<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-54954/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Soest</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Beleidsregel Giften gemeente Soest 2026</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>Burgemeester en wethouders van de gemeente Soest, gelezen het voorstel aan het college van burgemeester en wethouders van 20-01- 2026 </al><al /><al>gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 31 lid 2 onder m en s van de Participatiewet;</al><al /><al>En </al><al /><al>Overwegende dat: </al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>Zij op grond van artikel 31 lid 2 onder m van de Participatiewet bevoegd is om onder voorwaarden ontvangen giften niet tot de middelen te rekenen en dus vrij te laten; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Zij het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties giften in ieder geval worden vrijgelaten; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Deze beleidsregels duidelijkheid en continuïteit creëren voor inwoners over het ontvangen en melden van giften in de Participatiewet; </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Hiermee in lijn wordt gewerkt met landelijke wetgeving over vrijlating van giften. </al></li></lijst><al>Besluit:</al><al /><al>de navolgende “Beleidsregel Giften gemeente Soest 2026” vast te stellen.</al><al /><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Vaststellen van de Beleidsregel Giften gemeente Soest 2026 met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>– Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze beleidsregel wordt verstaan onder:</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">alleenstaande</nadruk>: alleenstaande of een alleenstaande ouder zoals omschreven in artikel 4 van de Participatiewet met een bijstandsuitkering;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">belanghebbende</nadruk>: persoon of personen met een bijstandsuitkering;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">college</nadruk>: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">echtparen</nadruk><nadruk type="vet"> of belanghebbenden met een gezamenlijke huishouding</nadruk>: echtparen of belanghebbenden zoals omschreven in artikel 3 van de Participatiewet;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">giften</nadruk>:. Onverplichte of onverschuldigde incidentele cadeaus of betalingen, giraal, chartaal of in natura; zoals bedoeld in artikel 31 tweede lid onder m van de wet. Hiertoe worden ook bijdragen gerekend die leiden tot een kostenbesparing. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">probleemschulden</nadruk>: schulden die belanghebbende naar het oordeel van het college, niet binnen een redelijke termijn kan aflossen of betalen.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al><nadruk type="vet">wet</nadruk>: Participatiewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>– Verantwoorde giften</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Vrijlaten van giften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Giften, zoals genoemd in artikel 31, tweede lid, onder m van de wet zijn niet van invloed op de uitkering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De maximaal vrij te laten giften, zoals genoemd in artikel 31, tweede lid, onder m van de wet geldt voor een alleenstaande, een alleenstaande ouder of echtparen/ belanghebbenden met een gezamenlijke huishouding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Vrijlaten van giften in individuele gevallen</titel></kop><al>Bij de beoordeling of giften in een individueel geval en uit het oogpunt van bijstandsverlening verantwoord zijn als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel S, van de Wet, beschouwt het college de volgende categorieën giften in ieder geval als verantwoord:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Giften die worden verstrekt en ingezet voor kosten waarvoor anders bijzondere bijstand verstrekt had kunnen worden;</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Giften die worden verstrekt en ingezet voor medisch noodzakelijke kosten;</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Giften waarmee probleemschulden zijn betaald en zijn ontstaan voorafgaand aan de ingangsdatum van algemene bijstand. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Giften in natura, niet zijnde een bijdrage die leidt tot een kostenbesparing als bedoeld in artikel 18, achtste lid, van de Wet, met een waarde tot maximaal € 1200,-</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Giften in natura van organisaties waar de gemeente in het kader van het armoedebeleid mee samenwerkt. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>– Meldplicht en proportionaliteit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Meldplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belanghebbende meldt giften alleen wanneer redelijkerwijs is te voorzien dat de totaalgrens wordt overschreden, zoals genoemd in artikel 31, tweede lid, onder m van de wet</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeente vraagt geen bewijsstukken van bezittingen op als zij tezamen een waarde hebben onder het in artikel 31, tweede lid, onder m, van de wet genoemde bedrag, tenzij er sprake is van een onderzoek op basis van concrete signalen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>– Hardheidsclausule en slot</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan gemotiveerd afwijken van deze beleidsregel indien strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze beleidsregel treedt in werking op <nadruk type="vet">1 januari 2026</nadruk>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze beleidsregel worden aangehaald als: <nadruk type="vet">Beleidsregel giften Participatiewet Soest 2026</nadruk>.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld in de vergadering d.d.20 januari 2026 van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest</functie></ondertekening><ondertekening><functie /></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label /><nr /><titel>Toelichting Beleidsregel giften Participatiewet Soest 2026</titel></kop><al><nadruk type="vet">Algemeen</nadruk></al><al /><al>Met deze beleidsregels geeft de gemeente Soest invulling aan de ruimte die artikel 31, tweede lid, onder m en s van de Participatiewet biedt om giften onder voorwaarden vrij t e laten. Doel van deze beleidsregels is om duidelijkheid te bieden aan inwoners met een bijstandsuitkering en om een redelijke en maatschappelijk verantwoorde uitvoering van de wet te waarborgen.</al><al /><al>De gemeente acht het wenselijk dat inwoners met een uitkering in beperkte mate steun kunnen ontvangen uit hun sociale netwerk of van maatschappelijke organisaties, zonder dat dit direct gevolgen heeft voor hun recht op bijstand. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat structurele of substantiële giften in feite leiden tot een aanvulling op de periodieke inkomsten buiten de kaders van de wet.</al><al /><al>De beleidsregels sluiten aan bij landelijke wetgeving, jurisprudentie en uitvoeringspraktijk en dragen bij aan rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en transparantie in de uitvoering.</al><al /><al><nadruk type="vet">artikel</nadruk><nadruk type="vet"> 1 – Begripsomschrijvingen</nadruk></al><al /><al>In dit artikel zijn de belangrijkste begrippen opgenomen die in deze beleidsregels worden gebruikt. Hiermee wordt aangesloten bij de definities in de Participatiewet om interpretatieverschillen te voorkomen. Onder giften worden zowel geldbedragen als goederen en diensten verstaan, inclusief bijdragen die leiden tot een kostenbesparing, zoals het (tijdelijk) kosteloos ter beschikking stellen van goederen of diensten.</al><al /><al><nadruk type="vet">artikel</nadruk><nadruk type="vet"> 2.1 – Vrijlaten van giften</nadruk></al><al /><al>Dit artikel regelt dat giften die vallen onder artikel 31, tweede lid, onder m van de Participatiewet niet als middel worden aangemerkt, zolang zij binnen de wettelijk vastgestelde grenzen blijven. De vrijlating geldt per kalenderjaar en per uitkering voor alle leefvormen (alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden/gemeenschappelijke huishouding).</al><al /><al>Met deze bepaling wordt voorkomen dat kleine, incidentele giften leiden tot korting of beëindiging van de uitkering.</al><al /><al><nadruk type="vet">artikel</nadruk><nadruk type="vet"> 2.2 – Vrijlaten van giften in individuele gevallen</nadruk></al><al /><al>Naast de algemene vrijlating kan sprake zijn van een extra vrijlating wanneer de gift een duidelijk en aantoonbaar bijzonder doel heeft. Dit is geregeld in artikel 31 lid onder s. Dit betreft:</al><al /><lijst><li><li.nr>•</li.nr><al>medisch noodzakelijke kosten die niet (volledig) worden vergoed;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>kosten die anders via de bijzondere bijstand zouden worden vergoed;</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>bijdragen die worden gebruikt voor het aflossen van problematische schulden die zijn ontstaan vóór de ingangsdatum van de bijstand.</al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Giften in natura, niet zijnde een bijdrage die leidt tot een kostenbesparing als bedoeld in artikel 18, achtste lid, van de Wet, met een waarde tot maximaal € 1200,-. Dit bedrag kan jaarlijks geïndexeerd worden op basis van de Consumenten Prijs Index maand november van het voorgaande jaar. </al></li><li><li.nr>•</li.nr><al>Giften in natura van organisaties waar de gemeente in het kader van het armoedebeleid mee samenwerkt. </al></li></lijst><al>Deze uitzonderingen zijn bedoeld om maatwerk mogelijk te maken en om te voorkomen dat noodzakelijke ondersteuning vanuit de omgeving wordt ontmoedigd.</al><al /><al><nadruk type="vet">artikel</nadruk><nadruk type="vet"> 3.1 – Meldplicht</nadruk></al><al /><al>In deze beleidsregel is bewust gekozen voor een proportionele invulling van de inlichtingenplicht. Belanghebbenden hoeven giften alleen te melden indien redelijkerwijs te voorzien is dat de wettelijke vrijlatingsgrens wordt overschreden. Hiermee wordt de administratieve last voor inwoners beperkt en wordt uitvoering gegeven aan het proportionaliteitsbeginsel.</al><al /><al>De gemeente vraagt alleen om bewijsstukken wanneer sprake is van concrete signalen die aanleiding geven tot nader onderzoek. Dit voorkomt onnodige controlelasten en draagt bij aan een op vertrouwen gebaseerde uitvoering.</al><al /><al><nadruk type="vet">artikel</nadruk><nadruk type="vet"> 4.1 – Hardheidsclausule</nadruk></al><al /><al>De hardheidsclausule biedt het college de mogelijkheid om in individuele gevallen af te wijken van de beleidsregels wanneer strikte toepassing zou leiden tot een onbillijke uitkomst. Dit waarborgt maatwerk en voorkomt dat rigide toepassing onredelijke gevolgen heeft voor inwoners.</al><al /><al><nadruk type="vet">artikel</nadruk><nadruk type="vet"> 4.2 en 4.3 – Inwerkingtreding en citeertitel</nadruk></al><al /><al>Deze artikelen behoeven geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>