegenprestatie naar vermogen komen en fraude met uitkeringen wordt hard aangepakt en bestraft.

Beheersing en beperking van de immigratie en een betere integratie zijn nodig om het ontstaan van een maatschappelijke onderklasse te voorkomen. Rechtvaardigheid blijft het uitgangspunt. Ons land zal vluchtelingen voor wie Nederland de eerste veilige plek is, blijven opvangen en beschermen, zoals het Vluchtelingenverdrag vereist. Maar tegelijkertijd kijken we naar de spankracht van de Nederlandse samenleving. Het kabinet wil het huidige patroon van gezinsmigratie doorbreken. Als veelal jonge vrouwen van ver naar Nederland komen om hier vervolgens te worden veroordeeld tot een leven in afhankelijkheid en isolement, dan is dat niet goed. Niet voor die vrouwen zelf. Niet voor hun kinderen. Niet voor het integratieproces. En dus niet voor de Nederlandse samenleving.

En daarom gaat het kabinet de eisen voor gezinsmigratie aanscherpen en nieuwe opleidingseisen stellen aan alle migranten. We vragen van mensen om hun eigen inburgeringscursus te betalen, als dat nodig is met behulp van het sociale leenstelsel dat we gaan invoeren. Zakken voor het examen kan straks betekenen dat de verblijfsvergunning wordt ingetrokken. Het kabinet vindt dat van mensen die voor het Nederlanderschap kiezen ook mag worden gevraagd dat zij zich aanpassen aan de Nederlandse samenleving. De keuze voor het Nederlanderschap is immers niet vrijblijvend. We scherpen de vereisten voor naturalisatie aan en er komt er een voorwaardelijk Nederlanderschap dat mensen kan worden afgenomen bij een veroordeling voor een ernstig misdrijf. Tot slot wordt illegaliteit strafbaar en het terugkeer- en uitzetbeleid geïntensiveerd.

Integratie is meer dan een inburgeringsdiploma. Het gaat erom dat mensen ongeacht hun geslacht of godsdienst op gelijke voet en volwaardig kunnen bijdragen aan de Nederlandse samenleving. Daar past geen diversiteits- en voorkeursbeleid bij met een zwaar accent op geslacht en etnische herkomst. Daar stoppen we dus mee. Wat we wel nodig hebben, is een aanpak die discriminatie tegengaat en emancipatie bevordert. Tegen die achtergrond stelt het kabinet onder andere een verbod voor op gelaatsbedekkende kleding.

Het hele pakket zal ertoe leiden dat de instroom van immigranten zeer substantieel daalt, wat ons in staat stelt de mensen die hier rechtmatig zijn gekomen volwaardig aan de samenleving te laten deelnemen. Vanzelfsprekend zorgt het kabinet ervoor dat de kenniseconomie door dit beleid niet wordt geschaad. We realiseren ons terdege dat voor sommige onderdelen de medewerking nodig is van andere lidstaten van de Europese Unie, van de Europese Commissie en van het Europees Parlement.

Mevrouw de voorzitter. Veiligheid is een klassieke taak van de overheid. Dit kabinet vindt eenvoudigweg dat de Nederlandse straten en pleinen veiliger moeten worden. Bonnenquota maken Nederland niet veiliger, een strengere aanpak en vergroting van de pakkans wel. Het is onbestaanbaar dat mensen in ons land soms 's avonds niet de straat op durven of geen gebruik durven te maken van het openbaar vervoer. Het kan ook niet zo zijn dat je als conducteur of ambulancemedewerker als het ware vogelvrij bent. Daar gaat het kabinet wat aan doen. Bij grote risicovolle evenementen gaat de politie samenwerken met de krijgsmacht. De organisatie van de politie wordt efficiënter en effectiever. Er komt één nationale politie, onder verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid en Justitie. Het kabinet zorgt ervoor dat er 3000 agenten extra komen, waarvan 500 zogenaamde animal cops. Blauw op straat werkt preventief, vergroot de pakkans en neemt de gevoelens van onveiligheid weg.

Daarnaast nemen we ook maatregelen in het strafrecht. Op geweld tegen de politie en andere publieke ambtsdragers komen zwaardere straffen te staan. Werkgevers in het openbaar vervoer zullen voortaan de aangifte van geweld tegen hun medewerkers overnemen. We voeren een strafdienstplicht en een adolescentenstrafrecht in, zodat we grensoverschrijdend gedrag van jongeren eerder en harder kunnen aanpakken. De veiligheidshuizen waarin organisaties samenwerken die bij de risicojongeren betrokken zijn, blijven hun belangrijke taak vervullen. We verlengen de verjaringstermijnen voor ernstige gewelds- en zedendelicten. Tbs'ers die zich tijdens hun verlof aan de voorwaarden onttrekken, pakken we strenger aan. Het wordt gemakkelijker om criminelen te plukken, ook om daarmee hun slachtoffers te helpen. Er komen minimumstraffen in het geval van herhaling bij ernstige misdrijven. En wie zich in eigen huis of eigen bedrijf verdedigt tegen overvallers of inbrekers wordt niet direct zelf als verdachte aangehouden.

Kortom, dit kabinet gaat mensen kansen bieden, maar ook nadrukkelijker grenzen stellen en die grenzen handhaven.

Mevrouw de voorzitter. Dit kabinet treedt Europa en de wereld open en zelfbewust tegemoet. Nederland heeft een open en internationaal georiënteerde economie. De trans-Atlantische band is van oudsher hecht. Wij zijn een toegangspoort tot Europa. Wij zijn een handelsland, een vestigingsland en een investeringsland. Daarom hebben wij direct belang bij internationale stabiliteit en veiligheid, bij energie- en grondstoffenzekerheid, bij een goede internationale rechtsorde en bij een gelijk speelveld, met alleen de noodzakelijke regels.

Om te beginnen wil dit kabinet dingen voor elkaar krijgen in Europa, want de Europese markt is voor de Nederlandse economie en export verreweg het belangrijkst. Dat vraagt om samenwerking, ook op terreinen als veiligheid, energiezekerheid en transport. Voor veel onderwerpen is Europa de schaal die we nodig hebben, omdat 27 lidstaten samen sterker staan dan 27 landen apart.

Tegelijkertijd moet de Europese Unie zich richten op haar kerntaken en het principe van subsidiariteit respecteren. Het kabinet maakt zich hard voor substantiële vermindering van de Nederlandse afdracht aan de EU. De toetreding van nieuwe lidstaten moet worden getoetst aan de strikte criteria die daarvoor bestaan.

Op het wereldtoneel blijft Nederland een herkenbare en betrouwbare partner. Het ontwikkelingsbudget blijft grotendeels behouden, maar de besteding wordt vergaand gemoderniseerd. Er gaat geen cent meer naar landen met een corrupt regime. We richten het beleid op meer zelfredzaamheid en op meer ruimte voor het bedrijfsleven. Ontwikkelingshulp zal ook meer aansluiten bij terreinen en thema's waar Nederland goed in is, zoals water en landbouw. Nederland blijft bijdragen aan het halen van de millenniumdoelen.

Herkenbaar en betrouwbaar blijft Nederland ook door te blijven inzetten op een veelzijdig inzetbare krijgsmacht. De internationale relevantie van Nederland wordt daar mede door bepaald. Ons land blijft een volwaardige veiligheidspartner. Ik heb groot respect voor onze militairen, die zich op verschillende plaatsen in de wereld inzetten voor het bevorderen van veiligheid, het bestrijden van terrorisme, drugs, illegale immigratie en piraterij.

Mevrouw de voorzitter. Tot zover onze plannen. Plannen die wij in goed overleg met de Kamer willen uitwerken en uitvoeren. Maar ook samen met de medeoverheden, met sociale partners. Samen met alle andere maatschappelijke partijen. En vooral samen met alle mensen in het land.

In december 1913 presenteerde minister-president Cort van der Linden zijn kabinet in de Kamer. Ik wil niet verhullen dat ik vandaag een zekere verwantschap met hem voel, en niet alleen omdat hij mijn liberale betovergrootvader is in dit ambt. Ook in 1913 was er sprake van een ingewikkelde verkiezingsuitslag en een lastige formatie. Ook toen was de uitkomst een kabinet dat in de Staten-Generaal geen gegarandeerde meerderheid had voor alle voorstellen. Ook toen stond Nederland voor ingrijpende hervormingen. Nu gaat het om gezonde overheidsfinanciën en een sterker en veiliger Nederland. In 1913 ging het om de invoering van het algemeen kiesrecht voor mannen en de financiële gelijkstelling van het openbaar en bijzonder onderwijs. Voorwaar een huzarenstukje dat Cort van der Linden en zijn team tot een goed einde wisten te brengen.

Cort van der Linden zei bij de presentatie van zijn ploeg in de Kamer het volgende: den aard van het kabinet zal men toch tenslotte moeten beoordelen naar zijn wezen en niet naar den schijn. Ik zeg hem dat vandaag na, want ook voor dit kabinet komt het aan op resultaten die we gaan boeken, op wat we doen en presteren. Wacht u op onze daden. Maar één ding beloof ik u bij voorbaat: wij zullen ons werk niet alleen met volle inzet doen maar ook met optimisme over de toekomst. Nederland is een prachtig land en we hebben alles in huis om toonaangevend te zijn. Als we ons maar goed realiseren dat de welvaart van een land en het geluk van de mensen niet wordt bepaald in Haagse kantoren. De kracht van Nederland zit in ieder van ons, in elke inwoner. En het is die kracht die dit kabinet wil mobiliseren. Door de crisis te lijf te gaan op een manier die ons land sterker en dynamischer maakt. Met passie en met realiteitszin. Voor een sociaal, veilig en stabiel Nederland.

Ik dank u wel.

(geroffel op de bankjes)

De voorzitter:

Ik dank de minister-president. Om 14.00 uur begint het debat met de Kamer.

Dan geef ik nu de gelegenheid om de nieuw beëdigde collega's te feliciteren.

De vergadering wordt van 11.00 uur tot 14.00 uur geschorst.