<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2026-499093/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>GEMEENTEBLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de gemeente Amsterdam</subtitel></kop><gemeenteblad><kop><titel>Besluit van de directeur Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie van de gemeente Amsterdam houdende regels over mandaten aan ambtenaren van de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie 2026 (Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie 2026)</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>De directeur Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie, </al><al /><al>gelet op artikel 5 en artikel 6, eerste lid, en artikel 8, tweede lid, van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam,</al><al /><al>besluit de volgende regeling vast te stellen:</al><al /><al><nadruk type="vet">Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam – Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie 2026</nadruk></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definitiebepaling</titel></kop><al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>Afdelingsmanager / Afdelingshoofd: afdelingsmanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>Awb: Algemene wet bestuursrecht;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>burgemeester: de burgemeester van de gemeente;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>cluster: een groep directies waarvan de directeuren worden aangestuurd door een stedelijk directeur;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>directeur: de directeur Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie;</al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>directie: de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie;</al></li><li><li.nr>h.</li.nr><al>gemeente: de gemeente Amsterdam;</al></li><li><li.nr>i.</li.nr><al>machtiging: de bevoegdheid om handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;</al></li><li><li.nr>j.</li.nr><al>mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in artikel 10:1 van de Awb;</al></li><li><li.nr>k.</li.nr><al>stedelijk directeur: de directeur van een cluster;</al></li><li><li.nr>l.</li.nr><al>teammanager: teammanager werkzaam binnen de ambtelijke organisatie van de directie;</al></li><li><li.nr>m.</li.nr><al>volmacht: de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;</al></li><li><li.nr>n.</li.nr><al>Woo: Wet open overheid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging worden verleend tot het uitoefenen van de bevoegdheden van de directeur in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam aan functionarissen, zoals weergegeven in het mandatenregister in de bijlage bij dit besluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Gemandateerden, gevolmachtigden en gemachtigden oefenen de bevoegdheden uit onder voorwaarde van de in de bijlage genoemde bepalingen en beperkingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vervangingsregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Afdelingshoofd Financiën en Projectcontrol en het Afdelingshoofd Organisatie, Kwaliteit en Facilitering worden aangewezen om de directeur te vervangen in de uitoefening van de aan deze gemandateerde bevoegdheden indien deze meer dan 2 werkdagen afwezig is of indien deze afwezig is en er sprake is van onverwijlde spoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties zoals omschreven in het eerste lid, wordt deze vervangen door het Afdelingshoofd Financiën en Projectcontrol.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwezigheid van de directeur in een van de situaties zoals omschreven in het eerste lid, en bij afwezigheid van het Afdelingshoofd Financiën en Projectcontrol, wordt de directeur vervangen door het Afdelingshoofd Organisatie, Kwaliteit en Facilitering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Wijze van ondertekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ondermandaat, ondervolmacht en ondermachtiging op grond van dit besluit, behelst ook de ondertekening van stukken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In geval van het uitoefenen van een gemandateerde, gevolmachtigde of gemachtigde bevoegdheid worden uitgaande stukken als volgt ondertekend:</al><al>Namens de burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,</al><al /><al>[handtekening]</al><al>[voor- en achternaam gemandateerde], [functieaanduiding]</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een besluit dat niet in mandaat, volmacht of machtiging wordt genomen, maar wel wordt ondertekend in mandaat, volmacht of machtiging wordt als volgt ondertekend:</al><al>De burgemeester van Amsterdam / het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,</al><al /><al>ondertekend namens deze / dezen, </al><al /><al>[handtekening]</al><al /><al>[voor- en achternaam gemandateerde]</al><al>[functieaanduiding]</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In het geval er wordt ondertekend door een vervanger als bedoeld in artikel 3 dan wordt bij de ondertekeningsinstructie in het tweede en derde lid de voor- en achternaam van de gemandateerde en de functieaanduiding vervangen door:</al><al>[functieaanduiding gemandateerde (lid 2) / tekenbevoegde (lid 3)]</al><al /><al>bij afwezigheid,</al><al /><al>[handtekening]</al><al /><al>[voor- en achternaam plaatsvervanger]</al><al>[functieaanduiding]</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Intrekken eerder mandaatbesluit</titel></kop><al>Het Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam –Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie wordt ingetrokken</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze regeling wordt aangehaald als: Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam –Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie 2026.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Aldus vastgesteld op 16 oktober 2026</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie>De directeur Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie.</functie><functie>Mr. M.E.H.G. (Maxine) Tillij</functie></ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage:</label><titel> Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam</titel></kop><al /><al><nadruk type="cur">Algemene bepalingen en beperkingen</nadruk></al><al>Ten aanzien van de mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen: <nadruk type="cur">Ondermandatenregister</nadruk></al><al /><table frame="all"><tgroup cols="7"><colspec colname="col1" colwidth="11*" /><colspec colname="col2" colwidth="19*" /><colspec colname="col3" colwidth="19*" /><colspec colname="col4" colwidth="15*" /><colspec colname="col5" colwidth="18*" /><colspec colname="col6" colwidth="22*" /><colspec colname="col7" colwidth="21*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Nr.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Betreffend onderdeel van het Algemeen mandaatbesluitAmsterdam</nadruk></al></entry><entry colname="col3"><al><nadruk type="vet">Omschrijving bevoegdheid</nadruk></al></entry><entry colname="col4"><al><nadruk type="vet">Grondslag genoemd in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam</nadruk></al></entry><entry colname="col5"><al><nadruk type="vet">Bevoegd bestuurs-orgaan</nadruk></al></entry><entry colname="col6"><al><nadruk type="vet">Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam</nadruk></al></entry><entry colname="col7"><al><nadruk type="vet">Ondermandaat/</nadruk><nadruk type="vet">ondervolmacht/ ondermachtiging</nadruk><nadruk type="vet">verleend aan</nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">1.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 1 </al></entry><entry colname="col3"><al>Het verwerven en vervreemden van onroerende zaken in verband met de opdracht aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie</al></entry><entry colname="col4"><al>Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 1</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Positief advies van het Commissariaat Fysieke Domein indien dat op grond van het Reglement Commissariaat Fysieke Domein nodig is</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">2.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 2</al></entry><entry colname="col3"><al>Het uitoefenen van alle overige taken en bevoegdheden in het kader van de opdracht aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie</al></entry><entry colname="col4"><al>Bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 2</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Positief advies van het Commissariaat Fysieke Domein indien dat op grond van het Reglement Commissariaat Fysieke Domein nodig is</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">3.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 3</al></entry><entry colname="col3"><al>Het buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen met de mogelijkheid gevolmachtigden aan te wijzen en met recht van substitutie ten behoeve van notarissen en medewerkers van het kantoor van de behandelend notaris in de zin van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 171, eerste lid, Gemeentewet</al></entry><entry colname="col5"><al>Burgemeester</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">4.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 4</al></entry><entry colname="col3"><al>Het wijzigen van grenzen van een interferentiegebied en/of de aanwijzing van nieuwe</al></entry><entry colname="col4"><al>artikel 2 Verordening interferentiegebieden bodemenergiesystemen 2014</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">5.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 5</al></entry><entry colname="col3"><al>Het vaststellen van beleidsregels voor de vergunning verlening van bodemenergie-systemen binnen een interferentiegebied </al></entry><entry colname="col4"><al>artikel 9.220 van het Omgevingsplan gemeente Amsterdam, juncto artikel 5:8 Omgevingswet </al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Mandaat geldt niet wanneer een of meerdere zienswijzen zijn ingediend mbt vaststelling van definitieve beleidsregels of er een negatief advies vanuit het betrokken stadsdeel wordt gegeven op grond van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">6.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 6</al></entry><entry colname="col3"><al>Het instemmen met de ontwerpbesluiten van de besluiten bedoeld onder nummer 4 en nummer 5</al></entry><entry colname="col4"><al>Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">7.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 7</al></entry><entry colname="col3"><al>Het aanwijzen van gebieden als bedoeld in artikel 3.42 eerste lid van de Energiewet waar de taak voor een distributiesysteembeheerder voor gas als bedoeld in artikel 3.40 van de Energiewet niet geldt voor kleine aansluitingen voor het onttrekken van gas indien zich in dat gebied een andere energie-infrastructuur bevindt die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte.</al></entry><entry colname="col4"><al>artikel 3.42 eerste lid Energiewet</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">8.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 8</al></entry><entry colname="col3"><al>Het melden van een besluit als bedoeld in artikel 3.42 eerste lid van de Energiewet aan de Autoriteit Consument en Markt.</al></entry><entry colname="col4"><al>artikel 3.42 tweede lid Energiewet</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">9.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 9</al></entry><entry colname="col3"><al>Het melden van een besluit als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, van de Energiewet aan de Autoriteit Consument en Markt.</al></entry><entry colname="col4"><al>artikel 3.42, derde lid, Energiewet</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">10.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 10</al></entry><entry colname="col3"><al>Het aanwijzen van een gebied als bedoeld in artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, tweede volzin van de Energiewet.</al></entry><entry colname="col4"><al>artikel 3.40, derde lid, onderdeel a, tweede volzin Energiewet</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">11.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4, paragraaf 10, onder 11</al></entry><entry colname="col3"><al>Het geven van een reactie of het indienen van een zienswijze ten aanzien van een algemene maatregel van bestuur of ministeriële regeling voor zover het onderwerpen betreft die de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie aangaan.</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 160 lid 1 onder a Gemeentewet</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">12.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 2, onder a </al></entry><entry colname="col3"><al>Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeids-overeenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeids-overeenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan en de daarmee verband houdende rechtshandelingen</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 160, eerste lid 1, onder d van de Gemeentewet</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Met uitzondering van </al><al>a. het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:669 Burgerlijk Wetboek, het opzeggen van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op grond van art. 7:676 Burgerlijk Wetboek, het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van art. 7:671b Burgerlijk Wetboek en het opzeggen van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden op grond van art. 7:677 Burgerlijk Wetboek, voor een werknemer die:</al><al /><al>- lid is van de ondernemingsraad of van een commissie, genoemd in art. 15 Wor;</al><al /><al>- geplaatst is op een kandidatenlijst, genoemd in art. 9 Wor;</al><al /><al>- korter dan twee jaar geleden lid is geweest van de ondernemingsraad of van een commissie van de ondernemingsraad, genoemd in art. 15 Wor, of</al><al /><al>- aan de ondernemingsraad als secretaris is toegevoegd, </al><al /><al>waarbij toestemming van het college niet vereist is:</al><al /><al>i. als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven;</al><al /><al>ii. als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van art. 7:669, derde lid, onder a, Burgerlijk Wetboek (reorganisatie) of art. 7:669, derde lid, onder b, Burgerlijk Wetboek (arbeidsongeschiktheid); of</al><al /><al>iii. als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven.</al><al /><al>b. het besluiten tot het aangaan van een beëindigings-overeenkomst in de zin van art. 7:670b, Burgerlijk Wetboek en Boek 7, titel 15, Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto;</al><al /><al>c. rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is;</al><al /><al>d. in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in art. 1.7 van de Cao Gemeenten en art. 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto.</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">13.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10, in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 3 </al></entry><entry colname="col3"><al>Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen op grond van de Gemeentewet</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 160, eerste lid, onder d, van de Gemeentewet en in samenhang met de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Budgethoudersregeling 2023</al><al /><al>Op voorwaarde dat:</al><al /><al> a.</al><al>zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn;</al><al /><al>b.</al><al>zij geen betrekking hebben op:</al><al /><al>i.</al><al>de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon;</al><al /><al>ii.</al><al>het lenen of uitlenen van geld;</al><al /><al>iii.</al><al>borg-stelling of garantstelling voor schulden van derden; of</al><al /><al>iv. </al><al>andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in randnummer 2 hoofdstuk 1, bijlage 1 ; en</al><al /><al>c. </al><al>de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie 10 Wegen naar een innovatiever aanbestedingsbeleid en een professioneler opdrachtgeverschap’, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid</al></entry><entry colname="col7"><al>Afdelingshoofden Teamleiders</al><al /><al>voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">14.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 5, tweede lid , in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 4</al></entry><entry colname="col3"><al>Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaat</al></entry><entry colname="col4"><al><extref doc="https://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TiteldeelIII_HoofdstukXI_Artikel171"><nadruk type="ondlijn">Art. 171 Gemeentewet</nadruk></extref></al></entry><entry colname="col5"><al>Burgemeester</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Afdelingshoofd Teamleider</al><al /><al>voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">15.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 5, tweede lid , in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 1, in samenhang met bijlage 1, hoofdstuk 1, nummer 5</al></entry><entry colname="col3"><al>De ondertekening van stukken die van het college uitgaan</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 59a Gemeentewet</al></entry><entry colname="col5"><al>Burgemeester en Gemeentesecretaris</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Afdelingshoofd Teamleider</al><al /><al>voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">16.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 2</al></entry><entry colname="col3"><al>De bevoegdheden en feitelijke handelingen op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming:</al><al /><al>a.</al><al>die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkene als bedoeld in hoofdstuk III van de Algemene Verordening Gegevensbescherming, artikelen 12 tot en met 23;</al><al /><al>b.</al><al>die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkene in de zin van artikel 34 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming;</al><al /><al>c.</al><al>die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit Persoonsgegevens in de zin van artikel 36 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming</al></entry><entry colname="col4"><al>Algemene Verordening Gegevensbescherming</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">17.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 3 </al></entry><entry colname="col3"><al>Het beslissen op een aanvraag om nadeel-compensatie </al></entry><entry colname="col4"><al>Algemene wet bestuursrecht artikel 4:126, </al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>De beslissing is in overeenstemming met het uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in artikel 4 van de Verordening Nadeelcompensatie 2022 dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteld</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">18</nadruk>.</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 4</al></entry><entry colname="col3"><al>Het verlenen van goedkeuring van de met de schade-beperkende maatregelen gemoeide kosten </al></entry><entry colname="col4"><al>Algemene wet bestuursrecht artikel 4:129 aanhef en onder <nadruk type="cur">a</nadruk>. </al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">19.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef, onder 10 en in samenhang bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 5</al></entry><entry colname="col3"><al>Het beslissen op een aanvraag om een voorschot te verlenen </al></entry><entry colname="col4"><al>Verordening Nadeel-compensatie Amsterdam 2022 artikel 7 lid 1 .</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">20.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4, aanhef en onder 10 en in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onder 6</al></entry><entry colname="col3"><al>De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatiebeheer 2010 </al><al /><al><nadruk type="vet">a.</nadruk></al><al>het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen in de zin van artikel 7 van de Archiefwet 1995 en artikel 6 van het Archiefbesluit 1995;</al><al /><al><nadruk type="vet">b.</nadruk></al><al>het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;</al><al /><al><nadruk type="vet">c.</nadruk></al><al>het vervreemden van archiefbescheiden in de zin van artikel 8, eerste en tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 7 en 8 van het Archiefbesluit 1995;</al><al /><al><nadruk type="vet">d.</nadruk></al><al>het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;</al><al /><al><nadruk type="vet">e.</nadruk></al><al>het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 9 van het Archiefbesluit 1995);</al><al /><al><nadruk type="vet">f.</nadruk></al><al>het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995;</al><al /><al><nadruk type="vet">g.</nadruk></al><al>het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 13, derde en vierde lid, van de Archiefwet 1995;</al><al /><al><nadruk type="vet">h.</nadruk></al><al>het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam) in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;</al><al /><al><nadruk type="vet">i.</nadruk></al><al>het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden in de zin van artikel 8 van het Archiefbesluit 1995;</al><al /><al><nadruk type="vet">j.</nadruk></al><al>het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden in de zin van artikel 15, eerste en tweede lid, en artikel 16, tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 10 Archiefbesluit 1995;</al><al /><al><nadruk type="vet">k.</nadruk></al><al>het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatieonderdeel aan een ander organisatieonderdeel in de zin van artikel 4, onder d van het Besluit informatiebeheer 2010;</al><al /><al><nadruk type="vet">l.</nadruk></al><al>het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken in de zin van artikel 2 Databankenverordening </al></entry><entry colname="col4"><al>Archiefwet 1995, Archiefbesluit 1995 en Besluit informatiebeheer 2010</al><al /><al><nadruk type="vet">a.</nadruk></al><al>Artikel 7 Archiefwet 1995 en artikel 6 Archiefbesluit 1995</al><al /><al><nadruk type="vet">b.</nadruk></al><al>artikel 8 Archiefbesluit 1995</al><al /><al><nadruk type="vet">c.</nadruk></al><al>artikel 8, eerste en tweede lid, Archiefwet 1995 en artikel 7 en 8 Archiefbesluit 1995</al><al /><al><nadruk type="vet">d.</nadruk></al><al>artikel 8 Archiefbesluit 1995</al><al /><al><nadruk type="vet">e.</nadruk></al><al>artikel 12, eerste lid, Archiefwet 1995 en artikel 9 Archiefbesluit 1995</al><al /><al><nadruk type="vet">f.</nadruk></al><al>artikel 13, eerste lid Archiefwet 1995</al><al /><al><nadruk type="vet">g.</nadruk></al><al>artikel 13, derde en vierde lid Archiefwet 1995;</al><al /><al><nadruk type="vet">h.</nadruk></al><al>artikel 8 Archiefbesluit 1995</al><al /><al><nadruk type="vet">i.</nadruk></al><al>artikel 8 Archiefbesluit 1995</al><al /><al><nadruk type="vet">j.</nadruk></al><al>artikel 15, eerste en tweede lid, artikel 16, tweede lid, Archiefwet 1995 en artikel 10 Archiefbesluit 1995</al><al /><al><nadruk type="vet">k.</nadruk></al><al>artikel 4, onder d van het Besluit informatiebeheer 2010</al><al /><al><nadruk type="vet">l.</nadruk></al><al>artikel 2 Databankenverordening Amsterdam 1</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Na overleg met en instemming van de conform artikel 32, derde lid, van de Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeente-archivaris)</al></entry><entry colname="col7"><al>Afdelingshoofd Staf Organisatie, Kwaliteit en Facilitering </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">21.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Art. 5, lid 2, in samenhang met Bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, en in samenhang met Bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 8</al></entry><entry colname="col3"><al>Het aanmelden van wijzigingen van de gemeentelijke gegevens in het Handelsregister aan de Kamer van Koophandel</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 18 en 19 Handelsregisterwet 2007</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Afdelingshoofd Organisatie, Kwaliteit en Facilitering</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">22.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder a</al></entry><entry colname="col3"><al>Het nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezit, behalve beslaglegging, als bedoeld in artikel 160, derde lid, van de Gemeentewet</al></entry><entry colname="col4"><al>artikel 160, derde lid Gemeentewet</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">23.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder b, artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder b</al></entry><entry colname="col3"><al>Het stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuld</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4:5 Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Afdelingshoofd </al><al>Teamleider</al><al /><al>voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">24.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder c</al></entry><entry colname="col3"><al>Het beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen</al></entry><entry colname="col4"><al>Art. 4:11 Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Afdelingshoofd Teamleider</al><al /><al>voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">25.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 42, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder d</al></entry><entry colname="col3"><al>Het kennis geven van de verdaging van een beslissing op een aanvraag </al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 4:14 Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">26.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder e </al></entry><entry colname="col3"><al>In het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellen</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 4:18 Algemene wet bestuursrecht </al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">27.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder f</al></entry><entry colname="col3"><al>Het vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom aan of door de dienst of bedrijf (bestuursrechtelijke geldschuld) </al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 4:86 Algemene wet bestuursrecht </al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">28.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder g</al></entry><entry colname="col3"><al>Het nemen van beslissingen inzake verrekening</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 4:93 Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">29.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder h </al></entry><entry colname="col3"><al>Het verlenen van uitstel</al><al>van betaling verrekening, als bedoeld in artikel 4:93 van de Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel. 4:94 Algemene wet bestuursrecht </al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">30.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder i</al></entry><entry colname="col3"><al>Het verlenen van voorschotten</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel. 4:95 Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">31.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder j</al></entry><entry colname="col3"><al>Het intrekken of wijzigen van de beschikking tot uitstel van betaling of verlenen van een voorschot</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel. 4:96 Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">32.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder k</al></entry><entry colname="col3"><al>Het bij beschikking vaststellen van de wettelijke rente</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 4:99 Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">33.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder l </al></entry><entry colname="col3"><al>Het geheel of gedeeltelijk verlenen van kwijtschelding</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 4:94a Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College </al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">34.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 2, hoofdstuk 4 aanhef onderdeel 10, en in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder m </al></entry><entry colname="col3"><al>Het aanmanen van de schuldenaar die in verzuim is</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 4:112 Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">35.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder n </al></entry><entry colname="col3"><al>Het uitvaardigen van een dwangbevel om de betaling van een geldsom af te dwingen </al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 4:114, artikel 4:115 Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">36.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 24, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder o </al></entry><entry colname="col3"><al>Het beslissen tot het nemen van executiemaatregelen ter uitvoering van dwangbevelen </al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 4:116; Artikel 5:10, tweede lid Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">37.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder q </al></entry><entry colname="col3"><al>Het behandelen en afdoen van klachten </al></entry><entry colname="col4"><al>Titel 9.1 Algemene wet bestuursrecht</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">38.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder r</al></entry><entry colname="col3"><al>Het beslissen op verzoeken om verstrekking van informatie met betrekking tot publieke informatie, als bedoeld in hoofdstuk 4 Wet open overheid </al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofdstuk 4 Wet open overheid </al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">39</nadruk>.</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5, tweede lid, in samenhang met bijlage 4, hoofdstuk 4 aanhef en onderdeel 10, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder s</al></entry><entry colname="col3"><al>Het beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatie</al></entry><entry colname="col4"><al>Artikel 3.3 Wet open overheid </al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Neen</al></entry><entry colname="col7"><al>Neen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">40.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5 tweede lid in samenhang met Bijlage 2 Hoofdstuk 0, Paragraaf 3 onder 1, in samenhang met Bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10</al></entry><entry colname="col3"><al>Het verstrekken van subsidie aan een instelling die, en voor ten hoogste het bedrag dat, op de begroting is vermeld, voor zover het zijn werkterrein betreft en overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023 </al></entry><entry colname="col4"><al>Bijlage 2, Paragraaf 3 onder 1</al><al /><al>Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Budgethoudersregeling 2023</al><al /><al>En/of begrotingspost inzake de subsidie die het betreft in de algemene begroting gemeente Amsterdam</al></entry><entry colname="col7"><al>Afdelingshoofd, Teamleider</al><al /><al>voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">41</nadruk>.</al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5 tweede lid in samenhang met Bijlage 2, Hoofdstuk 0, Paragraaf 3 onder 2, in samenhang met Bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10</al></entry><entry colname="col3"><al>Het verstrekken van subsidie op grond van subsidieregelingen die door het college zijn vastgesteld en die behoren tot het werkterrein van de directie, overeenkomstig de Budgethoudersregeling Amsterdam 2023 </al></entry><entry colname="col4"><al>Bijlage 2, Paragraaf 3 onder 2 Algemene Subsidieverordening Amsterdam 2023 Specifieke subsidieregeling</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Budgethoudersregeling 2023</al><al /><al>En/of begrotingspost inzake de subsidie die het betreft in de algemene begroting ge333meente Amsterdam</al></entry><entry colname="col7"><al>Afdelingshoofd Teamleider</al><al /><al>voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">42.</nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al>Artikel 5 tweede lid in samenhang met Bijlage 2, Hoofdstuk 0, Paragraaf 3 onder 3, in samenhang met Bijlage 4, hoofdstuk 4, onder 10</al></entry><entry colname="col3"><al>Het aanvragen van subsidie namens de gemeente voor activiteiten die behoren tot het aan de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie opgedragen werkterrein</al></entry><entry colname="col4"><al>Bijlage 2, Paragraaf 3 onder 3,</al></entry><entry colname="col5"><al>College</al></entry><entry colname="col6"><al>Budgethoudersregeling 2023</al></entry><entry colname="col7"><al>Afdelingshoofd Teamleider</al><al /><al>voor zover betrekking hebbende op het te onderscheiden eigen werkterrein, de eigen taakstelling en/of de eigen opdracht.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /></bijlage><nota-toelichting><kop><label /><nr /><titel>Toelichting</titel></kop><al><nadruk type="cur">Algemeen deel</nadruk></al><al>Het ondermandaatbesluit heeft tot doel om de ambtelijke organisatie van de directie goed te laten functioneren en om te voorkomen dat de directeur alle door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester gemandateerde, bevoegdheden, en de bevoegdheden waarvoor deze is gevolmachtigd of gemachtigd, in eigen persoon dient uit te oefenen.</al><al /><al>Op het ondermandaatbesluit zijn de algemene regels ten aanzien van mandaat in de Algemene wet bestuursrecht van toepassing: de directeur is bevoegd om per geval of in het algemeen instructies te geven over de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden, de gemandateerde functionarissen geven op verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, de directeur blijft bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen en deze kan een mandaat altijd intrekken. </al><al /><al>In het ondermandaatbesluit is niet bepaald dat de gemandateerden weer op hun beurt ondermandaat, ondervolmacht of ondermachtiging kunnen verlenen aan andere functionarissen voor het uitoefenen van een bevoegdheid. Het verlenen van verder ondermandaat door gemandateerden is dus niet toegestaan. Enkel de directeur kan ondermandaat verlenen door die functionarissen op te nemen in dit ondermandaatbesluit.</al><al /><al>Met dit ondermandaatbesluit verleent directeur Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie naast ondermandaat ook privaatrechtelijke volmacht tot het verrichten van handelingen die geen besluiten zijn in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en machtigingen tot het verrichten van feitelijke handelingen, die ook geen privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn. Voor de uitoefening van een feitelijke handeling geldt ook dat deze wordt uitgeoefend namens het college of de burgemeester. De bestuursorganen blijven tegelijkertijd bevoegd om de gemandateerde bevoegdheden zelf uit te oefenen (artikel 10:7 Algemene wet bestuursrecht).</al><al /><al>In de tabel horende bij dit ondermandaatbesluit kunnen aanvullende voorwaarden dan wel beperkingen worden gesteld bij het uitoefen van ondermandaat, volmacht en machtiging. Hetgeen in de tabel is opgenomen is leidend.</al><al /><al><nadruk type="cur">Intrekken ondermandaatbesluit 2025</nadruk></al><al>Door organisatorische veranderingen in het kader van de energietransitie zijn extra taken en daarmee samenhangende bevoegdheden toegekend aan de directeur directie Energie, die een nieuwe ondermandaatregeling rechtvaardigen. Het ondermandaatbesluit, Gemeenteblad 2025 nr. 269725 d.d. 24 juni 2025, wordt daarom ingetrokken. </al><al /><al><nadruk type="cur">Artikelsgewijs deel</nadruk></al><al>Artikel 1 Definitiebepaling</al><al>De voor dit besluit relevante begrippen zijn gedefinieerd.</al><al /><al>Artikel 2 Mandaatverlening voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam</al><al>Regelt aan welke functionarissen (onder)mandaat, (onder)volmacht en (onder)machtiging wordt verleend en welke bevoegdheden het betreft. </al><al>In de ”Bijlage: Mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam” is de inhoud van de kolom ‘Bijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam’ overgenomen uit het Algemeen Mandaatbesluit Amsterdam. Deze kolom bevat dus geen nieuwe rechtsregels, omdat de inhoud al in het Algemeen Mandaatbesluit Amsterdam bepaald is. Voor de gebruiksvriendelijkheid is ervoor gekozen de bepalingen toch over te nemen. Daarnaast verkleint het de kans op fouten bij het gebruik van een bevoegdheid door een ondergemandateerde. Het zou voor ondergemandateerden en andere lezers van het besluit namelijk anders erg ingewikkeld zijn om uit te zoeken waartoe een gemandateerde wel en niet bevoegd is. </al><al /><al>Als in de bijlage in de laatste kolom het woord “Neen” is opgenomen, dan is de directeur de enige die de genoemde bevoegdheden kan uitoefenen. Hoewel het toch opnemen van een dergelijke bevoegdheid in de tabel geen nieuwe rechtsregel is (er is geen sprake van een nieuwe bevoegdheidsverdeling) is het voor ambtenaren en andere lezers van het besluit zo wel volledig duidelijk waartoe de ambtenaren van de directie Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie (niet) bevoegd zijn. Als in de laatste kolom een specifieke afdeling wordt genoemd, wordt alleen aan het afdelingshoofd en teamleiders van die specifieke afdeling ondermandaat verleend. Als gesproken wordt van afdelingshoofd en teamleider dan worden alle afdelingshoofden en teamleiders binnen de directie bedoeld, met de beperking dat het ondermandaat uitsluitend betrekking heeft op het eigen werkterrein of de opdracht die is toevertrouwd aan het afdelingshoofd of de teamleider die het betreft.</al><al /><al>Artikel 3 Vervangingsregeling </al><al>De vervanging van de directeur eindigt op het moment dat die weer (volgens diens normale arbeidsuren) aanwezig is. De vervanging zoals omschreven in de situatie in het derde lid eindigt in het geval de vervanger bedoeld in het tweede lid weer aanwezig is.</al><al /><al>Zoals bepaald in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam wijzen afdelingshoofden en teammanagers in het geval van afwezigheid een ander afdelingshoofd respectievelijk een andere teammanager binnen de directie aan als plaatsvervanger en stellen de directie Personeel en Organisatie daarvan in kennis.</al><al /><al>Artikel 4 Wijze van ondertekening </al><al>Schrijft voor hoe stukken moeten worden ondertekend.</al><al /><al>Artikel 5 Intrekken eerder mandaatbesluit</al><al>Regelt de intrekking van Het Algemeen ondermandaatbesluit en vervangingsregeling Amsterdam –Uitvoeringsorganisatie Infrastructuur en Energie.</al><al /><al>Artikel 6 Inwerkingtreding</al><al>Bepaalt wanneer deze regeling in werking treedt.</al><al /><al>Artikel 7 Citeertitel</al><al>Schrijft voor hoe deze regeling moet worden aangehaald.</al></nota-toelichting></regeling></gemeenteblad></officiele-publicatie>