Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-2007nr. 90, pagina 5157-5158

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over wapenexport, te weten:

- de motie-Van Velzen over een verbod op de doorvoer van clusterwapens (22054, nr. 118);

- de motie-Van Velzen over het niet toestaan van de doorvoer van wapenleveranties aan repressieve regimes (22054, nr. 119);

- de motie-Van Velzen over het op de hoogte stellen van de Tweede Kamer van het afgeven van een exportvergunning (22054, nr. 120);

- de motie-Van Dam/Vendrik over een wetsvoorstel over het afgeven van een eindbestemmingsverklaring door importerende bedrijven (22054, nr. 121);

- de motie-Van Dam c.s. over een vergunningsplicht voor de doorvoer van alle wapens (22054, nr. 122).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:

Op verzoek van mevrouw Van Velzen stel ik voor, haar motie (22054, nr. 120) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:

De motie-Van Dam/Vendrik (22054, nr. 121) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland een stringent wapenexportbeleid hanteert;

overwegende dat componenten voor wapens terecht kunnen komen in wapens waarvan de Nederlandse regering niet weet aan wie en voor welk doel ze geleverd worden;

overwegende dat Nederlandse bedrijven zodoende toch een bijdrage kunnen leveren aan wapenleveranties aan landen waaraan Nederland zelf geen wapens zou willen leveren;

overwegende dat andere westerse landen, waaronder de VS, gebruikmaken van een eindbestemmingsverklaring, waardoor ook voor de levering van componenten de wapenexportregels gehanteerd kunnen worden;

verzoekt de regering, te onderzoeken wat de voor- en nadelen zijn van het invoeren van wetgeving waarin wordt geregeld dat importerende bedrijven bij elke leverantie van componenten van wapens een eindbestemmingsverklaring dienen af te geven, en daarbij het Amerikaanse beleid als uitgangspunt te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt deze gewijzigde motie voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 123 (22054).

De gewijzigde motie is rondgedeeld. Ik neem aan dat wij daarover nu kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Velzen (22054, nr. 118).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Velzen (22054, nr. 119).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Dam c.s. (22054, nr. 123).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, D66 en de PvdD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Dam c.s. (22054, nr. 122).

De voorzitter:

Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, D66 en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.