﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE handeling PUBLIC "-//SDU//DTD handelingenelementen xml 1.1//NL" "../../dtd/hand-11.dtd"[]>
<handeling kamer="1">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/h-ek-19981999-202-203/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <title>8ste vergadering</title>
  </kop>
  <frontm>
    <vergjaar>1998-1999</vergjaar>
    <volgnr>8</volgnr>
  </frontm>
  <part bron="HAN6645N" bpag="202" epag="203 ">
    <noten>
      <noot status="opgem">
        <nootlabel>Noot <nummer>1</nummer> (zie blz. <refop>153</refop>)</nootlabel>
        <titel>BIJVOEGSEL</titel>
        <ondtit>Schriftelijke
antwoorden van de minister-president op vragen, gesteld in de eerste termijn
van de algemene politieke beschouwingen inzake het in 1999 te voeren beleid
(26 200)</ondtit>
        <al>Vraag van het lid <nadruk type="vet">Ginjaar</nadruk> (VVD): Hoe beoordeelt
het kabinet de conclusies van het CPB dat een forse terugdringing van de emissies
van broeikasgassen zal leiden tot aanzienlijke verliezen in werkgelegenheid?</al>
        <tuskop letat="cur">Antwoord:</tuskop>
        <al>De CPB-studie waarop vragensteller waarschijnlijk doelt heeft geen betrekking
op de Kyoto-doelstelling. Het betreft een lange termijn verkenning naar mogelijkheden
en consequenties van een 32% reductie van broeikasgassen in 2020 t.o.v. 1990
(een reductie van 1 à 2% per jaar conform de Vervolgnota Klimaatverandering).
Daarbij is geen rekening gehouden met internationaal beleid, en is slechts
een beperkte reductie van overige broeikasgassen ingeboekt. Verder is uitgegaan
van een bescheiden reductie in het buitenland via joint implementation. Door
deze uitgangspunten bestaat het doorgerekende reductiebeleid vooral uit CO2-reductie
in Nederland. De studie heeft darmee – overigens doelbewust –
het karakter van een worst-case scenario. De uit de studie komende werkgelegenheidscijfers
moeten dan ook uitdrukkelijk in die context worden beschouwd.</al>
        <al>Het kabinet ziet er – zoals ook blijkt uit de conferenties van Kyoto
en Buenos Aires – juist voor in om wél een internationaal gecoördineerd
beleid tot stand te brengen, en mogelijkheden te creëren om een deel
van de reducties in het buitenland te realiseren. </al>
        <witreg></witreg>
        <al>Vraag van het lid <nadruk type="vet">Schuurman</nadruk> (RPF): Kunnen economie en milieu
harmonieus samengaan?</al>
        <al>Wordt het geen tijd de bestaande ontwikkelingen van economie en het streven
naar duurzaamheid te evalueren en daaruit conclusies te trekken. Een vergaande
maar mogelijk gewenste conclusie zou kunnen zijn dat wij economische groei
te eng inkaderen en dat een andere meer integrale groei nodig is om recht
te doen aan een echte duurzaamheid. Zou het kabinet zo'n maatschappelijke
discussie, gepaard aan reële initiatieven, willen starten?</al>
        <tuskop letat="cur">Antwoord:</tuskop>
        <al>Dit jaar is NMP3 uitgekomen. Het NMP3 evalueert het bestaande milieubeleid,
analyseert mogelijke spanningen tussen milieu en economische ontwikkeling
en schetst beleidsmatige oplossingsrichtingen. Daarnaast zijn vorig jaar in
de nota Milieu en Economie tal van suggesties gedaan om economische groei
te combineren met vermindering van de milieudruk. In 1999 wordt de uitvoering
van de nota Milieu en Economie geëvalueerd.</al>
        <al>Het is mogelijk en noodzakelijk milieu en economie beter met elkaar te
doen samengaan. Die samenhang vloeit niet vanzelfsprekend uit marktprocessen
voort. Het vraagt om het realiseren van een stijging van efficiëntie
van het gebruik van het milieu (eco-efficiency) die groter is dan het tempo
van de economische groei. En het vraagt van de overheid het creëren van
randvoorwaarden zodat synergie mogelijk is. Dat betekent een zware inzet op
de vergroening van het fiscale stelsel bijvoorbeeld, of het stimuleren van
technologiedoorbraken. Het regeerakkoord getuigt van de amtibities van dit
kabinet op dit punt.</al>
        <al>Eigenlijk is de centrale opgave een verbetering van de kwaliteit van onze
economische activiteiten, steden, infrastructuur en natuur en milieu. Dat
komt inderdaad nog onvoldoende tot uitdrukking in onze definitie van economische
groei.</al>
        <al>Het kabinet probeert afwegingen binnen een duurzame ontwikkeling inzichtelijker
te maken door het naast elkaar in kaart brengen van economische, ecologische
en sociale factoren: op zoek naar het «meten» van een breder begrip
van economische groei.</al>
        <al>Het CBS is bezig met een project milieu in de nationale rekeningen mee
te nemen (project NAMEA (National Accounting Matrix including Environmental
Accounts)).</al>
        <al>Ook werkt het kabinet op dit moment aan de ontwikkeling van een Groen
Bruto Nationaal Product dat beter kwaliteit van milieu en economie weerspiegelt.
Over die kwaliteit zijn wij regelmatig politiek en maatschappelijk in discussie.
Tijdens de begrotingsbehandeling van VROM in de Tweede Kamer is minister Pronk
daarop ingegaan.</al>
        <al>Op de wijze waarop de discussie kan worden voortgezet, zal door het kabinet
worden ingegaan in de Houtskoolschets over de toekomstige ruimtelijke inrichting
van ons land.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>Vraag van het lid <nadruk type="vet">Batenburg</nadruk>:</al>
        <al>Nieuw te bouwen woningen moeten tevens geschikt gemaakt worden voor het
gebruik ervan door gehandicapten. Is er sprake van duurzaamheid wanneer het
seniorenlabel overal van toepassing is?</al>
        <tuskop letat="cur">Antwoord:</tuskop>
        <al>Het kabinetsbeleid ten aanzien van de huisvesting van ouderen en gehandicapten
is er op gericht dat men (zo lang mogelijk) zelfstandig kan blijven wonen.
Om dit te bereiken zijn in het Bouwbesluit voor nieuw te bouwen woningen eisen
ten aanzien van de zogenaamde aanpasbaarheid opgenomen. Door aanpasbaar te
bouwen kunnen woningen als dat opportuun wordt, met relatief weinig ingrijpende
aanpassingen geschikt gemaakt worden voor ouderen en mensen met een lichte
handicap. </al>
        <al>Momenteel wordt in opdracht van het ministerie van VROM onderzoek afgerond
naar aspecten van een zogenaamde «levensloopbestendige woning en woonomgeving».
Doel van dit onderzoek is beter in beeld te krijgen aan welke voorwaarden
de woning c.q. woonomgeving moet voldoen om geschikt te zijn voor iedere levensfase
van een huishouden.</al>
        <al>Het seniorenlabel, zoals dat door de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting
en de ouderenbonden is ontwikkeld, geeft aan wat door de oudere woonconsument
zelf belangrijk wordt gevonden. Er bestaan gedachten om de reeds bestaande
consumenteneisen op het gebied van levensloopbestendigheid, sociale veiligheid,
duurzaamheid en gebruikscomfort te integreren. Voor marktpartijen is dit een
belangrijk gegeven bij het bouwen van nieuwe woningen die ook
op langere termijn de benodigde woonkwaliteit bieden.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>Vraag van het lid <nadruk type="vet">Batenburg</nadruk>:</al>
        <al>Het komt in ons land nog al eens voor dat gebouwen en woningen reeds na
25 jaar moeten worden afgebroken wegens gebruik van inferieure materialen
en ondeugdelijke opzet voor het gebruik. Is hier sprake van onnodige kapitaalvernietiging?</al>
        <tuskop letat="cur">Antwoord:</tuskop>
        <al>Het is verstandig, zowel vanuit economisch en milieutechnisch oogpunt,
de levensduur van materialen en gebouwen af te stemmen op de economische levensduur
van een gebouw. In het Nationaal Milieubeleidsplan 3 wordt aangegeven dat
levensduurverlenging van gebouwen in dat opzicht moet worden nagestreefd.
In dit kader wordt – binnen het Implementatieplan Bouw- en Sloopafval –
een afwegingsmodel ontwikkeld voor beslissingen over sloop/nieuwbouw versus
renovatie en herbestemming. Per 1 januari 1999 zal een voorbeeldprogramma
starten (budget ca. f 30 mln) ter stimulering van industrieel, flexibel
en demontabel bouwen. Dit programma richt zich met name op de opdrachtgevers
in de bouw.</al>
        <al>In het stedelijk vernieuwingsbeleid wordt grote nadruk gelegd op de bouw
van woningen en voorzieningen met toekomstwaarde, afgestemd op de wensen van
de consument en vergroting van de leefbaarheid. De noodzakelijke kwaliteitsverbeteringen
in de openbare ruimte en het proces van verandering en aanpassing worden dan
ook met rijksbijdragen ondersteund. Dit heeft tevens effect op de toekomstwaarde –
en dus levensduur – van de bestaande woningen en gebouwen.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>Vraag van het lid <nadruk type="vet">Bierman</nadruk>:</al>
        <al>Wat is de stand van zaken m.b.t. luchtschepen?</al>
        <tuskop letat="cur">Antwoord:</tuskop>
        <al>Er is een marktverkenning uitgevoerd die een positief resultaat te zien
gaf. Op dit moment loopt een onderzoek naar (productie)kosten dat binnenkort
afgerond zal worden.</al>
        <al>Het ministerie van Economische Zaken is verantwoordelijk voor de uitvoering
van dat onderzoek. Een en ander geschiedt in nauw overleg met het ministerie
van Verkeer en Waterstaat, waar de coördinatie van het rijksbeleid met
betrekking tot luchtschepen berust.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>Vraag van het lid <nadruk type="vet">Van Leeuwen</nadruk> (CDA): Mogen wij aannemen dat
onrechtvaardigheden voor de grensgebieden in de waterschade-regeling zullen
worden weggenomen?</al>
        <tuskop letat="cur">Antwoord:</tuskop>
        <al>Het Kabinet is van oordeel dat de geleden schade in veel gebieden en bedrijven
het normale bedrijfsrisico overstijgt.</al>
        <al>Er is derhalve aanleiding voor een schadevergoeding van overheidswege.</al>
        <al>De getroffen voorzieningen zijn gunstig ontvangen door het regionale bedrijfsleven.</al>
        <al>Vandaag ontvangt de Tweede Kamer een brief van de Staatssecretaris van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij over de definitieve schaderegelingen.</al>
        <al>Van deze brief ontvangt uw Kamer uiteraard een afschrift.</al>
        <al>Hedenavond (woensdag) debatteert de Tweede Kamer over de regelingen.</al>
      </noot>
    </noten>
  </part>
</handeling>