<OfficielePublicatie schemaversie="1.2.0" xmlns="https://standaarden.overheid.nl/lvbb/stop/uitlevering/">
  <ExpressionIdentificatie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <FRBRWork>/akn/nl/officialGazette/gmb/2026/472813</FRBRWork>
    <FRBRExpression>/akn/nl/officialGazette/gmb/2026/472813/nld@2026-10-08</FRBRExpression>
    <soortWork>/join/id/stop/work_015</soortWork>
  </ExpressionIdentificatie>
  <OfficielePublicatieVersieMetadata xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <gepubliceerdOp>2026-10-08</gepubliceerdOp>
  </OfficielePublicatieVersieMetadata>
  <OfficielePublicatieMetadata xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/data/">
    <eindverantwoordelijke>/tooi/id/gemeente/gm0450</eindverantwoordelijke>
    <jaargang>2026</jaargang>
    <maker>/tooi/id/gemeente/gm0450</maker>
    <officieleTitel>Programma Klimaat 2025-2030</officieleTitel>
    <ondertekendOp>2026-01-20</ondertekendOp>
    <onderwerpen>
      <onderwerp>/tooi/def/concept/c_9af4b880</onderwerp>
    </onderwerpen>
    <publicatieIdentifier>gmb-2026-472813</publicatieIdentifier>
    <publicatienaam>Gemeenteblad 2026, 472813</publicatienaam>
    <publicatieblad>/tooi/def/concept/c_81cc2eb5</publicatieblad>
    <publicatienummer>472813</publicatienummer>
    <publiceert>/akn/nl/bill/gm0450/2026/2_38/nld@2026-10-08;38</publiceert>
    <soortProcedure>/join/id/stop/proceduretype_ontwerp</soortProcedure>
    <rechtsgebieden>
      <rechtsgebied>/tooi/def/concept/c_638d8062</rechtsgebied>
    </rechtsgebieden>
    <uitgever>/tooi/id/gemeente/gm0450</uitgever>
    <soortPublicatie>/join/id/stop/soortpublicatie_001</soortPublicatie>
  </OfficielePublicatieMetadata>
  <OfficielePublicatie xmlns="https://standaarden.overheid.nl/stop/imop/tekst/">
    <Gemeenteblad>
      <Bladaanduiding>
	<Titelregel>Gemeenteblad</Titelregel>
	<Titelregel>Officiële uitgave van de gemeente Uitgeest</Titelregel>
      </Bladaanduiding>
      <BesluitCompact>
	<RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
	  <Al>Programma Klimaat 2025-2030</Al>
	</RegelingOpschrift>
	<Aanhef eId="formula_1" wId="formula_1">
	  <Al>Ontwerp Programma Klimaat 2025-2030</Al>
	</Aanhef>
	<Lichaam eId="body" wId="body">
	  <WijzigArtikel eId="art_I" wId="gm0450_38__art_I">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>I</Nummer>
	    </Kop>
	    <Wat>
						<br/>
                zoals is aangegeven in <IntRef ref="cmp_A">Bijlage A.</IntRef>
					</Wat>
	  </WijzigArtikel>
	  <Artikel eId="art_II" wId="gm0450_38__art_II">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>II</Nummer>
	    </Kop>
	    <Gereserveerd/>
	  </Artikel>
	  <Artikel eId="art_III" wId="gm0450_38__art_III">
	    <Kop>
	      <Label>Artikel</Label>
	      <Nummer>III</Nummer>
	    </Kop>
	    <Inhoud>
	      <Al>Dit besluit treedt in werking op de dag waarop dit bekend wordt gemaakt.</Al>
	    </Inhoud>
	  </Artikel>
	</Lichaam>
	<Sluiting eId="formula_2" wId="formula_2">
	  <Ondertekening>
	    <Al>Aldus besloten door burgemeester en wethouders van Uitgeest op 20 januari 2026</Al>
	  </Ondertekening>
	</Sluiting>
	<WijzigBijlage eId="cmp_A" wId="gm0450_38__cmp_A">
	  <Kop>
	    <Label>Bijlage</Label>
	    <Nummer>A</Nummer>
	  </Kop>
	  <RegelingVrijetekst componentnaam="nieuweregeling" wordt="/akn/nl/act/gm0450/2026/2_4/nld@38">
	    <RegelingOpschrift eId="longTitle" wId="longTitle">
	      <Al>Programma Klimaat 2025-2030</Al>
	    </RegelingOpschrift>
	    <Lichaam eId="body" wId="body">
	      <Divisietekst eId="content_1" wId="gm0450_38__content_1">
		<Gereserveerd/>
	      </Divisietekst>
	      <Divisie eId="div_1" wId="gm0450_38__div_1">
		<Kop>
		  <Nummer>1</Nummer>
		  <Opschrift>Inleiding</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_1__content_1" wId="gm0450_38__div_1__content_1">
		  <Kop>
		    <Nummer>1.1</Nummer>
		    <Opschrift>WAAROM DIT PROGRAMMA?</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In 2020 hebben de BUCH-gemeenten de gezamenlijke klimaatambities vastgelegd in het Ambitiedocument Klimaat 2021–2025. Ons doel: een leefomgeving waarinhet prettig en gezond wonen en werken blijft – ook alshet klimaat verandert.</Al>
		    <Al>2024 was wereldwijd het warmste jaar ooit gemeten. Ook in onze regio merken we de gevolgen van extremer weer steeds vaker. Zo leidde de overvloedige regenval in 2024 tot waterophoping in de duingebieden van Bergen en Castricum, straten die blank kwamen te staan en huizen en tuinen die onder liepen. Bewoners investeerden blijvend in maatregelen om hun woningen te beschermen. Deze lokale ervaringen onderstrepen de urgentie om door te pakken met duurzame maatregelen.</Al>
		    <Al>Gelukkig groeit het bewustzijn dat verandering nodig is. Uit <ExtRef ref="https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/48/drie-kwart-volwassenen-bezorgd-over-gevolgen-klimaatverandering" soort="URL">onderzoek</ExtRef>
										<sup>1</sup> blijkt dat 82% van de volwassenen klimaatbeleid belangrijk vindt. Het <ExtRef ref="https://www.scp.nl/documenten/2025/04/17/klimaat-en-samenleving" soort="URL">Sociaal Cultureel Planbureau</ExtRef> (SCP) bevestigde dit beeld in 2025<sup>2</sup>: een meerderheid van de Nederlanders steunt de overstap naar duurzame energie en het tegengaan van klimaatverandering. Tegelijkertijd maken veel mensen zich zorgen over de betaalbaarheid van klimaatmaatregelen. Niets doen kost de samenleving echter vaak meer in de toekomst. De energiecrisis van 2022 – mede veroorzaakt door de oorlog in Oekraïne – liet zien hoe kwetsbaar onze afhankelijkheid van fossiele brandstoffen is.</Al>
		    <Al>Daarom zetten wij ons in om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. We stimuleren duurzame energie, verduurzamen gebouwen en maken schoner vervoer mogelijk. We willen dat iedereen kan meedoen. Daarom pakken we energiearmoede aan en maken we duurzame keuzes voor iedereen bereikbaar.</Al>
		    <Al>Daarnaast werken we aan een circulaire economie, waarin we verspilling tegengaan en producten langer meegaan. We bereiden onze gemeenten voor op extremer weer – met meer groen, slimme oplossingen tegen wateroverlast en aandacht voor hitte en droogte.</Al>
		    <Al>Het Programma Klimaat 2025 - 2030 helpt ons deze thema’s in samenhang te benaderen, met duidelijke doelen, rollen en verantwoordelijkheden. Zo voorkomen we versnippering en sturen we gericht op resultaat.Om te leren van de afgelopen periode, hebben we in 2024 het Programma Klimaat 2021–2025 laten evalueren. Arcadis onderzocht hoe de uitvoering is verlopen en wat er beter kan. De uitkomsten lieten zien dat er brede waardering is voor onze ambities en de geboekte voortgang. Tegelijkertijd kwamen ook verbeterpunten naar voren.</Al>
		    <Al>Zo kan de organisatie beter worden ingericht, moeten doelen concreter geformuleerd worden en gaan we meer inzetten op leren – onder andere met heldere rapportages en monitoring. Dat geeft beter zicht op onze resultaten en helpt ons om effectiever bij te sturen.</Al>
		    <Al>Met dit vernieuwde, gezamenlijke Programma Klimaat 2025–2030 van de gemeenten Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo bouwen we voort op het vorige programma. We zetten een volgende stap in onze gezamenlijke aanpak van de klimaatuitdagingen, en geven concreet invulling aan de verbeterpunten uit de evaluatie.</Al>
		    <Al>
										<sup>1</sup> Drie kwart volwassen bezorgd over gevolgen klimaatverandering; CBS; 2023<br/>
										<sup>2</sup> Klimaat en Samenleving - Burgerperspectieven; SCP; 2025 </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_1__content_2" wId="gm0450_38__div_1__content_2">
		  <Kop>
		    <Nummer>1.2</Nummer>
		    <Opschrift>TROTS OP WAT WE HEBBEN BEREIKT</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De afgelopen vijf jaar hebben we als BUCH-gemeenten samen hard gewerkt aan onze klimaatambities.Met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties hebben we mooie stappen gezet richtingeen duurzame toekomst. Op dat fundament bouwen wenu verder. Dit programma helpt ons om de komende jarennog meer impact te maken.</Al>
		    <Al>
										<strong>Resultaten</strong>
										<br/>Diverse projecten zijn uitgevoerd en resultaten bereikt. Enkele voorbeelden:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="div_1__content_2__list_1" wId="gm0450_38__div_1__content_2__list_1">
		      <Li eId="div_1__content_2__list_1__item_1" wId="gm0450_38__div_1__content_2__list_1__item_1">
			<Al>In Castricum hebben we ambitieuze plannen gemaakt voor een nieuw aardgasvrij zwembad. Dit is een grote stap: het zorgt direct voor een flinke vermindering van de CO₂-uitstoot van ons gemeentelijk vastgoed. Daarmee komen we dichter bij ons doel om in 2030 55% minder CO₂ uit te stoten.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_1__item_2" wId="gm0450_38__div_1__content_2__list_1__item_2">
			<Al>Ook in de Egmondermeer (Bergen) hebben we flinke stappen gezet. Samen met agrariërs werken we aan een duurzamere veehouderij en minder gebruik van bestrijdingsmiddelen. Zo zorgen we voor een gezondere leefomgeving en een toekomstbestendige landbouw.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_1__item_3" wId="gm0450_38__div_1__content_2__list_1__item_3">
			<Al>In de openbare ruimte zetten we in op duurzame keuzes. Alle BUCH-gemeenten hebben een fietsbeleid vastgesteld om duurzame mobiliteit te stimuleren en autoverkeer terug te dringen. In Uitgeest hebben we de wijk De Koog volledig klimaatadaptief ingericht.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_1__item_4" wId="gm0450_38__div_1__content_2__list_1__item_4">
			<Al>Daarnaast hebben we samen met woningcorporatie Kennemer Wonen het convenant ‘Toekomstbestendige Woningbouw’ ondertekend. Hiermee onderstrepen wij onze inzet voor duurzame woningbouw en onze rol als actieve partner in de transitie naar een gezonde, circulaire en klimaatbestendige leefomgeving.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_1__item_5" wId="gm0450_38__div_1__content_2__list_1__item_5">
			<Al>Onze aanpak voor de energietransitie is de afgelopen jaren flink opgeschaald. We hebben gewerkt aan de uitbreiding van zonne- en windenergie, collectieve inkoopacties voor energiebesparing, subsidies voor woningverduurzaming én vier warmteprogramma’s voor een aardgasvrije toekomst – één voor elke gemeente. Daarnaast hebben we bedrijven gefaciliteerd bij het inzichtelijk maken van hun energieverbruik en het toepassen van slimme energieoplossingen. Ook werken we intensief samen met lokale energiecoöperaties. Dankzij de inzet van vrijwilligers krijgen bewoners en ondernemers persoonlijk advies over energiebesparing en duurzame opwekking. Door hierin extra te investeren en de budgetten te verhogen, kunnen deze initiatieven steeds meer impact maken in de wijk.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_1__item_6" wId="gm0450_38__div_1__content_2__list_1__item_6">
			<Al>We zijn trots op het circulaire maakonderwijs op basisscholen. Door kinderen al jong bewust te maken van hergebruik en circulariteit, bouwen we aan een generatie die duurzaam denkt en doet.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_2__list_1__item_7" wId="gm0450_38__div_1__content_2__list_1__item_7">
			<Al>Samen met inwoners, tenslotte, hebben we de omgeving groener gemaakt, onder andere via een subsidieregeling, jaarlijkse uitdeelacties, een tegel-ophaalservice en het aanbieden van deelauto’s.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_1__content_3" wId="gm0450_38__div_1__content_3">
		  <Kop>
		    <Nummer>1.3</Nummer>
		    <Opschrift>AANSLUITEN BIJ ANDERE BELEIDSPLANNEN</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het klimaatprogramma fungeert als paraplu en brengt structuur en samenhang aan de verschillende thema’s. Het zorgt ervoor dat onderstaande plannen en initiatieven, op elkaar aansluiten en elkaar versterken voor een toekomstbestendige leefomgeving. </Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="div_1__content_3__list_1" wId="gm0450_38__div_1__content_3__list_1">
		      <Li eId="div_1__content_3__list_1__item_1" wId="gm0450_38__div_1__content_3__list_1__item_1">
			<Al>
												<strong>Warmteprogramma’s:</strong>
												<br/>Planning voor de overgang naar aardgasvrije buurten met bijbehorende uitvoeringsplannen.• Regionale Energiestrategie (RES):Doelen voor duurzame energieopwekking.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_1__item_2" wId="gm0450_38__div_1__content_3__list_1__item_2">
			<Al>
												<strong>Energievisie 2.0:</strong>
												<br/>Schets van de richting naar een robuust en betrouwbaar energiesysteem in Noord-Holland in 2050.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_1__item_3" wId="gm0450_38__div_1__content_3__list_1__item_3">
			<Al>
												<strong>Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie:</strong>
												<br/>Stapsgewijze uitvoering van circulair beleid.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_1__item_4" wId="gm0450_38__div_1__content_3__list_1__item_4">
			<Al>
												<strong>Klimaatadaptatie &amp; natuurinclusief bouwen:</strong>
												<br/>Beleidsplan voor klimaatbestendige en natuur-inclusieve gemeenten.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_1__item_5" wId="gm0450_38__div_1__content_3__list_1__item_5">
			<Al>
												<strong>Duurzame mobiliteit:</strong>
												<br/>Visie op duurzame mobiliteit voor minder CO2-uitstoot en meer gebruik van duurzame vervoersmiddelen.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_1__content_3__list_1__item_6" wId="gm0450_38__div_1__content_3__list_1__item_6">
			<Al>
												<strong>Verduurzaming gemeentelijk vastgoed:</strong>
												<br/>Stapsgewijze aanpak om gemeentelijke gebouwen aardgasvrij te maken.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisie eId="div_2" wId="gm0450_38__div_2">
		<Kop>
		  <Nummer>2</Nummer>
		  <Opschrift>Opgaven en Klimaatdoelen</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_2__content_1" wId="gm0450_38__div_2__content_1">
		  <Kop>
		    <Nummer>2.1</Nummer>
		    <Opschrift>OPGAVEN</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>We richten ons in het Programma Klimaat op de volgende drie opgaven:</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_2__content_1__table_1" eId="div_2__content_1__table_1">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100.0000*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>
																<u>Klimaatverandering tegengaan</u>
															</strong>
															<br/>Door aan de slag te gaan met het reduceren van de broeikasgassenuitstoot en het toewerken naar een circulaire economie. Europa en Nederland hebben klimaatdoelen vastgesteld, die we volgen.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <table wId="gm0450_38__div_2__content_1__table_2" eId="div_2__content_1__table_2">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100.0000*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>
																<u>Onze leefomgeving schoner maken en weerbaar tegen de gevolgen van klimaatverandering</u>
															</strong>
															<br/>Door aan de slag te gaan met het inrichten van een klimaatbestendige, waterrobuuste en natuur-inclusieve leefomgeving. In het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is vastgelegd dat Nederland in 2050 volledig klimaatbestendig en waterrobuust moet zijn ingericht. We dragen ook bij aan een schoner milieu en leveringszekerheid van grondstoffen door ons in te zetten voor een circulaire economie. In het Nationaal Programma Circulaire Economie is uitgewerkt hoe Nederland naar 2050 toe, volledig circulaire wordt.</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <table wId="gm0450_38__div_2__content_1__table_3" eId="div_2__content_1__table_3">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100.0000*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>
																<u>Toewerken naar een duurzame samenleving</u>
															</strong>
															<br/>Door samen te (blijven) werken met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties; door duidelijk en consistent te zijn over de doelen en prioriteiten; door het goede voorbeeld te geven en door regie te nemen.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>Door te werken aan deze drie opgaven, geven we invulling aan de Europese en landelijke kaders en werken we aan brede welvaart van de toekomstige generaties in Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. We pakken deze opgaven op samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke partners en onze regionale partners. We nemen regie waar nodig, werken zoveel mogelijk vanuit dat wat past bij de afzonderlijke gemeenten en geven zelf het goede voorbeeld.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_2__content_2" wId="gm0450_38__div_2__content_2">
		  <Kop>
		    <Nummer>2.2</Nummer>
		    <Opschrift>NEDERLAND OP WEG NAAR EEN DUURZAME TOEKOMST</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Figuur wId="gm0450_38__div_2__content_2__img_1" eId="div_2__content_2__img_1">
		      <Illustratie naam="gmb-2026-472813-6.jpg" hoogte="435" breedte="730" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>In 2019 werd het Klimaatakkoord opgesteld door de Rijksoverheid, samen met bedrijven en maatschappelijke organisaties. Hierin staan afspraken over hoe we in Nederland de klimaatdoelen gaan halen. Dit gebeurt via zes thema’s: elektriciteit, mobiliteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik.</Al>
		    <Al>Het Klimaatakkoord is later vastgelegd in de Klimaatwet. In 2023 is deze wet geactualiseerd om aan te sluiten bij de Europese Green Deal. De belangrijkste doelen zijn het toewerken naar een klimaatneutraal en circulair Nederland in 2050. De Europese Commissie heeft een ‘tussendoel’ van 90% broeikasgasreductie in 2040 voorgesteld. Nederland ziet dat ook als logische tussenstap op weg naar klimaatneutraliteit in 2050 en wil daar actief aan <ExtRef ref="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2025/03/14/minvkgg-klimaatplan-2025-2035" soort="URL">bijdragen</ExtRef>
										<sup>3</sup>. Zie figuur 1 voor de klimaatdoelen.</Al>
		    <Al>Daarnaast is in 2024 in Europa de Natuurherstelwet aangenomen. Daarin is vastgelegd dat het groenoppervlak t.o.v. 2024 op landelijk niveau niet mag afnemen.</Al>
		    <Al>
										<sup>3</sup>
										<i>Klimaatplan 2025-2035 - Op weg naar een Klimaatneutraal Nederland; Ministerie van Klimaat en Groene Groei; 2025</i>
									</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_2__content_3" wId="gm0450_38__div_2__content_3">
		  <Kop>
		    <Nummer>2.3</Nummer>
		    <Opschrift>DE AMBITIE VAN DE BUCH-GEMEENTEN</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De BUCH-gemeenten zetten zich in voor een groene, klimaatbestendige en circulaire toekomst. Wij beheren de openbare ruimte, zorgen voor een prettige leefomgeving en werken aan een duurzame toekomst voor onze inwoners. Dit betekent dat we, op een manier die past bij onze regio, concreet aan de slag gaan met de uitvoering van het vastgestelde EU- en Rijksklimaatbeleid:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="div_2__content_3__list_1" wId="gm0450_38__div_2__content_3__list_1">
		      <Li eId="div_2__content_3__list_1__item_1" wId="gm0450_38__div_2__content_3__list_1__item_1">
			<Al>55% minder Broeikasgassen uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_2__content_3__list_1__item_2" wId="gm0450_38__div_2__content_3__list_1__item_2">
			<Al>90% broeikasgassenreductie in 2040 ten opzichte van 1990 als volgende tussendoel.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_2__content_3__list_1__item_3" wId="gm0450_38__div_2__content_3__list_1__item_3">
			<Al>Volledig klimaatneutraal en circulair in 2050.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_2__content_3__list_1__item_4" wId="gm0450_38__div_2__content_3__list_1__item_4">
			<Al>Volledig klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief ingericht</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>De gemeente Heiloo streeft naar een klimaat neutrale energievoorziening in 2040. Uit het collegeprogramma Heiloo: “Heiloo wil een van de duurzaamste gemeenten worden van Nederland en streeft naar een klimaat neutrale energievoorziening in 2040 en het behoud van het groene karakter in en om het dorp”.</Al>
		    <Al>We vertalen bovenstaande ambities naar meetbare doelen en concrete acties die zichtbaar en merkbaar zijn in onze gemeenten.</Al>
		    <Al>
										<strong>GEMEENTELIJKE INVLOEDSSFEER</strong>
										<br/>Ten opzichte van het Ambitiedocument 2021-2025 formuleren we de doelen nu concreter en scherper. We maken daarmee zichtbaar hoe groot de opgave is om aan de landelijke kaders te voldoen.</Al>
		    <Al>Voor het realiseren van de ambities, zijn de gemeenten afhankelijk van en groot aantal externe factoren. Daar waar we direct aan de knoppen zitten, spannen we ons in voor ambitieus beleid. Bijvoorbeeld in het verduurzamen van onze eigen gemeentelijke bedrijfsvoering, de inrichting van de openbare ruimte en het gemeentelijke grondstoffenbeleid.</Al>
		    <Al>Daar waar de verduurzamingsopgave een inzet vraagt van de samenleving als geheel (alle inwoners en alle ondernemers), spannen we ons in voor het creëren van de juiste randvoorwaarden en de juiste ondersteuning. We vragen bijvoorbeeld actief subsidies aan en de acties, de maatregelen en de samenwerkingen met externe partners zijn allen gericht op het bieden van ondersteuning en handvatten aan de verschillende doelgroepen.</Al>
		    <Al>Maar er zijn ook bepalende factoren, waar wij als gemeenten geen of nauwelijks grip op hebben. Bijvoorbeeld de energieprijzen en consistent overheidsbeleid vanuit Den Haag.</Al>
		    <Al>De beschikbare energie-infrastructuur speelt eveneens een grote rol. Netcongestie vormt een risico voor onze voortgang. Gemeenten hebben geen zeggenschap over de planning van netbeheerders. Daarom zetten we in op slimmer gebruik van de netcapaciteit en een nauwe samenwerking met de netbeheerder in de warmtetransitie.</Al>
		    <Al>Met goede monitoring blijven we als BUCH-gemeenten de voortgang op de geformuleerde doelen nauwlettend volgen om tijdig te kunnen bijsturen op de inzet om de doelen te bereiken, of op de doelen zelf.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisie eId="div_3" wId="gm0450_38__div_3">
		<Kop>
		  <Nummer>3</Nummer>
		  <Opschrift>Aanpak</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_3__content_1" wId="gm0450_38__div_3__content_1">
		  <Kop>
		    <Nummer>3.1</Nummer>
		    <Opschrift>WAT WE DOEN, WILLEN WE STEEDS BETER DOEN</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Onze stip op de horizon is 2050. Daar werken we naartoe in doelgerichte stappen. We bouwen voort op wat al goed gaat en waar we al mee zijn gestart. De nadruk ligt op doen: meer uitvoeren, meer mensen bereiken en zo meer impact maken. Prioriteit ligt bij het concreet maken van het warmteprogramma. We vertalen de plannen naar gebiedsgerichte aanpakken met duidelijke tijdslijnen. Daarnaast verbreden we de komende jaren de successen die we nu halen. De ‘kopgroep’ van inwoners en ondernemers, die zelf de stap naar verduurzaming wilden zetten, hebben we goed bereikt. Een belangrijk begin. Het is nu tijd om door te pakken. Als we de klimaatdoelen willen halen, moeten we niet alleen de voorlopers ondersteunen, maar ook het grote peloton in beweging brengen. We helpen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties om actief bij te dragen aan verduurzaming, aardgasvrij wonen, circulaire keuzes en vergroening.</Al>
		    <Al>Ook binnen onze eigen organisatie blijven we verbeteren. We nemen onze voorbeeldrol serieus. Daarom verduurzamen we het gemeentelijk vastgoed, het gemeentelijk wagenpark en onze processen. We maken circulaire keuzes en laten zo zien hoe het anders kan. We willen groeien naar een leiderschapsrol in de samenleving.</Al>
		    <Al>We werken integraal aan de ambities vanuit de vijf pijlers (figuur 2):</Al>
		    <Figuur wId="gm0450_38__div_3__content_1__img_1" eId="div_3__content_1__img_1">
		      <Illustratie naam="gmb-2026-472813-7.jpg" hoogte="250" breedte="464" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_3__content_2" wId="gm0450_38__div_3__content_2">
		  <Kop>
		    <Nummer>3.2</Nummer>
		    <Opschrift>DE VIJF PIJLERS VAN ONZE AANPAK</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>We werken integraal aan de ambities vanuit de vijf pijlers (figuur 2):</Al>
		    <Al>Het verduurzamen van onze gemeentelijke bedrijfsvoering is in feite een integrale opgave, waarin veel speerpunten uit de andere pijlers samenkomen. De komende jaren blijven we ook actief werken aan verschillende andere integrale opgaven waarin de prioriteiten uit de andere pijlers terugkeren.<br/>
										<br/>Het verduurzamen van onze gemeentelijke bedrijfsvoering is in feite een integrale opgave, waarin veel speerpunten uit de andere pijlers samenkomen. De komende jaren blijven we ook actief werken aan verschillende andere integrale opgaven waarin de prioriteiten uit de andere pijlers terugkeren.</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="div_3__content_2__list_1" wId="gm0450_38__div_3__content_2__list_1">
		      <Li eId="div_3__content_2__list_1__item_1" wId="gm0450_38__div_3__content_2__list_1__item_1">
			<Al>
												<strong>Verduurzamen van bedrijventerreinen: </strong>Stimuleren van samenwerking op het gebied van energie, circulaire initiatieven, klimaatadaptatie en mobiliteit.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_3__content_2__list_1__item_2" wId="gm0450_38__div_3__content_2__list_1__item_2">
			<Al>
												<strong>Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling:</strong>
												<br/>Bouwen met oog voor de klimaatopgaven, zoals duurzame mobiliteit, een groene, gezonde, klimaatadaptieve inrichting en het verminderen van CO₂-uitstoot door duurzame materialen en bouwmethoden.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_3__content_2__list_1__item_3" wId="gm0450_38__div_3__content_2__list_1__item_3">
			<Al>
												<strong>Aanjagen van buurtinitiatieven:</strong>
												<br/>Actieve ondersteuning van bewonersinitiatieven die bijdragen aan verduurzaming én het versterken van sociale samenhang.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>In deel II van dit document, werken we per pijler uit hoe we de ambities uit paragraaf 2.3 vertalen naar concrete, meetbare doelen voor 2030. Per doelstelling lichten we toe wat we als BUCH-gemeenten de komende jaren gaan doen om aan de doelen te werken en hoe we dat gaan monitoren.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_3__content_3" wId="gm0450_38__div_3__content_3">
		  <Kop>
		    <Nummer>3.3</Nummer>
		    <Opschrift>UITGANGSPUNTEN</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bij de uitvoering van het Programma Klimaat hanteren we vier uitgangspunten die de basis vormen van onze aanpak. Deze principes helpen ons om wat we doen steeds beter te gaan doen: effectieve maatregelen nemen, initiatieven ondersteunen en samen met inwoners en ondernemers aan een duurzame toekomst werken.</Al>
		    <Al>
										<strong>Uitgangspunt 1. Integraal werken</strong>
										<br/>Een duurzame leefomgeving vraagt om samenhang tussen de vijf pijlers van het Programma Klimaat (figuur 3). We werken daarom integraal aan de drie hoofdopgaven. Dat betekent dat thema’s zoals het verminderen van grondstoffengebruik en het voorkomen van afval niet alleen in de pijler Circulaire Economie thuishoren, maar overal terugkomen.</Al>
		    <Al>Bij het klimaatadaptief inrichten van wijken letten we ook op circulaire materiaalkeuzes en fossielvrije inzet van materieel. En bij de aanleg van doorfietsroutes kijken we niet alleen naar duurzame mobiliteit, als ook naar een klimaatbesten-dige inrichting van de ruimte. Bij het verduurzamen van ons vastgoed kijken we naar energie besparen, en naar toe te passen materialen en klimaatbestendigheid. Enzovoorts.</Al>
		    <Figuur wId="gm0450_38__div_3__content_3__img_1" eId="div_3__content_3__img_1">
		      <Illustratie naam="gmb-2026-472813-1.jpg" hoogte="301" breedte="300" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>
										<br/>
										<i>Figuur 3: Integraal werken</i>
									</Al>
		    <Al>
										<strong>Uitgangspunt 2. Samenwerken aan het programma klimaat - lokale initiatieven als motor</strong>
										<br/>De doelen van het Programma Klimaat realiseren we niet alleen, maar samen met inwoners, ondernemers, maat-schappelijke organisaties, energiecoöperaties en andere lokale partners. Met deze samenwerking bouwen we aan breed draagvlak voor de keuzes die we maken.</Al>
		    <Al>Uit de evaluatie van Arcadis blijkt dat de samenwerking met lokale partijen al goed op gang is, en nog verder versterkt kan worden. We blijven energiecoöperaties uitdagen om verder op te schalen en zoeken naar manieren om de samenwerking effectiever te maken. Dit vraagt ook iets van de BUCH-gemeenten: heldere communicatie, transparantie in besluitvorming én het actief wegnemen van belemmerin-gen die inwoners en ondernemers ervaren bij het starten of door ontwikkelen van hun initiatieven. Ook op het gebied van klimaatadaptatie valt er nog veel samenwerking te ontwik-kelen met de samenleving. Denk hierbij aan samenwerking met woningcorporaties, natuurverenigingen en landschaps-beheerders.</Al>
		    <Al>We ondersteunen lokale initiatieven met informatie, bege-leiding en door obstakels weg te nemen. Deze initiatieven zorgen voor versnelling, en voor meer vertrouwen en geloof in de transitie. Vooral als mensen zich gezien en gehoord voelen.</Al>
		    <Al>Een nieuwe ontwikkeling vormt de ‘energiegemeenschap’. Energiegemeenschappen zijn een vorm van samenwerking tussen burgers, al dan niet met deelname van lokale over-heden en kleine ondernemingen, die ons in staat stelt om gezamenlijk verantwoordelijk te nemen in de energietransitie, zonder dat dit een commerciële aanpak vereist. De samen-werking met energiegemeenschappen wordt de komende jaren binnen de BUCH-gemeenten verder verkend en vorm-gegeven.</Al>
		    <Al>Daarnaast investeren we in communicatie en participatie. Niet alleen voor de koplopers, en juist ook voor het brede ‘peloton’ dat vaak afwachtend is. Door mensen goed te in-formeren, te betrekken en – waar mogelijk – invloed te geven op besluiten, maken we de transitie van én voor iedereen.</Al>
		    <Al>De BUCH-gemeenten trekken hierin samen op: elke ge-meente maakt eigen keuzes, daarbij leren we van elkaar en benutten elkaars kennis en ervaring om effectiever te werken.</Al>
		    <Al>
										<strong>Uitgangspunt 3. Versnellen en actief bijsturen</strong>
										<br/>Vijf jaar geleden stonden we aan het begin; nu zitten we in de versnelling. De komende jaren schalen we op en breiden we maatregelen uit. Met deze actualisatie maken we doelen voor 2030 concreter, zodat we beter kunnen sturen en bijstu-ren. We blijven leren, monitoren en waar nodig onze aanpak verbeteren. Monitoring en sturing blijven essentieel voor B&amp;W, gemeenteraden en de BUCH-directie.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisietekst eId="content_2" wId="gm0450_38__content_2">
		<Kop>
		  <Nummer>4</Nummer>
		  <Opschrift>Communicatie als rode draad in het programma</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>
									<strong>COMMUNICATIE IN EEN INTEGRAAL EN PARTICIPATIEF KLIMAATPROGRAMMA</strong>
									<br/>Het Programma Klimaat van de BUCH-gemeenten (Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo) voor de periode 2025–2030 is expliciet opgezet als een integrale aanpak van meerdere klimaatopgaven: energietransitie, duurzame mobiliteit, circulaire economie, klimaatadaptatie en duurzame bedrijfsvoering. Wat het programma bijzonder maakt, is dat communicatie niet wordt gezien als randvoorwaarde, maar als een sturend instrument binnen alle pijlers. Het programma is gebouwd op participatie, gedragsverandering en brede betrokkenheid. Communicatie vervult hierin een essentiële verbindende rol.</Al>
		  <Al>Het eerdere succes bij koplopers - actieve inwoners, voorlopende ondernemers en energiecoöperaties - vormt de basis. De uitdaging is nu de verbreding naar het peloton: de brede groep die nog afwacht, twijfelt of simpelweg niet bereikt is. Daarvoor is het noodzakelijk om communicatie diep te verankeren in álle pijlers van beleid en uitvoering.</Al>
		  <Al>
									<strong>COMMUNICATIE ALS HEFBOOM VOOR GEDRAGSVERANDERINGEN SYSTEEMTRANSITIE</strong>
									<br/>De BUCH-gemeenten bouwen bewust aan een communicatieaanpak die zowel strategisch als tactisch sterk staat. Ze kiezen voor een gedragsgerichte benadering die inspeelt op verschillende motivaties, zoals comfort, gezondheid, kostenbesparing of toekomstgerichtheid. Het gebruik van gedragswetenschappelijke inzichten maakt communicatie effectiever, zeker als het gaat om het mobiliseren van inwoners die niet vanzelfsprekend in beweging komen.</Al>
		  <Al>De middelenmix varieert van keukentafelgesprekken en wijkbijeenkomsten tot sociale media, video en (online) platforms zoals het Klimaatplein. Dit Klimaatplein speelt een sleutelrol als digitale hub voor informatie, activering en interactie. De combinatie van grootschalige publiekscampagnes en persoonlijke, op maat gemaakte communicatie maakt het mogelijk om barrières te slechten en handelingsperspectief te bieden.</Al>
		  <Al>De communicatieaanpak is daarmee niet reactief, maar agenderend en faciliterend. Ze creëert vertrouwen en stimuleert collectieve actie door inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties.</Al>
		  <Al>
									<strong>Van koplopers naar het peleton: verbreden en verdiepen</strong>
									<br/>De ambitie van de BUCH-gemeenten is om onze impact aanzienlijk te vergroten. De evaluatie van het vorige programma leerde dat er grote waardering is voor het beleid, maar dat het bereik breder moet. Het nieuwe programma zet in op schaalvergroting door:</Al>
		  <Lijst type="ongemarkeerd" eId="content_2__list_1" wId="gm0450_38__content_2__list_1">
		    <Li eId="content_2__list_1__item_1" wId="gm0450_38__content_2__list_1__item_1">
		      <Al>Persoonlijke benadering en wijkgerichte communicatie, bijvoorbeeld via energiecoaches en buurt-initiatieven.</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="content_2__list_1__item_2" wId="gm0450_38__content_2__list_1__item_2">
		      <Al>Gerichte campagnes op de grote muddengroep van inwoners met twijfels of een informatieachterstand.</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="content_2__list_1__item_3" wId="gm0450_38__content_2__list_1__item_3">
		      <Al>Proffesiionalisering van comuunicatiekanalaen zoals het Klimaatplein, waar betrouwbare informatie en inspiratie samenkomen.</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="content_2__list_1__item_4" wId="gm0450_38__content_2__list_1__item_4">
		      <Al>Structurele samenwerking met partners en intermediars, zoals woningcorporaties, energiecoöperaties en scholen.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Zo ontstaat een communicatieaanpak die uitgaat van gelijkwaardigheid, wederkerigheid en eigenaarschap van de transitie.</Al>
		  <Al>
									<strong>Communicatie ingebed in de monitoring en programmasturing </strong>
									<br/>Een opvallend aspect van de communicatie-aanpak in dit programma is de koppeling met monitoring en rapportage. Niet alleen technische KPI’s (zoals CO₂-reductie of aantal zonnepanelen), maar ook communicatieve indicatoren worden gemeten. Denk aan bereikcijfers van campagnes, tevredenheid over inwonersbijeenkomsten, aantal contactmomenten met energiecoaches en groei van het Klimaatplein.</Al>
		  <Al>Door communicatie meetbaar te maken, ontstaat inzicht in wat werkt. Het stelt de gemeenten in staat om communicatie gericht bij te sturen op basis van respons, betrokkenheid en conversie.</Al>
		  <Al>
									<strong>SMART-doelen communicatie 2025-2030</strong>
									<br/>Hieronder volgen een aantal SMART-geformuleerde doelstellingen voor communicatie, passend binnen het integrale programma en gericht op het bereiken van een brede groep inwoners en ondernemers. We hebben zes doelen, verdeeld over categorie A t/m C.</Al>
		  <table wId="gm0450_38__content_2__table_1" eId="content_2__table_1">
		    <tgroup align="left" cols="1">
		      <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
		      <tbody valign="top">
			<row>
			  <entry>
			    <Al>
														<strong>A. COMMUNICATIE EN PARTICIPATIE ALGEMEEN</strong>
														<br/>In 2028 heeft 85% van de inwoners boven de 18 jaar van de BUCH-gemeenten ten minste eenmaal contact gehad met de klimaatcommunicatiecampagnes via minimaal twee verschillende kanalen.<br/>
														<br/>
														<i>Meetbaar: Op basis van campagnebereik en monitoring via responsdata of een enquête.</i>
														<br/>
														<br/>In 2027 weet 50% van de inwoners dat de Energietransitie betekent dat zij hun woning zelf aardgasvrij moeten laten maken en welke stappen zij individueel kunnen zetten (zoals isolatie of overstap warmtepomp).</Al>
			    <Al>
														<i>Meetbaar: inwonerpeiling, energieloketgebruik en aantal aanmeldingen voor verduurzamingsacties </i>
													</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </tbody>
		    </tgroup>
		  </table>
		  <table wId="gm0450_38__content_2__table_2" eId="content_2__table_2">
		    <tgroup align="left" cols="1">
		      <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
		      <tbody valign="top">
			<row>
			  <entry>
			    <Al>
														<strong>B. KLIMAATPLEIN ALS COMMUNICATIE- EN ACTIVATIEPLATFORM</strong>
														<br/>Uiterlijk in december 2029 heeft minimaal 50% van alle woningeigenaren ten minste één keer het Klimaatplein bezocht, waarbij de gemiddelde sessieduur op de website minimaal 2 minuten bedraagt, zoals gemeten via webstatistieken en gemeentelijke woningdata.<br/>
														<br/>
														<i>Meetbaar: Bezoekpercentage en sessieduur zijn meetbaar via webanalyse.</i>
														<br/>
														<br/>In 2025 starten we met het versturen van een externe digitale nieuwsbrief gericht op inwoners in het algemeen en met nadruk op woningeigenaren. We streven ernaar om eind 2026 minimaal 4.000 abonnees te hebben en dit aantal te laten groeien tot minimaal 12.000 abonnees eind 2029.<br/>
														<br/>
														<i>Meetbaar: Aantal abonnees is eenvoudig te meten via het nieuwsbriefplatform.</i>
														<br/>
													</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </tbody>
		    </tgroup>
		  </table>
		  <table wId="gm0450_38__content_2__table_3" eId="content_2__table_3">
		    <tgroup align="left" cols="1">
		      <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
		      <tbody valign="top">
			<row>
			  <entry>
			    <Al>
														<strong>C. VERBREDING DOELGROEP - 'HET PELETON'</strong>
														<br/>Uiterlijk in december 2030 neemt minimaal 60% van de huishoudens met een energielabel E, F of G én een WOZ-waarde onder het modale niveau deel aan ten minste één gemeentelijke verduurzamingsactie, zoals het aanvragen van een isolatiesubsidie of het ontvangen van energieadvies, zoals geregistreerd in gemeentelijke deelname- en subsidieregistraties.<br/>
														<br/>
														<i>Meetbaar: Woningdata, aanvraagformulieren en energiecoöperatie-registraties.</i>
														<br/>
														<br/>Van 2025 tot en met 2027 zijn er minimaal 10 wijkgerichte Energietransitie-pilotswaar wij in onze communicatiecampagnes over vertellen om bewustwording en actie te stimuleren.<br/>
														<br/>
														<i>Meetbaar: Aantal pilots (minimaal 10) en verslaglegging maken het meetbaar.</i>
														<br/>
													</Al>
			  </entry>
			</row>
		      </tbody>
		    </tgroup>
		  </table>
		  <Al>
									<strong>Tot slot</strong>
									<br/>Communicatie is binnen het BUCH Programma Klimaat geen losse pijler, maar het sociale cement dat de integrale aanpak mogelijk maakt. Het verbindt de fysieke opgaven aan het menselijk handelen en maakt van beleid, beweging. De strategische keuze om te investeren in een combinatie van gedragsgerichte communicatie, persoonlijke interactie en een krachtig platform als het Klimaatplein is essentieel om het peloton te bereiken. Met heldere SMART-doelstellingen wordt communicatie bovendien aantoonbaar effectief en stuurbaar – een noodzakelijke voorwaarde om de klimaatdoelen in 2030 en 2050 te halen.het mobiliseren van inwoners die niet vanzelfsprekend in beweging komen.</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="content_3" wId="gm0450_38__content_3">
		<Kop>
		  <Nummer>5</Nummer>
		  <Opschrift>Doorkijk naar 2050</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Figuur wId="gm0450_38__content_3__img_1" eId="content_3__img_1">
		    <Illustratie naam="gmb-2026-472813-4.jpg" hoogte="371" breedte="616" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		  </Figuur>
		  <Al>
									<br/>
									<i>Figuur 4: Hink- Stap- Sprong benadering</i>
								</Al>
		  <Al>Met het Programma Klimaat bouwen we aan een stevige basis: we versterken lokale samenwerking, creëren bewustwording, draagvlak en handelingsperspectief bij een zo groot mogelijke groep inwoners en ondernemers en zetten in op structurele investeringen. Deze fase richt zich op beproefde maatregelen, experimenteren, leren en opschalen.</Al>
		  <Al>De fundamenten die we nu leggen, maken het mogelijk om in de volgende fase te versnellen en de ‘sprong’ te maken richting 2040 en 2050 (zie figuur 4).</Al>
		  <Al>Een groot deel van de versnelling moet komen van goe-de randvoorwaarden, duidelijke regels en genoeg geld en ondersteuning vanuit de EU, rijksoverheid en provinciale overheid om de plannen ook echt uit te voeren. De EU komt naar verwachting in 2026 met een herziening van het ‘Fit for '55’ (Green Deal)-maatregelenpakket richting het tussendoel van 90% reductie in 2040.<br/>Voor toekomstig klimaatbeleid is het belangrijk om de juiste mix van maatregelen te gebruiken: duidelijke regels (nor-men), belastingen of heffingen (beprijzen) én subsidies. Op dit moment is die balans nog niet goed. Nederland zet vooral in op subsidies, terwijl strengere regels en prijsprikkels vaak ontbreken.</Al>
		  <Al>Alleen subsidies zijn vaak niet genoeg om mensen en bedrij-ven blijvend te laten kiezen voor duurzamere oplossingen. Zeker niet als fossiele alternatieven goedkoper blijven, de gevolgen van klimaatverandering – zoals wateroverlast en hitte – niet duidelijk voelbaar zijn, of als er geen verplichtin-gen zijn om te <ExtRef ref="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2025/03/14/minvkgg-klimaatplan-2025-2035" soort="URL">verduurzamen</ExtRef>
									<sup>4</sup>.</Al>
		  <Al>
									<sup>4</sup>
									<i>Klimaatplan 2025-2035 - Op weg naar een Klimaatneutraal Nederland; Ministerie van Klimaat en Groene Groei; 2025</i>
								</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisietekst eId="content_4" wId="gm0450_38__content_4">
		<Kop>
		  <Nummer>DEEL II:</Nummer>
		  <Opschrift>Invulling per pijler</Opschrift>
		</Kop>
		<Gereserveerd/>
	      </Divisietekst>
	      <Divisie eId="div_4" wId="gm0450_38__div_4">
		<Kop>
		  <Nummer>6</Nummer>
		  <Opschrift>Energietransitie</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_4__content_1" wId="gm0450_38__div_4__content_1">
		  <Kop>
		    <Nummer>6.1</Nummer>
		    <Opschrift>CONTEXT: WAAR GAAT HET OVER</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Om klimaatverandering tegen te gaan, heeft Nederland in het Klimaatakkoord afgesproken om in 2030 de broeikas-gassen-uitstoot met 55% te hebben verminderd ten opzichte van 1990. We werken toe naar 90% reductie in 2040. Om dit te bereiken, verkleinen we in Nederland de energievraag in gebouwen, stappen we over op duurzame alternatieven voor aardgas en wekken we meer duurzame elektriciteit op. De BUCH-gemeenten werken ook naar deze doelen toe. We doen dit door te investeren in zonne-energie op (grote) daken, energie te besparen en gebouwen stapsgewijs aard-gasvrij te maken. Dit vraagt om een gezamenlijke inspanning van iedereen in de BUCH-gemeenten: inwoners, onderne-mers, maatschappelijke organisaties en overheden. Het meest voorkomende broeikasgas is CO<sub>2</sub>, dat vrijkomt bij de verbranding van fossiele brandstoffen zoals kolen, aardolie en aardgas. Overige broeikasgassen zijn methaan, lachgas en fluorkoolwaterstoffen, welke vooral vrijkomen in industriële processen en de landbouw. We spreken in dit hoofdstuk over CO<sub>2</sub>-uitstoot. De overige broeikasgassen zijn omgerekend naar CO<sub>2</sub>-equivalenten
en zijn
meegeteld in het totaal.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_4__content_2" wId="gm0450_38__div_4__content_2">
		  <Kop>
		    <Nummer>6.2</Nummer>
		    <Opschrift>WAAR STAAN WE NU?</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De landelijke doelstelling voor CO<sub>2</sub>-reductie is geformu-leerd ten opzichte van 1990 maar op lokaal niveau hebben we geen gegevens uit 1990. Daarom is 2017 gekozen als referentiejaar. Voor dat jaar zijn betrouwbare lokale cijfers beschikbaar en volgens CBS is de uitstoot van 2017 in de meeste categorieën vergelijkbaar met die van <ExtRef ref="https://www.cbs.nl/nl-nl/cijfers/detail/37221eng" soort="URL">1990</ExtRef>
										<sup>5</sup>.</Al>
		    <Al>Tussen 2017 en 2023 is de CO<sub>2</sub>-uitstoot in de vier BUCH-ge-meenten aanzienlijk gedaald. In Uitgeest is een reductie van 28% bereikt, in Bergen 29%, in Castricum 30% en in Heiloo zelfs 32% (zie figuur 5). Deze daling is mede beïnvloed door bijzondere omstandigheden, zoals de energiecrisis door de oorlog in Oekraïne en de coronapandemie. Het betekent dat we richting 2030 nog 23% (Heiloo) tot 27% (Uitgeest) aan CO<sub>2</sub> uitstoot moeten reduceren.</Al>
		    <Al>
										<strong>De</strong>
										<strong>CO₂-uitstoot</strong>
										<strong>in</strong>
										<strong>CO2-equivalenten</strong>
										<strong>(CO2-eq)</strong>
										<strong>bedroeg</strong>
										<strong>in</strong>
										<strong>2023</strong>(zie figuur 5):</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="div_4__content_2__list_1" wId="gm0450_38__div_4__content_2__list_1">
		      <Li eId="div_4__content_2__list_1__item_1" wId="gm0450_38__div_4__content_2__list_1__item_1">
			<Al>133 Kilo ton CO<sub>2</sub>-eq in Bergen;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_4__content_2__list_1__item_2" wId="gm0450_38__div_4__content_2__list_1__item_2">
			<Al>50 Kilo ton CO<sub>2</sub>-eq in Uitgeest;</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_4__content_2__list_1__item_3" wId="gm0450_38__div_4__content_2__list_1__item_3">
			<Al>103 Kilio ton CO<sub>2</sub>-eq in Castricum</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_4__content_2__list_1__item_4" wId="gm0450_38__div_4__content_2__list_1__item_4">
			<Al>63 Kilo ton CO<sub>2</sub>-eq in Heiloo.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Figuur wId="gm0450_38__div_4__content_2__img_1" eId="div_4__content_2__img_1">
		      <Illustratie naam="gmb-2026-472813-5.jpg" hoogte="647" breedte="583" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Figuur wId="gm0450_38__div_4__content_2__img_2" eId="div_4__content_2__img_2">
		      <Illustratie naam="gmb-2026-472813-2.jpg" hoogte="263" breedte="582" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>In figuur 6 is te zien dat in alle gemeenten het grootste deel van de uitstoot voortkomt uit elektriciteits- en gasverbruik in de gebouwde omgeving, gevolgd door de mobiliteitssector en de landbouw. Industriële processen spelen slechts een beperkte rol in de BUCH-gemeenten. In hoofdstuk 7 wordt verder ingegaan op de uitstoot van verkeer en vervoer.</Al>
		    <Al>Van de totale uitstoot is 77% afkomstig van CO₂. Deze uitstoot komt voornamelijk door het gebruik van gas, warmte, elektriciteit en voertuigbrandstoffen. De overige 23% bestaat uit andere broeikasgassen. Die komen voor 86% voort uit methaanuitstoot in de landbouw. Binnen de energietransitie richten we ons op het reduceren van de eerste 77%. We zijn ons ervan bewust dat ook een reductie van de overige broeikasgassen nodig is voor het behalen van onze ambitie, echter hebben we hier binnen de pijler energietransitie weinig tot geen invloed op.</Al>
		    <Al>De vier gemeenten hebben de afgelopen vijf jaar al veel acties ondernomen om CO2-reductie te behalen. We stimuleren de verduurzaming van woningen via het energieloket en collectieve inkoopacties, met focus op zonnepanelen en isolatiemaatregelen. We ondersteunen energiecoöperaties, VvE’s en buurtinitiatieven. Samen met energiecoöperaties helpen we inwoners met kleine energiebesparende maatregelen (zoals via energieklusdiensten). Ook werken we samen aan het tegengaan van energiearmoede. Sinds 2024 is er bovendien een subsidieregeling voor isolatiemaatregelen in woningen met lage energielabels en ondergemiddelde WOZ-waarden of woningen zonder label maar met een lage isolatiewaarde.</Al>
		    <Al>Vooruitlopend op de invoering van de gemeentelijke instrumenten warmtetransitie, zijn we gestart met het uitwerken van de Transitievisies Warmte naar Warmteprogramma’s voor alle vier de gemeenten. Daarnaast zijn projecten gestart voor energie-zelfvoorzienende nieuwbouw, zoals het nieuwe zwembad in Castricum en omliggende gebieden.</Al>
		    <Al>Ook voor bedrijven bieden we ondersteuning bij verduurzaming met behulp van de energiecoöperaties. Zij helpen met energiescans en collectieve verduurzamingsaanpakken op bedrijventerreinen in Castricum, Heiloo en Uitgeest.</Al>
		    <Al>Daarnaast dragen we bij aan de uitvoering van de Regionale Energiestrategie (RES) en onderzoeken én realiseren we nieuwe mogelijkheden voor duurzame energieopwekking, zoals solar carports.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_4__content_3" wId="gm0450_38__div_4__content_3">
		  <Kop>
		    <Nummer>6.3 </Nummer>
		    <Opschrift>AMBITIE VOOR 2030</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De BUCH-gemeenten geven invulling aan de landelijke doelstellingen door onder andere toe te werken naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. Ten eerste richten we ons op energiebesparing door bestaande gebouwen beter te isoleren en energie-efficiënte oplossingen te stimuleren. Ten tweede gaan we van het aardgas af door over te stappen op duurzame warmtealternatieven, zoals warmtepompen. Ten derde investeren we in de opwek van hernieuwbare energie in de regio, volgens de afspraken die hierover in de Regionale Energie Strategie zijn gemaakt.</Al>
		    <Al>In de tabellen van figuur 5 is te zien dat we per gemeente nog minimaal 23% van onze CO2-uitstoot moeten reduceren om de ambitie te behalen, wat vraagt om intensievere inspanningen.</Al>
		    <Al>
										<strong>Ambitieniveau 2040</strong>
										<br/>We verwachten dat Europees en landelijk zal worden toegewerkt naar een (vrijwel) aardgasvrij gebouwde omgeving in 2040. Europa beveelt 90% CO2-reductie in 2040 aan en ook Den Haag ziet dit als voorstelbare tussenstap. Heiloo heeft het doel van een volledig aardgasvrije gebouwde omgeving in 2024 al in het huidige collegeprogramma staan.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_4__content_4" wId="gm0450_38__div_4__content_4">
		  <Kop>
		    <Nummer>6.4 </Nummer>
		    <Opschrift>DE VIER SPEERPUNTEN VAN ONZE AANPAK</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Onze aanpak richt zich op vier speerpunten:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="div_4__content_4__list_1" wId="gm0450_38__div_4__content_4__list_1">
		      <Li eId="div_4__content_4__list_1__item_a" wId="gm0450_38__div_4__content_4__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>
												<strong>Aardgasvrije wijken:</strong> We stimuleren alternatieve warmtebronnen, zoals (hybride) warmtepompen, en ondersteunen woningeigenaren en organisaties bij de overstap.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_4__content_4__list_1__item_b" wId="gm0450_38__div_4__content_4__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>
												<strong>Energiebesparing:</strong> De meest duurzame energie is de energie die je niet gebruikt. Door energie te besparen, wordt de overstap naar duurzame energie eenvoudiger. We bevorderen isolatiemaatregelen en energie-efficiënte oplossingen.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_4__content_4__list_1__item_c" wId="gm0450_38__div_4__content_4__list_1__item_c">
			<LiNummer>c.</LiNummer>
			<Al>
												<strong>Duurzame energieopwekking:</strong> We investeren in het opwekken van zonne- en windenergie om onze CO2- uitstoot te verminderen en de afhankelijkheid van fossiele energie te verkleinen.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_4__content_4__list_1__item_d" wId="gm0450_38__div_4__content_4__list_1__item_d">
			<LiNummer>d.</LiNummer>
			<Al>
												<strong>Snelheid in de energietransitie: </strong>We hebben aandacht voor het goed organiseren van de randvoorwaarden. We werken samen met netbeheerders, bedrijven en bewoners om de energie-infrastructuur toekomstbestendig te maken en obstakels tijdig te verhelpen. We helpen bouwen aan het toekomstige energiesysteem, door opslag en slim energie management te combineren met besparing en opwek.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>We benoemen per speerpunt concrete doelstellingen en richten ons op uitvoering en het vergroten van onze impact.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_4__content_4__table_1" eId="div_4__content_4__table_1">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100.0000*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 1: AARDGASVRIJEWIJKEN</strong>
															<br/>■ In 2040 is Heiloo 100% aardgasvrij en zijn Bergen, Uitgeest en Castricum 90% aardgasvrij.<br/>■ In 2030 zijn 20% van de gebouwen aardgasvrij.<br/>■ In 2030 zijn 23 uitvoeringsplannen gereed.<br/>
															<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>
										<strong>Warmteprogramma's</strong>
										<br/>In 2025 stellen de vier BUCH-gemeenten ieder hun eigen warmteprogramma vast. Vanaf 31 december 2026 is het voor alle gemeenten wettelijk verplicht een vastgesteld warmteprogramma te hebben en deze elke vijf jaar te actualiseren.</Al>
		    <Al>De warmteprogramma’s richten zich op de periode tot 2035, met als einddoel een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050. Heiloo heeft de ambitie om dit al in 2040 te bereiken.</Al>
		    <Al>De komende vijf jaar ligt de focus op het uitvoeren van de warmteprogramma’s en het betrekken van zoveel mogelijk inwoners en bedrijven. We richten ons in de BUCH-gemeenten op het aardgasvrij maken van wijken door middel van all-electric oplossingen, zoals warmtepompen en elektrische boilers. Dit kan individueel, waarbij huishoudens zelfstandig overstappen, of in (kleine) collectieven, waarbij buren gezamenlijk maatregelen treffen en soms delen in infrastructuur of kosten.</Al>
		    <Al>
										<strong>Uitvoeringsplannen</strong>
										<br/>We starten in 2025 met het uitwerken van het warmteprogramma in de eerste uitvoeringsplannen. We leren van de ervaringen die we hierbij opdoen, zodat we onze aanpak steeds verbeteren. Om ons doel te halen, is het belangrijk dat inwoners actief meedoen en we hen zo goed mogelijk ondersteunen om stappen te zetten. We onderzoeken hiervoor wat de beste rol voor iedere gemeente ten opzichte van andere stakeholders is, zowel financieel, als in de uitvoering. We geven advies over warmtepompen en ondersteuning bij het plaatsen van warmtepompen in alle vier de gemeenten. We blijven de beschikbare subsidies en financieringsmogelijkheden van het Rijk zo goed mogelijk benutten om financiering beschikbaar te kunnen stellen voor koopwoningen in de vorm van een subsidie of lening.</Al>
		    <Al>Duidelijke en toegankelijke communicatie met inwoners is een prioriteit. Door inwoners en andere betrokkenen vroeg te betrekken, signaleren en lossen we vragen en knelpunten tijdig op. Zo bevorderen we wederzijds begrip, vergroten we transparantie en zorgen we voor een beter besluitvormingsproces met meer draagvlak. We verbeteren het proces door de samenwerking met inwoners regelmatig te evalueren. De precieze gemeentelijke aanpak per wijk stellen we vast in de uitvoeringsplannen. Ons doel voor 2030 is om 23 uitvoeringsplannen gereed te hebben. In figuur 7 is dit doel opgesplitst per gemeente.<br/>
										<br/>
									</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_4__content_4__table_2" eId="div_4__content_4__table_2">
		      <tgroup align="left" cols="2">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Gemeente</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>Aantal</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Bergen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>6</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Uitgeest</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>3</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Castricum</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>6</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Heiloo</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>8</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>
										<i>Figuur 7: Aantal uitvoeringsplannen gereed in 2030 per gemeente</i>
									</Al>
		    <Al>Daarnaast werken we aan de landelijke doelstelling om in 2030 al 20% van de gebouwen aardgasvrij te hebben. In 2023 was dit percentage in Bergen 2,6%, in Uitgeest 1,2%, in Castricum 2,2% en in <ExtRef ref="https://klimaatmonitor.databank.nl/mosaic/achtergrondinformatie/doel" soort="URL">Heiloo 3,4%</ExtRef>
										<sup>6 </sup>. Door de warmteprogramma’s uit te voeren, zowel in wijkaanpakken als op gemeentebreed niveau, werken we stap voor stap aan deze ambitie.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_4__content_4__table_3" eId="div_4__content_4__table_3">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 2: ENERGIE BESPAREN</strong>
															<br/>■ In 2030 hebben we 55% van ons aardgasverbruik gereduceerd (ten opzichte van 2017).<br/>■ In 2030 zijn er geen woningen meer met E, F of G-labels en 50% van de woningen heeft minimaal label B.<br/>■ In 2030 voldoen alle bedrijven aan de energiebesparingsplicht (met 5 jaar terugverdientijd). We kijken hierbij ook naar bedrijven die niet wettelijk verplicht zijn.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>
										<strong>Aardgasreductie</strong>
										<br/>Wat je niet verbruikt, hoef je ook niet duurzaam op te wekken. Daarom zetten we tot 2030 vol in op energiebesparing. Ons doel is om het aardgasverbruik in Bergen, Uitgeest en Castricum in 2030 met 55% te verminderen ten opzichte van 2017. Heiloo heeft als streven om het aardgasgebruik met 60% te reduceren. In 2023 was het gebruik al met 30% gedaald in Bergen en Heiloo en met 29% in Castricum en Uitgeest.</Al>
		    <Al>We richten ons op isolatie en hybride warmtepompen en werken samen met energiecoöperaties om woningen te verduurzamen. Isoleren verlaagt de energielasten en verhoogt het wooncomfort. Het begint bij het ondersteunen van inwoners met kleine energiebesparende maatregelen. We continueren hiervoor onze samenwerking met de energiecoöperaties en sociale partners in de aanpak energiearmoede: we zetten Energieklussers in om inwoners te ondersteunen met besparingsadvies en het uitvoeren van kleine maatregelen. Ons doel is om in 2030 90% van de doelgroep die te maken heeft met energiearmoede te bereiken en ze aan te zetten tot actie door iedereen binnen de doelgroep, die het wil, hulp te bieden.</Al>
		    <Al>
										<strong>Geen slecht geïsoleerde woningen meer</strong>
										<br/>Het verduurzamen van de gebouwde omgeving is door het Rijk uitgewerkt in het Programma Verduurzaming Gebouwde Omgeving. Tot 2030 ligt de focus op het isoleren van slecht geïsoleerde woningen. Dit levert niet alleen een grote aardgasbesparing op, maar ook sociale winst: de meest kwetsbare huishoudens profiteren van lagere kosten en meer <ExtRef ref="https://www.volkshuisvestingnederland.nl/onderwerpen/verduurzamen-en-verbeteren/programma-verduurzaming-gebouwde-omgeving" soort="URL">comfort</ExtRef>
										<sup>7</sup>.</Al>
		    <Al>In 2030 hebben we geen woningen meer met een slecht energielabel (E, F of G). Daarnaast moet 50% van de woningen dan minstens energielabel B hebben. We zetten ons extra in voor inwoners met lagere inkomens en een laag energielabel. Vanuit het Nationaal Isolatieprogramma bieden we subsidies en ontzorging om inwoners in woningen met een laag energielabel (of woningen zonder label maar met een lage isolatiewaarde) en een ondergemiddelde WOZ-waarde te ondersteunen. We benutten de beschikbare subsidiegelden vanuit het Rijk optimaal om de aanpak verder op te schalen. Minima in de BUCH-gemeenten, die meedoen aan het programma, kunnen 1 of meer maatregelen kosteloos geplaatst krijgen tot een maximumbedrag.</Al>
		    <Al>Woningcorporaties hebben met het Rijk afgesproken dat uiterlijk in 2028 alle huurwoningen met energielabel E, F of G zijn geïsoleerd. De uitvoering hiervan door Kennemerwonen hebben we vastgelegd in de <ExtRef ref="https://kennemerwonen.nl/media/3221/prestatieafspraken-2024-2027-uitgeest.pdf" soort="URL">gezamenlijke Prestatie-afspraken 2024-2027</ExtRef>
										<sup>8</sup> . Bovendien streven we naar beter inzicht in de particuliere huursector. Particuliere huurders zijn een belangrijke doelgroep en door inzicht kunnen we ook voor deze groep effectief maatregelen implementeren Daarnaast zijn we gestart met een aanpak om VvE’s te ondersteunen bij de verduurzamingsopgave en onderzoeken we de komende jaren op welke manier we ook kleine VvE’s kunnen ondersteunen, zodat deze gericht geholpen kunnen worden.</Al>
		    <Al>
										<strong>Energiebesparing bij bedrijven</strong>
										<br/>Bedrijven met een jaarlijks energieverbruik van 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas zijn wettelijk verplicht om energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar of minder uit te voeren. We controleren dit via de Omgevingsdienst. De uitvoering wordt de komende jaren verder aangescherpt. Het doel is om alle bedrijven die moeten voldoen aan de <ExtRef ref="https://www.rvo.nl/onderwerpen/energiebesparingsplicht" soort="URL">Energiebesparingsplicht</ExtRef>
										<sup>9</sup> in 2030 te laten voldoen.</Al>
		    <Al>De afgelopen jaren hebben we bedrijven – ook degenen die niet onder deze plicht vallen – de mogelijkheid geboden om via een energiescan inzicht te krijgen in hun besparingskansen en mogelijkheden voor duurzame opwek van energie. Dit helpt hen ook om aan de wettelijke verplichting te voldoen. Dit blijven we de komende jaren faciliteren.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_4__content_4__table_4" eId="div_4__content_4__table_4">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 3: DUURZAAM OPWEKKEN</strong>
															<br/>■ In 2030 hebben we vanuit de gemeenten het RES bod minimaal gerealiseerd.<br/>■ In 2030 liggen zonnepanelen op 70% van de woningen met geschikte daken.<br/>■ In 2030 hebben alle parkeerterreinen, van minimaal 1 hectare groot, solar carports. Daarnaast lopen er in 2030 projecten voor solar carports op geschikte parkeerterreinen kleiner dan 1 hectare.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>In een toekomst zonder fossiele brandstoffen, waarin Nederland minder afhankelijk is van andere landen voor onze energievoorziening, wekken we zoveel mogelijk hernieuwbare energie op in eigen land. Ook verandert ons energiesysteem van een centraal gevoed systeem, naar een decentraal gevoed systeem, waarin inwoners en bedrijven een eigen rol krijgen in de energievoorziening. Bijvoorbeeld wanneer zij als energiecollectief samen een zonnepark of windmolen in eigendom hebben.</Al>
		    <Al>In de <ExtRef ref="https://energieregionh.nl/res-noord-holland-noord/over-res/herijking" soort="URL">Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord</ExtRef> (RES NHN)<sup>10</sup> hebben wij afgesproken om in de regio Alkmaar in 2030 661 GWh hernieuwbare energie op te wekken, vooral via grootschalige zonne-energie op daken en parkeerterreinen. Energiegemeenschappen spelen hier bij voorkeur een rol in. Tot 2030 werken we aan het realiseren van deze afspraken, waaronder zonnepark WinterZon, zonneweide Bergen 3 en een windmolen in Heiloo.</Al>
		    <Al>We onderzoeken ook nieuwe mogelijkheden, zoals solar carports op parkeerterreinen. Zo schrijven we voor de locatie Hargen aan Zee een aanbesteding uit en werken we samen met Heiloo Energie aan een solar carport bij Maalwater. Voor de locatie Geesterduin bekijken we of hier ook een solar carport mogelijk is. Als locaties niet haalbaar blijken, zoeken we naar alternatieve plekken.</Al>
		    <Al>Naast grootschalige projecten zetten we ook in op het blijven stimuleren van zonnepanelen op woningen via energiecoöperaties en gezamenlijke inkoopacties. In 2023 had 43% van de woningen in Bergen zonnepanelen, in Uitgeest 56%, en in Castricum en Heiloo beide <ExtRef ref="https://klimaatmonitor.databank.nl/home?ReturnUrl=/v2g-2025" soort="URL">51%</ExtRef>
										<sup>11</sup>. Ons doel is om in 2030 op 70% van de geschikte daken zonnepanelen te hebben.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_4__content_4__table_5" eId="div_4__content_4__table_5">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 4: SNELHOUD HOUDEN IN DE ENERGIETRANSITIE</strong>
															<br/>■ In 2030 weten alle huishoudens binnen de BUCHgemeenten wat de opgave van de energietransitie is en hebben zij inzicht in wat de energietransitie van hen zelf vraagt aan maatregelen.<br/>■ In 2027 is het Soorten Management Plan (SMP) gereed en in werking.<br/>■ In 2030 lopen op alle bedrijventerreinen (collectieve) initiatieven die bijdragen aan de energietransitie op het bedrijventerrein.<br/>■ Samen met de netwerkbeheerders en de regio, faciliteren we zo goed mogelijk de noodzakelijke uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk.<br/>■ Voldoende personele capaciteit voor het uitvoeren van de energietransitie.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>De overstap naar duurzame energie is een grote uitdaging en hangt af van veel verschillende factoren. Om ervoor te zorgen dat deze transitie op tijd en soepel verloopt, werken we eraan om de belangrijkste voorwaarden hiervoor in 2030 op orde te hebben.</Al>
		    <Al>
										<strong>Iedereen betrekken bij de Energietransitie</strong>
										<br/>De komende vijf jaar zetten de BUCH-gemeenten zich in om verduurzamingsmaatregelen verder te versnellen. Via brievenacties, aanbelacties en campagnes hebben we al veel inwoners bereikt en merken we dat het onderwerp steeds meer leeft. Tegelijkertijd is nog niet iedereen voldoende op de hoogte of geactiveerd. Ons doel is dat binnen vijf jaar álle inwoners weten wat de energietransitie inhoudt en welke stappen nodig zijn om hun woning of bedrijf aardgasvrij te maken.</Al>
		    <Al>We maken een duidelijk communicatieplan om inwoners en ondernemers intensiever te informeren over de energietransitie, via verschillende communicatiekanalen en met inzet van diverse communicatiemiddelen. Dit doen we in samenspraak met de energiecoöperaties en in samenhang met communicatie over uitvoeringsplannen en de warmtetransitie.</Al>
		    <Al>Daarnaast werken we samen met energiecoöperaties om hun bereik te vergroten. We zorgen voor een ontmoetingsplek waar vrijwilligers kunnen samenkomen en hun kennis kunnen delen. Ook onderzoeken we of we in elke gemeente een fysiek loket kunnen openen voor persoonlijk advies en hulp bij het invullen van formulieren.</Al>
		    <Al>Het digitale energieloket en gezamenlijke inkoopacties blijven we ondersteunen. Om de sociale samenhang in wijken te versterken, moedigen we buurtinitiatieven aan, bijvoorbeeld via Buurkracht. We helpen bewoners bij het opstarten en voortzetten van deze initiatieven.</Al>
		    <Al>
										<strong>Bescherming van Natuur bij (Ver)bouw</strong>
										<br/>Vanaf 1 januari 2024 is het verplicht om bij bouw- en verbouwwerkzaamheden, waaronder het na-isoleren van woningen, ecologisch onderzoek te doen naar beschermde diersoorten zoals <ExtRef ref="https://www.volkshuisvestingnederland.nl/actueel/nieuws/2023/10/04/natuurvriendelijk-isoleren-je-woning-verduurzamen-zonder-vleermuizen-te-schaden" soort="URL">vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen</ExtRef>
										<sup>12</sup>. Om vertragingen te voorkomen en de biodiversiteit te beschermen, stellen de BUCH-gemeenten een Soortenmanagementplan (SMP) op.</Al>
		    <Al>
										<strong>Slimme energieoplossingen</strong>
										<br/>De komende jaren willen we vooral slimme energieoplossingen bij bedrijven faciliteren. Dit houdt in het zoveel mogelijk bij elkaar brengen van opwek en verbruik van energie, in de tijd en geografisch. Onder andere door middel van Energie Management Systemen (EMS) en batterijen. Hiermee wordt voortgebouwd op de verdere verduurzaming van bedrijven en op het voorkomen van netcongestie (file op het elektriciteitsnet). Door netcongestie kunnen bedrijven niet uitbreiden, of kunnen nieuwe bedrijven zich niet vestigen doordat er geen elektriciteitsaansluiting beschikbaar is.</Al>
		    <Al>Dit geven we vorm door goed samen te werken met lokale energiecoöperaties, en andere externe organisaties zoals onder andere het Centrum voor Verduurzaming regio Alkmaar, gericht op met name het verduurzamen van bedrijventerreinen. Naast samenwerken dragen we ook financieel bij om er mede voor te zorgen dat deze organisaties hun werkzaamheden ook daadwerkelijk kunnen uitvoeren. Uitgangspunt is dat bedrijven elkaar zoveel mogelijk helpen bij het verduurzamen.</Al>
		    <Al>
										<strong>Uitbreiden van het Elektriciteitsnet</strong>
										<br/>De energietransitie vraagt om een forse uitbreiding van het elektriciteitsnet. Netcongestie – zowel op afname als teruglevering – belemmert plannen van inwoners, bedrijven én gemeenten. Netcongestie kan bovendien de energietransitie vertragen en CO₂-reductiedoelen onder druk zetten. Daarom spannen we ons als BUCH-gemeenten intensief in voor de realisatie van nieuwe laag- en middenspanningstations, in nauwe samenwerking met de netbeheerders. Dit vraagt veel van de gemeentelijke organisatie, onder andere bij vergunningverlening, ruimtelijke inpassing en afstemming van graafwerkzaamheden. Om op korte termijn netcongestie te verminderen, richten we ons op drie acties: het stimuleren van energiebesparing bij inwoners en ondernemers, het toepassen van slimme en flexibele energieoplossingen op bedrijventerreinen, en het realiseren van zonne-energieopwekking zo dicht mogelijk bij de plaats van verbruik.</Al>
		    <Al>Daarnaast werken we actief mee aan regionale en provinciale projecten zoals<ExtRef ref="https://www.commissiemer.nl/advies/programma-verbindingen-aanlanding-wind-op-zee-pvawoz-2031-2040/" soort="URL">VAWOZ</ExtRef>
										<sup>13 </sup>en <ExtRef ref="https://www.tennet.eu/nl/projectnieuws/kennisgeving-omwonenden-van-het-project-380-kv-noord-holland-noord" soort="URL">380 kV</ExtRef>
										<sup>14</sup>. Ook dragen we bij aan strategische visies, zoals een regionaal document voor de regio Alkmaar waarin de belangrijkste focuspunten op het gebied van Energie en E-Infra zijn opgenomen, en het Ontwikkelperspectief voor Noord-Holland Noord. Hiermee zorgen we ervoor dat regionale ambities en de benodigde infrastructuur blijvend op elkaar worden afgestemd.</Al>
		    <Al>Bij nieuwbouw en herontwikkeling stimuleren we ‘netbewust’ bouwen en maken we samen met Liander buurtrealisatieplannen om overbelasting te voorkomen. Innovatieve projecten zoals Helix en de Buurtaanpak dragen bij aan slimmer energiegebruik.</Al>
		    <Al>Ook zorgen we ervoor dat netinvesteringen aansluiten bij onze lokale ambities en warmteprogramma’s. Met buurtrealisatieplannen geven we prioriteit aan wijken waar netverzwaring urgent is, en op bedrijventerreinen stimuleren we innovaties zoals lokale energie-uitwisseling.</Al>
		    <Al>Hoewel netbeheerders formeel verantwoordelijk zijn voor het net, werken wij als gemeente intensief mee aan een tijdige en passende uitbreiding. We ondersteunen vergunningstrajecten, zorgen voor ruimtelijke inpassing en houden rekening met netcapaciteit bij nieuwbouw en herontwikkeling.</Al>
		    <Al>
										<strong>Voldoende Personeel voor de Energietransitie</strong>
										<br/>We benutten de mogelijkheden die rijk en provincie geven om arbeid te subsidiëren volledig, zodat zoveel mogelijk handen het werk lichter maken.</Al>
		    <Al>
										<sup>6</sup> Regionale klimaatmonitor; Rijksoverheid; 2025<br/>
										<sup>7</sup> Programma Verduurzamen Gebouwde Omgeving; Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; 2022<br/>
										<sup>8</sup> Prestatieafspraken 2024-2027 Kennemerwonen met Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo<br/>
										<sup>9</sup> Energiebesparingsplicht; Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 2022<br/>
										<sup>10 </sup>Herijking RES Noord-Holland 2024; Energieregio Noord-Holland; 2024<br/>
										<sup>11</sup> Regionale klimaatmonitor; Rijksoverheid; 2025<br/>
										<sup>12</sup> Natuurvriendelijk isoleren; Rijksoverheid; 2024<br/>
										<sup>13</sup> Programma Verbinding Aanlanding Wind Op Zee (VAWOZ) 2031-2040; Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 2023<br/>
										<sup>14</sup> 380 kV Netuitbreiding Noord-Holland Noord; Rijksdienst voor Ondernemend Nederland; 2023</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisie eId="div_5" wId="gm0450_38__div_5">
		<Kop>
		  <Nummer>7</Nummer>
		  <Opschrift>Duurzame mobiliteit</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_5__content_1" wId="gm0450_38__div_5__content_1">
		  <Kop>
		    <Nummer>7.1</Nummer>
		    <Opschrift>CONTEXT: WAAR GAAT HET OVER</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In 2023 was verkeer verantwoordelijk voor 21% van de <ExtRef ref="https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/dossier-broeikasgassen/welke-sectoren-stoten-broeikasgassen-uit-" soort="URL">totale uitstoot</ExtRef> in Nederland<sup>15</sup>, vooral door het gebruik van benzine en diesel. Om de impact op klimaatverandering, luchtvervuiling en gezondheidsproblemen te verminderen, mag de mobiliteitssector in 2030 volgens het Klimaatakkoord nog maximaal 25 megaton CO₂ uitstoten (in 2023 was dit nog 30,8 megaton). De provincies Noord-Holland en Flevoland hebben het doel opgesteld om de uitstoot te beperken tot maximaal 4,2 megaton, met de ambitie om dit verder terug te brengen naar 2,2 megaton. Dit is een belangrijke stap richting de bredere doelstelling om de totale uitstoot met 55% te verlagen ten opzichte van 1990.</Al>
		    <Al>De BUCH-gemeenten dragen bij aan deze doelen met het principe van Trias Mobilica, dat bestaat uit drie stappen. De eerste stappen van het oorspronkelijke model – verminderen en veranderen – zijn hier samengevoegd, omdat de acties die hieraan bijdragen sterk op elkaar aansluiten:</Al>
		    <Lijst type="expliciet" eId="div_5__content_1__list_1" wId="gm0450_38__div_5__content_1__list_1">
		      <Li eId="div_5__content_1__list_1__item_a" wId="gm0450_38__div_5__content_1__list_1__item_a">
			<LiNummer>a.</LiNummer>
			<Al>
												<strong>Verminderen en veranderen: </strong>Het aantal gereisde kilometers beperken door lokale voorzieningen te stimuleren. Daarnaast moedigen we duurzamere vervoersmiddelen aan, zoals lopen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit (deelauto’s en deelfietsen).</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_5__content_1__list_1__item_b" wId="gm0450_38__div_5__content_1__list_1__item_b">
			<LiNummer>b.</LiNummer>
			<Al>
												<strong>Verschonen: </strong>Inzetten op schone voertuigen en infrastructuur, door het faciliteren van zero-emissievoertuigen door laadpalen te plaatsen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>We werken samen met provincie Noord-Holland, regio Alkmaar en regiogemeenten om slimme en duurzame mobiliteitsoplossingen te realiseren die bijdragen aan schonere lucht en een gezondere leefomgeving. De provincie is trekker voor het opstellen van het <ExtRef ref="https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Verkeer_vervoer/Regionaal_mobiliteitsprogramma" soort="URL">Regionaal MobiliteitsProgramma</ExtRef> (RMP)<sup>16</sup>, waarin is aangeven hoe de mobiliteit bijdraagt aan de klimaatdoelstellingen. In dit kader wordt een Uitvoeringsagenda opgesteld, waarbij voor de regio Alkmaar is gekozen voor maatregelpakket “Deelmobiliteit, hubs en Mobility as a Service (MaaS)”. Dit maatregelpakket is verwerkt in dit projectplan.</Al>
		    <Al>
										<sup>15</sup> Welke sectoren stoten broeikasgassen uit?; Centraal Bureau voor de Statistiek; 2023<br/>
										<sup>16</sup> Regionaal Mobiliteitsprogramma Flevoland en Noord-Holland; Provincie Noord-Holland; 2025 </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_5__content_2" wId="gm0450_38__div_5__content_2">
		  <Kop>
		    <Nummer>7.2 </Nummer>
		    <Opschrift>WAAR STAAN WE NU?</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>We werken binnen de BUCH-gemeenten aan het verminderen van de CO₂-uitstoot veroorzaakt door verkeer en vervoer. Tussen 2017 en 2023 is de gezamenlijke uitstoot met 3,5% gedaald. Toch is mobiliteit nog steeds verantwoordelijk voor 29% van de totale uitstoot in deze gemeenten, exclusief het verkeer op <ExtRef ref="https://klimaatmonitor.databank.nl/mosaic/achtergrondinformatie/doel" soort="URL">snelwegen</ExtRef>
										<sup>17</sup>.</Al>
		    <Al>De verandering van de uitstoot is niet overal hetzelfde. In Bergen daalde de uitstoot met 9%, in Castricum met 5% en in Uitgeest met 1%. In Heiloo steeg de uitstoot echter met 13% tussen 2017 en 2023 (zie figuur 8). Een opvallende daling is te zien tijdens de coronajaren 2020 en 2021, toen mensen minder reisden door de beperkende maatregelen. Na het opheffen van deze maatregelen neemt sinds 2022 de uitstoot weer toe, maar is deze wel (m.u.v. Heiloo) lager dan voor de coronacrisis. In 2022 bedroeg de totale uitstoot door verkeer en vervoer in de BUCH-gemeenten 100.300 ton CO₂. Om het belang van verdere uitstootvermindering in de mobiliteitssector te benadrukken: jaarlijks zouden 3,5 miljoen bomen geplant moeten worden om deze uitstoot volledig te compenseren.</Al>
		    <Figuur wId="gm0450_38__div_5__content_2__img_1" eId="div_5__content_2__img_1">
		      <Illustratie naam="gmb-2026-472813-8.jpg" hoogte="408" breedte="472" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Figuur wId="gm0450_38__div_5__content_2__img_2" eId="div_5__content_2__img_2">
		      <Illustratie naam="gmb-2026-472813-3.jpg" hoogte="119" breedte="474" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		    <Al>De afgelopen jaren hebben de BUCH-gemeenten verschillende maatregelen genomen om mobiliteit te verduurzamen. Zo hebben we in Bergen en Castricum een kustbus ingezet om de stranden beter bereikbaar te maken met het openbaar vervoer. Daarnaast ontwikkelden we een gerichte aanpak voor laadinfrastructuur, waardoor de gemeenten voldoen aan de prognose voor laadpalen, opgesteld door het MRA-e. Ook stelden we Fietsbeleidsplannen op voor alle BUCH-gemeenten.</Al>
		    <Al>
										<sup>17</sup> Regionale klimaatmonitor; Rijksoverheid; 2025 </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_5__content_3" wId="gm0450_38__div_5__content_3">
		  <Kop>
		    <Nummer>7.3 </Nummer>
		    <Opschrift>AMBITIE VOOR 2030</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De ambitie van de BUCH-gemeenten is bijdragen aan het landelijke doel om in 2030 de CO₂-uitstoot met 55% te verminderen. Binnen de pijler duurzame mobiliteit is het echter niet haalbaar om deze reductie zelfstandig te realiseren, omdat de uitvoering van maatregelen op dit gebied doorgaans een langere doorlooptijd kent. Denk hierbij aan het aanpassen van infrastructuur of het bevorderen van gedragsverandering in mobiliteitskeuzes. Daarom kunnen de BUCH-gemeenten binnen deze pijler niet zelf die 55% reductie halen, maar wel een bijdrage leveren aan het landelijke doel. Nadat de afspraken in de Uitvoeringsagenda van het RMP zijn gemaakt, worden deze opgenomen in de integrale Regionale Agenda Mobiliteit (RAM). Ook werken we aan het opstellen van de visie op duurzame mobiliteit voor Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo. </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_5__content_4" wId="gm0450_38__div_5__content_4">
		  <Kop>
		    <Nummer>7.4 </Nummer>
		    <Opschrift>DE TWEE SPEERPUNTEN VAN ONZE AANPAK</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Om de mobiliteitsdoelen voor 2030 te halen, werken we vanuit twee speerpunten, waarbij we ons vooral richten op het veranderen van de ‘modal split’, oftewel de verschuiving van autogebruik naar duurzamere vervoersmiddelen. Het eerste speerpunt focust het aantrekkelijker maken van fietsen, lopen en openbaar vervoergebruik. Het tweede speerpunt richt zich op het schoner maken van mobiliteit door de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen uit te breiden.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_5__content_4__table_1" eId="div_5__content_4__table_1">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 1: VERMINDEREN EN VERANDEREN</strong>
															<br/>■ In 2030 vinden 40% van alle verplaatsingen en 55% van de verplaatsingen tot 7.5 kilometer plaats op de fiets.<br/>■ In 2030 is het gebruik van de trein gestegen met 30% ten opzichte van 2023 (weer terug op niveau vóór corona maatregelen).<br/>■ In 2030 is het aantal deelauto’s binnen de BUCH gemeenten verdubbeld ten opzichte van 2024.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>
										<strong>Reizen met de fiets</strong>
										<br/>Om fietsen in de BUCH-gemeenten te stimuleren, verbeteren we fietsroutes binnen en buiten de bebouwde kom. Samen met de provincie Noord-Holland werken we aan regionale doorfietsroutes, zodat langere afstanden per fiets aantrekkelijker worden. Bij de tracékeuze van deze regionale fietsroutes is erop gelet dat deze fietsroutes ook bruikbaar zijn voor lokaal fietsverkeer. Daarnaast richten we ons vooral op routes van en naar NS-stations en combineren de uitvoering waar mogelijk met wegonderhoud of andere werkzaamheden.</Al>
		    <Al>Daarnaast zorgen we voor veiligere infrastructuur door de verkeerssituatie in woonkernen te verbeteren. Dit doen we door wegen bij grootonderhoud duurzaam veilig in te richten en, indien nodig voor de verkeersveiligheid, de auto langzamer of via een andere route te laten rijden. Ook investeren we in educatieve maatregelen, waarbij we speciaal aandacht besteden aan de doelgroepen jongeren en senioren. Tenslotte wordt intensiever samengewerkt met de politie (handhaving).</Al>
		    <Al>We onderzoeken ook nieuwe parkeeroplossingen. Zo passen we in Bergen, Castricum en Heiloo parkeernormen aan en testen we in een pilotproject het parkeren op afstand bij nieuwbouw (indien een geschikt project zich voordoet). Door parkeerplaatsen verder van woningen te plaatsen, stimuleren we fietsgebruik en kan het woongebied autoluw en klimaatadaptief worden ingericht. Ook wordt fietsparkeren bij de stations, publieke instanties en winkelcentra verbeterd.</Al>
		    <Al>
										<strong>Reizen met de trein</strong>
										<br/>Om treinreizen aantrekkelijker te maken, ondersteunen we het landelijke <ExtRef ref="https://www.prorail.nl/programmas/programma-hoogfrequent-spoorvervoer" soort="URL">Programma Hoogfrequent Spoorvervoer</ExtRef> (PHS)<sup>18</sup>. Dit programma zorgt ervoor dat op drukke trajecten – zoals de Zaancorridor – meer treinen kunnen rijden, door het spoor efficiënter te gebruiken en knelpunten aan te pakken. Voor de BUCH-gemeenten betekent dit een hogere frequentie van treinen en een betere dienstverlening, met als doel op termijn ‘spoorboekloos’ rijden. Daarnaast zetten we ons in voor het behoud van de Kennermerlijn.</Al>
		    <Al>We starten een pilot om de hub-functie van NS-station Castricum te verbeteren. Dit houdt in dat het station beter toegankelijk wordt voor verschillende vervoersmiddelen, zoals fiets, openbaar vervoer en auto. Dit doen we door de fietsroutes te verbeteren. Ook zorgen we voor uitbreiding van het aantal fietsparkeerplaatsen en verbetering van de kwaliteit hiervan en maken we voor- en natransport, zoals de bus, deelfietsen en -auto’s, beter vindbaar. De inzichten uit deze pilot passen we later ook toe op de stations van Uitgeest en Heiloo.</Al>
		    <Al>Voor Bergen werken we aan een transferium tussen Bergen en Alkmaar. Dit is een overstappunt waar verschillende vormen van vervoer, zoals auto, fiets en openbaar vervoer, samenkomen. Tot slot zetten we in op behoud van de kustbus en werken we toe naar volledig emissieloos busvervoer.</Al>
		    <Al>
										<strong>Stimuleren deelauto's</strong>
										<br/>Deelauto’s helpen bij het verminderen van het aantal privéauto’s, wat zorgt voor een vermindering van de CO2-uitstoot doordat gebruikers per rit betalen en daardoor bewuster kiezen of ze de auto nodig hebben. Daarnaast ontstaat er meer ruimte om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren, omdat er minder parkeerplaatsen nodig zijn.</Al>
		    <Al>Samen met de provincie onderzoeken we hoe we deelauto’s beter kunnen inzetten in de BUCH-gemeenten. Op basis van dit onderzoek ontwikkelen we gemeentelijk beleid en een uitvoeringsagenda.</Al>
		    <Al>We ondersteunen lokale energiecoöperaties bij het realiseren van parkeerplaatsen met laadpunten voor hun elektrische deelauto’s. Daarnaast stimuleren we deelmobiliteit bij nieuwbouwprojecten, zodat ontwikkelaars dit structureel meenemen in hun plannen. Tenslotte onderzoeken we samen met de provincie hoe deelmobiliteit voor bezoekers kan groeien bij de stations.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_5__content_4__table_2" eId="div_5__content_4__table_2">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 2: VERSCHONEN</strong>
															<br/>■ In 2030 beschikken we in de BUCH-gemeenten over een dekkend laadinfrastructuur netwerk van minimaal 1255 publieke laadpunten, dat meegroeit met de vraag.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>Het tweede speerpunt richt zich op schonere mobiliteit door de overgang van voertuigen op fossiele brandstoffen naar emissievrij vervoer mogelijk te maken. Ons doel is om in 2030 een uitgebreid netwerk van laadpunten te hebben dat meegroeit met de vraag. We breiden het aantal laadpalen uit op basis van prognoses van MRA-e en onderzoeken of bijstelling van het beleid gewenst is. Aandachtspunten zijn met name de bijdrage van autoaccu’s aan (het oplossen van) netcongestie, laadpleinen ter vervanging van verspreid geplaatste laadpalen, de tarieven van openbare laadpalen en snelladers.</Al>
		    <Al>
										<sup>18 </sup>Programma Hoogfrequent Spoorvervoer; ProRail; 2025 </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisie eId="div_6" wId="gm0450_38__div_6">
		<Kop>
		  <Nummer>8</Nummer>
		  <Opschrift>Circulaire economie</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_6__content_1" wId="gm0450_38__div_6__content_1">
		  <Inhoud>
		    <Figuur wId="gm0450_38__div_6__content_1__img_1" eId="div_6__content_1__img_1">
		      <Illustratie naam="gmb-2026-472813-9.jpg" hoogte="330" breedte="650" uitlijning="start" formaat="image/jpeg" dpi="150"/>
		    </Figuur>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_6__content_2" wId="gm0450_38__div_6__content_2">
		  <Kop>
		    <Nummer>8.1</Nummer>
		    <Opschrift>CONTEXT: WAAR GAAT HET OVER</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Nederland wil in 2030 de hoeveelheid nieuwe grondstoffen die we gebruiken halveren en in 2050 volledig circulair zijn. Dat betekent minder verspilling en meer hergebruik van grondstoffen. Het Rijk heeft deze ambitie vastgelegd in het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) 2023- 2030.</Al>
		    <Al>Een circulaire economie is geen doel op zich. Het is een manier om bij te dragen aan het tegengaan van klimaatverandering, een schoner milieu en een gezonde leefomgeving. Ook helpt het herstel van biodiversiteit en vergroot het de leveringszekerheid van grondstoffen.</Al>
		    <Al>We richten ons op hergebruik van grondstoffen en het minimaliseren van afval. Op dit moment werkt het Rijk aan nieuwe landelijke doelstellingen binnen het NPCE. We volgen deze ontwikkelingen nauwlettend.</Al>
		    <Al>Een circulaire economie is een model waarbij niet langer grondstoffen worden “genomen, gemaakt, gebruikt en weggegooid,” zoals in het traditionele lineaire systeem. Er wordt slimmer nagedacht over wat echt nodig is, met voorkeur voor alternatieven die minder grondstoffen vragen. Delen, hergebruiken en producten met een lange levensduur spelen daarbij een grote rol. Pas als het niet anders kan, worden materialen gerepareerd of gerecycled. Zo blijven grondstoffen langer in de kringloop en wordt afval verminderd. De energie die wordt gebruikt, komt zoveel mogelijk van hernieuwbare bronnen zoals zon, wind en water. Zie figuur 9 voor een overzicht van de verschillende <ExtRef ref="https://www.pbl.nl/uploads/default/downloads/pbl-2017-onepager-opportunities-for-a-circular-economy.pdf" soort="URL">facetten</ExtRef>
										<sup>19</sup>.</Al>
		    <Al>De aarde wordt te zwaar belast. Op zes van de negen belangrijke milieugrenzen, zoals klimaat, biodiversiteit en vervuiling, is sprake van overschrijding van wat de planeet aankan. Zo is de CO2-uitstoot die gepaard gaat met grondstoffengebruik wereldwijd hoger dan wat de aarde kan verwerken voor een leefbaar klimaat. Om aan de vraag van alle wereldbewoners te voldoen, is 1,75 keer de aarde nodig. En als iedereen zou leven zoals in Nederland, zijn zelfs meer dan drie planeten nodig. Die enorme vraag naar grondstoffen zorgt niet alleen voor klimaatverandering, maar ook voor een tekort aan (kritieke) grondstoffen, stijgende kosten, meer afval én meer vervuiling van lucht, bodem, water en zelfs voedsel. Dit schaadt de natuur, de leefomgeving en de gezondheid.</Al>
		    <Al>Experts wijzen steeds vaker op de dringende behoefte aan verandering, vanwege de opwarming van de aarde, het verlies van biodiversiteit en de groeiende ongelijkheid. Tegelijkertijd biedt de circulaire economie volop kansen voor innovatie, schone technologie en duurzame economische modellen. Steeds meer banken en investeerders richten zich op duurzame projecten, waardoor de overgang naar een circulaire economie niet alleen noodzakelijk is, maar ook financieel aantrekkelijk.</Al>
		    <Al>Voor het realiseren van deze transitie is een andere manier van denken en samenwerken nodig. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak van consumenten, producenten en alle andere betrokkenen. Het vraagt om een volledige heroverweging van hoe er wordt geconsumeerd, geproduceerd en omgegaan met materialen en grondstoffen. Bijvoorbeeld door:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="div_6__content_2__list_1" wId="gm0450_38__div_6__content_2__list_1">
		      <Li eId="div_6__content_2__list_1__item_1" wId="gm0450_38__div_6__content_2__list_1__item_1">
			<Al>
												<strong>Bewuster consumeren: </strong>onnodig grondstofgebruik voorkomen, bijvoorbeeld het vermijden van overbodige verpakkingen. Meer hergebruik, reparatie en delen in plaats van altijd nieuw te kopen.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_6__content_2__list_1__item_2" wId="gm0450_38__div_6__content_2__list_1__item_2">
			<Al>
												<strong>Afval als grondstof: </strong>beter scheiden van reststromen en materialen zo hoogwaardig mogelijk hergebruiken.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_6__content_2__list_1__item_3" wId="gm0450_38__div_6__content_2__list_1__item_3">
			<Al>
												<strong>Duurzaam ontwerpen en produceren: </strong>producten maken die langer meegaan en makkelijker te repareren zijn.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_6__content_2__list_1__item_4" wId="gm0450_38__div_6__content_2__list_1__item_4">
			<Al>
												<strong>Deeleconomie en lokale samenwerking: </strong>spullen delen, zoals auto’s of gereedschap, in plaats van alles zelf te bezitten.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_6__content_2__list_1__item_5" wId="gm0450_38__div_6__content_2__list_1__item_5">
			<Al>
												<strong>Nieuwe waardering van producten:</strong> kwaliteit en duurzaamheid belangrijker maken dan goedkoop en snel.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>
										<sup>19</sup>
										<i>Opportunities for a circular economy; PBL Netherlands Environmental Assessment Agency</i>
									</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_6__content_3" wId="gm0450_38__div_6__content_3">
		  <Kop>
		    <Nummer>8.2 </Nummer>
		    <Opschrift>WAAR STAAN WE NU?</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De transitie naar een circulaire economie kan maar liefst 85% van de klimaatdoelen helpen <ExtRef ref="https://noordholland.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/7c57d0e1-760b-4abe-9c06-cd79b85d569b" soort="URL">bereiken</ExtRef>
										<sup>20</sup>. Dit kan door grondstofgebruik en uitstoot drastisch te verminderen in productie, consumptie en afvalverwerking. De overheid speelt hierbij een belangrijke rol door middel van beleid, wet- en regelgeving, stimuleringsmaatregelen en voorlichting.</Al>
		    <Al>Ook gemeenten kunnen een grote bijdrage leveren aan deze overgang. Daarom hebben de vier BUCH-gemeenten het Ambitiedocument Klimaat omgezet in de beleidsplannen Circulaire Economie voor 2022 – 2026. Hierin wordt de verbinding gelegd tussen de circulaire economie en andere klimaatdoelen.</Al>
		    <Al>Als BUCH-gemeenten nemen we een informerende, inspirerende, faciliterende en normerende rol aan in deze transitie:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="div_6__content_3__list_1" wId="gm0450_38__div_6__content_3__list_1">
		      <Li eId="div_6__content_3__list_1__item_1" wId="gm0450_38__div_6__content_3__list_1__item_1">
			<Al>
												<strong>Informeren:</strong>We zorgen voor duidelijke, actuele en toegankelijke informatie voor inwoners en ondernemers, en brengen deze actief naar buiten.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_6__content_3__list_1__item_2" wId="gm0450_38__div_6__content_3__list_1__item_2">
			<Al>
												<strong>Inspireren: </strong>We geven zelf het goede voorbeeld en lichten inspirerende initiatieven uit om anderen te motiveren.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_6__content_3__list_1__item_3" wId="gm0450_38__div_6__content_3__list_1__item_3">
			<Al>
												<strong>Faciliteren: </strong>We creëren de juiste voorwaarden voor circulaire initiatieven door ruimte te bieden in gemeentelijke regelgeving en beleid. We ondersteunen maatschappelijke initiatieven met middelen zoals ruimte, praktische hulp en andere faciliteiten. Daarnaast houden we de voortgang van de transitie in de gaten en sturen we bij waar nodig.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_6__content_3__list_1__item_4" wId="gm0450_38__div_6__content_3__list_1__item_4">
			<Al>
												<strong>Normeren: </strong>We stellen duidelijke kaders voor circulaire ontwikkelingen, bijvoorbeeld via gronduitgifte, aanbestedingen, contracten, beleid, deals, samenwerkingsafspraken en het ondertekenen van convenanten.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>Door deze veranderingen te stimuleren, werken we aan een toekomst waarin grondstoffen behouden blijven en afval tot het verleden behoort. Het meten van circulariteit is complex, maar we hebben al belangrijke stappen gezet, bijvoorbeeld in het afvalbeleid, duurzame landbouw en circulair bouwen. We stellen een tweejaarlijks uitvoeringsprogramma op en evalueren de voortgang.</Al>
		    <Al>We zijn trots op wat we de afgelopen jaren hebben bereikt. We stimuleren hergebruik met initiatieven zoals het kringloop-brengpunt en het onderwijsprogramma Circulair Maken, dat inmiddels op 70% van de basisscholen wordt gegeven. Kinderen leren zo hoe ze fietsen kunnen repareren, meubels opknappen, van oud textiel iets nieuws maken en een waardevolle reststroom zoals wol verwerken tot nieuw product.</Al>
		    <Al>In de landbouwsector zijn we bezig met duurzame veehouderij en natuurinclusieve landbouw. In de gemeente Bergen is een gebiedsproces gestart om de verduurzaming verder te versnellen, wat als voorbeeld kan dienen voor andere gemeenten. De aanpak voor bedrijven staat nog in de beginfase, maar we betrekken ze al bij projecten tegen voedselverspilling en gesprekken met ondernemersverenigingen.</Al>
		    <Al>Als gemeenten nemen we onze voorbeeldrol serieus. We werken aan maatschappelijk verantwoord inkopen (MVOI) en integreren circulaire principes steeds meer in onze projecten. Denk daarbij aan hergebruik van straatstenen of bamboe verkeersborden. De invoering van Diftar (differentiatie van tarieven voor afval) in alle BUCH-gemeenten heeft al geleid tot een halvering van de hoeveel ingezameld restafval ten opzichte van 2021. In 2024 telde Bergen 92 kg restafval per inwoner, Uitgeest 76 kg, Castricum 80 kg en Heiloo 80 kg restafval per inwoner.</Al>
		    <Al>
										<sup>20 </sup>Uitvoeringsagenda CE, BUCH </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_6__content_4" wId="gm0450_38__div_6__content_4">
		  <Kop>
		    <Nummer>8.3 </Nummer>
		    <Opschrift>AMBITIES VOOR 2030</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Onze ambitie voor 2030 sluit aan bij de nationale doelstellingen: Nederland moet voor 50% circulair zijn. Waar we nu pionieren met pilots en met het opbouwen van koplopers-netwerken, vergroten we de komende jaren ons bereik. We ondersteunen niet alleen de koplopers verder, maar versnellen ook het tempo van het ‘peloton’. Dit betekent dat we succesvolle pilots in sectoren zoals landbouw, circulaire bouw en andere gebieden breder uitrollen. We betrekken daarnaast een grotere groep inwoners, externe organisaties en gemeentemedewerkers actief bij de circulaire economie. </Al>
		    <Al>We blijven ons richten op de thema’s die we hebben vastgelegd in onze circulaire beleidsplannen: landbouw, recreatie en toerisme, bouw en infrastructuur, en bedrijven(terreinen). </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_6__content_5" wId="gm0450_38__div_6__content_5">
		  <Kop>
		    <Nummer>8.4</Nummer>
		    <Opschrift>DE DRIE SPEERPUNTEN VAN ONZE AANPAK</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De komende jaren richten we ons op de volgende speerpunten:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="div_6__content_5__list_1" wId="gm0450_38__div_6__content_5__list_1">
		      <Li eId="div_6__content_5__list_1__item_1" wId="gm0450_38__div_6__content_5__list_1__item_1">
			<Al>
												<strong>Gemeentelijke organisatie: </strong>Binnen de gemeentelijke organisatie leggen we de nadruk op het integreren van circulair beleid in ons dagelijks werk. Dit omvat circulair inkopen, verduurzamen van gemeentelijke infrastructuur (zoals wegen en gebouwen) en circulaire gebiedsontwikkeling. We zijn hiermee een voorbeeld voor andere organisaties en bedrijven in de regio.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_6__content_5__list_1__item_2" wId="gm0450_38__div_6__content_5__list_1__item_2">
			<Al>
												<strong>Inwoners: </strong>We vergroten het bewustzijn en de gedragsverandering onder inwoners verder, zodat hergebruik, reparatie en circulaire keuzes de standaard worden in het dagelijks leven.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_6__content_5__list_1__item_3" wId="gm0450_38__div_6__content_5__list_1__item_3">
			<Al>
												<strong>Externe organisaties:</strong> We versterken de samenwerking met ondernemers, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen om circulaire innovaties en succesvolle voorbeelden verder te verspreiden. De focus ligt hierbij op bedrijventerreinen, landbouw, recreatie en toerisme.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <Al>Door deze speerpunten te realiseren, zorgen we voor een versnelde overgang naar de circulaire economie en dragen we bij aan het behalen van de doelstellingen voor 2030, waarbij we de markt en alle betrokkenen actief meenemen in dit proces.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_6__content_5__table_1" eId="div_6__content_5__table_1">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 1: GEMEENTELIJKE ORGANISATIE</strong>
															<br/>■ In 2030 is de circulaire economie organisatiebreed geborgd in beleid en inkooptrajecten en wordt gemonitord wat het effect is op bijvoorbeeld grondstoffenverbruik, landgebruik, het milieu, biodiversiteit en/of sociale aspecten.<br/>■ In 2030 worden alle bouw, sloop, renovatie en infrastructurele projecten die in opdracht van de gemeente plaats vinden circulair aanbesteed en wordt gestuurd op realisatie van max. 50% (primair abiotische) grondstoffen en CO2-reductie.<br/>■ In 2030 hebben we een visie op een circulaire samenleving 2050 en weten we wat daarvoor nodig is.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>
										<strong>Onze eigen organisatie als aanjager van de circulaire economie</strong>
										<br/>We hebben de meest directe invloed op onze eigen organisatie. Daarom geven we het goede voorbeeld door circulaire economie een vaste plek te geven in onze bedrijfsvoering en het te borgen in de lijn. Door circulaire principes te integreren in inkoop- en aanbestedingsprocessen, stimuleren en inspireren we andere organisaties om dezelfde richting op te gaan.</Al>
		    <Al>Onze doelstelling is om richting 2030 circulaire economie volledig te verankeren in ons beleid, inkooptrajecten en in alle relevante beleidsvelden, met duidelijke doelstellingen per domein. We zetten intensief in op het bieden van handelingsperspectief door het aanbieden van trainingen circulaire economie en het toepassen van circulaire strategieën en MVOI voor het hele management en medewerkers.</Al>
		    <Al>Ook onderzoeken we de reststromen uit onze eigen organisatie (kantoor, openbare ruimte en bouwplaats) en stellen doelstellingen op voor het verminderen en hoogwaardiger verwerken daarvan.</Al>
		    <Al>
										<strong>Bouw-, sloop, renovatie en infrastructurele projecten</strong>
										<br/>De bouwsector in Nederland is verantwoordelijk voor ongeveer 38% van de totale CO₂-uitstoot en verbruikt ongeveer 50% van alle grondstoffen, terwijl het ook 35% van het afval in <ExtRef ref="https://www.rijksoverheid.nl/themas/klimaat-milieu-en-natuur/duurzame-economie/circulaire-economie-in-2050" soort="URL">Nederland genereert</ExtRef>
										<sup>21</sup>.</Al>
		    <Al>We besteden als BUCH-gemeenten jaarlijks voor vele miljoenen euro’s aan opdrachten aan voor bouw-, sloop-, renovatie- en infrastructurele projecten. Door circulair aanbesteden de norm te maken in onze bedrijfsvoering, kunnen wij grote impact maken op CO2-reductie, de reductie in primaire grondstoffengebruik en de productie van afval.<br/>
										<br/>Ook hier richten wij ons op het bieden van handelingsperspectief voor medewerkers uit de organisatie. We voeren circulaire bouw-, sloop-, renovatie- en infrastructurele projecten uit met duidelijke doelen voor het verminderen van primaire grondstoffen en CO2-uitstoot. We nemen circulaire principes vanaf het begin van elk project mee. Circulaire afwegingen worden vast onderdeel van startdocumenten en projectopdrachten bij alle bouw, sloop, renovatie en openbare ruimte projecten.</Al>
		    <Al>We ontwikkelen een monitoringsinstrument dat circulair bouwen en de impact daarvan inzichtelijk maakt en zorgen zo voor een gemeenschappelijke aanpak van circulair werken in gemeentelijke bouwprojecten. In zowel de openbare ruimte als het gemeentelijk vastgoed. Bij gronduitgifte leggen we circulaire criteria vast voor toekomstige (ver)bouwplannen. Daarnaast verankeren afspraken uit het convenant toekomstbestendige <ExtRef ref="https://www.toekomstbestendigbouwen.nl/documenten/convenant-toekomstbestendig-bouwen-versie-2-0/" soort="URL">woningbouw</ExtRef>
										<sup>22 </sup>en de circulaire deal secundaire <ExtRef ref="https://www.noord-holland.nl/bestanden/pdf/Economie_Werk/Circulaire Deal Noord-Holland Noord eindverslag periode 2024-2025.pdf" soort="URL">bouwmaterialen</ExtRef>
										<sup>23</sup> steeds meer in beleid en regelgeving.</Al>
		    <Al>In de pijler Duurzame Bedrijfsvoering, gaan we uitgebreid in op de verduurzamingsstappen die we als gemeentelijke organisatie gaan zetten, ook in relatie tot de andere pijlers uit dit programma.</Al>
		    <Al>
										<strong>Visie op circulaire omgeving 2050</strong>
										<br/>Hoe ziet de toekomst van een volledig circulaire gemeente eruit in 2050? In deze toekomst worden er geen nieuwe grondstoffen meer gewonnen op plekken ver van ons vandaan. We hergebruiken zoveel mogelijk materialen, zoveel mogelijk lokaal. We maken veel producten met tot wel 50% biobased materialen. Maar wat betekent het voor de bedrijven in onze regio, de horeca, het toerisme, de landbouw en de detailhandel? Hoe kunnen we ons als gemeente hierop voorbereiden? Welke strategische keuzes kunnen we maken? En zijn er ruimtelijke gevolgen?</Al>
		    <Al>Met een visie voor circulaire BUCH-gemeenten in 2050 hebben we voor 2030 alvast een duidelijk beeld van de strategische keuzes en kansen voor onze gemeenten.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_6__content_5__table_2" eId="div_6__content_5__table_2">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 2: INWONERS</strong>
															<br/>■ We stimuleren inwoners tot het maken van circulaire keuzes zoals delen, ruilen, repareren, hergebruiken en bewust consumeren. ■ In 2030 ondersteunen we lokale circulaire netwerken en (burger) initiatieven voor inwoners.<br/>■ In 2030 doet 90% van de scholen mee aan het onderwijs programma Circulair Maken met minimaal 1 lesmodule per jaar.<br/>■ We omarmen de VANG doelstellingen voor huishoudelijk afval van het ministerie van I&amp;M en spannen ons in om deze te behalen via gemeentelijk beleid.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>We blijven inwoners actief aanmoedigen om circulaire keuzes te maken, zoals hergebruik en bewust consumeren, door minimaal twee campagnes per jaar te organiseren. Hierbij sluiten we aan bij regionale en landelijke initiatieven om de bewustwording verder te vergroten.</Al>
		    <Al>Daarnaast ondersteunen we lokale circulaire netwerken en initiatieven door ruimte, promotie en subsidies aan te bieden. We ontwikkelen circulaire faciliteiten, kringloopbrengpunten, en bevorderen samenwerking om het aanbod te vergroten. Het onderwijsprogramma Circulair Maken rollen we tegen 2030 steeds breder uit, zodat 90% van de scholen in onze gemeenten meedoet. Dit bereiken we door het netwerk van partners en vakdocenten enthousiast te houden en te ondersteunen. Ook standaardiseren we het programma verder en stellen we het lesmateriaal als ‘open source’ beschikbaar. Daarnaast omarmen we de VANG (Van Afval Naar Grondstof)-doelstellingen voor huishoudelijk afval van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en zetten we ons in om deze te behalen via ons gemeentelijke grondstoffenbeleid. Het huidige beleid loopt tot en met 2025. Er wordt ten minste geconformeerd aan de jaartallen en gerichte doelen zoals opgenomen in (herijkingen) van het <ExtRef ref="https://vang-hha.nl/kennisbibliotheek/uitvoeringsprogramma-vang-huishoudelijk-afval/" soort="URL">VANG-programma</ExtRef>
										<sup>24</sup>. Bij de herziening en de voorgestelde beleidskeuzes zal de gemeenteraad als besluitvormend orgaan betrokken worden.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_6__content_5__table_3" eId="div_6__content_5__table_3">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 3: EXTERNE ORGANISATIES</strong>
															<br/>■ In 2030 zijn alle externe organisaties in de BUCH gemeenten bekend met de principes van de circulaire economie en weten wat de mogelijkheden zijn.<br/>■ We stimuleren en faciliteren externe organisaties tot/bij het maken van circulaire keuzes op het gebied van inkoop, reststromen, productontwikkeling, marketing en het delen van materialen met andere bedrijven.<br/>■ We ondersteunen initiatieven en netwerken van externe organisaties om de circulair economie verder aan te jagen door o.a. bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken.<br/>■ In 2030 zijn er in de toerisme- en recreatiesector concrete stappen gezet met bijvoorbeeld lokaal- en seizoensgebonden voeding, voedselverspilling, en verminderen verpakkingsmateriaal.<br/>■ In 2030 hebben we de pilot voor duurzame veehouderij en verminderen gebruik bestrijdingsmiddelen vanuit de pilot Egmondermeer uitgerold naar meerdere gebieden in de BUCH-gemeenten, mits de nodige externe financiering beschikbaar komt.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>Wanneer we het hebben over externe organisaties, bedoelen we zowel ondernemers als maatschappelijke organisaties. We richten ons vooral op bedrijventerreinen, landbouw en recreatie &amp; toerisme, omdat dit belangrijke sectoren zijn binnen onze gemeenten. Daarbij zoeken we actief naar samenwerkingskansen met bedrijven en maatschappelijke initiatieven.</Al>
		    <Al>
										<strong>Bewustwording en samenwerking</strong>
										<br/>We betrekken meer ondernemers en organisaties bij de circulaire economie. Daarom zetten we een communicatieplan op om hen te informeren en activeren. We bieden een platform waar successen gedeeld worden en versterken netwerken via bijeenkomsten.</Al>
		    <Al>We gaan actief in gesprek om beter aan te sluiten bij de behoeften en uitdagingen van ondernemers. Koplopers spelen hierbij een belangrijke rol: hun ervaringen en voorbeelden gebruiken we om anderen te inspireren en in beweging te brengen.</Al>
		    <Al>Daarnaast moedigen we ondernemers aan om circulaire keuzes te maken, bijvoorbeeld bij inkoop en productontwikkeling. We ondersteunen initiatieven zoals het delen van materialen en reststromen tussen bedrijven.</Al>
		    <Al>
										<strong>Circulair toerisme en recreatie</strong>
										<br/>Binnen de toerisme- en recreatiesector stimuleren we duurzamer werken, onder andere door: het verminderen van voedselverspilling, werken met lokale en seizoensgebonden producten en het verminderen van verpakkingsafval. We ondersteunen ondernemers hierbij met campagnes, netwerkbijeenkomsten en praktische kennis.</Al>
		    <Al>
										<strong>Duurzame landbouw en veehouderij</strong>
										<br/>Samen met de sector, waaronder LTO, werken we aan een gebiedsprogramma voor de Egmondermeer op het gebied van agrarisch natuurbeheer en een duurzame toekomstvisie voor de polder, waarin de veehouderij het landschap kan blijven beheren. Samen met de veehouders, LTO en andere stakeholders van de Egmondermeer stellen we momenteel een toekomstbestendige visie en inrichtingsplan op, waarin zowel plaats is voor de wensen voor een toekomstbestendige veehouderij, als voor natuur, weidevogels en water.</Al>
		    <Al>We leggen het te doorlopen proces voor het opstellen van een gedeelde integrale visie voor het buitengebied vast in een ‘aanpak’, die ook kan worden toegepast in andere delen van het buitengebied, bij voldoende externe financiering. In dat geval rollen we de aanpak voor 2030 vanuit Egmondermeer uit naar andere gebieden in de BUCH-gemeenten.</Al>
		    <Al>We stellen een handleiding op voor het inzetten van grondinstrumenten onder de omgevingswet. Deze handleiding is voor alle gemeenten toepasbaar.</Al>
		    <Al>Ook voeren we de regeling “Biodiversiteit op het erf” uit in alle vier de BUCH-gemeenten om de biodiversiteit op het erf te vergroten.</Al>
		    <Al>We werken aan het verminderen van bestrijdingsmiddelengebruik met name in de bollenteelt. In 2025 starten we een pilot voor biologische bollenteelt. Daarnaast ontwikkelen we instrumenten die de gemeente in kan zetten om de bestrijdingsmiddelen terug te dringen in het kader van de volksgezondheid en een duurzame landbouw.</Al>
		    <Al>
										<sup>21 </sup>Omslag naar circulaire economie versnellen; Rijksoverheid<br/>
										<sup>22 </sup>Convenant Toekomstbestendige Woningbouw; Toekomst bestendig bouwen.nl; 2023<br/>
										<sup>23 </sup>Circulaire Deal Secundaire bouwmaterialen; Provincie Noord-Holland en Circulair Friesland; 2024<br/>
										<sup>24 </sup>Uitvoeringsprogramma VANG – Huishoudelijk Afval, herijking voor de periode t/m/ 2025; ministerie van Infrastructuur en Milieu; 202234 </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisie eId="div_7" wId="gm0450_38__div_7">
		<Kop>
		  <Nummer>9</Nummer>
		  <Opschrift>Klimaatadaptatie</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_7__content_1" wId="gm0450_38__div_7__content_1">
		  <Kop>
		    <Nummer>9.1 </Nummer>
		    <Opschrift>CONTEXT: WAAR GAAT HET OVER</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het klimaat verandert, waardoor we steeds vaker te maken krijgen met extreme weersomstandigheden zoals droogte, hitte en hevige neerslag. Droogte en hitte hebben negatieve gevolgen voor ecosystemen, planten, dieren en mensen, terwijl zware regenbuien steeds meer wateroverlast veroorzaken.</Al>
		    <Al>Om de gevolgen van klimaatverandering beheersbaar te maken, passen we onze leefomgeving aan op extreme weersomstandigheden. Dit proces noemen we klimaatadaptatie. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals bouwprojecten en herinrichtingen houden we hier actief rekening mee. Omdat zo’n 60% van de grond in onze gemeenten in handen is van inwoners, ondernemers en andere organisaties, werken we nauw met hen samen om tot effectieve oplossingen voor klimaatadaptatie te komen. </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_7__content_2" wId="gm0450_38__div_7__content_2">
		  <Kop>
		    <Nummer>9.2</Nummer>
		    <Opschrift>WAAR STAAN WE NU?</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De BUCH-gemeenten passen zich aan de gevolgen van klimaatverandering aan. In 2022 hebben we een beleidsplan en uitvoeringsprogramma opgesteld voor klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen, gericht op de periode 2023-2026. Ons doel is dat de leefomgeving in de BUCH-gemeenten in 2050 volledig is voorbereid op extreem weer, droogte, hevige regenval en hittegolven.</Al>
		    <Al>Hoewel het lastig is om precies te meten hoe ver we hierin zijn, hebben we al mooie stappen gezet. Zo deden we jaarlijks mee aan het NK Tegelwippen, waarbij tegels werden vervangen door groen, en hebben we in 2024 per gemeente gemiddeld 160 regentonnen uitgedeeld. Ook zorgen we ervoor dat we aansluiten bij nieuwbouw- en herinrichtingsprojecten om daarmee de leefomgeving beter bestand maken tegen klimaatverandering. Dit laat goed zien dat de eerste stappen al zijn gezet om klimaatadaptatie integraal op te pakken en daarmee te borgen binnen de gehele organisatie. Daarnaast onderzoeken we waar de grootste knelpunten zitten qua wateroverlast, hitte en droogte. Dit zijn de klimaatadaptatie thema’s. Inwoners kunnen deze locaties ook digitaal bij ons melden via bijvoorbeeld de Fixi-app. Ook voeren we klimaatstresstesten uit. Dit zijn digitale simulaties die laten zien hoe kwetsbaar onze omgeving is voor extreme weersomstandigheden. De inzichten uit deze testen helpen ons om op tijd en op de juiste locatie maatregelen te nemen en onze plannen verder aan te scherpen.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_7__content_3" wId="gm0450_38__div_7__content_3">
		  <Kop>
		    <Nummer>9.3</Nummer>
		    <Opschrift>AMBITIES VOOR 2030</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Het is onze ambitie om in 2050 klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief te zijn. Tot 2030 werken we aan het uitvoeren van het ‘Beleid en uitvoeringsprogramma 2023 – 2026: Op weg naar klimaatadaptieve en natuur inclusieve gemeenten’ en de volledige borging van klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen in de lijnorganisatie.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_7__content_4" wId="gm0450_38__div_7__content_4">
		  <Kop>
		    <Nummer>9.4</Nummer>
		    <Opschrift>DE VIER SPEERPUNTEN VAN ONZE AANPAK</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Specifieke speerpunten voor de komende jaren zijn:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="div_7__content_4__list_1" wId="gm0450_38__div_7__content_4__list_1">
		      <Li eId="div_7__content_4__list_1__item_1" wId="gm0450_38__div_7__content_4__list_1__item_1">
			<Al>Klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief beleid: we scherpen ons klimaatadaptieve en natuurinclusieve beleid verder aan en borgen dat integraal in andere beleidsplannen.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_7__content_4__list_1__item_2" wId="gm0450_38__div_7__content_4__list_1__item_2">
			<Al>Klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief inrichten fysieke leefomgeving: We passen de openbare ruimte aan door te vergroenen, wateropvangsystemen aan te leggen en natuurvriendelijke oplossingen te implementeren. Dit vermindert wateroverlast, droogte en het verlaagt de temperatuur in stedelijke gebieden.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_7__content_4__list_1__item_3" wId="gm0450_38__div_7__content_4__list_1__item_3">
			<Al>Samenwerken aan de gezamenlijke opgave met inwoners, ondernemers en organisaties (stimuleren en faciliteren): We betrekken actief inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties bij klimaatadaptatie. Door kennisdeling en samenwerking stimuleren we gezamenlijke initiatieven en helpen we bij het implementeren van duurzame maatregelen.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_7__content_4__list_1__item_4" wId="gm0450_38__div_7__content_4__list_1__item_4">
			<Al>Klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief eigen vastgoed: We verduurzamen gemeentelijke gebouwen met klimaatbestendige en natuurinclusieve maatregelen en sluiten aan bij het project verduurzaming van het gemeentelijke vastgoed.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <table wId="gm0450_38__div_7__content_4__table_1" eId="div_7__content_4__table_1">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 1: KLIMAATBESTENDIG, WATERROBUUSTEN NATUURINCLUSIEF BELEID</strong>
															<br/>■ Het beleid over klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit is actueel en in 2030 volledig geborgd in het andere beleid van de BUCH.<br/>■ De stresstesten, uitvoeringsagenda (vanaf 2027) en doorkijk naar 2050 zijn gemaakt en up-to-date.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>
										<strong>Klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit in beleid</strong>
										<br/>We integreren klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit in al het gemeentelijke beleid en projecten, zoals groen, wegen, waterbeheer, wonen en omgevingsplannen. Door duidelijke uitgangspunten vast te stellen, zorgen we ervoor dat klimaatadaptieve en natuurinclusieve maatregelen vanaf het begin in alle projecten worden opgenomen. Bijvoorbeeld het vergroenen van de openbare ruimte, het toepassen van wateropvangsystemen en het realiseren van biodiversiteit in nieuwe bouw- en herinrichtingsprojecten. Daarnaast stellen we een concreet overzicht op van toe te passen klimaatadaptieve maatregelen. Zo maken we het makkelijker voor andere afdelingen en ontwikkelaars om deze zelfstandig toe te passen in hun werk.</Al>
		    <Al>Op basis van het <ExtRef ref="https://www.toekomstbestendigbouwen.nl/documenten/convenant-toekomstbestendig-bouwen-versie-2-0/" soort="URL">Convenant Toekomstbestendig Bouwen 2024</ExtRef>
										<sup> 25 </sup>richten we ons ook op drinkwaterbesparing. Enerzijds stimuleren wij dit bij nieuwbouwontwikkelingen. Anderzijds gaan we een nieuwe vorm van rioolheffing ontwikkelen als financiële prikkel voor drinkwaterbesparing bij bestaande inwoners en ondernemers. Daarbij werken we samen met PWN en HHNK voor bijvoorbeeld goede campagnes.</Al>
		    <Al>
										<strong>Voortgangsmonitor en knelpuntenbeheer</strong>
										<br/>Voor de voortgangsmonitoring ontwikkelen we een systeem met duidelijke KPI’s, waarmee we de effectiviteit van onze maatregelen volgen. We richten ons op het identificeren en prioriteren van urgente klimaatgerelateerde knelpunten, zoals wateroverlast, hitte en droogte. Waar nodig zetten we kleinschalige maatregelen in om acute problemen snel en doelgericht aan te pakken.</Al>
		    <Al>De Fixi-app speelt hierbij een belangrijke rol. Inwoners kunnen meldingen maken van bijvoorbeeld wateroverlast of hitte, waardoor knelpunten sneller zichtbaar worden en actie ondernomen kan worden. Inwoners fungeren als de ogen en oren in de buurt, wat bijdraagt aan een snellere en effectievere aanpak van klimaatgerelateerde problemen. Deze meldingen worden gebruikt voor monitoring en als waardevolle aanvulling op de klimaatstresstesten. Hiermee brengen we kwetsbare gebieden in kaart, zodat we gericht prioriteiten kunnen stellen voor de verduurzaming en aanpassing van onze gemeenten. We zorgen ervoor dat deze stresstesten regelmatig worden bijgewerkt en dat het beleid en uitvoeringsprogramma’s vanaf 2027 worden geactualiseerd met een langetermijnvisie tot 2050.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_7__content_4__table_2" eId="div_7__content_4__table_2">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 2: KLIMAATBESTENDIG, WATERROBUUSTEN NATUURINCLUSIEF INRICHTEN VAN DE FYSIEKE LEEFOMGEVING</strong>
															<br/>■ Klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit wordt in 2030 structureel meegenomen in 100% van de nieuwbouw en herinrichtingsplannen.<br/>■ We hebben alle urgente knelpunten aangepakt.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>
										<strong>Klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit in plannen en projecten</strong>
										<br/>Klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit zijn in 2030 standaard onderdeel van alle ruimtelijke (her)ontwikkelingsplannen. Zowel nieuwbouwprojecten van private ontwikkelaars als woningcorporaties moeten voldoen aan onze eisen, evenals aan de richtlijnen van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen.</Al>
		    <Al>Om dit te waarborgen, toetsen we de klimaatbestendigheid van nieuwbouw- en (her)inrichtingsplannen met een klimaatadaptatietoets. Ook beoordelen we de mate van natuurinclusief bouwen met ons puntensysteem. Deze uitgangspunten worden geïntegreerd in onze checklist voor nieuwbouw, vergunningverlening, beheer van de openbare ruimte en projecten. We blijven de klimaatadaptatietoets en het puntensysteem evalueren en actualiseren.</Al>
		    <Al>Bij de herinrichting van de openbare ruimte hanteren we standaard de klimaatbestendige uitgangspunten en het puntensysteem voor natuurinclusief bouwen als streven, en bij nieuwbouw is het een verplichting bij omgevingsplanwijziging. Maatregelen in de openbare ruimte zijn ook geborgd in het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR). Daarnaast benutten we meekoppelkansen met andere duurzame transities, zoals de warmtetransitie en natuurinclusieve landbouw. Denk hierbij aan het meenemen van klimaatadaptatie in wijkuitvoeringsplannen.</Al>
		    <Al>We sluiten aan bij omgevingstafels en denken mee over klimaatadaptieve en natuurinclusieve oplossingen. Zo beantwoorden we vragen over kosten en baten van maatregelen en zorgen we dat uitgangspunten goed landen in de praktijk. Ook stimuleren we samenwerking binnen de organisatie door beheerders, projectleiders en vergunningverleners actief te betrekken en kennis te delen over lopende projecten en acties.</Al>
		    <Al>
										<strong>Knelpunten aanpakken</strong>
										<br/>Naast structurele maatregelen identificeren en prioriteren we urgente klimaat gerelateerde knelpunten van de klimaatadaptatie thema’s. Kleinschalige maatregelen zetten we in om acute problemen snel en effectief op te lossen. Denk hierbij aan drempels en stoepranden om het regenwater te sturen.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_7__content_4__table_3" eId="div_7__content_4__table_3">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 3: SAMENWERKEN AAN DE GEZAMENLIJKEOPGAVE MET INWONERS, ONDERNEMERS EN ORGANISATIES </strong>
															<br/>■ In 2030 hebben we minstens 5 samenwerkingen met bedrijven, woningcorporatie en/of scholen om de private en publieke ruimte klimaat robuust in te richten.<br/>■ Voor 2030 zijn er 5 succesvolle (terugkerende) campagnes t.a.v. klimaatadaptatie en de eigen rol die een inwoner hierin kan spelen.<br/>■ We zetten intensief in op het vergroenen van particuliere terreinen en grote daken: in 2030 zijn alle inwoners en ondernemers zich bewust van het belang van het klimaabestendig, waterrobuust en natuurinclusief inrichten van onze leefomgeving.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>We stimuleren en faciliteren samenwerkingen met bedrijven, woningcorporaties en scholen om zowel de publieke als private ruimte klimaatbestendig, natuurinclusief en waterrobuust in te richten. In initiatieven zoals ‘toekomstbestendige bedrijventerreinen’ bundelen we krachten en delen we inzichten, zodat ook anderen hiervan kunnen profiteren. Waar mogelijk koppelen we dit aan andere opgaven, zoals energieneutraliteit en circulariteit.</Al>
		    <Al>
										<strong>Campagnes en stimulering van klimaatadaptatie</strong>
										<br/>Vóór 2030 organiseren we minimaal vijf terugkerende campagnes over klimaatadaptatie om zo bij te dragen aan het vergoenen van particuliere terreinen. Denk aan pilots bij nieuwbouw en het voortzetten van projecten als ‘Geveltuinen’ en ‘Groen In De Buurt’. We blijven initiatieven zoals de Tegeltaxi en uitdeelacties voor groene tuinen ondersteunen. Daarnaast bieden we een subsidieregeling die inwoners helpt om maatregelen te nemen in hun tuin of op hun dak. Hiermee stimuleren we inwoners om klimaatadaptieve maatregelen op eigen terrein te nemen.</Al>
		    <Al>
										<strong>Vergroening van particuliere terreinen en grote daken</strong>
										<br/>We zetten in op vergroening van particuliere terreinen en grote daken, door bewustwording te creëren onder inwoners en ondernemers. Ook starten we een pilot met een klimaatadaptatieloket of tuincoach om inwoners en bedrijven te ondersteunen bij het klimaatbestendig en natuurinclusief inrichten van hun buitenruimte. Daarnaast communiceren we structureel over vergroening en het tegengaan van wateroverlast, droogte en hittestress. Bij hittestress richten we ons onder andere op ouderen, scholen en bedrijven.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_7__content_4__table_4" eId="div_7__content_4__table_4">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 4: KLIMAATBESTENDIG, WATERROBUUST EN NATUURINCLUSIEF GEMEENTELIJK VASTGOED</strong>
															<br/>■ Bij de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed zorgen we ervoor dat klimaatbestendige, waterrobuuste en natuurinclusieve maatregelen zoveel mogelijk worden meegenomen.<br/>■ Tot 2030 gaan we bij minimaal 10% van het gemeentelijk vastgoed klimaatadaptieve maatregelen nemen in samenwerking met vastgoedbeheer.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>Klimaatadaptief en natuurinclusief gemeentelijk vastgoed De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld door haar vastgoed klimaatbestendig, waterrobuust en natuurinclusief te maken. Dit doet team klimaatadaptatie door goed samen te werken met vastgoedbeheer, zodat we meekoppelkansen optimaal benutten. We passen het Framework Climate Adaptive Buildings toe om de klimaatrisico’s zoals hitte, droogte en wateroverlast in kaart te brengen. We gebruiken deze inzichten om de huidige staat van het gemeentelijk vastgoed te beoordelen, noodzakelijke verbetermaatregelen vast te stellen en deze vervolgens uit te voeren.</Al>
		    <Al>
										<sup>25 </sup>Convenant Toekomstbestendig Bouwen2.0; Toekomstbestendigbouwen.nl; 2024 </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisie eId="div_8" wId="gm0450_38__div_8">
		<Kop>
		  <Nummer>10</Nummer>
		  <Opschrift>Duurzame bedrijfsvoering</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_8__content_1" wId="gm0450_38__div_8__content_1">
		  <Kop>
		    <Nummer>10.1</Nummer>
		    <Opschrift>CONTEXT: WAAR GAAT HET OVER</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De BUCH-gemeenten nemen hun voorbeeldrol serieus en zetten stap voor stap in op een duurzamere organisatie. Onze gebouwen en voertuigen gebruiken energie en stoten CO₂ uit, we produceren afval en kopen producten en diensten in. Dit draagt bij aan klimaatverandering en het verbruik van schaarse grondstoffen. De impact hiervan reikt verder dan alleen onze eigen organisatie; het beïnvloedt ook onze omgeving. </Al>
		    <Al>Daarom doen we niet alleen een beroep op inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties om duurzaam te handelen, maar verduurzamen we ook onze eigen werkwijze. We besparen energie, kopen circulair in en vergroten het bewustzijn onder onze medewerkers. Zo verkleinen we onze ecologische voetafdruk en zorgen we ervoor dat duurzaamheid een vaste plek krijgt in onze organisatie. Op deze manier bouwen we aan een toekomstbestendige en klimaatneutrale gemeente die bijdraagt aan een schone en gezonde leefomgeving.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_8__content_2" wId="gm0450_38__div_8__content_2">
		  <Kop>
		    <Nummer>10.2</Nummer>
		    <Opschrift>WAAR STAAN WE NU?</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Binnen de BUCH hebben we de afgelopen jaren concrete stappen gezet om onze eigen bedrijfsvoering te verduurzamen. Een belangrijk meetinstrument hierbij is de jaarlijkse berekening van onze CO₂-voetafdruk. Tussen 2019 en 2022 is deze met 34% afgenomen: van 2.833 ton CO₂ in 2019 naar 1.865 ton in 2022. </Al>
		    <Al>Deze daling komt grotendeels door de overstap op HVO100-brandstof voor een groot deel van ons wagenpark, waardoor we onze uitstoot door mobiliteit hebben verminderd. Op verschillende gemeentelijke daken zijn al zonnepanelen geïnstalleerd, waarmee we steeds meer van onze eigen energie duurzaam opwekken. Daarnaast gebruiken we groene stroom van Nederlandse bodem, waardoor we onze afhankelijkheid van fossiele energie verder verkleinen. </Al>
		    <Al>Ook hebben we een routekaart ontwikkeld voor de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed. In lijn met de landelijke afspraken uit het Klimaatakkoord heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een sectorale routekaart voor gemeentelijk vastgoed opgesteld. Op basis hiervan hebben we een eigen plan opgesteld met een langetermijnvisie tot 2050 en een uitvoeringsplan voor 2024-2027. De routekaart wordt elke vier jaar geactualiseerd. Veel gemeentelijke gebouwen worden nog verwarmd met aardgas, wat CO₂-uitstoot veroorzaakt. Om dit te verminderen, zetten we stapsgewijs in op all-electric warmtealternatieven. </Al>
		    <Al>Duurzaam inkopen is een ander focuspunt in onze aanpak. We hebben het MVOI-manifest ondertekend en een nulmeting uitgevoerd om in kaart te brengen waar we nu staan en waar verbeterkansen liggen. Dit vormt de basis voor verdere acties, zoals het opnemen van duurzaamheidseisen in aanbestedingen en het stimuleren van circulaire producten en diensten. </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_8__content_3" wId="gm0450_38__div_8__content_3">
		  <Kop>
		    <Nummer>10.3</Nummer>
		    <Opschrift>AMBITIES VOOR 2030</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Onze ambitie is om in 2040 een CO₂-neutrale organisatie te zijn. Dit bereiken we door onze CO₂-uitstoot drastisch te verminderen en tegelijkertijd duurzame energie op te wekken. De uitvoering van de Routekaart <ExtRef ref="https://heiloo.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/f9e9f73c-aff8-47b2-991f-8b8ff1662d0b#835d322d-98e9-400c-9f14-f8a1318e0110" soort="URL">Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed</ExtRef> speelt hierin een centrale rol<sup>26</sup>. Daarnaast versterken we de toepassing van maatschappelijk verantwoord en circulair inkopen (MVOI) binnen al onze inkoop- en aanbestedingsprocessen.</Al>
		    <Al>De komende jaren zetten we extra in op bewustwording en betrokkenheid binnen de organisatie. We vullen onze voorbeeldrol in door leiderschap te nemen in het verduurzamen van onze bedrijfsvoering: we nemen medewerkers actief mee in deze transitie, creëren draagvlak en bieden handelingsperspectief, zodat duurzaamheid een vanzelfsprekend onderdeel wordt van onze werkwijze.</Al>
		    <Al>
										<sup>26 </sup>Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed – Doorkijk tot 2050; de BUCH; 2023 </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_8__content_4" wId="gm0450_38__div_8__content_4">
		  <Kop>
		    <Nummer>10.4</Nummer>
		    <Opschrift>DE DRIE SPEERPUNTEN VAN ONZE AANPAK</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Specifieke speerpunten voor de komende jaren zijn:</Al>
		    <Lijst type="ongemarkeerd" eId="div_8__content_4__list_1" wId="gm0450_38__div_8__content_4__list_1">
		      <Li eId="div_8__content_4__list_1__item_1" wId="gm0450_38__div_8__content_4__list_1__item_1">
			<Al>CO2-reductie: we reduceren het gas- en elektriciteitsverbruik van ons gemeentelijk vastgoed, verduurzamen ons wagenpark en wekken duurzaam op. Woon-werk en zakelijk verkeer doen we zoveel mogelijk zonder CO2-uitstoot.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_8__content_4__list_1__item_2" wId="gm0450_38__div_8__content_4__list_1__item_2">
			<Al>Maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen (MVOI): We verwerken MVOI in alle aanbestedingen en inkooptrajecten. Daarnaast wordt toekomstbestendigheid de norm bij gebiedsontwikkeling, met extra focus op circulair bouwen.</Al>
		      </Li>
		      <Li eId="div_8__content_4__list_1__item_3" wId="gm0450_38__div_8__content_4__list_1__item_3">
			<Al>Duurzaamheidsbewustwording: We zorgen dat alle BUCH-medewerkers weten hoe ze hun werk kunnen verduurzamen.</Al>
		      </Li>
		    </Lijst>
		    <table wId="gm0450_38__div_8__content_4__table_1" eId="div_8__content_4__table_1">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100.0000*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 1: CO2-REDUCTIE </strong>
															<br/>■ In 2030 hebben we 55% aardgasreductie gerealiseerd in gemeentelijk vastgoed ten opzichte van 2022.<br/>■ In 2030 beschikken we zover mogelijk over een fossiel vrij wagenpark.<br/>■ In 2030 zijn op alle geschikte gemeentelijke daken zonnepanelen geïnstalleerd<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>
										<strong>Verduurzamen gemeentelijk vastgoed</strong>
										<br/>Om onze duurzaamheidsdoelen te bereiken, meten we elk jaar onze CO₂-voetafdruk en verzamelen we efficiënt data om inzicht te krijgen in ons energieverbruik. Daarnaast werken we volgens de Routekaart Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed. Met een energiescan bepalen we per gebouw welk ambitieniveau haalbaar is en welke maatregelen het meest kostenefficiënt zijn. Onze gebouwen verduurzamen we zoveel mogelijk op natuurlijke momenten, zoals bij onderhoud of vervanging, zodat we slim en doelgericht investeren. Dit gebeurt op basis van een Duurzaam Meerjaren-onderhoudsplan (DMJOP).</Al>
		    <Al>De komende jaren pakken we verschillende gemeentelijke gebouwen aan, waaronder de gymzaal in Bergen, sporthal De Zien in Uitgeest, het zwembad en gemeentehuis in Castricum, en sportcentrum Het Vennewater in Heiloo.</Al>
		    <Al>
										<strong>Lokale duurzame energie</strong>
										<br/>Daarnaast zetten we vol in op lokale duurzame energie. Waar mogelijk plaatsen we zonnepanelen op gemeentelijke daken, met als eerste prioriteit gebouwen die de opgewekte energie zelf kunnen gebruiken. Als er ruimte over is, benutten we die voor extra energieopwekking ten gunste van de gemeente of inwoners. Omdat niet alle opgewekte energie direct verbruikt kan worden, onderzoeken we mogelijkheden voor opslag. Om beter te begrijpen waar we energie kunnen besparen, monitoren we structureel ons verbruik per aansluiting. Op basis daarvan nemen we gerichte maatregelen en sturen we actief op energiebesparing binnen onze gebouwen, openbare verlichting en andere energieverbruikers in gemeentelijk eigendom.</Al>
		    <Al>
										<strong>Duurzaam wagenpark</strong>
										<br/>Ook verduurzamen we ons wagenpark. Bij nieuwe voertuigen kiezen we in principe voor fossielvrije opties, zodat we in 2030 zoveel mogelijk over een volledig emissievrij wagenpark beschikken.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_8__content_4__table_2" eId="div_8__content_4__table_2">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 2: MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORDOPDRACHTGEVEN EN INKOPEN (MVOI)</strong>
															<br/>■ In 2030 worden MVOI-criteria meegenomen in alle aanbe- stedingen en inkooptrajecten en tonen wij leiderschap richting de markt en andere partijen (stap 5 uit manifest MVOI).<br/>■ In 2030 nemen alle medewerkers verantwoordelijkheid voor duurzaam inkopen en hebben de kennis en kunde of huren iemand in om dit te doen.<br/>■ In 2030 is toekomstbestendigheid een vanzelfsprekend uitgangspunt vanaf de initiatieffase bij iedere gebiedsont wikkeling.<br/>■ In 2030 worden in alle projecten ambities gesteld voor circulair bouwen en streven we naar het verkleinen van de CO2-voetafdruk van nieuwbouw, passend bij het behalen van de klimaatdoelen (we ontwikkelen ‘Paris Proof’)<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>In 2030 is het integraal opnemen van MVOI-criteria de standaard in alle aanbestedingen en inkooptrajecten, waarbij we leiderschap tonen richting de markt en andere partijen, zoals vastgelegd in het MVOI-manifest. Deze aanpak draagt bij aan de verduurzaming van onze eigen organisatie en beïnvloedt de bredere keten van leveranciers en partners.</Al>
		    <Al>
										<strong>MVOI als standaard</strong>
										<br/>We stellen vanaf 2025 elke twee jaar een MVOI-actieplan op, waarin verduurzaming en benodigde investeringen met meerjarige contractpartners worden besproken. Daarnaast ontwikkelen we een leidraad voor inkopers en aanbesteders, inclusief tools zoals Duurzaam GWW (Grond-, Weg- en Waterbouw) en MKI (Milieu Kosten Indicator). Monitoring helpt ons inzicht te krijgen in de bijdrage van inkoop- en aanbestedingstrajecten aan de verduurzaming van onze eigen organisatie. Maatschappelijk verantwoord inkopen wordt een vanzelfsprekend onderdeel van het werkproces. Alle medewerkers nemen verantwoordelijkheid voor duurzaam inkopen en beschikken over de benodigde kennis of huren externe expertise in.</Al>
		    <Al>
										<strong>Toekomstbestendige gebiedsontwikkeling</strong>
										<br/>Toekomstbestendigheid wordt een standaard uitgangspunt in gebiedsontwikkelingen. Alle nieuwe projecten bevatten ambities voor circulair bouwen en streven naar CO₂-reductie, in lijn met de klimaatdoelen en de ‘Whole Life Carbon’ aanpak. De Whole Life Carbon-aanpak (of: volledige levenscyclus koolstofaanpak) is een methode om de totale CO₂-uitstoot van een gebouw in kaart te brengen en te verminderen – vanaf het begin tot het einde van de levensduur. Dit betekent dat nieuwbouwprojecten voldoen aan CO₂-reductie-eisen door energie-efficiënte ontwerpen, duurzame materialen en hernieuwbare energiebronnen te integreren.</Al>
		    <Al>Binnen de BUCH-gemeenten vergroten we het inzicht in duurzaam bouwen door kennisontwikkeling voor zowel medewerkers als externe bouwpartners. Het <ExtRef ref="https://www.toekomstbestendigbouwen.nl/documenten/convenant-toekomstbestendig-bouwen-versie-2-0/" soort="URL">Convenant Toekomstbestendige Woningbouw</ExtRef>
										<sup>27 </sup>speelt hierin een belangrijke rol en biedt richtlijnen voor het realiseren van klimaat neutrale woningen. In het convenant werken ze met zes thema’s met ieder aantal indicatoren, de BUCH-gemeenten streven ernaar om gemiddeld het niveau zilver te scoren. Per indicator wordt ook de mogelijkheid onderzocht om het niveau goud te scoren. We stellen een routekaart en leidraad op om deze uitgangspunten consistent toe te passen, zodat alle nieuwbouwprojecten voldoen aan de eisen voor duurzame en circulaire woningbouw.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_8__content_4__table_3" eId="div_8__content_4__table_3">
		      <tgroup align="left" cols="1">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="100*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>SPEERPUNT 3: DUURZAAMHEIDSBEWUSTWORDING</strong>
															<br/>■ In 2030 hebben we 25% groei gerealiseerd (t.o.v. 2024) van het aantal medewerkers (die binnen 15 km wonen) dat met de fiets of lopend naar kantoor gaat.<br/>■ Alle medewerkers binnen de BUCH weten wat er nodig is om hun eigen werk te verduurzamen.<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>
										<strong>Betrekken van medewerkers bij duurzaamheidsambities</strong>
										<br/>Om onze duurzaamheidsambities te realiseren, is het essentieel om medewerkers niet alleen te betrekken, maar ook te zorgen dat zij weten hoe zij hun werk kunnen verduurzamen. Daarom lanceren we een jaarlijkse interne communicatiecampagne om medewerkers bewust te maken van de verduurzamingstransitie. We visualiseren waar we staan, welke stappen nog gezet moeten worden en vieren behaalde successen.</Al>
		    <Al>Het handelingsperspectief wordt verder vergroot door middel van kennisateliers, trainingen en ontwikkeltrajecten. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om het Individueel Keuzebudget (IKB) in te zetten voor verduurzamingsmaatregelen thuis en benoemen we duurzaamheidsambassadeurs binnen teams die de transitie verder ondersteunen.</Al>
		    <Al>
										<strong>Duurzaam woon-werkverkeer</strong>
										<br/>Daarnaast zetten we in op duurzamer woon-werkverkeer. Om dit te realiseren, voeren we een mobiliteitsscan uit en implementeren we de aanbevolen maatregelen om het percentage medewerkers dat duurzaam reist te verhogen. Het doel is om in 2030 ten opzichte van 2024 een toename van 25% in medewerkers te bereiken die binnen 15 km van hun werk wonen en duurzaam reizen.</Al>
		    <Al>
										<sup>27 </sup>Convenant Toekomstbestendige Woningbouw; Toekomst bestendig bouwen.nl; 2023</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisie eId="div_9" wId="gm0450_38__div_9">
		<Kop>
		  <Nummer>11</Nummer>
		  <Opschrift>Integrale opgaven</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_9__content_1" wId="gm0450_38__div_9__content_1">
		  <Inhoud>
		    <Al>In dit hoofdstuk focussen we op drie belangrijke actuele integrale opgaven, waar wij tot 2030 mee aan de slag gaan op basis van de kennis van nu. Mogelijk ontstaan er de komende jaren ook andere integrale op gaven die inzet vragen. </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_9__content_2" wId="gm0450_38__div_9__content_2">
		  <Kop>
		    <Nummer>11.1</Nummer>
		    <Opschrift>VERDUURZAMEN BEDRIJVENTERREINEN</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>Bedrijventerreinen staan voor grote uitdagingen op het gebied van verduurzaming. Denk aan de energietransitie, netcongestie, strengere klimaatregels, wateroverlast en ruimtegebrek. Om de klimaatdoelen te halen, is een versnelling nodig. Uit het onderzoek Kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) in 2023 blijkt dat bedrijven extra ondersteuning nodig hebben bij deze overgang. Daarom gaan we ondernemers, vastgoedeigenaren en overheden beter laten samenwerken. Op veel plekken in Nederland heeft deze gezamenlijke aanpak al goede resultaten opgeleverd.</Al>
		    <Al>Ons doel voor 2030 is om de samenwerking op bedrijventerreinen te versterken en gezamenlijke duurzame oplossingen te faciliteren voor de eerste urgente knelpunten. De BUCH-gemeenten zoeken hier nadrukkelijk de samenwerking op met energiecoöperaties en het regionale Centrum voor Verduurzaming in Alkmaar. Ook zoeken we samenwerking met partners die zich richten op circulaire economie en bredere duurzaamheidsopgaven, zodat we ook materiaalgebruik, afvalreductie en hergebruik integreren in de aanpak van bedrijventerreinen. </Al>
		    <Al>Bedrijven op bedrijventerreinen komen in de verschillende pijlers in dit programma terug als doelgroep voor activiteiten de komende vijf jaar. Zo zorgen we na dat in 2030 alle bedrijven voldoen aan de wettelijke energiebesparingsplicht. Ook op het gebied van klimaatadaptief, waterrobuust en natuurinclusief inrichten van onze leefomgeving gaan we met ondernemers op bedrijventerreinen in gesprek over knelpunten. Daarnaast gaan we actief bouwen aan een netwerk van koplopers en bedrijven die stappen maken richting een circulaire bedrijfsvoering.</Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_9__content_3" wId="gm0450_38__div_9__content_3">
		  <Kop>
		    <Nummer>11.2</Nummer>
		    <Opschrift>TOEKOMSTBESTENDIGE GEBIEDSONTWIKKELING</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In gebiedsontwikkelingen komen alle pijlers uit ons Programma Klimaat samen. Met toekomstbestendige gebiedsontwikkeling kan een grote bijdrage aan het behalen van de klimaatdoelen worden geleverd. Een klimaatadaptieve ontwikkeling leidt tot lagere onderhoudskosten op de lange termijn. De leefomgeving is er gezonder, door zowel een beter binnenklimaat als meer groen. Een betere ruimtelijke kwaliteit draagt bovendien bij aan een aantrekkelijke gemeente. Daarnaast stimuleren we duurzame mobiliteit. En tot slot zijn duurzame gebouwen aantrekkelijker voor investeerders.</Al>
		    <Al>Omdat het realiseren van woningbouwprojecten complex is geworden, bijvoorbeeld door de stikstofcrisis, vele regelgeving en te weinig grond om te bouwen, kunnen we het meeste impact maken met zo goed mogelijk geïntegreerde duurzaamheidsambities. De basis hiervoor is gelegd in het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw en de <ExtRef ref="https://www.noord-holland.nl/Onderwerpen/Economie_Werk/Circulaire_economie/Circulaire_Deal" soort="URL">Circulaire Deal</ExtRef> Secundaire bouwmaterialen<sup>28</sup>, welke de BUCH-gemeenten hebben ondertekend de afgelopen jaren.</Al>
		    <Al>We streven ernaar om nieuwe woningbouwprojecten en gebiedstransformatieprojecten met sloop/nieuwbouw binnen de BUCH-gemeenten op een toekomstbestendige manier te realiseren. Dit wordt zoveel mogelijk met behoud van betaalbaarheid, volume en snelheid van de woningbouwopgave gedaan. Daarbij worden de kwaliteit van de leefomgeving het milieu, en technische-, financiële- en economische- aspecten meegenomen. Het Convenant Toekomstbestendige Woningbouw is een breed gedragen initiatief dat in de Metropoolregio Amsterdam en in steeds meer andere Nederlandse gemeenten als leidraad dient. De thema’s en ambities voor duurzaam bouwen uit het convenant vormen steeds vaker de standaard binnen gesprekken over duurzaamheid in gebiedsontwikkelingen in het land. We willen in Noord-Holland gezamenlijk optrekken om te leren en te versnellen. Het convenant volgt het klimaatakkoord van Parijs, andere EU-richtlijnen, het Nederlandse klimaatakkoord, het Nederlandse <ExtRef ref="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2017/01/24/grondstoffenakkoord-intentieovereenkomst-om-te-komen-tot-transitieagenda-s-voor-de-circulaire-economie" soort="URL">grondstoffenakkoord</ExtRef>
										<sup>29</sup>, de besluitvorming als onderdeel van het <ExtRef ref="https://www.deltaprogramma.nl/themas/ruimtelijke-adaptatie/deltaplan" soort="URL">Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie</ExtRef>
										<sup>30</sup> en andere nationale en internationale afspraken waar men zich in Nederland aan heeft gebonden.</Al>
		    <Al>In de BUCH-gemeenten zetten we richting 2030 verdere stappen om toekomstbestendig bouwen een integraal onderdeel van onze organisatie en van samenwerking met bouwpartners te maken. Ons doel is dat toekomstbestendigheid vanzelfsprekend wordt bij het formuleren van kaders en uitgangspunten voor gebiedsontwikkeling, onder andere door de principes uit het convenant te borgen in beleid en regelgeving en te gebruiken in uitvragen en verkoopleidraden.</Al>
		    <Al>
										<sup>28 </sup>Circulaire Deal Secundaire bouwmaterialen; Provincie Noord-Holland en Circulair friesland; 2024<br/>
										<sup>29 </sup>Grondstoffenakkoord; Rijksoverheid; 2017<br/>
										<sup>30 </sup>Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie; Rijksoverheid </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_9__content_4" wId="gm0450_38__div_9__content_4">
		  <Kop>
		    <Nummer>11.3</Nummer>
		    <Opschrift>BUURTINITIATIEVEN</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>In de BUCH-gemeenten geloven we in de kracht van samenwerking in buurten. Wanneer inwoners de handen ineenslaan, kunnen we samen veel bereiken. Denk aan gezamenlijke initiatieven om energie te besparen, zoals een buurtisolatieproject of een lokale energiecoöperatie en deelauto’s. Maar ook het klimaatadaptief inrichten van de omgeving, bijvoorbeeld door boomspiegels te beplanten, geveltuinen aan te leggen of regentonnen te delen. Dit helpt niet alleen tegen hitte en wateroverlast, maar maakt de buurt ook mooier en leefbaarder.</Al>
		    <Al>Wij ondersteunen deze initiatieven actief. Met het programma Buurkracht helpen we bewoners op weg, delen we kennis en bieden we waar mogelijk financiële ondersteuning. Dit is niet alleen goed voor het klimaat, maar versterkt ook de sociale samenhang in onze buurten en wijken. </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisietekst eId="content_5" wId="gm0450_38__content_5">
		<Kop>
		  <Nummer>12</Nummer>
		  <Opschrift>Organisatie van het programma</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Bij vaststelling van het Ambitiedocument Klimaat in 2021, is door de 4 samenwerkende gemeenten in de BUCH gekozen om het aantal mensen dat werkt aan de duurzaamheid te verdubbelen, van ruim 5 naar 11 fte. Dat was vooruitlopend op verwachte financiering door de Rijksoverheid. Die financiering kwam met enkele jaren vertraging en heeft inmiddels geleid tot nog een verdubbeling: van 11 naar 22 fte. Intussen heeft de <ExtRef ref="https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/2024/02/21/onderzoek-kosten-decentrale-uitvoering-van-het-klimaat--en-energiebeleid" soort="URL">Raad voor het Openbaar Bestuur</ExtRef>
									<sup>31</sup> laten berekenen dat er voor uitvoering van de Rijksdoelen (Klimaatakkoord, Klimaatwet) bij gemeenten met een verzorgingsgebied als dat van de BUCH nogmaals ruim een verdubbeling in fte’s nodig is: naar circa 47 fte. Zo’n groei tot het huidige niveau en verder, vergt aanpassing in de organisatie.</Al>
		  <Al>Een belangrijk aandachtspunt uit het evaluatierapport van het Ambitiedocument, is het feit dat de aantakking van het Programma Klimaat in de interne organisatie van de BUCH niet goed is. Reden is dat de informeel zeer betrokken domeinmanagers RO en BOR vertrokken en het ambtelijk opdrachtgeverschap buiten de BUCH bij een gemeentesecretaris werd belegd. Enkele meest betrokken teammanagers hadden geen juiste positie om het Programma Klimaat in de organisatie te borgen. De focus van de programmaleider lag bij het opbouwen van een goed team en resultaten in het veld: het activeren, adviseren, ondersteunen en begeleiden van bewoners en ondernemers. Het laten ‘landen’ van het thema Klimaat bij management en medewerkers van de BUCH op alle niveaus verdient daarom ook aanpassing van de organisatie.</Al>
		  <Al>In 2024 zijn al enkele interventies doorgevoerd die de aansturing hebben verbeterd, zoals het terugbrengen van het ambtelijk opdrachtgeverschap binnen het MT van de BUCH-werkorganisatie en het aanstellen van een financieel controller voor het programma. Er wordt nog bekeken op welke wijze een nieuw aan te stellen functionaris leiding kan geven aan het proces dat moet leiden tot een volledig duurzaam werkende organisatie. Het doel is uiteindelijk dat de inhoud van het Programma Klimaat op zodanige wijze een normaal onderdeel wordt van het dagelijks werk van de hele werkorganisatie en de besturen, dat een programma-organisatie zich overbodig maakt en opgeheven kan worden.</Al>
		  <Al>De 5 pijlers binnen het Programma Klimaat hebben zich verschillend ontwikkeld in omvang en organisatie en kennen ook verschillende perspectieven:</Al>
		  <Lijst type="expliciet" eId="content_5__list_1" wId="gm0450_38__content_5__list_1">
		    <Li eId="content_5__list_1__item_a" wId="gm0450_38__content_5__list_1__item_a">
		      <LiNummer>a.</LiNummer>
		      <Al>Energietransitie is veruit de grootste pijler en moet op korte termijn verder versterkt worden, met name op het deel warmtetransitie. Deze pijler zal ook nog enkele decennia noodzakelijk zijn om een fossielvrij energiesysteem te helpen vormgeven (uiterlijk 2050). Naast vast en ingehuurd personeel, maakt deze pijler ook gebruik van ‘personeel’ via derden, met name energiecoöperaties. Deze organisaties worden ondersteund om niet alleen vrijwilligers, maar ook in toenemende mate professionals in te kunnen zetten. Daarnaast worden marktpartijen ingehuurd om specifieke opdrachten uit te voeren, zoals isolatieacties. Er wordt onderzocht in hoeverre het mogelijk en wenselijk is om vooral voor de warmtetransitie een aparte entiteit op te richten die een samenhangende aanpak richting inwoners kan verzorgen.</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="content_5__list_1__item_b" wId="gm0450_38__content_5__list_1__item_b">
		      <LiNummer>b.</LiNummer>
		      <Al>Circulaire economie bestaat nu uit 3.7 fte. Voorlopig volstaat die omvang, gezien de beperkte mogelijkheden die de gemeente op dit moment heeft om de economie bij te sturen in een circulaire richting. Naast aandacht voor interne processen bij inkoop- en aanbesteding door de gemeente zelf, zijn de mogelijkheden veelal beperkt tot facilitering, voorlichting en kennisoverdracht. Het is wel een pijler met veel toekomstperspectief: de uitdaging is enorm en het resultaat noodzakelijk om tot een duurzame samenleving te komen. Ook deze pijler vereist langdurige inzet.</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="content_5__list_1__item_c" wId="gm0450_38__content_5__list_1__item_c">
		      <LiNummer>c.</LiNummer>
		      <Al>Klimaatadaptatie bestaat uit circa 2 fte die zich bezighouden met organisatie en uitvoering. Daarnaast is met name de aanhaking met de taakvelden water en groen heel belangrijk. Met name in de organisatie en uitvoering van participatieprojecten die particulieren, organisaties en bedrijven in beweging moeten brengen is te weinig capaciteit. Dit moet waarschijnlijk gevonden worden in de vorm van projectleiding en communicatie. Op het gebied van water en groen is er recent uitbreiding van de capaciteit gekomen en dit moet eerst goed georganiseerd en geëvalueerd worden. Deze pijler richt zich voor een belangrijk deel op het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte. Dat betekent een aanpassing in de manier van werken bij veel collega’s die de openbare ruimte dagelijks beheren en onderhouden. Daarnaast is beïnvloeding van de manier waarop met de particuliere ruimte wordt omgegaan belangrijk. Bij nieuwe ontwikkelingen worden duidelijke eisen gesteld voor een klimaatadaptieve- en natuurinclusieve inrichting.</Al>
		    </Li>
		    <Li eId="content_5__list_1__item_d" wId="gm0450_38__content_5__list_1__item_d">
		      <LiNummer>d.</LiNummer>
		      <Al>Duurzame mobiliteit is het meest verweven met het traditionele werk van verkeer &amp; vervoer. Alle ontwikkelingen op dit vakgebied kennen een duurzame insteek, mede gestuurd door nationale en vooral regionale afspraken en beleid. De huidige inzet vanuit het Programma Klimaat binnen het team mobiliteit is afdoende om de gemeentelijke inspanningen te faciliteren.</Al>
		    </Li>
		  </Lijst>
		  <Al>Duurzame bedrijfsvoering heeft op korte termijn versterking nodig. Met name bij aanbesteding en inkoop (MVOI), bij HR en bij interne mobiliteit (wagenpark, woon-werk en zakelijk verkeer). Deze pijler is het meest afhankelijk van een nieuwe functionaris die de kanteling naar een duurzaam werkende organisatie aan gaat sturen. Gebouwbeheer is met een routekaart voor het verduurzamen van het eigen vastgoed en een extra duurzame gebouwbeheerder in organisatorische zin afgedekt. Daar is de noodzakelijke investeringsruimte per gemeente een aandachtspunt.</Al>
		  <Al>Beleid en uitvoering binnen de pijlers wordt ondersteund door een controller, een dataspecialist, door projectassistentie en door communicatie. Gezien de belangrijkste opdracht aan de gemeenten (het activeren van inwoners en ondernemers om te verduurzamen), is communicatie een heel wezenlijk onderdeel van het Programma Klimaat. Versterking daarvan is ook nodig, zowel op strategisch- als uitvoerend niveau.</Al>
		  <Al>Samenvattend is vooral op energietransitie, op duurzame bedrijfsvoering en op communicatie meer inzet op korte termijn nodig. Er is nog beperkte financiële (subsidie)ruimte om dit te faciliteren.</Al>
		  <Al>Door de groei in omvang is het Programmateam Klimaat te groot voor regelmatig werkoverleg met alle betrokkenen tegelijk. Daarom zal dat met een vertegenwoordiger/clustercoördinator per pijler (energietransitie 2), aangevuld met controller en communicatie plaats gaan vinden, terwijl de gehele groep 3 á 4 maal per jaar bij elkaar komt voor inspiratie, uitwisseling en integratie.</Al>
		  <Al>De toegenomen omvang maakt het ook wenselijk dat budgetverantwoordelijkheden meer bij de projectleiders gelegd wordt.</Al>
		  <Al>
									<sup>31 </sup>
									<i>Rapport Kostenonderzoek Klimaat- en energiebeleid, 19 feb 2023; i.o.v. Raad voor het Openbaar Bestuur</i>
								</Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	      <Divisie eId="div_10" wId="gm0450_38__div_10">
		<Kop>
		  <Nummer>13</Nummer>
		  <Opschrift>Financiën en capaciteit</Opschrift>
		</Kop>
		<Divisietekst eId="div_10__content_1" wId="gm0450_38__div_10__content_1">
		  <Inhoud>
		    <Al>De financiële basis van het Programma Klimaat 2025-2030 wordt gevormd door enerzijds structurele gemeentelijke bijdragen en anderzijds subsidies van andere overheden. </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_10__content_2" wId="gm0450_38__div_10__content_2">
		  <Kop>
		    <Nummer>13.1</Nummer>
		    <Opschrift>GEMEENTELIJKE BIJDRAGEN</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De structurele bijdrage van de 4 gemeenten aan het Programma Klimaat staan onder druk. Door kortingen op het Gemeentefonds is elke gemeente voor de begroting 2026 en daarna op zoek naar mogelijkheden om te bezuinigen. Het is daarom nog de vraag in hoeverre de bijdragen in 2025 gecontinueerd kunnen worden.</Al>
		    <Al>
										<strong>In 2025 gaat het om:</strong>
									</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_10__content_2__table_1" eId="div_10__content_2__table_1">
		      <tgroup align="left" cols="2">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>Gemeente</strong>
															<br/>
														</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>Structurele bijdrage</strong>
															<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Bergen</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 620.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Uitgeest</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 190.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Castricum</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 550.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Heiloo</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 370.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>Totaal</strong>
															<br/>
														</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>€ 1.730.000</strong>
															<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
		<Divisietekst eId="div_10__content_3" wId="gm0450_38__div_10__content_3">
		  <Kop>
		    <Nummer>13.2</Nummer>
		    <Opschrift>SUBSIDIES</Opschrift>
		  </Kop>
		  <Inhoud>
		    <Al>De belangrijkste subsidie is de CDOKE-regeling, een rijkssubsidie om personeel in te zetten voor uitvoering van de afspraken uit het Klimaatakkoord. Deze subsidie is structureel tot tenminste 2030, zij het dat het risico bestaat dat ook hier een percentage op bezuinigd wordt met ingang van 2026, vanwege het voornemen om deze bedragen via het Gemeentefonds uit te gaan keren. In 2025 ging het om jaarlijks:</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_10__content_3__table_1" eId="div_10__content_3__table_1">
		      <tgroup align="left" cols="2">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50.0000*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50.0000*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>Gemeente</strong>
															<br/>
														</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>CDOKE-regeling</strong>
															<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Berg</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 1.298.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Uitgeest</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 508.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Castricum</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 1.238.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Heiloo</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 776.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>Totaal</strong>
															<br/>
														</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ <strong>3.820.000</strong>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>Het Nationaal Isolatie Programma keert geld uit aan gemeenten om particuliere woningen te helpen isoleren, vooral die met een slecht energielabel en behorende tot de goedkoopste helft van alle woningen. De gemeente gebruikt dit geld vooral voor dekking van een subsidieregeling voor woningeigenaren, waarmee isolatiematerialen gekocht en aangebracht kunnen worden. Het NIP keert uit in tranches: de eerste 2 tranches zijn in uitvoering, de derde is aangevraagd.</Al>
		    <table wId="gm0450_38__div_10__content_3__table_2" eId="div_10__content_3__table_2">
		      <tgroup align="left" cols="3">
			<colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33.3333*"/>
			<colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33.3333*"/>
			<colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33.3333*"/>
			<tbody valign="top">
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>Gemeente</strong>
															<br/>
														</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>Eerste tranche</strong>
															<br/>
														</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>
															<strong>Tweede tranche</strong>
															<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Bergen<br/>
														</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 929.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 1.469.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Uitgeest</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 283.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 430.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Castricum</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 989.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 1.538.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Heiloo</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 596.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 915.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			  <row>
			    <entry>
			      <Al>Totaal</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 2.797.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			    <entry>
			      <Al>€ 4.351.000<br/>
														</Al>
			    </entry>
			  </row>
			</tbody>
		      </tgroup>
		    </table>
		    <Al>Daarnaast zijn er nog diverse subsidies van vooral de provincie Noord-Holland die op onderdelen interessante bijdragen vormen voor specifieke werkzaamheden, zoals Soorten Management Plannen, Wijkuitvoeringsplannen, isolatiemaatregelen, herinrichting infrastructuur, etc.</Al>
		    <Al>Al met al een indrukwekkende hoeveelheid middelen, die echter nog niet toereikend is om de doelen uit het Klimaatakkoord en de Klimaatwet te realiseren, volgens berekeningen die de <ExtRef ref="https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/2024/02/21/onderzoek-kosten-decentrale-uitvoering-van-het-klimaat--en-energiebeleid" soort="URL">Raad voor het Openbaar Bestuur</ExtRef>heeft laten uitvoeren<sup>32</sup>. Daarvoor zou de CDOKE-regeling met 40% opgehoogd moeten worden en dat is ook het advies aan het kabinet geweest. Het kabinet heeft dat niet gehonoreerd en overweegt zelfs een korting. Dat zet de haalbaarheid van de opgave onder druk en maakt de gemeentelijke bijdrage uit eigen middelen nog belangrijker. De tijdige realisatie van de doelen uit dit Programma Klimaat 2025-2030 is afhankelijk van voldoende financiële mogelijkheden. Met andere woorden: tekort aan middelen betekent tekort aan personele inzet en dus temporisering in de uitvoering, waardoor de doelen pas later dan gepland (en verplicht door Klimaatakkoord en Klimaatwet) gehaald kunnen worden.</Al>
		    <Al>Over voortzetting van de Rijksfinanciering ter uitvoering van het Klimaatakkoord voor de periode na 2030 wordt nog onderhandeld door de VNG namens de gemeenten. Doel is duidelijk: in 2030 is op zijn best de 55% behaald, de overige 45% worden niet eenvoudiger en ook dat moet iemand uitvoeren. Voortzetting ligt dus voor de hand. Wel is de manier van financiering al eerder aan wijziging onderhevig: de kans bestaat dat per 2026 de CDOKE-regeling opgeheven wordt en het bedrag via het Gemeentefonds uitgekeerd zal worden. Dat maakt de verantwoording eenvoudiger, maar doet tegelijkertijd een beroep op organisatie en bestuur om de middelen wel voor dit specifieke Klimaatdoel beschikbaar te houden.</Al>
		    <Al>
										<sup>31 </sup>Kostenonderzoek klimaat- en energiebeleid; 19 februari 2024 in opdracht voor het Raad van Openbaar Bestuur </Al>
		  </Inhoud>
		</Divisietekst>
	      </Divisie>
	      <Divisietekst eId="content_6" wId="gm0450_38__content_6">
		<Kop>
		  <Nummer>14</Nummer>
		  <Opschrift>Monitoring en rapportage</Opschrift>
		</Kop>
		<Inhoud>
		  <Al>Misschien wel de grootste wijziging ten opzichte van het Ambitiedocument uit 2020, is dat dit nieuwe Programma Klimaat 2025-2030 veel meer SMART opgesteld is (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden). Daarmee geven we invulling aan een duidelijke vraag vanuit het Evaluatierapport. Met de zo concreet mogelijk geformuleerde doelen in dit programmaplan, kunnen we beter inzetten op monitoren van onze voortgang en onze behaalde resultaten. Niet alleen kunnen we daardoor effectiever bijsturen, we leren er ook meer van. </Al>
		  <Al>
									<strong>Plan-do-check-act</strong>
									<br/>Vanaf 2026 rapporteren de vier BUCH-gemeenten jaarlijks aan de gemeenteraden over de voortgang van het Programma Klimaat, de mate waarin we op koers liggen ten aanzien van de geformuleerde doelen en of bijsturing nodig is. We sluiten met de rapportage aan bij de P&amp;C cyclus. Omdat de klimaatopgave in grote mate een gezamenlijke opgave is, waarbij de gemeentes afhankelijk zijn van externe factoren, kunnen afwijkingen ten opzichte van de uitgezette koers verschillende oorzaken hebben, die niet altijd binnen de invloedssfeer van de gemeenten liggen. Bijsturen kan dus zowel op de koers zijn als op de inzet die gepleegd wordt ten aanzien van de doelen. </Al>
		  <Al>
									<strong>Kritiek Prestatie Indicatoren (KPI's)</strong>
									<br/>De doelen uit dit programmaplan zijn gekoppeld aan duidelijke KPI’s. In bijlage 2 is een overzicht hiervan opgenomen. </Al>
		  <Al>We volgen de ontwikkelingen met behulp van bestaande, bij voorkeur openbare databronnen zoals de Klimaatmonitor, Waarstaatjegemeente.nl en CBS-gegevens. Deze combineren we met projectdata uit onze eigen uitvoering. Daarnaast ontwikkelen we samen met de regio Alkmaar een eigen dataset op basis van de Digitale Tweeling, die momenteel nog in opbouw is. </Al>
		  <Al>Deze regionale monitor zal naast data ten behoeve van de energietransitie ook gegevens bevatten over klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. Hoewel de kern van de KPI’s regionaal is afgestemd, kunnen BUCH-gemeenten eigen indicatoren toevoegen. We leveren hiervoor actieve input en nemen deel aan regionale overlegtafels.</Al>
		  <Al>Voor de pijler<strong> Duurzame Mobiliteit </strong>ontwikkelt de provincie Noord-Holland in 2025 een RMP-monitor. Deze volgt de uitvoering en voortgang van maatregelen, en meet hun effect op duurzame mobiliteit. Zodra deze beschikbaar is, gebruiken we de monitor om onze prestaties en doelrealisatie te beoordelen. </Al>
		  <Al>Binnen de pijler <strong>Duurzame Bedrijfsvoering</strong> bepalen we jaarlijks de CO₂-voetafdruk van onze organisaties. Op basis van deze inzichten kiezen we gerichte acties en passen we indien nodig de strategie aan. Ook maken we het energieverbruik van onze aansluitingen inzichtelijk, zodat we gerichter kunnen optimaliseren. </Al>
		  <Al>Daarnaast monitoren we het gebruik van duurzaamheidscriteria bij inkoop en de impact daarvan. Voor woon-werkverkeer analyseren we trends in mobiliteitskeuzes en sturen we bij waar nodig, om duurzame alternatieven te stimuleren. Zo zorgen we dat onze ambities daadwerkelijk worden gerealiseerd. </Al>
		</Inhoud>
	      </Divisietekst>
	    </Lichaam>
	  </RegelingVrijetekst>
	</WijzigBijlage>
      </BesluitCompact>
    </Gemeenteblad>
  </OfficielePublicatie>
</OfficielePublicatie>
