<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-86866/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Hof van Twente</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Verordening commissie Geloofsbrieven gemeente Hof van Twente 2026</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Hof van Twente;</al><al>gelezen het voorstel van het seniorenconvent d.d. 22 januari 2026;</al><al>gelet op artikel 82 van de Gemeentewet;</al><al>gelet op artikel 5 en 6 van het Reglement van orde van de raad van Hof van Twente </al><al>houdende bepalingen over de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2025;</al><al>besluit:</al><al>vast te stellen de navolgende verordening overeenkomstig de volgende bepalingen: <nadruk type="vet">Verordening commissie geloofsbrieven gemeente Hof van Twente 2026</nadruk></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr /><titel>I Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>commissie: de commissie geloofsbrieven van de raad van de gemeente Hof van Twente,</al></li></lijst><al>ingesteld ex artikel 82 Gemeentewet;</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>centraal stembureau: het centraal stembureau van de gemeente Hof van Twente;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>raad: de raad van de gemeente Hof van Twente;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>kandidaat-raadslid: persoon die voorkomt op de kandidatenlijst voor de laatste </al></li></lijst><al>raadsverkiezingen en die voldoet aan de vereisten voor benoeming tot lid van de raad;</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>kandidaat-wethouder: persoon die door een fractie is voorgedragen als kandidaat voor </al></li></lijst><al>het wethouderschap of persoon die is voorgedragen als tegenkandidaat;</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>voorzitter: de voorzitter van de commissie geloofsbrieven;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van </al></li></lijst><al>Twente;</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>fractie: een politieke groepering in de raad;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>seniorenconvent: het overleg van de gezamenlijke fractievoorzitters.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr /><titel>II Taken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Bevoegdheden van de commissie</titel></kop><al>1. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven van de door de voorzitter van het centraal </al><al>stembureau benoemd verklaarde kandidaat-raadsleden en de daarbij behorende </al><al>stukken, alsmede de eventuele stukken die de raad heeft ontvangen met betrekking tot </al><al>de toelating van deze kandidaten, conform artikel V4 Kieswet en artikelen 10, 11, 12, en </al><al>13 van de Gemeentewet.</al><al>2. De commissie adviseert de raad ten aanzien van de toelaatbaarheid van nieuwe leden </al><al>van de raad.</al><al>3. De commissie onderzoekt conform artikel V4 van de Kieswet het verloop van de </al><al>gemeenteraadsverkiezingen op basis van het proces-verbaal van het centraal </al><al>stembureau en spreekt naar de raad een advies uit over de geldigheid van de </al><al>gemeenteraadsverkiezingen.</al><al>4. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven van kandidaat-wethouders en de daarbij </al><al>behorende stukken en toetst of de kandidaat-wethouder voldoet aan de wettelijke </al><al>vereisten, conform het gestelde in de artikelen 36a en 36b en van de Gemeentewet.</al><al>5. De kandidaat-wethouder overlegt op verzoek van de commissie een verklaring omtrent </al><al>het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.</al><al>6. De commissie brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot </al><al>wethouder.</al><al>7. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de </al><al>kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De </al><al>burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.</al><al>8. In het geval dat de commissie moet beslissen inzake geschillen die met betrekking tot </al><al>de geloofsbrieven of de verkiezing zelf rijzen en de stemmen staken, is de stem van de </al><al>voorzitter doorslaggevend.</al><al>9. De commissie adviseert op zijn verzoek de burgemeester inzake integriteitsmeldingen </al><al>die conform het betreffende meldingenprotocol bij de burgemeester in behandeling zijn</al><al>10. Indien de commissie niet unaniem is in haar oordeel of de stemming, dan wordt hiervan </al><al>melding gemaakt in het advies. Dit advies is openbaar tenzij het naar oordeel van de </al><al>commissie in strijd is met het recht op privacy of anderszins op een onredelijke wijze de </al><al>belangen van de kandidaat, de gemeente of derden schaadt.</al><al>11. De commissie kan uit eigen beweging advies uitbrengen aan het raadspresidium en de </al><al>raad over onderwerpen die op haar werkterrein liggen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr /><titel>III Samenstelling en vergaderingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Samenstelling, benoeming en voorzitterschap</titel></kop><al>1. De raad benoemt zo spoedig mogelijk na aanvang van een zittingsperiode uit zijn </al><al>midden drie leden van de commissie en minimaal één maar maximaal drie </al><al>plaatsvervangend lid/leden. Van elke fractie mag maximaal één lid een zetel in de </al><al>commissie bezetten. De benoeming geldt tot het einde van de zittingsperiode van de </al><al>raad. De raad voorziet zo spoedig mogelijk in tussentijdse vacatures.</al><al>2. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter </al><al>aan.</al><al>3. De griffier of plaatsvervangend griffier is secretaris van de commissie.</al><al>4. De commissie of haar voorzitter kan zich laten adviseren door interne en externe </al><al>deskundigen en hen uitnodigen om ter vergadering een en ander toe te lichten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vergaderingen van de commissie</titel></kop><al>1. De commissie vergadert in openbaarheid.</al><al>2. De commissie vergadert op afroep, maar uiterlijk op de ochtend van de </al><al>raadsvergadering waarin de commissie haar bevindingen aan de raad kenbaar maakt </al><al>c.q. waarin de raad overgaat tot toelating, aanwijzing of benoeming. In het geval van </al><al>beoordeling van de geloofsbrieven van een gehele nieuwe raad vergadert de commissie</al><al>conform de Kieswet uiterlijk 1 dag voorafgaand aan de installatie van de nieuwe raad.</al><al>3. De voorzitter leidt de vergaderingen, bewaakt de uitgangspunten, treedt op als </al><al>woordvoerder namens de commissie en bevordert een zorgvuldige besluitvorming.</al><al>4. De secretaris is het eerste aanspreekpunt voor de voorzitter.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr /><titel>IV Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>1. Deze verordening treedt in werking op de dag na datum bekendmaking.</al><al>2. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening commissie geloofsbrieven </al><al>gemeente Hof van Twente 2026’.</al><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /><al /></artikel></hoofdstuk><artikel><kop><label /><nr /><titel /></kop><al /></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hof van Twente</functie><functie>d.d. 10 februari 2026.</functie><functie>De raad van de gemeente Hof van Twente,</functie><functie>de griffier, de voorzitter,</functie><functie>H.M. Meerman drs. H.A.M. Nauta-van Moorsel MPM</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label /><nr /><titel>Toelichting verordening commissie geloofsbrieven</titel></kop><al><nadruk type="vet">Artikel 2 lid 1 en lid 2</nadruk></al><al>Op grond van de Kieswet beslist het centraal stembureau of een kandidaat-raadslid al dan </al><al>niet voldoet aan de wettelijke eisen van benoembaarheid. Tegelijk met de mededeling dat </al><al>het kandidaat-raadslid de benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd </al><al>waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te </al><al>worden. Dit omvat de volgende stukken:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>een uittreksel uit de basisregistratie personen met zijn woonplaats, geboorteplaats en </al></li></lijst><al>-datum,</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van </al></li></lijst><al>artikel 10, tweede lid, van de Gemeentewet.</al><al>De commissie Geloofsbrieven beoordeelt de toelaatbaarheid tot de raad aan de hand van de</al><al>Gemeentewet, door deze stukken te toetsen en te bekijken of de opgegeven hoofd- en </al><al>nevenfuncties de toelating tot de raad in de weg staan (artikel V4 kieswet: ‘Daarbij gaat het </al><al>na, of de benoemde aan de vereisten voor het lidmaatschap voldoet en geen met het </al><al>lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, en beslist het de geschillen welke met </al><al>betrekking tot de geloofsbrief of de verkiezing zelf rijzen.’). Dit geldt zowel bij het aantreden </al><al>van een nieuwe raad als bij een tussentijdse benoeming. De commissie baseert zich hierbij </al><al>op artikelen 10, 11, 12 en 13 Gemeentewet.</al><al><nadruk type="vet">Artikel 2 lid 3</nadruk></al><al>De gemeenteraad heeft de taak om het verloop van de verkiezingen te onderzoeken. De </al><al>Kieswet stelt regels over het onderzoek van de geloofsbrieven en het onderzoek van het </al><al>proces-verbaal van het centraal stembureau (artikel V 4 Kieswet).</al><al><nadruk type="vet">Artikel 2 lid 5 en lid 6</nadruk></al><al>Het beoordelen van de benoembaarheid van kandidaat-wethouders is géén primaire taak </al><al>van de commissie Geloofsbrieven, maar – in het verlengde van de zorgplicht van de </al><al>burgemeester ex artikel 170 gemeentewet – van de bestuurlijke driehoek (burgemeester – </al><al>griffier – gemeentesecretaris) c.q. een eventuele commissie Integriteit. De raad is </al><al>verantwoordelijk voor het beoordelen voor de benoembaarheid van kandidaat-wethouders. </al><al>Daarom is het logisch dat de commissie Geloofsbrieven namens de raad de rapportage van </al><al>de bestuurlijke driehoek bespreekt en wel op basis van:</al><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>artikelen 35, 36a Gemeentewet (benoembaarheidsvereisten),</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>artikel 36b Gemeentewet (onverenigbare functies).</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2 lid 8</nadruk></al><al>Uit artikel V4 lid 1 Kieswet volgt dat de commissie alleen een besluit neemt als uit de </al><al>geloofsbrieven of het proces-verbaal van het centraal stembureau geschillen voortkomen. </al><al>Het kan daarbij voorkomen dat de stemmen staken. In dat geval is de stem van de voorzitter </al><al>doorslaggevend voor de uitslag. Zoals in artikel 2 lid 3 staat, wordt van de uitslag melding </al><al>gemaakt in het advies aan de raad.</al><al><nadruk type="vet">Artikel 2 lid 10</nadruk></al><al>Omdat het advies c.q. het besluit van de commissie is gebaseerd op het gezamenlijke c.q. </al><al>individuele oordeel van de leden van de commissie, kan het zijn dat het advies c.q. het </al><al>besluit niet eensluidend is als de ledenverschillend van oordeel zijn. De raad zal uiteindelijk </al><al>besluiten tot toelating of benoeming en dient er dus vanop de hoogte te zijn als het oordeel </al><al>van de commissie niet unaniem is, teneinde een weloverwogen besluit te kunnen nemen.</al><al><nadruk type="vet">Artikel 3 lid 1</nadruk></al><al>Conform artikel 82 lid 1 Gemeentewet moet de commissie een afspiegeling vormen van de </al><al>verhoudingen in de gemeenteraad (‘Bij de samenstelling van een raadscommissie zorgt de </al><al>raad, voor zover het de benoeming betreft van leden van de raad, voor een evenwichtige </al><al>vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen.’). Voor een </al><al>beoordeling van de geloofsbrieven is het in de praktijk voldoende als de commissie met drie </al><al>leden bij elkaar komt. In het geval één van de vaste leden verhinderd is, moet die </al><al>‘evenwichtige vertegenwoordiging’ nog steeds opgeld doen. Daarom is het van belang dat er</al><al>bij de benoeming van de plaatsvervangende leden ook rekening wordt gehouden met die </al><al>evenwichtige vertegenwoordiging.</al><al><nadruk type="vet">Artikel 3 lid 4</nadruk></al><al>In voorkomende gevallen zal een toelichting op bijvoorbeeld hoofd- en nevenfuncties of </al><al>andere bescheidennodig zijn. De commissie moet dan kunnen beschikken over de </al><al>toegevoegde informatie van bijvoorbeeld iemand van het centraal stembureau of een andere</al><al>externe.</al><al><nadruk type="vet">Artikel 4 lid 2</nadruk></al><al>In de regel is het voldoende als beoordelen van de geloofsbrieven door de commissie </al><al>gebeurt op de dag voorafgaand aan of op de dag van de raadsvergadering waarin de </al><al>toelating, benoeming of aanwijzing plaatsvindt.</al><al>Uitzondering hier op is het aantreden van een nieuwe gemeenteraad. Volgens artikel V 4 </al><al>Kieswet heeft de gemeenteraad de taak het verloop van de gemeenteraadsverkiezingen te </al><al>onderzoeken. Uit artikel C4 lid 2 van de Kieswet volgt dat de raad in de oude samenstelling </al><al>beide onderzoeken afrondt en besluit omtrent de toelating van de nieuw gekozen leden én </al><al>de geldigheid van de verkiezingsuitslag. In de praktijk betekent dit dat de oude raad de dag </al><al>voorafgaand aan het aftreden een laatste keer bij elkaar komt. Immers, volgens artikel 18 </al><al>Gemeentewet komt de raad in nieuwe samenstelling voor de eerste keer bijeen op de </al><al>(donder)dag van het aftreden van de oude raad (= dag aantreden nieuwe raad). Het is dus </al><al>niet mogelijk dat de oude raad en de nieuwe raad op dezelfde dag bijeenkomen voor zowel </al><al>het geloofsbrievenonderzoek als de beëdiging.</al></bijlage></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>