Handeling

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarVergadernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal1998-1999nr. 30, pagina 2148

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Aanpassing van de Wet op de loonbelasting 1964, de Wet op de inkomstenbelasting 1964, de Coördinatiewet Sociale Verzekering en in samenhang daarmee enige andere wetten naar aanleiding van de voorstellen van de werkgroep Fiscale behandeling pensioenen (Wet fiscale behandeling pensioenen) (26020).

(Zie wetgevingsoverleg van 23 november 1998).

De voorzitter:

Ik geef het woord aan de heer Balkenende.

De heer Balkenende (CDA):

Mevrouw de voorzitter! Ons amendement op stuk nr. 12 heeft betrekking op de prepensioenregeling. Wij hadden aanvankelijk het idee de tijdelijke regeling te veranderen in een permanente regeling. In het wetgevingsoverleg heeft de staatssecretaris hierover het nodige gezegd. Het overgangsrecht zal gedurende tien jaar gelden, ook voor nieuwe medewerkers. Er is ook gesproken over een adviescommissie en contact met het ministerie. Tegen deze achtergrond heeft mijn fractie geen behoefte meer aan het amendement, zodat zij het intrekt.

De voorzitter:

De heer Balkenende trekt zijn amendement op stuk nr. 12 in.

De leden De Vries en Schimmel trekken hun amendementen op de stukken nrs. 9, 11 en 17 in.

De onderdelen A t/m C van artikel I worden zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Schimmel/De Vries (stuk nr. 23, I).

De voorzitter:

Ik constateer, dat de aanwezige leden van de fracties van het CDA en GroenLinks tegen dit amendement hebben gestemd en die van de overige fracties ervoor, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast, dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 23 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

Onderdeel D, artikel 18, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het amendement-Schimmel/De Vries (stuk nr. 23, I), wordt zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-De Vries/Van Zijl (stuk nr. 20, I).

De voorzitter:

Ik constateer, dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.

Ik stel vast, dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 20 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

Artikel 18a, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-De Vries/Van Zijl (stuk nr. 20, I), wordt zonder stemming aangenomen.

De artikelen 18b t/m 18f worden zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Van Zijl/Schimmel (stuk nr. 14).

De voorzitter:

Ik constateer, dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.

Artikel 18g, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het amendement-Van Zijl/Schimmel (stuk nr. 14), wordt zonder stemming aangenomen.

De artikelen 18h t/m 18i worden zonder stemming aangenomen.

Het gewijzigde onderdeel D wordt zonder stemming aangenomen.

De onderdelen E en F worden zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het amendement-Schimmel c.s. (stuk nr. 18).

De voorzitter:

Ik constateer, dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.

Onderdeel G, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het amendement-Schimmel c.s. (stuk nr. 18), wordt zonder stemming aangenomen.

De onderdelen H en I, de aanhef van onderdeel J en artikel 38a worden zonder stemming aangenomen.

Artikel 38b, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het amendement-Schimmel/De Vries (stuk nr. 23, II), wordt zonder stemming aangenomen.

Het gewijzigde onderdeel J wordt zonder stemming aangenomen.

Het gewijzigde artikel I wordt zonder stemming aangenomen.

Artikel II, zoals het is gewijzigd door de aanneming van het amendement-De Vries/Van Zijl (stuk nr. 20, II), wordt zonder stemming aangenomen.

De artikelen III t/m VIII en de beweegreden worden zonder stemming aangenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:

Ik constateer, dat het wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.