﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE handeling PUBLIC "-//SDU//DTD handelingenelementen xml 1.1//NL" "../../dtd/hand-11.dtd"[]>
<handeling kamer="1">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-ek-20062007-1124-1134/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <title>36ste vergadering</title>
  </kop>
  <frontm>
    <vergjaar>2006-2007</vergjaar>
    <volgnr>36</volgnr>
  </frontm>
  <part bron="HAN8163A09" bpag="1124" epag="1134 ">
    <item>
      <itemnaam>Onafhankelijk netbeheer</itemnaam>
      <itemkop>Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van: <ondw><wetv>de brief van de minister van Economische Zaken van 7 juni 2007 betreffende
de splitsing van energiebedrijven (<vetnr>30212</vetnr>, L).</wetv></ondw></itemkop>
      <draad>
        <al>De beraadslaging wordt hervat.</al>
      </draad>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>Mevrouw</aanspr>
          <naam>Kneppers-Heijnert</naam>
          <partij>VVD</partij>
        </wie>
        <al>Mevrouw de voorzitter. Gehoord de reactie van de minister op de vragen
en opmerkingen, heeft de VVD-fractie niets meer toe te voegen aan haar inbreng
in eerste termijn. Wij blijven de argumenten van de minister helder vinden
en blijven haar steunen. Wij hebben zo langzamerhand wel genoeg van de show.
Het is wat ons betreft einde oefening, ofwel het doek gaat vallen.</al>
        <al>Nu ik toch zo veel beeldspraak gebruik, wil ik eindigen met een variant
op een gezegde: er is altijd wel een stok te vinden om een KB te slaan.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Schouw</naam>
          <partij>D66</partij>
        </wie>
        <al>Mevrouw de voorzitter. Ik dank de minister voor haar beantwoording die
zorgvuldig en consistent is en in lijn met de brief die zij aan beide Kamers
heeft gestuurd. Ik ben blij dat zij zo uitvoerig is ingegaan op de zorgvuldige
procedure die zij in acht heeft genomen tussen het moment van het schrijven
van de brief en de gedachtewisseling in de beide Kamers.</al>
        <al>Ik stel vast dat wij hier vandaag in een wat bizarre situatie verkeren.
Wij hebben enige tijd geleden een wet behandeld die door beide Kamers is aangenomen.
Een onderdeel daarvan, de splitsing, is aangehouden, maar de wet is voor het
overige aangenomen. De minister heeft laten weten dat zij tot twee keer toe
de splitsing aan de orde heeft gesteld in het nieuwe kabinet van CDA, Partij
van de Arbeid en de ChristenUnie en dat het kabinet tot twee maal toe heeft
gezegd: gaat u maar splitsen. Ik stel verder vast dat dit in de Tweede Kamer
aan de orde is geweest en dat de fracties in de Tweede Kamer inclusief de
coalitiepartijen hebben gezegd: gaat u maar splitsen. Ik stel ook vast dat
de fracties van de Partij van de Arbeid en de ChristenUnie in deze Kamer zeggen:
liever niet. Ik moet ook nog vaststellen dat de CDA-fractie alles uit de kast
haalt om te zeggen: splitsing hoeft wat ons betreft niet. Daarmee heeft zij
de verdenking op zich geladen dat zij die Splitsingswet eigenlijk niet had
willen aannemen. Hoe kan dit nu toch? De Splitsingswet is aangenomen en dient
loyaal uitgevoerd te worden. Ik vind dit een bizarre situatie. Het is nog
vreemder dat de voormalige loyale regeringsfracties, te weten D66 en de VVD,
alles op alles moeten zetten om die consistente lijn aan te houden.</al>
        <al>Nu kun je zeggen: lang leve het dualisme en lang leve het debat, maar
aan de andere kant kun je ook zeggen dat dit type opmerkingen het onvermogen
maskeert om gewoon een verstandige, consistente, politieke regie te voeren
over een wet die al is aangenomen. Tegen degenen die het aangaat, zeg ik:
trek je dit alsjeblieft aan, want dit is een bizarre vertoning.</al>
        <al>Dan kom ik bij het derde punt. Ik heb moeten constateren dat een aantal
nieuwe woordvoerders de beloftes vergeet die door de vier grote energiebedrijven
in een aantal brieven, van 16 oktober en 13 november, zijn gedaan.
Deze hebben een cruciale rol gespeeld in het debat. Ik neem het deze nieuwe
woordvoerders niet kwalijk, maar wel de woordvoerders van de vorige debatten.
Deze bedrijven hebben zich bereid verklaard om het publieke belang van de
energiesector te versterken en de internationale expansiedrift die zij hadden,
te beteugelen. Ik constateer met het kabinet dat er van die beloftes eigenlijk
niets is overgebleven. Ik vind dat dit argument moet worden meegewogen door
de Kamer. Mijn fractie doet dat, en het zou mij een lief ding waard zijn als
ook andere fracties zich daarvan iets aantrokken.</al>
        <al>Een vierde opmerking is dat ik blij ben met het initiatief van de minister,
aangemoedigd door de goede ideeën van de heer Van Driel, om ervoor te
zorgen dat de commerciële onderdelen van de energiebedrijven meer oog
krijgen voor hun publieke verantwoordelijkheid. Het voorbeeld van de heer
Van Driel over het investeren in Amsterdam in relatie tot het investeren in
het buitenland spreekt boekdelen. Ik ben het van harte met hem eens. Eigenlijk
zouden wij een beweging op gang moeten brengen om dit om te draaien. Naar
mijn oordeel heeft de minister dit omarmd. Ik complimenteer haar daarmee en
moedig haar aan om ermee verder te gaan.</al>
        <al>Ik spoor de minister ook aan om niet te lang te wachten met het slaan
van het KB en met de inwerkingtreding ervan. Het wetsvoorstel is aangenomen,
er zijn goede argumenten en het heeft absoluut geen zin om hierover nog langer
te twijfelen. Ten slotte ben ik benieuwd welk konijn de CDA-fractie nog uit
de hoge hoed tovert. Ik wacht het met grote belangstelling af.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Voorzitter. Ik dank de minister zeer hartelijk voor haar uitvoerige beantwoording
van de diverse vragen en voor de wijze waarop zij met een aantal van ons het
debat heeft willen voeren. Op het punt van de reciprociteit blijven wij met
de minister van mening verschillen. Een Nederlands speelveld
is wel erg klein in een Noordwest-Europese energiemarkt. Wij zijn niet overtuigd
door de brief van 7 juni met betrekking tot de risico's die worden gelopen
met het onafhankelijk netbeheer.</al>
        <al>Dan sluit ik nu aan bij de vraag: hoe nu verder? De minister is daarop
uitvoerig ingegaan. De minister vertelt dat er begin 2008 een energierapport
verschijnt over allerlei heel interessante thema's, zoals de ontwikkeling
van de Noordwest-Europese markt. Ook zal aandacht worden besteed aan het publieke
aandeelhouderschap. Wij zouden daar het liefst op wachten, want volgens de
minister bevat het rapport belangrijke informatie. Laten wij echter ook onze
zegeningen tellen. De minister heeft aangekondigd een regiegroep in het leven
te zullen roepen, waarin zij met de aandeelhouders wil spreken over de thema's
die ook voor de CDA-fractie belangrijk zijn: duurzaamheid, voorzieningszekerheid
en credit rating. Naar ons oordeel is dit een prima initiatief.</al>
        <al>Ook een prima initiatief is, het mogelijk maken dat andere aandeelhouders
in het publieke domein aandeelhouder zouden kunnen worden van de eventueel
afgesplitste netbedrijven. De minister noemt de BNG, maar ik neem aan dat
in dezelfde range ook de Waterschapsbank valt, waarvan 100% van de
aandelen in het bezit is van de overheid. Misschien kan zij daarop nog even
ingaan.</al>
        <al>In mijn bijdrage heb ik erop gewezen dat wij in de WON hebben bepaald
dat de vette netbeheerder er moest komen. Ook de CDA-fractie steunde dit van
harte: Het beheer van het hoogspanningsnet berust bij TenneT. Daarnaast is
de netbeheerder gecreëerd. Ik heb aandacht gevraagd voor het gelijklopen
in verband met de ingewikkelde reorganisatieprocessen. Ik vind het plezierig
dat de minister heeft toegezegd dat zij dit zal bezien.</al>
        <al>Ik heb de minister gevraagd om een datum te noemen. Daarover hebben wij
een klein interruptiedebatje gevoerd. Zij zei dat het eerder op mijn weg lag.
Alles overziende, constateer ik dat de minister een zorgvuldig implementatietraject
wil ingaan, zoals ook haar voorganger het uitdrukte. Er zijn vele zaken die
meer dan secuur geregeld moeten worden. Over deze processen kan niet lichtvaardig
worden gedacht, in de trant van: dat doen wij even. Ik heb ooit gesproken
met de directeur van Intergas in Eindhoven, die ik toevallig goed ken. Hij
heeft het proces van splitsing meegemaakt. Het is een betrekkelijk kleine
vennootschap, maar het proces heeft ongelooflijk veel energie gekost. De minister
gaat serieuze gesprekken voeren met de aandeelhouders en de regiegroep om
te komen tot een uitstekende borging van het publieke belang, maar ook om
in de gaten te houden of de credit ratings gesauveerd kunnen worden. Wij denken
dat het verstandig is om daarvoor een ruime periode te nemen. De minister
heeft er terecht op gewezen dat je het KB kunt slaan op een bepaalde datum,
maar dat vervolgens de datum van inwerkingtreding later kan zijn. Daarna treedt
artikel VIII van de WON in werking, waarin een termijn staat van twee jaar
en zes maanden. Wij blijven bij de uitgangspunten die wij hadden; dat zal
de minister ons niet euvel duiden. Dit dossier moet echter ook een keer op
een fatsoenlijke manier worden afgesloten, zowel in het publieke belang, als
in het belang van de energiemaatschappijen. Ook voor ons als medewetgever
is dit van belang. Er is een bepaalde periode nodig om een en ander zorgvuldig
te doen. Het slaan van het KB zal waarschijnlijk deze zomer gebeuren. In het
concept van de minister stond 1 augustus, maar daar zal zij wel niet
heel erg "wettisch" in zijn; het kan ook op 1 september. Dat
is allemaal ook niet zo interessant. Veel interessanter is natuurlijk de inwerkingtreding.
De minister noemt in haar brief vrij streng een termijn van vier weken. Die
loopt vandaag of morgen af. Ik ken de minister echter ook als een redelijk
mens, dus ik ga ervan uit dat wij, als wij er vanavond niet helemaal uitkomen,
niet direct worden geconfronteerd met de mededeling dat wij de termijn van
vier weken hebben overschreden en dus over tijd zijn. Dat is niet de bedoeling.
Ik hoop dat de minister mij dat wil bevestigen. Ik geef de minister als datum
van inwerkingtreding van het KB ter serieuze overweging 1 juli 2009,
zodat het groepsverbod uiterlijk 31 december 2011 moet zijn nageleefd.
Ik wacht gaarne haar reactie af.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Schouw</naam>
          <partij>D66</partij>
        </wie>
        <al>Wat de heer Doek zegt over zorgvuldigheid is mij duidelijk, maar wat is
nu toch de reden dat hij kiest voor 1 januari 2009? Help mij, want ik
tast echt in het duister.</al>
        <al>De heer Doek heeft niet het exclusieve recht op het noemen van data. Ik
doe daarom ook maar een duit in het zakje: wat mij betreft vindt de inwerkingtreding
zo snel mogelijk na de zomervakantie plaats.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Ik geloof niet dat ik op deze opmerking hoef te reageren.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Schouw</naam>
          <partij>D66</partij>
        </wie>
        <al>Ik maakte twee opmerkingen. Op de tweede hoeft de heer Doek inderdaad
niet te reageren, maar op de eerste wel. Ik vroeg hem namelijk welke rationele
argumenten hij heeft voor zijn keuze van 1 januari 2009. Ik hoop dat
hij daarover meer kan zeggen dan: zaken kosten veel tijd als ze ingewikkeld
zijn.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>De onderbouwing is simpel. Als wij een latere datum kiezen moet de minister
met een wetswijziging naar de Tweede Kamer. Artikel VIII kent immers een termijn
van twee jaar en zes maanden en die termijn moet dan worden opgerekt. Dat
lijkt mij geen goede optie. Als de minister mijn suggestie overneemt, houdt
zij alles in eigen hand. Al met al suggereer ik de minister om een termijn
van ongeveer vier jaar in acht te nemen. Wij spreken over geïntegreerde
bedrijven die vaak meer dan honderd jaar bestaan. Een termijn van vier jaar
overschrijdt dan ook noch absoluut noch relatief het abnormale.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Reuten</naam>
          <partij>SP</partij>
        </wie>
        <al>Voorzitter. Ik ken de mores van dit huis nog niet. Ik permitteer mij desondanks
een opmerking over de inbreng van mevrouw Kneppers. Het lijkt mij vooralsnog
niet passend dat zij dit debat typeert als het opvoeren van een show, omdat
ik ervan uit dacht te mogen gaan dat wij hier argumenten uitwisselen. Bovendien
is de motie-Doek/Sylvester ook ondertekend door de fracties van de VVD en
D66, hoewel ik nu begrijp dat de heer Schouw de motie anders interpreteert.</al>
        <al>Aan het voorgenomen besluit van de minister liggen geen EU-verplichtingen
ten grondslag. Zij schreef dat al in haar brief en heeft dat vanavond herhaald.
De argumenten die betrekking hebben op onzekerheden, risico's en feitelijke
internationale bewegingen van de betrokken bedrijven, waren ten tijde van
de indiening van de motie in 2006 bovendien bekend. Ik constateer
verder dat er geen dreigingen zijn die op dit moment nopen tot inwerkingstelling.
De minister heeft daarvoor in ieder geval geen argumenten naar voren gebracht.
Met het oog hierop ziet mijn fractie – ik zeg maar hardop wat de heer
Doek bedoelt – geen reden om de inhoud van de motie-Doek/Sylvester niet
gestand te doen.</al>
        <al>Ik ben het met de minister eens dat het van belang is om het publieke
belang van het net te borgen. De huidige wet biedt echter al garanties voor
die borging, ook in het geval bedrijven in moeilijkheden komen. De minister
kan dan namelijk op grond van de artikelen 93 en 94 van de Elektriciteitsnet
het net veiligstellen.</al>
        <al>Wij hebben hierover al even van gedachten gewisseld, maar ik houd toch
vast aan mijn stelling dat de inwerkingstelling een ongelijk speelveld creëert.
De inwerkingstelling is dus in strijd met het doel dat de minister in de brief
uiteen heeft gezet. Het is zelfs contra de bedoeling van de wet. Het creëren
van een ongelijk speelveld is ook in strijd met de wens om de markt te liberaliseren
en dat was wel de achterliggende idee bij de wet. Dat ongelijke speelveld
geldt de periode dat de minister vooruitloopt op de EU-regelingen die hiervoor
in het leven zullen worden geroepen. De Nederlandse bedrijven verkeren in
die periode in een ongelijke positie ten opzichte van bijvoorbeeld Duitse
en Franse bedrijven. Is dat soms de expliciete bedoeling van de minister?
Zo niet, is de minister het dan met mij eens dat deze ongelijkheid een implicatie
is van het Koninklijk Besluit? De vier bedrijven die thans nog publiek eigendom
zijn, moeten dan immers onder slechtere voorwaarden dan hun buitenlandse collega's
gaan concurreren.</al>
        <al>De inwerkingstelling gaat verder in tegen het belang van de lagere overheden
die aandelen van energiebedrijven in bezit hebben. Het verbaasde mij dan ook
dat de minister een dichotomie aanbrengt tussen de rijksoverheid en de lagere
overheden. Wat is het staatsrechtelijke en politieke oordeel van de minister
hierover?</al>
        <al>De minister is niet ingegaan op mijn vraag in eerste termijn over de oligopolide
markt. Ik neem aan dat zij het met mij eens kan zijn dat er in Nederland en
andere EU-lidstaten, gegeven het aantal aanbieders, de facto sprake is van
een oligopolide situatie. Als de fusies goed op gang zijn gekomen, worden
wij zelfs geconfronteerd met een Europese oligopolide markt. Na die fusies
blijft immers slechts een beperkt aantal bedrijven over om ons, maar ook Spanje
en Portugal, te bedienen. Willen wij dat? Het antwoord zal zijn: daar hebben
wij de NMa voor op Nederlands niveau en op Europees niveau de overeenkomstige
mededingingsautoriteit. De minister weet echter net zo goed als ik dat het
ontzettend moeilijk is om een feitelijk kartel juridisch hard te maken. Anders
zullen anderen haar daarover informeren. Als je dat niet juridisch hard kunt
maken, hebben de Nederlandse en de Europese burgers te maken met de prijsstelling
van de desbetreffende bedrijven.</al>
      </spreker>
      <voorz nw="nee">
        <al>Wilt u afronden?</al>
      </voorz>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Reuten</naam>
          <partij>SP</partij>
        </wie>
        <al>Voorzitter. Goed. Het idee van een regiegroep vinden wij te vrijblijvend.
Het is een goed idee, maar praten zonder inzet heeft geen zin. Wat willen
wij in die regiegroep gerealiseerd zien? Welnu, dat is aandringen bij bedrijven
op niet-vervreemding; als er toch een voornemen tot vervreemding van aandelen
is, moeten die aandelen in de eerste plaats bij voorkeursrecht worden gegund
aan andere overheidsorganen; overleg met pensioenfondsen over het verstrekken
van leningen aan overheidsorganen die de desbetreffende aandelen willen opkopen.</al>
        <al>Ten slotte dringen wij er bij de minister op aan dat zij, voordat het
KB geslagen wordt, eerst overlegt met de betrokken bedrijven over een convenant
waarmee de gewenste zekerheden gegarandeerd worden.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Laurier</naam>
          <partij>GroenLinks</partij>
        </wie>
        <al>Mevrouw de voorzitter. Ik dank de minister voor de beantwoording van de
vragen in eerste termijn.</al>
        <al>In mijn inbreng heb ik mij geconcentreerd op de veranderingen van de huidige
situatie ten opzichte van de behandeling in november, waarbij een motie is
aangenomen. In haar antwoord heeft de minister verwezen naar de algemene redenering
van de risico's van splitsing. In eerste termijn heb ik aangegeven dat ook
wij oog hebben voor die redenering, maar dat er nog geen concrete aanleidingen
zijn aangegeven. Als ik de minister goed heb begrepen, heeft zij in feite
twee dingen gezegd: het verschil in de uitlatingen tussen de brieven van oktober
en november en de verwoorde ambities bij de aankondiging van de fusie tussen
Nuon en Essent enerzijds en de Belgische overname van Delta anderzijds. Hiermee
wordt de heer Schouw op zijn wenken bediend. Voorts heeft de minister gesproken
over de weigering van Delta naar aanleiding van het verzoek van de minister,
in het licht van de aangenomen motie, om de aankoop van het Belgische afvalverwerkingsbedrijf
te heroverwegen. Dit zijn voor ons een aantal heldere punten, naar aanleiding
waarvan je kunt zeggen: het licht stond niet op rood, maar in ieder geval
wel op oranje. Mijn fractie heeft dus de neiging om de minister op dit punt
te volgen.</al>
        <al>In de antwoorden van de minister hebben wij toch nog wat knelpunten gevonden.
Zo spreekt de minister over het gelijke speelveld, maar dat is een gelijk
Nederlands speelveld waar gesplitste bedrijven actief zijn. Als ik het goed
begrijp, kunnen buitenlandse geïntegreerde bedrijven daar ook actief
zijn. Als een buitenlands geïntegreerd bedrijf een Nederlands gesplitst
bedrijf overneemt, blijft die toegang tot dat speelveld gewoon bestaan. Wij
zijn benieuwd hoe de minister dat verschil, dat er toch in zit, interpreteert.</al>
        <al>Als wij het toch over Europa hebben, merk ik op dat de discussie gaat
over ontvlechting met de distributienetten. In Europa is men pas aan de transportnetten
toe, maar die stap heeft Nederland al gezet. Nederland neemt dus als het ware
al een volgende stap. Dit betreft toch wel twee verschillende snelheden in
Europa. Ik ben benieuwd hoe de minister hier tegenaan kijkt.</al>
        <al>De vorige spreker heeft er ook op gewezen dat splitsing consequenties
voor publieke aandeelhouders heeft. Splitsing brengt gemeenten en provincies
namelijk in een specifieke positie. De minister kan zeggen dat de Wet Filo
niet verhindert dat men de aandelen in eigendom houdt. Volgens mij is de discussie
toch wel complexer, zeker gezien de gevoeligheid, wanneer lagere overheden
ook dat soort belangen hebben in commerciële activiteiten. Mij is het
niet helemaal duidelijk in hoeverre de minister daarover met de betrokkenen
al overlegd heeft. Of is dit een onderdeel van het overleg met de regiegroep
dat dit najaar gepland is?</al>
        <al>Tot slot iets over de cross border lease. De minister zei dat dit eigenlijk
privaatrechtelijke overeenkomsten zijn en dat de nationale overheid daar buiten
staat. Het is iets tussen de betrokken partijen in de privaatrechtelijke overeenkomst.
De motie-Doek/Sylvester lees ik echter toch iets anders. Als een van de redenen
om het besluit voorwaardelijk te maken, wordt in de motie gevraagd om toch
helderheid te verschaffen over de grote risico's over de cross border leases.
Mag ik uit het antwoord van de minister opmaken dat zij daarin voor haar geen
taak weggelegd ziet? Hoe moet ik dat zien in het licht van het feit dat de
vorige minister van Economische Zaken dit omarmd heeft?</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Van den Berg</naam>
          <partij>SGP</partij>
        </wie>
        <al>Voorzitter. Het is een spannende dag voor deze Kamer: de minister als
een rots in de branding. Ik wil haar namens de fracties van de ChristenUnie
en de SGP hartelijk dank zeggen voor de beantwoording.</al>
        <al>Een aantal vragen is goed beantwoord, dus daar kom ik niet meer op terug.
De minister heeft volkomen gelijk als zij zegt dat het wetsvoorstel tot stand
is gekomen, mede omdat de motie de splitsing voorwaardelijk maakt. De motie
is een politiek gegeven. De heer Schouw was het even vergeten, maar in het
vorige debat hebben wij zo geprobeerd om de wet er heel zorgvuldig door te
krijgen. Daaraan waren wel duidelijk voorwaarden verbonden. Zoals gezegd,
is die motie er.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Schouw</naam>
          <partij>D66</partij>
        </wie>
        <al>Ik weet niet precies wat u hiermee bedoelt, maar de motie was niet voorwaardelijk
voor de invoering van de hele wet. De wet is gewoon geaccepteerd; alleen een
element is aangehouden. En daar gaat de motie over.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Van den Berg</naam>
          <partij>SGP</partij>
        </wie>
        <al>Ik maakte mijn opmerking om u even scherp te maken. Dat is meestal niet
nodig, maar ik dacht dat het geen kwaad kon aan het eind van de avond. Mijn
actie blijkt succesvol te zijn.</al>
        <al>Voorzitter. Bij alles wat er gewisseld is, betreuren wij het dat de minister
voor het slaan van het KB geen feiten noemt. Wat zij heeft gezegd, gaat volgens
ons niet over feiten. Misschien kan de minister hier wat nader op ingaan.</al>
        <al>De collega van de SP heeft herhaald dat er straks toch geen sprake is
van een gelijk speelveld. Dat heeft onherroepelijk grote consequenties. Wij
willen hier nogmaals op wijzen.</al>
        <al>Voor een aantal problemen geldt dat ze zichzelf oplossen als de tijd vordert,
zoals dat van de CBL's. Dat zijn aflopende zaken, dus wij steunen het pleidooi
voor een langere termijn, voor zorgvuldigheid, omdat die problemen dan vanzelf
opgelost worden door het verstrijken van de termijnen, zonder dat er financiële
problemen voor de bedrijven ontstaan. Maar uiteindelijk betalen de burgers
van dit land het gelag, want het geld zal ergens vandaan moeten komen, en
dat geldt ook voor de bedrijven in dit land. Ik waag mij dus niet aan een
wedstrijdje in woordspelingen over hoe lang het moet duren, maar wij vragen
als zeer redelijke politieke partijen om een termijn waarbij de nodige zorgvuldigheid
in acht genomen kan worden. En de minister kan dan wel schatten hoe lang die
termijn moet zijn.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Schouw</naam>
          <partij>D66</partij>
        </wie>
        <al>Voorzitter, nog even een vraag aan de heer Van den Berg, omdat hij ook
namens een van de coalitiefracties spreekt. Ik heb begrepen dat hij vindt
dat het in de eerste plaats aan de minister is om een termijn te bepalen,
dat het aan haar is om aan te geven wat zij zorgvuldig vindt. Hij zal haar
keuze volgen, omdat het om een ministeriële verantwoordelijkheid gaat,
zo begrijp ik.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Van den Berg</naam>
          <partij>SGP</partij>
        </wie>
        <al>Dat is natuurlijk staatsrechtelijk juist, maar ik heb gepleit voor een
zorgvuldige termijn en ik heb ook gezegd dat sommige problemen zich dan vanzelf
zullen oplossen, zoals de CBL-problematiek. Ik heb gepleit voor grote zorgvuldigheid,
omdat wij belang hechten aan een betrouwbare overheid. Dat was de rode draad
in onze bijdrage in eerste termijn. Ook de voorganger van de minister heeft
goede afspraken met het bedrijfsleven gemaakt, er is iets in gang gezet en
dan moet de overheid betrouwbaar blijven. Dat bedoel ik met een zorgvuldige
termijn.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Mevrouw</aanspr>
          <naam>Kneppers-Heijnert</naam>
          <partij>VVD</partij>
        </wie>
        <al>Ik hoor steeds dat de termijn verlengd moet worden vanwege de cross border
leases, maar er zijn al bedrijven gesplitst, onder andere in de buurt van
Eindhoven, waarbij cross border lease geen enkele rol heeft gespeeld. Bovendien
behouden Amerikaanse bedrijven een claim op de netwerkbedrijven, maar volgens
mij worden die alleen maar kredietwaardiger, dus denk ik dat die claim gewoon
betaald zal kunnen worden.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Van den Berg</naam>
          <partij>SGP</partij>
        </wie>
        <al>Dat veronderstelt u, ik denk dat het wat ingewikkelder is. De tijd zal
het leren, het kan in ieder geval geen kwaad om te pleiten voor een zorgvuldige
termijn, omdat dan sommige problemen zichzelf oplossen. Dit moet zelfs de
VVD aanspreken, die toch ook bekend staat als een partij die zuinig met de
centen wil omgaan...</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Van Driel</naam>
          <partij>PvdA</partij>
        </wie>
        <al>Mevrouw de voorzitter. Ik dank de minister voor haar uitgebreide antwoorden
en voor het duidelijk maken van haar positie in deze kwestie. Al is er nog
maar één termijn helemaal achter de rug, dit debat heeft veel
duidelijk gemaakt, onder andere dat reciprociteit in Europa niet geldt. Dat
was een duidelijke uitspraak. Impliciet zegt de minister daarmee dat wij ervoor
moeten zorgen dat de netwerken hier blijven. Maar volstaan met de uitspraak
dat wij daar nu voor gaan ijveren en erop gokken dat het dan wel zal werken,
is toch meer hopen dan dat wij al een vogel in de hand hebben. Mijn fractie
vindt dit wel teleurstellend, je merkt ook dat veel leden van deze Kamer het
zouden betreuren als de commerciële takken in handen van buitenlandse
partijen kwamen. Velen zeggen dat het goed zou zijn om de aandelen daarvan
in publieke handen te laten blijven.</al>
        <al>Nu zal de minister zeggen dat zij die aandelen niet heeft en dat zij er
ook niet tegen is dat de lagere overheden ze houden, zodat ik niet bij haar
moet zijn. Dat kan ik me wel voorstellen, maar toch doe ik een beroep op haar.
Zij heeft gezegd dat zij samen met Justitie zal bekijken in hoeverre de macht
van de aandeelhouders versterkt kan worden. Dit juichen wij zeer toe. De minister
heeft ook gezegd dat de regering de regierol op zich zal nemen;
ook dat juichen wij toe. Ik zou wel graag zien dat zij hier wat nader op ingaat.
Hoe stelt zij zich dit voor? Hoe nadrukkelijk is zij bereid en in staat om
deze rol te spelen?</al>
        <al>De minister heeft ook gezegd dat de BNG hierbij een rol kan spelen; de
heer Doek noemde in dit verband de Waterschapsbank. Ik vond dat de minister
de pensioenfondsen iets te snel afwees omdat dit andersoortige organisaties
zouden zijn. Maar de pensioenfondsen hebben hier misschien wel belangstelling
voor, want zij zoeken ook altijd goede investeringsmogelijkheden. De minister
zou dan ook in ieder geval eens kunnen proberen om de pensioenfondsen te overreden.</al>
        <al>Nu is het voor ons toch nog de vraag of de aandelen niet te snel in handen
van buitenlandse partijen of van private equity-clubs komen, als gemeenten
daarvan af willen; ik noemde de gemeenten Renkum en Katwijk als voorbeelden.
Moet de conclusie niet zijn dat de regering kan kiezen tussen zelf een rol
spelen om de aandelen in publieke handen te houden – ik heb dit een
last resort genoemd – en toe te zien terwijl de aandelen vervreemd worden,
in handen komen van buitenlandse partijen of van clubs die wij niet graag
zouden zien beschikken over alle aandelen van productiebedrijven? Als dit
de keuze was, zou de minister hier in het kabinet voor moeten waarschuwen.
Dan zou zij het kabinet de vraag moeten voorleggen of de regering toch niet
iets meer wil doen dan het op zich nemen van de regierol en hopen dat de positie
van de aandeelhouders versterkt zal worden. Moet de regering er dan niet voor
kiezen om toch een rol te spelen, ook al zou het misschien "contre coeur"
zijn? De minister zou er met de lagere overheden over kunnen overleggen, voorkeursrechten
aan de rijksoverheid af te staan. Zij hoeft hiervoor niet actief te gaan werven,
integendeel, maar mocht de genoemde keuze zich voordoen, dan is mijn keuze
snel gemaakt. Ik dring er dan ook op aan dat de regering zich hier eens over
uitspreekt.</al>
        <al>Over de termijnen is al het een en ander gezegd, ik laat het daar maar
bij. Het invoeren van de vette netbeheerder hoeft overigens wat ons betreft
niet uitgesteld te worden tot na 2008. Maar mocht het KB wat later van kracht
worden – nogmaals, ik volg de keuze van de heer Doek – dan hoop
ik wel dat de minister snel met de bedrijven zal overleggen over het standstillbeginsel,
want anders ontstaat er ook wat ons betreft een nieuwe situatie. Het wordt
een proces van vier jaar en die tijd heeft de minister misschien ook wel hard
nodig, want het is ingewikkeld genoeg. Ik zou het dan ook wel op prijs stellen
om met enige regelmaat een rapportage te ontvangen, opdat wij er nog eens
over kunnen praten.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Koffeman</naam>
          <partij>PvdD</partij>
        </wie>
        <al>Voorzitter. Ik dank de minister voor het beantwoorden van de vragen. Het
is jammer dat de fracties van D66 en de VVD zo fulmineren tegen het voortschrijdende
inzicht bij de andere fracties, vooral omdat de breedte van dit inzicht veeleer
tot nadenken dan tot afkeuring zou moeten leiden. Er zijn nieuwe ontwikkelingen
die bij het vervaardigen van het wetsvoorstel nog niet te voorzien waren.
De meeste aandeelhouders willen helemaal niet van hun aandelen af. Wij weten
inmiddels dat consumenten in problemen komen door hoge energierekeningen.
De consequenties van mogelijke schadeclaims in verband met de cross border
leases zijn nog steeds niet te overzien. Er is in Noord-Brabant al iets gebeurd,
maar in andere gevallen weten wij de afloop echt nog niet. Het debat over
klimaatproblemen is van recenter datum en daarmee ook de behoefte om meer
invloed te houden op de eigen energievoorziening. Dat wordt niet opgelost
door uit te stellen tot 1 juli 2009. Het is jammer dat CDA en PvdA gaande
de avond een stuk milder lijken te worden over het voorstel; niet door een
wachtkamerregeling, maar door splitsing in de huidige omstandigheden fundamenteel
opnieuw aan de orde te stellen. Niemand verplicht Nederland tot splitsing,
zegt de minister. De nieuwe omstandigheden nodigen uit tot een "no regretscenario".
Er is dus alle reden om onomkeerbare stappen niet alleen uit te stellen, maar
ook om het voornemen tot splitsing opnieuw tegen het licht gehouden. Een regiegroep
zal niet meer dan een lapmiddel zijn voor een voornemen dat meer revisie behoeft
dan dat.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Schouw</naam>
          <partij>D66</partij>
        </wie>
        <al>De heer Koffeman sprak mij aan; daarom spreek ik hem ook maar aan. Het
was een licht verwijt, maar toch een verwijt, alsof ik niet zou kijken naar
voortschrijdend inzicht.</al>
        <al>Ik heb gekeken naar voortschrijdend inzicht, maar dan voortschrijdend
inzicht dat betrekking heeft op het wetsvoorstel. Er is ook voortschrijdend
inzicht bij duurzame energie, de energierekening en al die andere zaken die
u noemt, die geen betrekking hebben op dit wetsvoorstel, maar die wel betrekking
kunnen hebben op het commerciële deel van de energiebedrijven. Daarover
heb ik een aantal opmerkingen gemaakt die volgens mij heel erg tegemoetkomen
aan de richting die u bepleit. Dat wil ik van mijn kant rechtzetten.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Koffeman</naam>
          <partij>PvdD</partij>
        </wie>
        <al>De oplossing die u bepleit, biedt echter geen garanties voor de mogelijkheid
om na splitsing energiebedrijven in Nederland te laten blijven. Er zijn ernstige
twijfels of na splitsing energiebedrijven nog wel een kans hebben om zelfstandig
in Nederland te functioneren. U kunt daarover een andere mening hebben, maar
verschillende deskundigen geven aan dat daarover twijfels zijn.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Mevrouw de voorzitter. In de tweede termijn heeft de Kamer concluderende
opmerkingen gemaakt. Zij heeft voorstellen gedaan en nieuwe vragen gesteld.
Ik zal proberen dit alles binnen een redelijk tijdsbestek te beantwoorden.
Tot slot zal ik ingaan op de suggestie van de geachte afgevaardigde Doek.
Hij was een van de eerste sprekers, maar daarop kom ik als laatste.</al>
        <al>Wat waar is, is waar. Deze wet is aanvaard, maar het onderdeel van de
splitsing is aangehouden. Met uitzondering van de fracties van de Partij voor
de Dieren en de SP heb ik vanavond niemand zich horen keren tegen de splitsing
als zodanig. Dat betekent dat de splitsing een feit wordt. Daarover zijn de
Tweede Kamer, de Eerste Kamer en de regering het eens.</al>
        <al>Alvorens ik over de datum van inwerkingtreding ga spreken, maak ik een
aantal andere opmerkingen. Ik wil eerst terugkomen op de opmerkingen van de
heren Reuten en Laurier over het level playing field. Ik zal dat het gelijke
speelveld noemen; anders krijg ik weer de Sofprijs. Die heb ik al eens gekregen
voor gebruik van het Engels. Ik vind één keer
genoeg. Ik heb het over de Nederlandse kleinverbruikersmarkt. Het gaat dan
om het op gelijke voorwaarden aanbieden van gas en elektriciteit door alle
binnen- en buitenlandse aanbieders aan de miljoenen consumenten in Nederland.
Ik ben het ermee eens dat het een illusie is om te streven naar een gelijk
speelveld alleen al vanwege de enorme verschillen in de huidige Europese markt.
De Nederlandse bedrijven zijn klein dat zeggen zij ook zelf. Zelfs als zij
fuseren, zullen zij gesplitst of ongesplitst, een bepaalde beperkte rol blijven
spelen. Zij willen wel die kant op. Zij willen actief worden op die markt.
De CEO's geven het aan. Ook de bedrijven zelf geven het aan. Men kan wel zeggen
dat zij het niet zo menen, maar men weet even goed als ik dat zij het wel
menen.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Reuten</naam>
          <partij>SP</partij>
        </wie>
        <al>De markt kent twee kanten: consumenten en producenten. U lijkt uitsluitend
aan de kant van de consumenten te redeneren. Het gaat nu om het gelijke speelveld.
Ik geef toe dat de Nederlandse term, die ongelukkig is, beter is dan de Engelse
term. Dus laten wij het daar maar op houden; wij weten wat ermee bedoeld wordt.</al>
        <al>Het punt is dat u door het slaan van het KB het ongelijke speelveld in
Europa creëert. Nederland is een deel van de Europese Unie en juist door
het slaan van het KB realiseert u het ongelijke speelveld. U begrijpt toch
wat ik bedoel? De Nederlandse bedrijven verkeren dan toch in een andere positie
als de Franse, Duitse of andere bedrijven, die wel geïntegreerd zijn?
U stuurt de Nederlandse bedrijven het speelveld in dat u ongelijk hebt gemaakt.
Dat is niet in overeenstemming met de grondslagen van ideeën van liberalisering.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Ik ben het niet met de heer Reuten eens. Ik heb dat in eerste termijn
aangegeven en ik heb het in tweede termijn aangegeven. Ik sta hier om samen
met u de nationale vrije beleidsruimte in publieke belangen te borgen. Het
publieke belang is het belang van het onafhankelijke netbeheer. Wat u aangeeft,
is conform de positie die de SP heeft ingenomen bij het wijzigingsverdrag
over de Europese Unie. U bent bang dat Nederland geen eigen beleid meer kan
voeren. Nederland kan een eigen beleid voeren op een aantal punten, maar dat
moet je wel aangeven en je moet je macht gebruiken waar je dat kunt. Wij kunnen
dat op dit punt door aan te geven wat een dienst van publiek belang is. Dat
is het onafhankelijke netbeheer. Dat is aan de orde. Daarmee creëer je
op de kleinverbruikersmarkt een gelijk speelveld. Daar draait het om. Het
gaat er niet om dat wij met het doorvoeren van het splitsingsbesluit een ongelijke
Europese markt creëren. Dat is niet aan de orde.</al>
      </spreker>
      <voorz nw="nee">
        <al>Mijnheer Reuten, dit is de laatste interruptie op dit punt. Het wordt
een herhaling.</al>
      </voorz>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Reuten</naam>
          <partij>SP</partij>
        </wie>
        <al>De minister zegt dat zij het niet met mij eens is, maar ik hoor geen argument.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Ik heb mijn argumenten gegeven, maar die deelt u niet. Ik deel uw argumenten
niet. Ik heb wel naar u geluisterd. Je kunt politiek van mening verschillen
over zaken. Ik wil het Nederlandse publieke belang van het netbeheer houden.
Hoe het speelveld eruit komt te zien, kan ik niet inschatten. Ik zie wel dat
er risico's zijn bij het netbeheer. Ik wil dat wij nu afspreken dat wij het
groepsverbod instellen om zo het risico te verkleinen. Ik begon zojuist met
de constatering dat de Kamer het op dat punt met mij eens is, met uitzondering
van uw fractie en die van de Partij voor de Dieren.</al>
        <al>De heer Laurier van de fractie van GroenLinks vroeg of Nederland niet
een beetje de gekke Henkie van Europa is, of Nederland niet te veel vooruitloopt
op een aantal punten. Ik zei al dat je ziet dat bedrijven bezig zijn om zich
te positioneren op de Noordwest-Europese markt. Ik wil voorkomen dat de positionering
ten koste gaat van de Nederlandse netwerken. Om die reden anticipeer ik op
marktontwikkelingen die mogelijk een negatieve invloed hebben op de Nederlandse
netwerken. Wij zijn verantwoordelijk voor de borging van het Nederlandse publieke
belang. Daarom vind ik de inwerkingtreding van het groepsverbod erg belangrijk.</al>
        <al>De heer Doek was de eerste die sprak over de regiegroep. Een aantal anderen
hebben zich daarbij aangesloten. Men moet de regiegroep niet onderschatten,
omdat daarin juist een aantal van de vragen die hier vandaag zijn gesteld,
geadresseerd en beantwoord kunnen worden. De heer Doek heeft suggesties gedaan.
Hij heeft gevraagd of de waterschappen bij de BNG kunnen. Ik zal dat bezien.
Daarvoor moet namelijk wel iets geregeld worden. Ik moet om praktische redenen
wel een slag om de arm houden. Waterschappen zijn namelijk niet in energiebanken
vertegenwoordigd. Voor de Nederlandse gemeenten geldt iets anders. Ik zal
nagaan of wij voor deze kwestie een oplossing kunnen vinden. De suggestie
vind ik in ieder geval waardevol.</al>
        <al>De heer Van Driel sprak over de pensioenfondsen. Daarmee heeft hij het
over een iets ander probleem. Dan hebben wij te maken met een private partij,
maar in het kader van de regierol zal ik dit punt wel aan de orde stellen.
Dat geldt ook voor zijn andere vraag: op welke manier en hoe nadrukkelijk
kun je de regierol blijven voeren? De heer Van Driel daagde mij uit. Ik vind
dat ik die uitdaging moet aangaan. Dus de suggesties die hij heeft gedaan,
zal ik in de discussie inbrengen.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Ik wil voorkomen dat u een onderzoek laat doen waarom ik niet heb gevraagd.
Misschien heb ik binnensmonds gesproken. Ik sluit dat op dit tijdstip van
de dag niet helemaal uit, maar ik had het niet over de waterschappen, maar
over de Waterschapsbank. Dat is iets anders.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Inderdaad. Ik heb al aangegeven dat ik uw opmerking waardevol vind. Ik
moet bij de AMvB en de ministeriële regeling over het eigendom van de
netbeheerder een aanpassing aanbrengen op het punt van de BNG. Uw opmerking
betrek ik bij die aanpassing. Daarover informeer ik u ook.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Van Driel</naam>
          <partij>PvdA</partij>
        </wie>
        <al>U zei dat u zich uitgedaagd voelde en dat u iets met mijn suggestie wilt
doen, maar dan zegt u vervolgens het punt te willen inbrengen in de discussie.
Dan daag ik u graag opnieuw uit en vraag ik u om te zeggen hoe u die regierol
echt gaat invullen. Ik vraag u dus om iets meer te doen dan alleen te zeggen:
ik neem het mee. Dat heeft vaak als politieke betekenis: de boom in.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Ik begrijp wel dat u dat zegt. Ik heb aangegeven dat ik
de regierol invul door de mensen bij elkaar te roepen en ervoor te zorgen
dat een agenda wordt opgemaakt waarop staat wat er aan de orde moet komen.
Als het enigszins kan, moeten spijkers met koppen worden geslagen en afspraken
worden gemaakt. De verantwoordelijkheid dat dat gebeurt, neem ik. De regierol
houdt in dat je mensen bij elkaar brengt. Ook de andere overheden hebben hun
eigen verantwoordelijkheden en u weet net zo goed als ik dat ik daar niet
in kan treden. Het is wel mogelijk om, gehoord de discussie in deze Kamer
en die aan de overkant, op een aantal punten aanwijzingen te geven. Ik denk
aan het publiek aandeelhouderschap. Er kan op gewezen worden waarover het
daarbij gaat.</al>
        <al>U sprak over een "last resort" met uw opmerkingen over het voorkeursrecht.
Nogmaals, ik zal daarop terugkomen bij het voeren van de regierol. U hebt
ook om rapportages gevraagd. Ik meen echter dat wij geen rapportages moeten
hebben die weer nieuwe discussies tot gevolg hebben. Echter, als u wilt dat
ik de Kamer hierover informeer, dan zal ik dat doen, evenals ik de Tweede
Kamer informeer. Misschien zult u iets missen bij het invullen van de regierol.
In dat geval hoor ik dat graag van u. Ik kan echter niet vooruitlopen op de
ontwikkelingen en u iets vertellen over wat nog geen vorm en inhoud heeft.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Van Driel</naam>
          <partij>PvdA</partij>
        </wie>
        <al>Eén vraag hebt u nog niet beantwoord. Stel dat het gaat om de keus
tussen de overheid als last resort of een particuliere partij. Wilt u laten
weten hoe het kabinet dan over die keus denkt? Zeggen wij dan: graag in buitenlandse
handen? Dat zou ik buitengewoon betreuren.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Misschien zijn er meer opties en is overname door de overheid niet de
enige. Ik wil graag het totale beeld beoordelen.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Van Driel</naam>
          <partij>PvdA</partij>
        </wie>
        <al>Maar ik heb het steeds over een last resort, dus over de situatie dat
iets anders niet lukt.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>U gaat mij te hard, want u zegt: als dat niet lukt. Misschien vindt u
dat ik weer te langzaam ga, maar laten wij eerst alles opstarten. De hele
zaak is nog niet eens op de rails gezet. Er moet nog van alles ontwikkeld
worden, maar nogmaals, u hebt niet tegen dovemansoren gesproken.</al>
        <al>Voorzitter. Dan kom ik te spreken over financiële risico's voor het
netbeheer als gevolg van commerciële activiteiten. Uit het winstenonderzoek
van DTe blijkt dat de winst van het netbeheer bijna volledig naar de holding
gaat. Dat is een feit. Dat heeft deze Kamer ook kunnen constateren. Met die
winst, de cash flow, kunnen commerciële activiteiten worden ondernomen.
Zelfs als de holding de winsten uit het net niet gebruikt, kunnen die in gevaar
komen. Uiteindelijk beslist de holding daarover. Waar het echter om draait,
is het volgende. Als de holding haar commerciële verplichtingen in het
buitenland niet zou nakomen, kunnen schuldeisers verhaal halen bij de holding.
Bij toenemende internationalisering neemt dat risico toe. De holding is namelijk
eigenaar van het net en zij staat met haar hele vermogen in voor de eventuele
schulden, dus ook met het net. Dat wordt niet voorkomen met de I&amp;I-wet.
Het net zelf wordt namelijk niet beleend. Dat is ook het vervelende ervan.
Overigens, ook uit het winstenonderzoek blijkt dat dit risico zich voordoet.
Er staat namelijk in het rapport dat blijkt dat de netbeheerders bijna hun
gehele rendement uitkeren aan de holdingmaatschappij en dat in de toekomst
in het kader van het onafhankelijk netbeheer een aandachtspunt kan ontstaan
ten aanzien van de financiering van vervangingsinvesteringen of investeringen.
Dit is dus niet iets wat ik zelf heb verzonnen. Ook mijn voorganger, de heer
Wijn heeft gezegd dat ook evident moet zijn dat geen geldstromen gereserveerd
worden voor activiteiten die met een omweg het net in gevaar kunnen brengen.
Dit heb ik dus niet gezegd. Dit zijn de woorden van oud-collega Wijn die in
de Handelingen te vinden zijn.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Waar de minister nu op wijst, doet zich voor op de plaatsen waar geen
vette netbeheerder is. Die vennootschappen hebben op het ogenblik natuurlijk
helemaal niks. Zij zijn niet actief. De netten zitten vaak nog bij de houdstermaatschappijen.
Het is dus volstrekt redelijk dat in de huidige omstandigheden de winsten
volledig worden uitgekeerd aan de holdings. Juist door het creëren van
de vette netbeheerder, waar mijn fractie geen enkel bezwaar tegen heeft, wordt
deze mogelijkheid vermeden. Dus de minister mag dit argument in de nieuwe
situatie niet meer op deze manier gebruiken.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Mevrouw de voorzitter. Volgens mij ga ik over mijn eigen argumenten, dus
die kan ik blijven hanteren. Zelfs als de vette netbeheerder een feit is,
moet er geconsolideerd worden. Dat is heel uitdrukkelijk door de bedrijven
aangegeven. Op dat punt doet zich precies het probleem voor en dat los je
niet op met de vette netbeheerder.</al>
        <al>Voorzitter. Er is ook gezegd dat wij allemaal wel wisten wat er bijvoorbeeld
in Zeeland gebeurde. In de vergadering van de staten van Zeeland van 29 september
2006 was inderdaad het voorstel van Delta NV aan de orde tot verwerving van
een meerderheidsaandeel in een Vlaams milieubedrijf. Dat is een bedrijf met
de codenaam Extra Vert, maar het schijnt, staat in het stuk voor mij, gewoon
Indaver te heten. Uiteindelijk constateert de voorzitter dat de aanwezige
leden van de fracties van GroenLinks, D66 en de VVD met uitzondering van de
heer Streng tegen het voorstel hebben gestemd. U kunt dus wel zeggen "alles
is bekend", maar uit de stukken blijkt toch dat bij die uitspraak vraagtekens
geplaatst moeten worden. Ik wil hierover niet uitweiden. Gedane zaken nemen
geen keer, maar dat neemt niet weg dat dit toch niet de manier is waarop overheden
met elkaar omgaan.</al>
        <al>Dan kom ik toe aan de beantwoording van een aantal vragen van de heer
Reuten. Ik heb al aangegeven dat ik het SP-plan betrek bij het overleg met
de regiegroep. Wat de aandelen van pensioenfondsen betreft, merk ik op dat
dit een lastig punt is. De pensioenfondsen zijn namelijk private, institutionele
investeerders. Er zou wel sprake kunnen zijn van een optie als wij het hebben
over aandelen van een commercieel bedrijf. Ik zal dit onderwerp bespreken
op de aandeelhoudersbijeenkomst.</al>
        <al>De heer Reuten zei dat het erop lijkt dat ik een dichotomie creëer
tussen rijksoverheid enerzijds en gemeenten en provincies anderzijds. Dat
is natuurlijk niet mijn bedoeling. Er gelden wel onderscheiden posities. In
het algemeen geldt dat overheden niet aan commerciële activiteiten moeten
doen. Als er op de markt meerdere spelers zijn met voldoende
aanbod, is er geen rol meer voor de overheid. Dat betekent dat het niet voor
de hand ligt dat het Rijk na splitsing commerciële bedrijven koopt van
de medeoverheden, maar ik heb aangegeven, ook in antwoord op de opmerkingen
van de heer Van Driel, dat er een aantal andere opties zijn die ik graag in
aanmerking wil nemen en die ik samen met de publieke aandeelhouders wil onderzoeken.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Reuten</naam>
          <partij>SP</partij>
        </wie>
        <al>Ik hoor hier nu een aantal keren de term commerciële bedrijven vallen.
Ik begrijp het niet. Er zijn publieke bedrijven en private bedrijven. Zowel
publieke als private bedrijven kunnen opereren op een markt. Je kunt een marktmechanisme
gebruiken om toe te delen of je kunt regels gebruiken om toe te delen, en
wellicht nog een combinatie van beide. Dus ik begrijp niet wat u nu bedoelt
met commerciële activiteiten. Publieke bedrijven kunnen opereren op een
markt.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Ik begrijp wat u bedoelt, maar de kern van de Wet onafhankelijk netbeheer
is dat je de netten in publieke handen houdt en dat je in feite het andere
deel van het bedrijf afsplitst. Dat is met name het deel van het bedrijf dat
zich toelegt op de commerciële activiteiten.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Reuten</naam>
          <partij>SP</partij>
        </wie>
        <al>Ik heb wel begrepen dat het over een splitsingswet gaat. Waar het mij
om gaat, is dat de publieke bedrijven op markten kunnen opereren. En dat doen
ze ook.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Ik begrijp heel goed wat u daarmee wilt zeggen. Wij hebben het dan over
de productiebedrijven, de distributiebedrijven. Bij het publieke aandeelhouderschap
kan het gaan om zowel het publieke deel, te weten het netbeheerbedrijf, als
het andere deel dat zich richt op commerciële activiteiten. In beide
gevallen is er een rol voor de publieke aandeelhouders. Dat is ook een punt
dat in de regiegroep en op de vergadering van degenen die aandeelhouder zijn,
aan de orde zal komen. Waar je als overheid op zowel de ene als de andere
markt actief bent, zal je aan beide kanten een aantal afspraken moeten maken.</al>
        <al>De heer Van den Berg heeft terecht aangegeven dat de motie de splitsing
voorwaardelijk maakte. Hij heeft verder gezegd dat zorgvuldigheid betracht
moet worden, waarmee ik het uiteraard eens ben.</al>
        <al>De heer Van Driel heeft gevraagd wat er gebeurt tijdens de periode voor
de einddatum van de realisering van de splitsing. Formeel is 2,5 jaar na inwerkingtreding
de splitsing nog niet definitief. Dat betekent dat men zich tot die tijd aan
alle wettelijke bepalingen moet houden. Dat is ook precies de reden waarom
ik heb aangekondigd dat ik snel kom met de AMvB financieel beheer die regels
stelt voor het goed en degelijk financieel beheer van de netbeheerder. Daarnaast
is het de bedoeling dat op basis van de WON in splitsingsplannen exact wordt
aangegeven hoe men de splitsing vorm gaat geven. In de wet staat dat dit gaat
gebeuren op basis van een ministeriële regeling. Die regeling maak ik
en ik zal er ook eisen bij stellen. Gedurende de overgangsperiode blijft het
beleningsverbod gelden. Ook de toekomstige inkomsten uit de netten mogen niet
worden beleend voor commerciële activiteiten. Ook blijft gelden dat de
netbeheerder over voldoende eigen financiële middelen moet beschikken.
Daarnaast blijft het privatiseringsverbod van kracht. Tevens ga ik ervan uit
dat de bedrijven in hun bedrijfsvoering anticiperen op de inwerkingtreding.
Die is immers na het slaan van het KB een feit. Dat is ook een verantwoordelijkheid
van de bedrijven. Ik zal er op toezien en ik zal er ook met de bedrijven in
overleg over treden.</al>
        <al>Dan de datum. De Tweede Kamer vraagt mij om het KB snel te slaan. In de
Eerste Kamer vraagt een aantal fracties mij het KB snel te slaan, terwijl
twee fracties mij vragen om het KB helemaal niet te slaan en een aantal andere
fracties mij vragen om meer tijd te nemen voor de uitwerking. Het is aan mij
om hierin nu een wijs besluit te nemen. Ik heb aangegeven bereid te zijn de
datum van definitieve splitsing en de datum van overdracht van het economisch
eigendom gelijk te trekken. Dat is overigens ook een uitgesproken wens van
de bedrijven, omdat ze dan niet twee keer behoeven te reorganiseren. Een en
ander betekent wel dat het in redelijkheid moet gebeuren. De PvdA heeft gezegd
dat dit wat haar betreft niet hoeft. De heer Doek heeft gezegd dat het aardig
is dat ik er positief op ben ingegaan, maar tegelijkertijd heeft hij gezegd
dat het wat hem betreft niet hoeft. Welnu, daar kan ik moeilijk iets mee.
Dat zijn twee verschillende signalen.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Ik denk toch dat ik verkeerd geciteerd word. Ik heb gezegd dat ik het
prettig vind dat u die ruimte geeft, maar ik heb mij er verder niet over uitgelaten
in de zin dat het niet hoeft. U legt mij dat wel in de mond maar dat heb ik
niet gezegd.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Dat heeft u niet gezegd? Het is goed dat te weten.</al>
        <al>Als wij uitgaan van gelijktrekking mag de inwerkingtreding niet te lang
op zich laten wachten. Bij gelijktrekking zal de implementatie van de vette
netbeheerder later plaatsvinden, hetgeen hogere toezichtslasten en nalevingslasten
voor de toezichthouder met zich brengt. Uitgaande van gelijktrekking kan de
datum die de heer Doek noemt niet als uitgangspunt gelden. Anders komen wij
in totaal op vierenhalf jaar na nu uit. Dat is erg lang. Ik kan mij wel voorstellen
dat je rekening moet houden met het begin van een fiscaal jaar. In eerste
instantie gaat mijn voorkeur uit naar 1 januari 2008 als datum van inwerkingtreding.
Dat betekent dat bedrijven in totaal drie jaar de tijd krijgen. Ik kan er
ook heel goed mee leven als die datum 1 juli 2008 wordt, waardoor bedrijven
in totaal drieënhalf jaar de tijd krijgen. Dat resulteert dan in de datum
van 31 december 2010. Op die manier kun je een aantal zaken samen laten
lopen. De internationale plannen zijn nu duidelijk. Het is van belang aan
te geven op welke manier wij er tijdig op anticiperen. Het startpunt voor
de gehele operatie is overigens geweest de motie-Crone van 3 april 2001.</al>
        <al>De winst van dit debat is dat in ieder geval heel helder is wat de Kamer
vindt van het slaan van het KB. De Kamer stemt ook in met het effectueren
van de splitsing en met de instelling van de regiegroep, inclusief de modificaties
die zij daarbij heeft voorgesteld, waarmee ik blij ben. Daarnaast heb ik een
aantal toezeggingen gedaan over het in overleg treden met de bedrijven en
de aandeelhouders. Verder heb ik aangegeven dat het samenlopen van het in
werking laten treden van de vette netbeheerder en het groepsverbod wat mij
betreft kan, maar dan niet op de datum die hier is genoemd. Ik zit dan echt
wel aan een eerdere datum te denken. Blijft over de datum van
de inwerkingtreding van het KB. Dat is het enige punt waarover wij het tot
nu toe niet echt eens zijn.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Reuten</naam>
          <partij>SP</partij>
        </wie>
        <al>Ik heb de minister in eerste termijn een vraag gesteld over het oligopolide
karakter van de markt, de tendens naar monopolisering Dat is belangrijk omdat
de grondslag van het beleid liberalisering is. Achter de ideeën over
liberalisering zit de neoklassieke algemene evenwichtstheorie. Aan deze theorie
is een aantal voorwaarden verbonden. Het is niet mijn idee, maar als je in
die richting werkt, moet je dat consistent doen. Een van de belangrijke voorwaarden
is dat je te doen hebt met kleine ondernemingen die op zichzelf geen machtsinvloed
kunnen uitoefenen. Aan die voorwaarde is domweg niet voldaan. Het gaat om
een beperkt aantal ondernemingen die macht uitoefenen. De vraag is dus: moet
je het wensen dat je de machtsvorming overlaat aan private marktpartijen?
In die richting wordt namelijk gewerkt met het in werking stellen van het
KB. De netten zijn dan publiek, maar op termijn zullen de productiebedrijven
worden overgenomen. Er zullen fusies op Europees niveau plaatsvinden en dan
is de consument overgeleverd aan de macht van een beperkt aantal private ondernemingen
in Europa.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Uiteindelijk kan de overheid nooit precies bepalen wie wie koopt. Wat
zij wel kan, is de kartels aanpakken en ervoor zorgen dat er geen kartels
ontstaan. In feite kom ik dan toch uit bij het punt waarop de heer Reuten
in tweede termijn doelde: hoe pak je die kartels aan. Dat is precies wat de
NMa opspoort en wat ook in Europees verband gebeurt. De heer Reuten zei dat
je die niet opspoort, maar dan wil ik toch een voorbeeld noemen, namelijk
het nog niet zolang geleden opgerolde bierkartel.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Reuten</naam>
          <partij>SP</partij>
        </wie>
        <al>Dat stond in de krant.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Maar het gebeurt. Als de heer Reuten bedoelt dat er stringenter op toegezien
moet worden dat er geen kartels ontstaan en dat ik mij daarvoor sterk moet
maken in Europa, dan heeft hij gelijk. Daarop mag hij mij ook aanspreken en
via mij ook de Raad voor het concurrentievermogen. Dat zeg ik dan ook toe,
want wij hebben er inderdaad geen enkel belang bij dat kartels ontstaan, of
nu gesplitst wordt of niet. Ik geef de heer Reuten op dat punt gelijk.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Voorzitter, voordat ik een verzoek aan u richt, vraag ik even een verduidelijking
aan de minister zodat wij elkaar goed begrijpen.</al>
        <al>Als ik de minister goed begrijp, gaat zij het verplicht stellen van de
overdracht van de economische eigendom aan het netbeheer – dus het creëren
van de vette netbeheerder – ook uitstellen tot 1 januari 2011.
Dat laat zij parallel lopen aan de definitieve laatste datum voor de splitsing.
Is dat juist?</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Ja, ik ben daartoe bereid.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Mevrouw de voorzitter, mag ik u verzoeken de vergadering te schorsen en
ons de gelegenheid te geven voor een derde termijn?</al>
      </spreker>
      <voorz nw="nee">
        <al>Wilt u de vergadering geschorst hebben voor intern beraad of zullen wij
nu overgaan tot een derde termijn? Mij is niet helemaal duidelijk wat u precies
bedoelt.</al>
      </voorz>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Ik ben wat te vlug. Ik wil graag een schorsing van tien minuten voor intern
beraad.</al>
      </spreker>
      <voorz nw="nee">
        <al>Dan schors ik de vergadering.</al>
      </voorz>
      <draad>
        <al>De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.</al>
      </draad>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>Mevrouw</aanspr>
          <naam>Kneppers-Heijnert</naam>
          <partij>VVD</partij>
        </wie>
        <al>Mevrouw de voorzitter. Ik ben mijn inbreng vanmorgen begonnen met de opmerking
dat ik hoopte dat ik de komende periode van vier jaar hier niet te vaak zou
staan om het woord te voeren terwijl dit niet nodig is. De minister heeft
de Kamer niet nodig om een beslissing te kunnen nemen. Nu hebben wij een urenlang
debat achter de rug en mijn fractie vraagt zich af wat wij nu meer bereikt
hebben dan alleen getouwtrek over de termijnen waarop de onderdelen van de
splitsing tot stand komen, terwijl het KB overeind is gebleven.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Schouw</naam>
          <partij>D66</partij>
        </wie>
        <al>Mevrouw de voorzitter. Als ik vanavond thuiskom, wordt er natuurlijk gevraagd
waarom ik zo laat ben. Dan antwoord ik: een derde termijn. Nou, zegt dan degene
die thuis op mij wacht, een derde termijn, dat is me wat. Het was zeker heel
erg spannend? Ik weet nu nog niet wat ik daarop moet antwoorden. Misschien
beaam ik het en zeg ik: het was heel erg spannend, of misschien vraag ik wel
een vierde termijn aan opdat een van de aanwezigen in deze zaal deze nacht
kan bijschrijven in het statuut van de nachten van belangrijke politici.</al>
        <al>Het konijn van de heer Doek is een heel lange voorbereidingstijd, begrijp
ik nu. Dit vind ik een vondst. Fantastisch. Als daarmee de verdere implementatie
van dit wetsvoorstel geholpen is, is dit hartstikke goed. Ik breng nogmaals
in herinnering dat de wet is aangenomen. Het enige dat nog ter discussie staat,
is de invoeringstermijn. Als die twee en een half jaar moet duren, drie jaar
of zelfs drie en een half jaar, wijs ik erop dat de minister daarin een eigen
verantwoordelijkheid heeft. Als zij een termijn noemt en die voor haar verantwoordelijkheid
neemt, vinden wij dit genoeg.</al>
        <al>Wij hebben geen behoefte aan verder soebatten over deze kwestie. Er is
al genoeg gezegd. Wij hebben ook geen enkele behoefte aan een motie op welk
punt dan ook. Het enige dat aan de orde is, is de termijn van invoering. Daarover
hebben wij een duidelijk antwoord gekregen. Wij danken de minister er hartelijk
voor. Wij hopen dat wij dit debat voor twaalf uur kunnen afronden opdat niemand
zijn eigen nachtje kan krijgen.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Mevrouw de voorzitter. Wij hebben goed naar de minister geluisterd. De
minister heeft een groot probleem als wij de inwerkingtreding van het KB opschuiven
naar 1 juli 2009 om het parallel te laten lopen met de creatie van de
vette netbeheerder. Zij vindt die periode wat al te ruim. Om die reden dringt
mijn fractie niet langer aan om dit gelijk te trekken aan de
datum die wij hebben genoemd, namelijk 1 juli 2009.</al>
        <al>Om het kort te houden, heb ik de eer u een motie aan te bieden, ondertekend
door de leden Doek, Van Driel, Van den Berg, Sylvester en De Vries.</al>
        <motie>
          <voorz nw="nee">
            <al>Door de leden Doek, Van Driel, Van den Berg, De Vries en Sylvester wordt
de volgende motie voorgesteld:</al>
            <witreg></witreg>
            <al>De Kamer,</al>
            <witreg></witreg>
            <al>gehoord de beraadslaging,</al>
            <witreg></witreg>
            <al>overwegende dat de Kamer op 21 november 2006 met algemene stemmen
de motie van de leden Doek en Sylvester heeft aangenomen;</al>
            <witreg></witreg>
            <al>overwegende dat deze motie de regering oproept om een besluit tot effectuering
van een splitsing niet te nemen dan nadat duidelijk is dat de Europese Unie
zal overgaan tot het vaststellen van een dergelijke richtlijn en ten aanzien
van zware risico's met betrekking tot de cross border leasecontracten is voorzien,
tenzij het publiek en onafhankelijk netbeheer in gevaar komt;</al>
            <witreg></witreg>
            <al>overwegende dat de argumenten in de brief van 7 juni 2007 van de
minister van Economische Zaken inzake de Wet onafhankelijk netbeheer het besluit
om de bepalingen die het groepsverbod regelen op korte termijn in werking
te stellen, niet rechtvaardigen;</al>
            <witreg></witreg>
            <al>overwegende dat de splitsing van de bedrijven een zeer ingrijpende operatie
is die onder meer invloed heeft op de credit rating van de betrokken bedrijven;</al>
            <witreg></witreg>
            <al>overwegende dat de splitsing van de bedrijven grote nadelige financiële
gevolgen kan hebben in verband met de afgesloten cross border leasecontracten;</al>
            <witreg></witreg>
            <al>overwegende dat de regering stappen zal ondernemen om het publieke belang
te borgen door onder meer de regiefunctie ten aanzien van de huidige publieke
aandeelhouders vorm te geven;</al>
            <witreg></witreg>
            <al>stemt in met het slaan van het betreffende Koninklijk Besluit en roept
de regering op, het tijdstip van de inwerkingtreding te bepalen op 1 juli
2009,</al>
            <witreg></witreg>
            <al>en gaat over tot de orde van de dag.</al>
            <witreg></witreg>
            <al>Zij krijgt N (<vetnr>30212</vetnr>).</al>
          </voorz>
        </motie>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Schouw</naam>
          <partij>D66</partij>
        </wie>
        <al>Voorzitter. Het kan zijn dat ik het verkeerd heb genoteerd, maar is het
een onderdeel van de tekst dat de ondertekenaars op dit moment de splitsing
niet rechtvaardigen?</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Er wordt overwogen dat de argumenten gebruikt in de brief van 7 juni
2007 het besluit om de bepalingen die het groepsverbod regelen op korte termijn
in werking te stellen niet rechtvaardigen.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Mevrouw</aanspr>
          <naam>Kneppers-Heijnert</naam>
          <partij>VVD</partij>
        </wie>
        <al>Wat betekent het dat de heer Doek instemt met het slaan van het KB?</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Ik dacht dat de discussie de hele dag al ging over het besluit dat de
minister ons heeft voorgelegd om het KB te slaan. Volgens mij ging het daarover,
maar misschien ben ik bij een ander debat aanwezig geweest. Wij hebben heel
helder gemaakt dat wij dit, gezien de risico's, op dit ogenblik niet opportuun
vinden op korte termijn. Wij zien ook dat door het verloop van de tijd en
de goede initiatieven van deze minister waarschijnlijk alles in goede banen
geleid zal kunnen worden, maar dan moet er wel een behoorlijk implementatietraject
komen. De regiegroep onder leiding van deze minister zal dit ongetwijfeld
tot stand weten te brengen.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>Mevrouw</aanspr>
          <naam>Kneppers-Heijnert</naam>
          <partij>VVD</partij>
        </wie>
        <al>De Eerste Kamer gaat helemaal niet over het slaan van een KB. Daarmee
ben ik begonnen, daarmee ben ik geëindigd en daar zijn wij nu de hele
dag al over bezig.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Vanochtend heb ik bij interruptie uitgelegd dat de CDA-fractie niet in
twijfel trekt dat dit het recht is van de minister, maar de Eerste Kamer heeft
nog altijd een controlerende taak en ons is overleg toegezegd over dit besluit.
Welnu, dit overleg over het slaan van het KB heeft ertoe geleid dat de drie
regeringsfracties op zich geen bezwaar hebben, als er maar een langere termijn
in acht wordt genomen.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Schouw</naam>
          <partij>D66</partij>
        </wie>
        <al>Voor mijn goede begrip: een motie is prima, maar het is volgens mij een
advies van de ondertekenende partijen aan de minister. De fracties in de Tweede
Kamer hebben een wat ander advies aan de minister gegeven en de collega's
in het kabinet hebben weer een ander advies aan de minister gegeven. Het advies
van mijn fractie is ook helder. Maar de heer Doek zal het met mij eens zijn
dat het geen wet van Meden en Perzen is dat een minderheid een opvatting kan
opleggen aan een meerderheid.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Doek</naam>
          <partij>CDA</partij>
        </wie>
        <al>Ik ben er nog niet van overtuigd dat het een minderheid in deze senaat
betreft. Laten we de stemming van volgende week dinsdag maar rustig afwachten.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Van Driel</naam>
          <partij>PvdA</partij>
        </wie>
        <al>Ik constateer een hoop zurigheid bij de oppositie over deze motie. Ik
wens haar daar succes mee, maar eerlijk gezegd snap ik het niet. Deze Kamer
kan een motie aannemen als dit haar gerieft. Als de VVD niet voor is, is dat
alleen maar jammer.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Schouw</naam>
          <partij>D66</partij>
        </wie>
        <al>Het is geen kwestie van zurigheid, maar ik voel wel een verantwoordelijkheid.
De minister moet een afweging maken tussen de adviezen van verschillende organen.
Ik probeer daarvoor enig begrip te kweken, ook bij uw fractie. Ik merk daar
bij de heer Doek weinig van, maar dat laat zich op een andere manier verklaren.
Misschien heeft u er wat meer begrip voor.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="nee">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Van Driel</naam>
          <partij>PvdA</partij>
        </wie>
        <al>U wilt op tijd naar huis en ik zal u niet tegenhouden, dus ik zal mijn
pogingen verder staken. Het mag wel, maar wij hebben hiervoor uw hulp niet
nodig. Toch bedankt.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Reuten</naam>
          <partij>SP</partij>
        </wie>
        <al>Voorzitter. De heer Koffeman van de Partij voor de Dieren had bezigheden
elders en heeft mij gevraagd het woord mede namens hem te voeren.</al>
        <al>Het leek er in de eerste termijn op dat de PvdA, het CDA, de ChristenUnie,
de SP en GroenLinks het op belangrijke onderdelen eens waren. Ik neem waar
dat er het nodige is gekanteld nadat de minister heeft gesproken. De SP-fractie
houdt vast aan de bezwaren die zij eerder heeft geuit: risico's, onzekerheden
enzovoorts. De minister noemde het KB in haar eerste termijn een klein KB,
maar daar had de heer Doek bezwaar tegen. Mijn indruk is dat het een klein
KB is geworden, dus ik kan niet anders dan de minister daarmee feliciteren.</al>
        <al>De SP denkt dat met het slaan van het KB op dit moment een belangrijk
wapen uit handen wordt gegeven om zaken bij de betreffende bedrijven te realiseren.
Dat zal nu moeilijker worden, dus wij vragen ons af welke hardheid aan deze
motie vastzit. Wij zullen ons daarom beraden over het al dan niet steunen
van de motie.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Laurier</naam>
          <partij>GroenLinks</partij>
        </wie>
        <al>Voorzitter. Ik bedank de minister voor haar antwoord in tweede termijn.
Zij heeft een toezegging gedaan over de invoeringstermijn. Gezien alle ontwikkelingen
vindt mijn fractie dat belangrijk.</al>
        <al>Er ligt een motie voor waarin wordt gevraagd om een iets andere termijn.
Mijn fractie zal zich hierover beraden. Rest mij te zeggen dat ik benieuwd
ben naar de visie van de minister.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>De heer</aanspr>
          <naam>Van Driel</naam>
          <partij>PvdA</partij>
        </wie>
        <al>Voorzitter. Wij hebben vanavond een stapje vooruit gezet. Ik blijf hopen
en mij ervoor inzetten dat de commerciële delen na de splitsing in handen
van de overheid blijven. Ik hoop dat de minister daaraan net zozeer hecht
als mijn fractie. Als wij alles zouden vervreemden, zou mij dat buitengewoon
treurig stemmen.</al>
        <al>Voorzitter. Om privéredenen kan ik de vergadering van volgende
week niet bijwonen, maar ik ga ervan uit dat het allemaal goed zal verlopen.</al>
      </spreker>
      <spreker nw="ja">
        <wie>
          <aanspr>Minister</aanspr>
          <naam>Van der Hoeven</naam>
        </wie>
        <al>Voorzitter. Ik hoop dat u mij toestaat dat ik alleen inga op nieuwe punten
en bijvoorbeeld niet op het herhaalde verzoek van de heer Van Driel.</al>
        <al>Mevrouw Kneppers en de heer Schouw hebben gelijk met hun opmerking dat
de minister de Eerste Kamer niet nodig heeft om een Koninklijk Besluit te
slaan. In de eerste motie wordt de regering opgeroepen om voorafgaande aan
het besluit dat de inwerkingstelling van de bepalingen met betrekking tot
het splitsingsbesluit regelt, in overleg te treden met beide Kamers der Staten-Generaal.
Dat heb ik gedaan. Verder wordt de regering verzocht om voorafgaande aan de
stemmingen over het onderhavige wetsvoorstel per brief toe te zeggen dat ...
Ook dat is gebeurd.</al>
        <al>Het draait natuurlijk om dat deel van het dictum waar staat: roept de
regering tevens op. Aan die oproep heb ik gevolg gegeven, maar dat laat onverlet
dat de regering uiteindelijk een beslissing moet nemen. De regering slaat
immers het Koninklijk Besluit. Het is overigens een klein Koninklijk Besluit,
omdat het geen algemeen verbindende voorschriften geeft.</al>
        <al>De heer Doek vraagt mij om het niet langer gelijk te laten lopen met de "vette
netbeheerder". Ik zou dat jammer vinden, want als gevolg van zijn eerdere
motie is die "vette netbeheerder" losgezongen van het groepsverbod.
Dat leidt tot problemen bij de betrokken bedrijven, want zij moeten daardoor
twee keer reorganiseren. Ik heb van de bedrijven begrepen dat men daar zeker
niet op zit te wachten en dat men het plezierig zou vinden als het werd gerepareerd.
De Kamer wijst een reparatie echter af. In de nieuwe motie wordt overwogen
dat mijn argumenten niet de bepalingen rechtvaardigen die het groepsverbod
op korte termijn in werking stellen. Dat is de mening van de heer Doek. Ik
houd staande dat mijn argumenten het wel rechtvaardigen.</al>
        <al>In de motie staat verder: stemt in met het slaan van het betreffende Koninklijk
Besluit. Ik heb echter al uitgelegd hoe dat in elkaar zit. Ten slotte roept
de motie mij op om het tijdstip van de inwerkingtreding te bepalen op 1 juli
2009. Het debat in de Tweede Kamer hierover had een andere uitkomst. Ik krijg
nu dit advies en donderdag debatteer ik in de Tweede Kamer over het verslag
van een algemeen overleg. Ik wacht de uitkomst daarvan af. Als de Kamer deze
motie aanneemt – en dat is niet onwaarschijnlijk gezien de ondertekening –
zal ik dat advies ook meenemen naar de ministerraad. Daarna zal ik een wijs
besluit nemen.</al>
      </spreker>
      <draad>
        <al>De beraadslaging wordt gesloten.</al>
      </draad>
      <voorz nw="nee">
        <al>Ik stel voor om de brief voor kennisgeving aan te nemen en dinsdag 10 juli
over de ingediende motie te stemmen.</al>
      </voorz>
      <draad>
        <al>Daartoe wordt besloten.</al>
      </draad>
    </item>
  </part>
</handeling>